Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024

Geldend van 15-12-2023 t/m heden

Intitulé

Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024

De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;

op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard

van 10 oktober 2023;

gelet op artikel 115 lid 1, aanhef en onderdeel b en c Waterschapswet en artikel 13.1a lid 1 en lid 3 Omgevingswet;

B E S L U I T :

  • I.

    de Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024 vast te stellen;

  • II.

    de toelichting op de Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024 vast te stellen;

  • III.

    de Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2018 in te trekken; overeenkomstig onderstaande bepalingen.

Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024

Artikel 1 Belastbaar feit,

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een vergunning of ontheffing, een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 3 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 4 Wijze van heffing

De leges worden geheven bij wege van aanslag.

Artikel 5 Termijnen van betaling

  • 1. Een aanslag moet worden betaald binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 6 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    het in behandeling nemen van aanvragen door of vanwege het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;

  • b.

    indien de aanvraag wordt ingetrokken voordat deze in behandeling is genomen;

  • c.

    indien de aanvraag niet ontvankelijk wordt verklaard of wordt besloten de aanvraag niet te behandelen.

Artikel 7 Teruggaaf

  • 1. Indien de aangevraagde vergunning of ontheffing wordt vernietigd, zonder dat de rechtsgevolgen in stand blijven, de rechter een vervangende uitspraak doet of het hoogheemraadschap wordt verplicht een nieuw besluit te nemen, worden de betaalde leges terug betaald.

  • 2. Voor terugbetaling van leges als bedoeld in het eerste lid, moet een aanvraag worden ingediend als bedoeld in artikel 132 van de Waterschapswet.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Nadere regels door het dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur kan nadere regels geven over het heffen en het invorderen van de leges.

Artikel 10 Slotbepaling

  • 1. De Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2018, laatstelijk gewijzigd op 30 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van haar bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024.

  • 5. De in de tarieventabel genoemde normbladen worden bekendgemaakt door terinzagelegging op de Maasboulevard 123 te Rotterdam en bij de Regionale Belastinggroep op de Stationsplein 79 te Schiedam.

Ondertekening

Rotterdam, 29 november 2023

de verenigde vergadering voornoemd,

secretaris,

voorzitter,

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024

Nr.

Criteria

Tarief

1

Het tarief bedraagt voor een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit die voorbereid wordt met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) en voor zover nr. 3 en 4 niet van toepassing zijn

€ 1.500,00

2

Het tarief bedraagt voor een omgevingsvergunning voor een grondwateronttrekkingsactiviteit of een lozingsactiviteit die niet voorbereid wordt met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure)

€ 1.500,00

3

Het tarief bedraagt voor een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit bestaande uit de (her)inrichting van het watersysteem van een gebied dat groter is dan 2,5 hectare, voor zover nr. 4 niet van toepassing is

€ 1.200,00 per hectare

4

Het tarief bedraagt voor een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit bestaande uit grote infrastructurele werken (wegen, spoorlijnen, tunnels, bruggen, transportleidingen voor gas, vloeistoffen of elektriciteit e.d.), waarbij de aanleg-, bouw- en sloopkosten ten minste € 420.000,00 bedragen

3,00 ‰ van de aanleg-, bouw- en sloopkosten

5

Het tarief bedraagt voor een ontheffing voor een ingestelde beperking op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die één dag geldig is

€ 60,00

6

Het tarief bedraagt voor een ontheffing voor een beperking, niet zijnde een gewichtsbeperking, op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die langer dan één dag geldig is

€ 120,00

7

Het tarief bedraagt voor een vergunning of ontheffing, die niet genoemd is bij nr. 1, 2, 3, 4, 5 of 6

€ 300,00

8

Onverminderd het bepaalde in nr. 1 tot en met 7 bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan advies als bedoeld in artikel 16.15 Omgevingswet moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet, het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van de omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het dagelijks bestuur is opgesteld. In dit geval wordt een aanvraag in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze tiende werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

9

Onverminderd het bepaalde in nr. 1 tot en met 8 bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een daartoe aangewezen bestuursorgaan, het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van de omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het dagelijks bestuur is opgesteld. In dit geval wordt een aanvraag in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze tiende werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

10

Onverminderd het bepaalde in nr. 1 tot en met 9, worden de leges verhoogd met de kosten die voor het hoogheemraadschap zijn verbonden aan het inwinnen van extern advies die nodig zijn in verband met de behandeling van de aanvraag. Deze kosten worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeeld en blijken uit een door of namens het dagelijks bestuur vastgestelde gespecificeerde begroting. In dit geval wordt een aanvraag in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze tiende werkdag is ingetrokken.

Onder aanleg-, bouw- en sloopkosten wordt in deze tarieventabel verstaan:

  • o

    de aannemingssom, exclusief omzetbelasting, als bedoeld in paragraaf 1, lid 1 van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012(UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk. Voor zover de aannemingssom ontbreekt: een raming van de bouwkosten (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2017 of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd, of een raming van de aanlegkosten/sloopkosten (exclusief omzetbelasting).

  • o

    als het bouwen/aanleg/slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt onderbouw-/aanleg-/sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de bouw/aanleg/he slopen van het werk waarop de aanvraag betrekking heeft.

Als een omgevingsvergunning wordt gevraagd voor een bouw- of kunstwerk dat voor een deel in een beperkingengebied van de waterschapsverordening zal worden geplaatst en indien het bouw- of kunstwerk zonder omgevingsvergunning niet op de voorgenomen locatie kan worden gebouwd, worden voor de legesberekening de volledige aanleg-, bouw- of sloopkosten gehanteerd.

Als kan worden aangetoond dat de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op een gedeelte van een werk dat zonder al te veel moeite en blijvende schade is af te scheiden van het grotere geheel, worden voor de legesberekening de aanleg-, bouw- of sloopkosten voor dat deel gehanteerd.

Toelichting bij de Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2024

Deze toelichting bestaat uit een algemeen deel, een artikelsgewijze toelichting bij de verordening en een toelichting bij de tarieventabel.

Algemeen

Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard mag leges heffen op grond van de artikelen 110, 113 en 115 lid 1, aanhef en onderdeel b en c Waterschapswet en artikel 13.1a lid 1 en lid 3 Omgevingswet.

De leges zijn waterschapsbelastingen. Door middel van het heffen van leges verhaalt het hoogheemraadschap de kosten van de dienstverlening op degene die daar belang bij heeft. Het hoogheemraadschap verleent omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten op grond van de Omgevingswet en de waterschapsverordening. Daarnaast verleent het hoogheemraadschap ontheffingen voor het bijzonder gebruik van wegen op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en op grond van de onderhoudsverordening. De tarieven van de dienstverlening moeten vooraf, in een legesverordening, kenbaar zijn.

Artikel 115 lid 1, onderdeel b Waterschapswet biedt de mogelijkheid om rechten te heffen voor het verlenen van individuele diensten. Artikel 115 lid 1, onderdeel c van de Waterschapswet biedt de mogelijkheid rechten te heffen voor het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of ontheffingen. Artikel 13.1a lid 1 en lid 3 Omgevingswet biedt een specifieke wettelijke grondslag voor het in behandeling nemen van aanvragen om omgevingsvergunningen, of het aanvragen om wijziging of intrekking van omgevingsvergunningen.

In de tarieventabel bij deze verordening is aangegeven voor welke diensten en voor het behandelen van welke aanvragen het hoogheemraadschap leges heft.

Legesheffing is niet mogelijk voor het verlenen of wijzigen van een vergunning zonder dat daar een aanvraag aan ten grondslag ligt. In die gevallen waarin ambtshalve vergunningen worden verleend of gewijzigd kunnen dus geen leges worden geheven. Legesheffing is onafhankelijk van het resultaat van de behandeling, dus bijvoorbeeld in het geval de vergunning wordt geweigerd, zijn ook leges verschuldigd.

Voor de leges geldt op grond van artikel 115 lid 3 Waterschapswet dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn. De tariefberekening moet een relatie hebben met de kosten die het hoogheemraadschap voor de dienstverlening maakt. Er hoeft echter geen rechtstreeks verband te bestaan tussen de hoogte van de leges die in een individueel geval worden geheven en de kosten die de overheid in dit individuele geval heeft moeten maken. De eis van artikel 115 lid 3 Waterschapswet dat de leges maximaal kostendekkend mogen zijn, wordt beoordeeld op het niveau van de gehele verordening en niet voor elk tarief afzonderlijk. Kruissubsidiëring tussen de verschillende tarieven is dus mogelijk.

Via de leges kunnen de lasten worden verhaald die zijn verbonden aan het behandelen van aanvragen om vergunningen en ontheffingen en andere diensten die het hoogheemraadschap verricht. Die lasten kunnen bestaan uit directe en indirecte kosten.

Directe kosten zijn kosten die rechtstreeks samenhangen met de door het hoogheemraadschap verrichte dienstverlening zoals loonkosten van de dienstverlenende afdelingen zelf, kapitaallasten en materiële kosten. Indirecte kosten zijn kosten die niet rechtstreeks samenhangen met de door het hoogheemraadschap verrichte dienstverlening, maar die wel in enig verband staan met die specifieke dienstverlening. Hierbij valt te denken aan de, ook wel als overhead aangeduide, kosten van secretariële ondersteuning of management, huisvestings- en werkplekkosten, kosten van ICT, organisatie, financiën, administratie, communicatie, voor zover in enig verband staand met de dienstverlening.

Kosten die niet verhaald mogen worden via de leges (verboden kosten) zijn de kosten voor beleidsvoorbereiding, kosten van handhaving, toezicht en controle (behoudens de kosten van eerste controle) en de kosten van inspraak-, bezwaar- en beroepsprocedures.

Op grond van artikel 111 Waterschapswet moet de belastingverordening in de daartoe leidende gevallen de volgende elementen bevatten:

  • 1.

    de belastingplichtige;

  • 2.

    het voorwerp van de belasting;

  • 3.

    het belastbaar feit;

  • 4.

    de heffingsmaatstaf;

  • 5.

    het tarief;

  • 6.

    het tijdstip van ingang van de heffing;

  • 7.

    de datum van inwerkingtreding.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 waarvoor leges heffen?

Het hoogheemraadschap heft leges voor het in behandeling nemen van aanvragen tot het verlenen van omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten op grond van de Omgevingswet en de waterschapsverordening, ontheffingen voor het bijzonder gebruik van wegen op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en eventuele andere vormen van dienstverlening. Ook aanvragen voor het wijzigen of intrekken van vergunningen en ontheffingen vallen hier onder.

De uitwerking hiervan vindt plaats in de tarieventabel die bij de verordening hoort.

De verschuldigdheid van de leges geldt bij het in behandeling nemen van de aanvraag en niet voor de afgifte van de ontheffing of vergunning.

Artikel 2 wie moet leges betalen?

Dit artikel bevat de aanwijzing van de belastingplichtige. Dit is de aanvrager van de vergunning of ontheffing of degene voor wie de vergunning of ontheffing is aangevraagd.

In de praktijk zal in beginsel de aanslag leges aan de vergunning- of ontheffinghouder worden verzonden, omdat dit veelal de aanvrager is en degene is die als belanghebbende bij de dienst kan worden aangemerkt.

Indien de aanvrager van de vergunning of ontheffing een ander is dan de vergunning- of ontheffinghouder en deze expliciet in de aanvraag heeft aangegeven dat de aanslag leges moet worden verzonden aan hem, dan zal de aanslag leges worden verzonden aan de aanvrager.

Artikel 3 hoe hoog zijn de leges?

Lid 1 bevat de aanwijzing van de heffingsmaatstaf en het tarief. Voor een toelichting hierbij wordt verwezen naar de toelichting bij de tarieventabel.

Lid 2 regelt dat bij de berekening van het legesbedrag een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid wordt aangemerkt (bijvoorbeeld bij 3,5 ha wordt gerekend met 4 ha).

Artikel 4 de aanslag

Op grond van artikel 125 Waterschapswet kunnen de leges worden geheven ‘bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze’. In dit artikel is gekozen om de leges door middel van een aanslag te heffen.

De aanslag bevat een dagtekening. De dagtekening is onder meer van belang voor de termijn van zes weken, waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tegen de verschuldigdheid van de leges en voor de start van de betalingstermijn.

Artikel 5 wanneer moeten de leges worden betaald?

De leges moeten worden betaald binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. Dit is de wettelijke betalingstermijn van artikel 9 lid 1 Invorderingswet. Ook als er bezwaar wordt gemaakt, moeten de leges tijdig worden betaald.

De Algemene termijnenwet is buiten toepassing verklaard. Dit voorkomt dat als de laatste dag voor de betaling een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, de laatste betaaldag doorschuift naar de eerstvolgende werkdag.

Artikel 6 vrijstellingen

In dit artikel worden de vrijstellingen van de legesheffing geregeld.

Er worden geen leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning of ontheffing als de activiteit door Schieland en de Krimpenerwaard zelf of in opdracht van Schieland en de Krimpenerwaard wordt verricht. Hiervan is overigens geen sprake indien in het kader van handhaving een vergunning wordt aangevraagd om illegale werken te legaliseren. In dat geval is deze vrijstelling niet van toepassing.

Er worden ook geen leges in rekening gebracht als de aanvraag niet-ontvankelijk wordt verklaard of buiten behandeling wordt gesteld of indien deze wordt ingetrokken voordat deze in behandeling is genomen.

Artikel 7 teruggaaf

Op grond van artikel 132 Waterschapswet kan in de belastingverordening worden bepaald in welke gevallen iemand een aanvraag kan indienen voor de teruggaaf van leges.

In dit artikel is bepaald dat indien een vergunning of ontheffing wordt vernietigd in het kader van een bezwaar- of beroepsprocedure, de leges op aanvraag worden terugbetaald. Er wordt echter geen teruggaaf verleend indien de rechtsgevolgen in stand blijven, indien de rechter een vervangende uitspraak doet of het hoogheemraadschap wordt verplicht een nieuw besluit te nemen.

Ingevolge artikel 132 Waterschapswet moet de aanvraag binnen zes weken nadat de omstandigheid welke de aanspraak op teruggaaf deed ontstaan zich heeft voorgedaan, worden ingediend bij het waterschap.

Artikel 10 inwerkingtreding

Lid 1

Dit lid bepaalt dat de legesverordening die tot nu toe heeft gegolden, wordt ingetrokken met ingang van het belastingjaar dat aanvangt op 1 januari 2024. De oude verordening blijft gelden voor de belastingjaren waarvoor zij heeft gegolden.

Lid 2

Artikel 8 Bekendmakingswet schrijft voor dat besluiten van het waterschapsbestuur die algemeen verbindende regels inhouden, niet verbinden dan wanneer zij zijn bekendgemaakt. De bekendmaking vindt in het waterschapsblad plaats. De bekendgemaakte besluiten treden conform artikel 10 lid 2 Bekendmakingswet in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. In lid 2 is gekozen voor inwerkingtreding op de eerste dag na die van de bekendmaking.

Lid 3

De onderhavige legesverordening wordt voor het eerst toegepast op het belastingjaar dat op 1 januari 2024 aanvangt.

Lid 4

De verordening wordt voorzien van een citeertitel. De naam van het hoogheemraadschap en het jaartal 2024 maken hiervan deel uit.

Lid 5

In de tarieventabel genoemde normbladen kunnen worden ingezien op de kantoren van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de Regionale Belastinggroep.

Toelichting bij de tarieventabel

In de tabel zijn onder andere tarieven opgenomen voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning of ontheffing op grond van de Omgevingswet, de waterschapsverordening, de onderhoudsverordening en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

De tarieven gelden voor het aanvragen van een vergunning, maar ook aanvragen tot wijziging van een bestaande vergunning. De tarieven zijn afhankelijk van de tijdsinzet die over het algemeen nodig is voor het beoordelen en afhandelen van de verschillende categorieën omgevingsvergunningen. Een grote tijdsinzet rechtvaardigt een hoger tarief.

Categorie 1

Dit betreft de omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten die moeten worden voorbereid met de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten deze procedure verplicht is. Dat is voor bepaalde lozingen en bij coördinatie van verschillende vergunningprocedures, waarbij een van de vergunningprocedures via de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure moet. Ook kan op verzoek van de aanvrager de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure worden gebruikt.

Categorie 2

Dit betreft de omgevingsvergunningen voor grondwateronttrekkingsactiviteiten of lozingsactiviteiten die niet worden voorbereid met de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

Categorie 3

In deze categorie vallen bijvoorbeeld nieuwbouwlocaties, gebiedsontwikkelingen of reconstructies waarbij een significante aanpassing van het watersysteem aan de orde is. Het watersysteem is een begrip uit de Omgevingswet en bestaat uit: grondwater, oppervlaktewater, waterkeringen, bergingsgebieden en/of ondersteunende kunstwerken.

Categorie 4

In deze categorie vallen de aanleg van wegen, spoorwegen, tunnels, bruggen en nuts-leidingen. De leges worden berekend aan de hand van de aanleg-, bouw- en sloopkosten van het werk waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het tarief is afhankelijk van de aanleg-, bouw- en sloopkosten.

Leges worden enkel berekend over de aanleg-, bouw- en sloopkosten binnen het beheergebied van Schieland en de Krimpenerwaard, voor die onderdelen van het werk die betrekking hebben op de vergunningplichtige handelingen.

Categorie 5

Onder deze categorie vallen ontheffingen voor een ingestelde beperking op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die de geldigheid hebben van één dag.

Categorie 6

In deze categorie worden de ontheffingen geregeld voor een beperking, niet zijnde een gewichtsbeperking, op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die langer dan één dag geldig zijn.

Categorie 7

Alle omgevingsvergunningen die niet onder de andere categorieën vallen, vallen onder deze categorie. Het gaat bijvoorbeeld om omgevingsvergunningen voor het dempen of graven van water, het bouwen van kunstwerken of bouwwerken op of bij wateren of waterkeringen, of het aanleggen van kabels en leidingen naast, of onder wateren of waterkeringen en een (jaar) ontheffing voor het berijden van wegen met een gewichtsbeperking voor zwaardere wagens.

Categorie 8 en 9

Onder de Omgevingswet kan het voorkomen dat een belanghebbende middels één aanvraag om een vergunning voor meerdere activiteiten verzoekt (zgn. meervoudige aanvraag). Een meervoudige aanvraag wordt in behandeling genomen door het bestuursorgaan dat ter zake van die aanvraag bevoegd gezag is. Dat kan het Rijk of een decentraal bestuursorgaan zijn. In het geval van een meervoudige aanvraag moet het bevoegd gezag, voordat op de aanvraag wordt beslist, het bestuursorgaan wiens belangen ook bij de aanvraag zijn betrokken om advies (met instemming) vragen.

Er zijn in het geval van een dergelijke meervoudige aanvraag dus altijd twee (of meer) bestuursorganen betrokken. Elk bestuursorgaan maakt in verband met de aanvraag kosten: het bevoegd gezag maakt kosten voor het in behandeling nemen van de aanvraag, het andere bestuursorgaan maakt kosten in verband met het verlenen van advies (met instemming). Het bestuursorgaan dat advies (met instemming) geeft, kan zijn kosten niet zelf bij de aanvrager in rekening brengen. Dit heeft te maken met de 1-loketgedachte die aan de Omgevingswet ten grondslag ligt. Kosten van advies (met instemming) kunnen dus alleen via (een doorberekening aan) het bevoegd gezag bij de initiatiefnemer worden gelegd.

In artikel 13.2a Omgevingswet is geregeld dat het doorberekenen van de kosten van instemmingsbesluiten wordt geregeld met de figuur van de bestuursrechtelijke geldschuld.

De onderdelen 8 en 9 regelen dat het hoogheemraadschap de kosten die aan haar door andere bestuursorganen in rekening worden gebracht voor advies (onderdeel 8) en advies met instemming (onderdeel 9) aan de aanvrager van de omgevingsvergunning kan doorberekenen.

In beide gevallen is de tariefbepaling vorm gegeven in de vorm van een zogenoemde ‘begrotingsconstructie’. Omdat de aan het hoogheemraadschap doorberekende kosten per bestuursorgaan kunnen verschillen, is het namelijk niet goed mogelijk een concreet tarief in de legesverordening op te nemen. Zie voor de werking van de begrotingsconstructie, de toelichting op onderdeel 10.

Categorie 10

In gevallen waarin het hoogheemraadschap in het kader van een aanvraag extern advies in wint kunnen deze kosten in rekening worden gebracht bij de aanvrager. Dit vindt plaats door middel van een zogenaamde ‘begrotingsconstructie’ waarbij de kosten van de externe dienstverlening van tevoren worden begroot en medegedeeld aan de aanvrager. De externe advieskosten worden bovenop de op grond van de tarieventabel verschuldigde leges in rekening gebracht. Het kan bijvoorbeeld gaan om een second opinion, extern advies, extra onderzoek, of de aanschaf van (meet) instrumenten. Deze kosten verschillen per geval.

In de begrotingsconstructie zoals die door het hoogheemraadschap wordt toegepast, krijgt de aanvrager na de mededeling van de begroting een termijn van tien dagen om zijn aanvraag desgewenst in te trekken. Als de aanvrager niet of niet tijdig reageert op de aan hem overgelegde begroting, wordt de aanvraag in behandeling genomen en is hij leges verschuldigd.