Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024

Geldend van 17-01-2024 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024

De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG;

Mede gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2023;

gelet op de artikelen 156 eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

besluit vast te stellen:

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024.

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    'dag': de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    'week': een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    'maand': het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    'jaar': het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;

  • b.

    het verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • c.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;

  • een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3. Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4. Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het kadaster en de openbare registers door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie;

  • b.

    het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen;

  • c.

    het in behandeling nemen van aanvragen en afgeven van vergunningen, ontheffingen of andere beschikkingen in het kader van de avondvierdaagse, intocht van St. Nicolaas en acties door verenigingen en instellingen op niet-commerciële basis;

  • d.

    het in behandeling nemen van een aanvraag voor afgifte van verklaringen omtrent gedrag gedaan door instanties die als doel hebben kinderen tijdelijk op te vangen in een gastoudergezin;

  • e.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 en 13.7 van de Omgevingswet 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • f.

    diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.

Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6. Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

  • a.

    mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

  • b.

    schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    In afwijking van gestelde in lid 1 wordt voor  het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning uitstel van betaling gegeven voor Collectief Particulier Opdrachtgeversschap (CPO) ontwikkelingen tot het moment van overdracht van de (bouw) grond, met dienverstanden dat het uitstel maximaal de duur van twee jaar mag bedragen gerekend vanaf het moment van het indienen van de aanvraag.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • 1.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • 2.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:

  • a.

    artikel 1.5 (akten burgerlijke stand);

  • b.

    paragraaf 1.2 (reisdocumenten);

  • c.

    paragraaf 1.3 (rijbewijzen);

  • d.

    artikel 1.16, onderdeel b (verstrekkingen uit de basisregistratie personen met behulp van alternatieve media of schriftelijk);

  • e.

    artikel 1.23, onderdeel a (verklaring omtrent het gedrag);

  • f.

    artikel 1.29 (kansspelen).

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11. Overgangsrecht en slotbepalingen

  • 1.

    De "Legesverordening 2023" van 22 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Legesverordening 2024".

Ondertekening

Geertruidenberg, 14 december 2023,

De raad van Geertruidenberg,

de griffier, de voorzitter,

drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere, M. Witte

Tarieventabel, behorende bij legesverordening 2024

Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening

Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand

Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap

2024

Het tarief voor de voltrekking van een huwelijk / registratie van een partnerschap op maandag tot en met vrijdagochtend, indien niet zijnde een algemeen erkende feestdag in de zin van artikel 3 van de algemene termijnenwet, tussen 9.00 en 16.00 uur en op vrijdag tussen 9.00 en 12.00 uur bedraagt

a.

op maandag om 9.00 en 9.15 uur in het gemeentehuis te Raamsdonksveer

Gratis

b.

op maandagmorgen om 10.00 uur of 10.30 uur voor een eenvoudige voltrekking

€ 150,00

c.

Indien de voltrekking / registratie plaats vindt in het gemeentehuis te Raamsdonksveer

€ 470,00

d.

Indien de voltrekking / registratie plaats vindt op een locatie in de gemeente niet zijnde het gemeentehuis

€ 355,00

Artikel 1.2 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap op een andere dag

Het tarief voor de voltrekking van een huwelijk / registratie van een partnerschap op vrijdagmiddag, zaterdag, zondag en een algemeen erkende feestdag in de zin van artikel 3 van de algemene termijnenwet, tussen 9.00 en 16.00 uur en op vrijdag tussen 12.00 en 16.00 uur bedraagt

a.

indien de voltrekking/registratie plaats vindt in het gemeentehuis te Raamsdonksveer

€ 915,00

b.

Indien de voltrekking / registratie plaats vindt op een locatie in de gemeente niet zijnde het gemeentehuis

€ 790,00

Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in een bijzonder huis

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk / registratie van een partnerschap in een bijzonder huis ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek

€ 565,00

Artikel 1.4 Trouwboekje of partnerschapsboekje

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje

€ 33,40

Artikel 1.5 akten burgerlijke stand

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

€ 16,20

Artikel 1.6 gemeenteambtenaar als getuige

Het tarief bedraagt voor het gebruikmaken van de diensten van de gemeenteambtenaren voor het fungeren als getuige bij een huwelijksvoltrekking of partnerschapsregistratie per ingestelde ambtenaar

€ 51,00

Artikel 1.7 éénmalige benoeming

a.

Het tarief voor een éénmalige benoeming van een bijzondere ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS) bedraagt

€ 140,00

b.

Het tarief voor een éénmalige benoeming + beëdiging van een trouwambtenaar-voor-één-dag bedraagt

€ 232,00

Artikel 1.8 cumulatie

Bij cumulatie van een benoeming als vermeld onder artikel 1.7 en de locaties genoemd onder artikel 1.1 worden de leges verhoogd met

€ 57,40

Artikel 1.9 wijziging of annulering

Het tarief bedraagt voor het wijzigen dan wel annuleren van de huwelijks- en partnerschapsregistratie-agenda

€ 67,00

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse Identiteitskaart

Artikel 1.10 Paspoorten en andere reisdocumenten

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

a.

een nationaal paspoort

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 83,45

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 63,40

b.

een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld ander a (zakenpaspoort):

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 83,45

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 63,40

c.

een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 83,45

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 63,40

d.

een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 63,40

Artikel 1.11 Nederlandse identiteitskaart

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 75,80

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden

€ 40,90

Artikel 1.12 Modaliteiten

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

a.

voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:

€ 57,05

b.

tot het verstrekken van een hoesje voor een identiteitskaart

€ 1,00

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen

Artikel 1.13 Rijbewijzen

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs het tarief zoals dat is opgenomen in het Reglement rijbewijzen artikel 104b vermeerderd met de rijkskostencomponent (het bedrag dat de gemeenten moeten afdragen aan de Dienst Wegverkeer als vergoeding van de productiekosten van het rijbewijs), afgerond naar beneden op vijf cent het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 51,10

Artikel 1.14 Modaliteiten

a.

Het tarief als genoemd in artikel 1.13 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het tarief zoals dat is opgenomen in het Reglement rijbewijzen artikel 104b vermeerderd met de rijkskostencomponent (het bedrag dat de gemeenten moeten afdragen aan de Dienst Wegverkeer als vergoeding van de productiekosten van het rijbewijs), afgerond naar beneden op vijf cent het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 45,10

b.

Het tarief bedraag voor het verstrekken van een hoesje voor een rijbewijs:

€ 1,00

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

Artikel 1.15 Definities

1.

Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

2.

Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.

Artikel 1.16 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

a.

tot het verstrekken van gegevens per verstrekking

€ 10,50

b.

In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen

€ 7,50

c.

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier

€ 13,00

d.

Het op grond van subonderdeel c verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 1.5 Bestuursstukken

Artikel 1.17 Afschriften van bestuursstukken

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

a.

een afschrift van de programmabegroting

€ 33,35

b.

een afschrift van het jaarverslag

€ 33,35

c.

een afschrift van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 24,05

Artikel 1.18 Abonnement op bestuursstukken

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar op de stukken behorende bij de commissie- en raadsvergaderingen

a.

bij verzending

€ 51,45

b.

bij ophalen

€ 27,10

c.

bij elektronische verzending via e-mail

€ 16,90

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie

Artikel 1.19 Plan- of kaartinformatie

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b:

a.

In formaat A4, of kleiner, per bladzijde

€ 0,10

b.

In formaat A3, per bladzijde

€ 0,15

c.

In formaat A2 of groter, per bladzijde

€ 19,75

Artikel 1.20 Informatie uit registers

a..

Het tarief bedraagt voor het doen van nasporingen in het gemeentelijke kadaster voor ieder daaraan besteed kwartier

€ 13,00

b.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van inlichtingen omtrent de kadastrale, dan, wel plaatselijke aanduiding, per inlichting

€ 13,00

c.

Het tarief bedraagt voor het verlenen van inzage van de perceelskaarten, per perceelskaart

€ 13,00

d.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift of uittreksel uit het gemeentelijke beperkingenregister dan wel tot het verstrekken an een aan die registratie ontleende verklaring als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen

€ 13,00

e.

Het tarief bedraagt voor het op verzoek verstrekken van vastgoedinformatie bedraagt voor

1.

Een eerste informatieverstrekking per object:

€ 38,10

2.

Een tweede of meer informatieverstrekking per object

€ 76,35

Artikel 1.21 Informatie uit adressenbestanden (gereserveerd)

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken

Artikel 1.22 (Gereserveerd)

Artikel 1.23 Overige publiekszaken

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

a.

tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag, het tarief zoals is opgenomen in het laatste ministerieel besluit wijziging leges VOG:

b.

tot het legaliseren van een handtekening

€ 10,50

c.

voor het wijzigen van de geslachtsnaam wanneer dit voor een kind geboren na 1 januari 2016 wordt aangevraagd het door het Ministerie vastgestelde hiervoor geldende tarief.

d

Verklaring huwelijkse bevoegdheid

€ 29,00

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief

Artikel 1.24 Naspeuringen in gemeentearchief

a.

Het tarief bedraagt voor het doen van nasporingen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier

€ 13,00

b.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag is ingetrokken.

Artikel 1.25 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

a.

een afschrift, fotokopie of scan van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina van A-4 formaat

€ 0,60

b.

een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk

€ 8,80

Artikel 1.26 (Gereserveerd)

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten

Artikel 1.27 (Gereserveerd)

Artikel 1.28 Leegstandwet

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

1.

een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet

€ 80,75

2.

verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de Leegstandswet

€ 43,30

b.

Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a1 en a2 gelijktijdig worden ingediend en woonruimte in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend.

Artikel 1.29 Wet op de kansspelen

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen het maximale tarief zoals dat is opgenomen in het Speelautomatenbesluit 2000 (besluit van 23 mei 2000, Stb. 2000/233 of zoals dit besluit nadien is of zal worden gewijzigd.

b.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 13,10

Artikel 1.30 Telecommunicatiewet

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding en/of vergunning in verband met het verkrijgen van instemming omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Geertruidenberg 2017 (AVOI 2017):

1.

voor projecten met een straatlengte tot 30 meter

€ 39,70

2.

voor projecten met een straatlengte van 30 tot 100 meter

€ 322,10

3.

voor projecten met een straatlengte van 100 tot en met 500 meter

€ 370,50

4.

voor projecten met een straatlengte van meer dan 500 meter wordt het onder 3 vermelde tarief voor elke 100 meter boven de 500 meter verhoogd met een bedrag van

€ 36,60

b.

Het op basis van artikel 1.30, eerste lid verschuldigde bedrag wordt:

1.

indien met betrekking tot een melding overleg plaats moet vinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met

€ 197,61

2.

indien met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van de, voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde, kosten, blijkend uit een begroting die terzake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

3.

Indien een begroting als bedoeld onder 1.30 eerste lid is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Artikel 1.31 Wegenverkeerswet

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

a.

een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:

€ 70,30

b.

een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen;

€ 70,30

c.

verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):

€ 26,30

d.

de gemeentelijke kosten voor een verplicht voorgeschreven medisch advies worden doorberekend. Het tarief als bedoeld in artikel 1.33, onderdeel c wordt daartoe verhoogd met de kosten van de keuring.

e.

een duplicaat van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer bij vermissing of diefstal van de gehandicaptenparkeerkaart bedraagt

€ 44,60

f.

het verkrijgen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats met kenteken, inclusief aanleg van deze parkeerplaats

€ 395,60

1.

indien het aangevraagde als bedoeld onder f dient te worden geweigerd, wordt het onder f berekende bedrag verlaagd tot een bedrag van

€ 49,40

Paragraaf 1.10 Diversen

Artikel 1.32 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksel

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

a.

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 1,00

b.

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 80,80

c.

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 0,60

d.

Kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

1.

zwart wit per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,10

2.

kleur per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,15

3.

zwart wit per pagina op papier van een ander formaat

€ 0,15

4.

kleur per pagina op papier van een ander formaat

€ 0,20

e.

kaarten, tekeningen, lichtdrukken en scans, al dan niet behorend bij de in de onderdelen a en d genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening, lichtdruk of scan

€ 15,60

Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

2.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.

Binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan.

b.

Binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

4.

In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:

- onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;

- onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;

- onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.

5.

bouwkosten: het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting.

Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

De opgegeven bouwkosten worden getoetst aan de door Casadata bepaalde basisbedragen voor gebouwen provincie Brabant voor het vierde kwartaal 2023. Deze tarieventabel ligt ter inzage bij de gemeente Geertruidenberg en wordt gepubliceerd op de website van de gemeente www.geertruidenberg.nl. Als de opgegeven bouwkosten meer dan 10% afwijken worden de door Casadata bepaalde basisbedragen gehanteerd.

6.

aanlegkosten: de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk of het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

a.

Een omgevingsoverleg;

b.

Een principeverzoek;

c.

Een intakeoverleg / omgevingstafel

d.

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

e.

Eén of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

f.

Toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

g.

Een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning

h.

Intrekking van een omgevingsvergunning

i.

Wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d

j.

Een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

Artikel 2.3 Bepalen tarief

1.

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

2.

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

3.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

5.

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

Paragraaf 2.2 Voorfase

Artikel 2.4 Omgevingsoverleg

1.

Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:

€ 132,60

2.

De op grond van het eerste lid verschuldigde leges worden verhoogd met:

0,110%

van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor die activiteit of activiteiten zouden worden vastgesteld.

3.

Als de aanvraag betrekking heeft op het in behandeling nemen van een schriftelijk principeverzoek voor een aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening die niet passend is binnen het geldende omgevingsplan, waarbij een standpunt van het college van burgemeester en wethouders nodig is, bedraagt het tarief:

€ 811,10

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

Over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot en met

€ 1.000.000

van de bouwkosten, met een minimum van:

0,43%

€ 280,90

b.

Over het deel van de bouwkosten vanaf € 1.000.000 tot en met € 5.000.000

Van de bouwkosten

0,41 %

c.

Indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000 bedragen

van de bouwkosten met een maximum van

0,39 %

€ 1.000.000,00

Met dien verstande dat de leges bedoeld in dit artikel nooit hoger zal worden vastgesteld dan 20% van de bouwsom.

d.

Onverminderd het bepaalde in onderdeel a, b en c bedragen de kosten voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van agrarische commissie wordt beoordeeld

Indien een bedrijfsbezoek wordt uitgebracht bedragen de kosten

In geval van meer omvattende opdrachten zal een tarief berekening vooraf aan de aanvrager worden kenbaar gemaakt.

€ 860,00

€ 95,00

Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit en het in stand houden of gebruiken van dit bouwwerk (ruimtelijke deel)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, en het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

1.

Wanneer de omgevingsplanactiviteit bestaat uit een bouwactiviteit

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit

a.

over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot en met

€ 1.000.000

2,85%

van de bouwsom met een minimum van

€ 280,90

b.

over het deel van de bouwkosten vanaf € 1.000.000 tot en met € 5.000.000

2,74 %

c.

over het deel van de bouwkosten vanaf meer dan € 5.000.000

2,60 %

van de bouwsom met een maximum van

€ 1.000.000,00

2.

Wanneer de omgevingsplanactiviteit bestaat uit een bouwactiviteit voor een buitenplanse omgevingsactiviteit worden de in het eerste lid genoemde leges verhoogd met:

Met dien verstande dat de leges bedoeld in dit artikel nooit hoger zal worden vastgesteld dan 20% van de bouwsom.

3.

Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid bedragen de kosten voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van agrarische commissie wordt beoordeeld

Indien een bedrijfsbezoek wordt uitgebracht bedragen de kosten

In geval van meer omvattende opdrachten zal een tarief berekening vooraf aan de aanvrager worden kenbaar gemaakt.

€ 860,00

€ 95,00

Artikel 2.6a Vrijstelling van leges

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op onderhoudswerkzaamheden die volgens de landelijke regelgeving (Omgevingswet (bruidsschat) en het Besluit bouwwerken leefomgeving) vergunningsvrij zijn voor panden die geen monument zijn en niet in rijksbeschermd stadsgezicht staan wordt vrijstelling van leges verleend voor de in artikel 2.8, artikel 2.9 en artikel 2010 bedoelde activiteiten, indien en voor zover deze bouwactiviteit betrekking heeft op dergelijke onderhoudswerkzaamheden voor:

- een rijksmonument,

- een gemeentelijk monument,

- een gemeentelijke beeldbepalende zaak,

- een gemeentelijk beeldbepalend pand,

- panden gelegen binnen een door rijk of gemeente beschermd stads- en dorpsgezicht,

onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten.

Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument, gemeentelijk beeldbepalend pand/zaak of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 280,90

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten of gemeentelijk beeldbepalend pand/zaak

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, gemeentelijke beeldbepalend pand/zaak, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 14 en/of 23 van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument, gemeentelijk beeldbepalend pand/zaak of voorbeschermd monument:

Gratis

2

voor het herstellen of gebruiken van een monument, gemeentelijke beeldbepalend pand/zaak, of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Gratis

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument, gemeentelijke beeldbepalend pand/zaak of voorbeschermd monument:

Gratis

2

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Gratis

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument, gemeentelijke beeldbepalend pand/zaak of voorbeschermd monument:

Gratis

2

voor het herstellen of gebruiken van een monument, gemeentelijke beeldbepalend pand/zaak of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Gratis

2.

Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met:

€ 0,00

3.

Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:

a. als het gaat om een aangewezen monument, gemeentelijke beeldbepalend pand/zaak, of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

b. als het gaat om een monument, gemeentelijke beeldbepalend pand/zaak of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

4.

Indien en voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit in de zin van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet, voor het in afwijking van de bestemmingsplanregels die gelden voor het beschermd stadsgezicht (waaronder die in bestemmingsplannen Dongeburgh 2012 en Kom Geertruidenberg 2012) plaatsen van zonnepanelen op daken bedraagt het tarief voor een vergunning daarvoor:

Gratis

5.

Indien en voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit voor het plaatsen van zonnepanelen binnen het beschermd stadsgezicht en voor monumenten en beeldbepalende panden/zaken bedraagt het tarief voor een vergunning daarvoor:

Gratis

Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

Gratis

b.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Gratis

Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, behoudens het bepaalde in lid 3, en behoudens indien en voor zover het legestarief gratis is voor het slopen van een monument of beeldbepalende zaak op grond van artikel 2.8 en 2.9, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 20 van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

€ 280,90

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 280,90

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

2.

Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

3.

Indien en voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit vanwege het verbod om zonder vergunning bouwwerken te slopen in het beschermde gemeentelijke dorpsgezicht aan/rond het Kerkplein, bedraagt het tarief:

Gratis

Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor de activiteit verwerken polyesterhars:

€ 2.591,00

b.

voor de activiteit installeren gesloten bodemenergiesysteem:

€ 1.036,40

c.

voor de activiteit kweken maden van vliegende insecten:

€ 2.591,00

d.

voor de activiteit opslaan propaan of propeen:

€ 2.591,00

e.

voor de activiteit tanken met LPG:

€ 2.591,00

f.

voor de activiteit antihagelkanonnen:

€ 2.591,00

g.

voor de activiteit biologische agens:

€ 2.591,00

h.

voor de activiteit genetisch gemodificeerde organismen:

€ 2.591,00

i.

voor de activiteit opslaan dierlijke meststoffen:

€ 2.591,00

Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.886,50

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 7.125,25

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 9.716,25

Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.886,50

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 7.125,25

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 9.716,25

Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.886,50

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 7.125,25

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 9.716,25

Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.886,50

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 7.125,25

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 9.716,25

Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 3.886,50

Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.886,50

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 7.125,25

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid

€ 9.716,25

Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 3.886,50

Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten

1.

Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.

2.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 561,80

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

2.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

3.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met archeologische verwachtingen, van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

4.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

5.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde. bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

6.

De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met:

€ 280,90

Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het:

a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting,

b. indrijven van voorwerpen,

c. ophogen van de grond, of

d. verharden van de grond,

bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening Geertruidenberg 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

van de aanlegkosten met een minimum van

0,80%

€ 280,90

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

van de aanlegkosten met een minimum van

0,80%

€ 280,90

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

van de aanlegkosten met een minimum van

0,80%

€ 280,90

Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening Geertruidenberg 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 234,40

Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

van de aanlegkosten met een minimum van

0,80%

€ 280,90

en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet

van de aanlegkosten met een minimum van

0,80%

€ 280,90

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

van de aanlegkosten met een minimum van

0,80%

€ 280,90

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

van de aanlegkosten met een minimum van

0,80%

€ 280,90

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (gereserveerd)

Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 2 van de Bomenverordening Geertruidenberg 2017 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 138,60

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame beschermd stadsgezicht

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:

€ 133,40

b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:

€ 135,90

Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: objecten plaatsen op de weg

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening Geertruidenberg 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken:

gratis

b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:

gratis

Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening Geertruidenberg 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 13,10

Artikel 2.34 Andere activiteiten

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:

a.

betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen categorie activiteiten, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

b.

betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

1.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 280,90

2.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover het gebruik van bouwwerken niet gewijzigd wordt, waarbij de reguliere voorbereidingsprocedure, zoals bedoeld onder afdeling 16.5.2 van de Omgevingswet gevolgd wordt:

€ 344,60

3.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij het gebruik van bouwwerken gewijzigd wordt én waarbij de reguliere voorbereidingsprocedure, zoals bedoeld onder afdeling 16.5.2 van de Omgevingswet, gevolgd wordt;

€ 1.108,70

4.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij sprake is van het tijdelijk wijzigen van het gebruik van bouwwerken voor de duur van maximaal 10 jaar, én waarbij de reguliere voorbereidingsprocedure, zoals bedoeld onder afdeling 16.5.2 van de Omgevingswet, gevolgd wordt:

€ 468,65

c.

behoort tot een in het omgevingsplan of een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen categorie vergunningplichtige activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 280,90

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

a.

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of

4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

per maatwerkvoorschrift:

€ 280,90

b.

in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per uur:

Het verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

€ 128,25

Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

1.

Bij een aanvraag om maatwerkvoorschrift(-en) of een vergunningvoorschrift krachtens

artikel 4.5 van de Omgevingswet bedraagt het tarief bij:

a.

één maatwerk(vergunning)voorschrift:

€ 2.591,00

b.

twee tot meer maatwerkvoorschriften, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid, de som van het tarief onder a en per extra maatwerk(vergunning)voorschrift:

€ 1.295,50

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van

maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 Omgevingswet bedraagt het tarief:

€ 2.591,00

Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 1.295,50

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid

Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel

1.

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

a.

een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:

€ 128,25

b.

een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief: de werkelijke kosten van de advisering door de Commissie ruimtelijke kwaliteit, die nodig is voor de behandeling van de aanvraag, indien en voor zover legesheffing voor het onderwerp niet elders in de legesverordening is geregeld.

c.

een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:

€ 2.591,00

d.

een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:

€ 128,25

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven

Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:

€ 280,90

Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.

Met dien verstande dat (ook bij minderkosten) tenminste een bedrag van:

verschuldigd is.

