Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706547
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706547/4
Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024
Geldend van 09-07-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024De raad van de gemeente Schiedam;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2023 met kenmerk 23VR056;
Gelet op artikel 149 en 156 van de Gemeentewet en artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b en het bepaalde in de hoofdstukken 4, 6 en 7 van de Huisvestingswet 2014;
Besluit vast te stellen de Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024.
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
-
1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
betaalbare koopwoningen: woonruimte waarvan de WOZ-waarde niet meer bedraagt dan de betaalbare koopgrens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet en geïndexeerd conform artikel 7, vierde lid, van de wet;
- b.
eigenaar: de eigenaar in de zin van artikel 1, de erfpachter ingevolge hoofdstuk 7 en de appartementseigenaar ingevolge titel 9 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
- c.
flat- of portiekwoning: woonruimte gelegen in een woongebouw waarbij de toegang vanaf de openbare weg gedeeld wordt met andere in dat woongebouw gelegen woonruimten;
- d.
gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
- e.
gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580, voor zover het de delen van het gebouw betreft die in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
- f.
huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders, hebben aangetoond voor onbepaalde tijd en enkel vanuit de wens samen te wonen een duurzame gemeenschappelijke huishouding te voeren;
- g.
kadastraal splitsen: het splitsen van woonruimte als bedoeld in artikel 22 lid 1 van de wet en het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten als bedoeld in artikel 22 lid 3 van de wet;
- h.
kamergewijze bewoning: het bewonen van onzelfstandige woonruimte;
- i.
kantoor aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als kantoor door de in de woonruimte woonachtige eigenaar;
- j.
omgevingsplan: het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;
- k.
omzetten van woonruimte: het omzetten of omgezet houden van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet;
- l.
omzettingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet;
- m.
onttrekken: het onttrekken of onttrokken houden van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet;
- n.
onttrekkingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet;
- o.
onzelfstandige woonruimte: bewoonde of kennelijk voor bewoning geschikte of bedoelde ruimte, niet zijnde een woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
- p.
praktijkruimte aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als praktijkruimte door de in de woonruimte woonachtige eigenaar;
- q.
samenvoegen: het samenvoegen en samengevoegd houden van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet;
- r.
sociale huurwoning: woonruimte van een toegelaten instelling met een huur tot de liberalisatiegrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
- s.
splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid van de wet;
- t.
toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.
- u.
verordening: de Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024;
- v.
voorbereidingsbesluit: het voorbereidingsbesluit als bedoeld in de Omgevingswet;
- w.
wet: de Huisvestingswet 2014;
- x.
woningvorming: het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten of in die verbouwde staat houden zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet;
- y.
woningvormingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet;
- z.
woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van de wet;
- aa.
WOZ - waarde: de op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.
- a.
-
2. Van een huishouden als bedoeld in het eerste lid onder f, is in ieder geval geen sprake, indien:
- a.
de ruimte of ruimten waaruit de woonruimte bestaat, niet door alle bewoners worden gedeeld;
- b.
er geen sprake is van wederzijdse zorg tussen de bewoners;
- c.
er geen gezamenlijke huurovereenkomst is, waarin de namen van alle meerderjarige bewoners vermeld staan;
- d.
de bewoners uit hoofde van een studie of arbeidsovereenkomst de woonruimte bewonen;
- e.
de bewoners niet zelf het initiatief tot samenwoning hebben genomen; of,
- f.
voor zover van toepassing, de voor het gebruik van de woonruimte door deze bewoners vereiste huisvestingsvergunning niet verleend is.
- a.
-
3. Met een huishouden als bedoeld in het eerste lid, onder f, wordt gelijkgesteld: een groep van ten hoogste drie vergunninghouders als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder g, van de wet die geen gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren, maar gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling door burgemeester en wethouders gehuisvest worden of zijn in één woning.
-
4. Indien voor woonruimte de in het eerste lid, onder aa, bedoelde waarde niet is vastgesteld, wordt in deze verordening als WOZ-waarde aangemerkt:
- a.
de ten tijde van het indienen van de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde; of,
- b.
de ten tijde van de aanvang van het handelen in strijd met een in artikel 21 of 22 van de wet opgenomen verbod geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.
- a.
Paragraaf 2. Vergunning voor onttrekken, samenvoegen, omzetten en woningvorming
Artikel 2. Vergunningplicht voor onttrekken, samenvoegen, omzetten en woningvorming
-
1. Woonruimte, die behoort tot één of meer van de in het tweede lid aangewezen categorieën, mag niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet:
- a.
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor aan huis of praktijkruimte aan huis door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken worden gehouden;
- b.
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor aan huis of praktijkruimte aan huis door de eigenaar met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd worden gehouden;
- c.
van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet of omgezet worden gehouden;
- d.
worden verbouwd tot twee of meer woonruimten of verbouwd tot twee of meer woonruimten worden gehouden.
- a.
-
2. Aangewezen zijn de volgende categorieën woonruimte:
- a.
sociale huurwoningen;
- b.
betaalbare koopwoningen;
- c.
woonruimte met een gebruiksoppervlakte minder dan 140 m2;
- d.
woonruimte met een gebruiksoppervlakte van 140 m2 en meer gelegen in de op Bijlage 1 aangegeven buurten;
- e.
woonruimte met een gebruiksoppervlakte van 140 m2 en meer voor zover die woonruimte in de 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag:
- i.
een gebruiksoppervlakte van minder dan 140 m2 had; of
- ii.
ontstaan is uit één of meer woonruimten met een gebruiksoppervlakte van minder dan 140 m2.
- i.
- a.
-
3. De in het eerste lid, onder c, bedoelde vergunningplicht is niet van toepassing indien een woonruimte:
- a.
geheel wordt omgezet naar onzelfstandige woonruimte en bewoond wordt door maximaal drie personen die geen huishouding vormen, niet gelegen is in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente en geen flat- of portiekwoning is;
- b.
bewoond wordt door de eigenaar terwijl een deel van die woonruimte onzelfstandig in gebruik wordt gegeven aan maximaal twee personen die geen huishouden vormen en al dan niet is gelegen in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen;
- c.
geheel wordt omgezet naar onzelfstandige woonruimte, bewoond wordt door maximaal twee personen die geen huishouden vormen en gelegen is in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente;
- d.
geheel wordt omgezet naar een onzelfstandige woonruimte en wordt bewoond door maximaal twee personen die geen huishouden vormen, al dan niet gelegen in de Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente en een flat of portiekwoning is.
- a.
Artikel 3. De vergunningaanvraag
-
1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
-
2. De in lid 1 bedoelde aanvraag wordt ingediend door de eigenaar van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft.
-
3. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
- a.
het adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;
- b.
de naam en het adres van de eigenaar van de onroerende zaak of zaken waarop de aanvraag betrekking heeft;
- c.
de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, het woonoppervlak, de woonlaag en een door een deskundige gemaakte beschrijving en beoordeling van de bouwkundige staat van onderhoud; en
- d.
de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs of verkoopprijs, het woonoppervlak, het aantal kamers, de bouwtekening of omgevingsvergunning in verband met de realisatie van de beoogde situatie, het aantal niet-openbare parkeerplaatsen dat ter beschikking staat aan de bewoners van de in de beoogde situatie te realiseren woonruimten.
- a.
Artikel 4. Voorwaarden en voorschriften
-
1. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt de voorwaarde verbonden dat van de vergunning binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn gebruik moet worden gemaakt.
-
2. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen voorts voorwaarden gesteld en voorschriften worden verbonden als dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is;
- a.
ter bescherming van het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad; of
- b.
ter voorkoming van een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; of
- c.
ter voorkoming van ernstige overlast, ernstig gevaar of vervuiling.
- a.
-
3. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan voor bepaalde tijd verleend worden indien, naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
- a.
de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte; of,
- b.
dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is ter bescherming van het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad.
- a.
-
4. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet, verleend ten behoeve van kamergewijze bewoning, is zaaks- en persoonsgebonden en niet overdraagbaar, tenzij er sprake is van overdracht onder algemene titel zoals bij erfopvolging, boedelmenging en fusie.
-
5. Een vergunning als bedoeld in lid 4 bevat in ieder geval:
- a.
de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt;
- b.
het aantal onzelfstandige woonruimten dat bij gebruikmaking van de vergunning mag worden gecreëerd, met daarbij het maximum aantal personen ten behoeve waarvan slaapplaatsen gecreëerd mag worden; en
- c.
de duur van de vergunning.
- a.
-
6. Een onttrekkingsvergunning en een omzettingsvergunning vervallen van rechtswege, indien deze gedurende 3 kalenderjaren, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, niet worden gebruikt.
Artikel 5. Weigeringsgronden ten aanzien van onttrekken, samenvoegen, omzetten en woningvorming
-
1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:
- a.
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen gediende belang;
- b.
de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders vanuit het oogpunt van grootte, indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvorming verzet;
- c.
het onder a of b genoemde belang naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden of verbinden van voorschriften aan de vergunning;
- d.
het verlenen van de vergunning naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft;
- e.
de aanvrager van de vergunning niet de eigenaar is van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; of,
- f.
de met de vergunning te realiseren situatie in strijd is met het bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit of het omgevingsplan.
- a.
-
2. Een vergunning voor omzetting of woningvorming als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd indien de aanvraag ziet op een woonruimte die gelegen is in de op Bijlage 1 aangegeven buurten en de eigenaar van die woonruimte geen toegelaten instelling is zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.
-
3. Een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd indien de uit woningvorming beoogde woonruimte niet beschikt over een gebruiksoppervlakte van minimaal 70 m2.
-
4. Een vergunning voor woningomzetting als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd indien de uit woningomzetting ontstane woonruimte niet beschikt over een gebruiksoppervlakte van minimaal 18 m2 per persoon.
-
5. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
-
6. Burgemeester en wethouders kunnen categorieën van gevallen aanwijzen waarin in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, voor woonruimte gelegen in de in dat lid bedoelde gebieden een woningvormingsvergunning kan worden verleend.
Artikel 6. Intrekking van de vergunning
In aanvulling op het bepaalde in artikel 26 van de wet kan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet ingetrokken worden als het gebruik van het gebouw, ten behoeve waarvan de vergunning verleend is, ernstige overlast of ernstig gevaar veroorzaakt.
Paragraaf 3. Vergunning voor kadastraal splitsen
Artikel 7. Vergunningplicht voor kadastraal splitsen
Woonruimten met een WOZ-waarde tot en met € 310.000 gelegen in de in artikel 1 van Bijlage II genoemde delen van de gemeente, mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet gesplitst worden in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek als een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.
Artikel 8. De vergunningaanvraag
-
1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
-
2. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
- a.
het adres van de onroerende zaak of zaken waarop de aanvraag betrekking heeft;
- b.
de naam en het adres van de eigenaar van de onroerende zaak of zaken waarop de aanvraag betrekking heeft;
- c.
een tekening als bedoeld in artikel 109, lid 2, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
- d.
een door een deskundige opgemaakt rapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de bouwkundige staat van onderhoud;
- e.
de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, het woonoppervlak, de woonlaag en de staat van onderhoud; en
- f.
de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs of verkoopprijs, de bouwtekening of omgevingsvergunning in verband met de realisatie van de beoogde situatie, het aantal niet-openbare parkeerplaatsen dat ter beschikking staat aan de bewoners van de in de beoogde situatie te realiseren woonruimten.
- a.
Artikel 9. Weigeringsgronden ten aanzien van kadastraal splitsen
-
1. Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan worden geweigerd als:
- a.
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het splitsen gediende belang;
- b.
de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders vanuit het oogpunt van grootte, indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet;
- c.
het onder a of b genoemde belang naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden of verbinden van voorschriften aan de vergunning;
- d.
het verlenen van de vergunning naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; of,
- e.
de aanvrager van de vergunning niet de eigenaar is van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; of,
- f.
de met de vergunning te realiseren situatie in strijd is met het bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit of het omgevingsplan.
- a.
-
2. Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Paragraaf 3a. Opkoopbescherming
Artikel 9a. Begripsbepalingen
-
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a.
beschermde woonruimte: de in artikel 9b met toepassing van het bepaalde in artikel 41, eerste lid, van de wet aangewezen categorie woonruimte;
- b.
datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar;
- c.
leefbaarheid: de leefbaarheid van de woonomgeving als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet;
- d.
ontheffing: de ontheffing als bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de wet;
- e.
verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet;
- f.
woonadres: woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onder o, subonderdeel 1°, van de Wet basisregistratie personen;
- g.
zelfbewoning: het voor bewoning gebruiken van woonruimte door de eigenaar van die woonruimte voor zover het goedkope of middeldure koopwoningen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet betreft;
- h.
zorgaanbieder: de aanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Zorgverzekeringswet.
- a.
-
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt in deze paragraaf verstaan onder:
-
WOZ-waarde: de waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken, en geldend voor het jaar waarin de datum van inschrijving valt.
Artikel 9b. Verhuurvergunning opkoopbescherming
-
1. Het is verboden beschermde woonruimte gedurende een periode van vier jaar na de datum van inschrijving zonder verhuurvergunning opkoopbescherming in gebruik te geven en gegeven te houden.
-
2. Als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte die elk van de volgende kenmerken heeft:
- a.
de woonruimte ligt in één van de in bijlage III genoemde delen van de gemeente;
- b.
de WOZ-waarde bedraagt niet meer dan de betaalbare koopgrens zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 van de Huisvestingswet en geïndexeerd conform artikel 7, lid 4 van de huisvestingswet;
- c.
op de datum van inschrijving was ten minste één van de in het volgende lid bedoelde situaties van toepassing;
- d.
de datum van inschrijving ligt na 1 november 2022;
- e.
de woonruimte is geen eigendom van een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.
- a.
-
3. Op de datum van inschrijving:
- a.
was de woonruimte vrij van huur en gebruik;
- b.
was de woonruimte in verhuurde staat voor een periode minder dan 6 maanden; of,
- c.
werd de woonruimte verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming.
- a.
-
4. Burgemeester en wethouders kunnen conform artikel 41, vierde lid, van de wet, ontheffing verlenen van het in artikel 41, eerste lid, van de wet opgenomen verbod.
-
5. Burgemeester en wethouders kunnen categorieën van gevallen aanwijzen die bij uitsluiting voor een ontheffing in aanmerking komen;
-
6. Aan de hand van de actualisatie schaarste/woningmarktsituatie het bedrag van 355.000 euro, zoals bedoeld in het tweede lid aanhef, en onder b, jaarlijks te laten evalueren door de gemeenteraad en indien nodig (op basis van onderbouwing vanuit de schaarste/woningmarktsituatie) te wijzigen.
Artikel 9c. Aanvraag van de verhuurvergunning opkoopbescherming
-
1. De verhuurvergunning opkoopbescherming wordt aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft.
-
2. Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier vast. Zij kunnen daarbij bepalen, welke gegevens en bescheiden de aanvrager bij de aanvraag indient.
-
3. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
- a.
het kadastrale- en postadres, een beschrijving en een plattegrond van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;
- b.
de naam en het adres van de eigenaar van de woonruimte;
- c.
de naam en het adres van de huurder of gebruiker aan wie de woonruimte met de aan te vragen verhuurvergunning opkoopbescherming in gebruik gegeven zal worden.
