Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706485
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706485/3
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, van 5 december 2023 tot vaststelling van een beleidsregel over nadeelcompensatie en tegemoetkoming in schade in verband met de invoering van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet (Beleidsregel nadeelcompensatie Noord-Brabant)
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 18-09-2026
Intitulé
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, van 5 december 2023 tot vaststelling van een beleidsregel over nadeelcompensatie en tegemoetkoming in schade in verband met de invoering van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet (Beleidsregel nadeelcompensatie Noord-Brabant)Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Gelet op artikel 4:81 en titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdelingen 15.1 en 15.5 van de Omgevingswet;
Overwegende dat de verschillende bestaande regelingen over nadeelcompensatie komen te vervallen of in onbruik raken met de inwerkingtreding van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdelingen 15.1 en 15.5 van de Omgevingswet en dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen voor de toepassing van deze nieuwe wettelijke kaders;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten het uit een oogpunt van harmonisatie en deregulering wenselijk achten één nieuwe consistente en integrale regeling vast te stellen;
Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begrippen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
adviescommissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Algemene wet bestuursrecht waarvan de voorzitter en de leden, dan wel het enig lid, geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten;
BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, zijnde onderdeel van de Vereniging het Interprovinciaal Overleg, belast met het mandaat om de aanvragen om een tegemoetkoming in faunaschade als bedoeld in artikel 15.53 van de Omgevingswet namens Gedeputeerde Staten af te handelen;
bijproduct: product dat ontstaat als gevolg van de productie van het in het Handboek Kwantitatieve Informatie (KWIN van Wageningen University & Research) beschouwde hoofdproduct, waaronder in ieder geval hooi en stro, en producten die door de KWIN als zodanig worden aangemerkt;
buitenleiding: kabel of leiding die buiten het beheergebied van een vaarweg of buiten een provinciale weg ligt;
de- minimusvoorwaarden: voorwaarden voor vrijstelling van een aanmelding als bedoeld in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (Pb L 352 van 24 december 2013, blz. 1);
driejaarsomvang : som van de getaxeerde schade veroorzaakt door wilde zwijnen aan gewaspercelen van dezelfde grondgebruiker in de drie, aan het schadejaar waarop de aanvraag om een tegemoetkoming betrekking heeft, voorafgaande aaneengesloten schadejaren, waarbij een schadejaar loopt van 1 november tot en met 31 oktober;
Faunaschade Preventiekit: overzicht van effectieve preventieve maatregelen per diersoort om gewasschade of veeschade door dieren te voorkomen en beperken, te vinden op de website van BIJ12;
kabel: buigzame verbinding, bestaande uit één of meerdere geleiders, die zijn samengesteld uit draden van metaal of glasvezel en geschikt zijn voor het transport van elektrische energie, elektrische signalen of optische signalen, gelegen in de provinciale weg;
landbouw: bedrijfsmatige akkerbouw, weidebouw, veehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - en elke andere vorm van bodemcultuur;
landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L327/1);
leiding: holle buis, vervaardigd van een duurzaam materiaal en gelegen in de provinciale weg;
uitvoeren van infrastructurele werken: uitvoeren van werkzaamheden door of vanwege Gedeputeerde Staten in het kader van hun zorgplicht voor de provinciale weg, alsmede de aanleg van een nieuwe provinciale weg;
vaarweg: een oppervlaktewaterlichaam dat in de Omgevingsverordening Noord-Brabant als vaarweg is aangewezen;
provinciale weg: provinciale weg als bedoeld in bijlage 1 Begripsbepalingen behorende bij artikel 1.1 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
zorgplicht voor de provinciale weg: wettelijke verplichting om provinciale wegen te onderhouden als bedoeld in artikel 15 van de Wegenwet en de belangen te beschermen als bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 1.2 Adviescommissie van deskundigen
Gedeputeerde Staten kunnen een adviescommissie instellen dat belast is advies te geven over een door Gedeputeerde Staten te nemen besluit op grond van artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht en over de toepassing van paragrafen 2 en 3 van deze beleidsregel.
