Standplaatsenbeleid gemeente Geertruidenberg 2014

Geldend van 18-04-2014 t/m heden

Intitulé

Standplaatsenbeleid gemeente Geertruidenberg 2014

1. Inleiding pagina 3

2. Begripsomschrijvingen en reikwijdte pagina 4

3. Doel en uitgangspunten pagina 6

4. Juridisch kader pagina 7

5. Huidige situatie pagina 10

6. Beleidskader pagina 11

7. Beleid pagina 19

8. Handhavingsparagraaf pagina 22

9. Slotbepalingen. pagina 23

Bijlagen: 1. Regelgeving pagina 24.

Hoofdstuk 1. INLEIDING

In 2007 is er gestart met een integrale voorbereiding van een standplaatsenbeleid.

Vanuit belangengroeperingen is een werkgroep samengesteld die het nieuwe beleid mee voorbereidde. Hiermee is er aan de voorkant door alle betrokken partijen geïnvesteerd in de totstandkoming van het Standplaatsenbeleid Gemeente Geertruidenberg, dat op 8 februari 2008 in werking trad.

Hiermee wordt er duidelijkheid gecreëerd in de mogelijkheden van het innemen van een standplaats in deze gemeente. Het gaat om (verkoop)standplaatsen buiten de weekmarkten en buiten de standplaatsen die ingenomen worden tijdens evenementen.

In de afgelopen jaren zijn er verschillende ervaringen mee opgedaan. Om de vraag te beantwoorden of het standplaatsenbeleid aanpassing nodig heeft, is het geëvalueerd.

Aanpak evaluatie

Voor de evaluatie is gekozen voor een andere en vlottere benadering: een schriftelijke evaluatie waarbij alle betrokken partijen worden benaderd, zoals de standplaatshouders, ingeschrevenen op de wachtlijst, de VOG, Koninklijk Horeca Nederland afdeling Geertruidenberg (KHN), de marktadviescommissie, en de politie.

In de schriftelijke evaluatie stonden een aantal vragen centraal over:

  • -

    het aantal standplaatslocaties

  • -

    het aantal standplaatsen

  • -

    de bezetting van de standplaatsen/het aantal vergunningen per standplaats

  • -

    de tijden voor het innemen van een standplaats

  • -

    de wachtlijst.

 

Daarnaast heeft de gemeentelijke organisatie vijf jaar ervaring met het standplaatsenbeleid, en is input gegeven op de centrale vragen ten behoeve van de evaluatie.

Ook zijn toezeggingen aan de gemeenteraad, die betrekking hebben op standplaatsen, betrokken bij deze evaluatie.

Geconcludeerd wordt dat het standplaatsenbeleid op punten aanpassing behoeft. Dat leidt tot dit nieuwe Standplaatsenbeleid gemeente Geertruidenberg 2014.

Hoofdstuk 2. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN REIKWIJDTE

Artikel 2.1 Wat is venten

Onder venten wordt verstaan: de uitoefening van de kleinhandel, waarbij de goederen en diensten aan willekeurige voorbijgangers worden aangeboden, dan wel het huis-aan-huis aanbieden van goederen en diensten. Van venten is sprake als de venter zijn waren voortdurend vanaf een andere plaats aanbiedt, tenzij hij zijn cliëntèle aan het bedienen is.

Uit jurisprudentie blijkt dat het tijdelijk stilstaan in afwachting van klanten geen venten is. Het innemen van een standplaats gedurende 10 minuten of langer zonder klantcontact vereist een standplaatsvergunning.

In het kader van vereenvoudiging van regelgeving is geen vergunning meer nodig voor het venten. Wel zijn er in de APV regels gesteld waaraan men zich moet houden.

Artikel 2.2 Wat is een standplaats

Onder het innemen van een standplaats wordt verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Niet alleen voor het innemen van een standplaats op openbare grond, maar ook voor het innemen van een standplaats op privéterrein is op grond van de APV een vergunning nodig.

Artikel 2.3 Reikwijdte

Dit beleid geldt voor het innemen van een standplaats binnen de gemeente Geertruidenberg. Er zijn enkele onderwerpen die niet onder de werking van dit beleid zullen vallen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het collecteren, de weekmarkt, standplaatsen op evenementen en snuffelmarkten en verkooppunten met een bouwvergunning.

Een collecte is het inzamelen van geld en/of goederen ten behoeve van een liefdadig of ideëel doel. Het komt voor dat hierbij een drukwerk of een goed wordt overhandigd. Er blijft sprake van een collecte indien het gaat om een willekeurig of een vast geldbedrag, dat niet als een reële contraprestatie aangemerkt kan worden, en het geld een bijdrage is voor een duidelijk kenbaar liefdadig of ideëel doel.

De weekmarkten zijn door de gemeenteraad ingesteld op basis van de Gemeentewet. Voor het innemen van een standplaats op een weekmarkt in deze gemeente is geen standplaatsvergunning op grond van de APV nodig maar een vergunning op grond van de Marktverordening. Dit Standplaatsenbeleid is daarom niet van toepassing op de weekmarkten.

Elke kern heeft een weekmarkt: Geertruidenberg op vrijdagmiddag, Raamsdonksveer op dinsdagmiddag en Raamsdonk op vrijdagochtend.

Evenmin is het van toepassing op ingenomen standplaatsen tijdens evenementen en/of snuffelmarkten waarvoor op grond van artikel 2:25 en 5:23 van de APV vergunning is verleend.

Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. Beoordeeld moet worden of er sprake is van drukwerk waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard. Het verspreiden van handelsreclame wordt niet tot de vrijheid van drukpers gerekend.

Wanneer het verspreiden van gedrukte stukken vanaf een standplaats gebeurt, is een vergunning vereist. Deze vergunning mag echter niets bepalen over de inhoud van de gedrukte stukken, maar wel over zaken betreffende de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid, bescherming van het milieu enzovoorts.

Voor het voeren van reclame in de openbare ruimte ten behoeve van een standplaats gelden aparte regels die in de APV zijn opgenomen.

Tot slot geldt, dat indien voor een verkooppunt een bouwvergunning is verleend, er geen standplaatsvergunning op grond van de APV meer voor benodigd is. Dit geldt voor twee frituurverkooppunten: op de Markt in Geertruidenberg en in de Schansstraat in Raamsdonk.

Hoofdstuk 3. DOEL EN UITGANGSPUNTEN

Artikel 3.1 Doel

Het doel van dit Standplaatsenbeleid is om structuur en transparantie te creëren in de mogelijkheid tot het innemen van een standplaats in deze gemeente. Hiermee zal de rechtszekerheid worden bevorderd, niet alleen voor de vergunninghouders maar ook voor onze inwoners en ondernemers.

Bovendien wil de gemeente wildgroei van standplaatsen voorkomen, wat ten goede komt aan de openbare orde en de openbare veiligheid. Daarbij is het uiterlijk aanzien van de gemeente ermee gebaat

Artikel 3.2 Uitgangspunten

Een eerste uitgangspunt bij dit Standplaatsenbeleid is de bestendiging van de huidige situatie.

Aanvragen voor een standplaatsvergunning worden naast weigeringsgronden in de APV ook getoetst aan dit beleid. Hierin worden onder andere standplaatslocaties aangewezen en een maximumstelsel ingevoerd.

Tot slot zal worden gestreefd naar uniformering van standplaatsvergunningen alsook naar uniformering van de betalingsvorm: uitgangspunt zal precariobelasting zijn voor het innemen van een standplaats op gemeentegrond.

Bovendien zal voor het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag een legesbedrag verschuldigd zijn

Hoofdstuk 4. JURIDISCH KADER

De volgende wettelijke regelingen zijn van toepassing op de ambulante handel.

Artikel 4.1 Europese voorschriften
  • Dienstenrichtlijn

De Europese Unie (EU) voerde op 28 december 2006 de Dienstenrichtlijn in ter bevordering van de vrije vestiging en het vrije verkeer van diensten in de lidstaten. Er is sprake van ‘vrij verkeer van diensten’ wanneer er een grensoverschrijdend element is.

In Nederland is de Dienstenrichtlijn vertaald in de Dienstenwet die op 28 december 2009 in werking is getreden.

Deze Dienstenwet is van toepassing op standplaatsvergunningen voor diensten, niet voor standplaatsvergunningen voor goederen.

Beleidsregels voor diensten zijn ook volgens de Europese onderworpen aan dwingende redenen van algemeen belang: de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu. Ook mag het beleid niet in strijd zijn met de bevoegdheidsgrondslag om ordenend op te treden; het mag niet de wettelijke grondslag van artikel 149 Gemeentewet van de APV-bepalingen overschrijden.

Meer informatie over de Dienstenrichtlijn vindt u in bijlage 1.

Artikel 4.2 Landelijke wettelijke regelingen

Hieronder volgt een opsomming van overige wettelijke regelingen waarmee ambulante handel te maken heeft:

  • Grondwet

  • Colportagewet

  • Dienstenwet

  • Warenwet

  • Vreemdelingenwet 2000

  • Woningwet

  • Wet milieubeheer

  • Wet op de Ruimtelijke Ordening: bestemmingsplannen.

In bijlage 1 staat een korte toelichting hierop.

Vanwege de actuele ontwikkelingen rondom de zondagopenstelling van winkels gaan wij hier nader op in.

  • Winkeltijdenwet

Recent is door wetswijziging mogelijk gemaakt dat gemeenten zelf in hun verordening mogen bepalen of winkels structureel op zondag open mogen. De gemeente Geertruidenberg heeft in zijn winkeltijdenverordening mogelijk gemaakt dat winkels op zon- en feestdagen open mogen.

Artikel 4.3 Lokale regelingen
  • Algemene Plaatselijke Verordening

Grondslag voor dit beleid zijn de bepalingen van de geldende Algemene Plaatselijke Verordening (APV) . In artikel 1:8 en 5:18 van de APV zijn de weigeringsgronden voor standplaatsvergunningaanvragen opgenomen:

  • -

    de openbare orde;

  • -

    de openbare veiligheid;

  • -

    de volksgezondheid;

  • -

    de bescherming van het milieu;

  • -

    indien er strijd is met een geldend bestemmingsplan;

  • -

    indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de eisen van redelijke welstand (geldt niet voor bouwwerken);

  • -

    indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

 

In dit Standplaatsenbeleid zijn nadere beleidsregels opgenomen waarin wordt aangegeven wanneer wel of niet tot het afgeven van een standplaatsenvergunning wordt overgegaan. De beslissing op een aangevraagde vergunning moet wel te herleiden zijn tot een weigeringsgrond die in de APV is opgenomen.

In bijlage 1 zijn de artikelen in de APV ten aanzien van standplaatsen opgenomen.

 

  • Brandbeveiligingsverordening (op grond van de Wet veiligheidsregio’s en het Bouwbesluit 2012)

  • Bouwverordening (op grond van de Woningwet)

Op grond van deze regelingen kunnen voorschriften worden verbonden aan een standplaatsvergunning in het belang van de brandveiligheid.

 

  • Verordening precariobelasting

Voor het met vergunning innemen van een standplaats op openbare grond kan de gemeente een vergoeding bedingen. De grondslag hiervan kan gegeven worden in een retributieverordening of in een huurovereenkomst.

In een retributieverordening kan afhankelijk van het formaat en de locatie van de standplaats een bedrag worden vastgesteld.

De gemeente Geertruidenberg heeft een retributieverordening: de verordening precariobelasting die jaarlijks wordt vastgesteld. Hierin is geregeld dat voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond een directe belasting wordt geheven. In de bijbehorende tarieventabel zijn de bedragen genoemd ten aanzien van standplaatsen.

Artikel 4.4 Privaatrechtelijke regelingen
  • Huurovereenkomst

In een enkel geval is in het verleden een huurovereenkomst gesloten voor het in gebruik nemen van gemeentegrond met een standplaats. In deze huurovereenkomst is onder meer de vergoeding geregeld.

De huurprijs en andere voorwaarden die in een huurovereenkomst worden bedongen mogen geen belemmering vormen voor het innemen van een standplaats. Uit jurisprudentie is gebleken dat het bedingen van een hoge huurprijs voor het gebruik van de openbare weg niet zover kan gaan dat een feitelijke belemmering ontstaat voor het innemen van een standplaats waarvoor een vergunning is verleend (Vz ARRS 12 april 1991, JG 91.0369).

Er is een keuze mogelijk tussen het toepassen van een retributieverordening (in dit geval een precarioverordening) en het aangaan van een huurovereenkomst ten aanzien van standplaatsen. Hierbij moet opgemerkt worden dat een dergelijke keuze consequent gehanteerd dient te worden. Geertruidenberg past tegenwoordig de precarioverordening toe bij het innemen van standplaatsen.

Artikel 4.5 Jurisprudentie

Jurisprudentie wordt gevormd door een constante lijn van rechterlijke uitspraken en is een richtlijn hoe om te gaan met regelgeving.

Uit jurisprudentie blijkt dat het is toegestaan om het aantal af te geven standplaatsvergunningen te beperken in het belang van de openbare orde en de verkeersveiligheid. Wel dient iedere vergunningaanvraag getoetst te worden aan de weigeringsgronden.

Ook is het toegestaan om beleidsregels vast te stellen, inhoudende objectieve, algemeen bekendgemaakte criteria die bij de beoordeling van een vergunningaanvraag gehanteerd worden. Dit beleid mag echter niet leiden tot een beslissing op een aangevraagde vergunning die niet kan worden herleid tot de in artikel 1:8 en 5:18 van de APV genoemde weigeringsgronden (“rule of reason”), zijnde: in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu en bovendien indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand en vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan.

Ook beleidsregels zijn volgens artikel 4, van de Dienstenrichtlijn onderworpen aan dwingende reden van algemeen belang: de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu.

Bij het hanteren van deze weigeringsgronden kan een verdeling gerealiseerd worden van het aantal standplaatsen, waarbij de af te geven vergunningen zodanig over de week verspreid worden, dat een concentratie van de in te nemen standplaatsen wordt tegengegaan. De weigeringsgronden kunnen ook gebruikt worden wanneer veel belangstelling voor dezelfde locatie ontstaat. Een aantal standplaatsen op één plek doet ook de kans op feitelijke marktvorming ontstaan. Ook is het mogelijk om specifieke standplaatsen op bepaalde locaties te weren. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan bakkramen die in verband met stankoverlast of brandgevaarlijkheid niet in de directe nabijheid van gebouwen gewenst zijn.

Hoofdstuk 5. HUIDIGE SITUATIE

De situatie op 1 januari 2014

Standplaatslocatie

 

Aantal

Soort

Status

Bezetting

Branche

 

Geertruidenberg

 

 

 

 

 

Schonckplein

2

Vaste standplaats

Bezet

Beiden 1 dag per week

1. Goud

2. Brood/banket.

Schonckplein

1

Incidenteel

 

 

Markt

1

Vaste standplaats

bezet

1 dag per week

Vis.

 

Raamsdonksveer

 

 

 

 

 

Bachplein

1

Vaste standplaats

Vrij

 

 

Bachplein

1

Incidenteel

 

 

Burg. Krijgsmangeerde

1

Vaste standplaats

Bezet

1 dag per week

Vis.

Gangboord

1

Vaste standplaats

Vervallen (was uitsterflocatie).

-

-

Heereplein

2

Vaste standplaats

Bezet

1: 7 dagen per week

 

2: 2 dagen per week

1. Frituur (gaat vervallen)

  Vietnamese loempia’s.

Heereplein

1

Incidenteel*

Bezet

1 maand (december)

Oliebollenkraam.

Parkeerplaats bij zwembad Ganzewiel

1

Incidenteel**

Bezet

1 maand (december)

Kerstbomen.

 

Raamsdonk

 

 

 

 

 

Plein Oude Melkhaven

1

Incidenteel

 

 

* uitsluitend voor oliebollen in december.

** uitsluitend voor kerstbomen in december.

De huidige bezetting van de standplaatsen is één standplaatshouder per plaats. De meeste standplaatslocaties worden één dag(deel) per week bezet. Uitzonderingen zijn de loempiakraam op het Heereplein die er twee dagen per week staat, en de frituurstandplaats op het Heereplein, die er zeven dagen per week staat.

De vaste standplaats op het Bachplein is momenteel niet ingenomen.

Een incidentele standplaats (Schonckplein, Bachplein en plein Oude Melkhaven) mag éénmaal per kalendermaand worden ingenomen. Uitzonderingen zijn de jaarlijks terugkerende oliebollenkraam in december op het Heereplein in Raamsdonksveer en de kerstbomenverkoop in de winter op de parkeerplaats van De Ganzenwiel.

Hoofdstuk 6. BELEIDSKADER

Beleidsregels kunnen worden gevormd op grond van de in de APV genoemde weigeringsgronden:

  • de openbare orde;

  • de openbare veiligheid;

  • de volksgezondheid;

  • de bescherming van het milieu;

  • indien er strijd is met een geldend bestemmingsplan;

  • indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de eisen van redelijke welstand (geldt niet voor bouwwerken);

  • indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Artikel 6.1 Openbare orde en openbare veiligheid

Het is in het belang van de openbare orde en de openbare veiligheid dat er nadere beleidsregels worden vastgesteld ten aanzien van de locaties waar standplaats kan worden ingenomen en het aantal in te nemen standplaatsen in deze gemeente. Hiermee wordt structuur en transparantie aangebracht en kan wildgroei van standplaatsen worden voorkomen, wat ten goede komt aan de openbare orde en de openbare veiligheid. Bovendien is het uiterlijk aanzien van de gemeente ermee gebaat.

Het maximumstelsel ten aanzien van het aantal standplaatsen en de standplaatslocaties, dat in 2008 ingevoerd, wordt in dit kader behouden.

In 2008 is de toenmalige situatie is bestendigd in het standplaatsenbeleid. De standplaatslocaties werden al jaren lang bezet door merendeels dezelfde vergunninghouders. Ten aanzien van de kern Raamsdonk werd de gemeente niet geconfronteerd met aanvragen om een vaste standplaatsvergunning. Geconcludeerd is dat de toenmalige situatie evenwichtig bleek en voldeed aan de wensen en behoeften van standplaatshouders, inwoners en ondernemers. In het belang van de openbare orde en veiligheid is ervoor gekozen om het aantal standplaatslocaties en het aantal standplaatsen niet uit te breiden.

Lokaties

Uit de in 2013 gehouden evaluatie komt naar voren, dat de standplaatslocaties voor de kernen Geertruidenberg en Raamsdonk voldoen.

Voor de kern Raamsdonksveer dienen de standplaatslocaties wel aan de actualiteit te worden aangepast.

Vaste standplaatslocaties

> Centrum van Raamsdonksveer: Heereplein

Evenals in 2008 geldt, dat het verplaatsen van de huidige vaste standplaatsen in het centrum van Raamsdonksveer momenteel geen optie is:

  • -

    de Monumentencommissie heeft in 2007 geoordeeld dat standplaatslocaties direct bij de kiosk op het Heereplein deze vanuit welstandsoogpunt onverantwoord zijn. De kiosk is beeldbepalend en een mogelijk toekomstig gemeentelijk monument. Direct bij de kiosk zou geen standplaats aanwezig moeten zijn. Deze beoordeling is nu nog actueel;

  • -

    er heerst een grote parkeerdruk op het Heereplein en andere locaties in het centrum van Raamsdonksveer. Het is niet aanvaardbaar dat door het verplaatsen van de huidige vaste standplaatsen of door het inrichten van nieuwe standplaatsen structureel parkeerplaatsen verloren gaan;

  • -

    de gemeenteraad heeft bij de behandeling van het bestemmingsplan Centrum Raamsdonksveer aangegeven dat hij geen nieuwe standplaatsen van definitieve aard meer op het Heereplein wil toestaan;

  • -

    in 2013 is gestart met de herinrichting van het centrum. Begonnen is met het Anker en de Hoofdstraat. De reconstructie van het Heereplein deel I (gedeelte voor de kiosk) krijgt in de eerste helft van 2014 zijn beslag, deel II volgt in de tweede helft van dat jaar. De (her)inrichting van de Vrijheidstraat wordt ook voorzien in de tweede helft van dat jaar.

 

Op het Heereplein zijn om deze redenen geen standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd mogelijk. Standplaatshouders moeten jaarlijks een standplaatsvergunning aanvragen.

 

  • Frituurstandplaats

In 2008 is in het standplaatsenbeleid aangegeven dat de aanwezige frituurstandplaats op het Heereplein daar al meer dan 50 jaar wordt ingenomen. Hiervoor wordt jaarlijks een standplaatsvergunning verleend. Mede in verband met de locatie naast de kiosk, die vanuit welstandsoogpunt niet verantwoord is, zijn er met de betreffende ondernemers onderhandelingen gevoerd die leiden tot verplaatsing van deze onderneming naar een nieuw te realiseren pand aan de Vrijheidstraat in Raamsdonksveer.

Deze standplaatslocatie wordt aangewezen als een uitsterflocatie. Dit betekent, dat de huidige standplaatsvergunninghouder deze standplaats mag blijven exploiteren maar dat deze locatie aan het Heereplein niet meer beschikbaar is voor een volgende exploitant. Jaarlijks dient hiervoor een standplaatsvergunning te worden aangevraagd.

Wanneer de verplaatsing van deze onderneming is gerealiseerd, of wanneer de huidige standplaatshouder deze standplaats definitief niet meer inneemt dan wel er geen standplaatsvergunning meer voor aanvraagt, vervalt deze vaste standplaats op het Heereplein.

