Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR701015
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR701015/1
Regeling vervallen per 18-09-2024
Mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Utrecht 2013
Geldend van 11-10-2013 t/m 17-09-2024
Intitulé
Mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Utrecht 2013Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht en de daarop gebaseerde dienstverleningsovereenkomst;
besluit:
vast te stellen het Mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Utrecht 2013
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
burgemeester: de burgemeester van de gemeente;
- b.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
- c.
dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in artikel 19 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht;
- d.
directeur: de directeur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 27 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht;
- e.
gemeente: de gemeente Utrechtse Heuvelrug;
- f.
mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester besluiten, in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht te nemen;
- g.
machtiging: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
- h.
omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst regio Utrecht, bedoeld in artikel 2 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht;
- i.
overleg / afstemming: overleg of afstemming vindt in beginsel plaats met de regievoerder (contactpersoon) van de gemeente. In voorkomende gevallen wordt (tevens) de betrokken gemeentelijke afdeling dan wel de betrokken wethouder of de burgemeester ingelicht.
- j.
risicovolle situatie: een situatie waarbij sprake is van een vergunningplichtige inrichting, een of meerdere gevaarlijke stoffen, een bodembedreigende situatie of vuurwerk;
- k.
volmacht: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
Artikel 2 Mandaat
-
1. Aan de directeur wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden, overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage, voor zover de daarin vermelde bevoegdheden verband houden met de uitvoering van de overeengekomen taken bij of krachtens de dienstverleningsovereenkomst.
-
2. De in de bijlage vermelde bevoegdheden vloeien voort uit de bij of krachtens de volgende en de daarvoor in de plaats tredende wet- en regelgeving, waaronder in ieder geval begrepen: de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Gemeentewet, de Monumentenwet 1988, de Wet milieubeheer (Wm), de Wet bodembescherming (Wbb), de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Woningwet (Ww), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998, de Waterwet, de Drank- en Horecawet (DHW), de Wet ammoniak en veehouderij, de Wet geurhinder en veehouderij, het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, het Lozingenbesluit bodembescherming (Lbb), het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Asbestverwijderingsbesluit 2005, het Vuurwerkbesluit, de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente (APV) en de overige uit de hiervoor genoemde wetten voortvloeiende uitvoeringsregelgeving en gemeentelijke verordeningen.
Artikel 3 Algemene beperkingen mandaat
Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht blijft de uitoefening van een bevoegdheid voorbehouden aan het college of de burgemeester indien:
- a.
het besluit het vaststellen van beleidsregels betreft in de zin van artikel 1:3, vierde lid, Awb;
- b.
het een beslissing op een bezwaarschrift betreft;
- c.
het een besluit betreft waaruit financiële consequenties voortvloeien die niet in de begroting zijn voorzien.
Artikel 4 Kaders uitoefening bevoegdheden
-
1. De directeur hanteert bij de uitoefening van de opgedragen bevoegdheden het beleid van de burgemeester en het college alsmede de door de gemeenteraad van de gemeente vastgestelde kaders.
-
2. Indien de directeur in afwijking van het bepaalde in het eerste lid wenst te besluiten, treedt hij hierover in overleg met de burgemeester of het college.
Artikel 5 Informatie, afschriften en voorafgaand overleg
-
1. De directeur informeert de burgemeester en het college bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.
-
2. De directeur zendt afschriften aan de gemeente van relevante correspondentie met betrekking tot de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden.
-
3. De directeur verschaft, voorafgaand aan de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, alle benodigde informatie en voert tevens overleg met de burgemeester of het college indien:
- a.
de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor de burgemeester of het college naar verwachting politieke en/of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
- b.
een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld of anderszins aangesproken zal worden;
- c.
het een besluit betreft waaruit onvoorziene financiële of andere consequenties voortvloeien die tot overschrijding kunnen leiden van beschikbare budgetten of begrotingsposten;
- d.
de burgemeester of het college de wens daartoe kenbaar hebben gemaakt.
- a.
Artikel 6 Ondermandaat
-
1. De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage, in ondermandaat opdragen aan personen die onder zijn/haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn.
-
2. De artikelen 3, 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat.
Artikel 7 Machtiging en volmacht
-
1. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld:
- a.
de verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en
- b.
de machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
- a.
-
2. Voor zover van toepassing wordt ondermandaat, als bedoeld in artikel 6, gelijk gesteld aan ondervolmacht en ondermachtiging.
Artikel 8 Ondertekening
-
1. Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in de artikelen 2 en 6 luidt de ondertekening:
“namens burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug” c.q. “namens de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug”, gevolgd door de handtekening, naam en functie van de (onder)gemandateerde.
-
2. Indien het bestuursorgaan zelf het besluit heeft genomen, luidt de ondertekening, krachtens ondertekeningsmandaat:
“overeenkomstig het door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug genomen besluit d.d. (datum),” c.q. “overeenkomstig het door de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug genomen besluit d.d. (datum),”, gevolgd door de handtekening, naam en functie van de (onder)gemandateerde.
-
3. Indien gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 7, luidt de ondertekening:
“namens de gemeente Utrechtse Heuvelrug”, gevolgd door de handtekening, naam en functie van de (onder)gemandateerde.
Artikel 9 Slotbepalingen
-
1. Alle mandaatbesluiten, genomen door het college en de burgemeester, waarbij mandaat, machtiging of volmacht werd verleend aan de directeur c.q. ondergeschikte functionarissen van de Milieudienst Zuidoost-Utrecht en/of de Milieudienst Noord-West Utrecht, worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
-
2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bekendgemaakt.
-
3. Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Utrecht 2013.
Ondertekening
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug op 1 oktober 2013
de secretaris,
de burgemeester,
en de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,
Voor akkoord,
De directeur van de Omgevingsdienst regio Utrecht,
ir. N. Hanselaar MBM
BIJLAGE (bij het Mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Utrecht 2013)
|
|
Bevoegdheden |
Bijzondere bepalingen |
|
Toezicht en handhaving |
||
|
1. |
Het voeren van correspondentie in het kader van toezicht en handhaving, waaronder in ieder geval begrepen:
|
Uitvoering conform het gemeentelijk handhavingsbeleid |
|
2. |
Het uitvoeren van toezichtbevoegdheden en –taken op naleving van voorschriften die voortvloeien uit wet- en regelgeving en beschikkingen, waaronder in ieder geval:
|
Uitvoering heeft betrekking op de in artikel 2, tweede lid, genoemde wet- en regelgeving |
|
3. |
Het aanwijzen dan wel het intrekken van aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren |
Ten aanzien van toezicht op de naleving van de in artikel 2, tweede lid, genoemde wet- en regelgeving |
|
4. |
Het nemen van besluiten op verzoeken van derden om handhavend op te treden |
|
|
5. |
Het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht |
|
|
6. |
Het opschorten van de looptijd, opheffen of verminderen van een last onder dwangsom zoals bedoeld in artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht |
Voor zover het verzoek betrekking heeft op een eerder opgelegde last onder dwangsom |
|
7. |
Het intrekken van een last onder dwangsom of bestuursdwang of het verlengen van de gestelde begunstigingstermijn |
Uitvoering conform het gemeentelijk handhavingsbeleid |
|
8. |
Het invorderen van verbeurde dwangsom(men); dit omvat:
|
In afstemming met de gemeente |
|
9. |
Het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:24 Awb en/of spoedeisende bestuursdwang in de zin van artikel 5:31 Awb |
|
|
10. |
Het nemen van een kostenbeschikking, na effectuering van bestuursdwang |
In afstemming met de gemeente |
|
11. |
In het kader van handhaving (gedeeltelijk) intrekken van een in dit Mandaatbesluit genoemde omgevingsvergunning of ontheffing |
In afstemming met de gemeente |
|
12. |
Het verlenen van opdrachten:
|
|
|
Vergunningen, meldingen en ontheffingen |
||
|
13. |
Het beschikken op aanvragen om een omgevingsvergunning voor:
|
|
|
14. |
Het nemen van besluiten en procedurehandelingen op grond van de Awb of de Wabo naar aanleiding van de onder nr. 13 bedoelde vergunningprocedures met betrekking tot:
|
Mandaat geldt tenzij anders is overeengekomen met de gemeente door middel van schriftelijke werkafspraken ter uitvoering van de Wabo |
|
15. |
Het ambtshalve of op verzoek actualiseren, wijzigen of aanvullen van de onder nr. 13 genoemde omgevingsvergunningen |
Mandaat geldt tenzij anders is overeengekomen met de gemeente door middel van schriftelijke werkafspraken ter uitvoering van de Wabo |
|
16. |
Behandelen van en beslissen op meldingen bij of krachtens de in artikel 2, tweede lid, van dit Mandaatbesluit genoemde wet- en regelgeving zoals o.a.:
|
|
|
17. |
Het ambthalve en op verzoek beslissen omtrent maatwerkvoorschriften op grond van de Wm en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten |
|
|
18. |
Het opleggen van een onderzoeksverplichting, gelijkwaardigheidtoetsen en het geven van goedkeuring op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer of bij of krachtens de Wet milieubeheer |
|
|
19. |
Het besluiten op aanmeldnotities in het kader van het Besluit milieueffectrapportage (bij vergunningprocedures) |
|
|
20. |
Het al dan niet op verzoek geheel of gedeeltelijk intrekken van de onder nr. 13 genoemde omgevingsvergunningen |
|
|
21. |
Het verlenen of weigeren van een ontheffing om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voor zover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft |
|
|
22. |
Het verlenen of weigeren van een (tijdelijke) ontheffing voor een beperkte of omvangrijke lozing en een bestaande beperkte lozing van huishoudelijk afvalwater in de bodem |
|
|
23. |
Het verlenen of weigeren van (tijdelijke) ontheffing voor het lozen van koelwater en overige koelvloeistoffen in de bodem buiten een vergunningplichtige inrichting |
|
|
24. |
Het ten behoeve van het laden en lossen verlenen of weigeren van:
|
|
|
Bodem |
||
|
25. |
Melden van de onderzoeksgevallen en gevallen van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging aan de GS van de provincie |
|
|
26. |
De gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet bodembescherming en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten (zoals het Besluit bodemkwaliteit) en de toepasselijke ministeriële regelingen |
|
|
27. |
Het beoordelen van meldingen en rapportages op grond van vergunningvoorschriften |
|
|
Archeologie |
||
|
28. |
De gemeentelijke taken en bevoegdheden op het gebied van archeologie waaronder het uitoefenen van bevoegdheden ingevolge de gemeentelijke Erfgoedverordening zoals:
|
|
|
Geluid |
||
|
29. |
In behandeling nemen en besluiten op verzoek van een derde of ambtshalve voorbereiden en vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting |
In afstemming met de gemeente bij het ter inzage leggen van ontwerpbesluit hogere waarde |
|
30. |
De gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet geluidhinder en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten waaronder:
|
|
|
31. |
Het inschrijven in openbare registers van besluiten omtrent de vaststelling van een hogere waarde en/of het vervallen van de verplichting om maatregelen te treffen in de zin van de Wet geluidhinder |
|
|
Ruimtelijke ordening |
||
|
32. |
Het plegen van overleg en het corresponderen in het kader van een bestemmingsplanprocedure |
|
|
33. |
Voeren van inspraakprocedure bestemmingsplannen waaronder het behandelen van ingediende zienswijzen |
|
|
34. |
Het digitaal ondertekenen van vastgestelde bestemmingsplannen |
In afstemming met de gemeente |
|
Openbaarheid van stukken |
||
|
35. |
Op verzoek inzage verlenen en tegen vergoeding verstrekken van kopieën van de stukken van besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Awb |
|
|
36. |
Het beslissen op verzoeken tot geheimhouding vanwege bedrijfsgeheimen of beveiligingsgegevens |
|
|
37. |
Het nemen van besluiten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur inzake een verzoek om informatie |
Voor zover het de uitoefening van de in dit Mandaatbesluit vermelde bevoegdheden betreft |
|
Bezwaar- en beroepsprocedures |
||
|
38. |
Het in rechte vertegenwoordigen van en het voeren van het woord namens de gemeente in het kader van bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures inzake de in dit besluit gemandateerde taken en bevoegdheden. Dit omvat mede:
|
|
|
39. |
Doorzenden van geschriften tot behandeling, bezwaar- en beroepsschriften aan bevoegd bestuursorgaan |
|
|
40. |
Reageren op, bezwaar maken of beroep instellen tegen plannen en besluiten van andere bestuursorganen |
Voor zover het de uitoefening van de in dit Mandaatbesluit vermelde bevoegdheden betreft |
|
41. |
Beschikbaar stellen van gegevens aan een adviseur |
|
|
42. |
Het instellen van hoger beroep tegen de rechterlijke uitspraak in eerste aanleg |
In overleg met de gemeente en voor zover het de uitoefening van de in dit Mandaatbesluit vermelde bevoegdheden betreft |
|
Overig |
||
|
43. |
Het aanvragen dan wel verwerven van ondersteunende subsidies, als bedoeld in artikel 18 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht, voor de gemeentelijke taakuitvoering |
In afstemming met de gemeente |
|
44. |
Het nemen van besluiten inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen |
|
|
45. |
Het voorbereiden en toezenden van het gemeentelijk milieubeleidsplan |
|
|
46. |
Het beheren van en leveren van gemeentelijke verkeersgegevens en wegkenmerken aan betrokken bestuursorganen ten behoeve van de controle van de monitoringstool, in verband met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). |
|
|
47. |
Het invoeren en beheren van gegevens in het Risicoregister in het kader van het Registratiebesluit externe veiligheid |
|
|
48. |
Het verlenen van opdrachten aan derden onder andere tot:
|
|
|
49. |
Het verrichten van (rechts)handelingen die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover niet genoemd in deze bijlage, ter uitvoering van de in de dienstverleningsovereenkomst vermelde taken. |
|
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl