DELEGATIEBESLUIT VASTSTELLEN EN WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN WEST MAAS EN WAAL 2024

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

DELEGATIEBESLUIT VASTSTELLEN EN WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN WEST MAAS EN WAAL 2024

Besluit van raad van de gemeente West Maas en Waal tot vaststelling van het volgende: delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024.

Vastgesteld bij Raadsbesluit van 7 december 2023, nummer 2023/12-32

De raad van de gemeente West Maas en Waal

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023, Z.093409;

overwegende dat,

gelet op artikel 2.8 en artikel 4.15 lid 5 van de Omgevingswet.

b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel:

delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024.

BESLUIT:

Delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024.

Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen en wijzigen van het omgevingsplan

  • 1.

    Het vaststellen van een casco indeling van het omgevingsplan (hoofdstukindeling);

  • 2.

    Het omzetten van onherroepelijke omgevingsvergunningen naar het omgevingsplan;

  • 3.

    Het corrigeren van kennelijke omissies in de vorm van verschrijvingen of verkeerde verwijzingen van technische aard of het wijzigen in de toelichting van ondergeschikte aard;

  • 4.

    Het wijzigen van het omgevingsplan ter uitvoering van instructieregels op grond van de Omgevingswet en de omgevingsverordening van de Provincie Gelderland voor zover hieraan geen beleidsvrijheid is toegekend;

  • 5.

    Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met vastomlijnd beleid en objectief bepaalbaar dat door de gemeenteraad is vastgesteld;

  • 6.

    Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten;

  • 7.

    Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal in het omgevingsplan kunnen en moeten worden opgenomen;

  • 8.

    Het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels;

  • 9.

    Het wijzigen van het omgevingsplan in dezelfde categorie van gevallen als waarvoor het college geen bindend advies van de gemeenteraad nodig heeft voor het beslissen op een buitenplanse omgevingsplan activiteit;

  • 10.

    De bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan te delegeren aan het college in de gevallen zoals genoemd zijn in de wijzigingsbevoegdheden van de vigerende bestemmingsplannen, een en ander zoals opgenomen in de bijlage die bij dit besluit hoort.

Artikel 2 Overzicht genomen besluiten

Het college overlegt aan de raad eenmaal per half jaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024 als de Omgevingswet in werking treedt.

Artikel 4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024’.

BIJLAGE

Overzicht wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden vigerende bestemmingsplannen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering op 7 december 2023.

De raad van West Maas en Waal,

C. (Elles) Jansen-Bouwman

griffier

V.M. (Vincent) van Neerbos

voorzitter

TOELICHTING

Artikel 1

Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de raad de bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen delegeren aan het college. Het delegatiebesluit is een losstaand besluit en maakt geen onderdeel uit van het omgevingsplan. Het delegatiebesluit kan dus ook worden aangepast los van het omgevingsplan.

1.1 Casco omgevingsplan

Om in de toekomst het omgevingsplan te kunnen aanpassen is een casco omgevingsplan nodig (een vaste structuur voor regels). Daarmee weten initiatiefnemers hoe zij moeten werken aan het wijzigen van het omgevingsplan van West Maas en Waal. Het casco omgevingsplan bevat een indeling van onderwerpen waar inhoudelijke regels aan toegevoegd kunnen worden. Feitelijk is het een inhoudsopgave. Over de inhoudelijke regels beslist de gemeenteraad op een later moment.

1.2 Omzetten onherroepelijke omgevingsvergunning

De Omgevingswet bepaalt de verleende vergunningen, waarbij is afgeweken van het omgevingsplan (zg. afwijkingsactiviteiten) binnen vijf jaar worden verwerkt in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt voor activiteiten die blijvend (niet tijdelijk) in strijd zijn met het omgevingsplan. Het doel van deze regeling is dat het omgevingsplan een actueel, integraal en consistent geheel blijft. In de geest van de Omgevingswet is het belangrijk om afwijkingsactiviteiten op vlotte en consistente wijze in te passen in het omgevingsplan, zodat niet enkel sprake is van een administratieve ad hoc verwerking van de toegestane activiteit. Dit zal waarschijnlijk periodiek plaatsvinden.

1.3 Juridisch-technische wijzigingen, redactionele aanpassingen en correcties

Hieronder worden wijzigingen verstaan die het omgevingsplan actueel houden. Dit zijn acties waarbij geen inhoudelijke keuzes worden gemaakt, maar die nodig zijn om de tekst beter leesbaar te kunnen maken of te verduidelijken. Het gaat niet om inhoudelijke of beleidsmatige aanpassingen, maar wijzigingen die nodig zijn om de plantekst up-to-date te houden, dan wel beter leesbaar te maken.

1.4 Instructieregels Rijk of provincie

Dit zijn planwijzigingen als gevolg van wijzingen van instructieregels door het Rijk of de provincie. Gemeenten dienen zich te houden aan deze instructieregels. Om deze reden zal wijziging van een instructieregel leiden tot een wijziging van het omgevingsplan.

1.5 In overeenstemming brengen met vastgesteld beleid

Deze bevoegdheid ziet toe op planwijzigingen die voortvloeien uit vastgesteld raadsbeleid. Het gaat dan vaak om beleidsdocumenten die kaderstellend van aard zijn, zoals beleidsregels of daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Zodra de gemeenteraad beleidsregels heeft vastgesteld die toezien op de fysieke leefomgeving, kan het college deze doorvertalen in het omgevingsplan. Daarmee wordt dubbele besluitvorming voorkomen.

1.6 Het aanwijzen, wijzigen of schrappen van gemeentelijke monumenten

Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden. Het toedelen van de functie monument aan een locatie (voorheen: het aanwijzen van een gemeentelijk monument) is volgens de Erfgoedverordening een collegebevoegdheid. In het kader van de Omgevingswet dienen verordeningen in het omgevingsplan opgenomen te worden Tot het moment dat het tijdelijke omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2032) en alle gemeentelijke verordeningen hierin opgenomen zijn, kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening. Na de overgangsperiode zal het aanwijzen van gemeentelijke monumenten geregeld worden door deze op te nemen in het omgevingsplan. Aangezien de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument.

1.7 Omzetten verordeningen naar het omgevingsplan

De Omgevingswet bevat voor de gemeenteraad de verplichting om voor het gehele gemeentelijk grondgebied één omgevingsplan vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Deze verplichting geldt ook voor bepaalde regels over de fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen zijn gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze verordeningen gelden naast het omgevingsplan. Gemeenten moeten in de overgangsperiode tot 2032 deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan. Aangezien deze verordeningen destijds al door de raad zijn vastgesteld, heeft inhoudelijke afweging al plaatsgevonden. De beleidsneutrale doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft puur de uitvoering en kan door het college gebeuren. Indien sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd.

1.8 Voorbereidingsbesluit

Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt opgenomen, de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren. Om die reden is in de Omgevingswet een delegatiemogelijkheid (artikel 4.14 Ow). De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen.

1.9 Gevallen waarvoor geen bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is

Als voorgenomen activiteiten niet in het Omgevingsplan passen, kunnen er feitelijk twee procedures worden doorlopen. Dit is een vergunningsprocedure voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) of een procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan. In beide gevallen wordt dezelfde activiteit mogelijk gemaakt. De bevoegdheid voor het verlenen van een vergunning voor een BOPA is toebedeeld aan het college, tenzij de gemeenteraad gevallen heeft aangewezen waarover zij bindend advies wil geven (artikel 4.21 Omgevingsbesluit). Met deze delegatie worden gevallen waarvoor de gemeenteraad geen bindend advies wil geven, maar waarvoor een procedure voor het wijzigen van een omgevingsplan wordt doorlopen, gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.

1.10 Wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden

Onder de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kennen we de instrumenten wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht. Wanneer deze instrumenten in een bestemmingsplan zijn opgenomen, heeft het college de bevoegdheid om het bestemmingsplan te wijzigen. Het tijdelijks omgevingsplan is samengesteld uit onder andere alle vigerende bestemmingsplannen. De wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten zoals opgenomen in bestemmingsplannen zijn daarmee onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. Deze instrumenten keren echter niet terug in de Omgevingswet; het college kan daarom na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen wijzigingsplan of uitwerkingsplan meer vaststellen. De raad is immers bevoegd om het omgevingsplan tet wijzigen. Door het delegeren van deze bevoegdheden kan het college onder de in het bestemmingsplan opgenomen voorwaarden- ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet- een wijzigingsplan of uitwerkingsplan verwerken in het omgevingsplan. De vastgestelde wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden zijn opgenomen in de aangehechte bijlage.

Artikel 2

Het college stelt de raad eenmaal per half jaar op de hoogte in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Aan de raad wordt een lijst voorgelegd met die onderdelen van het omgevingsplan waar het college een besluit heeft genomen tot vaststelling van het omgevingsplan. Op deze manier kan goed gemonitord worden hoe het gaat.

Artikel 3

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 4

Dit artikel spreekt voor zich.

Ondertekening