Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709915
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709915/2
Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Beuningen 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Beuningen 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen.
Overwegende dat,
Gemeenten wettelijk verplicht zijn om te zorgen voor voldoende voorschoolse voorzieningen en deze goed verspreid zijn over de gemeente. Zo kunnen alle kinderen met een risico op een (taal)achterstand (kinderen met een VE-indicatie) deelnemen aan voorschoolse educatie. Gemeenten een minimaal aanbod dienen te realiseren van 16 uur voorschoolse educatie per week;
Gelet op de bepalingen in de Wet Kinderopvang, de Wet op het primair onderwijs (Wpo), Het Besluit basisvoorwaarden Kwaliteit Voorschoolse Educatie, het bepaalde in artikel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Beuningen;
Besluit vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Beuningen 2026
Artikel 1 - Begripsomschrijvingen
In deze nadere regeling wordt verstaan onder:
a.Aanbieder: een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet Kinderopvang, geregistreerd bij het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), met een locatie in gemeente Beuningen;
b.Algemene subsidieverordening (ASV): de algemene subsidieverordening gemeente Beuningen;
c.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen;
d.Fiscaal maximum: het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang door de Rijksoverheid;
e.Inkomensafhankelijke ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die ouders aan de aanbieder moeten betalen voor de deelname van hun kind aan peuteropvang of voorschoolse educatie;
f.Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen, een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar;
g.Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van de Belastingdienst bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang die onder de wet Kinderopvang valt;
h.LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
i.Ouder: ouder(s) of verzorger(s) van de (VE-)peuter die gebruik maakt van peuteropvang of voorschoolse educatie;
j.Peuter: bij de gemeente Beuningen in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar oud;
k.Peutermonitor: het door de gemeente Beuningen gefaciliteerde digitale monitoringsysteem waar aanbieders gegevens in uploaden dat als basis dient voor de uitbetaling van de subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie;
l.Reguliere peuteropvang: het aanbod van een kindcentrum zonder een VE-registratie in het LRK gericht op peuters van 2-4 jaar, die wonen in de gemeente Beuningen;
m.Subsidiabel uurtarief voorschoolse educatie (VE): het jaarlijks door de gemeente Beuningen vastgestelde maximaal te subsidiëren uurtarief voor voorschoolse educatie, aangeboden op een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK;
n.Subsidiabel uurtarief peuteropvang: het jaarlijks wettelijk vastgesteld maximaal te subsidiëren uurtarief voor kinderopvang (peuteropvang), vastgesteld door de Rijksoverheid;
o.Voorschoolse voorziening: organisatie voor peuteropvang of kinderopvang, die ingeschreven staat in het LRK en die een locatie hebben binnen de gemeente Beuningen;
p.Voorschoolse educatie: voorschoolse educatie (als onderdeel van voor- en vroegschoolse educatie (VVE)) voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin aan de hand van een VE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, in een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK.
q.VE-indicatie: een indicatie die afgegeven wordt door de JGZ, waarbij de JGZ op basis van de gemeentelijke doelgroep definitie inschat dat er sprake is van een risico op een achterstand in één of meerdere domeinen van de ontwikkeling (taal, spel, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling) en die recht geeft op extra uren voorschoolse educatie;
r.VE-peuter: peuter in de leeftijd van 2 tot 4 jaar die op basis van een indicatie van de JGZ in aanmerking komt voor voorschoolse educatie;
s.VE-registratie: een registratie van de aanbieder in het LRK, waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie.
Artikel 2 Reikwijdte
1. Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten.
2. Op deze subsidieregeling is de Algemene Subsidie Verordening (hierna: ASV) van toepassing, met dien verstande dat van de afwijkingsmogelijkheden van de ASV gebruik is gemaakt.
Artikel 3 Doel
Het doel van deze subsidieverordening is het toegankelijk maken van peuteropvang en voorschoolse educatie voor in de gemeente Beuningen wonende of verblijvende kinderen, zodat er optimale ontwikkelkansen zijn voor alle kinderen in de gemeente.
Artikel 4 Subsidieontvanger
Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die voldoet aan de vereisten uit de Wet Kinderopvang en de hieruit voortvloeiende regelgeving.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanbieders voor:
1. Het aanbieden van reguliere peuteropvang aan ouders van de peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag;
2. Het aanbieden van voorschoolse educatie aan:
a. de ouders van de peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
b. de ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;
c. de ouders van de VE-peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
d. de ouders van de VE-peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;
3. De wettelijk verplichte inzet van een hbo-beleidsmedewerker VE.
Artikel 6 Subsidieduur
1. De subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar, voor een periode van maximaal 40 (school)weken in
dat kalenderjaar.
2. De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter geen gebruik meer maakt van de
voorschoolse voorziening of uiterlijk op de dag dat de naar school gaat.
Artikel 7 Subsidie reguliere peuteropvang
De hoogte van de subsidie voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 5 onder 1. wordt als volgt berekend:
1. Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor peuteropvang vast op basis van het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid.
2. Subsidie voor peuteropvang wordt uitsluitend verleend aan ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag.
3. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 320 uur per jaar (8 uur x 40 weken).
4. Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 1.
Tabel 1:
Ouder recht op kinderopvangtoeslag: Nee
Uurtarief vanaf 0 tot en met 8 uur per week:Fiscaal maximum – (minus) ouderbijdrage
Artikel 8 Subsidie voorschoolse educatie
De hoogte van de subsidie voor voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 5 onder 2. wordt als volgt berekend:
1. Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van:
a. het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid.
b. een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door gemeente Beuningen gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie.
2. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 960 uur gedurende anderhalf jaar (640 uur per jaar). Binnen gemeente Beuningen bieden wij al de mogelijkheid om met twee jaar te starten waardoor er binnen Beuningen een maximum geldt van 1280 gedurende twee jaar (640 uur per jaar).
3. Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 2.
Tabel 2:
Ouder recht op kinderopvangtoeslag Ja
Uurtarief van 0 tot en met 8 uur Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage
Uurtarief vanaf 8 tot en met 16 uur per week Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE
Ouder recht op kinderopvangtoeslag Nee
Uurtarief van 0 tot en met 8 uur Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage
Uurtarief vanaf 8 tot en met 16 uur per week Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE
Artikel 9 Hoogte van de subsidie voor hbo-beleidsmedewerker VE
De hoogte van de subsidie voor een hbo-beleidsmedewerker als bedoeld in artikel 5 onder 3. wordt als volgt berekend:
1. De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per jaar per VE-peuter per locatie met voorschoolse educatie.
2. De peildatum voor het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal VE-peuters per locatie betreft 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar.
3. Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, trede 35. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald.
Artikel 10 Ouderbijdrage
1. Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de eerste twee dagdelen van maximaal 320 uur per jaar (640 uur per twee jaar).
2. De hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar en wordt gebaseerd op de meest recente VNG-adviestabel.
3. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de aanbieder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de aanbieder. De aanbieder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De aanbieder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente.
4. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.
Artikel 11 Aanvullende verplichtingen voorschoolse educatie en peuteropvang
1. De aanbieder die subsidie voor peuteropvang ontvangt:
a.verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten;
b.int de ouderbijdrage;
c.stimuleert de brede ontwikkeling van peuters;
d.maakt gebruik maken van een op de peuterleeftijd aangepast programma of methodiek;
e.draagt zorg voor een aanbod van peuteropvang in horizontale groepen (2-4 jarigen);
f.het aanbod van peuteropvang aan een peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag, bedraagt maximaal 640 uur over een periode van twee jaar, waarbij het aanbod per week verdeeld is over twee momenten van 4 uur per dag.
2. De aanbieder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt:
a. verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten;
b. int de ouderbijdrage;
c. neemt actief deel aan overleg over VE-peuteropvang in het kader van doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep;
d. zorgt voor een goede overdracht van peuters naar het onderwijs, die aansluit bij de afspraken, die daarover tussen college, aanbieders en onderwijs zijn vastgelegd en worden vastgelegd in de subsidiebeschikking;
e. levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente;
f. verleent doelgroepkinderen, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is;
g. het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter bedraagt minimaal 1280 uur over een periode van 2 jaar, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is.
Artikel 12. Aanvraag
1. Een aanbieder vraagt jaarlijks subsidie aan bij het college door gebruik te maken van een door de gemeente verstrekt formulier.
2. De subsidieaanvraag kan digitaal worden ingediend bij de gemeente via het gemeente portaal: www.beuningen.nl/subsidies-en-leningen
Artikel 13. Aanvraagtermijn
1. Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf 1 september tot uiterlijk 1 november voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar.
2. In afwijking van het eerste lid kan een eerste aanvraag om subsidie worden aangevraagd gedurende een subsidiejaar. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het College de aanvraag heeft goedgekeurd.
3. Als een aanvraag niet volledig is ingediend, geeft het college de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een hersteltermijn om de aanvraag aan te vullen. Als datum van aanvraag geldt dan de datum van ontvangst van de volledige aanvraag. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is aangevuld kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.
Artikel 14. Beslistermijn
1. Het college beslist binnen acht weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.
2. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 15. Weigeringsgronden
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de weigeringsgronden genoemd in de Algemene Subsidie Verordening, weigert het college de subsidie in ieder geval indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 5 en 10 van deze regeling.
2. Het college kan een subsidie aanvraag weigeren indien zij heeft vastgesteld dat er conform artikel 159 Wet op het primair onderwijs reeds voldoende voorzieningen in aantal en spreiding zijn in de gemeente om haar wettelijke taken uit te kunnen voeren.
Artikel 16. Verlenging, voorschotten, betaling
1. Op aanvraag van de aanbieder neemt het college een besluit over verlening van de voorlopige subsidie.
2. De verleende subsidie wordt in vier kwartalen van het lopende subsidiejaar betaald.
3. Berekening van het subsidievoorschot per jaar vindt plaats op de wijze zoals aangegeven in deze regeling met dien verstande dat de subsidiabele uren voor het desbetreffende jaar voor de berekening in aanmerking worden genomen.
Artikel 17. Verantwoording/Aanvraag tot vaststelling subsidie
1. De aanbieder verantwoordt de besteding van de subsidie door kwantitatieve gegevens in de Peutermonitor aan te leveren. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod. Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager.
2. Voor 1 juni van het jaar, dat volgt op het betrokken kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, dient de aanbieder een aanvraag tot vaststelling in.
3. Voor de verantwoording van de subsidie levert de aanbieder naast het in lid 1 gestelde een inhoudelijk verslag aan van maximaal 2 A4 waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Eventueel met een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant
Artikel 18. Wijziging verlengingsbeschikking
1. Op aanvraag van de aanbieder neemt het college een besluit over verlening van de voorlopige subsidie.
2. De verleende subsidie wordt in vier kwartalen van het lopende subsidiejaar betaald.
3. Berekening van het subsidievoorschot per jaar vindt plaats op de wijze zoals aangegeven in deze regeling met dien verstande dat de subsidiabele uren voor het desbetreffende jaar voor de berekening in aanmerking worden genomen.
Artikel 19. Subsidievaststelling
1. Het college stelt een subsidie vast binnen vier weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.
2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.
3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 18 is ingediend, kan het college de aanbieder schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
3. Als achteraf blijkt dat de subsidie te hoog of te laag is vastgesteld, corrigeert het college dit door het teveel betaalde terug te vorderen of het te weinig betaalde alsnog te betalen.
4. Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de gemeente, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden:
a. een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en de ouder van het kind;
b. het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie;
c. een ondertekende ouderverklaring van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage;
d. een indicatieformulier van het consultatiebureau van peuters met een VVE-indicatie.
Artikel 20. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen bij of krachtens deze subsidieregeling is bepaald, als daaraan vasthouden voor een subsidie-aanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze subsidieregeling treedt in werking per 1 januari 2026.
2. Dit besluit wordt aangehaald als Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Beuningen 2026
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering op 6 januari 2026 van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Beuningen 2026.
Het college van burgemeester en wethouders gemeente Beuningen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl