Beleidsregel eenmalige energietoeslag gemeente Lopik (WIL) 2023

Geldend van 22-11-2023 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2023

Intitulé

Beleidsregel eenmalige energietoeslag gemeente Lopik (WIL) 2023

Het college van de gemeente Lopik;

gelet op:

  • titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 13 Participatiewet;

  • artikel 35 Participatiewet;

  • artikel 54, 58 tot en met 60 Participatiewet;

  • Beleidsregels terugvordering en invordering Werk en Inkomen Lekstroom;

overwegende dat:

  • het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden zelfstandige huishoudens in aanmerking kunnen komen voor de eenmalige energietoeslag 2023;

  • het daarom wenselijk is voor dit doel een aparte, tijdelijke, beleidsregel vast te stellen;

  • de Participatiewet als uitgangspunt geldt in combinatie met deze aanvullende beleidsregel;

besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:

Beleidsregel eenmalige energietoeslag gemeente Lopik (WIL) 2023

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a.

      wet: Participatiewet;

    • b.

      college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik;

    • c.

      zelfstandig huishouden: alleenstaande, alleenstaande ouder, samenwonenden dan wel gehuwden die financieel verantwoordelijk is/zijn voor de energiekosten;

    • d.

      partner: degene met wie de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert in de zin van de wet;

    • e.

      inkomen: totaal van het netto maandinkomen exclusief vakantiegeld van de aanvrager en de eventuele partner;

    • f.

      peilperiode: de periode waarop de ambtshalve toekenning wordt gebaseerd, zijnde 1 januari 2023 tot en met 30 september 2023;

    • g.

      Referteperiode: 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023

  • 2. De begripsbepalingen van de wet zijn op deze beleidsregel van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2 Doelgroep eenmalige energietoeslag 2023

  • 1. De eenmalige energietoeslag 2023 is bedoeld voor zelfstandige huishoudens met een laag inkomen.

  • 2. Een zelfstandig huishouden heeft een laag inkomen als op enig moment in de peilperiode dan wel de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 3. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen.

  • 4. Slechts 1 persoon per zelfstandig huishouden kan de eenmalige energietoeslag 2023 ontvangen.

  • 5. Tot een zelfstandig huishouden wordt niet gerekend, de aanvrager die op enig moment in de peilperiode:

    • a.

      in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel f, van de wet, tenzij de inrichting niet voorziet in de energiekosten en deze energiekosten in rekening brengt bij de bewoners; of

    • b.

      jonger is dan 21 jaar, tenzij de aanvrager met de leeftijd van 18, 19 of 20 jaar oud aantoonbaar zelfstandig kosten heeft en er geen onderhoud van ouders mogelijk is; of

    • c.

      studerend is en jonger dan 27 jaar en daarmee aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; of

    • d.

      is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres.

  • 6. In afwijking van artikel 13 sub a van de wet, kan een gedetineerde naar rato aanspraak maken op de energietoeslag 2023, voor de maanden waarin de gedetineerde een zelfstandig huishouden heeft gevoerd.

  • 7. In afwijking van artikel 13 sub e van de wet, kan naar rato aanspraak worden gemaakt op de energietoeslag 2023 indien aanvrager langer dan 4 weken in het buitenland verbleef vanwege aantoonbare bijzondere omstandigheden.

  • 8. Er kan geen aanspraak op de eenmalige energietoeslag 2023 worden gemaakt als in 2023 door het college of door het college van een andere gemeente op grond van artikel 35 van de wet reeds een eenmalige energietoeslag 2023 is verleend.

Artikel 3 Wijze van toekenning

De energietoeslag 2023 wordt eenmalig per huishouden ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend.

Artikel 4 Ambtshalve toekenning

  • 1. Huishoudens die voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 2 lid 1 tot en met 5 en:

    • a.

      algemene bijstand ontvangen in de peilperiode; of

    • b.

      een uitkering ontvangen op grond van de IOAW in de peilperiode; of

    • c.

      een individuele inkomenstoeslag (IIT) in 2022 of in de peilperiode van 2023 hebben ontvangen; of

    • d.

      een toeslag maatschappelijke participatie Lopik in 2022 of in de peilperiode van 2023 hebben ontvangen; of

    • e.

      een toeslag regeling duurzaam Lopik in 2022 of in de peilperiode van 2023 hebben ontvangen; of

    • f.

      Regeling tegemoetkoming zorgkosten gemeente Lopik 2022 ontvangen; of

    • g.

      een collectieve zorgverzekering vanuit gemeente Lopik ontvangen; of

    • h.

      een collectieve zorgverzekering met gemeentelijke bijdrage vanuit gemeente Houten ontvangen; of

    • i.

      een tegemoetkoming Chronisch Zieken Houten in 2023 hebben ontvangen,

  • ontvangen de eenmalige energietoeslag 2023 ambtshalve uiterlijk op 1 januari 2024.

