Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2024

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2024

De raad van de gemeente Baarn;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

besluit

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld Baarn 2024 (Marktgeldverordening Baarn 2024).

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “marktgeld” worden rechten geheven voor het innemen van een standplaats op voor de markt aangewezen plaatsen.

Artikel 2 Belastingplicht

Het marktgeld wordt geheven van degene, die een standplaats inneemt, of van degene die in diens plaats treedt.

Artikel 3 Maatstaf van heffing

Het marktgeld wordt geheven naar het aantal strekkende meters dat door de standplaatshouder wordt ingenomen.

Artikel 4 Tarief

  • 1. Het marktgeld bedraagt, voor elke keer dat van de standplaats gebruik wordt gemaakt, voor een uitstalling op de grond of in de kramen, stallen, auto's, wagens, karren, hand- en kruiwagens, tafels, manden en dergelijke, per strekkende meter, of een gedeelte daarvan:

    € 2,95 met een minimum van € 4,50.

  • 2. Voor een vaste standplaats op de markt gedurende een kalenderjaar, wordt per kalenderkwartaal een bedrag geheven volgens het in het eerste lid genoemde tarief, vermenigvuldigd met de factor 11, met een minimum van € 49,45.

  • 3. Het marktgeld zoals genoemd in het eerste en tweede lid wordt verhoogd indien gelijktijdig met het innemen van een:

    • a.

      standplaats, als bedoeld in het eerste lid, elektriciteit wordt afgenomen:

      met € 6,10 per eenheid, per keer, exclusief omzetbelasting;

    • b.

      vaste standplaats, als bedoeld in het tweede lid, elektriciteit wordt afgenomen:

      met € 66,80 per eenheid, per kwartaal, exclusief omzetbelasting.

      Het aantal afgenomen eenheden wordt gesteld op twee, indien door de houder van de standplaats krachtstroom wordt afgenomen.

  • 4. Voor het innemen van een vaste standplaats als bedoeld in het tweede lid in de loop van een kalenderkwartaal, zal het tarief genoemd in het tweede lid en het derde lid, onderdeel b., eerst toepassing vinden met ingang van de eerste dag van het eerstvolgende kalenderkwartaal.

  • 5. De houder van een vaste standplaats op de markt heeft recht op ontheffing van de volgens het tweede en derde lid, onderdeel b., geheven marktgeld voor zoveel volle kalenderkwartalen als er nog in het jaar overblijven:

    • a.

      indien hij volgens zijn voorafgaande aan het college van burgemeester en wethouders gedane schriftelijke mededeling geen gebruik meer zal maken van de hem toegewezen standplaats;

    • b.

      in geval van diens overlijden.

Artikel 5 Wijze van heffing

Het marktgeld wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur.

Artikel 6 Betalingstermijnen

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving,

    dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 7 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden.

Artikel 8 Overgangsrecht

De “Marktgeldverordening 2023” vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, van deze verordening genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 9 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024, of zo dit later is, met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Artikel 10 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de “Marktgeldverordening 2024”.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 29 november 2023.

griffier,

voorzitter,