Uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving 2022 Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Geldend van 05-09-2023 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 15-02-2022

Intitulé

Uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving 2022 Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

1. INLEIDING

Sinds 1 januari 2016 is het team Toezicht en Handhaving en Veiligheid Achtkarspelen & Tytsjerksteradiel operationeel. Vanuit dit team wordt het toezicht op en de handhaving van regels in de fysieke leefomgeving voor de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel uitgevoerd.

In januari 2019 is dit team met team vergunningen samengevoegd tot het team Vergunningen, Toezicht, Handhaving en Veiligheid 8KTD (hierna team VTH-V). Het team bestaat nu uit drie eenheden. De eenheden Vergunningen, Toezicht en Handhaving en Veiligheid.

Dit programma beschrijft de beoogde werkzaamheden van de eenheid Toezicht en Handhaving in 2022 voor Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen.

In dit uitvoeringsprogramma staat beschreven wat de taak van de eenheid T&H is en welke handhavingsactiviteiten in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen zullen worden uitgevoerd. Het programma is opgesteld op basis van gestelde prioriteiten en beschikbare formatie.

Hoofdstuk 2 geeft de kaders aan waarbinnen de werkzaamheden plaats (moeten) vinden. Wat zijn de externe invloeden, wat zijn de gevolgen van de samenwerking en welk beleid wordt gehanteerd?

Hoofdstuk 3 is het feitelijke uitvoeringsdeel. Wat gaan we in 2022 doen? Zowel op beleidsmatig als organisatorisch en uitvoerend niveau.

In hoofdstuk 4 worden de personele en financiële consequenties van het programma beschreven. Door borging in de begroting kan de taak worden uitgevoerd.

In Bijlage 1 staat waar in 2022 prioriteit wordt gegeven. Deze prioritering geldt zowel bij geconstateerde overtredingen tijdens het toezicht als voor binnenkomende klachten en meldingen.

In Bijlage 2 is de interventiematrix opgenomen. Welke aanpak wordt gekozen bij overtredingen.

2. KADERS

Hieronder wordt genoemd binnen welke kaders de werkzaamheden plaats vinden.

2.1. SAMENWERKING TUSSEN ACHTKARSPELEN EN TYTSJERKSTERADIEL

De eenheid Toezicht en Handhaving is sinds 1 januari 2013 werkzaam voor beide gemeenten. Het team maakt vanaf 2016 deel uit van de Werkmaatschappij 8KTD.

De samenwerking heeft als voordeel dat:

  • 1.

    Meer kwaliteit kan worden geleverd;

  • 2.

    Kosten kunnen worden gedeeld;

  • 3.

    Er klantgerichter kan worden gewerkt;

  • 4.

    De organisatie minder kwetsbaar is.

2.2. LANDELIJKE EN PROVINCIALE PRIORITEITEN

In dit uitvoeringsplan zijn geen onderwerpen geïmplementeerd welke voortvloeien uit

Landelijke of Provinciale prioriteiten en of programma’s.

2.3. HANDHAVINGSBELEID

2.3.1. Beleidsplan Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2017.

Het handhavingsbeleid van beide gemeenten is beschreven in het in 2017 vastgestelde “Beleidsplan Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2017” (hierna Beleidsplan Handhaving). In 2021 is er gestart met het opstellen van een nieuw VTH Beleidsplan waarin risicogericht werken centraal zal staan. De verwachting is dat dit eind 2022 vastgesteld wordt.

2.3.2. Het bestaand handhavingsbeleid in een notendop.

Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen willen een veilige, leefbare en duurzame omgeving behouden en daar waar nodig versterken. Goed toezicht op naleving van regels en zo nodig handhavend optreden is een instrument om dit doel te bereiken.

Het doel van handhaving is te bevorderen dat regels worden nageleefd, maar ook om geconstateerde overtredingen te laten stoppen en de gevolgen hiervan ongedaan te (laten) maken.

Preventie

Er wordt vooral ingezet op het voorkomen dat regels worden overtreden. Dit wordt gedaan door:

  • Heldere regelgeving;

  • Goede voorlichting;

  • Consequent toezicht;

  • Consequent optreden.

Er wordt bij het laten stoppen van overtredingen oplossingsgericht gewerkt. Als het nodig is wordt handhavend opgetreden.

Meetbare doelen

Gestreefd moet worden naar meetbare en realistische doelen. Het streven naar een veilige, leefbare en duurzame omgeving is een subjectief doel. Wanneer is dit doel bereikt; als 100% van de bevolking dat vindt? En hoe meet je dat?

Bovendien zijn er meer factoren die invloed hebben op de omgeving en op de veiligheid en leefbaarheid daarvan.

De aandacht wordt gericht op het toezicht op de naleving van voorschriften vooral op potentiële overtreders (de grootste naleefrisico’s). Zo zullen er bij vergunning soort c.q. bedrijven waar een slecht naleefgedrag wordt gemeten vaker en meer controles plaatsvinden dan bij die waar de regels wel goed worden nageleefd. Goed naleefgedrag wordt daarbij dus ook “beloond”. Deze werkwijze stimuleert goed naleefgedrag, bovendien wordt de beschikbare handhavingscapaciteit efficiënter ingezet.

Omdat de aandacht voornamelijk uitgaat naar potentiële overtreders is het niet naleven in verhouding tot wel naleven niet in absolute cijfers uit te drukken. Wel is een trend te meten. Een eerdere overtreder die bij een volgende controle wel aan alle voorschriften voldoet kan worden gezien als “winst”.

Ook zal een verbetering van het naleefgedrag logischerwijs leiden tot minder klachten en meldingen.

Om inzicht te krijgen in het naleefgedrag wordt nauwkeurig geregistreerd waarop toezicht wordt uitgeoefend en welke handhavingsacties zijn gevoerd. De verhouding naleving/niet naleving wordt uitgedrukt in een naleefscore. (Meetbaar) doel is deze naleefscore te laten stijgen en hier de aandacht te verleggen naar die onderdelen waar de naleefscore niet stijgt of zelfs daalt.

Een logisch doel van dit handhavingsprogramma is dat alle hierin genoemde activiteiten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit wordt gemeten en verantwoord in het jaarverslag 2021 (begin 2022).

Prioriteiten (WAT)

Overal op controleren is niet reëel. Er moeten keuzes worden gemaakt waarvoor de beschikbare capaciteit wordt ingezet.

De activiteiten/overtredingen die een bedreiging vormen voor het algemene doel een veilige, leefbare en duurzame omgeving te willen behouden of te creëren, worden met voorrang behandeld ten opzichte van activiteiten/overtredingen die hier minder invloed op hebben.

Ook het doel het naleefgedrag te verbeteren leidt tot een verschuiving van aandacht. Zoals hiervoor genoemd worden bij bedrijfscontroles eerdere overtreders vaker bezocht dan bedrijven die de zaken goed op orde hebben.

In het Beleidsplan Handhaving worden prioriteitsaspecten genoemd die, als deze van toepassing zijn, extra risico’s vormen om de handhavingsdoelen te halen.

Prioriteitsaspecten:

  • 1.

    Veiligheid

  • 2.

    Schade

  • 3.

    Onomkeerbaarheid

  • 4.

    Ernstige overlast

  • 5.

    Externe verplichting

  • 6.

    Geloofwaardigheid gemeente

Alle mogelijke overtredingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, “hoog”, “midden” en “laag”. Activiteiten en overtredingen die in de categorie “hoog” vallen, worden met de hoogste prioriteit opgepakt. Activiteiten vallend in de categorieën “midden” en “laag” worden opgepakt op het moment dat hier binnen het team tijd voor is, waarbij de categorie midden- overtredingen voorrang hebben op Categorie laag-overtredingen. Een eenvoudige maar (zo is gebleken) doeltreffende risicoanalyse. In Bijlage 1 worden de prioriteiten voor 2022 weergegeven.

Er wordt opgetreden:

  • 1.

    Als een of meer van de prioriteitsaspecten aan de orde is;

  • 2.

    Als niet optreden leidt of kan leiden tot een of meer prioriteitsaspecten;

  • 3.

    Bij overige overtredingen op het moment dat daar tijd voor beschikbaar is, volgens de prioritering in Bijlage 1;

  • 4.

    Bij overtredingen geconstateerd bij handhavingsprojecten genoemd in dit programma.

Handhavingsstrategie (HOE)

Als een overtreding wordt geconstateerd, dan moet deze worden beëindigd. In de aanpak van overtredingen zal door de toezichthouders oplossingsgericht te werk worden gegaan. Is, om wat voor reden dan ook, een milde oplossing niet mogelijk/gewenst dan wordt binnen de gestelde prioriteiten handhavend opgetreden. Om willekeur te voorkomen wordt volgens een vaste handhavingsstrategie opgetreden. Deze is verwoord in hoofdstuk 6 van het Beleidsplan Handhaving. De keuze van welk handhavingsmiddel wordt ingezet en welke strategie wordt toegepast, is verwoord in een matrix. Deze interventiematrix is opgenomen in Bijlage 2.

Deze interventiestrategie is in zijn algemeenheid overeenkomstig de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Op een paar punten is de LHS aan de lokale situatie aangepast.

Naleefscore

Per onderdeel (zoals bijvoorbeeld kapvergunningen, sloopvergunningen en milieucontroles bij bedrijven) wordt bijgehouden wat het percentage goede naleving is. Is dit percentage gedurende 2 achtereenvolgende jaren hoger dan 85%, dan wordt de controle-intensiteit (hoe vaak en hoe veel controleer je) in principe naar beneden gebracht. De controlefrequentie zal nooit onder de 10% mogen liggen. Andersom, als de naleefscore 2 jaren achtereen onder de 50% ligt dan zal de controle-intensiteit indien mogelijk worden verhoogd.

In paragraaf 3.4. wordt per onderdeel rekening gehouden met deze regel. Als de controlefrequentie wijzigt ten opzichte van vorig jaar/voorgaande jaren, dan wordt dit hier benoemd.

2.3.3. Strafrechtelijk optreden

Met het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) door alle bevoegde gezagen in Fryslân (Gemeenten, Provincie en Wetterskip) wordt strafrecht meer en meer een middel dat toegepast wordt door de gemeente om overtredingen tegen te gaan. In de handhavingsmatrix als onderdeel van de LHS (Bijlage 2) wordt aangegeven bij welk soort overtreding strafrechtelijk optreden moet worden overwogen.

Om strafrechtelijk op te kunnen treden wijst de gemeente Bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) aan.

Er zijn in het fysieke domein twee soorten BOA’s.

  • -

    BOA’s domein I, (BOA I). Deze treden op in het publieke domein (algemene overlast APV), Verkeer (zoals parkeren) en de Alcoholwet (voorheen D&H Wet);

  • -

    BOA’s domein II (BOA II), ook wel Milieu-Boa’s genaamd treden op in het WABO- domein. Dit betreft niet alleen Milieu, maar ook Bouwen, Slopen, RO en Kappen.

In het VTH-overleg1 is besloten dat er een provincie dekkende BOA II-structuur moest worden opgezet. In Noordoost Fryslân is de samenwerking gezocht en gevonden. Er is een samenwerkingsverband opgezet voor de BOA domein II. Hiermee wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria. Momenteel is er nog een BOA II bij 8kTD in opleiding. De verwachting is dat deze medio 2022 ingezet kan worden.

Ten behoeve van de overweging om wel of niet strafrechtelijk op te treden is door beide gemeenten een afwegingskader vastgesteld. Dit kader2 is richtinggevend voor de BOA’s in hun keuze wel of niet strafrechtelijk op te treden bij een concrete zaak.

Binnen het team VTH-V zijn vier medewerkers aangewezen als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA); twee voor Domein I en twee voor Domein II.

2.3.4. Privaatrechtelijk optreden

Dit programma gaat hoofdzakelijk over bestuursrechtelijk en strafrechtelijk (zie § 2.3.3.) optreden tegen overtredingen. Hierop is de formatie berekend. Een ander instrument is privaatrechtelijk optreden. Dit is aan de orde als de gemeente zelf partij is. Bijvoorbeeld wanneer voorwaarden uit een contract tussen de gemeente en een derde niet worden nagekomen. Hier tegen optreden is ook (sinds 2019) een taak van team VTH-V. In 2021 is er bij de handhavingsjuristen structureel formatie (0,6 fte) toegevoegd t.b.v. privaatrechtelijke handhaving.

2.3.5. Leerpunten uit het jaarverslag 2020

Het Jaarverslag Toezicht en Handhaving 2020 leert dat het doel: verbetering van het naleefgedrag, is gehaald. Het naleefgedrag is achtereenvolgend 70% (2017)/ 72% (2018) / 74% (2019) / 79% (2020). Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het jaar 2020 vooral in het teken stond van Corona. Het toezicht op de Coronamaatregelen soupeerde een groot deel van de formatie op. Hierdoor is het eindresultaat (naleefgedrag 79%) vertekenend en niet representatief te noemen.

2.4. REGIONALE UITVOERINGSDIENST FUMO

Per 1 januari 2014 is de Friese variant op de Regionale Uitvoeringsdienst, de Fryske Útfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) inhoudelijk operationeel. Deze gemeenschappelijke dienst voor alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en It Wetterskip Fryslân voert voor deze deelnemers werkzaamheden uit op het gebied van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO). Meer specifiek liggen de werkzaamheden vooral op het gebied van Omgevingsvergunningverlening onderdeel Milieu en het toezicht op de naleving van milieuregels bij vergunning plichtige bedrijven en bij nader genoemde bedrijfstakken. De FUMO oefent het milieutoezicht uit bij ca. 250 bedrijven in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen. In 2020 is het toezicht op asbestmeldingen toegevoegd aan de basistaken.

Er wordt jaarlijks een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de FUMO gesloten waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden dat jaar door de FUMO worden uitgevoerd en onder welke condities. De FUMO zal zelf een jaarprogramma en een jaarverslag opstellen ter verantwoording van haar werk. In dit programma wordt niet ingegaan op het werk van de FUMO. In 2021 hebben wij het Uniform Beleidsplan VTH Fryslân vastgesteld. Dit beleidsplan vormt de basis voor de FUMO in de uitvoering van de basistaken. In 2022 zal de FUMO werken volgens het uitvoeringsplan welke volledig op dit Uniform Beleidsplan is gebaseerd.

Naast het uitvoeren van (milieu)toezicht wordt ook de bereikbaarheid (Milieualarmnummer) en beschikbaarheid buiten kantooruren voor beide gemeenten door de FUMO uitgevoerd.

2.5. BESLUIT VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING (BESLUIT VTH)

In het Besluit VTH staat welke Wabo-taken de bevoegde gezagen moeten beleggen (basistaken) in de Regionale uitvoeringsdiensten (de FUMO). Dit Besluit wordt momenteel herzien om zo aan te sluiten bij de Omgevingswet en het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). Het herziene Besluit VTH zorgt voor een flinke uitbreiding van de bedrijven die onder het basistakenpakket vallen. Dit terwijl afgesproken is om e.e.a. beleidsneutraal over te zetten. Een groot aantal gemeenten in Nederland zijn momenteel tezamen met de VNG in gesprek met het Ministerie om dit te repareren.

2.6. OMGEVINGSWET

1 juli 2022 is de nieuwe beoogde datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bijna alle wetten in het fysieke domein worden in deze nieuwe Wet opgenomen.

De Omgevingswet is bedoeld om het aanvragen van vergunningen eenvoudiger te maken en bestaande regels en wetten inzichtelijker te maken. Nu is het zo dat een initiatief van een burger niet kan, tenzij dit nadrukkelijk wordt toegestaan (bijvoorbeeld in een bestemmingsplan). Het zogenaamde “Nee, tenzij-principe”. Onder de Omgevingswet is een initiatief mogelijk mits wordt voldaan aan meer algemene uitgangspunten. Het “Ja, mits- principe”. Dit vraagt een andere benadering in de behandeling van wensen en initiatieven van burgers en bedrijven.

Iedere gemeente is vrij om meer of minder regels op te leggen. Welke koers Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel kiezen is nu nog niet bekend. In 2022 zal hier meer duidelijkheid in komen. Als er minder regels worden opgelegd, dan verandert de taak van de toezichthouder. Minder concrete regels betekent meer vrijheid om te voldoen aan de algemenere kader stellende regels. Er is bij algemene regels meer vrijheid om te voldoen aan die regels, waardoor de toezichthouder meer de gekozen maatregelen moet beoordelen op doelmatigheid. Ook zal zijn/haar rol meer adviserend zijn.

Deze transitie zal in de werkwijze van de toezichthouder moeten worden geïmplementeerd. Iets wat vanaf 2022 moet gebeuren. Door medewerkers wordt deelgenomen aan interne werkgroepen om de Omgevingswet goed te implementeren.

WET KWALITEITSBORGING

Met de komst van de Omgevingswet doet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn intrede. Voor een groot deel van de bouwwerken verdwijnen daarmee onze taken om bouwplannen technisch te toetsen en toezicht te houden op het bouwen. De gedachte is dat de verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit en het voldoen aan de regels nadrukkelijk bij de bouwer ligt. Om de bouwkwaliteit te borgen moet de bouwer een onafhankelijke kwaliteitsborger inhuren voor de toetsing en het toezicht op de bouw. Tijdens de bouw moet er een gebouwdossier worden opgebouwd.

Voor de start en bij de oplevering van de bouw moet de bouwer een bouwmelding bij de gemeente indienen. Voor het ruimtelijk deel (welstand en omgevingsplan) bestaat nog gewoon de vergunningplicht.

In eerste instantie geldt dit voor gevolgklasse 1 (categorie van relatief eenvoudige bouwwerken) dit zijn voornamelijk woningen (niet in een woongebouw) en industriegebouwen tot 2 bouwlagen. Voor bouwwerken met een hogere gevolgklasse zoals een school of een logiesgebouw blijft de gemeente toetser en toezichthouder.

Bij Toezicht verdwijnt het technisch toezicht op de bouwwerkzaamheden vallend onder de melding plicht (bouwwerken categorie 1). Werkzaamheden in deze categorie die blijven zijn: het uitzetten en aangeven van de rooilijn en het toezicht op de omgevingsplanactiviteit.

Wat komt ervoor terug:

  • -

    Toezicht op informatie- en stopmomenten, op basis van risico’s. Uitgangspunt is vertrouwen waarbij het aantal informatie of stopmomenten tot een minimum beperkt zullen worden;

  • -

    Handhaving(sverzoek) kwaliteitsborger, TLoKB (Toelatingsorganisatie Kwaliteitsboring Bouw) of anderen of op eigen initiatief;

  • -

    Handhaving gevolgklasse 0 als op basis van toezicht op omgevingsplanactiviteit strijdigheid BBl wordt geconstateerd;

  • -

    Beoordeling of er sprake is van gelijkwaardigheid (constructief of brandveiligheid) (dan GK2).

Binnen de Werkmaatschappij 8KTD kennen we 2 verschillende prioriteringen voor bouwtoezicht. In Achtkarspelen ligt de prioriteit bij constructieve veiligheid en op ruimtelijke kwaliteit. In Tytsjerksteradiel vindt er daarnaast ook nog toezicht plaats op het casco.

Voor de Reguliere bouwplannen blijft het huidige regime bestaan. Zeker in het eerste jaar na de intreding van de wet hebben we bij toezicht vooral te maken met plannen vanuit de WABO waarmee we in 2022 vooral nog conform de WABO zullen werken.

3. UITVOERINGSPROGRAMMA

In dit hoofdstuk wordt het handhavingsbeleid vertaald in concrete acties. Waar wordt in 2022 de handhavingscapaciteit voor Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel ingezet?

3.1. ORGANISATIE

3.1.1. Handboek Toezicht en Handhaving

Ten behoeve van een adequate uitvoering van de handhavingstaak wordt een Handboek handhaving Toezicht en Handhaving opgesteld. In dit handboek worden protocollen en werkwijzen vastgelegd. In voorgaande jaren zijn een aantal protocollen aangepast/geactualiseerd. In 2022 wordt hier een vervolg aan gegeven.

3.1.2. Opleidingen

Het op peil houden of brengen van inhoudelijke kennis is noodzakelijk voor professioneel toezicht en handhaving. Daarnaast zijn voor een aantal functies binnen de eenheid Toezicht kwaliteitscriteria vastgesteld. De medewerkers die deze functies bekleden moeten o.a. voldoen aan bepaalde opleidingseisen. Dit is geborgd bij de medewerker Kwaliteit en Ontwikkeling VTH.

Voor het op peil houden van de kennis bij de medewerkers is in de begroting van de Werkmaatschappij 8KTD opleidingsbudget opgenomen.

Ten behoeve van de eenheid Toezicht en Handhaving zijn in ieder geval de volgende opleidingen gepland.

Permanente her- en bijscholing BOA’s

Alle 4 BOA’s moeten ieder jaar een module volgen in het kader van permanente her- en bijscholing. Alleen bij het voldoen aan deze opleidingseis kunnen de BOA-bevoegdheden worden behouden. Er is met een externe organisatie (NIVOO) een opleidingsovereenkomst afgesloten. NIVOO houdt voor onze gemeente bij wanneer door wie een module gevolgd moet worden.

Kwaliteitscriteria

Op grond van de Wabo-kwaliteitscriteria (zie 3.1.3.) moeten medewerkers (bij)scholing volgen, om te kunnen voldoen aan deze criteria.

Resultaatgericht Werken

In 2021 is de organisatie 8KTD gestart met Resultaatgericht Werken. Dit wordt volgens de A3 methode uitgevoerd. Deze manier van werken is nieuw en vraagt om opleiding. Vanuit de eigen organisatie zullen de medewerkers worden opgeleid.

Overig

Voor het overige wordt ad-hoc bijscholingstraject gevolgd, al naar gelang de behoefte.

3.1.3. Implementatie Wabo-kwaliteitscriteria

Op grond van het besluit omgevingsrecht (BOR) moet de uitvoering van de Wabo taken3 voldoen aan kwaliteitscriteria. Er gelden criteria voor de medewerkers (opleiding, frequentie en aantal medewerkers per taak) en voor de organisatie procescriteria (inrichting, beleid, borging).

In Fryslân zijn de landelijke kwaliteitscriteria 2.1 vertaald naar een provinciaal model, het zogenaamde Frysk Peil. Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen hebben in een verordening vastgelegd dat de medewerkers en de organisaties moeten voldoen aan dit kwaliteitsniveau. Op Friese schaal is een projectgroep bezig met het doen van voorstellen hoe aan de procescriteria (waaronder een provincie brede omgevings- en risicoanalyse) kan worden voldaan.

In 2019 is door de beide colleges een verbeterplan vastgesteld, waarin staat wat er moet worden gedaan om aan de kwaliteitscriteria te voldoen. Met betrekking tot de massacriteria is er nog een opleidingsnoodzaak voor een aantal medewerkers. Volgens het verbeterplan worden deze gevolgd.

Per 1 juli 2019 zijn de Kwaliteitscriteria geüpdatet naar een KC 2.2 versie. Om de kwaliteit binnen het Frysk Peil actueel te houden, is de gelijkluidende Friese set VTH-Kwaliteitscriteria aangesloten bij het geüpdatete begrippenkader als gebruikt in de KC 2.2. Een aangepast verbeterplan is reeds opgesteld en wordt begin 2022 aan beide colleges voorgelegd.

3.2. BELEID

3.2.1. Uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid basistaken

Op grond van de Wet VTH moet er voor de basistaken4 uniform (provinciaal) beleid worden opgesteld. Dit beleidsplan is onderhand opgesteld en voorgelegd aan de beide colleges. Wij zullen ons beleid af moeten stemmen op dit beleid (level playing field).

3.2.2. Provinciale en regionale BOA-structuur

In § 2.3.3. is beschreven dat strafrechtelijk optreden door de gemeenten een steeds belangrijker middel wordt om de handhavingsdoelen5 te bereiken. Er is in Fryslân een provincie dekkende BOA II-structuur opgezet. Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben we ervoor gekozen om de BOA II-taak zelf uit te voeren. Er is hierbij de samenwerking gezocht in Noordoost Fryslân (Noardeast-Fryslân en Dantumadiel). Niet alleen wordt daarmee voldaan aan de Wabo-kwaliteitscriteria (zie § 3.1.3.), we kunnen elkaar ook versterken en we zijn minder kwetsbaar. Zo mogen de BOA’s van 8KTD controles uitvoeren op grond van de Alcoholwet. Iets waar de BOA’s van Noardeast-Fryslân niet voor zijn opgeleid. De samenwerking is in 2020 gestart. Alle BOA’s in Noordoost Fryslân worden in de samenwerking ingebracht (ca 10 medewerkers). Dit geldt ook voor de BOA’s domein I (waaronder openbare orde en Alcoholwet). Voor de coördinatie wordt een medewerker van Noardeast-Fryslân ingezet.

3.3. OPZET TOEZICHT

3.3.1. Vergunning-/melding gericht toezicht.

De gemeentes stellen voorwaarden aan vergunningen die zij verlenen. Van belang is dat de gemeentes er ook op toezien dat deze regels worden nageleefd. Op basis van de naleefscore (zie paragraaf 3.3.2.) worden nieuw verleende vergunningen en meldingen, waaraan voorschriften worden verbonden gecontroleerd op naleving van deze voorschriften.

Er zijn verschillende moment waarop een vergunning wordt gecontroleerd:

  • -

    Nieuwe vergunningen/ meldingen

Deze worden gecontroleerd bij de uitvoering en daarna niet meer.

  • -

    In de gebruiksfase

Deze vergunningen worden zolang ze van kracht zijn periodiek gecontroleerd. Dit zijn:

  • -

    Omgevingsvergunningen/-meldingen Milieu;

  • -

    Omgevingsvergunningen/-meldingen Brandveilig gebruik;

  • -

    Horecavergunningen/-meldingen;

  • -

    Vergunningen Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

3.3.2. Controlefrequentie

Overeenkomstig het handhavingsbeleid worden vergunningen die in voorgaande jaren niet goed worden nageleefd (naleefscore < 85 %) allemaal gecontroleerd. Worden vergunningen wel goed nageleefd (naleefscore > 85 %) dan wordt 10 % van de verleende vergunningen gecontroleerd op naleving van de voorschriften. Bij het toezicht op naleving van sloopmeldingen wordt hiervan afgeweken, omdat hierbij het aspect Veiligheid (handelingen met asbest) aan de orde is. Ondanks een goede naleving worden alle sloopmeldingen gecontroleerd.

3.4. TOEZICHT

De COVID-19 uitbraak had ook voor de uitvoering van de toezichttaken in 2021 een flinke impact. Zo was het in het begin van 2021 nog steeds niet mogelijk om controles uit te voeren bij zorginstellingen en scholen. Tot de zomerperiode waren er geen evenementen. Dit had als gevolg dat de jaarplanning niet gehaald is.

In onderstaande worden per cluster de in 2022 uit te voeren controles beschreven. Gezien de stijgende lijn in de besmettingsaantallen is de kans groot dat COVID-19 invloed zal hebben op de uitvoering. Het is dan ook reëel om aan te nemen dat de planning voor een aantal clusters ook voor 2022 niet gehaald wordt.

3.4.1. Evenementenvergunning

In 2022 worden ca 400 (gemiddelde 2019/2020) aanvragen voor een evenementenvergunning verwacht. Deze zullen niet allemaal worden gecontroleerd. Veel evenementen zijn zodanig van aard dat toezicht niet altijd nodig is. Controles worden alleen uitgevoerd bij risicovolle evenementen. Hieronder worden evenementen verstaan waarvan op basis van omvang en/of eerdere ervaringen overlast verwacht kan worden, zoals grotere evenementen als het Concours Hippique Buitenpost en de Wielerronde Surhuisterveen.

Op basis van ervaring uit voorgaande jaren is ca 10 % van de verleende evenementen- vergunningen/meldingen (40) aan te merken als risicovol. Op basis van de impact van grote en risicovolle evenementen is het wenselijk dat bij ieder van dit soort evenementen toezicht wordt uitgeoefend.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles 2022

nvt

10 %

Grote impact op openbare orde

en Veiligheid. Frequentie 100 %

40

3.4.2. Brandveiligheid evenementen/kermissen

De medewerkers Brandpreventie zien toe op brandveiligheidsregels zoals vluchtroutes en brandbaarheid van versieringen bij (grote) evenementen en kermissen. Er zullen ca. 60 evenementen/kermissen worden gecontroleerd.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles 2022

nvt

100 %

 

60

3.4.3. Omgevingsvergunning onderdeel Kap/kapmeldingen

Niet alle omgevingsvergunningen onderdeel kap worden gecontroleerd. Aan veel vergunningen worden geen voorschriften verbonden. Een kapmelding moet worden gedaan bij onderhoud van houtwallen/-singels. Deze worden wel allemaal op naleving van (algemene) voorschriften gecontroleerd. Op basis van voorgaande jaren wordt geschat dat in dit programmajaar 155 kapvergunningen worden verleend en 180 kapmeldingen worden ontvangen. Alle kapvergunningen met voorwaarden (ca 50 %) en alle kapmeldingen worden gecontroleerd.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles 2022

80%

100 %

 

255

3.4.4. Ontheffing verbranden snoeihout

Bij het onderhoud aan het landschap (kap- en snoeiwerk bij houtsingels) wordt aan landeigenaren/-beheerders vaak een ontheffing verleend van de APV om dit hout ter plaatse te verbranden. Jaarlijks worden ongeveer 180 ontheffingen verleend. Deze worden allemaal gecontroleerd.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles 2022

80%

100 %

 

180

3.4.5. Omgevingsvergunning, onderdeel Aanleg

Voor bepaalde activiteiten die van invloed zijn op (o.a. landschappelijke) waarden moet een Omgevingsvergunning, onderdeel Aanleg worden aangevraagd. Een en ander is geregeld in het bestemmingsplan. Voorbeelden van activiteiten zijn het dempen van sloten, het rooien van boomwallen en het ophogen van landerijen. Geschat wordt dat in dit programmajaar 18 aanlegvergunningen worden verleend.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles 2022

70%

10 %

 

2

3.4.6. Omgevingsvergunning, onderdeel Bouwen

De omgevingsvergunningen onderdeel Bouw worden tijdens verschillende bouwfasen gecontroleerd. De te onderscheiden fasen tijdens de bouw zijn: Bij het uitzetten van het werk, bij het storten van de fundering, tijdens de bouw van de begane grond, tijdens de bouw van het casco en tijdens de afbouw.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van het toezicht protocol van de Vereniging BWT.

In Tytsjerksteradiel richt het toezicht zich op de hoofdstukken Veiligheid, Gezondheid en Energiezuinigheid uit het Bouwbesluit. Het hoofdstuk Bruikbaarheid krijgt niet of minder aandacht.

In Achtkarspelen is het toezicht alleen gericht op het onderdeel Veiligheid (Fundering en constructie). Het ontslaat de vergunninghouder overigens niet van het zich houden aan de regels van de overige onderdelen.

In beide gemeenten is het uitzetten van een bouwwerk vanwege de onomkeerbaarheid een integraal onderdeel van het toezicht.

Naast deze inhoudelijke aspecten worden diensten aan andere afdelingen geleverd ten behoeve van Basisadministratie gebouwen (BAG; verplicht) en de Onroerendzaakbelasting (WOZ; van invloed op de hoogte van de belasting. Concreet betekent dit het afhandelen van Start- en gereedmeldingen en het bijhouden van de vorderingen in de bouw.

Geschat wordt dat er in 2022 ca. 530 omgevingsvergunningen, onderdeel Bouw worden verleend, 265 voor Tytsjerksteradiel en 265 voor Achtkarspelen. Deze worden allemaal op bovenstaande wijze gecontroleerd.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles 2022

88 %

100 %

 

530

3.4.7. Erfgoed

Het toezicht op behoud van cultureel erfgoed is een belangrijke zaak. Ongeoorloofde veranderingen zijn meestal niet terug te draaien. Er zijn in Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 225 rijksmonumenten. Het zonder Monumentenvergunning veranderen, beschadigen of vernielen van een monument is strafbaar (Economisch delict). Er worden per jaar enkele Omgevingsvergunningen onderdeel Monumenten verleend. Er wordt in alle gevallen toegezien op juiste uitvoering van de vergunningen. Verder zijn we alert op illegale activiteiten op dit gebied.

3.4.8. Brandveilig gebruik

Brandveiligheid heeft een hoge prioriteit binnen onze organisatie. Het voornaamste doel is het voorkomen van doden en gewonden en het voorkomen van uitbreiding van brand naar andere percelen.

Het toezicht bij het onderdeel brandveiligheid richt zich op de vergunning/ meldingplichtige objecten. Dit zijn bijvoorbeeld scholen, tehuizen en andere plaatsen die voor publiek toegankelijk zijn zoals horeca en sporthallen. Het gebruik van gebouwen en inrichtingen moet voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit en de voorwaarden die bij de verleende vergunningen horen.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles 2022

nvt

100 %

 

235

3.4.9. Milieutoezicht

Al sinds het begin van de 90er jaren wordt het gericht milieutoezicht bij bedrijven op dezelfde wijze gepland. Alle bedrijven worden verdeeld in 4 categorieën, waarbij de categorie-1 bedrijven de minste potentiële belasting hebben en categorie-4 bedrijven de meeste. Er wordt een vaste controlefrequentie aan de categorisering gehangen. De “zwaardere” bedrijven worden vaker gecontroleerd dan de minder zware. Tytsjerksteradiel heeft daar nog tussencategorieën ingevoegd. Bedrijven die goed naleefgedrag vertonen worden minder vaak gecontroleerd dan bedrijven waar bij de laatste controle overtreding zijn geconstateerd.

Strikte toepassing van deze systematiek heeft ertoe geleid dat de naleving van de voorschriften is verbeterd.

Een stringente toepassing van een meerjarenplanning heeft ook nadelen. Zo zal het niet halen van een jaarplanning, bijvoorbeeld door ziekte, het volgende jaar leiden tot extra druk op de planning. Iets wat met de huidige bezetting moeilijk op te vangen is.

Projectmatig werken

Om bovenstaande reden en in een poging om het naleefgedrag een boost te geven, wordt gekozen om het milieutoezicht voortaan projectgewijs te organiseren. Er kan nu gericht op aspecten worden gestuurd. Er kan ook beter worden ingespeeld op landelijke en lokale ontwikkelingen en regelgeving. Ieder jaar worden gerichte projecten gepland, waarop de beschikbare capaciteit deels wordt ingezet.

Deze nieuwe werkwijze past binnen de meer activiteitengerichte benadering van het Activiteitenbesluit.

Vaste onderdelen milieutoezicht

Aandachtsbedrijven

In Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen worden in 2022 ca. 30 zogenaamde categorie 35- bedrijven gecontroleerd. Dit zijn de zwaarste bedrijven (met de grootste potentiële milieubelasting) waarbij het milieutoezicht door de gemeente wordt gedaan en die bij de laatst gehouden controle niet aan alle milieuvoorschriften voldeden.

Deze worden allemaal gecontroleerd op naleving van de voorschriften uit het Activiteitenbesluit.

Opleveringscontroles

Bedrijven die nieuw zijn of bestaande bedrijven die een belangrijke wijziging/uitbreiding doorvoeren, worden gecontroleerd op het juist melden hiervan bij de gemeente. Met deze bedrijven wordt ook besproken welke voorschriften op de activiteiten van toepassing zijn en worden -indien van toepassing- afspraken gemaakt over het voldoen aan deze voorschriften of het indienen van verplichte onderzoeksrapporten. Dit soort controles zijn dus vooral informatief van aard; de inrichting houder helpen aan de voorschriften te voldoen. Hierna treedt het toezichttraject in werking.

Achterstand

Voor 2022 wordt er gekozen om bedrijven (niet zijnde cat. 30) die al geruime tijd geen controle hebben gehad te gaan controleren. Het bedrijvenbestand is gescreend op achterstand en hieruit is een lijst met bedrijven gekomen. Er heeft daarna een random selectie plaatsgevonden waarbij er 30 bedrijven zijn geselecteerd.

3.4.10 Bodemenergie

De verwachting is dat jaarlijks 5 bodemenergiesystemen zullen worden opgericht per gemeente. Elk systeem moet direct na oprichting op goede werking worden gecontroleerd.

3.4.11 Wet Kinderopvang

De GGD voert controles uit bij de kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en Buitenschoolse opvangen (BSO’s) en gastouders. Dit gebeurt volgens een landelijk protocol. Indien van toepassing wordt door de eenheid T&H handhavend opgetreden. In 2022 worden alle ca. 70 objecten gecontroleerd. De resultaten worden in een landelijk register opgenomen.

3.4.12 Horeca

Vergunningen

Er wordt toezicht op de Alcoholwet -vergunningen, de Alcoholverordening, horeca- exploitatievergunningen en de Wet op de kansspelen uitgeoefend. Er zijn in totaal ca. 110 horecabedrijven in beide gemeenten. Over het algemeen houdt de horeca zich prima aan de regels rondom deze regelingen. Uitzondering is het verbod op verstrekking van alcoholhoudende dank aan personen jonger dan 18 jaar c.q. het vragen om een ID bij jongeren. Toezicht hierop vindt grootschalig tweejaarlijks. Dit zou in 2022 weer worden uitgevoerd. Echter is dit niet tijdig meegenomen in de begroting en zal het toezicht in 2023 worden uitgevoerd. Controle op het verstrekverbod vindt steekproefsgewijs plaats.

Naleefscore

2020

Controlefrequentie

Beleid (§ 3.3.2.)

Opmerkingen

Controles

2022

N.v.t.

10 %

 

11

Horecaconvenant

Met de meeste horecabedrijven en para commerciële horeca-inrichtingen (sportkantines, dorpshuizen e.d.) is een convenant afgesloten. In het convenant staat dat er bij deelnemers aan het convenant minder vaak toezicht zal plaats zal vinden (10 %), Dit geldt niet als er sprake is van overtredingen. Niet-deelnemers worden minimaal éénmaal gecontroleerd. Er zijn ca. 180 horeca- en para commerciële horeca-inrichtingen aanwezig. Toezicht op de drankverkoop door de slijterijen en supermarkten zal ad hoc plaatsvinden. Zeker rond jeugdfeesten, waarbij uit ervaring blijkt dat de jeugd vóór deze feesten drank wil kopen, zal gericht toezicht op de detailhandel plaatsvinden.

3.4.13 Registerplicht handelaren tweedehands goederen

Handelaren in tweedehands goederen zijn conform artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht verplicht aantekening te houden van alle gebruikte en ongeregelde goederen die zij verworven hebben in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register. De burgemeester heeft hiervoor het Digitaal Opkopers Register (DOR) gewaarmerkt.

Het doel is om de afzetmarkt voor gestolen goederen te verstoren en de pakkans van woninginbrekers te vergroten. Het gebruik van het DOR draagt bij aan dit doel, omdat de ingevoerde goederen automatisch worden gecontroleerd in het politiesysteem. Daarmee wordt inzichtelijk of goederen afkomstig zijn van diefstal.

Op basis van de Kamer van Koophandel zijn er circa dertig geregistreerde handelaren. Verwacht wordt dat bij iedere handelaar een her controle moet worden uitgevoerd, omdat de bestaande wettelijke taak opnieuw bij handelaren onder de aandacht wordt gebracht.

3.4.14. Verkeer

In 2020 is een BOA I aangewezen voor verkeerszaken. Deze bevoegdheid wordt beperkt ingezet bij parkeerknelpunten, zoals hinderlijk parkeren in blauwe zones en andere verkeersexcessen.

3.5. PROJECTEN

3.5.1. Toezicht Informatieplicht energiebesparing

De informatieplicht energiebesparing voor bedrijven en organisaties is op 1 juli 2019 in werking getreden. Een inrichting met een verbruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit of

25.000 m3 aardgasequivalent per kalenderjaar moet energiebesparende maatregelen treffen met terugverdientijd van 5 jaar of minder.

Organisaties moeten om de vier jaar het bevoegde gezag informeren over de genomen maatregelen. Voor de beide gemeenten samen, gaat het om ongeveer 400 bedrijven.

Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor toezicht op en handhaving van de wettelijke energiebesparingsplicht en de informatieplicht. In 2022 zullen de binnengekomen gegevens uit 2021 verder worden beoordeeld en verwerkt. Handhaving zal worden opgestart wanneer hier aanleiding toe is. In het kader van versterkte uitvoering Informatieplicht zal in samenwerking met de FUMO en een extern adviesbureau controles worden uitgevoerd. Net als in 2021 zal een nog een nader te bepalen aantal bedrijven worden bezocht die voldaan hebben aan de informatieplicht, maar nog niet aan de verplichting voldaan hebben, om alle vastgestelde maatregelen uit te voeren. Tevens zullen er bij een aantal bedrijven her controles worden uitgevoerd naar aanleiding van eerdere bezoeken.

3.5.2. Handhaving op grondstoffenbeleidsplan

Op 1 januari 2021 is het grondstoffenbeleidsplan in werking getreden in de gemeente Tytsjerksteradiel. Het beleidsplan regelt o.a. dat de frequentie van het ledigen van de grijze container wordt verlaagd. Deze maatregel moet bijdragen aan het beter scheiden (o.a. glas, papier, textiel, groen) van afval en zo het verminderen van de kilo’s van het “grijze” afval.

Naast een afvalcoach wordt er ook een beroep gedaan op Toezicht en Handhaving. Eén van de BOA I medewerkers wordt ingezet om excessen met afvalafgifte (o.a. afvalbrandjes, afvaldumpingen, onjuiste afvalstromen in de grijze container, grijs afval in groene container) aan te pakken. Hierbij is er regelmatig overleg met de beleidsmedewerkers van beheer en de afvalinzamelaars van de buitendienst.

3.6. MELDINGEN LEEFOMGEVING (KLACHTEN)

Aantallen ingediende meldingen zijn niet te plannen. Geschat wordt dat ca. 15% van de beschikbare capaciteit voor de onderdelen groen, milieu en bouwtoezicht en 75% van de beschikbare capaciteit voor het onderdeel publiek domein aan de behandeling van klachten en meldingen wordt besteed.

Alle meldingen worden getoetst aan rechtmatigheid en bij een overtreding wordt gekeken wat de gevolgen van die overtreding zijn. Meldingen worden inhoudelijk behandeld als één van de prioriteitsaspecten aan de orde is, of kan komen als niet wordt opgetreden. Andere meldingen worden overeenkomstig de prioriteitstelling in het handhavingsbeleid later opgepakt. Zie § 2.3.2.

3.7. TOEZICHT EIGEN INRICHTINGEN/GEBOUWEN/WERKZAAMHEDEN

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verplicht de gemeente inzicht te geven in de wijze waarop zij uitvoering geeft aan het toezicht op eigen inrichtingen, dus daar waar de gemeente bevoegd gezag is als toezichthouder en als vergunninghouder. Naast omgevingsvergunningen onderdeel Milieu betreft dit ook het onderdeel Bouw, Brandveilig gebruik, Kap en toepassing van grond. Handhaving vindt plaats volgens een hiervoor vastgesteld protocol.

Voor 2022 worden de volgende controles op eigen inrichtingen/gebouwen/werkzaamheden geraamd:

Omgevingsvergunning Onderdeel

Aantal

Bouwen

PM

Brandveilig gebruik

110

Sloop

PM

Kap

PM

Kapmeldingen

PM

3.8. HANDHAVING MET EXTERNE PARTNERS.

Ten behoeve van de geplande samenwerking met externe partners via het Friese VTH-overleg werd voor het team THV jaarlijks maximaal 100 uren geraamd. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuw provinciaal VTH programma. In dit programma komen een nieuwe set aan prioriteiten. De verwachting is dat er in 2022 geen uren worden besteed aan projecten met externe partners.

4. BORGING

De Wabo eist dat uitvoering van de VTH-taak voldoende moet zijn geborgd. Er moeten voldoende middelen beschikbaar zijn. Middelen in de vorm van medewerkers, budgetten en opleidingsmogelijkheden.

Deze middelen zijn geborgd in de Begroting van de Werkmaatschappij 8KTD 2022.

4.1. BESCHIKBARE FORMATIE

Voor de uitvoering van de taak binnen de Werkmaatschappij is de volgende personele capaciteit begroot en beschikbaar:

Team/ functie (werknaam)

Formatieomvang

Teamleider

1

Team assistent

0,78

Juridisch beleidsmedewerker

3,56

Toezichthouder Milieu I/ Kwaliteit & Ontwikkeling

1

Toezichthouder Milieu II

2,27

Milieu BOA (BOA II)

1

Toezichthouder Bouwen/sloop II

1

Toezichthouder Brandveilig gebruik HBO I

0,89

Toezichthouder Bouwen/Brandveilig gebruik MBO II

1

Toezichthouder APV/OOV/DHW II

2 (2x BOA I)

Horecacoördinator

0,3

Toezichthouder Groen/RO II

1,7 (1x BOA II)

De werkzaamheden genoemd in hoofdstuk 3 zijn gebaseerd op deze bezetting.

4.2. FINANCIËN

Ten behoeve van de handhaving is materieel budget in de begrotingen opgenomen. Dit budget wordt ingezet ten behoeve van het laten uitvoeren van onderzoeken zoals bodem- en geluidsonderzoeken in het kader van de handhaving en de aanschaf en onderhoud van handhavingsmateriaal en (veiligheids)middelen en -kleding.

N.a.v. de “drone pilot” is besloten om een drone aan te schaffen en is budget vrijgemaakt voor het opleiden van twee medewerkers.

Daarnaast is er algemeen opleidingsbudget deels ten behoeve van de opleidingen in het kader van de Kwaliteitscriteria Frysk Peil (zie § 3.1.3.) Ten slotte is budget voor het uitvoeren van EVC’s. Dit is een nulmeting om te beoordelen of wordt voldaan aan de Kwaliteitscriteria voor individuele medewerkers. Nieuwe medewerkers die niet een EVC of EVP (voorloper van EVC) hebben, moeten deze alsnog uit laten voeren. Ook als een medewerker een andere Wabo-taak krijgt dan waar hij/zij op is beoordeeld, moet voor dat deel nog een EVC worden uitgevoerd.

Middelen voor het uitvoeren van dit programma, ex personeelskosten

Handhavingsbudget

26.500, -

Opleidingsbudget algemeen

23.000, -

Opstellen EVC’s

15.000, -

Ondertekening

BIJLAGE 1 HANDHAVINGSPRIORITEITEN 2022

NB: Onderstaande activiteiten hebben altijd een hoge prioriteit als één van de prioriteitsaspecten (zie 2.3.2 blz. 8) aan de orde is.

HANDHAVINGSPRIORITEITEN, waarbij geen prioriteitsaspect aan de orde is

ACTIVITEIT

PRIORITEIT

Milieu

 

Illegale bedrijvigheid

Midden

Illegale grondtoepassing

Midden

Illegale toepassing niet vormgegeven bouwstoffen

Midden

Toepassing vormgegeven bouwstoffen

Laag

Bodemsanering

Midden

Sanering niet meer in gebruik zijnde ondergrondse tanks

Midden

Storten op of in de bodem

Midden

Bouwen

 

Illegale bouw

Midden

Illegale sloop

Laag

Gebruik zonder gebruiksvergunning

Midden

Gebouwenkwaliteit

Laag

Veranderen zonder monumentenvergunning

Midden

Openbare ruimte/ landschap

 

Afvalscheiding door huishoudens

Laag

Opruimplicht hondenpoep

Laag

Aansluiting op de riolering

Midden

Bescherming individuele bomen

Midden

Bescherming dijkswallen houtsingels

Midden

Illegale kap (karakteristieke) bomen bebouwde kom

Midden

Illegale kap/gebruik gemeentelijke grond

Midden

Annexatie gemeentelijke grond

Midden

Parkeren gemeentelijk groen en bermen

Midden

Vernieling gemeentelijk plantsoen

Midden

Illegaal gebruik bestrijdingsmiddelen

Midden

Branden snoeiafval

Midden

Ruimtelijke Ordening

 

Gebruik gronden/bouwwerken buitengebied

Midden

Gebruik gronden/bouwwerken dorpen/clusterbebouwing

Midden

Gebruik gronden/bouwwerken bedrijven-/ recreatieterreinen

Midden

Zonder aanlegvergunning buitengebied

Midden

Zonder aanlegvergunning dorpen/clusterbebouwing

Midden

Zonder aanlegvergunning bedrijven- / recreatieterreinen

Laag

Illegale bewoning recreatieterreinen

Laag

Illegale bewoning bedrijfspanden

Midden

APV

 

dieren

 

Loslopende honden

Laag

Verontreiniging door honden, paarden en pony's

Laag

Gevaarlijke honden

Midden

Houden van hinderlijke of schadelijke dieren

Laag

Loslopend vee en pluimvee

Laag

Duiven

Laag

geluidhinder door dieren

Laag

Hobbymatig houden van dieren

Laag

Opslag van mest

Laag

openbare weg

 

voorwerpen/stoffen aan of boven de weg

Laag

Hinderlijke beplanting/voorwerpen

Midden

Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp

Midden

Plakken en kladden

Laag

Hinderlijk gedrag

Midden

drankgebruik

Midden

Drugshandel op straat

Midden

Verontreiniging van de weg en van terreinen

Midden

Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg

Midden

Defecte voertuigen

Laag

Aantasting groenvoorziening door voertuigen

Midden

Voertuigwrakken

Midden

Caravans e.d.

Laag

Parkeeroverlast

Laag

op/aan het water

 

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Laag

Innemen ligplaats

Laag

Aanleggen

Laag

Aanwijzing ligplaats/aanlegmogelijkheid

Laag

Overlast van vaartuigen

Laag

handel/bedrijven/evenementen

 

Illegale evenementen

Midden

Speelautomaten

Midden

Sexinrichtingen en escortservice

Laag

Illegale handelsreclame

Laag

Inzameling van geld en goederen

Laag

Standplaatsen

Laag

Geluid

 

Overige geluidhinder

Midden

gebruik geluidsapparatuur in de open lucht

Midden

Overig

 

Toezicht collectieve festiviteiten

Midden

Opslag voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.

Laag

Crossterreinen

Midden

Verbod vuur te stoken

Midden

Overige overtredingen

Laag

BIJLAGE 2 INTERVENTIEMATRIX

afbeelding binnen de regeling


Noot
1

Een formeel bestuurlijk overleg tussen alle instanties die betrekking hebben op Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving in het fysiek domein. Deelnemers zijn: Provincie Fryslân, Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân, FUMO, Openbaar Ministerie, Politie, It Fryske Gea, Staatbosbeheer en Hengelsport Fryslân.

Noot
2

Zie hiervoor de notitie “Toepassen gemeentelijk strafrecht in de Landelijke Handhavingsstrategie.”

Noot
3

Voor dit programma meer concreet toezicht en handhaving Omgevingsvergunningen en -meldingen onderdelen milieu, bouwen, slopen, RO, reclame, inritten en kappen.

Noot
4

Dit zijn de taken die de FUMO, verplicht voor ons uitvoert.

Noot
5

Het verbeteren van het naleefgedrag, om bij te dragen aan een veilige, leefbare en duurzame leefomgeving.