§ 2. Nadeelcompensatie voor het verleggen van een kabel of leiding bij werkzaamheden aan wegen en vaarwegen
Artikel 2.1 Toepassingsbereik
-
1. Deze paragraaf is van toepassing op de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten om een vergoeding als bedoeld in artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht toe te kennen voor de kosten van het verleggen van een kabel of leiding als gevolg van:
- a.
het uitvoeren van infrastructurele werken; en
- b.
het uitvoeren van werkzaamheden ter uitvoering van het beheer van een vaarweg in beheer bij de provincie.
- a.
-
2. Deze paragraaf gaat niet over het toekennen van een vergoeding voor:
- a.
het verleggen van een kabel of leiding waarvan de kosten worden vergoed op grond van artikel 40 van de onteigeningswet; of
- b.
het verleggen van een kabel ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.
- a.
Artikel 2.2 Normaal maatschappelijk risico
-
1. De kosten voor het verleggen van een kabel of leiding als gevolg van het uitvoeren van infrastructurele werken vallen binnen het normaal maatschappelijk risico als:
- a.
de kabel of leiding langer dan 10 jaar parallel aan de weg heeft gelegen;
- b.
de kabel of leiding langer dan 20 jaar de weg heeft gekruist; of
- c.
het gaat over een buitenleiding die langer dan 20 jaar heeft gelegen.
- a.
-
2. De kosten voor het verleggen van een kabel of leiding als gevolg van het uitvoeren van werkzaamheden ter uitvoering van de beheertaak voor provinciale vaarwegen vallen binnen het normale maatschappelijke risico als:
- a.
de kabel of leiding langer dan 20 jaar parallel aan of kruisend op de vaarweg heeft gelegen; of
- b.
het gaat over een buitenleiding die langer dan 20 jaar heeft gelegen.
- a.
-
3. Kosten van ontwerp en begeleiding als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder a, gaan uit boven het normale maatschappelijke risico, ongeacht de liggingsduur.
Artikel 2.3 Vergoedbare kosten
-
1. Als vergoedbare kosten komen in aanmerking:
- a.
kosten van ontwerp en begeleiding: de kosten van onderzoek, voorontwerp, definitief ontwerp, bestek, aanbesteding, gunning detaillering voor de uitvoering, directievoering, oplevering, onderhoud en garantie van een kabel of leiding;
- b.
kosten van uitvoering: kosten van de uitvoering van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden aan een kabel of leiding en de kosten van de uitvoering van werkzaamheden te verwijdering van een kabel of leiding die buiten dienst wordt gesteld;
- c.
kosten van in- en uitbedrijfstellen: kosten van het spanning- of productloos maken van een kabel of leiding, kosten van het weer in bedrijfstellen van de kabel of leiding en de kosten voor de tijdelijke voorzieningen die nodig zijn om de functie van de kabel of levering op een andere wijze te doen voortduren gedurende de periode dat de kabel of leiding spanning- of productloos is; en
- d.
materiaalkosten: de waarde van het materiaal, bepaald aan de hand van de in bijlage I bij deze beleidsregel bepaalde technische levensduur of, als het ander materiaal betreft, een naar redelijkheid en billijkheid bepaalde technische levensduur.
- a.
-
2. De vergoedbare kosten worden bepaald per gedeelte van de kabel of leiding dat voldoet aan een van de in artikel 2.2, eerste en tweede lid, beschreven liggingsregimes. Op dezelfde kabel of leiding kunnen verschillende liggingsregimes van toepassing zijn.
Artikel 2.4 Hoogte van de vergoeding
-
1. De vergoeding voor het verleggen van een kabel of een leiding die 10 jaar of korter parallel aan een weg heeft gelegen of die 20 jaar of korter parallel aan een vaarweg heeft gelegen, bedragen:
- a.
de kosten van ontwerp en begeleiding; en
- b.
het percentage dat is bepaald in bijlage II bij deze beleidsregel van de kosten van uitvoering, de kosten van in- en uitbedrijfstellen en de materiaalkosten.
- a.
-
2. De vergoeding voor het verleggen van een kabel of een leiding die 20 jaar of korter een weg of een vaarweg heeft gekruist of een buitenleiding die 20 jaar of korter bij een weg of vaarweg heeft gelegen, bedragen:
- a.
de kosten van ontwerp en begeleiding; en
- b.
het percentage dat is bepaald in bijlage II bij deze beleidsregel van de kosten van uitvoering, de kosten van in- en uitbedrijfstellen en de materiaalkosten.
- a.
Artikel 2.5 Aanvullende aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in artikel 2.1 zijn gegevens en bescheiden die voor een beslissing op de aanvraag nodig zijn als bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht in ieder geval een specificering van het bedrag van de schade naar de vergoedbare kosten, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid.
Artikel 2.6 Voorschot
Gedeputeerde Staten verlenen vooruitlopend op de betaling van een vergoeding als bedoeld in artikel 2.1 geen voorschot als bedoeld in artikel 4:95, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij het belang van de aanvrager een voorschot redelijkerwijs rechtvaardigt.
§ 3. Nadeelcompensatie bij overige schade door werkzaamheden aan wegen en vaarwegen
Artikel 3.1 Toepassingsbereik
Deze paragraaf is van toepassing op de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten om een vergoeding als bedoeld in artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht toe te kennen voor schade, anders dan de kosten voor het verleggen van een kabel of leiding, als gevolg van:
- a.
het uitvoeren van infrastructurele werken; of
- b.
het uitvoeren van werkzaamheden ter uitvoering van het beheer van een vaarweg in beheer bij de provincie.
Artikel 3.2 Normaal maatschappelijk risico
-
1. Gedeputeerde Staten vergoeden de schade die uitgaat boven het normaal maatschappelijk risico, hiervan is sprake als:
- a.
schade die ontstaat door een tijdelijke schadeoorzaak uitkomt boven een drempelwaarde van 8% van de gemiddelde jaaromzet dan wel gemiddelde brutowinst; of
- b.
schade die ontstaat door een permanente schadeoorzaak uitkomt boven een drempelwaarde van 4% van de waardevermindering van een onroerende zaak, anders dan schade als bedoeld in artikel 15.7, eerste lid, van de Omgevingswet.
- a.
-
2. Gedeputeerde Staten kunnen voor schade die ontstaat door een tijdelijke schadeoorzaak het normale maatschappelijke risico hoger vaststellen dan de drempelwaarde, bedoeld in het eerste lid, onder a, door een korting toe te passen van maximaal 25% op het schadebedrag dat uitkomt boven de drempelwaarde.
Artikel 3.3 Ondergrens schade
Gedeputeerde Staten wijzen de aanvraag om een vergoeding als bedoeld in artikel 3.1 af indien de schade minder bedraagt dan:
- a.
€ 500 voor een particulier; of
- b.
€ 1.500 voor een onderneming.
§ 4. Tegemoetkoming faunaschade
Artikel 4.1 Toepassingsbereik
-
1. Deze paragraaf is van toepassing op de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten om een tegemoetkoming in schade als bedoeld in artikel 15.53 van de Omgevingswet toe te kennen voor:
- a.
directe schade, welke door betreden, vreten, graven, wroeten, vegen, pikken of predatie aan bedrijfsmatige landbouw is veroorzaakt aan de gewassen, of aan gehouden landbouwhuisdieren;
- b.
schade door een wolf aan niet-bedrijfsmatig gehouden hoefdieren.
- a.
Artikel 4.2 Uitgezonderde schadeoorzaken: in wild levende dieren
-
1. Schade komt niet voor tegemoetkoming in aanmerking indien die is aangericht door:
- a.
een van nature in het wild levende beschermde diersoort welke is aangewezen als soort welke in het gehele land schade veroorzaakt en voor het verontrusten en doden van de schadeveroorzakende diersoort een vrijstelling geldt krachtens artikel 11.43 of artikel 11.57 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- b.
een in het wild levende, beschermde diersoort die krachtens de Omgevingsverordening Noord-Brabant is aangewezen als soort die schade veroorzaakt en voor het bestrijden van die soort een vrijstelling geldt, tenzij aan deze vrijstelling voorwaarden, beperkingen of clausules zijn verbonden waardoor de vrijstelling feitelijk gelijkgesteld moet worden aan een maatwerkvoorschrift of omgevingsvergunningvoorschrift verleend door Gedeputeerde Staten;
- c.