  • 2. De ambtshalve toekenning heeft geen betrekking op een huishouden als genoemd in lid 1 die:

    • a.

      in een inrichting verblijft; of

    • b.

      jonger is dan 21 jaar; of

    • c.

      kostendelende medebewoners heeft als bedoeld in artikel 19a van de wet; of

    • d.

      algemene bijstand ontvangt van de Sociale Verzekeringsbank op grond van artikel 47a van de wet.

Artikel 5 Op aanvraag

  • 1. Huishoudens die niet in aanmerking komen voor een ambtshalve toekenning van de eenmalige energietoeslag 2023 kunnen uiterlijk per 1 februari 2024 een aanvraag indienen met gebruikmaking van het aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag voor de eenmalige energietoeslag 2023 wordt bij voorkeur digitaal ingediend via www.wil-lekstroom.nl. Indien dit voor aanvrager niet of niet goed mogelijk is, kan de aanvraag op papier worden ingediend.

  • 3. Een aanvraag voor de eenmalige energietoeslag 2023 kan worden ingediend tot en met 30 april 2024.

Artikel 6 Inkomen

Voor het vaststellen van het inkomen wordt aangesloten bij de artikelen 31, 32 en 33 van de wet en de Beleidsregels giften en schadevergoedingen WIL 2022. De kostendelersnorm is niet van toepassing.

Artikel 7 Toekenning en hoogte

  • 1. De hoogte van de eenmalige energietoeslag bedraagt € 800,- per zelfstandig huishouden.

  • 2. Het uitbetaalde bedrag is een betaling om niet.

  • 3. Indien het bedrag van de eenmalige energietoeslag na toekenning door het college door het Rijk wordt verhoogd, wordt het verschil automatisch aan de aanvrager nabetaald.

Artikel 8 Terugvorderingen

  • 1. In afwijking van artikel 58, lid 1 van de wet kan het college het recht op een tegemoetkoming herzien, intrekken en/of terugvorderen als blijkt dat de aanvrager redelijkerwijs had kunnen weten dat hij niet tot de doelgroep behoort en hem dit te verwijten valt. Voor het overige blijft artikel 58 van de wet onverkort van toepassing.

  • 2. Het college gaat niet over tot het opleggen van een boete bij een terugvordering als bedoeld in de eerste volzin van lid 1.

  • 3. Bij terugvordering als bedoeld in lid 1 zijn de Beleidsregels terugvordering en invordering Werk en Inkomen Lekstroom van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Inwerkingtreding en duur beleidsregel

  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking en werken terug tot 1 januari 2023.

  • 2. Deze beleidsregel vervalt op 1 september 2024.

Artikel 10 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel eenmalige energietoeslag gemeente Lopik (WIL) 2023.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik van 7 november 2023,

de secretaris,

F. Jonker

de burgemeester,

L.J. de Graaf

Toelichting bij Beleidsregel eenmalige energietoeslag gemeente Lopik (WIL) 2023

Algemeen

In 2022 vanuit de wens om zelfstandige huishoudens met een laag inkomen die geconfronteerd worden met hoge energiekosten te compenseren, heeft het kabinet de eenmalige energietoeslag geïntroduceerd. Ook in 2023 heeft het kabinet besloten de eenmalige energietoeslag te verstrekken. 7 oktober 2023 is dit aangepast in de wet.

Naast de eenmalige energietoeslag is het tijdelijke prijsplafond voor gas en elektra in het leven geroepen én wordt het noodfonds opnieuw opgesteld.

De beleidsregel eenmalige energietoeslag 2023 staat niet op zichzelf, maar is gebaseerd op artikel 35 van de Participatiewet. Dit betekent dat wie niet aan de voorwaarden van de wet voldoet, bijvoorbeeld omdat die persoon in de peilperiode geen rechthebbende is of omdat een uitsluitingsgrond geldt, geen aanspraak kan maken op de energietoeslag. Soms kan dat een hardheid inhouden.

Artikelsgewijs

Artikel 1Begripsbepalingen

Zelfstandig huishouden

Alleenstaande, alleenstaande ouder, samenwonenden dan wel gehuwden die financieel verantwoordelijk is/zijn voor het betalen van de energierekening.

Inkomen

Bij de energietoeslag wordt bij de bepaling van het recht gekeken naar het inkomen zoals vastgelegd in de artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet.

De inkomsten van overige (meerderjarige) medebewoners (naast de partner of degene met wie een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd) worden niet meegeteld.

Peilperiode

Tussen 1 januari 2023 en 30 september 2023 ontvangt het zelfstandig huishouden op enig moment (één van) de genoemde uitkeringen/regelingen opgesomd in artikel 4 lid 1, waardoor dit huishouden meegenomen kan worden in de ambtshalve toekenning.

Referteperiode

De referteperiode is de periode waarin het inkomen in aanmerking wordt genomen. Voor de toekenning op aanvraag wordt gekeken naar het gehele jaar 2023. Op enig moment in deze periode dient de aanvrager te voldoen aan de voorwaarde laag inkomen, te weten maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 2Doelgroep

De energietoeslag wordt toegekend aan zelfstandige huishoudens met een laag inkomen die financieel verantwoordelijk zijn voor het betalen van de energierekening.

Er is sprake van een laag inkomen als op enig moment in de peilperiode dan wel referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Er hoeft niet gecontroleerd te worden of de energiekosten van het huishouden daadwerkelijk sterk gestegen zijn en of het huishouden over voldoende middelen (en/of vermogen) beschikt om de energierekening te kunnen betalen. Met vermogen wordt geen rekening gehouden.

Slecht 1 persoon per zelfstandig huishouden kan de eenmalige energietoeslag 2023 ontvangen

Lid 5 onder a, hiermee wordt bedoeld, bewoners van een instelling (inrichting) waarbij de instelling niet voorziet in de energiekosten en deze zelf volledig moet betalen.

Lid 5 onder b, hiermee wordt bedoeld, jongeren die een zelfstandig huishouden hebben en die daardoor volledig woonkosten moeten betalen.

Lid 5 onder c, hiermee wordt bedoeld, jongeren onder de 27 die studeren en daarmee aanspraak maken op studiefinanciering. Zij worden in 2024 door DUO gecompenseerd middels een eenmalig tegemoetkoming in de energiekosten van € 400,-.

De volgende groepen komen niet in aanmerking voor de energietoeslag:

  • Dak- en thuislozen;

    inwoners met alleen een briefadres hebben geen energiekosten.

In lid 6 wordt de doelgroep in tegenstelling tot artikel 13 sub a van de wet toegevoegd waarbij een gedetineerden naar rato aanspraak kan maken op de energietoeslag 2023, voor de maanden waarin de gedetineerde een zelfstandig huishouden heeft gevoerd. Elke dag uit het jaar 2023 waarbij de gedetineerde niet in detentie zat, kan deze 1/365e deel energietoeslag ontvangen.

De volgende rekensom kan toegepast worden:

X-aantal dagen niet in detentie gedeeld door 365 dagen. De uitkomst is het percentage te ontvangen energietoeslag.

Rekenvoorbeeld:

Als een gedetineerde 200 dagen niet in detentie verbleef, ontvangt deze 200/365 (= 0,5479) * €800 = € 438,32 aan energietoeslag.

In lid 7 wordt de doelgroep in tegenstelling tot artikel 13 sub e van de wet toegevoegd waarbij een aanvrager naar rato aanspraak kan maken op de energietoeslag 2023 indien aanvrager langer dan 4 weken in het buitenland verbleef vanwege aantoonbare omstandigheden. Denk hierbij onder andere aan verzorging van zieken en gewonden bij natuurrampen. Hierbij kan dezelfde rekenmethode worden aangehouden als bij gedetineerden.

Er kan geen aanspraak op de eenmalige energietoeslag 2023 worden gemaakt als in 2023 door het college of door het college van een andere gemeente op grond van artikel 35 van de wet reeds een eenmalige energietoeslag 2023 is verleend.

Artikel 3Wijze van toekenning

De energietoeslag 2023 wordt eenmalig per huishouden ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend. Zelfstandige huishoudens die over 2022 energietoeslag hebben ontvangen, worden middels het Inlichtingenbureau getoetst. Hiermee wordt de groep die een ambtshalve toekenning krijgt groter.

Artikel 4Ambtshalve toekenning

De gemeente kan de energietoeslag ambtshalve toekennen en verstrekken. Een schriftelijke aanvraag is dan niet nodig.

Een ambtshalve toekenning is mogelijk als vaststaat dat het huishouden op enig moment in de peilperiode voldoet aan de voorwaarden. Dit kan worden aangenomen bij huishoudens die algemene bijstand ontvangen of een uitkering ontvangen op grond van de IOAW.

Andere groepen die hier aan toegevoegd worden zijn:

huishoudens die in 2022 of van januari tot en met september 2023 een bijdrage hebben ontvangen op grond van een gemeentelijke minimaregeling zoals genoemd in artikel 4 lid 1 onder c tot en met i. Deze regelingen hebben een inkomensgrens van 120% waardoor met zekerheid te zeggen is dat de groep aan de voorwaarden voldoet.

Lid 2 onder a tot en met d

Voor de ambtshalve toekenning worden de volgende groepen niet meegenomen:

  • Bewoners die in een instelling (inrichting) verblijven

    Voor de meeste bewoners woonachting in een instelling geldt dat de kosten vergoedt worden door de instelling.

  • Jongeren onder de 21 jaar

    Voor 18-, 19- en 20-jarigen geldt dat zij in de meeste gevallen voor de energiekosten een beroep kunnen doen op de ouders.

  • Kostendelende medebewoners

    Huishoudens met medebewoners worden uitgesloten van de ambtshalve toekenning. Bij zulke huishoudens is niet bekend wie verantwoordelijk is voor het betalen van de energiekosten. Zij kunnen via de website een aanvraag indienen. Bij de aanvraag moet aannemelijk gemaakt worden dat de aanvrager ook daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het betalen van de energierekening.

  • Ontvangers algemene bijstand van de Sociale Verzekeringsbank Ook de huishoudens met een Bbz, IOAZ en AIO uitkering zitten niet in het bestand voor de ambtshalve toekenning. Dit geldt ook voor de groep die in een MSNP en WSNP traject zit. Deze groepen kunnen een aanvraag indienen.

Artikel 5Op aanvraag

Aan een deel van de doelgroep kan de energietoeslag niet ambtshalve worden toegekend. Denk hierbij (naast de Bbz, IOAZ- en AIO-gerechtigden) aan werkende armen, inwoners met een uitkering van het UWV, AOW-gerechtigden zonder aanvullend pensioen en zelfstandigen met een laag inkomen. Deze zelfstandige huishoudens kunnen de energietoeslag zelf aanvragen.

Ook huishoudens met medebewoners kunnen de energietoeslag aanvragen. Dit geldt ook voor jongeren tot 21 jaar die een zelfstandig huishouden zijn en zelf verantwoordelijk zijn voor het betalen van de energierekening.

Het openstellen van de aanvraag is gesteld op 1 februari 2024 omdat WIL afhankelijk is van diverse besluitvormingsprocessen in de colleges en bruikbare applicaties. Het streven is echter om half december 2023 de aanvraagprocedure open te stellen.

Digitale aanvraag

Voor de energietoeslag geldt een beperkte aanvraagperiode (tot en met 30 april 2024). Hiervoor wordt een elektronisch aanvraagformulier beschikbaar gesteld op www.wil-lekstroom.nl. Aanvragers kunnen inloggen met hun DigiD.

Artikel 6Inkomen

Toetsingsinkomen

Bij de energietoeslag wordt gekeken naar het inkomen zoals vastgelegd in de artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet en de Beleidsregels giften en schadevergoeding WIL 2022. De kostendelersnorm is niet van toepassing.

De inkomsten van overige (meerderjarige) medebewoners (naast de partner) worden niet meegeteld.

Voor zelfstandige huishoudens die in een traject (WSNP of MSNP) zitten bij de afdeling Schuldhulpverlening wordt voor het inkomen gekeken naar het feitelijk inkomen. Dit feitelijke inkomen vanuit de VTLB-berekening (vrij te laten bedrag), dat is gebaseerd op de beslagvrije voet, komt in bijna alle gevallen niet boven de inkomensgrens van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Het vaststellen van de hoogte van de inkomsten van een ondernemer vergt een afwijkende werkwijze. De ondernemer dient de jaarrekening en belastingaangifte over het jaar 2023 te overleggen. Aan de hand hiervan kan worden berekend wat de aanvrager per maand aan inkomen heeft en getoetst worden of dit inkomen tot 120% van de toepasselijke norm is.

Indien de ondernemer niet over bovenstaande beschikt, dient een kopie van de kwartaal omzetbelasting te worden overlegd over het eerste, tweede of derde kwartaal van 2023. Hierbij wordt gekeken naar het laagste inkomen.

Artikel 7Toekenning en hoogte

De energietoeslag wordt één keer per huishouden uitgekeerd aan de aanvrager die aannemelijk kan maken dat hij verantwoordelijk is voor het betalen van de energierekening.

De energietoeslag wordt belastingvrij verstrekt. Dit betekent dat de ontvangst ervan géén gevolgen heeft voor het recht op en de hoogte van de huurtoeslag, de zorgtoeslag de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget van de ontvanger(s), en ook niet voor de hoogte van de eigen (inkomensafhankelijke) bijdrage in de zorg.

Artikel 8Terugvorderingen

Als blijkt dat na toekenning het zelfstandige huishouden onterecht én verwijtbaar als doelgroep is aangemerkt en dit redelijkerwijs had kunnen weten, dan kan de energietoeslag teruggevorderd worden. Het college zal in dit geval niet overgaan tot het opleggen van een boete.

Het kan in individuele gevallen voorkomen dat de gevolgen van de Beleidsregel eenmalige energietoeslag WIL 2023 vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. In dat geval kan de gemeente op basis van artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht toch een tegemoetkoming energietoeslag toekennen of afzien van terugvordering, ook al bestaat er op basis van het gemeentelijk beleid geen recht.