Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Ligplaatsenverordening Amstelveen 2023

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Ligplaatsenverordening Amstelveen 2023

Zaaknummer: Z22-089387

De raad van de gemeente Amstelveen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 november 2022;

overwegende dat binnen de gemeente Amstelveen behoefte bestaat aan een specifieke regeling met betrekking tot de verdeling van ligplaatsen;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de:

Ligplaatsenverordening Amstelveen 2023

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • •

    bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning en in overige gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen;

  • •

    ligplaats: een gedeelte van het openbaar water door een woonark of woonschip ingenomen of bestemd om door een woonschip of woonark met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen;

  • •

    Omgevingswet: Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving;

  • •

    openbaar water: alle wateren die al dan niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;

  • •

    woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente bewoning (verblijfsrecreatie);

  • •

    woonschip: een vaartuig, hoe ook genaamd en van welke aard ook, uitsluitend of hoofdzakelijk gebezigd als of bestemd voor permanente dan wel niet-permanente bewoning (verblijfsrecreatie). Onder woonschip wordt mede verstaan een woonschip in aanbouw, alsmede een casco, dat tot woonschip kan worden op- omgebouwd of verbouwd.

Artikel 2 Algemene Plaatselijke Verordening

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet en die ook niet vallen onder de werking van het omgevingsplan, is de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amstelveen van toepassing.

Artikel 3 Omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats en toestemming wijziging tenaamstelling

  • 1.

    Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag met een woonschip of woonark ligplaats in te nemen, ligplaats te hebben of toe te laten dat ligplaats wordt ingenomen.

  • 2.

    Het is verboden om zonder toestemming van het bevoegd gezag de tenaamstelling van een reeds bestaande vergunning te wijzigen.

  • 3.

    De vergunning bedoeld in het eerste lid wordt verleend:

    • a.

      als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij omgevingsplan; of

    • b.

      als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag in de overige gevallen.

Artikel 4 Weigeringsgronden omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats en toestemming wijziging tenaamstelling

Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 3 en een toestemming als bedoeld in het tweede lid van dit artikel worden geweigerd als naar het oordeel van het bevoegd gezag:

  • a.

    strijd bestaat met de in artikel 9 opgenomen maatvoering;

  • b.

    strijd bestaat met het gemeentelijk omgevingsplan;

  • c.

    strijd bestaat met het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne;

  • d.

    strijd bestaat met het belang en aanzien van de gemeente en de redelijke eisen van welstand als genoemd in de gemeentelijke welstandsnota;

  • e.

    strijd bestaat met het belang van het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water;

  • f.

    strijd bestaat met het belang van het beheer en het onderhoud van het openbaar water.

Artikel 5 Kenmerken omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats

  • 1.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening is persoons-, plaats- en objectgebonden.

  • 2.

    Een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats wordt bovendien gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip of de woonark en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats en alle relevante kenmerken van het woonschip of de woonark.

  • 3.

    Een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats geldt voor onbepaalde tijd en vermeldt of het gebruik bedoeld is voor permanente bewoning dan wel niet-permanente bewoning (verblijfsrecreatie).

Artikel 6 Aanvraag omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats

Bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats dienen tenminste de volgende gegevens en bescheiden te worden overgelegd:

  • a.

    de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede het elektronisch adres van de aanvrager;

  • b.

    het adres en de ligging van het woonschip of de woonark, dan wel, bij het ontbreken van een adres, een situatietekening;

  • c.

    als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn naam, adres en woonplaats, alsmede het elektronisch adres van de gemachtigde;

  • d.

    een aanduiding van de locatie van de aangevraagde ligplaats. Deze aanduiding geschiedt met behulp van een situatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte middelen.

Artikel 7 Wijziging tenaamstelling

  • 1.

    Een verzoek om toestemming voor een wijziging van de tenaamstelling van een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats dient schriftelijk te worden ingediend middels een door het bevoegd gezag ter beschikking gesteld formulier.

  • 2.

    Artikel 5, tweede en derde lid en artikel 6 zijn van overeenkomstige toepassing op de toestemming voor wijziging van de tenaamstelling.

  • 3.

    Een verzoek om toestemming tot wijziging van de tenaamstelling wordt, naast de in artikel 4 genoemde weigeringsgronden, tevens geweigerd als de rechtverkrijgende niet kan aantonen eigenaar te zijn van een woonschip of woonark.

Artikel 8 Ligplaatsen op ligplaatsenkaarten

  • 1.

    De plaatsen waar woonschepen en woonarken ligplaats mogen innemen, zijn aangewezen op de ligplaatsenkaarten, die in de bijlage van deze verordening zijn opgenomen.

  • 2.

    Het totaal aantal ligplaatsen voor woonschepen en woonarken mag niet meer bedragen dan het aantal zoals opgenomen op de ligplaatsenkaarten die in de bijlage van deze verordening zijn opgenomen.

  • 3.

    Bij elke verleende omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats wordt een actuele uitsnede van de betreffende ligplaatsenkaart gevoegd.

Artikel 9 Maatvoering

  • 1.

    De omvang van woonschepen of woonarken mag de omvang van de ligplaatsen zoals opgenomen in het omgevingsplan en de ligplaatsenkaarten behorende bij deze verordening niet overschrijden.

  • 2.

    Bij toepassing van deze regel wordt als volgt gemeten:

    • a.

      de hoogte van een woonschip of woonark vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van het woonschip of de woonark, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

    • b.

      voor de lengte en breedte van een woonschip of woonark tussen de langste lengte en de langste breedte (buitenkant bak) exclusief overstekken, loopranden, gangboorden, stootranden e.d..

Artikel 10 Voorschriften en beperkingen omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats

Het bevoegd gezag kan ter bescherming van de door deze verordening te behartigen belangen aan een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats voorschriften en beperkingen verbinden.

Artikel 11 Intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats intrekken of wijzigen, als:

  • a.

    zich alsnog een van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikelen 4 en 7, derde lid voordoet;

  • b.

    ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • c.

    van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebrek aan een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn van 26 weken;

  • d.

    de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • e.

    op grond van een verandering van beleid, omstandigheden of inzichten intrekking of wijziging nodig is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;

  • f.

    sprake is van een verzoek van de houder van de omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats.

Artikel 12 Aanwijzingen bevoegd gezag

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan de rechthebbende op een woonschip of woonark aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruiken van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

  • 2.

    De rechthebbende op een woonschip of woonark is verplicht de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen op te volgen.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het bevoegd gezag kan het bij of krachtens deze verordening bepaalde buiten toepassing laten of hiervan afwijken als toepassing naar zijn oordeel zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 14 Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de daartoe door het college aangewezen personen.

Artikel 15 Binnentreden

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven regels welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden van het object zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 16 Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2.

    Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening en nog niet zijn afgehandeld, zullen worden afgehandeld op basis van de regelgeving die gold voor inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 17 Inwerkingtreding en intrekking oude verordening

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop deze bekend is gemaakt. Op deze dag wordt de Woonschepenverordening Amstelveen 2015 zoals vastgesteld op 3 juni 2015 ingetrokken.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Ligplaatsenverordening Amstelveen 2023.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 februari 2023.

De griffier,

Debby de Heus

De voorzitter,

Tjapko Poppens

Hierna volgen de nota van toelichting en de kaarten met ligplaatsen. Deze bijlagen zijn tevens als pdf toegevoegd onder de rubriek 'Wetstechnische informatie'.

Bijlage Nota van toelichting bij de Ligplaatsenverordening Amstelveen 2023

Algemeen 

De Ligplaatsenverordening Amstelveen 2023 (hierna: Ligplaatsenverordening) bevat regels over

het gebruik van het openbaar water in de gemeente Amstelveen enis de actuele administratie voor zover het de aantallen ligplaatsen betreft. Dit laatste wordt gerealiseerd door de kaarten die als bij- lagen bij de Ligplaatsenverordening zijn gevoegd. De Ligplaatsenverordening vervangt de Woon- schepenverordening Amstelveen 2015 die door veranderende landelijke wetgeving niet meer actu- eel was. Om ervoor te zorgen dat de woonschepen en woonarkenin Amstelveen goed gereguleerd worden en blijven, maakt de Ligplaatsenverordening deel uit van een breder juridisch planologisch pakket. De Ligplaatsenverordening moet samen met het omgevingsplan duidelijkheid en rechtsze- kerheid bieden voor belanghebbenden, waaronder bewoners, eigenaren en verhuurders van (lig- plaatsen van) woonschepen en woonarken.

De Ligplaatsenverordening gaat over het gebruik van het openbaar water in de gemeente Amstel- veen met een woonschip of woonark. De verordening geeft verschillende regels om dit gebruik in goede banen te leiden. Een groot deel van die regels heeft betrekking op de verplichting om voor bepaalde activiteiten een vergunning te hebben. De verordening sluit aan op het omgevingsplan.

Toepasselijkheid van het omgevingsplan

Activiteiten zoals het innemen van een ligplaats enhet vervangen en verbouwen van een woon- schip of woonark hebben invloed op de fysieke leefomgeving en moeten ruimtelijk inpasbaar zijn.Vandaar dat bij de toepassing van deze Ligplaatsenverordening het omgevingsplan een relevant toetsingskader is. Kort gezegd komt het er op neer dat een voorgenomen activiteit moet voldoen aan het omgevingsplan. Zie ook artikel 4 sub b van de Ligplaatsenverordening.

Artikelsgewijs 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Een belangrijke reden om een begripsbepaling op te nemen in een verordening is het voorkomen van onduidelijkheden of discussies over de reikwijdte van een bepaling. De begrippen die in artikel 1 worden gedefinieerd komen ook voor in andere hoofdstukken van de Ligplaatsenverordening. Daar zijn ze niet opnieuw gedefinieerd, maar hebben ze de betekenis die in artikel 1 is gegeven. 

  • a.

    bevoegd gezag: deze definitie spreekt voor zich.

  • b.

    ligplaats: een deel van het openbaar water wordt als ligplaats aangemerkt als deze is aan-gewezen op de ligplaatsenkaart, en als het op grond van het omgevingsplan bestemd is omdoor een woonschip of woonark te worden ingenomen.

  • c.

    Omgevingswet: deze definitie spreekt voor zich;

  • d.

    openbaar water: hierbij is aansluiting gezocht bij boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond hiervanis 'openbaar water' ieder water dat voor enig gebruik open staat voor het publiek. De definitie ziet daarom ook op water wat enkel toegankelijk is via een slagboom (bijvoorbeeld een jachthaven). 'Openbaar' is hier dus synoniem aan 'feitelijk voor het pu-bliek toegankelijk'. Het openbaar water heeft dus niet alleen betrekking op het water dat in beheer is bij de gemeente. 

  • e.

    woonark: een woonark is over het algemeen niet geschikt om mee te varen. 

  • f.

    woonschip: deze definitie spreekt voor zich.

Artikel 2 Algemene Plaatselijke Verordening

In deze verordening zijn onderwerpen geregeld, die voorheen in de APV een regeling hadden ge- vonden. In de APV staan nog steeds bepalingen die bijvoorbeeld met openbaar water verband hou- den of voorzienin meer algemene voorschriften, die zich mede (kunnen) uitstrekken tot onderwer- pen die zich voor het overige meer specifiek in de Ligplaatsenverordening geregeld zijn. Mocht zich een situatie voordoen waarin deze verordening geen of onvoldoende uitsluitsel biedt, dan is sprake van de (aanvullende) werking van de APV.

Artikel 3 Omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats en toestemming wij-ziging tenaamstelling

Op basis van dit artikelis een omgevingsvergunning vereist voor het innemen van een ligplaats met een woonschip of woonark. Tevens is een aparte toestemming nodig voor het wijzigen van de tenaamstelling van een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats.

Het innemen van een ligplaats is in feite een eenmalige activiteit. Om die reden is het eveneens verboden om zonder vergunning een ligplaats te hebben (in te blijvennemen). Daarnaast is ook verboden om toe te laten dat een ander ligplaats inneemt, terwijl geen vergunning is verleend. Het college kan de vergunning verlenen of weigeren. De belangen die bij deze besluitvorming een rol kunnen spelen, zijn verderop in de Ligplaatsenverordening neergelegd. Of met een woonschip of woonark een ligplaats mag worden ingenomen, hangt afvan het resultaat van de afweging van die belangen.

In de Ligplaatsenverordening wordt gesteld dat een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats persoons-, object- en plaatsgebonden is. Dat houdt in dat ook voor de wijziging van een tenaamstelling een toestemming noodzakelijk is. Bij een dergelijke toestemming wordt ge-toetst of:

  • •

    het woonschip of de woonark hetzelfde woonschip of dezelfde woonark is waarvoor eerder vergunning is verleend (o.b.v. maatvoering/uiterlijke kenmerken/foto’s);

  • •

    de beoogde nieuwe eigenaar toestemming heeft (van de oude vergunninghouder) om de betreffende woonark op zijn naam te zetten (middels verkrijgingstitel); 

  • •

    de beoogde nieuwe eigenaar (indien van toepassing) toestemming heeft van de perceeleigenaar;

  • •

    met de aanvraag wijziging tenaamstelling het maximum aantal ligplaatsen niet wordt overschreden.

Artikel 4 Weigeringsgronden omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats en toestemming wijziging tenaamstelling 

Een vergunning kan alleen worden verleend of geweigerd op grond van de toetsingscriteria die in dit artikel zijn opgenomen. Dit artikel kent een limitatief imperatief stelsel, wat inhoudt dat een vergunning geweigerd moet worden als één van de in dit artikel opgenomen weigeringsgronden aan de orde is. Ten behoeve van de toestemming wijziging tenaamstelling is in artikel 7, derde lidvan deze verordening nog een extra weigeringsgrond opgenomen.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van strijd met het omgevingsplan (sub b), wordt aan alle aspecten van het omgevingsplan getoetst (bouwregels én gebruiksvoorschriften).

Artikel 5 Kenmerken omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats 

Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat bij de vergunningverlening ten behoeve van woonschepen of woonarken sprake is van een drievoudige binding: de vergunning is bedoeld voor een bepaald persoon, een bepaalde ligplaats en een bepaald woonschip of bepaalde woonark.

Ingevolge het tweede lid dient de omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats de vol- gende gegevens te bevatten: NAW gegevens van de eigenaar, gegevens over de ligplaats en alle relevante gegevens van het betreffende woonschip of de betreffende woonark (zoals de maatvoe- ring, kleurstelling, de naam van het woonschip of de woonark en dergelijke).

Het derde lid spreekt voor zich. 

Artikel 6 Aanvraag omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats 

Dit artikel regelt hoe de vergunningsaanvraag moet worden ingediend en welke gegevens die aan-vraag moet bevatten. Er is aansluiting gezocht bij de indieningvereisten van de Omgevingsregeling. 

Het is van belang dat het bevoegd gezag over voldoende gegevens beschikt, zodat het in staat isom een belangenafweging te maken. Welke gegevens inieder geval moeten worden overgelegd, blijkt uit de Omgevingsregeling. 

Om ligplaats in te nemen met een woonschip of woonark is naast een omgevingsvergunning ook toestemming nodig van de rechtmatige eigenaar van het water en de oever. Dit zal ook worden toegevoegd in de omgevingsvergunning, met de toevoeging dat bij het ontbreken van de toestem- ming mogelijk geen gebruik kan worden gemaakt van de vergunning.

Artikel 7 Wijziging tenaamstelling

Het eerste lid van deze bepaling regelt dat de aanvraag schriftelijk moet worden gedaan via een daarvoor bestemd formulier.

Het tweede lid bepaalt dat een aantal artikelonderdelen ten aanzien van de omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats van overeenkomstige toepassing zijn.

Het derde lid bevat aanvullend op artikel 4 nog een weigeringsgrond. 

Artikel 8 Ligplaatsen op ligplaatsenkaarten

De hoeveelheden en specifieke plekken zijn terug te vinden op de ligplaatsenkaarten die als bijlagebij deze verordening zijn gevoegd.

Bij elke verleende vergunning wordt een uitsnede van de ligplaatsenkaart gevoegd. 

Artikel 9 Maatvoering

In dit artikel is opgenomen dat de omvang en de placering van de woonschepen en woonarken nietmogen afwijken van de situatie zoals opgenomen in het omgevingsplan en de ligplaatsenkaarten behorende bij deze verordening.

Artikel 10 Voorschriften en beperkingen omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats

Dit artikel bepaalt dat het college voorschriften of beperkingen kan verbinden aan een vergunning. Voorschriften zijn verplichtingen die de vergunninghouder moet naleven. Beperkingen kunnen de reikwijdte van de vergunning begrenzen. Voorschriften en beperkingen dienen ter bescherming vande belangen die met deze verordening zijn gemoeid.

Artikel 11 Intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats

Op grond van deze bepaling kan het college een vergunning intrekken of wijzigen. Er is hierbij sprake van een discretionaire bevoegdheid van het college. Het artikel geeft een opsomming van de gronden voor intrekking of wijziging van de vergunning. In de beschikking motiveert het college welk van de gronden aan de orde is.

Overigens is intrekking van een vergunning een verstrekkende maatregel, waarvan in de regel nietsnel gebruik zal worden gemaakt. Immers, eerst zal worden bezien of met andere handhavingsmo-gelijkheden (oplegging van eenlast onder dwangsom of een last onder bestuursdwang) het be-oogde doel kan worden bereikt.

Sub c bepaalt dat de vergunning ingetrokken of gewijzigd kan worden als van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebrek aan een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn. Bedoelde termijn zal doorgaans gesteld worden op 26 we- ken. De reden voor opname van dit artikelonderdeel is dat ligplaatsen schaars zijn en de belang- stelling mogelijk groot is. Voorkomen moet worden dat een vergunninghouder leegstand van een ligplaats veroorzaakt doordat hij structureel geen uitvoering geeft aan zijn vergunning, bijvoor- beeld omdat hij met zijn woonschip of woonark langdurig elders ligplaats inneemt of om welke re- den dan ook niet tot de bouw of aankoop van een woonschip of woonark overgaat. Als hiervoor wel een geldige reden aanwezig is (te denken valt aan nieuwbouw of reparatie dan wel herbouw na eencalamiteit), kan de vergunninghouder het college hiervan in kennis stellen. De termijn kan op dat moment verlengd worden met nogmaals 26 weken.

Artikel 12 Aanwijzingen bevoegd gezag

In dit artikel is een specifieke aanwijzingsbevoegdheid opgenomen: het college kan aanwijzingen geven over het innemen van een ligplaats. Zo kan het in verband met het uitvoeren van werk- zaamheden noodzakelijk zijn dat een woonschip of woonark tijdelijk wordt verplaatst. Op basis van het eerste lid van dit artikel kan het college de eigenaar of huurder van het woonschip of de woon-ark opdragen om tijdelijk elders ligplaats in te nemen. Het tweede lid van dit artikel bevat de ver- plichting om een aanwijzing van het college op te volgen. Het niet opvolgen van een aanwijzing le-vert een overtreding op, waartegen handhavend kan worden opgetreden.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Deze bepaling maakt het mogelijk om af te wijken van de bepalingen van deze verordening, ten gunste van de belanghebbende. De hardheidsclausule geldt alleen als toepassing van de verorde- ning zou leiden tot een ‘onbillijkheden van overwegende aard’.

Artikel 14 Toezicht

Toezichthouders worden op grond van dit artikel aangewezen door het college. 

Artikel 15 Binnentreden

Deze bepaling regelt een bevoegdheid tot het binnentreden van een woning.

Welke andere bevoegdheden (en verplichtingen) toezichthoudende ambtenaren hebben, volgt uit titel 5.2 van de Awb. Op grond van artikel 5:20 Awb is een ieder verplicht om medewerking te ver- lenen aan toezicht. Als die medewerking wordt geweigerd, dan kan dat op zichzelf weer een aanlei- ding zijn om een last onder bestuursdwang op te leggen.

Dit artikel sluit aan op de artikelen 18.6 en 18.7 van de Omgevingswet. 

Artikel 16 Overgangsbepaling

Vergunningen die verleend zijn op grond van de hiervoor geldende regelgeving, gelden als beslui-ten genomen krachtens de Ligplaatsenverordening, tenzij de Ligplaatsenverordening een dergelijk dan wel overeenkomstig besluit niet kent (eerste lid). Voor aanvragen waarop voor inwerkingtre- ding van de Ligplaatsenverordening nog niet is beslist, geldt de regelgeving die gold voor inwer- kingtreding van deze verordening (tweede lid).

Artikel 17 Inwerkingtreding en intrekking oude verordening 

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 18 Citeertitel

Dit artikel spreekt voor zich. 

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling