Beleidslijn Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) Gemeente Meerssen

Geldend van 01-02-2009 t/m 28-02-2018

Intitulé

Beleidslijn Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) Gemeente Meerssen

Doel van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (wet BIBOB)  

De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (wet BIBOB), is op 1 juni 2003 in werking getreden. Deze wet geeft bestuursorganen de mogelijkheid zich te beschermen tegen het risico dat zij ongewild criminele activiteiten faciliteren. Bestuursorganen verlenen immers vergunningen en verstrekken subsidies aan burgers en bedrijven. Het kan gebeuren dat zo’n vergunning of subsidie wordt gebruikt voor criminele activiteiten, of om uit criminele activiteiten verkregen vermogen te benutten.

Hetzelfde geldt voor de rol van een bestuursorgaan als contractpartij bij aanbestedingen in de sfeer van ICT, milieu en bouw. Ook hierbij kan het voorkomen dat de opdrachtnemer criminele activiteiten heeft ontplooid en geld wit wil wassen of met het werk criminele activiteiten gaat ontplooien. De wet BIBOB geeft bestuursorganen een instrument in handen om zich tegen dit risico te beschermen, namelijk een extra weigeringsgrond om vergunningen of subsidies te weigeren of in te trekken of aanbestedingen niet te gunnen (art. 3).

In de wet BIBOB is bepaald dat aan het bureau BIBOB een advies gevraagd kan worden om in het concrete geval te beoordelen of er sprake is van een ernstige mate van gevaar dat er strafbare feiten gepleegd zullen worden, dan wel zwart geld wit gewassen zal worden. Bestuursorganen kunnen zelf bepalen op welke wijze zij gebruik wensen te maken van de mogelijkheden van de wet BIBOB.

Doel beleidslijn

De Memorie van Toelichting bij de Wet BIBOB vermeldt dat bij de bestuursorganen en aanbestedende diensten de beslissing ligt om al dan niet een BIBOB-advies aan te vragen. Vanwege deze keuzevrijheid verdient het de voorkeur dat dit gebeurt op basis van een te ontwikkelen beleid, waarin in algemene termen wordt aangegeven in welke gevallen advies wordt gevraagd aan Bureau BIBOB. Dit schept duidelijkheid naar de burgers en ondernemingen die mogelijk aan een BIBOB-onderzoek kunnen worden onderworpen. Bovendien schept het een helder kader voor de toetsing door de democratische controle-organen van de door het bestuur in een concreet geval genomen beslissing. Met name de afweging om tot een BIBOB-onderzoek over te gaan, dient - juist met het oog op het ingrijpende karakter van het instrument - weloverwogen en met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur te worden genomen. Daarbij spelen proportionaliteit, subsidiariteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid een belangrijke rol.

In deze beleidslijn wordt aldus aangegeven hoe het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester omgaan met de bevoegdheden op grond van de Wet BIBOB. Tevens wordt ingegaan op de consequenties voor de aanvragers van een vergunning en andere betrokkenen.

Toepassing Wet BIBOB

Algemeen

De wet BIBOB kan worden toegepast ten aanzien van de volgende beleidsterreinen:

  • horecavergunning (Drank- & Horecawet)

  • exploitatievergunning (APV)

  • vergunning voor sexinrichtingen (APV)

  • escortvergunning (APV)

  • milieuvergunning (Wet milieubeheer)

  • bouwvergunning (Woningwet)

  • aanbestedingen, voor zover het betreft de bouw, de ICT en het milieu

  • subsidies (Subsidieverordeningen).

Een bestuursorgaan kan op basis van artikel 3 Wet BIBOB een beschikking weigeren of intrekken, voor zover hij bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid heeft gekregen, wanneer:

  • 1.

    er sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor:

    • a.

      het benutten van voordelen uit strafbare feiten;

    • b.

      het plegen van strafbare feiten;

  • 2.

    een redelijk vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschriften, bedreiging of omkoping).

Gelijke bevoegdheid komt het bestuursorgaan toe als het gaat om aanbestedingen. Op basis van artikel 5 Wet BIBOB kan een gegadigde voor een aanbesteding van de opdracht worden uitgesloten, c.q. een bestaande overeenkomst worden ontbonden wanneer zich omstandigheden voordoen vergelijkbaar met die hierboven genoemd.

Onderzoek door de gemeente zelf  

In het kader van de wet BIBOB zal de gemeente een onderzoek instellen om te beoordelen of van bovenstaande situatie sprake is: de zogenaamde BIBOB-intake en BIBOB-screening. Dit onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van:

  • de door de aanvrager/houder van de vergunning beantwoorde vragen die zijn opgenomen in het standaard aanvraagformulier;

  • de door hem/haar aangeleverde documenten die moeten worden meegestuurd op grond van het standaard aanvraagformulier;

  • eventuele extra, op verzoek van de ambtenaar, overgelegde documenten of informatie;

  • open bronnen onderzoek (Kamer van Koophandel, Kadaster enz.).

Los van de Wet BIBOB kan de gemeente de ondernemer bij de aanvraag verplichten bepaalde gegevens te overleggen om schijnconstructies te voorkomen, zoals een overzicht van investeringen ten aanzien van de onderneming en schriftelijke bewijzen van eigen vermogen en eventuele kredietovereenkomsten in verband met de financiering van de onderneming. De gemeente zal naast de Wet BIBOB ook de reguliere weigerings- of intrekkingsgronden onderzoeken en toepassen.

Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet BIBOB genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstig vermoeden als bedoeld in de wet BIBOB, kan het de vergunning weigeren of intrekken c.q. de overheidsopdracht niet gunnen of een bestaande overeenkomst ontbinden.

Wanneer het standaardvragenformulier (inclusief de vragen van art 30 Wet BIBOB) niet volledig wordt ingevuld, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld. In geval van een bestaande vergunning wordt het niet invullen van deze formulieren op grond van art 4 Wet BIBOB aangemerkt als ernstig gevaar. Hierdoor kan het bestuursorgaan de vergunning intrekken.

Inzet BIBOB-instrumentarium

Het doel dat de gemeente voor ogen staat bij de inzet van het BIBOB-instrumentarium is:

  • het tegengaan van de aantasting van de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente,

  • het tegengaan van de aantasting van de rechtsorde en de bestuurlijke slagkracht,

  • het tegengaan van de verloedering door de aanwezigheid van criminaliteit,

  • het faciliteren van de bestuurlijke aanpak (georganiseerde) criminaliteit,

  • het verminderen van de subjectieve gevoelens van onveiligheid.

Met name met het oog op de bestuurlijke aanpak van de (georganiseerde) criminaliteit is het wenselijk dat het BIBOB-instrumentarium zo breed mogelijk kan worden ingezet. Vanuit dit doel is er voor gekozen het BIBOB-instrumentarium in beginsel in te zetten op alle in de wet genoemde beleidsterreinen.

Daarbij wordt om capacitaire redenen overwogen om alle reeds verstrekte vergunningen (ca. 80 D&H-vergunningen, 1 vergunning voor een sex-inrichting) gefaseerd aan een BIBOB-toets te onderwerpen.

Op grond van bovenstaande overwegingen zijn de volgende keuzes gemaakt voor de inzet van het BIBOB-instrumentarium:

  • 1.

    Aanvragen voor een Drank- en horecavergunning door nieuwe ondernemers worden onderworpen aan een BIBOB-intake, tenzij het een aanvraag betreft voor een inrichting als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet (paracommerciële instellingen);

  • 2.

    Aanvragen voor een Exploitatievergunning ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening door nieuwe ondernemers worden onderworpen aan een BIBOB-intake;

  • 3.

    Aanvragen om vergunning voor een seksinrichting en/of escortbedrijf worden aan een BIBOB-intake onderworpen;

  • 4.

    Aanvragen om een vergunning zoals bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer door nieuwe ondernemers worden onderworpen aan een BIBOB-intake;

  • 5.

    Aanvragen om een bouwvergunning worden onderworpen aan een BIBOB-intake indien:

    • a.

      de (ver)bouwkosten hoger zijn dan € 500.000,- per wooneenheid;

    • b.

      de (ver)bouwkosten hoger zijn dan € 1.000.000,- voor een bedrijfspand.

  • 6.

    Bij de gunning van een overheidsopdracht wordt, voor zover het betreft bouw, ICT en milieu, een BIBOB-intake toegepast bij opdrachten boven € 250.000,-- indien na de reguliere toetsing vragen blijven bestaan over met name:

    • de bedrijfsstructuur of de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming, de financiering van het bedrijf; de omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd of de inventaris van de inrichting;

    • (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten;

    • (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd;

  • 7.

    Bij bestaande vergunningen die zijn verleend in het kader van de Drank- en Horecawet en de APV zal gefaseerd tot een administratieve BIBOB-check worden overgegaan. Burgemeester en wethouders hanteren daarbij een volgorde die mede wordt bepaald door signalen van politie, omwonenden, overlast e.d. Overigens wordt een willekeurige volgorde aangehouden.

  • 8.

    Ten aanzien van de verstrekte vergunningen met betrekking tot de overige in de Wet BIBOB genoemde categorieën zal uitsluitend een toets plaatsvinden indien naar het oordeel van het bestuursorgaan feiten of omstandigheden duiden op het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB.

Aanvraag om advies in een concreet geval bij het bureau BIBOB  

Indien na dit eigen onderzoek vragen blijven bestaan over:

  • 1.

    de bedrijfsstructuur of;

  • 2.

    de financiering of;

  • 3.

    omstandigheden in de persoon van de aanvrager;

kan het bestuursorgaan dat voor de afgifte van de vergunning verantwoordelijk is, hierna te noemen ‘het bevoegd gezag’ een advies vragen bij het landelijk bureau BIBOB (art. 9).

Een toetsing aan de wet BIBOB met behulp van een advies, geldt in beginsel als een uiterste middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Het betekent een zware inbreuk op de privacy en er dient voldaan te zijn aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Het bevoegd gezag zal, zoals hierboven ook is uitgewerkt eerst gebruik dienen te maken van minder ingrijpende maatregelen. Tevens is een aanvraag van een BIBOB advies slechts gerechtvaardigd indien het gaat om een voldoende verdenking of een kwetsbaar voor misbruik vatbaar besluit met redelijke financiële of maatschappelijke belangen.

Ook indien het Openbaar Ministerie de tip geeft advies te vragen over de verlening of intrekking van een vergunning aan het landelijk bureau BIBOB, zal het bevoegd gezag dit advies ook daadwerkelijk vragen. Het aanvragen van een advies bij het bureau BIBOB is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen kan derhalve geen bezwaar of beroep worden ingesteld. Wel is het de aanvrager van een vergunning ten alle tijde toegestaan de aanvraag terug te trekken.

Het onderzoek door het landelijk bureau BIBOB  

Het landelijk bureau BIBOB zal, als er een advies is gevraagd, een nader onderzoek instellen en een advies uitbrengen over de mate van gevaar, als bedoeld in art 3 van de wet.

Het landelijk bureau valt onder het ministerie van Justitie en heeft inzage in een aantal openbare en gesloten bronnen (bijvoorbeeld bij de belastingdienst, politie, justitie, IND, EZ, GBA, LISV, etc ) en kan hierdoor een meer diepgaand onderzoek doen dan de gemeente.

Welke personen en bedrijven worden in het onderzoek betrokken.

Uiteraard wordt de betrokkene, in dit geval de aanvrager van de vergunning, zelf onderzocht. Daarnaast wordt onderzocht of deze een relatie heeft tot strafbare feiten als bedoeld in de wet BIBOB. Dit betekent dat ook andere personen kunnen worden betrokken in het onderzoek. In artikel 3 van de wet is bepaald dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als die feiten door een ander gepleegd zijn en deze persoon:

  • a.

    direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene, dan wel

  • b.

    zeggenschap heeft over dan wel heeft gehad over betrokkene, dan wel

  • c.

    vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, dan wel

  • d.

    in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat.

Deze andere persoon/personen kan/kunnen dus ook worden betrokken in het onderzoek.

De gemeente heeft de bestaande aanvraagformulieren voor vergunningen die hier worden bedoeld uitgebreid met een bijlage, waarin de vragen die genoemd zijn in artikel 30 van de wet BIBOB zijn opgenomen. Hierin wordt onder meer gevraagd wie de leidinggevenden dan wel vermogensverschaffers van betrokkene zijn en wat de wijze van financiering is. Al deze personen moeten er derhalve rekening mee houden dat zij onderworpen kunnen worden aan een BIBOB onderzoek.

Procedure

De gemeente doet het verzoek tot een adviesaanvraag bij het landelijk bureau BIBOB. Als er een BIBOB-advies wordt aangevraagd zal de aanvrager/houder van de vergunning worden geïnformeerd door de gemeente. Het landelijk bureau BIBOB zal geen direct contact opnemen met de aanvrager van de vergunning of de andere bij het onderzoek betrokken personen of bedrijven. Eventuele aanvullende vragen van het landelijk bureau BIBOB zullen via de gemeente aan betrokkenen worden gesteld. Het bureau BIBOB moet in beginsel binnen vier weken adviseren aan de gemeente. Deze termijn kan met nog eens vier weken worden verlengd. Het bureau BIBOB zal hiervan de gemeente in kennis stellen. De gemeente zal de aanvrager hiervan op haar beurt in kennis stellen. De beslistermijn voor de gemeente om te beslissen op de vergunningaanvraag wordt opgeschort gedurende de adviestermijn van het landelijk bureau van maximaal 2 x 4 weken.

De gemeente zal, indien het voornemen bestaat een negatieve beslissing te nemen op grond van een BIBOB- advies, de aanvrager conform artikel 4:7 Awb in de gelegenheid stellen zijn zienswijze naar voren te brengen; betrokkene kan dan het BIBOB-advies inzien. Derden die genoemd zijn in de beslissing worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 4:8 Awb en moeten, indien te verwachten is dat zij hiertegen bedenkingen hebben, ook in de gelegenheid worden gebracht om hun zienswijze naar voren te brengen. Derden hebben overigens niet het recht om het advies in zijn geheel in te zien.

Tegen de uiteindelijke beslissing van de gemeente waarin een BIBOB-advies is verwerkt kan wel bezwaar en beroep worden aangetekend.

Geheimhoudingsplicht  

Het advies van het bureau zal worden gebruikt ter onderbouwing van de uiteindelijke beslissing omtrent de verlening dan wel intrekking van de vergunning. Het advies moet geheim worden gehouden en slechts gegevens die noodzakelijk zijn ter motivering van de gevraagde vergunning, zullen worden bekend gemaakt aan de betrokkene en worden opgenomen in de beslissing op de vergunningaanvraag. Indien betrokkene gebruik wenst te maken van zijn recht een zienswijze in te dienen, heeft hij wel recht op inzage van het gehele advies. Gegevens over derden, die noodzakelijk zijn ter motivering van het besluit zullen ook aan deze derden ter kennis worden gebracht.

Indien een zekere mate van gevaar door het landelijk bureau wordt aangegeven, maar dit niet als ernstig wordt gekwalificeerd, of indien dit uit het onderzoek van de gemeente zelf komt, kunnen extra voorwaarden aan de vergunning worden gesteld.

Drie soorten adviezen

Het bureau kan drie soorten adviezen afgeven:

  • 1.

    er is geen sprake van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet BIBOB;

  • 2.

    er is sprake van een ernstige mate van gevaar;

  • 3.

    er is sprake van een mindere mate van gevaar.

In het eerste geval kan de vergunning niet geweigerd worden op grond van de wet BIBOB. In het tweede geval dient de gemeente af te wegen of in dit concrete geval inderdaad de vergunning geweigerd zal worden op grond van de wet BIBOB. Er kunnen omstandigheden aanwezig zijn dat de gemeente, ondanks het advies doet besluiten de vergunning te verlenen. Net zoals in het laatste geval kunnen er extra voorwaarden verbonden worden aan de vergunning, zoals bijvoorbeeld het periodiek overleggen van de boekhouding om beter te kunnen controleren of er inderdaad geen sprake is van een situatie bedoeld in artikel 3 van de wet.

Ondertekening

Vastgesteld door de burgemeester, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders d.d.
DE BURGEMEESTER VAN MEERSSEN,
Mr. R.S.M.R. Offermanns
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MEERSSEN,
De secretaris, Mr. J.J.M. Eurlings
De burgemeester, Mr.R.S.M.R. Offermanns