een natuurlijk in het wild levende, beschermde diersoort waarvoor Gedeputeerde Staten een omgevingsvergunning hebben verleend om de omvang van de populatie van soorten te beperken;
- d.
de huisspitsmuis, de mol, de bosmuis of de veldmuis en voor het verontrusten en doden van de schadeveroorzakende diersoort een omgevingsvergunning of vrijstelling geldt in verband met de bestrijding van schade aan landbouwgewassen;
- e.
een diersoort waarop de jacht kan worden geopend, met uitzondering van de wilde eend buiten de periode waarin de jacht op deze diersoort is geopend;
- f.
een in het wild levende, beschermde diersoort waarvoor een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift is verleend, waarbij in het verleende maatwerkvoorschrift of de verleende vergunning geen of nagenoeg geen bepalingen zijn opgenomen die de schadebestrijding in de weg staan;
- g.
vogels aan steenvruchten, zachtfruit en kleinfruit;
- h.
een in het wild levende, beschermde diersoort aan geteelde gewassen in een kas of gehouden dieren in een stal; of
- i.
een ziekte.
- a.
-
2. In afwijking van het eerste lid, onder c, komt schade aan gewaspercelen die is aangericht door wilde zwijnen voor een tegemoetkoming in aanmerking.
-
3. Bij schade aan hoog salderende gewassen bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming 95% van de getaxeerde schade.
-
4. Tot 1 november 2028 bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming bij schade aan laag en midden salderende gewassen 95 % van de getaxeerde schade.
-
5. Vanaf 1 november 2028 bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming bij schade aan laag en midden salderende gewassen:
- a.
indien tijdig een raster is aangebracht overeenkomstig de Faunaschade Preventiekit 95% van de getaxeerde schade;
- b.
indien geen of niet tijdig een raster is aangebracht overeenkomstig de Faunaschade Preventiekit:
- 1°.
95% van de getaxeerde schade, indien de driejaarsomvang minder bedraagt dan € 30.000;
- 2°.
75% van de getaxeerde schade indien:
- i.
de driejaarsomvang € 30.000 of meer bedraagt; en
- ii.
de voor het voorgaande schadejaar vastgestelde driejaarsomvang minder bedraagt dan € 30.000;
- i.
- 3°.
50% van de getaxeerde schade indien:
- i.
de driejaarsomvang € 30.000 of meer bedraagt; en
- ii.
de voor het voorgaande schadejaar vastgestelde driejaarsomvang € 30.000 of meer bedraagt.
- i.
- 1°.
- a.
-
6. In afwijking van het vijfde lid, onder b, betrekken Gedeputeerde Staten bij aanvragen die betrekking hebben op schade die geconstateerd is in de periode van 1 november 2028 tot en met 31 oktober 2030, uitsluitend de schadejaren vanaf 1 november 2027.
Artikel 4.3 Uitgezonderde schadeoorzaken: aangericht aan zaken
Schade komt niet voor tegemoetkoming in aanmerking indien die is aangericht aan:
- a.
materialen, die worden aangewend voor het al dan niet tijdelijk afdekken van gewassen;
- b.
bijproducten van gewassen;
- c.
gebouwen, installaties, bouwwerken, geoogste gewassen, opgeslagen voedergewassen of verpakte voedergewassen;
- d.
voertuigen, vaartuigen, luchtvaartuigen of overige vervoermiddelen;
- e.
knol-, bol- en wortelgewassen, die na 30 november van het teeltseizoen worden geoogst, met uitzondering van onderdekkersteelten en van bloembollen;
- f.
blijvend grasland in de maand oktober;
- g.
blijvend grasland in de periode 1 oktober tot en met 31 januari daaropvolgend en het grasgewas bestemd is voor beweiding met schapen; of
- h.
gewassen die geteeld worden voor de verbetering van een ras (veredeling), of vermeerdering van het veredelde gewas.
Artikel 4.4 Uitgezonderde schadeoorzaken: aangericht op gronden
Schade komt niet voor tegemoetkoming in aanmerking indien die is aangericht op gronden:
- a.
welke zijn gelegen binnen een in een omgevingsplan van de gemeente of de Omgevingsverordening Noord-Brabant begrensde bebouwingscontour;
- b.
welke zijn gelegen binnen een straal van 500 meter van een vuilstortplaats, tenzij de schade is aangericht op gronden die zijn aangewezen als ganzenrustgebied door aangewezen soorten die in de periode dat de schade is veroorzaakt niet mochten worden verontrust en gedood;
- c.
waarvoor met een publiekrechtelijke rechtspersoon of een bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie een pachtovereenkomst ingevolge artikel 388 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek tot verpachting binnen reservaten is afgesloten;
- d.
waaraan beperkingen ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten zijn verbonden;
- e.
die feitelijk niet voor landbouwkundige doeleinden worden aangewend; of
- f.
die een functie hebben als waterkering.
Artikel 4.5 Taxatie van de schade
-
1. Een aanvraag om tegemoetkoming wordt in behandeling genomen indien deze wordt ingediend uiterlijk binnen zeven werkdagen nadat de aanvrager de schade heeft geconstateerd.
-
2. In afwijking van het eerste lid wordt bij vermoedelijke wolvenschade een aanvraag in behandeling genomen indien deze uiterlijk binnen 24 uur na constatering van de schade wordt ingediend.
-
3. Een taxateur:
- a.
stelt de schade vast met inachtneming van de protocollen en taxatierichtlijnen van BIJ12;
- b.
legt de oorzaak en omvang van de schade vast in een taxatierapport.
- a.
-
4. Gedeputeerde Staten stellen de aanvrager in de gelegenheid binnen acht werkdagen na ontvangst van het taxatierapport zienswijzen op het taxatierapport naar voren te brengen.
-
5. De taxateur overlegt zo spoedig mogelijk een taxatierapport aan Gedeputeerde Staten met daarin de eindtaxatie, de zienswijzen van de aanvrager en het commentaar van de taxateur op de zienswijzen.
-
6. De taxateur hanteert bij de berekening van het schadebedrag de prijzen van gewassen en dieren zoals die door BIJ12 zijn vastgesteld.
Artikel 4.6 Maatregelen tegen de schade
-
1. Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen als genoemd in de Faunaschade Preventiekit te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade hadden kunnen leiden.
-
2. Maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn in ieder geval:
- a.
tenminste twee verschillende maatregelen bij schade door niet-zoogdieren aan hoog en midden salderende gewassen;
- b.
tenminste twee verschillende maatregelen bij schade door zoogdieren aan midden- en hoog salderende gewassen, waarvan bij hoogsalderende gewassen in ieder geval het tijdig plaatsen van een raster;
- c.
tenminste een maatregel of verjaging door menselijke aanwezigheid bij schade aan laag salderende gewassen;
- d.
tenminste twee verschillende maatregelen bij schade aan laag salderende gewassen in de kwetsbare periode;
- e.
het tijdig plaatsen van een raster bij schade door zoogdieren, uitgezonderd wolven, aan gehouden landbouwhuisdieren;
- f.
het tijdig plaatsen van een raster bij schade door wolven aan gehouden landbouwhuisdieren, binnen het gebied bedoeld in artikel 15.4 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant;
- g.
alternatieve maatregelen die niet zijn genoemd in de Faunaschade Preventiekit en waarvoor Gedeputeerde Staten vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven.
- a.
-
3. Gedeputeerde Staten achten de schade voldoende voorkomen of beperkt voor zover:
- a.
de aanvrager uiterlijk de dag waarop de schade is geconstateerd een maatwerkvoorschrift of vergunning heeft aangevraagd voor het nemen van schadevoorkomende of schadebeperkende maatregelen;
- b.
aan aanvrager een maatwerkvoorschrift of vergunning als bedoeld in onderdeel a is verleend en daarvan op adequate wijze gebruik is gemaakt; en
- c.
de bejaagacties tijdig en volledig in het Fauna Registratie Systeem zijn geregistreerd.
- a.