- a.
Artikel 9d. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming wordt verleend
-
1. Indien de verhuurvergunning opkoopbescherming niet met toepassing van het bepaalde in artikel 43, eerste lid, van de wet wordt geweigerd, wordt de verhuurvergunning opkoopbescherming verleend indien sprake is van een in het tweede lid bepaalde vorm van het in gebruik geven.
-
2. De in het eerste lid bedoelde vormen van het in gebruik geven zijn:
- a.
de woonruimte wordt in gebruik gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar of indien wordt aangetoond dat er sprake is van vergelijkbare gevallen zoals een (voormalig) pleegkind of (voormalig) voogd;
- b.
de eigenaar heeft na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste 12 maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte en de eigenaar komt met een woningzoekende schriftelijk overeen dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt;
- c.
de woonruimte maakt onlosmakelijk deel uit van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte;
- d.
het voor bewoning in gebruik geven van woonruimte die door of in opdracht van de gemeente is aangekocht;
- e.
het voor bewoning in gebruik geven van woonruimte door een gecertificeerde of door de gemeente of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon gecontracteerde zorgaanbieder aan cliënten met een zorgindicatie, mits:
- i.
het voor bewoning in gebruik geven noodzakelijk is voor de ter verlenen zorg; en,
- ii.
het daarmee gediende naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder weegt dan het behoud van de leefbaarheid of het belang dat gediend wordt met het van de beschikbaarheid van beschermde woonruimte voor zelfbewoning.
- i.
- a.
Artikel 9e. Weigeren van de verhuurvergunning opkoopbescherming
Onverminderd artikel 43 van de wet, weigeren burgemeester en wethouders de verhuurvergunning opkoopbescherming indien zij gelet op artikel 9d niet kan worden verleend.
Artikel 9f. Inhoud van de verhuurvergunning opkoopbescherming
-
1. De verhuurvergunning opkoopbescherming vermeldt in ieder geval:
- a.
het kadastrale en postadres van de woonruimte;
- b.
de naam en het adres van de eigenaar van de woonruimte; en,
- c.
op welke grond en voor welke situatie het in gebruik geven of verhuren daarvan is toegestaan.
- a.
-
2. Een verhuurvergunning opkoopbescherming voor het in gebruik geven van woonruimte aan een woningzoekende als bedoeld in artikel 41, derde lid, aanhef en onder a en b, van de wet:
- a.
bevat de naam of namen en de hoedanigheid van degene of degenen aan wie de woonruimte in gebruik wordt gegeven; en,
- b.
treedt niet in werking zolang de hiervoor bedoelde woningzoekende de woonruimte niet in gebruik heeft genomen.
- a.
-
3. Een verhuurvergunning opkoopbescherming of een ontheffing:
- a.
vervalt in ieder geval van rechtswege vier jaar na de datum van inschrijving;
- b.
vervalt uiterlijk als de situatie waarvoor zij verleend is, eindigt; en
- c.
is niet overdraagbaar.
- a.
-
4. Aan een verhuurvergunning opkoopbescherming of een ontheffing verbinden burgemeester en wethouders tenminste voorschriften en beperkingen gericht op het voorkomen en beperken van overlast.
-
5. Aan een ontheffing verbinden burgemeester en wethouders tevens voorschriften en beperkingen gericht op de bescherming van het belang van de beschikbaarheid van beschermde woonruimte voor zelfbewoning of behoud van de leefbaarheid.
Artikel 9g. Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming
Onverminderd het bepaalde in artikel 44 van de wet, kan een verhuurvergunning opkoopbescherming ook ingetrokken worden:
- a.
als blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en zou zijn geweigerd als de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;
- b.
als de woonruimte niet overeenkomstig de verhuurvergunning opkoopbescherming verhuurd wordt of is of in gebruik wordt of is gegeven.
Paragraaf 4. Bestuurlijke boete
Artikel 10. Bestuurlijke boete
-
1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 21, artikel 22, of 41 van de wet of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 en 26 van de wet.
-
2. De boete voor het overtreden van de verboden bedoeld in artikel 21, 22, of 41 van de wet of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 van de wet, wordt bepaald overeenkomstig het in Bijlage IV bepaalde.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 11. Nadere regels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels vast te stellen over:
- a.
het aan een vergunning verbinden van voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 4, tweede lid;
- b.
het voor bepaalde tijd verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 4, derde lid;
- c.
de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, b en d;
- d.
de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, b en d.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 en vervalt op 1 januari 2028.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 oktober 2023.
De griffier,
M.J.W. Tobeas
de voorzitter,
J.G. Bijl
Bijlage I.
Aangewezen gebieden in het Aanwijzingsbesluit ‘Aangewezen gebieden Verordening woonruimtevoorraad’
Op de volgende wijken buurten van de gemeente Schiedam is het bepaalde in artikel 5, lid 2 van de Verordening van toepassing:
Groenoord
- ●
Van Beethovenbuurt
- ●
Goenoord-Zuid
- ●
Van Zantenbuurt
- ●
Mozartbuurt
- ●
Groenoord-Noord
- ●
Bachplein
Nieuwland
- ●
Toelstrabuurt
- ●
Spieringshoek
- ●
Staatsliedenbuurt
- ●
Vakbondsliedenbuurt
- ●
Hollandiabuurt
- ●
Schiehart
- ●
Nolensbuurt
- ●
De Meesterbuurt
- ●
Cartonnagebuurt
- ●
Wibautbuurt
Centrum
- ●
Binnenstad
- ●
Brandersbuurt
- ●
Walvisbuurt
- ●
De Plantage
Oost
- ●
Natuurkundigenbuurt
- ●
Singelkwartier
- ●
Stationsbuurt
- ●
Wetenschappersbuurt
- ●
Newtonbuurt
- ●
Boylebuurt
- ●
Glasbuurt
- ●
Marconibuurt
Zuid
- ●
Noletbuurt
- ●
Eilandenbuurt
- ●
Sandersbuurt
West
- ●
Schildersbuurt
- ●
Schrijversbuurt
- ●
Fabribuurt
- ●
Frankenland
- ●
Liduinabuurt
Bijlage II.
Artikel 1.
- 1.
Op de volgende delen van de gemeente Schiedam is het bepaalde in artikel 7 van de Verordening van toepassing:
- a.
Wijk 0 Centrum;
- b.
Wijk 1 Oost;
- c.
Wijk 2 West;
- d.
Wijk 4 Zuid;
- e.
Wijk 6 Nieuwland;
- f.
Wijk 7 Groenoord.
- a.
- 2.
De begrenzing van de in het eerste lid genoemde delen van de gemeente is aangegeven op de bij deze bijlage behorende kaart.
Kaart behorende bij Bijlage II
Bijlage III. Opkoopbescherming
Delen van de gemeente als bedoeld in artikel 9b, tweede lid, aanhef en onder a:
- •
de wijk Oost (wijk 1), zoals aangegeven op onderstaande kaart;
- •
de wijk Nieuwland (wijk 6), zoals aangegeven op onderstaande kaart.
- •
de wijk West (wijk 8), zoals aangegeven op onderstaande kaart.
Kaart behorende bij Bijlage III
Deze delen van de gemeente zijn het in artikel 41, eerste lid, van de wet bedoelde aangewezen gebied.
Bijlage IV. Bestuurlijke boete
|
Onvergund(e) onttrekken, omzetten, vormen van woonruimte of kadastraal splitsen |
Bestuurlijke boete |
|
Eerste bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 5000 |
|
Tweede bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 7000 |
|
Derde bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 15.000 |
|
Vierde bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 20.000 |
|
Onvergund(e) onttrekken, omzetten, vormen van woonruimte of kadastraal splitsen vanuit bedrijfsmatige exploitatie |
Bestuurlijke boete |
|
Eerste bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 10.000 |
|
Tweede bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 15.000 |
|
Derde bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 20.000 |
|
Vierde bestuurlijke boete op grond van artikel 21 lid 1 onder a,c of e, artikel 22 of artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet |
€ 25.000 |
|
Onvergunde verhuur of in gebruikgave, in strijd met de regels over opkoopbescherming |
|
|
Eerste overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 7.000 |
|
Tweede overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 8.500 |
|
Derde overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 10.000 |
|
Vierde overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 10.000 |
|
Onvergunde verhuur of in gebruikgave, in strijd met de regels over opkoopbescherming, bij bedrijfsmatige verhuur of in gebruikgave |
|
|
Eerste overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 15.000 |
|
Tweede overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 20.000 |
|
Derde overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 30.000 |
|
Vierde overtreding van artikel 41, eerste lid, Huisvestingswet 2014 binnen een tijdvak van vier jaar |
€ 30.000 |
In deze bijlage wordt verstaan onder:
- 1.
bedrijfsmatige exploitatie: onttrekken, samenvoegen, vormen, omzetten of splitsen van meer dan één woonruimte door een natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 BW of doelvermogen;
- 2.
bedrijfsmatige verhuur: verhuur van meer dan één woonruimte door een natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 BW of doelvermogen.
Toelichting op de Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024
1. Algemene toelichting
1.1 Aanleiding
De Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2016 is met ingang van 1 januari 2020 vervallen. Met deze Verordening kunnen we als gemeente sturen op de wijzigingen in de woonruimtevoorraad. Uitsluitend in deze verordening, voor de duur van vier jaar, kan de gemeenteraad regels geven met betrekking tot het in gebruik nemen of geven van woonruimte en wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad. Deze Verordening maakt onderdeel uit van de gemeentelijke Woonvisie, waarin de gewenste en noodzakelijke ontwikkelingen worden geschetst op het terrein van wonen voor de middellange termijn.
1.2 Waarom regels over de woonruimtevoorraad?
Een van de kernopgaven binnen de Woonvisie is het realiseren een gedifferentieerde, evenwichtige woningvoorraad. Een woningvoorraad die het voor Schiedammers mogelijk maakt een wooncarrière te maken en Schiedammers aan de stad bindt. En een woningvoorraad van een betere kwaliteit die bijdraagt aan leefbare woonbuurten. Het verbeteren en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad is belangrijk omdat Schiedam groeit. Naar verwachting zowel in aantallen bewoners als huishoudens. Daarom bouwen we extra woningen om deze groei op te vangen. Naast de nieuwbouwopgave kijken we ook naar de bestaande woningvoorraad. Door deze intensiever te gebruiken vangen we een deel van de groei op. Het is echter van belang dat de nadelige effecten hiervan beperkt blijven. Zo wordt het door verkamering en bouwkundige splitsing van woningen voor gezinnen steeds lastiger om een woning te vinden. De regels in de Verordening maken het mogelijk om te sturen op de wijzigingen in de woningvoorraad. En de juiste woningen op de juiste plek te realiseren. Een uitgebreide onderbouwing van de noodzaak tot sturing in de woonruimtevoorraad is te vinden in de “Evaluatie Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2016”.
2. Artikelsgewijze toelichting
Dit hoofdstuk van de toelichting bevat een artikelsgewijze toelichting op de Verordening. In bepaalde andere gevallen wordt volstaan met een verwijzing naar de algemene toelichting of wordt een gedeelte van algemene toelichting herhaald.
Toelichting algemene bepalingen
Betaalbare koopwoningen
Het begrip ‘betaalbare koopwoningen’ is opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij de in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 genoemde koopprijsgrens. Door deze categorie expliciet te definiëren, kan in de verordening duidelijk worden afgebakend op welke koopwoningen de verordening van toepassing is.
Gebruiksoppervlakte
Het begrip ‘gebruiksoppervlakte’ sluit aan bij NEN 2580, voor zover het de delen van het gebouw betreft, die in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. Hiermee ontstaat een objectiever en eenduidiger toetsingskader voor de toepassing van de verordening, in het bijzonder waar oppervlaktegrenzen van belang zijn.
Huishouden
Het begrip ‘duurzaam gemeenschappelijk huishouden’ is vervangen door het begrip ‘huishouden’. Uit jurisprudentie volgt, dat voor wat betreft de Huisvestingswet 2014 ‘huishouden’ onder meer betekent dat ‘duurzaam’ een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd en dat voor ‘onbepaalde tijd’, dus los van de duur van een studie of arbeidsbetrekking. In lid 2 wordt aangegeven wanneer in ieder geval geen sprake is van een ‘huishouden’.
Samenvoegen
Het begrip ‘samenvoegen’ wordt opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014. Door dit begrip expliciet te definiëren, wordt verduidelijkt dat niet alleen het samenvoegen zelf, maar ook het samengevoegd houden onder de reikwijdte van de verordening valt.
Sociale huurwoning
Het begrip ‘sociale huurwoning’ wordt opgenomen. Daarbij is aangesloten bij woonruimte van een toegelaten instelling met een huur tot de liberalisatiegrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag. Hiermee wordt duidelijk afgebakend welke huurwoningen binnen deze categorie vallen.
Toegelaten instelling
Het begrip ‘toegelaten instelling’ wordt opgenomen. Daarbij wordt aangesloten bij artikel 19 van de Woningwet. Deze begripsbepaling is nodig, omdat in de verordening op verschillende plaatsen onderscheid wordt gemaakt tussen toegelaten instellingen en andere eigenaren.
Woonruimte
De definitie van het begrip ‘woonruimte’ wordt in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 gegeven. Alhoewel juridisch onnodig, wordt die definitie hier herhaald. Daarbij is aangegeven dat ‘standplaats’ geen deel uitmaakt van het in deze verordening gebruikte begrip ‘woonruimte’.
Woonruimte versus onzelfstandige woonruimte
Het begrip ‘woonruimte’ wordt gebruikt voor ‘zelfstandige woonruimte’: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.
Naast ‘woonruimte’ kan ook sprake zijn van ‘onzelfstandige woonruimte’. De wet geeft voor dat laatste begrip geen definitie. Daarom is in artikel 1, lid 1 onder o, hiervoor een definitie opgenomen.
WOZ-waarde
Voor de definitie van WOZ-waarde is destijds – bij het vaststellen van de eerste verordening – aangesloten bij de WOZ-waarde van 2018. Inmiddels zijn vijf jaren verstreken. Wenselijk is om dit artikel te wijzigen en de woz waarde te hanteren van 1 januari van het voorgaande jaar Om te voorkomen dat voor sinds 2018 gerealiseerde OZB-plichtige objecten geen WOZ-waarde van toepassing zou zijn, wordt de regeling van lid 4 voorgesteld.
Toelichting artikel 1 q
De vorige verordening verwees naar de Huisvestingswet en de Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 zijn gewijzigd. Deze aanpassingen zijn cruciaal voor de uitvoering en handhaving van lokale beleidsregels. De verordening is daarom geactualiseerd om te voldoen aan de nieuwe wetgeving en ervoor te zorgen dat alle bepalingen en procedures in overeenstemming zijn met de recente wijzigingen in de landelijke wetgeving.
Toelichting artikel 2
In artikel 2 worden de categorieën woonruimte aangewezen waarvoor de vergunningplicht uit artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 geldt. Daarmee wordt bepaald op welke woonruimten het verbod van toepassing is om die zonder vergunning te onttrekken, samen te voegen, om te zetten of te verbouwen. In het eerste lid wordt bepaald welke handelingen vergunningplichtig zijn voor de in het tweede lid aangewezen categorieën woonruimte. Nieuw is de toevoeging van de vergunningplicht voor het samenvoegen van woonruimte (onder b). Hiermee kan vooraf worden getoetst of het verlies van woonruimte aanvaardbaar is in het licht van de gewenste samenstelling van de woningvoorraad en het behoud van grotere gezinswoningen.
Het tweede lid bepaalt de reikwijdte van de vergunningplicht. Deze ziet op sociale huurwoningen, betaalbare koopwoningen en alle woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 140 m². Voor woningen met een gebruiksoppervlakte van 140 m² of meer geldt de plicht enkel in aangewezen wijken of indien de woning in de 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag is ontstaan uit één of meer woningen kleiner dan 140 m² (onder e). Deze laatste bepaling dient als anti-ontwijkingsmaatregel: het voorkomt dat woningen worden samengevoegd om direct daarna zonder vergunning te kunnen splitsen. Bij de toepassing geldt een vaste volgorde: er wordt eerst getoetst of een woning onder een van de aangewezen categorieën uit lid 2 valt. Daarna wordt bepaald of de handeling uit lid 1 vergunningplichtig is.
Op grond van het derde lid geldt de vergunningplicht voor omzetten (van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte) onder bepaalde omstandigheden niet. Het is van belang dat deze uitzonderingen enkel van toepassing zijn op de omzettingsvergunning (lid 1 onder c) en geen werking hebben voor de overige vergunningstelsels. Indien een woning bijvoorbeeld fysiek wordt verbouwd tot meerdere zelfstandige eenheden (woningvorming), blijft hiervoor op grond van lid 1 onder d altijd een vergunning vereist, ook als het aantal bewoners per eenheid beperkt blijft.
Ter verduidelijking van de gelaagde systematiek worden de regels voor vergunningvrije omzetting door de volgende uitgangspunten uitgelegd. De regels, voor specifieke gebouwen en wijken, zijn noodzakelijk vanwege de grotere impact op het woon- en leefmilieu in die gebieden:
- ●
In een woonruimte buiten de aangewezen gebieden en niet zijnde een flat of portiekwoning: omzetting voor maximaal drie personen.
- ●
In een woonruimte binnen de aangewezen wijken (Bijlage I) of in flat- en portiekwoningen: omzetting voor maximaal twee personen. De beperking in flats en portiekwoningen is ingegeven door de kwetsbaarheid van gedeelde toegangen en gemeenschappelijke ruimten.
- ●
In heel Schiedam bij 'hospitaverhuur', waarbij de eigenaar feitelijk in de woonruimte woont en een deel in gebruik geeft aan maximaal twee personen. Hierbij geldt als strikte voorwaarde dat de eigenaar de woning daadwerkelijk als hoofdverblijf bewoont; schijnconstructies zijn niet toegestaan en worden gehandhaafd.
De uitzonderingen uit het derde lid werken enkel binnen de aangewezen categorieën uit het tweede lid. Indien een activiteit onder meerdere vergunningstelsels valt, zoals samenvoegen gevolgd door omzetting naar kamerverhuur, is er sprake van samenloop. In dat geval moet voor elk onderdeel de vergunningplicht afzonderlijk worden getoetst en zijn de plichten cumulatief van aard. Dit kan ertoe leiden dat een activiteit gedeeltelijk vergunningvrije lijkt, terwijl voor een ander onderdeel alsnog een vergunningplicht geldt. Bij twijfel over de toepassing van deze regels wordt geadviseerd vooraf contact op te nemen met de gemeente.
Toelichting artikel 4
Vergunningvoorschriften
Met de voorgestelde wijziging van lid 2 vervalt de opsomming van motieven en belangen die kunnen nopen tot het aan de vergunning verbinden van voorschriften. Volstaan wordt met de bepaling dat vergunningvoorschriften gericht dienen te zijn op de bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. Welke belangen dat zijn, volgt allereerst uit de wet: het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Voorts is dit belang in artikel 5 van de verordening verder uitgewerkt en aangevuld.
Toelichting artikel 5
Relatie met het planologisch regime
Met de voorgestelde wijziging van 5 lid 1 onder f wordt het voor burgemeester en wethouders mogelijk om het planologische regime mee te wegen bij de beslissing op een vergunningaanvraag. Hiermee wordt een meer coherent gebruik van gemeentelijke bevoegdheden bevorderd.
Samenvoegen
Met de voorgestelde wijziging wordt samenvoegen toegevoegd aan de weigeringsgronden in artikel 5. Hierdoor kunnen burgemeester en wethouders een vergunning weigeren indien het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager bij samenvoegen.
Wet Bibob
De in lid 5 opgenomen verwijzing naar de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur bevatte een verschrijving. Voorgesteld wordt, die te herstellen.
Meewerken aan woningvorming in aangewezen gebieden
Gelet op lid 2 wordt een vergunning voor omzetting of woningvorming geweigerd indien de aanvraag ziet op een woonruimte die gelegen is in één van de hiervoor door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden zoals nader aangeduid in de bijlage bij deze verordening. In de door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden staat de leefbaarheid dermate onder druk, dat de met omzetting of woningvorming gepaard gaande verdichting op voorhand als onwenselijk wordt beschouwd. Toch is denkbaar dat het wenselijk is, om voor bepaalde categorieën van gevallen toch een woningvormingsvergunning te kunnen verlenen. Het voorgestelde zesde lid maakt het mogelijk, dat burgemeester en wethouders dergelijke categorieën van gevallen aanwijzen.
Burgemeester en wethouders kunnen in zo’n – overigens te publiceren – aanwijzingsbesluit bijvoorbeeld in het kader van een bredere gebiedsgerichte aanpak categorieën van gevallen aanwijzen.
Toelichting artikel 5 lid 2
Dit artikel voorziet in mogelijkheid tot een vrijstelling voor woningvorming in specifieke, aangewezen gebieden voor toegelaten instellingen. Toegelaten instellingen ervaren momenteel belemmeringen door de verordening bij de uitvoering van hun projecten. Voor verschillende plannen is het vaak noodzakelijk om meerdere vergunningen aan te vragen, zoals een omgevingsvergunning voor verbouwingen en een vergunning op basis van de Huisvestingswet voor woningvorming of splitsing. In sommige gevallen kan de vergunning op basis van de Huisvestingswet echter niet worden verleend vanwege de beperkingen die de verordening oplegt in bepaalde gebieden. Dit vormt een obstakel voor de uitvoering van projecten die in lijn zijn met de Woonvisie. Met deze vrijstelling wordt er ruimte geboden om af te wijken van de restricties in de verordening, waardoor de realisatie van woningbouwprojecten kan worden gefaciliteerd.
Toelichting artikel 7
De prijsgrens voor de vergunningplicht voor kadastrale splitsing wordt verhoogd naar een WOZ- waarde van € 310.000 (was: € 300.000). Deze verhoging is in lijn met de ontwikkelingen op de woningmarkt zoals beschreven in het schaarste-onderzoek van RIGO d.d. 4 november 2020 en de actualisatie daarvan in de oplegnotitie schaarste d.d. 13 september 2022.
Toelichting artikel 9 lid e en f
Het voorstel is om lid e en f toe te voegen, omdat het de vergunningverlening verduidelijkt en voorkomt dat niet-eigenaren zonder de benodigde rechten vergunningen aanvragen. Dit versterkt de controle op eigendom en voorkomt misbruik, wat bijdraagt aan een efficiëntere handhaving van de regels rondom splitsing.
Toelichting artikel 9b
Gekozen wordt om nu niet meer jaarlijks afte wegen of de koopprijs (die het rijk hanteert als betaalbare koopgrens) uit de Huisvestingswet gevolgd wordt. De betaalbare koopgrens van het rijk volgt de prijsontwikkeling op de woningmarkt en de inkomensontwikkeling. Deze sluit aan bij de prijsontwikkeling zoals deze in Schiedam plaatsvindt. Een Oandelijk) herkenbare prijsgrens verbetert de uitvoerbaarheid van de regeling.
Toelichting artikel 9d
In bepaalde gevallen kan een verhuurvergunning in het kader van de opkoopbescherming worden verleend, bijvoorbeeld wanneer de woonruimte wordt verhuurd aan een woningzoekende met bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad met de eigenaar.
In dit artikel wordt voorgesteld om deze uitzondering uit te breiden naar vergelijkbare situaties, zoals (voormalige) pleegkinderen of (voormalige) voogden. Het gelijkstellen van de status van (voormalige) pleegkinderen en (voormalige) voogden aan die van eerste- en tweede graads familieleden is gerechtvaardigd, aangezien deze personen vaak een langdurige en hechte relatie hebben met de eigenaar. Het verlenen van een vergunning in dergelijke gevallen zorgt ervoor dat de woning beschikbaar blijft binnen familie- en zorgnetwerken, zonder dat dit ten koste gaat van de bescherming van de woningvoorraad voor de bredere markt.
Toelichting artikel 11
Artikel 11 wordt aangepast om de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot het stellen van nadere regels concreter af te bakenen. In plaats van een algemene bepaling wordt nu expliciet vastgelegd dat nadere regels kunnen worden gesteld over vergunningsvoorwaarden, het voor bepaalde tijd verlenen van vergunningen en de toepassing van specifieke weigeringsgronden uit de verordening. Hiermee wordt verduidelijkt op welke onderdelen nadere uitwerking mogelijk is en wordt de uitvoering van de verordening eenduidiger en beter hanteerbaar gemaakt.
Toelichting Bijlage II
Gebruik maken van de vastgestelde wijk- en buurtkaart voor Schiedam voorkomt onduidelijkheid over - en omissies in het aangewezen gebied. Onjuiste benaming van bijlage aangepast, overbodig geworden artikel geschrapt.
Toelichting Bijlage III
Een directe koppeling aan de vastgestelde wijk- en buurtkaart voor Schiedam voorkomt onduidelijkheid over - en omissies in het aangewezen gebied. De uitbreiding naar de wijk West is verwerkt in de bijlage.
Toelichting Bijlage IV
Vereenvoudiging van de boetetabel voor onvergund(e) onttrekken, omzetten, vormen van woonruimte of kadastraal splitsen. Aanpassing van de boetebedragen aan jurisprudentie.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl