Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 5 december 2023 met besluitnummer PZH-2023-844378172 tot vaststelling van de lijst met gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies van gedeputeerde staten nodig is

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 5 december 2023 met besluitnummer PZH-2023-844378172 tot vaststelling van de lijst met gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies van gedeputeerde staten nodig is

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op gelet op artikel 16.15a van de Omgevingswet en artikel 4:25 eerste lid, onderdeel g, van het Omgevingsbesluit;

Overwegende dat het wenselijk is te borgen dat de provincie in een vroeg stadium wordt betrokken bij de verlening van omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit indien er provinciaal belang aan de orde is.

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Lijst met gevallen waarvoor advies van gedeputeerde staten nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Artikel 1 Begrippen

  • -

    buitenplanse omgevingsplanactiviteit: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in Bijlage Onderdeel A van de Omgevingswet;

Artikel 2 Aanwijzing van gevallen voor verplicht advies

Gedeputeerde staten wijzen als gevallen als bedoeld in artikel 16.15a, onderdeel d, van de Omgevingswet aan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarop de volgende instructieregels als bedoeld in afdeling 7.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening van toepassing zijn:

  • a.

    artikel 7.22, tweede lid (niet-Basisnet transportroutes);

  • b.

    artikel 7.43d (motivering locatiekeuze bij aanpassen en transformeren);

  • c.

    artikel 7.43g (compensatie weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad of karakteristieke landschapselementen);

  • d.

    artikel 7.47 (grote buitenstedelijke bouwlocaties);

  • e.

    artikel 7.52, vierde en zesde lid (bedrijven);

  • f.

    artikel 7.54, tweede, derde en zesde tot en met elfde lid (glastuinbouwgebied);

  • g.

    artikel 7.56, vijfde, zesde, zevende en tiende lid (boom- en sierteeltgebied);

  • h.

    artikel 7.58, zesde en zevende lid (bollenteeltgebied);

  • i.

    artikel 7.59, tweede lid (agrarische bedrijven);

  • j.

    artikel 7.68, derde lid (bescherming archeologische waarden binnen de Neder-Germaanse Limes);

  • k.

    artikel 7.70, derde lid (bescherming bekende archeologische waarden);

  • l.

    artikel 7.72, tweede lid (bescherming molenbiotoop);

  • m.

    artikel 7.74, derde lid (bescherming landgoed- en kasteelbiotoop);

  • n.

    artikel 7.79 (bescherming recreatietoervaartnet);

  • o.

    artikel 7.86 (afwijkingsmogelijkheid – balansregeling).

Artikel 3 Uitzondering advies

Artikel 2 is niet van toepassing, indien:

  • a.

    het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag om de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit te beslissen, met toepassing van artikel 16.65, vijfde lid, van de Omgevingswet, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing heeft verklaard op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag, of,

  • b.

    vooroverleg is geweest tussen de diensten van de provincie Zuid-Holland en de diensten van het bevoegd gezag voor het behandelen van de aanvraag om de omgevingsvergunning en:

    • i.

      uit een schriftelijke vooroverlegreactie blijkt dat de concept-aanvraag niet in strijd is met de instructieregels, bedoeld in afdeling 7.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, en

    • ii.

      de ingediende aanvraag in overeenstemming is met de uitkomsten van het vooroverleg.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking treedt.

Artikel 5 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Lijst met gevallen waarvoor advies van gedeputeerde staten nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

Ondertekening

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

secretaris,

drs. M.J.A. van Bijnen

voorzitter,

drs. J. Smit