 

  • Standplaats Vietnamese loempia’s

Aanvankelijk werd voor de standplaats voor de verkoop van Vietnamese loempia’s een locatie naast Heereplein 11 aangewezen, op de parkeerplaats voor het gemeentehuis. Na verloop van tijd bleek dit geen optimale locatie en is in overleg met de ondernemer de standplaats verplaatst naar de hoek van het Heereplein/Hoofdstraat.

Inmiddels is deze locatie in het bestemmingsplan centrum Raamsdonksveer opgenomen en wordt deze hier nu gehandhaafd.

Rekening moet worden gehouden dat deze standplaats op een veilige afstand van minimaal vijf meter van de gevel wordt geplaatst. Gelet op de aanwezige ruimte kan deze standplaats alleen worden ingenomen door een kleinere kraam (niet groter dan 2x3 meter).

 

> Centrum van Raamsdonksveer: Gangboord

In 2008 is de standplaats aan het Gangboord aangewezen als uitsterflocatie omdat er geen sprake was van een optimale verkeersveilige situatie. Inmiddels wordt deze standplaats niet meer ingenomen door de toenmalige standplaatshouder en daarmee is deze standplaatslocatie vervallen.

 

> Centrum Raamsdonksveer: geen nieuwe vaste standplaatslocatie

Nu de standplaats op het Gangboord is vervallen, en een vaste standplaats op het Heereplein is aangewezen als uitsterflocatie, is uiteraard ook bezien of er elders in het centrum van Raamsdonksveer een nieuwe vaste standplaatslocatie kan worden aangewezen.

Deze locatie moet een aantrekkelijke ligging hebben zonder dat dit ten koste gaat van beschikbare parkeerruimte of de doorstroming van verkeer, en het mag geen onevenredige hinder opleveren voor de omgeving. De locatie moet dus voldoen aan belangrijke aspecten ten aanzien van openbare orde en veiligheid (waaronder verkeersveiligheidsaspecten en brandweeraspecten zoals voldoende afstand tot een gevel), volksgezondheidsaspecten en milieu (bijvoorbeeld geurhinder).

Dit maakt dat het vrijwel onmogelijk is om in het centrum van Raamsdonksveer een geschikte nieuwe standplaatslocatie aan te wijzen waarmee aan alle eisen wordt voldaan.

 

> Bachplein Raamsdonksveer

De standplaatslocatie Bachplein in Raamsdonksveer is niet erg in trek. Deze is wel nabij een basisschool gelegen. Deze zomer leidde een aanvraag voor een snackstandplaats aldaar tot verhitte reacties. Met inachtneming van aanvullend beleid onder paragraaf 6.2 (in het belang van de volksgezondheid) kan deze locatie worden gehandhaafd.

 

> Plassengebied in Raamsdonksveer

Het plassengebied c.q. de voormalige zandwinput, gelegen tussen de Oosterhoutseweg en de Beelaertsweg in Raamsdonksveer, is in 2004 al uitgesloten voor het innemen van een standplaats.

 

Dit beleid is in 2008 in het standplaatsenbeleid bestendigd.

In de toelichting van het bestemmingsplan staat dat aan de nieuwe plassen alleen de functie van extensieve recreatie is toegekend, en ze daarom geen zwemplas zijn ten behoeve van intensieve recreatie. Het toestaan van een standplaats alhier kan intensieve (zwem)recreatie stimuleren, wat niet alleen ongewenst is maar ook strijdig met het bestemmingsplan. Zwemmen in deze plassen wordt niet gestimuleerd en is zelfs ongewenst omdat het gevaarlijk water is: het heeft steile oevers, geen geleidelijk aflopende bodem en een grote diepte.

Het toestaan van een standplaats is in het kader van de openbare veiligheid niet wenselijk.

Dit houdt in dat hier geen standplaatslocatie wordt gecreëerd waarop standplaats kan worden ingenomen.

 

Omdat het venten sinds 2008 vergunningvrij is, en er daarom geen nadere regels omtrent venten nodig zijn, is als uitgangspunt gekozen dat venten er mogelijk is. Wanneer een venter langer dan 10 minuten stilstaat zonder klantcontact, is er sprake van het innemen van een standplaats, en dat is hier niet toegestaan.

 

> Industrieterrein Dombosch

In 2008 is er bewust voor gekozen om op industrieterrein Dombosch geen standplaatslocatie te creëren. De openbare ruimte van het industrieterrein leent zich er niet voor. Uit de praktijk bleek bijvoorbeeld dat een standplaats een verkeersaantrekkende werking heeft, waardoor auto’s in de bermen worden geparkeerd en de bermen daarop niet zijn toegerust en omdat dit verkeershinder kan opleveren.

Dit uitgangspunt wordt gehandhaafd.

 

Bezetting van de vaste standplaatslocaties

In het standplaatsenbeleid van 2008 is geen ruimere bezetting mogelijk gemaakt dan één standplaatsvergunning per standplaats. Uit de gehouden evaluatie blijkt dat er bij een kleine meerderheid behoefte is aan een ruimere bezettingsmogelijkheid.

Daarbij is rekening gehouden met het feit dat in het centrum van Raamsdonksveer twee vaste standplaatslocaties zijn c.q. gaan vervallen (Gangboord en de frituurstandplaats op het Heereplein) en er geen vaste standplaatslocatie voor in de plaats komt.

Ook is er een wachtlijst waardoor er vraag is.

 

In het belang van een gevarieerd aanbod is het van belang om per vaste standplaats maximaal één vergunning per branche voor maximaal twee dagen per week te verlenen. Een ondernemer mag maximaal twee dagen per week deze standplaats mag innemen met hetzelfde product of dienst. Daarmee wordt ook de onwenselijke situatie voorkomen dat een standplaats op een gegeven moment permanent wordt ingenomen omdat een ondernemer zijn kraam of wagen op een standplaatslocatie laat staan.

De bestaande uitzondering, de frituurstandplaats op het Heereplein, wordt in stand gehouden mede in het licht van aanwijzing van deze standplaatslocatie als uitsterflocatie.

 

Verder wordt mogelijk gemaakt dat een vaste standplaats maximaal zes dagen per week mag worden bezet. Enkel op de dag waarop in de kern de weekmarkt wordt gehouden, is het innemen van een standplaats niet mogelijk.

Dat betekent ook dat, in verband met de verruimde mogelijkheden in de Winkeltijdenwet en de winkeltijdenverordening voor winkelopenstelling op zon- en feestdagen, het innemen van een standplaats voor de verkoop van goederen op zon- en feestdagen kan worden toegestaan.

 

Bij de keuze voor een bredere bezettingsmogelijkheid van de standplaatslocaties, kan één van de twee vaste standplaatsen aan het Schonckplein vervallen.

 

Incidentele standplaatsen

Om een spreiding van standplaatsen te realiseren, en om zoveel mogelijk de parkeerdruk op de Markt in Geertruidenberg en het Heereplein in Raamsdonksveer te ontlasten is mogelijk gemaakt dat eenmaal per kalendermaand standplaats mag worden ingenomen op het Schonckplein in Geertruidenberg, Bachplein in Raamsdonksveer en het plein aan De Oude Melkhaven en de Stationstraat in Raamsdonk.

Daarnaast blijft het mogelijk dat jaarlijks in december standplaats wordt ingenomen voor de verkoop van oliebollen op het Heereplein en voor de verkoop van kerstbomen op de parkeerplaats van zwembad De Ganzewiel in Raamsdonksveer.

 

> Centrum van Raamsdonksveer: Heereplein, incidentele standplaats voor oliebollen

In 2013 is gestart met de herinrichting van het centrum. De reconstructie van het Heereplein krijgt zijn beslag in 2014, er hoeft naar verwachting voor de oliebollenkraam in 2014 geen alternatieve locatie gezocht te worden.

Ook na de herinrichting van het centrum kan de incidentele standplaats voor de oliebollenkraam op het Heereplein in de maand december gehandhaafd worden. Bij voorkeur in de nabijheid van de aansluitpunten voor stroom en water. Wel moet rekening gehouden worden met een blijvende doorstroming van het verkeer, en het uitgangspunt dat er geen standplaats bij de beeldbepalende kiosk wordt ingenomen.

 

Verder worden de mogelijkheden tot het incidenteel innemen van een standplaats in deze gemeente ten behoeve van plaatselijke initiatieven verruimd:

 

> Centrum van Raamsdonksveer: incidentele standplaats voor plaatselijke initiatieven

In de praktijk blijkt dat er in het centrum van Raamsdonksveer behoefte is aan een incidentele standplaats voor diensten als verkiezingsactiviteiten en goede doelen. Hierdoor wordt het Anker, Gangboord of Hoofdstraat aangewezen als incidentele standplaatslocatie enkel ten behoeve van verkiezingsactiviteiten en goede doelen.

 

De afgelopen jaren bleek ook dat er incidenteel behoefte is door plaatselijke ondernemers en plaatselijke initiatiefnemers aan de mogelijkheid om in het centrum van Raamsdonksveer een standplaats in te nemen.

Omdat dit positief kan bijdragen aan de verlevendiging van het centrum wordt mogelijk gemaakt dat in de Hoofdstraat, Anker, Gangboord, Vrijheidstraat en op het Heereplein incidenteel een standplaats kan worden ingenomen door plaatselijke ondernemers en initiatiefnemers voor plaatselijke initiatieven (bijv. voor moederdag, vaderdag, pasen, sinterklaas en kerstmis). Ondernemers kunnen al dan niet tegelijkertijd een standplaats innemen met eigen producten voor hun eigen zaak.

Omdat sommige activiteiten in één maand kunnen samenvallen, maar voorkomen moet worden dat er te kust en te keur standplaats wordt ingenomen waardoor de kans op verkapte marktvorming aanwezig is, wordt hieraan een maximum van twee keer per maand verbonden.

Nota bene: als er meer dan vijf ondernemers tegelijkertijd een kraam gaan plaatsen, is er sprake van verkapte marktvorming en krijgt het meer de vorm van een evenement. Als de gemeente dit wil toestaan, kan dit door middel van een evenementenvergunning mogelijk gemaakt worden.

 

Het spreekt voor zich dat voor deze activiteiten vergunning moet worden aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van de APV en dat getoetst wordt aan de weigeringsgronden in de APV.

 

> Parkeerplaats Kloosterweg/Oosterhoutseweg: incidentele standplaats voor geneeskundige diensten

In de praktijk blijkt dat de parkeerplaats langs de Kloosterweg/Oosterhoutseweg in Raamsdonksveer het meest geschikt is voor geneeskundige diensten om daar standplaats in te nemen voor plaatselijke bevolkingsonderzoeken, bijvoorbeeld voor borstkankeronderzoek. Veelal wordt hiervoor een soort trailer gebruikt die enkele weken achtereen wordt geplaatst. Voorheen werd deze geplaatst op het Heereplein, maar dat is niet gewenst omdat dit voor een langere duur de nodige parkeerplaatsen in beslag neemt.

In dit standplaatsenbeleid wordt de parkeerplaats langs de Kloosterweg/Oosterhoutseweg in Raamsdonksveer aangewezen als incidentele standplaatslocatie, enkel ten behoeve van het uitvoeren van (geneeskundige) bevolkingsonderzoeken.

 

Tijden voor het innemen van een standplaats

Het standplaatsenbeleid uit 2008 maakt het mogelijk om tussen 09.00 en 18.00 uur en op koopavonden standplaats in te nemen. De Winkeltijdenwet is ruimer en staat winkelopenstelling toe op werkdagen tussen 06.00 uur en 22.00 uur. Bovendien zijn onlangs de mogelijkheden voor winkelopenstelling op zon- en feestdagen verruimd. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats.

Aansluiting bij de bepalingen in de Winkeltijdenwet en de winkeltijdenverordening heeft de voorkeur, dit vergemakkelijkt de handhaving ervan. Alleen moet er rekening worden gehouden met het opbouwen en afbreken binnen deze tijden, wat (geluid)hinder met zich mee kan brengen voor de woon- en leefomgeving.

Daarom is bepaald dat de tijden voor het exploiteren van een standplaats mogelijk is tussen 08.00 en 22.00 uur, inclusief op- en afbouw. Op zondag moet aansluiting worden gezocht bij de tijden dat winkels in de gemeente Geertruidenberg geopend mogen zijn op grond van de geldende winkeltijdenverordening.

Wachtlijst

Verder wordt er een wachtlijst gehanteerd wanneer het totaal aantal aanvragen om een standplaatsvergunning het aantal af te geven vergunningen overtreft. Deze moeten worden geregistreerd in volgorde van binnenkomst.

Artikel 6.2 Volksgezondheid

Overgewicht, vooral onder kinderen, is een groeiend probleem.

Aan de gemeenteraad is toegezegd dat bij de evaluatie van het standplaatenbeleid de uitspraak wordt betrokken, dat het innemen van een standplaats met een snackwagen nabij scholen ongewenst is in het kader van de volksgezondheid.

De meningen zijn landelijk verdeeld of hierover in een APV of standplaatsenbeleid regels moeten worden opgenomen. Er zijn gemeenten die inderdaad deze stap hebben gezet en hebben bepaald dat binnen een afstand van honderd meter (hemelsbreed) van een school geen standplaatsen met etenswaren mogen staan.

Andere gemeenten kiezen voor de insteek van voorlichting over gezonde voeding om kinderen zelf een (gezonde) keus te laten maken.

Bovendien spelen scholen (m.n. in het voortgezet onderwijs) met hun cateringvoorziening hierop in. Hierbij wordt aangevoerd dat het bij het leven hoort en moeten kinderen leren omgaan met de verlokkingen voor de deur. Het is niet zo dat de hele school leegloopt; veel leerlingen halen iets gezonds bij de catering of eten hun eigen brood op.

Uiteraard gaat dit met name op voor de leerlingen in het voortgezet onderwijs, en geldt dit in mindere mate voor leerlingen in het basisonderwijs.

Het huidige standplaatsenbeleid voorziet niet in een standplaats in de nabijheid van scholen voor voortgezet onderwijs in deze gemeente. Ook wordt niet voorgesteld om het innemen van een standplaats nabij scholen voor voortgezet onderwijs in deze gemeente mogelijk te maken.

Er zijn twee standplaatslocaties in de nabijheid van een basisschool in Raamsdonksveer: de Burg. Krijgsmangeerde (sinds lange tijd bezet door een viskraam op vrijdagochtend) en het Bachplein (onbezet, voorheen stond er een brood en banketkraam). Dit is ingeburgerd het heeft geen problemen opgeleverd.

Desondanks kan in het belang van een gezonde voeding voor kinderen, en dus in het belang van de volksgezondheid, een beleidsregel worden opgenomen waarmee verlokkingen tot ongezonde voeding in de nabijheid van (basis)scholen worden gereduceerd.

Niet gewenst is om te bepalen dat binnen een afstand van 100 meter hemelsbreed van scholen geen standplaats met etenswaren mogen worden ingenomen. Dit is te verregaand, en zou namelijk betekenen dat er op de Burg. Krijgsmangeerde geen viskraam meer mag staan en er bijvoorbeeld op het Bachplein geen brood en banket meer kan terugkeren.

Daarom wordt bepaald dat in de nabije omgeving/binnen een afstand van 100 meter van een (basis)school geen standplaats mag worden ingenomen voor de verkoop van friet en in vet of olie bereide snacks, of vergelijkbare producten (met uitzondering van gebakken visproducten) op dagen en tijden dat de betreffende school geopend is.

Artikel 6.3 Strijd met een geldend bestemmingsplan

Lang zijn de standplaatslocaties niet in de bestemmingsplannen als zodanig benoemd, ook al werden deze al jarenlang ingenomen. De gemeente is verplicht om de bestaande vaste standplaatslocaties op te nemen in het bestemmingsplan.

Artikel 6.4 Indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de eisen van redelijke welstand

De welstandseisen in de Welstandsnota 2012 zijn (naar analogie) van toepassing voor standplaatsen.

Volgens de Welstandsnota 2012 dienen omgevingsvergunningplichtige bouwplannen voorgelegd te worden aan welstandscommissie of monumentencommissie, afhankelijk van in welk gebied de initiatieflocatie ligt. Dit brengt met zich voort, dat alleen standplaatsen die zijn gelegen in het beschermd stadsgezicht en in de bijzondere gebieden, worden voorgelegd aan de Monumentencommissie. Het gaat hierbij specifiek om de Markt in Geertruidenberg, het Heereplein in Raamsdonksveer (in verband met de kiosk) en de kern Raamsdonk. Inherent hieraan geldt dat de overige bestaande standplaatslocaties voldoen aan de redelijke eisen van welstand.

De Monumentencommissie heeft geoordeeld dat standplaatslocaties direct bij de kiosk op het Heereplein deze vanuit welstandsoogpunt onverantwoord zijn. De kiosk is een gemeentelijk monument. Direct bij de kiosk zou geen standplaats aanwezig moeten zijn. In dit beleid wordt deze standplaatslocatie als uitsterflocatie aangewezen.

De standplaats van de viswagen op dinsdag op de Markt in Geertruidenberg is door de Monumentencommissie positief beoordeeld.

Nieuwe aanvragen om een standplaats in deze beschermde gebieden of nabij monumenten c.q. beeldbepalende zaken dienen ter advisering te worden voorgelegd aan de Monumentencommissie.

Artikel 6.5 Gevaar voor een redelijk verzorgingsniveau voor de consument

Momenteel ervaren inwoners en ondernemers de economische crisis. Er gaan geluiden op om onze ondernemers in bescherming te nemen.

Daarbij moet rekening gehouden worden met het volgende.

Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het reguleren van concurrentieverhoudingen niet als een gemeentelijk belang wordt aangemerkt.

Bescherming van een redelijk voorzieningenniveau in de gemeente is bij uitzondering toegestaan wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Als de gemeente op basis hiervan een vergunning wil weigeren, moet mede aan de hand van de boekhouding van de desbetreffende plaatselijke winkel worden aangetoond dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden worden. Waardoor dus in feite het voorzieningenniveau voor de consument verslechtert omdat een standplaats doorgaans niet permanent wordt ingenomen.

De Dienstenwet staat deze weigeringsgrond voor diensten overigens niet toe.

In deze gemeente, met name in de kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer is er een zodanig winkelaanbod dat er geen directe sprake is van bedreiging van het voorzieningenniveau voor de consument. In Raamsdonk is geen vaste standplaatslocatie aangewezen, enkel een incidentele locatie die één keer per maand kan worden ingenomen. Hier speelt deze problematiek momenteel niet.

Daarmee is het ook niet mogelijk om een standplaats uit te sluiten voor producten/ diensten vanwege directe concurrentie met een nabije ondernemer die deze producten/diensten aanbiedt.

In die zin moet het aan de marktwerking worden overgelaten.

Geconcludeerd wordt dat in het standplaatsenbeleid geen regels ter bescherming van plaatselijke ondernemers kunnen worden opgenomen.

Concreet betekent dit voor bijvoorbeeld de standplaatsen op het Schonckplein in Geertruidenberg dat, ondanks de nabije ligging van een supermarkt en een snackbar, bezetting door bijvoorbeeld een snackwagen, broodwagen, kaasboer e.d. mogelijk blijft.

Hoofdstuk 7. BELEID

Met inachtneming van het beleidskader in hoofdstuk 6, gelden de volgende beleidsregels voor standplaatsen:

Artikel 7.1 Aanwijzing locaties voor vaste standplaatsen

Geertruidenberg

Aantal:

Markt

1

Schonckplein

1

Totaal

2

 

 

Raamsdonksveer

 

Bachplein

1

Burg. Krijgsmangeerde

1

Heereplein

2*

Totaal

4

* De vaste standplaats op het Heereplein nabij de kiosk wordt aangewezen als uitsterflocatie. Deze vervalt wanneer de huidige ondernemer deze standplaats definitief niet meer inneemt.

Artikel 7.2 Aanwijzing locaties voor incidentele standplaatsen

Geertruidenberg

Aantal:

Opmerking:

Schonckplein

1

Eén dag per kalendermaand.

Totaal

1

 

 

 

 

Raamsdonksveer

 

 

Bachplein

1

Eén dag per kalendermaand.

Centrum: het Anker, Gangboord en Hoofdstraat

1

Uitsluitend voor diensten als verkiezingsactiviteiten en goede doelen. Eén dag per kalendermaand.

Centrum: het Anker, Gangboord, Hoofdstraat, Vrijheidstraat en Heereplein

 

Uitsluitend voor plaatselijke ondernemers/ initiatieven, voor hun eigen deur, met eigen producten (bijv. voor moederdag, vaderdag, pasen, sinterklaas en kerst). Mogelijkheid voor ondernemers om tegelijkertijd standplaats in te nemen.

Maximaal 2x per maand.

Heereplein

1

uitsluitend voor verkoop van oliebollen in december.

Parkeerplaats bij zwembad De Ganzenwiel

1

uitsluitend voor de verkoop van kerstbomen in december.

Parkeerplaats nabij de sportvelden aan de Oosterhoutseweg/

Eendrachtsweg

1

Uitsluitend ten behoeve van (geneeskundige) diensten voor het uitvoeren van (geneeskundige) bevolkingsonderzoeken.

Totaal

6

 

 

 

 

Raamsdonk

 

 

Plein aan De Oude Melkhaven/ Stationstraat

1

Eén dag per kalendermaand.

Totaal

1

 

Artikel 7.3 Beleidsregels

> Vaste standplaatsen mogen maximaal zes dagen per week worden bezet onder de volgende voorwaarden:

  • -

    maximaal één vergunning per branche;

  • -

    maximaal twee dagen per week;

  • -

    niet op de dag van de weekmarkt in de desbetreffende kern;

  • -

    ook op zon- en feestdagen als dit overeenkomstig de Winkeltijdenwet en de geldende winkeltijdenverordening mogelijk is.

> Een standplaats kan worden geëxploiteerd tussen 08.00 en 22.00 uur. Dit is inclusief op- en afbouw. Op zondag gelden de tijden dat winkels in de gemeente Geertruidenberg geopend mogen zijn op grond van de geldende winkeltijdenverordening.

> Binnen een afstand van 100 meter van een (basis)school mag geen standplaats worden ingenomen voor de verkoop van friet en in vet of olie bereide snacks, of vergelijkbare producten (met uitzondering van gebakken visproducten) op dagen en tijden dat de betreffende school geopend is. Dit geldt concreet voor de standplaatslocaties Bachplein en Burg. Krijgsmangeerde in Raamsdonksveer.

Vergunningaanvraag

> De volgende stukken dienen bij een aanvraag te worden ingediend:

  • -

    indien van toepassing een document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt (verificatieplicht Vreemdelingenwet 2000). Dit geldt niet voor aanvragers, woonachtig in de EU, die een standplaats aanvragen voor het aanbieden van een dienst;

  • -

    indien van toepassing het kenteken van het voertuig waarmee de standplaats wordt ingenomen;

  • -

    indien van toepassing de maatvoering van de kraam of verkoopwagen;

  • -

    indien van toepassing een foto van de kraam of verkoopwagen.

Vergunning

> Een standplaatsvergunning komt op naam van een natuurlijke persoon en niet op naam van een onderneming zoals een v.o.f., en is niet overdraagbaar.

> De vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd, tenzij:

  • het een incidentele standplaatsvergunning betreft, of;

  • de standplaatslocatie waarvoor vergunning is gevraagd is aangewezen als een uitsterflocatie;

  • in verband met andere aspecten, zoals een op handen zijnde ruimtelijke ontwikkeling van een gebied, een vergunning voor onbepaalde tijd niet wenselijk is.

> Een standplaatsvergunning voor bepaalde tijd wordt telkens voor maximaal één kalenderjaar verleend (of zoveel korter, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven).

> Het college kan bij bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, besluiten dat de standplaatsvergunning kan worden overgedragen.

> Aan de vergunning worden voorschriften verbonden.

> De vergunninghouder dient persoonlijk de standplaats in te nemen. Hij/zij mag zich laten bijstaan door een persoon aan wie geen vergunning is verleend. Het college kan bij bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, besluiten dat in geval van ziekte een vergunninghouder zich tijdelijk (voor de duur van zijn ziekte), mag laten vervangen.

> De vergunninghouder dient voldoende verzekerd te zijn tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen kan worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.

> Naast de intrekkingsgronden in artikel 1.6 van de APV kan een vergunning worden ingetrokken ingeval van overlijden van de vergunninghouder (tenzij het college heeft besloten dat de vergunning kan worden overgedragen) en ingeval vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag.

> De vergunninghouder dient zijn vergunning schriftelijk op te zeggen als hij/zij deze niet meer inneemt.

> De vergunninghouder is precariorecht verschuldigd zo lang hij een standplaatsvergunning heeft.

Wachtlijst

> Er wordt een wachtlijst gehanteerd wanneer het totaal aantal aanvragen om een standplaatsvergunning het aantal af te geven vergunningen overtreft. Deze worden geregistreerd in volgorde van binnenkomst.

> Een vergunningaanvrager kan aangeven dat hij op de wachtlijst wordt geplaatst. Hiervan ontvangt hij/zij een schriftelijk besluit.

> Een opengevallen standplaatslocatie wordt toegewezen aan de langst ingeschrevene op de wachtlijst.

> Eén aangeboden standplaats mag met vermelding van de reden worden geweigerd zonder dat dit consequenties heeft voor de plaats op de wachtlijst.

> De inschrijving op de wachtlijst vervalt:

  • op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;

  • bij overlijden van de ingeschrevene;

  • wanneer aan de ingeschrevene een standplaatsvergunning is verleend;

  • indien de ingeschrevene niet meer voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor een standplaatsvergunning;

  • indien de tweede aangeboden standplaats wordt geweigerd

Hoofdstuk 8 HANDHAVINGSPARAGRAAF

Handhaving en controle van het venten en van standplaatsvergunningen is een primaire taak en verantwoordelijkheid van de gemeente.

De controle op voorschriften van standplaatsvergunningen geschiedt door de marktmeester en de Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA). Gezien zijn bevoegdheden kan de marktmeester wel om naleving van voorschriften verzoeken, maar dit niet afdwingen.

De BOA is bevoegd tot controle en met name handhaving van regels op grond van de APV, zoals de voorschriften van een standplaatsvergunning. De BOA kan naleving van voorschriften afdwingen.

De politie handhaaft niet primair op de vergunningsvoorwaarden, maar kan wel ondersteuning bieden bij excessen, bijvoorbeeld wanneer er geweldsincidenten zouden kunnen ontstaan.

Bij reguliere politiecontroles (bijvoorbeeld van de horeca) kan de politie ook de standplaatsen meecontroleren.

Kortom, in voorkomende gevallen kan de politie, veelal in de vorm van de wijkagent, de marktmeester of de BOA ondersteunen.

Hoofdstuk 9 SLOTBEPALINGEN

Het college van burgemeester en wethouders kan in gevallen waarin dit beleid niet voorziet een gemotiveerd besluit nemen.

Ook in het geval dat een te nemen besluit op grond van dit beleid onevenredig zou zijn in verhouding tot het te dienen doel, kan het college na een belangenafweging een afwijkend besluit nemen.

Deze beleidsnota kan worden aangehaald als “Standplaatsenbeleid gemeente Geertruidenberg 2014” en treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 8 april 2014.
Het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg,
de secretaris,
de burgemeester,
     
R.C.J. Nagtzaam
     
Drs. W. van Hees

BIJLAGE 1: REGELGEVING

>APV (van toepassing zijnde artikelen):

Artikel 1:2 Beslistermijn

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn één maal verlengen. Hierbij noemt het een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11.

Artikel 1:3 Indiening aanvraag

1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

2. Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11.

 

4. Vergunningaanvragen voor evenementen met (boven)regionale betekenis moeten tenminste 26 weken tevoren worden aangevraagd. Voor vergunningaanvragen voor overwegend lokale evenementen of evenementen waarvoor een verkeersbesluit nodig is, geldt een indieningstermijn van tenminste 12 weken.

 

5. Het bevoegde bestuursorgaan kan bepaalde vergunningen of ontheffingen aanwijzen die niet voor een heel kalenderjaar kunnen worden aangevraagd.

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen

1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

e. indien de houder dit verzoekt.

Artikel 1:7 Termijnen

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    de volksgezondheid;

  • d.

    de bescherming van het milieu.

Artikel 5:15 Ventverbod

1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

2. Het is verboden te venten op:

  • a.

    zondag, met uitzondering van venten met voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken;

  • b.

    op maandag t/m zaterdag tussen zonsondergang en 10.00 uur.

3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting

1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen:

  • a.

    op door het college aangewezen openbare plaatsen, of

  • b.

    voor bepaalde dagen en uren.

3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.

Afdeling 4 Standplaatsen

Artikel 5:17 Begripsbepaling

1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te knop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

  • a.

    een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

  • b.

    een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

  • a.

    indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;

  • b.

    b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, of de Wegenverordening Noord-Brabant 2006.

2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht

[gereserveerd]

Afdeling 5 Snuffelmarkten

Artikel 5:22 Begripsbepaling

1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.

2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:

  • a.

    een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

  • b.

    een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.

2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan.

  

>Overige wettelijke regelingen

 

  • Grondwet

Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. Dit brengt met zich mee dat voor venten met gedrukte stukken normaliter geen vergunning benodigd is. Beoordeeld moet worden of er sprake is van drukwerk waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard.

Het verspreiden van handelsreclame wordt niet tot de vrijheid van drukpers gerekend.

 

  • Colportagewet

De Colportagewet ziet op de wijze van optreden in de relatie tussen de koper en de verkoper en niet op verkoop in relatie tot handhaving van de openbare orde. Dat houdt in dat naast de bepalingen van de Colportagewet artikel 5.2.2 van de APV afzonderlijk van toepassing is. Overigens heeft de gemeente bij de uitvoering van de Colportagewet geen bevoegdheden. Met de uitvoering van de bepalingen van de Colportagewet zijn de ambtenaren van de Economische Controledienst belast.

  • Warenwet

Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de Warenwet (eetwaren, waaronder tevens begrepen kauwpreparaten, andere dan van tabak, drinkwaren, alsmede andere roerende zaken) zijn de bepalingen uit de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt de Warenwet regels met betrekking tot de hygiëne en degelijkheid van producten. Met betrekking tot het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet is een afzonderlijk regime van toepassing.

De voorschriften die uit de Warenwet voortvloeien gelden naast de voorschriften die door het college gesteld kunnen worden op basis van de standplaatsvergunning.

  • Winkeltijdenwet

De Winkeltijdenwet regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De handhaving van de openbare orde is geen motief dat aan deze wet ten grondslag ligt. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats. Het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Winkeltijdenwet geschiedt door de Economische Controledienst.

  • Vreemdelingenwet 2000

In het kader van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) dient bij de aanvraag om een vergunning een verblijfsrechtelijke toets plaats te vinden alvorens tot vergunningverlening wordt overgegaan. Artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000 schept een verplichting om desgevraagd bij een aanvraag voor een beschikking anders dan op grond van de Vw 2000, een document te overleggen waaruit het rechtmatig verblijf blijkt.

  • Wet op de Ruimtelijke Ordening

Wanneer een standplaatsvergunning krachtens de APV wordt verstrekt, blijven eventuele eisen die in het geldende bestemmingsplan worden gesteld van kracht. De gemeente is verplicht om de bestaande vaste standplaatslocaties op te nemen in het bestemmingsplan.

 

  • Woningwet

Op grond van artikel 40 van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders. Een standplaatshouder met een mobiele wagen die elke avond zijn standplaats ontruimt, heeft geen bouwvergunning nodig.

Een bouwvergunningaanvraag dient onder andere te worden getoetst aan het bestemmingsplan. In een dergelijk geval is er sprake van sedentaire (dat wil zeggen zittende, vaste) detailhandel. De APV treedt dan terug (want met de Woningwet is hogere regelgeving van toepassing) en is er geen standplaatsvergunning nodig.

  • Wet milieubeheer

In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor een standplaatshouder, voor zover zijn verkoopplek als ‘inrichting’ kan worden aangemerkt.

Vooral aan (mobiele) verkoopinrichtingen van vis en snacks worden milieueisen gesteld. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken. Het gaat dan om zaken als vetafscheiding van het afvalwater en voorkomen van stankoverlast. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld, afhankelijk van de situatie ter plaatse. De standplaatshouder kan worden verplicht zelf voldoende maatregelen te nemen om zwerfvuil rond de standplaats te voorkomen. Deze regels worden door de gemeente in de te verlenen vergunning opgenomen.

 

  • Dienstenwet

Artikel 4 lid 1 van de Dienstenrichtlijn geeft de volgende definitie van het begrip ‘dienst’: ‘Elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, zoals bedoeld in artikel 50 van het Verdrag.’

Hierbij omschrijft artikel 50 van het EG-verdrag het begrip ‘dienst’ als volgt: ‘Dienstverrichtingen of handelingen welke gewoonlijk tegen betaling geschieden. De vergoeding vormt de economische tegenprestatie voor de betrokken dienst, ongeacht de directe of indirecte voorwaarden voor de financiering van een dienst.’

 

Uitgangspunt in de Dienstenwet is dat in regelgeving en vergunningstelsels het opleggen van eisen aan dienstverleners in beginsel verboden is.

In bepaalde gevallen kan dit gerechtvaardigd worden.

Gerechtvaardigde belemmeringen in regelgeving en vergunningstelsels zijn:

  • -

    als er sprake is van regels die niet discrimineren (non-discriminatoir);

  • -

    er zijn dwingende redenen van algemeen belang;

    (bijvoorbeeld noodzakelijk vanwege openbare orde, openbare veiligheid, milieubescherming, en/of volksgezondheid, of de bescherming van afnemers van diensten, handhaving van het financieel evenwicht van de sociale bescherming van werknemers, voorkoming van fraude, het waarborgen van een deugdelijke rechtsbedeling, bescherming van intellectueel eigendom, het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting);

  • -

    en die evenredig zijn.

 

Verder mag er aan een verleende vergunning geen geldigheidsduur worden verbonden. Uitzonderingen zijn:

  • -

    de vergunning wordt automatisch verlengd;

  • -

    of de vergunning is alleen afhankelijk van de voortdurende vervulling van de voorwaarden;

  • -

    het aantal beschikbare vergunningen is beperkt door een dwingende reden van algemeen belang;

  • -

    een beperkte duur is gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang.

 

De Dienstenrichtlijn is van toepassing op alle diensten en rechtsgebieden die niet uitdrukkelijk van de richtlijn zijn uitgezonderd.

Diensten die onder de Dienstenrichtlijn vallen zijn bijvoorbeeld vrije beroepen (juristen, architecten, ingenieurs, accountants), ambachten, diensten van industriële aard zoals bouw, diensten van commerciële aard zoals banken en verzekeringen, diensten op het gebied van installatie en onderhoud apparatuur, thuiszorg en diensten op het gebied van opleiding en onderwijs. Uit jurisprudentie komt voort dat ook professionele sport, het uitzenden van films of reclame op televisie, medische verrichtingen, commerciële bejaardenzorg, telecommunicatie en het dataverkeer onder het begrip ‘diensten’ vallen. Dit is niet uitputtend; decentrale overheden kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met straatartiesten die in een stadscentrum willen optreden of een circus dat door het land trekt.

 

Welke diensten letterlijk van de Dienstenrichtlijn zijn uitgezonderd, staat in artikel 2 lid 2 van de Dienstenrichtlijn (zie ook art. 2 lid 3 sub a onder 2 Dienstenwet). Dit zijn:

  • a)

    niet-economische diensten van algemeen belang;

  • b)

    financiële diensten;

  • c)

    elektronische communicatiediensten;

  • d)

    diensten op het gebied van vervoer;

  • e)

    diensten van uitzendbureaus;

  • f)

    diensten van de gezondheidszorg;

  • g)

    audiovisuele diensten;

  • h)

    gokactiviteiten;

  • i)

    activiteiten in het kader van de uitoefening van openbaar gezag;

  • j)

    sociale diensten;

  • k)

    particuliere beveiligingsdiensten;

  • l)

    diensten van notarissen en deurwaarders.

Ook goederen en de verkoop van goederen zijn van de werking van de richtlijn uitgesloten.