Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024

Geldend van 28-12-2023 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024

De raad van de gemeente Hoogeveen;

Gelet op het voorstel van het college;

Gelet op artikel 216 en 224 van de Gemeentewet;

Besluit

Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024

(Verordening toeristenbelasting 2024).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor recreatieve doeleinden;

  • b.

    mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor recreatieve doeleinden;

  • c.

    niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;

  • d.

    vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.

  • e.

    Niet-vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen van de gemeente zijn ingeschreven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    Belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3.

    Indien geen belastingplichtige is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1. De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die:

    • a.

      verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

    • b.

      als vreemdeling, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;

    • c.

      een leeftijd heeft tot en met vijftien jaar;

    • d.

      verblijft in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd.

  • 2. Bij de berekening van de heffingsgrondslag, als bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 7, worden niet als afzonderlijk onderkomen aangemerkt slaaptentjes van kinderen welke tentjes behoren bij onderkomens waarin gelijktijdig ouders of verzorgers van die kinderen overnachten.

Artikel 5 Maatstaf van heffing: overnachtingen

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 6 Belastingtarief

Het tarief bedragt per overnachting € 1,50.

Artikel 7 Maatstaf van heffing: vast bedrag

  • 1. In afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 5 en 6 kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 in mobiele kampeeronderkomens en/of stacaravans op vaste of niet-vaste standplaatsen naar vaste bedragen per standplaats worden geheven.

  • 2. De belasting bedraagt, bij de toepassing van het eerste lid, voor een mobiel kampeeronderkomen of stacaravan:

    • a.

      met 1 slaapplaats € 112,00;

    • b.

      met 2 slaapplaatsen € 219,00;

    • c.

      met 3 slaapplaatsen € 320,00;

    • d.

      met 4 slaapplaatsen € 404,00;

    • e.

      met 5 slaapplaatsen € 477,00;

    • f.

      met 6 of meer slaapplaatsen € 539,00.

Artikel 8 Keuze voor maatstaf van heffing

In afwijking van het bepaalde in artikel 7 wordt, op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek, de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien uit de door belastingplichtige te overleggen bescheiden blijkt dat dit aantal tot een lager aanslagbedrag leidt.

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 11 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, tweede lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.

Artikel 12 Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 10,- worden niet opgelegd.

Artikel 13 Termijnen van betaling

  • 1. Aanslagen moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990, worden voldaan binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval een machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de aanslag minimaal € 125 doch niet meer dan € 5.000 bedraagt, de aanslag moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op of omstreeks de vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de laatste termijn een maand later.

  • 3. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend wanneer een termijnen niet is betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving is gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.

  • 4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 14 Kwijtschelding

Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening toeristenbelasting 2023, vastgesteld op 8 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2024.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 7 december 2023.
De griffier, De voorzitter,
C. Elken-van Mierlo, K.B. Loohuis