Regeling vervallen per 01-01-2016

Regeling I/D-banen gemeente Leeuwarden 1999

Geldend van 01-01-1999 t/m 31-12-2015 met terugwerkende kracht vanaf 13-09-1999

Intitulé

Regeling I/D-banen gemeente Leeuwarden 1999

(Rb. 13-09-1999, nr. 12959)

Artikel 1 Definitie

Deze regeling verstaat onder ‘ambtenaar’ en ‘I/D werknemer’:

  • -

    degene die in het kader van de ‘Regeling In- en Doorstroombanen voor Langdurig Werklozen 1999’ (I/D regeling) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, door de minister ondertekend op 17-12-1998,

  • -

    in dienst treedt van de gemeente Leeuwarden,

  • -

    of in dienst is getreden onder de voormalige ‘Regeling Extra Werkgelegenheid Langdurig Werklozen’ (EWLW).

Artikel 2 Algemene uitgangspunten

  • 1. Bij de gemeente Leeuwarden worden in het kader van de in artikel 1 bedoelde regeling extra arbeidsplaatsen gecreëerd.

  • 2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde arbeidsplaatsen worden verwezenlijkt boven de bestaande werkgelegenheid bij de gemeente.

Artikel 3

De in artikel 2 eerste lid bedoelde arbeidsplaatsen worden structureel gefinancierd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze rijkssubsidie is een voorwaarde voor het bestaan van de extra arbeidsplaatsen.

Artikel 4

Op de ambtenaar is, met inachtneming van het bepaalde in deze regeling, de rechtspositie op grond van de Arbeidsvoorwaardenregeling (AR) van toepassing.

Artikel 5

Het Sociaal Plan en het Sociaal Convenant van de gemeente Leeuwarden vastgesteld d.d. 21-7-1993 zijn niet van toepassing, met dien verstande dat punt 6 van het Sociaal Convenant (additionele werkgelegenheid) wel van toepassing is.

Artikel 6 Functiewaardering

  • 1. De Procedureregeling Functiewaardering 1994, door burgemeester en wethouders vastgesteld op 31 mei 1994 is van toepassing.

  • 2. Aan de ambtenaar mogen geen werkzaamheden worden opgedragen die qua functiewaardering uitstijgen boven schaal 1.

Artikel 7 Organisatorische positionering

Met inachtneming van de algemene uitgangspunten van deze regeling, is de directeur van de dienst belast met de feitelijke invulling van de arbeidsplaatsen als bedoeld in de rijksregeling vermeld in artikel 1.

Artikel 8 Aanstelling

  • 1. De ambtenaar wordt aangesteld in tijdelijke dienst voor de duur van een jaar bij wijze van proef;

  • 2. Na een jaar volgt aanstelling in vaste dienst, tenzij daartegen uit andere hoofde bezwaren bestaan;

  • 3. In afwijking van lid 1 van dit artikel, kan een persoon op een WIW-dienstbetrekking die gedurende minimaal 1 jaar, direct voorafgaand aan de aanstelling, dezelfde werkzaamheden verrichtte, worden aangesteld in vaste dienst, tenzij daartegen uit andere hoofde bezwaren bestaan.

Artikel 9 Arbeidstijd

  • 1. De arbeidsduur per week bedraagt 32 uur, mits de langdurig werkloze hiermee niet langer aangewezen is op een algemene bijstandsuitkering op grond van de algemene Bijstandswet, dan wel een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers of de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

  • 2. Indien de langdurig werkloze met 32 uur per week nog aangewezen blijft op de uitkeringen bedoeld in lid 1, bedraagt de arbeidsduur 36 uur per week (de volledige betrekkingsomvang conform de AR).

  • 3. Indien de ambtenaar direct aansluitend voor zijn dienstverband op een WIW-dienstbetrekking werkzaam was voor 36 uur, kan de arbeidstijd op 36 uur worden bepaald.

  • 4. Op grond van bij de ambtenaar gelegen factoren kan de arbeidstijd afwijken van de arbeidstijd bedoeld in lid 1 van dit artikel.

Artikel 10 Bezoldiging

  • 1. De bezoldiging vindt plaats op basis van de bezoldigingsregeling bedoeld in artikel 3 lid 1 van de AR.

  • 2. Bij indiensttreding vindt inschaling plaats in schaal 1 regel 0. Voor de salarisbedragen behorende bij schaal 1 wordt verwezen naar de AR.

  • 3. Gedurende in ieder geval het eerste jaar van het dienstverband blijft de bezoldiging volgens schaal 1 regel 0 plaatsvinden, zodat bezoldiging niet hoger is dan 103% van het Wettelijk Minimum Loon (WML).

  • 4. De bezoldiging blijft volgens schaal 1 plaatsvinden, zodat de bezoldiging uiteindelijk niet uitstijgt boven 130% WML.

  • 5. Het verrichten van overwerk, beschikbaarheiddiensten of andere toelagen en toeslagen wordt vergoed conform de AR, tenzij dit zou leiden tot overschrijding van 130% WML. In dit geval bestaat de vergoeding uit verlof.

  • 6. De vergoeding voor onregelmatige diensten is gebaseerd op de AR en blijft buiten beschouwing bij de beoordeling of de beloning binnen de grens van 130% WML is gebleven.

Artikel 11 Ontslag

  • 1. De in artikel 2 bedoelde extra arbeidsplaats wordt opgeheven indien de subsidie op grond van de rijksregeling vervalt.

  • 2. Indien de situatie bedoeld in het eerste lid van dit artikel zich voordoet, wordt de ambtenaar wegens opheffing van de betrekking op grond van artikel 8.4 van de AR (reorganisatie) ontslagen. De ambtenaar heeft dan recht op wachtgeld c.q. een uitkering op grond van hoofdstuk 10 c.q. 11 van de AR.

Artikel 12 Slotbepalingen

De uitvoering van deze regeling berust namens en onder verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders bij de directeur van de dienst.

Artikel 13

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen burgemeester en wethouders. Zij zijn bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze regeling nadere regels op te stellen.

Artikel 14

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1-1-1999 en heeft een onbepaalde werkingsduur.

Artikel 15

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling I/D banen gemeente Leeuwarden’.