Het vorenstaande vindt geen toepassing indien de wijziging zodanig is dat naar de omstandigheden beoordeeld, van een nieuw bouwplan sprake is.

€ 280,90

Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ 280,90

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:

gratis

Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b,

in behandeling is genomen:

gratis

Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten

De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.

Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

€ 11.504,60

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

€ 280,90

Paragraaf 2.12 Modaliteiten

Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:

Met een maximum van

10%

€ 10.000,00

Deze verhoging vervalt indien alsnog, binnen vier weken nadat door de gemeente is gewezen op de verplichting om een aanvraag in te dienen, een ontvankelijke aanvraag wordt ingediend.

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

a.

als sprake is van een milieubelastende activiteit:

€ 2.975,40

b.

als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in de zien van art. 10.24 Omgevingsbesluit, behoudens sub a tot en met e van genoemd artikel bedraagt het tarief minimaal € 11.504,60 en indien de bouw-/aanlegkosten meer dan € 330.000,00 bedragen vermeerderd met:

van de bouw-/aanlegkosten met een maximum van

€ 29.720,91.

1,31%

c.

als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b, zoals aangewezen in bijlage 1 van het gemeentelijke besluit “Adviesrecht gemeenteraad bij afwijken van het Omgevingsplan én delegatiebesluit vaststellen van het Omgevingsplan”, indien de bouw-/aanlegkosten meer dan € 330.000,00 bedragen:

van de bouw-/aanlegkosten met een minimum van € 11.504,60 en een maximum van € 29.720,91.

1,31%

Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:

a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 280,90

b.

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport worden de werkelijke kosten van de advisering door een door de gemeente ingehuurde archeoloog bij de verzoeker/initiatiefnemer in rekening gebracht, zoals bedoeld in artikel 2.50.

c.

voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:

€ 7.141,00

d.

voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:

€ 7.141,00

e.

voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:

€ 7.141,00

f.

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ 7.141,00

g.

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:

€ 7.141,00

Artikel 2.50 Advies

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

gratis

b.

Bij bouwkosten van:

€ 1,00 t/m € 500.000,00

voor een welstandstoets in een ander geval dan van een plan, dat aangewezen erfgoed en/of een historisch gebied in de zin van de welstandsnota betreft, c.q. voor een toets door de kleine Commissie ruimtelijke kwaliteit een minimum van:

voor een welstandstoets van een plan, dat aangewezen erfgoed en/of een historisch gebied in de zin van de welstandsnota betreft, c.q. voor een toets door de grote Commissie ruimtelijke kwaliteit met een minimum van:

Bij bouwkosten van:

€ 500.001,00 t/m € 1.000.000,00

€ 1.000.001,00 t/m € 1.500.000,00

€ 1.500.001,00 t/m € 2.000.000,00

€ 2.000.001,00 t/m € 2.500.000,00

€ 2.500.001,00 t/m € 5.000.000,00

€ 5.000.001,00 t/m € 7.500.000,00

€ 7.500.001,00 t/m € 10.000.000,00

€ 10.000.001,00 t/m € 12.500.000,00

€ 12.500.001,00 t/m € 15.000.000,00

€ 15.000.001,00 t/m € 17.500.000,00

vanaf € 17.500.001,00

0,099%

€ 97,85

€ 130,05

€ 654,85

€ 787,35

€ 917,10

€ 1.049,60

€ 1.312,20

€ 1.640,20

€ 1.969,40

€ 2.297,52

€ 2.626,75

€ 2.954,80

€ 3.282,90

c.

voor een advies van de Commissie ruimtelijke kwaliteit in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel b: de werkelijke kosten van de advisering door de commissie, indien en voor zover legesheffing voor het onderwerp niet elders in de legesverordening is geregeld.

d.

Advies Commissie voor de milieueffectenrapportage

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet, voor een advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage: het bedrag dat deze commissie in rekening brengt op grond van de door de minister van Infrastructuur en Waterstaat goedgekeurde tariefstelling.

e.

bij advisering door een door de gemeente ingehuurde archeoloog in het kader van een door de gemeente op grond van het bestemmingsplan, omgevingsplan, gemeentelijk archeologiebeleid of de Omgevingswet vereiste indiening van een archeologisch onderzoek door de verzoeker, of in het kader van een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit of van een wijziging van het omgevingsplan voor medewerking aan een verzoek, worden de werkelijke kosten van de advisering door deze archeoloog bij de verzoeker in rekening gebracht.

f.

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Artikel 2.51 Instemming

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:

gratis

a.

als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming:

gratis

b.

als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de instemming:

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

gratis

2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.13 Vermindering

Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges als beschreven in artikel 2.4.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:

a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;

b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en

c. binnen 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.

Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd het minimale bedrag van de omgevingstafel.

m.u.v. indien het een vergunningsvrij bouwwerk betreft.

3.

Als binnen 36 maanden na verzending van het principebesluit een formele aanvraag voor een aangewezen bouwplan als in artikel 13.11 Omgevingswet wordt ingediend wordt het tarief als bedoel in artikel 2.4, derde lid met

in mindering gebracht op de leges die verschuldigd zijn voor deze aanvraag.

50%

Artikel 2.53 (Gereserveerd)

Paragraaf 2.14 Teruggaaf

Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt het verschil tussen de verschuldigde leges en de op basis van artikel 2.4 voor het omgevingsoverleg vastgestelde leges.

Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

100%

Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij regulier procedure

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

80%

b.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

60%

c.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes na de indiening van de aanvraag:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

25%

Met dien verstande dat voor de op grond van artikel 2.4 vastgestelde leges voor het omgevingsoverleg geen teruggaaf plaatsvindt.

Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

80%

b.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

60%

c.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes na de indiening van de aanvraag:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

25%

Met dien verstande dat voor de op grond van artikel 2.4 vastgestelde leges voor het omgevingsoverleg geen teruggaaf plaatsvindt.

Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

50%

Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

a.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.

50%

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

Met dien verstande dat voor de op grond van artikel 2.4 vastgestelde leges voor het omgevingsoverleg geen teruggaaf plaatsvindt.

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten

In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.

Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf

Een bedrag minder dan € 10,- wordt niet teruggegeven.

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2

Paragraaf 3.1 Horeca

Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting

Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van:

a.

een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 80,80

b.

een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 81,10

c.

Een melding als bedoeld in artikel 2:28C van de Algemene Plaatselijke Verordening:

€ 11,80

d.

Een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 2:28D van de Algemene Plaatselijke Verordening:

€ 81,10

Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

a.

een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:

€ 247,35

b.

een aanvraag tot wijziging van een eerder onder onderdeel a. verleende vergunning:

€ 81,10

c.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:

€ 11,80

d.

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

€ 11,80

e.

een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:

€ 81,10

f.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

€ 11,80

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven

Artikel 3.3 (Gereserveerd)

Artikel 3.4 (Gereserveerd)

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet

Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

a.

een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:

€ 15,40

b.

wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:

€ 13,00

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt

Artikel 3.6 Organiseren evenement

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 13,00

Artikel 3.7 Organiseren markt (gereserveerd)

Paragraaf 3.5 Standplaatsen

Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt (gereserveerd)

Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt (gereserveerd)

Artikel 3.10 Losse standplaatsen

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats:

€ 13,10

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap)

Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte (Gereserveerd)

Artikel 3.12 Vergunning samenvoegen woonruimte (Gereserveerd)

Artikel 3.13 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte (Gereserveerd)

Artikel 3.14 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten (Gereserveerd)

Artikel 3.15 Splitsingsvergunning (Gereserveerd)

Artikel 3.16 Vergunning toeristische verhuur (Gereserveerd)

Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming (Gereserveerd)

Artikel 3.18 Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte (Gereserveerd)

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

Artikel 3.19 Niet benoemd besluit op aanvraag

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ 13,00