Artikel 4.7 Schade voor rekening van de aanvrager
Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover:
- a.
diegene het beschadigde gewas niet meer zal oogsten;
- b.
diegene het betreffende perceel niet meer in gebruik zal nemen;
- c.
het risico van de schade verzekerbaar is bij ten minste twee in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen;
- d.
de schade niet meer door de taxateur kan worden getaxeerd:
- 1°.
door handelingen of het nalaten daarvan door de aanvrager; of
- 2°.
omdat de schade eerder dan 10 dagen voor de schadeconstatering is opgetreden;
- 1°.
- e.
een maatwerkvoorschrift of vergunning als bedoeld in artikel 4.6, derde lid, onder a, op inhoudelijke gronden door Gedeputeerde Staten is geweigerd;
- f.
aan aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening uitstaat vanwege een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij eerder verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
- g.
het een aanvrager betreft wiens onderneming in moeilijkheden verkeert, tenzij de onderneming een onderneming in moeilijkheden is geworden door verliezen of schade als gevolg van het herstel van door beschermde dieren veroorzaakte schade (artikel 1, vijfde lid 5, juncto artikel 29 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening); of
- i.
Gedeputeerde Staten oordelen dat de schade redelijkerwijs ten laste van de aanvrager behoort te blijven.
Artikel 4.8 Aanvrager van de tegemoetkoming
-
1. Voor een tegemoetkoming in schade aangericht door van nature in het wild levende beschermde dieren komen in aanmerking:
- a.
de eigenaar, pachter, erfpachter of anderszins rechthebbende van het perceel waarop de schade is aangericht, voor zover het gaat om schade aan landbouw waarin de aanvrager diens hoofdbestaan of een substantieel deel van diens bestaan vindt; of
- b.
een particulier die geen onderneming drijft, voor zover het gaat om schade die is veroorzaakt door een wolf aan niet-bedrijfsmatig gehouden schapen of geiten.
- a.
-
2. Wanneer een aanvrager verplicht is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een gecombineerde opgave te doen, is dat een aanwijzing dat diegene diens hoofdbestaan of een substantieel gedeelte van diens bestaan in de landbouw vindt of pleegt te vinden.
Artikel 4.9 Hoogte van de tegemoetkoming
-
1. Gedeputeerde Staten stellen de hoogte van de tegemoetkoming vast na kennisneming van het aanvraagformulier, het taxatierapport en overige op de aanvraag betrekking hebbende stukken.
-
2. Het deel van de schade dat redelijkerwijs voor rekening van de aanvrager behoort te blijven is:
- a.
bij schade aan pitvruchten die is aangericht door vogels: 40 procent of in ieder geval € 250,- per bedrijf per kalenderjaar;
- b.
bij schade die is aangericht door een wolf: nul procent;
- c.
bij overige vormen van schade: vijf procent van de schade of in ieder geval € 250,- per bedrijf per kalenderjaar.
- a.
-
3. Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen bepalen dat geen deel van de schade voor rekening van de aanvrager behoort te blijven.
-
4. Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat een groter deel van de schade voor rekening van de aanvrager behoort te blijven, in het geval dat de plaats, het moment of de wijze van telen van gewas of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren, het gewas of de dieren bijzonder kwetsbaar heeft gemaakt voor de ontstane schade.
-
5. Een tegemoetkoming die minder bedraagt dan € 50,- wordt niet uitgekeerd.
Artikel 4.10 Aanvraagvereisten
-
1. Gelet op artikel 4.5, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt een aanvraag om een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 15.53 van de Omgevingswet door de aanvrager ingediend door middel van een daartoe door Gedeputeerde Staten vastgesteld formulier of vastgestelde elektronische wijze. Andere aanvragen worden niet in behandeling genomen, omdat de aanvrager alleen op die wijze voldoende gegevens en bescheiden verstrekt voor de beoordeling van de aanvraag.
-
2. Gelet op artikel 4.5, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt een aanvraag niet in behandeling genomen indien op het tijdstip van de aanvraag zeven dagen zijn verstreken na aanvang van de dag na die waarop de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als met de oorzaak daarvan. Een aanvraag die later wordt gedaan biedt onvoldoende gelegenheid om de omvang van de schade vast te stellen.
§ 5. Compensatie ganzenrust- en foerageergebieden
Artikel 5.1 Toepassingsbereik
-
1. Deze paragraaf is van toepassing op het verlenen van compensatie aan de rechthebbende van een perceel in een gebied dat in de Omgevingsverordening Noord-Brabant is aangewezen als ganzenrust- en foerageergebied, voor schade op dat perceel.
-
2. Deze paragraaf is niet van toepassing op schade die op grond van paragraaf 4 voor vergoeding in aanmerking komt.
Artikel 5.2 Compenseerbare schade
Als te compenseren schade als bedoeld in artikel 5.1 komt in aanmerking, schade die:
- a.
is aangericht in de periode van 1 november tot 1 april;
- b.
betrekking heeft op gewaspercelen die in gebruik waren in de periode dat de schade is aangericht;
- c.
is veroorzaakt door beschermde inheemse ganzen of smienten; en
- d.
door of namens Gedeputeerde Staten is vastgesteld en getaxeerd.
Artikel 5.3 Compensatievoorwaarden
De rechthebbende van een perceel dat is aangewezen als ganzenrust- en foerageergebied komt voor compensatie in aanmerking, onder de voorwaarden dat diegene:
- a.
geen regels heeft overtreden die gelden voor ganzenrust- en foerageergebieden;
- b.
aan Gedeputeerde Staten een naar waarheid ingevulde verklaring heeft overlegd dat de rechthebbende voldoet aan de de-minimusvoorwaarden; en
- c.
voor zover Gedeputeerde Staten daarom gevraagd hebben: aan Gedeputeerde Staten nadere gegevens verstrekt die Gedeputeerde Staten nodig acht om te beoordelen of is voldaan aan de de-minimusvoorwaarden.
Artikel 5.4 Hoogte van de compensatie
-
1. De compensatie voor schade op een perceel dat is aangewezen als ganzenrust- en foerageergebied, bedraagt € 50,- per hectare.
-
2. Gedeputeerde Staten verlenen compensatie tot een bedrag van € 15.000,- over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming, waarbij de ook bedragen worden meegerekend die de rechthebbende over een periode van drie belastingjaren heeft ontvangen aan subsidies of andere voordelen binnen het kader van verlening van staatsteun aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten.
-
3. Compensatie wordt in ieder geval niet verleend voor zover deze niet voldoet aan de de-minimusvoorwaarden.
Artikel 5.5 Toekenning van de compensatie
Gedeputeerde Staten kent de rechthebbende van een perceel dat is aangewezen als ganzenrust- en foerageergebied compensatie toe, nadat Gedeputeerde Staten de hoogte van de compensatie hebben vastgesteld en dat de rechthebbende voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5.3. Er wordt geen voorschot verleend.
§ 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 6.2 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant.
Ondertekening
’s-Hertogenbosch, 5 december 2023
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. P.J. Buijtels
Bijlage I, behorende bij artikel 2.3, eerste lid, onder d van de beleidsregel Nadeelcompensatie Noord-Brabant
Technische levensduur
Waterleidingen
|
Materiaal |
Diameterrange [mm] |
Verwachte technische levensduur [jaar] |
|
- |
- |
- |
Transportleidingen
|
Staal |
> 300 |
> 100 |
|
Beton |
> 300 |
> 100 |
|
Asbestcement |
> 300 |
70 |
|
Nodulair GIJ |
> 300 |
> 100 |
|
Laminair GIJ |
> 300 |
> 100 |
|
PVC vóór 1975 |
> 315 |
40 |
|
PVC van en na 1975 |
> 315 |
70 |
|
PE |
> 300 |
70 |
|
GVK |
> 300 |
> 100 |
Distributieleidingen
|
Asbestcement |
50-300 |
70 |
|
Nodulair GIJ |
80-300 |
> 100 |
|
Laminair GIJ |
80-300 |
80 |
|
PVC vóór 1975 |
32-315 |
40 |
|
PVC van en na 1975 |
32-315 |
70 |
|
PE |
60-300 |
70 |
|
Staal |
60-300 |
80 |
Aansluitleidingen
Kleinere leidingen (tot 50 mm) niet relevant, grotere conform de distributieleidingen.
Gasleidingen
Transportleidingen (8, 4 en 1 bar)
|
Staal |
> 100 |
|
Nodulair GIJ |
> 100 |
|
PE 1e en 2de generatie |
70 |
|
PE 3de generatie |
> 100 |
Distributieleidingen (100 en 30 mbar)
|
Materiaal |
Verwachte technische levensduur [jaar] |
|
Asbestcement |
70 |
|
Staal |
80 |
|
Nodulair GIJ |
> 100 |
|
Laminair GIJ |
> 100 |
|
PE 1ste en 2de generatie |
70 |
|
PE 3de generatie |
> 100 |
|
Slv PVC |
> 100 |
|
HPVC |
70 |
Elektriciteitskabels
|
- |
- |
Hoogspanningsmasten
|
Stalen masten |
> 100 |
Transportkabels (>30 kV)
|
Oliedruk kabel < 1970 |
55 |
|
Oliedruk kabel >1970 |
70 |
|
Gasdrukpijpkabel |
70 |
|
Gepantserd papier lood kabel (GPLK) |
60 |
|
(XL)PE kabel, gegrafiteerd, niet waterdicht of voorzien van waterboombestendige isolatie |
20 |
|
(XL)PE kabel, niet gegrafiteerd, niet water- dicht of voorzien van waterboombestendige isolatie |
40 |
|
(XL)PE kabel, waterdicht of voorzien van waterboombestendige isolatie |
70 |
Distributiekabels laagspanning (0,4 kV)
|
GPLK |
100 |
|
PVC |
100 |
Aardgas K1, K2 en K3 transportleidingen (> 8 bar)
|
Staal |
> 100 |
> 100 |
Bijlage II, behorende bij artikel 2.4, onder b van de beleidsregel Nadeelcompensatie Noord-Brabant
Percentage dat voor vergoeding in aanmerking komt
Percentage van voor in vergoeding in aanmerking komende kosten van uitvoering, kosten van in- en uitbedrijfstellen en materiaalkosten bij het verleggen van kabels of leidingen.
|
Liggingsduur in jaren |
Parallel aan droge infrastructuur |
Parallel aan natte infrastructuur |
Kruisend op infrastructuur of buitenleiding |
|
1ste |
100,00 % |
100,00 % |
100,00 % |
|
2de |
100,00 % |
100,00 % |
100,00 % |
|
3de |
100,00 % |
100,00 % |
100,00 % |
|
4de |
100,00 % |
100,00 % |
100,00 % |
|
5de |
100,00 % |
100,00 % |
100,00 % |
|
6de |
van 80,00 % tot 64,00 % |
van 80,00 % tot 74,67 % |
100,00 % |
|
7de |
van 64,00 % tot 48,00 % |
van 74,67 % tot 69,33 % |
100,00 % |
|
8ste |
van 48,00 % tot 32,00 % |
van 69,33 % tot 64,00 % |
van 80% tot 73,85% |
|
9de |
van 32,00 % tot 16,00 % |
van 64,00 % tot 58,67 % |
van 73,85% tot 67,69% |
|
10de |
van 16,00 % tot 1,33 % |
van 58,67 % tot 53,33 % |
van 67,69% tot 61,54% |
|
11de |
0% |
van 53,33 % tot 48,00 % |
van 61,54% tot 55.38% |
|
12de |
0% |
van 48,00 % tot 42,67 % |
van 55,38% tot 49,23% |
|
13de |
0% |
van 42,67 % tot 37,33 % |
van 49,23% tot 43,08% |
|
14de |
0% |
van 37,33 % tot 32,00 % |
van 43,08% tot 36,92% |
|
15de |
0% |
van 32,00 % tot 26,67 % |
van 36.92% tot 30,77% |
|
16de |
0% |
van 26,67 % tot 21,33 % |
van 30,77% tot 24.62% |
|
17de |
0% |
van 21,33 % tot 16,00 % |
van 24.62% tot 18,46% |
|
18de |
0% |
van 16,00 % tot 10,67 % |
van 18,46% tot 12,31% |
|
19de |
0% |
van 10,67 % tot 5,33 % |
van 12,31% tot 6,15% |
|
20ste |
0% |
van 5,33 %% tot 0,44 % |
van 6.15% tot 0% |
|
21ste en langer |
0% |
0% |
0% |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl