Omgevingsplan gemeente Bodegraven-Reeuwijk

Bij deze regeling horen andere regelingen die er juridisch onderdeel van zijn, zie het overzicht andere regelingen bij de wetstechnische informatie.

Geldend van 07-05-2026 t/m heden

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan.

  • 2.

    Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.

Hoofdstuk 2

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 3

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 4 Activiteiten: algemene bepalingen en richtingaanwijzer

Afdeling 4.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.1 Toepassingsbereik

Met uitzondering van de afdelingen 5.1, 6.1 en 7.1 is een paragraaf in de hoofdstukken 5, 6 en 7 alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald. 

Artikel 4.2 Normadressaat

Aan de hoofdstukken 4 tot en met 7 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 

Artikel 4.3 Maatwerkvoorschriften

  • 1.

    Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels over activiteiten in de hoofdstukken 5 tot en met 7, tenzij anders is bepaald.

  • 2.

    Een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de hoofdstukken 5, 6 en 7 worden verbonden, over de regels over activiteiten in die hoofdstukken, tenzij anders is bepaald.  

  • 3.

    Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in de hoofdstukken 5, 6 en 7, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet. 

  • 4.

    Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de hoofdstukken 5, 6 en 7 kan worden verbonden.

  • 5.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 6.

    Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in de hoofdstukken 5, 6 en 7 worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen. 

Artikel 4.4 Specifieke zorgplicht

Degene die een activiteit als bedoeld in de hoofdstukken 5, 6 en 7 verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: 

  • a.

    alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; 

  • b.

    voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en 

  • c.

    als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 

Artikel 4.5 Algemene gegevens bij een melding

Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 

  • a.

    de aanduiding van de activiteit; 

  • b.

    de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 

  • c.

    het adres waarop de activiteit wordt verricht; en 

  • d.

    de dagtekening. 

Artikel 4.6 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: 

  • a.

    de aanduiding van de activiteit; 

  • b.

    de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 

  • c.

    het adres waarop de activiteit wordt verricht; en 

  • d.

    de dagtekening. 

Artikel 4.7 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat

  • 1.

    Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 4.5 of artikel 4.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4.8 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders

  • 1.

    Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in de hoofdstukken 5, 6 en 7 en maatwerkvoorschriften op grond van die hoofdstukken voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. 

  • 2.

    Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen. 

Artikel 4.9 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning

[Gereserveerd]

Artikel 4.10 Gelijkwaardige maatregelen (algemeen)

[Gereserveerd]

Artikel 4.11 Informeren over een ongewoon voorval

[Gereserveerd]

Artikel 4.12 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval

  • 1.

    Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: 

    • a.

      informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; 

    • b.

      informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; 

    • c.

      andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en 

    • d.

      informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet. 

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 4.13 Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn

[Gereserveerd]

Artikel 4.14 Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving

[Gereserveerd]

Artikel 4.15 Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan

[Gereserveerd]

Artikel 4.16 Algemene beoordelingsregel

[Gereserveerd]

Afdeling 4.2 Thema’s

Paragraaf 4.2.1 Bouwwerken

Artikel 4.17 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken in het Stedelijk gebied.

Artikel 4.18 Doelen bouwwerken

Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen: 

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige en landschappelijke waarden;

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken;

  • c.

    het beperken van de negatieve gevolgen van klimaatverandering;

  • d.

    het versterken van de biodiversiteit;

  • e.

    het stimuleren van een duurzaam Bodegraven-Reeuwijk;

  • f.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • g.

    het waarborgen van de veiligheid; 

  • h.

    het beschermen van een aanvaardbaar woon-, werk- en leefklimaat; en

  • i.

    het voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 4.19 Hoofdgebouw bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw binnen de locatie stedelijk gebied voldaan aan: 

Artikel 4.20 Dakkapel bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een dakkapel voldaan aan: 

Artikel 4.21 Nokverhoging bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een nokverhoging voldaan aan: 

Artikel 4.22 Bijbehorend bouwwerk bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voldaan aan: 

Artikel 4.23 Erf- en perceelafscheiding bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een erf- of perceelafscheiding voldaan aan: 

Artikel 4.24 Zonnepaneel of zonnecollector bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een zonnepaneel of zonnecollector voldaan aan: 

Artikel 4.25 Kozijn of gevel wijzigen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het wijzigen van een kozijn of gevel voldaan aan: 

Artikel 4.26 Ondergeschikt bouwdeel bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een ondergeschikt bouwdeel voldaan aan: 

Artikel 4.27 Bouwwerk in een volkstuin bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een bouwwerk in een volkstuin voldaan aan: 

Artikel 4.28 Overig gebouw bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een overig gebouw voldaan aan: 

Artikel 4.29 Overig bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het bouwen van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde voldaan aan: 

Artikel 4.30 Bouwwerk in stand houden

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het in stand houden van een bouwwerk voldaan aan: 

Paragraaf 4.2.2 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied

Artikel 4.31 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied. 

Artikel 4.32 Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur gelden de volgende doelen: 

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid; 

  • b.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • c.

    het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; 

  • d.

    het beheren of aanpassen van infrastructuur; 

  • e.

    het beheren of aanpassen van watersystemen; 

  • f.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; 

  • g.

    het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; 

  • h.

    het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; 

  • i.

    het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid;

  • j.

    het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied; en 

  • k.

    het bevorderen van een klimaatadaptieve en duurzame inrichting van het openbaar gebied.

Artikel 4.33 Grondbewerking in openbaar toegankelijk gebied

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij bewerken van grond in openbaar toegankelijk gebied voldaan aan paragraaf 5.3.1 Grondbewerking in openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 4.34 Objecten plaatsen in openbaar toegankelijk gebied

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het plaatsen van objecten in openbaar toegankelijk gebied voldaan aan paragraaf 5.3.2 Objecten plaatsen in openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 4.35 Weg aanleggen en veranderen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het aanleggen en veranderen van een weg voldaan aan paragraaf 5.3.3 Weg aanleggen en veranderen

Artikel 4.36 Uitrit aanleggen en veranderen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het aanleggen en veranderen van een uitrit voldaan aan paragraaf 5.3.4 Uitrit aanleggen en veranderen

Artikel 4.37 Terras aanbrengen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het aanbrengen van een terras voldaan aan paragraaf 5.3.5 Terras aanbrengen

Artikel 4.38 Opslaan van voorwerpen en stoffen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het opslaan van voorwerpen en stoffen voldaan aan paragraaf 5.3.6 Opslaan van voorwerpen en stoffen

Artikel 4.39 Toevoegen van gebouwen of locaties met parkeerbehoefte

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het Toevoegen van gebouwen of locaties met parkeerbehoefte voldaan aan paragraaf 5.3.7 Toevoegen van gebouwen of locaties met parkeerbehoefte.

Artikel 4.40 Objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten de openbare weg

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten de openbare weg voldaan aan paragraaf 5.3.8 Objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten de openbare weg.

Artikel 4.41 Openen of afdekken straatkolken en dergelijke

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het openen of afdekken van een straatkolk of dergelijke voldaan aan paragraaf 5.3.9 Openen of afdekken straatkolken en dergelijke

Artikel 4.42 Reclame plaatsen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan paragraaf 5.3.10 Reclame plaatsen.

Artikel 4.43 Voorwerpen plaatsen in, op of boven openbaar water

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het plaatsen van voorwerpen in, op of boven openbaar water in beheer bij de gemeente voldaan aan paragraaf 5.3.11 Voorwerpen plaatsen in, op of boven openbaar water

Artikel 4.44 Ligplaats innemen met een vaartuig

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij het innemen van een ligplaats met een vaartuig op openbaar water voldaan aan paragraaf 5.3.12 Ligplaats innemen met een vaartuig

Artikel 4.45 Drijvende schiethut hebben

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.32, wordt bij hebben van een drijvende schiethut in openbaar water voldaan aan paragraaf 5.3.13 Drijvende schiethut hebben

Paragraaf 4.2.3 Cultureel erfgoed

Artikel 4.46 Toepassingsbereik

paragraaf 4.2.3 gaat over activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed. 

Artikel 4.47 Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: 

  • a.

    het behoud van cultureel erfgoed; 

  • b.

    het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden.

Artikel 4.48 Gemeentelijke monumenten
Artikel 4.49 Cultuurhistorisch waardevolle objecten
Artikel 4.50 Gebieden met archeologische verwachtingen

Bij het verrichten van activiteiten binnen een gebied met archeologische verwachtingen wordt voldaan aan paragraaf 5.4.2 Activiteiten binnen gebieden met archeologische verwachtingen.

Paragraaf 4.2.4 Natuur

Artikel 4.51 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur. 

Artikel 4.52 Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: 

a. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; 

b. de natuurbescherming, waaronder het realiseren van een natuurnetwerk en het beschermen van natuurgebieden; 

c. het tegengaan van klimaatverandering; 

d. het beheren van watersystemen; 

e. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; 

f. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; 

g. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied;  

h. het beschermen van de omgevingskwaliteit;

i. het waarborgen van de veiligheid van het publiek van natuurgebieden en recreatieterreinen; en

j. het verbeteren van de biodiversiteit.

Artikel 4.53 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap

Er is een Bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn. 

Artikel 4.54 Beschermde bomen kappen en beschermde houtopstanden vellen

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.52, wordt bij het kappen van Beschermde bomen en vellen van beschermde houtopstanden voldaan aan paragraaf 5.5.1 Beschermde bomen kappen en beschermde houtopstanden vellen

Artikel 4.55 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.52, wordt bij het plaatsen van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein voldaan aan paragraaf 5.5.2 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein

Paragraaf 4.2.5 Milieu

Artikel 4.56 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu.  

Artikel 4.57 Doelen

Voor de activiteit met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid;

  • b.

    het beschermen en verbeteren van de bodem- en grondwaterkwaliteit;

  • c.

    het doelmatig benutten van de bodem;

  • d.

    het zuinig gebruik van grondstoffen;

  • e.

    het doelmatig beheer van afvalstoffen; 

  • f.

    het beschermen van de veiligheid; 

  • g.

    het beschermen van de natuur; en 

  • h.

    het beperken van de luchtverontreiniging. 

Artikel 4.58 Ballonnen oplaten

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het oplaten van ballonnen voldaan aan paragraaf 5.6.2 Ballonnen oplaten.

Artikel 4.59 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem voldaan aan: 

Artikel 4.60 Afvalwater lozen

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het lozen van afvalwater voldaan aan: 

Artikel 4.61 Recreatieve visvijvers exploiteren

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het exploiteren van recreatieve visvijvers voldaan aan: 

Artikel 4.62 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal voldaan aan: 

Artikel 4.63 Motorvoertuigen wassen

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het wassen van motorvoertuigen voldaan aan: 

Artikel 4.64 Afvalwater door een olieafscheider leiden

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57 wordt bij het leiden van afvalwater door een olieafscheider in een Zettingsgevoelig gebied voldaan aan paragraaf 5.6.20 Afvalwater door een olieafscheider leiden

Artikel 4.65 Niet-industrieel voedsel bereiden

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het bereiden van voedingsmiddelen met de volgende apparatuur voldaan aan de paragrafen 5.6.1 Milieu – algemeen en 5.6.21 Niet-industrieel voedsel bereiden.

  • a.

    keukenapparatuur; 

  • b.

    grootkeukenapparatuur; 

  • c.

    een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of 

  • d.

    een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW. 

Artikel 4.66 Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving voldaan aan: 

Artikel 4.67 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het slachten van dieren, het bewerken van dierlijke bijproducten en het uitsnijden van vlees, vis of organen voldaan aan: 

Artikel 4.68 Elektriciteit opwekken met een windturbine

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voldaan aan: 

Artikel 4.69 Acculader in werking hebben

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het in werking hebben van een acculader voldaan aan: 

Artikel 4.70 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voldaan aan: 

Artikel 4.71 Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht voldaan aan: 

Artikel 4.72 Vaste mest opslaan

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het opslaan van vaste mest voldaan aan: 

Artikel 4.73 Drijfmest, digestaat, dunne fractie of grote hoeveelheden vaste mest opslaan

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie of grote hoeveelheden vaste mest voldaan aan: 

Artikel 4.74 Kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen opslaan

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen voldaan aan: 

Artikel 4.75 Landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels fokken, houden en trainen

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.57, wordt bij het fokken, houden en trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels voldaan aan: 

Paragraaf 4.2.6 Bodem

Artikel 4.76 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten met betrekking tot bodem. 

Artikel 4.77 Doelen

Voor bodem gelden de volgende doelen: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    het beschermen en verbeteren van de bodem- en grondwaterkwaliteit; 

  • c.

    het doelmatig benutten van de bodem; 

  • d.

    het zuinig gebruik van grondstoffen; en 

  • e.

    het doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 4.78 Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.77, wordt bij het graven in de bodem in het gebied Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (beschikt) voldaan aan paragraaf 5.7.1 Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde. 

Artikel 4.79 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.77, wordt bij het verrichten van een activiteit op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico voldaan aan paragraaf 5.7.2 Activiteit verrichten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

Artikel 4.80 Nazorg verrichten na saneren van de bodem

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.77, wordt bij het verrichten van nazorg nadat saneren van de bodem heeft plaatsgevonden voldaan aan paragraaf 5.7.3 Nazorg verrichten na saneren van de bodem

Artikel 4.81 Toepassen van grond en baggerspecie

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.77, wordt bij het toepassen van grond en baggerspecie voldaan aan paragraaf 5.7.4 Grond en baggerspecie toepassen

Artikel 4.82 Kabels en leidingen aanleggen, onderhouden en verwijderen

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.77, wordt bij het aanleggen, onderhouden en verwijderen van kabels en leidingen voldaan aan paragraaf 5.7.5 Kabels en leidingen aanleggen, onderhouden en verwijderen

Afdeling 4.3 Gebiedstypen

[Gereserveerd]

Afdeling 4.4 Ontwikkelgebieden

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 5 Thematische activiteiten

Afdeling 5.1 Algemeen

[Gereserveerd]

Afdeling 5.2 Bouwwerken

Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen

Artikel 5.1 Toepassingsbereik 

Deze paragraaf gaat over het bouwen en in stand houden van een bouwwerk.

Artikel 5.2 Oogmerken

De regels in de afdeling zijn, tenzij anders bepaald, gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden;

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; 

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit; 

  • d.

    het waarborgen van de veiligheid; 

  • e.

    het voorkomen van hinder en overlast;

  • f.

    het beschermen van de gezondheid;

  • g.

    het voorkomen of beperken van wateroverlast; 

  • h.

    het waarborgen van de veiligheid van bouwwerken bij wateroverlast, overstromingen; 

  • i.

    het beperken van hittestress; 

  • j.

    het beperken van de negatieve gevolgen van aanhoudende droogte; 

  • k.

    het vergroten van de biodiversiteit; en 

  • l.

    het bijdragen aan een groene en gezonde leefomgeving. 

Artikel 5.3 Specifieke zorgplicht
  • 1.

    De specifieke zorgplicht houdt voor de activiteiten, bedoeld in deze afdeling, in ieder geval in dat bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren. 

  • 2.

    Met het oog op het beperken van hittestress is de uitgaande warmeluchtstroom van installaties voor verwarming of koeling van een gebouw niet gericht op verblijfsruimten of langzaam verkeersroutes. 

Artikel 5.4 Meetbepalingen
  • 1.

    Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: 

    • a.

      bouwhoogte: de afstand vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; 

    • b.

      goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, of gelijk te stellen de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

    • c.

      de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels of het hart van de scheidsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

    • d.

      de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 

    • e.

      dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; en 

    • f.

      peil: 

      • 1.

        voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang met dien verstande dat, indien een bouwwerk is gelegen aan meerdere wegen, de laagste weg bepalend is; 

      • 2.

        voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; en 

      • 3.

        voor een bouwwerk boven water: het plaatselijk aan te houden waterpeil.

  • 2.

    Er wordt geen maatwerkvoorschrift gesteld over de meetbepalingen. 

Artikel 5.5 Verboden bouwactiviteiten

De volgende bouwactiviteiten worden niet verricht: 

  • a.

    bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, die niet voldoen aan de eisen in: 

    • 1.

      dat artikel; en 

    • 2.

      de paragrafen 5.2.2 tot en met 5.2.13;

  • b.

    bouwactiviteiten anders dan de bouwactiviteiten bedoeld in paragraaf 5.2.2 tot en met paragraaf 5.2.13.

Artikel 5.6 Tijdelijke beoordelingsregel bodem

Op het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van deze afdeling zijn de artikelen 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, 22.30 en 22.31 van toepassing.

Artikel 5.7 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en peil 

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt niet begonnen voordat:

  • a.

    de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en

  • b.

    het peil is uitgezet.

Artikel 5.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit 
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit, als:

    • a.

      de aansluitafstand niet groter is dan 100 m; of

    • b.

      de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 5.9 Aansluiting op distributienet voor gas 
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als:

    • a.

      artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en

    • b.

      de aansluitafstand: 

      • 1.

        niet groter is dan 40 m; of 

      • 2.

        groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 5.10 Aansluiting op distributienet voor warmte 
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als:

    • a.

      het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en

    • b.

      de aansluitafstand:

      • 1.

        niet groter is dan 40 m; of

      • 2.

        groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

  • 2.

    Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

  • 3.

    Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

  • 4.

    Als voor de inwerkingtreding van de wet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

Artikel 5.11 Aansluiting op distributienet voor drinkwater 

Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als:

  • a.

    de aansluitafstand niet groter is dan 40 m; of

  • b.

    de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

Artikel 5.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 
  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

  • 2.

    De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

  • 3.

    Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid:

    • a.

      heeft geen vernauwing in de stroomrichting;

    • b.

      heeft een vloeiend beloop;

    • c.

      is waterdicht;

    • d.

      heeft een voldoende inwendige middellijn; en

    • e.

      bevat geen beer- of rottingput.

  • 4.

    Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.3 kan in ieder geval worden bepaald:

    • a.

      als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de wet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd;

    • b.

      als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en

    • c.

      of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Artikel 5.13 Bluswatervoorziening 
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

  • 2.

    De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

  • 3.

    De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 5.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing: 

    • a.

      op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; 

    • b.

      op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; 

    • c.

      op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; 

    • d.

      als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of 

    • e.

      als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist. 

  • 3.

    Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg:

    • a.

      een breedte van ten minste 4,5 m; 

    • b.

      een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; 

    • c.

      een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en

    • d.

      een doeltreffende afwatering.

  • 4.

    Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

  • 5.

    Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 5.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • b.

      op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;

    • c.

      op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of 

    • d.

      als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist. 

  • 3.

    De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. 

  • 4.

    Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 5.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. 

  • 5.

    Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen

Artikel 5.16 Toepassingsbereik 
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het bouwen van hoofdgebouwen.

  • 2.

    Deze paragraaf gaat ook over klimaatadaptief bouwen.

Artikel 5.17 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden;

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; 

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit;

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast;

  • e.

    het voorkomen of beperken van wateroverlast; 

  • f.

    het waarborgen van de veiligheid van bouwwerken bij wateroverlast, overstromingen; 

  • g.

    het beperken van hittestress; 

  • h.

    het beperken van de negatieve gevolgen van aanhoudende droogte; 

  • i.

    het vergroten van de biodiversiteit; en 

  • j.

    het bijdragen aan een groene en gezonde leefomgeving. 

Artikel 5.18 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen.

Artikel 5.19 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 

Voor de toetsing aan de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie;

  • c.

    een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2

  • d.

    een situatietekening van de bestaande toestanden en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 

  • e.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; 

  • f.

    tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 

  • g.

    principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 

  • h.

    kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing;

  • i.

    een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan;

  • j.

    een opgave van de wijze waarop wordt voorzien in warmtewerende oppervlakten; en 

  • k.

    een opgave van de wijze waarop wordt voorzien in waterberging en infiltratie. 

Artikel 5.20 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet; en

  • b.

    minimaal 40% van de gezamenlijke oppervlakte van alle niet noordelijk, noordwestelijk of noordoostelijk georiënteerde gevel- en dakoppervlakte van het bouwwerk en het bij het bouwwerk behorende perceel warmtewerend is. 

Artikel 5.21 Specifieke beoordelingsregel warmtewerende oppervlakten
  • 1.

    Er is in ieder geval sprake van een warmtewerend gevel- en dakoppervlakte als bedoeld in artikel 5.20, als de bouwmaterialen een albedofactor groter dan 0,40 hebben. 

  • 2.

    Er kan een lager percentage dan 40% worden toegestaan als het treffen van voldoende maatregelen aan het bouwwerk redelijkerwijs niet mogelijk is en de oppervlakte van het bij het bouwwerk behorende perceel kleiner is dan 35 m2.

Artikel 5.22 Beoordelingsregel waterberging met hergebruik of infiltratie
  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als bij nieuwbouw van een gebouw een hemelwaterberging met een minimale capaciteit van 50 liter per m2 verhard oppervlakte aangebracht en in stand gehouden. 

  • 2.

    Het opgevangen hemelwater wordt: 

    • a.

      zo veel mogelijk vastgehouden en gebruikt of geïnfiltreerd; of 

    • b.

      voor zover gebruik of infiltratie niet mogelijk is: vertraagd afgevoerd naar de openbare hemelwaterriolering of het openbaar gebied. 

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid als het realiseren van de waterbergingscapaciteit redelijkerwijs niet mogelijk is. 

Artikel 5.23 Beoordelingsregel minimaal vloerpeil bij bouw van hoofdgebouw
  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de hoogte van het vloerpeil van de begane grond vloer van een hoofdgebouw minimaal de hoogte heeft zoals aangegeven bij de omgevingsnormen ‘Peil HDSR’, ‘Peil maatwerk Plassengebied’, ‘Peil maatwerkgebieden’, ‘Peil Rijnland’, als die norm op de locatie van toepassing is, tenzij die hoogte redelijkerwijs niet te realiseren is.

  • 2.

    Als de hoogte uit het eerste lid vanwege de toegankelijkheid van het bouwwerk redelijkerwijs niet te realiseren is dan wordt aangetoond dat geen schade door wateroverlast ontstaat bij een bui met een herhalingstijd tot en met 1 x 100 jaar (70mm in één uur).

Artikel 5.24 Algemene regels voor hoofdgebouwen 
  • 1.

    Het hoofdgebouw wordt in het ‘Locaties bouwen - met een bouwvlak’ gebouwd, als op het bouwperceel een bouwvlak aanwezig is.

  • 2.

    De bouwhoogte is niet hoger dan aangegeven bij de omgevingsnorm 'maximale bouwhoogte', als die norm op de locatie van toepassing is.

  • 3.

    De goothoogte is niet hoger dan aangegeven bij de omgevingsnorm ‘maximale goothoogte’, als die norm op de locatie van toepassing is.

  • 4.

    Gestapelde woningen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de omgevingsnorm gestapeld.

Paragraaf 5.2.3 Dakkapel bouwen

Artikel 5.25 Toepassingsbereik 

Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakkapellen. 

Artikel 5.26 Oogmerken 

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden;

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; 

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit; en

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 5.27 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel te bouwen in een voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak. 

Artikel 5.28 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakkapel worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    een tekening of ingetekende foto met daarop de locatie van de dakkapel; 

  • c.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; 

  • d.

    principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 

  • e.

    kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 

  • f.

    een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.

Artikel 5.29 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. 

  • 2.

    Als een dakkapel in hetzelfde woningblok aanwezig is, die met een positief advies van de commissie omgevingskwaliteit is gerealiseerd, voldoet een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak in een bijzonder welstandsgebied, gewoon welstandsgebied, soepel welstandsgebied in ieder geval aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet als de maatvoering, plaatsing en vormgeving van de dakkapel gelijk is aan die dakkapel.

  • 3.

    Als geen dakkapel in hetzelfde woningblok aanwezig is, die met een positief advies van de commissie omgevingskwaliteit is gerealiseerd, voldoet een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak in het Gewoon welstandsgebied of een Bijzonder welstandsgebied in ieder geval aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet als de plaats van een dakkapel op een dakvlak en de maatvoering van de dakkapel voldoen aan de volgende eisen: 

    • a.

      per hoofdgebouw zijn niet meer dan twee dakkapellen per dakvlak aanwezig; 

    • b.

      dakkapellen op één doorgaand dakvlak zijn gelijk uitgevoerd; 

    • c.

      dakkapellen zijn niet boven elkaar op hetzelfde dakvlak geplaatst; 

    • d.

      een dakkapel is geplaatst in een dakvlak met een helling van minimaal 30°; 

    • e.

      een dakkapel is niet geplaatst in het bovenste dakvlak van een mansardekap; 

    • f.

      bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is de hoogte van de dakkapellen gelijk; 

    • g.

      bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn; 

    • h.

      een dakkapel is voorzien van: 

      • 1.

        een plat dak; of 

      • 2.

        een schuin dak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 

        • i.

          de dakhelling van het dak van het hoofdgebouw is groter dan 45°; 

        • ii.

          de dakhelling van de aankapping is groter dan 25°; 

        • iii.

          de hoogte van de voet van de dakkapel tot de druiplijn is minder dan 1,3 m; en 

        • iv.

          de dakkapel is minimaal 1,0 meter onder de nok geplaatst; en 

        • v.

          bij plaatsing in een mansardekap sluit het dak van de dakkapel aan op de knik en is de dakhelling gelijk aan de dakhelling van het bovenste dakvlak. 

    • i.

      een dakkapel is gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,50 m, als het dakvlak van het hoofdgebouw niet hoger is dan 4m. verticaal gemeten tussen de goot en de nok; 

    • j.

      een dakkapel is gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m, als het dakvlak van het hoofdgebouw hoger is dan 4 m, verticaal gemeten tussen de goot en de nok; 

    • k.

      de onderzijde van dakkapel ligt hoger dan 0,5 m, maar niet hoger dan 1 m boven de dakvoet; 

    • l.

      de bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m onder de daknok; 

    • m.

      de zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; en 

    • n.

      de breedte van de dakkapel is maximaal 50% van de breedte van het dakvlak. 

  • 4.

    Als geen dakkapel in hetzelfde woningblok aanwezig is, die met een positief advies van de commissie omgevingskwaliteit is gerealiseerd, voldoet een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak in het Soepel welstandsgebied in ieder geval aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet als de vormgeving van een dakkapel voldoet aan de volgende eisen:

    • a.

      de indeling en de profielen van de kozijnen van de dakkapel zijn afgestemd op de kozijnen van het hoofdgebouw; 

    • b.

      de detaillering is bescheiden zonder nadrukkelijke ornamenten; 

    • c.

      het materiaalgebruik van de dakkapel is afgestemd op het hoofdgebouw; 

    • d.

      de zijwanden van de dakkapel hebben een terughoudende kleur, of de kleur van de rest van de dakkapel; 

    • e.

      het voorvlak wordt grotendeels ingevuld met doorzichtig glas. Dichte panelen zijn ondergeschikt; en 

    • f.

      materialen en kleuren van een eventuele kap zijn gelijk aan de kap van het hoofdgebouw. 

Artikel 5.30 Algemene regels - Dakkapel achterdakvlak in soepele, gewone en bijzondere gebieden
  • 1.

    In aanvulling op artikel 2.29 aanhef, onderdeel b, onderdeel 1° van het Besluit bouwwerken leefomgeving kunnen twee dakkapellen in Soepel welstandsgebied, Gewoon welstandsgebied en Bijzonder welstandsgebied boven elkaar worden geplaatst als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • a.

      de bovenste dakkapel wordt op minimaal 1 m boven de eerstelijns dakkapel geplaatst; en

    • b.

      een tweedelijns dakkapel in geleding wordt gelijk aan een onderliggende dakkapel geplaatst.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 2.29 aanhef, onderdeel b, onderdeel 1° van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt een dakkapel met een schuin dak alleen gebouwd, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 

    • a.

      de dakhelling van de aankapping is groter dan 25°; 

    • b.

      de dakkapel is minimaal 1,0 meter onder de nok geplaatst; en 

    • c.

      bij plaatsing in een mansardekap sluit het dak van de dakkapel aan op de knik en is de dakhelling gelijk aan de dakhelling van het bovenste dakvlak. 

Paragraaf 5.2.4 Nokverhoging bouwen

Artikel 5.31 Toepassingsbereik 

Deze paragraaf gaat over het bouwen van een nokverhoging.

Artikel 5.32 Oogmerken 

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden;

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken;

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit; en

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 5.33 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een nokverhoging te bouwen.

Artikel 5.34 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nokverhoging worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie;

  • c.

    een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van de bestaande en nieuwe toestand; 

  • d.

    een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 

  • e.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; 

  • f.

    tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 

  • g.

    principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 

  • h.

    kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en

  • i.

    een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan.

Artikel 5.35 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
  • 1.

    De omgevingsvergunning voor het bouwen van een nokverhoging wordt, als een nokverhoging in hetzelfde woningblok aanwezig is, die met een positief advies van de commissie omgevingskwaliteit is gerealiseerd, alleen verleend als de maatvoering, plaatsing en vormgeving van de nokverhoging gelijk is aan die nokverhoging. 

  • 2.

    De omgevingsvergunning voor het bouwen van een nokverhoging wordt, als geen nokverhoging in hetzelfde woningblok aanwezig is, die met een positief advies van de commissie omgevingskwaliteit is gerealiseerd, alleen verleend als:

    • a.

      het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet; 

    • b.

      sprake is van een enkelzijdige nokverhoging aan de achterkant; 

    • c.

      de vorm en maat bij rijwoningen aansluit op aangrenzende panden; 

    • d.

      deze de gehele breedte van de woning beslaat of tussen bestaande schoorstenen wordt geplaatst; 

    • e.

      deze wordt geplaatst op een dak met een dakhelling van tenminste 30 graden; 

    • f.

      de dakhelling van de nokverhoging gelijk is aan de dakhelling van het dak waarop de opbouw wordt geplaatst; 

    • g.

      deze naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; 

    • h.

      de hoogte van de goot gelijk aan of lager is dan de bestaande daknok; 

    • i.

      het kozijn een hoogte heeft tussen de 0,90 en 1,20 meter, waarbij de onderkant direct aansluit op het bestaande dakvlak; en 

    • j.

      deze in stijl, afwerking en kleur is afgestemd op het hoofdgebouw. 

Paragraaf 5.2.5 Bijbehorend bouwwerk bouwen

Artikel 5.36 Toepassingsbereik 
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het bouwen van bijbehorende bouwwerken.

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over:

Artikel 5.37 Oogmerken 

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden;

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken;

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit;

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast; 

  • e.

    het voorkomen of beperken van wateroverlast; 

  • f.

    het waarborgen van de veiligheid van bouwwerken bij wateroverlast, overstromingen;

  • g.

    het beperken van hittestress; 

  • h.

    het beperken van de negatieve gevolgen van aanhoudende droogte; 

  • i.

    het vergroten van de biodiversiteit; en 

  • j.

    het bijdragen aan een groene en gezonde leefomgeving. 

Artikel 5.38 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen:

    • a.

      in het voorerfgebied; of

    • b.

      in de gevallen, bedoeld in artikel 22.39, onder a tot en met c.

  • 2.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een fietsenberging voor zover: 

    • a.

      de hoogte niet meer bedraagt dan 1 m; en 

    • b.

      de oppervlakte kleiner is dan 2 m2

  • 3.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor kliko-overkluizingen voor zover de hoogte niet meer bedraagt dan 120 centimeter, de diepte niet meer dan 85 centimeter en de breedte niet meer dan 210 centimeter.

Artikel 5.39 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; 

  • c.

    een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2

  • d.

    een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en 

  • e.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil. 

Artikel 5.40 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voorerfgebied - algemeen

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als er sprake is van een erker die voldoet aan de volgende eisen:

  • a.

    de breedte bedraagt maximaal tweederde van de voorgevel van het hoofdgebouw, met een maximum van 4 m; 

  • b.

    de diepte bedraagt maximaal eenderde van de breedte van de erker met een maximum van 1,5 m; 

  • c.

    de afstand tot de perceelgrens bedraagt minimaal 0,5 meter, tenzij het twee aaneengesloten erkers betreft; 

  • d.

    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; en 

  • e.

    het behoud van een stedenbouwkundige eenheid van de desbetreffende straat wordt in acht genomen. 

Artikel 5.41 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voorerfgebied – bijzondere gebieden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het bouwwerk in een bijzonder welstandsgebied voldoet aan de volgende eisen: 

  • a.

    de hoofdvorm van het bouwwerk is rechthoekig of op de situatie afgestemd; 

  • b.

    het bouwwerk is in één bouwlaag en eventueel voorzien van een eenvoudige kap; 

  • c.

    het bouwwerk is afgestemd op het oorspronkelijke pand met bescheiden detaillering; 

  • d.

    een naar de openbare ruimte gekeerde gevel heeft ramen; 

  • e.

    bij integratie in erfafscheiding zijn de materialen en kleuren gelijk aan de erfafscheiding; en 

  • f.

    het materiaal en de kleur is overeenkomstig het hoofdgebouw. 

Artikel 5.42 Beoordelingsregels waterberging
  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als bij nieuwbouw van een gebouw een hemelwaterberging met een minimale capaciteit van 50 liter per m2 verhard oppervlakte aangebracht en in stand gehouden.

  • 2.

    Het opgevangen hemelwater wordt: 

    • a.

      zo veel mogelijk vastgehouden en gebruikt of geïnfiltreerd; of 

    • b.

      voor zover gebruik of infiltratie niet mogelijk is: vertraagd afgevoerd naar de openbare hemelwaterriolering of het openbaar gebied.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid als het realiseren van de waterbergingscapaciteit redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 5.43 Beoordelingsregel warmtewerende oppervlakten
  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als minimaal 40% van de gezamenlijke oppervlakte van alle niet noordelijk, noordwestelijk of noordoostelijk georiënteerde gevel- en dakoppervlakte van het bouwwerk en het bij het bouwwerk behorende perceel warmtewerend is.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 15 m2.

Artikel 5.44 Specifieke beoordelingsregel warmtewerende oppervlakten
  • 1.

    Er is in ieder geval sprake van een warmtewerend gevel- en dakoppervlakte als bedoeld in artikel 5.43 als de bouwmaterialen een albedofactor groter dan 0,40 hebben.

  • 2.

    Er kan een lager percentage dan 40% worden toegestaan als het treffen van voldoende maatregelen aan het bouwwerk redelijkerwijs niet mogelijk is en de oppervlakte van het bij het bouwwerk behorende perceel kleiner is dan 35 m2.

Artikel 5.45 Algemene regels bijbehorend bouwwerk achtererfgebied
  • 1.

    Dit artikel gaat over het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied.

  • 2.

    Het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding ligt aan of bij, of is een uitbreiding van, een hoofdgebouw, anders dan:

    • a.

      een woonwagen;

    • b.

      een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; en

    • c.

      een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.

  • 3.

    Voor zover wordt gebouwd op een afstand van ten hoogste 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding niet hoger dan:

    • a.

      5 m;

    • b.

      0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; en

    • c.

      het hoofdgebouw.

  • 4.

    Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw en voor zover het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding hoger is dan 3 m:

    • a.

      wordt deze voorzien van een schuin dak;

    • b.

      is de dakvoet niet hoger dan 3 m; en

    • c.

      wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.

  • 5.

    De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:

    • a.

      bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50 % van dat bebouwingsgebied;

    • b.

      bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en 

    • c.

      bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.

Paragraaf 5.2.6 Erf- of perceelafscheiding bouwen

Artikel 5.46 Toepassingsbereik 

Deze paragraaf gaat over het bouwen van erf- of perceelafscheidingen hoger dan 1 m. 

Artikel 5.47 Oogmerken 

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit;

  • b.

    het beschermen van de stedenbouwkundige waarden; en

  • c.

    het voorkomen van hinder en overlast. 

Artikel 5.48 Algemene regels erf- of perceelafscheiding
  • 1.

    Een erf-of perceelafscheiding is niet hoger dan 2 m.

  • 2.

    De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat. 

  • 3.

    De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen. 

  • 4.

    Het naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd hekwerk wordt aangeplant met groenblijvende levende klimplanten, waardoor een volledige vlakvulling ontstaat.

Paragraaf 5.2.7 Zonnepaneel of zonnecollector bouwen

Artikel 5.49 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van zonnepanelen en zonnecollectoren in het achtererfgebied.

Artikel 5.50 Oogmerken 

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; 

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; 

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit; 

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast;

  • e.

    het tegengaan van klimaatverandering; en

  • f.

    het bereiken van een energieneutrale gemeenschap.

Artikel 5.51 Algemene regels

Zonnepanelen en zonnecollectoren worden gebouwd: 

  • a.

    binnen het bouwvlak; 

  • b.

    in het achtererfgebied; en

  • c.

    niet zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied. 

Paragraaf 5.2.8 Kozijn of gevel wijzigen

Artikel 5.52 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het wijzigen van kozijnen en gevels in het voorerfgebied of het naar openbaar toegankelijk gekeerd zijerf. 

Artikel 5.53 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden; 

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; 

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit; en 

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast. 

Artikel 5.54 Algemene regels kozijn- en gevel wijzigen

Bij het wijzigen van een kozijn of gevel aan de voorkant wordt: 

  • a.

    de maatvoering en plaatsing afgestemd op het hoofdgebouw; 

  • b.

    het kleur- en materiaalgebruik afgestemd op de gevel; en 

  • c.

    de detaillering afgestemd op de gevel en kozijnen. 

Paragraaf 5.2.9 Ondergeschikt bouwdeel bouwen

Artikel 5.55 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen van ondergeschikte bouwdelen. 

Artikel 5.56 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden; 

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; 

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit;

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast;

  • e.

    het voorkomen of beperken van wateroverlast; 

  • f.

    het waarborgen van de veiligheid van bouwwerken bij wateroverlast, overstromingen; 

  • g.

    het beperken van hittestress; 

  • h.

    het beperken van de negatieve gevolgen van aanhoudende droogte; 

  • i.

    het vergroten van de biodiversiteit; en 

  • j.

    het bijdragen aan een groene en gezonde leefomgeving. 

Artikel 5.57 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen ondergeschikte bouwdelen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een ondergeschikt bouwdeel te bouwen. 

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor ondergeschikte bouwdelen waarvan de diepte of hoogte kleiner is dan 1 m. 

Artikel 5.58 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een ondergeschikt bouwdeel worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;

  • c.

    principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;

  • d.

    als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren; en 

  • e.

    een opgave van de wijze waarop wordt voorzien in warmtewerende oppervlakten. 

Artikel 5.59 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een ondergeschikt bouwdeel wordt alleen verleend als: 

  • a.

    het ondergeschikte bouwdeel past binnen de stedenbouwkundige structuur; 

  • b.

    de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht; en 

  • c.

    het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet. 

Artikel 5.60 Beoordelingsregel hitteoverlast naar omgeving door airco of luchtwarmtepomp

De uitgaande warme luchtstroom van installaties voor verwarming of koeling van een gebouw is niet gericht op verblijfsruimten of langzaam verkeersroutes binnen een afstand van 5 meter.

Paragraaf 5.2.10 Bouwwerk in een volkstuin bouwen

Artikel 5.61 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken ter plaatse van de locatie Welstandsvrij gebied (volkstuinen).  

Artikel 5.62 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:  

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden;  

  • b.

    het waarborgen van de verkeersveiligheid; en  

  • c.

    het voorkomen van hinder en overlast.  

Artikel 5.63 Algemene regels

De maximale aantallen, oppervlakte en bouwhoogte bedragen niet meer dan de in onderstaande tabel opgenomen waarden.

Bouwwerk

max. oppervlakte

max. bouwhoogte

1 gebouw voor gemeenschappelijk gebruik

150 m2

3 m

1 kas voor gemeenschappelijk gebruik

50 m2

3 m

1 tuinhuis per volkstuin van min. 150 m2

7,5 m2

2,6 m

1 kas per volkstuin van min. 150 m2

15 m2

2,6 m

Paragraaf 5.2.11 Overig gebouw bouwen

Artikel 5.64 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het bouwen van overige gebouwen. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over: 

Artikel 5.65 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden; 

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; 

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit; en

  • d.

    het voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 5.66 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen. 

Artikel 5.67 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; 

  • c.

    een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; 

  • d.

    een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;

  • e.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen;

  • f.

    tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;

  • g.

    principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;

  • h.

    kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en

  • i.

    een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; 

Artikel 5.68 Beoordelingsregels omgevingsvergunning gebouw

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 

  • a.

    het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; 

  • b.

    het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet; en 

  • c.

    de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast. 

Paragraaf 5.2.12 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 5.69 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde.

Artikel 5.70 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van stedenbouwkundige waarden;

  • b.

    het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken;

  • c.

    het beschermen van de omgevingskwaliteit;

  • d.

    het waarborgen van de verkeersveiligheid; en

  • e.

    het voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 5.71 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overig bouwwerk geen gebouw zijnde te bouwen.

Artikel 5.72 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig bouwwerk geen gebouw zijnde worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; 

  • c.

    een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2

  • d.

    een situatietekening van de bestaande toestanden en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en 

  • e.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil. 

Artikel 5.73 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwwerk geen gebouw zijnde

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 

  • a.

    het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; 

  • b.

    het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet; en 

  • c.

    de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast. 

Artikel 5.74 Algemene regels

Een overig bouwwerk geen gebouw zijnde in het voor- of achtererfgebied is maximaal 3 m hoog.

Paragraaf 5.2.13 Bouwwerk in stand houden

Artikel 5.75 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het in stand houden van een bouwwerk.  

Artikel 5.76 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit. 

Artikel 5.77 Algemene regel

Het uiterlijk van bouwwerken is niet in ernstige mate in strijd met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet. 

Afdeling 5.3 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied

Paragraaf 5.3.1 Grondbewerking in openbaar toegankelijk gebied

Artikel 5.78 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bewerken van de bodem en beschoeiingen in openbaar toegankelijk gebied. 

Artikel 5.79 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:  

  • a.

    het bevorderen van een gezonde leefomgeving;

  • b.

    het stimuleren van duurzame mobiliteit;

  • c.

    het bevorderen van de toegankelijkheid;

  • d.

    het behouden en versterken van de biodiversiteit;

  • e.

    de instandhouding van het openbaar toegankelijk gebied;

  • f.

    het voorkomen en beperken van de gevolgen van hittestress;

  • g.

    het voorkomen en beperken van de gevolgen van wateroverlast;

  • h.

    het zoveel mogelijk beperken van bodemdaling/zetting; en

  • i.

    het beheer van de ondergrondse infrastructuur.

Artikel 5.80 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem te bewerken. 

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet voor activiteiten door of in opdracht van de gemeente voor de uitoefening van haar publiekrechtelijke taken. 

Artikel 5.81 Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een kaart of tekening van de locatie van de activiteit; 

  • b.

    een omschrijving van de aard en de omvang van de activiteit; en 

  • c.

    de periode waarbinnen de activiteit plaatsvindt. 

Artikel 5.82 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 

  • a.

    de activiteit noodzakelijk is voor het toegankelijk maken van het openbaar gebied;  

  • b.

    de activiteit bijdraagt aan het behouden of versterken van de biodiversiteit; 

  • c.

    de activiteit noodzakelijk is voor de instandhouding van het openbaar gebied; 

  • d.

    de activiteit bijdraagt aan het beperken van de negatieve gevolgen van klimaatverandering; of 

  • e.

    de activiteit bijdraagt aan de bruikbaarheid van het openbaar gebied.

Paragraaf 5.3.2 Objecten plaatsen in openbaar toegankelijk gebied

Artikel 5.83 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten in openbaar toegankelijk gebied.  

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over reclame als bedoeld in Paragraaf 5.3.10 van dit omgevingsplan.   

Artikel 5.84 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:  

  • a.

    het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; 

  • b.

    het bevorderen van de verkeersveiligheid; 

  • c.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; 

  • d.

    het beperken van hinder; en 

  • e.

    het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte.

Artikel 5.85 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object te plaatsen in openbaar toegankelijk gebied. 

  • 2.

    Het is verboden kabels of snoeren voor het laden van elektrische motorvoertuigen of daartoe bestemde kabelgoten, beschermmatten of overige toebehoren op, over of boven openbaar toegankelijk gebied, de weg of een weggedeelte te leggen of te houden.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet voor containers, insectenhotels en geveltuinen.

Artikel 5.86 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
  • 1.

    Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het object;

    • b.

      de lengte, breedte en hoogte van het object;

    • c.

      de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen; en 

    • d.

      een verkeersplan als de straat moet worden afgesloten.

  • 2.

    Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een oplaadobject worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      een voorstel voor de locatie van de oplaadpaal inclusief de bijbehorende parkeerplaatsen voorzien van een situatietekening; en 

    • b.

      de uitvoering van en het type oplaadobject. 

Artikel 5.87 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.84, niet onevenredig worden geschaad. 

Artikel 5.88 Meldingsplicht plaatsen container
  • 1.

    Het is verboden een container in openbaar toegankelijk gebied te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden. 

  • 2.

    Een melding bevat:

    • a.

      de naam en het adres van het bedrijf, de persoon of de organisator; 

    • b.

      de locatie van het object;

    • c.

      het aantal containers; en

    • d.

      de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen.

Artikel 5.89 Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3 houdt voor het plaatsen van een insectenhotel in ieder geval in dat: 

  • a.

    looppaden worden vrijgehouden; 

  • b.

    toegang tot woningen en panden wordt gewaarborgd; en 

  • c.

    de verkeersveiligheid wordt gewaarborgd. 

Artikel 5.90 Meldingsplicht plaatsen insectenhotel
  • 1.

    Het is verboden een insectenhotel in openbaar toegankelijk gebied te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.

  • 2.

    Een melding bevat:

    • a.

      de naam en het adres van het bedrijf, de persoon of de organisator; 

    • b.

      de locatie van het object;

    • c.

      het aantal insectenhotels; en

    • d.

      de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen.

Artikel 5.91 Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt voor het aanbrengen van een geveltuin in ieder geval in dat: 

  • a.

    ondergrondse kabels en leidingen niet worden aangetast; 

  • b.

    wortels van bomen of planten geen schade veroorzaken aan kabels en leidingen in de grond of de stoep beschadigen; 

  • c.

    voorkomen wordt dat de stoep verzakt; 

  • d.

    geen overlast wordt veroorzaakt voor anderen, en 

  • e.

    onderhoud wordt uitgevoerd. 

Artikel 5.92 Algemene regels plaatsen geveltuin
  • 1.

    Een geveltuin ligt direct langs een gevel op de stoep, op openbaar terrein. 

  • 2.

    Een geveltuin is maximaal 45 cm breed. 

  • 3.

    De vrije doorgang tot aan de rand van de stoep is minimaal 1,5 m. Bij een smal obstakel (bijvoorbeeld een lantaarnpaal of verkeersbord) is de vrije ruimte minimaal 1,2 m.

  • 4.

    Een geveltuin is maximaal 40 cm diep. 

  • 5.

    Het is niet toegestaan om bomen of andere diepwortelende planten te planten. 

  • 6.

    De verwijderde stoeptegels mogen gebruikt worden om een rand langs de geveltuin te maken.

Paragraaf 5.3.3 Weg aanleggen en veranderen

Artikel 5.93 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het aanleggen en veranderen van een weg. 

Artikel 5.94 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het waarborgen van het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied; 

  • b.

    het beperken van hinder;

  • c.

    de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; 

  • d.

    het bevorderen van de verkeersveiligheid; 

  • e.

    het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en 

  • f.

    het beschermen van het openbaar groen. 

Artikel 5.95 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen of te veranderen. 

  • 2.

    Het verbod geldt niet bij het uitvoeren van een publieke taak in opdracht van de overheid. 

Artikel 5.96 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; en 

  • b.

    een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit. 

Artikel 5.97 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als: 

  • a.

    de verkeersveiligheid van de weg wordt aangetast; 

  • b.

    het doelmatig gebruik van de weg onevenredig wordt gehinderd; 

  • c.

    de bereikbaarheid van gronden of gebouwen onevenredig wordt gehinderd; 

  • d.

    het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of 

  • e.

    de openbare weg onaanvaardbaar wordt beschadigd. 

Paragraaf 5.3.4 Uitrit aanleggen

Artikel 5.98 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente. 

Artikel 5.99 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; 

  • b.

    het bevorderen van de verkeersveiligheid; 

  • c.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; 

  • d.

    het beperken van hinder; 

  • e.

    het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte; en 

  • f.

    het beschermen van het openbaar groen. 

Artikel 5.100 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit naar de openbare weg aan te leggen of een bestaande uitrit te veranderen. 

  • 2.

    Het verbod geldt niet bij het uitvoeren van een publieke taak in opdracht van de overheid. 

Artikel 5.101 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een tekening of foto met daarop de gewenste ligging van de uitrit; 

  • b.

    een foto van de bestaande situatie; 

  • c.

    de locatie van de uitrit aan het voor-, zij- of achtererf; 

  • d.

    de afmeting van de nieuwe uitrit of de te veranderen bestaande uitrit en de beoogde verandering daarvan; 

  • e.

    de te gebruiken materialen; en 

  • f.

    de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitrit, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen. 

Artikel 5.102 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitrit wordt alleen geweigerd als: 

  • a.

    door de uitrit een verkeersonveilige situatie kan ontstaan;

  • b.

    de aanleg van de uitrit zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

  • c.

    er door het aanleggen van de uitrit meer openbare parkeerplaatsen komen te vervallen dan er op eigen terrein worden gerealiseerd; 

  • d.

    er onvoldoende ruimte op eigen terrein is om te parkeren of als parkeren op eigen terrein in strijd is met het omgevingsplan;

  • e.

    het openbaar groen door de uitrit op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of 

  • f.

    het perceel al door een andere uitrit wordt ontsloten, en de aanleg van de tweede uitrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 

Paragraaf 5.3.5 Terras aanbrengen

Artikel 5.103 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het aanbrengen van terrassen. 

Artikel 5.104 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het bevorderen van de verkeersveiligheid; 

  • b.

    het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; 

  • c.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van het openbaar toegankelijk gebied; en 

  • d.

    het beperken van hinder. 

Artikel 5.105 Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3 houdt voor het aanbrengen van terrassen in ieder geval in dat: 

  • a.

    looppaden worden vrijgehouden; 

  • b.

    toegang tot woningen en panden wordt gewaarborgd; en 

  • c.

    de verkeersveiligheid wordt gewaarborgd. 

Artikel 5.106 Algemene regels terras
  • 1.

    Een terras bevindt zich direct tegen de voorgevel voor de desbetreffende horecagelegenheid, of in geval van een eilandterras minimaal 1,5 meter gelegen vanaf deze gevel. 

  • 2.

    Een terras:

    • a.

      bevindt zich volledig binnen een straal van 20 meter gerekend vanaf de voorgevel van de bijbehorende horecagelegenheid; 

    • b.

      is afhankelijk van de locatie en ligging van het terras niet breder dan de horecagelegenheid waarvoor het gevestigd is; en 

    • c.

      is in oppervlakte niet groter dan de exploitatieoppervlakte van de horecagelegenheid binnen.

  • 3.

    De vrije doorgang in het voetgangersgebied bedraagt minimaal 3,5 m. 

  • 4.

    De vrije doorgang op het trottoir bedraagt minimaal 1,50 m. 

  • 5.

    Er worden geen vlonders over het gehele terras geplaatst. 

  • 6.

    Terrasafscheidingen zijn boven een hoogte van 0,75 m doorzichtig uitgevoerd. 

  • 7.

    Terrasmeubilair wordt na sluitingstijd inpandig opgeborgen of, als dit niet mogelijk is, deugdelijk met kettingen vastgemaakt. 

  • 8.

    Het openbaar terrein waarop een terras is gevestigd moet kosteloos, leeg en schoon ter beschikking worden gesteld als de gemeente dit verzoekt. 

Paragraaf 5.3.6 Opslaan van voorwerpen en stoffen

Artikel 5.107 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het in de openlucht en buiten de openbare weg opslaan van: 

    • a.

      voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen;

    • b.

      mest en gier; 

    • c.

      vuil;

    • d.

      ingekuild gras, loof of pulp, ingekuilde landbouwproducten of afbraakmaterialen; en

    • e.

      oude metalen. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over: 

    • a.

      plaatsen van objecten op de weg als bedoeld in paragraaf 5.3.2; en 

    • b.

      opslaan van autowrakken als bedoeld in paragraaf 4.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving; 

    • c.

      het opslaan van vaste mest, bedoeld in paragraaf 5.6.28

    • d.

      het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in paragraaf 5.6.30; en 

    • e.

      het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie, bedoeld in Paragraaf 5.6.29

Artikel 5.108 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het voorkomen of beëindigen van overlast voor de omgeving; 

  • b.

    het voorkomen van schade aan de openbare gezondheid; 

  • c.

    het voorkomen van schade aan het uiterlijk aanzien van de gemeente; en 

  • d.

    het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen. 

Artikel 5.109 Specifieke zorgplicht

De eigenaar van of degene die uit anderen hoofde bevoegd is voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen op te slaan en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 

Artikel 5.110 Verbod opslaan van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van de volgende voorwerpen en stoffen: 

    • a.

      een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; 

    • b.

      een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; 

    • c.

      kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop, verhuur of anderszins voor een commercieel doel; 

    • d.

      mest en gier; 

    • e.

      vuil; 

    • f.

      ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde afbraakmaterialen; en 

    • g.

      oude metalen. 

  • 2.

    Het is verboden voorwerpen of stoffen als bedoeld in het eerste lid op te slaan op de volgende locaties: 

    • a.

      Kennedybospark; 

    • b.

      Bodegraafse bos, voor zover gelegen binnen de bebouwde kom; 

    • c.

      Dronenpark (N11-zijde); 

    • d.

      Broekveldenpark; 

    • e.

      Hondenstrand (Groote Wetering); 

    • f.

      plantsoenen; 

    • g.

      recreatiegebieden; en 

    • h.

      kinderspeelplaatsen, zandbakken of speelweiden. 

Paragraaf 5.3.7 Toevoegen van gebouwen of locaties met parkeerbehoefte

Artikel 5.111 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het toevoegen van gebouwen of locaties met parkeerbehoefte. 

Artikel 5.112 Gebouw met parkeerbehoefte

Een gebouw met een parkeerbehoefte is een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin een of meerdere van de volgende activiteiten met gebruiksruimte worden of kunnen worden verricht: 

  • a.

    wonen; 

  • b.

    bedrijfsactiviteiten; 

  • c.

    detailhandelsactiviteiten; en 

  • d.

    maatschappelijke activiteiten.

Artikel 5.113 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw of terrein locaties met parkeerbehoefte toe te voegen. 

Artikel 5.114 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een tekening met daarop bestaande en nieuw aan te leggen parkeerplaatsen; en 

  • b.

    een parkeerbalans en toelichting hierop. 

Artikel 5.115 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als er voldoende parkeergelegenheid, beoordeeld aan de hand van de normen die zijn neergelegd in het geldende parkeerbeleid van de gemeente, op eigen terrein gerealiseerd wordt. 

Paragraaf 5.3.8 Objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten de openbare weg

Artikel 5.116 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het plaatsen en behouden van objecten en beplanting buiten de openbare weg in beheer bij de gemeente. 

Artikel 5.117 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het bevorderen van de verkeersveiligheid; en 

  • b.

    het voorkomen van hinder en gevaar voor het wegverkeer. 

Artikel 5.118 Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt voor het plaatsen en behouden van objecten en beplanting in dat:  

  • a.

    het vrije uitzicht voor het verkeer niet wordt belemmerd; en 

  • b.

    geen gevaar of hinder voor het wegverkeer ontstaat. 

Paragraaf 5.3.9 Openen of afdekken straatkolken en dergelijke

Artikel 5.119 Toepassingsbereik 

Deze paragraaf gaat over het openen of afdekken van een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening. 

Artikel 5.120 Oogmerken    

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • b.

    het voorkomen van stankoverlast;

  • c.

    het voorkomen van schade aan de straatkolk, rioolput, brandkraan of andere afsluiting; en

  • d.

    het bevorderen van de bruikbaarheid en bereikbaarheid van openbare nutsvoorzieningen.

Artikel 5.121 Verbod 

Het is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken voor degene die daartoe niet bevoegd is.   

Paragraaf 5.3.10 Reclame plaatsen

Artikel 5.122 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over: 

    • a.

      het plaatsen en maken van reclame in openbaar toegankelijk gebied; en 

    • b.

      het plaatsen en maken van reclame die zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied.  

  • 2.

    Deze paragraaf gaat ook over het plaatsen van objecten waarop de reclame wordt aangebracht. 

Artikel 5.123 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; 

  • b.

    het bevorderen van de verkeersveiligheid; 

  • c.

    het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; 

  • d.

    het beperken van hinder; en 

  • e.

    het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied.  

Artikel 5.124 Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.3, houdt voor de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.122, in ieder geval in dat deze geen hinder of gevaar oplevert voor personen of goederen en geen verkeersonveilige situaties veroorzaakt. 

Artikel 5.125 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame te plaatsen op of aan een onroerende zaak. 

Artikel 5.126 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt: 

  • a.

    een tekening of ingetekende luchtfoto verstrekt met daarop de locatie van de reclame; 

  • b.

    een foto, tekening of duidelijke omschrijving van de reclame verstrekt; 

  • c.

    als een object wordt gebruikt: de lengte, breedte en hoogte van dat object aangegeven; en 

  • d.

    de voorgenomen tijdsduur van het maken van reclame vermeld. 

Artikel 5.127 Beoordelingsregels omgevingsvergunning reclame op of aan andere onroerende zaken en roerende zaken

De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als de belangen, bedoeld in Artikel 5.123, onevenredig worden geschaad. 

Artikel 5.128 Meldingsplicht plaatsen reclameborden en spandoeken
  • 1.

    Het is verboden een uitstalling, reclamebord of spandoek in of boven openbaar toegankelijk gebied te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.  

  • 2.

    Een melding bevat:  

    • a.

      de naam en het adres van het bedrijf, de persoon of de organisator; 

    • b.

      de locatie van het object;    

    • c.

      de soort reclame-uiting; en   

    • d.

      de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen.  

  • 3.

    De melding wordt voor een spandoek niet eerder gedaan dan 12 weken voor de datum waarop het spandoek wordt opgehangen. 

Artikel 5.129 Algemene regels plaatsen uitstalling
  • 1.

    De uitstalling wordt geplaatst op het trottoir of in het voetgangersgebied. 

  • 2.

    Een uitstalling wordt geplaatst over maximaal de gehele gevelbreedte van het pand waarin de bijbehorende winkel is gevestigd. 

  • 3.

    Een uitstalling met verkoopwaar wordt direct tegen de gevel geplaatst.

  • 4.

    Er is een minimale vrije doorgang aanwezig van: 

    • a.

      3,5 m in het voetgangersgebied; en 

    • b.

      1,5 m op trottoirs. 

  • 5.

    Een uitstalling zonder verkoopwaar: 

    • a.

      wordt geplaatst in lijn met eventueel overige aanwezige objecten in het straatbeeld, zoals fietshekken, lantaarnpalen en prullenbakken; en 

    • b.

      is maximaal 1,2 x 1,2 m (l x b). 

  • 6.

    Een uitstalling wordt niet vast of nagelvast aan de grond bevestigd. 

  • 7.

    Per winkel worden maximaal twee uitstalling in de openbare ruimte geplaatst. 

  • 8.

    Een uitstalling is alleen in de openbare ruimte aanwezig als de bijbehorende winkel geopend is. 

  • 9.

    Tijdens evenementen is een uitstalling alleen in overleg met de organisator van het evenement toegestaan. 

Artikel 5.130 Algemene regels reclameborden
  • 1.

    Reclameborden worden alleen geplaatst op de, in opdracht van de gemeente, geplaatste reclamedisplays. 

  • 2.

    Tijdelijke reclame-uitingen worden geplaatst conform de volgende voorrangsregels: 

    • a.

      plaatselijke niet-commerciële reclamedoeleinden; 

    • b.

      plaatselijke commerciële evenementen; 

    • c.

      regionale niet- commerciële reclamedoeleinden en commerciële evenementen, uitsluitend binnen een straal van 50 km; en 

    • d.

      commerciële reclamedoeleinden. 

  • 3.

    Tijdelijke reclame-uitingen voor commerciële doeleinden hebben alleen betrekking op een maatschappelijk, educatief, cultureel doel of evenement binnen de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. 

  • 4.

    Er worden uitsluitend reclame-uitingen aangebracht die in overeenstemming zijn met de ten tijde van het aanbrengen geldende Nederlandse Reclame Code, vastgesteld door Stichting Reclame Code, inclusief geldende bijzondere reclamecodes. 

  • 5.

    Een campagne wordt maximaal voor een aaneengesloten periode van veertien dagen geplaatst. 

  • 6.

    Campagnes worden niet op zondag verwisseld. 

  • 7.

    A0-reclamedisplays brengen de verkeersveiligheid niet in gevaar. 

  • 8.

    A0-reclamedisplays vormen geen belemmering voor doorgaand verkeer en hulpverlenende diensten. 

  • 9.

    A0-reclamedisplays verstoren niet de zichtbaarheid van de openbare ruimte, de verkeerslichten, verkeersborden en overige verkeersobjecten. 

Artikel 5.131 Algemene regels spandoeken
  • 1.

    Het spandoek wordt alleen opgehangen: 

    • a.

      tussen Wilhelminastraat 1 en Van Tolstraat 2 in Bodegraven; 

    • b.

      tussen Brugstraat nummer 8 en 9 in Bodegraven; 

    • c.

      aan weerszijden van de brug op de kruising Cortenhoeve – Goudseweg in Bodegraven; 

    • d.

      aan weerszijden van de brug op de Breevaart ter hoogte van de brandweerkazerne in Reeuwijk; of 

    • e.

      aan weerszijden van de brug over de Breevaart ter hoogte van de kruising Raadhuisweg/Zoutmansweg in Reeuwijk. 

  • 2.

    Er mogen door de melder maximaal vier spandoeken gelijktijdig worden opgehangen. 

  • 3.

    De organisatie zorgt zelf voor het plaatsen en verwijderen van de spandoeken. 

  • 4.

    Een spandoek is maximaal 4 m lang en 1,5 m hoog. 

  • 5.

    Een spandoek hangt, met uitzondering van de bruglocatie, tenminste 4,1 m boven het wegdek. 

  • 6.

    Een spandoek hangt maximaal veertien dagen. 

  • 7.

    Een spandoek wordt verwijderd uiterlijk op de eerste werkdag na afloop van de activiteit waar het betrekking op heeft. 

  • 8.

    Een spandoek bevat geen aanstootgevende teksten of afbeeldingen. 

  • 9.

    Alle aanwijzingen van politie, brandweer en medewerkers van de gemeente worden direct en stipt opgevolgd. 

Paragraaf 5.3.11 Voorwerpen plaatsen in, op of boven openbaar water

Artikel 5.132 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het plaatsen van voorwerpen, met uitzondering van vaartuigen, in, op of boven openbaar water. 

Artikel 5.133 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; en 

  • b.

    het mogelijk maken van beheer en onderhoud van het openbaar water. 

Artikel 5.134 Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt voor het plaatsen van een voorwerp in, op of boven openbaar water in ieder geval in dat het voorwerp: 

  • a.

    geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; en 

  • b.

    geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 

Artikel 5.135 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een voorwerp, met uitzondering van een vaartuig, in, op of boven openbaar water te plaatsen.  

Artikel 5.136 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
  • 1.

    Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:  

    • a.

      een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het voorwerp;    

    • b.

      de lengte, breedte en hoogte van het voorwerp; en

    • c.

      de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen. 

Artikel 5.137 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.133, niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 5.138 Verbod

Het is verboden een voorwerp of vaartuig te laten zinken of in gezonken toestand te laten liggen in het zand van openbaar water.  

Paragraaf 5.3.12 Ligplaats innemen

Artikel 5.139 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het innemen van een ligplaats met een vaartuig op de locaties Ligplaatsen overige vaartuigen, Ligplaatsen recreatie en Ligplaatsen woonboten.

Artikel 5.140 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; 

  • b.

    het mogelijk maken van beheer en onderhoud van het openbaar water; 

  • c.

    het beschermen van de volksgezondheid; en 

  • d.

    het waarborgen van een goede milieuhygiëne. 

Artikel 5.141 Toegestane ligplaatsen vaartuigen
  • 1.

    Het is op de locatie Ligplaatsen recreatie uitsluitend toegestaan om met een recreatievaartuig een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen.  

  • 2.

    Het is op de locatie Ligplaatsen woonboten uitsluitend toegestaan om met een woonboot een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen. 

  • 3.

    Het is op de locatie Ligplaatsen overige vaartuigen uitsluitend toegestaan om met een overig vaartuig een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen.  

Artikel 5.142 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een ligplaats in te nemen buiten de locaties Ligplaatsen recreatie, Ligplaatsen woonboten en Ligplaatsen overige vaartuigen.

  • 2.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een ligplaats in te nemen op, aan of bij een gemeentelijke wal. 

  • 3.

    Het verbod geldt niet voor het innemen van een ligplaats ten behoeve van in en uitstappen of laden en lossen aan een wal die is bestemd als openbare uitstap-,instap-, los- of laadplaats.

Artikel 5.143 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie en het nummer van de afmeerplaats; 

  • b.

    de lengte en breedte van het vaartuig; en

  • c.

    de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen. 

Artikel 5.144 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen, bedoeld in Artikel 5.140 niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 5.145 Verbod innemen ligplaats
  • 1.

    Het is verboden een gemeentelijke openbare uitstap-, instap-, los- of laadplaats als opslagplaats van goederen te gebruiken. 

  • 2.

    Het is verboden een vaartuig vast te maken aan een beschoeiing, berm of aan een achter beschoeiing geplaatst voorwerp. 

  • 3.

    Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor de rechthebbende op de betreffende beschoeiing, berm of aan een beschoeiing geplaatst voorwerp. 

Paragraaf 5.3.13 Drijvende schiethut hebben

Artikel 5.146 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het hebben van een drijvende schiethut. 

Artikel 5.147 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het milieu. 

Artikel 5.148 Verbod
  • 1.

    Het is verboden een drijvende schiethut te hebben in het Reeuwijkse Plassengebied.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor bestaande schiethutten en voor zover er geen vaarverbod voor een gemotoriseerd vaartuig geldt.

Artikel 5.149 Algemene regels schiethut 
  • 1.

    Een drijvende schiethut is alleen aanwezig voor een jachthouder die in het bezit is van een geldige jachtakte of een omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit. 

  • 2.

    De drijvende schiethut ligt in het jachtveld waarop de jachthouder gerechtigd is tot het gehele of gedeeltelijk genot van de jacht.

  • 3.

    Voor het hebben van een drijvende schiethut moet de jachthouder schriftelijke toestemming hebben van de eigenaar van het kadastrale perceel waarop de schiethut is gelegen. 

  • 4.

    Voor het hebben van een drijvende schiethut moet de jachthouder tevens schriftelijke toestemming hebben van de aangrenzende eigenaar (van het land, water of eiland). Indien deze bezwaar heeft tegen het hebben van de drijvende schiethut nabij zijn eigendom, dan mag de schiethut niet binnen 50 meter vanaf de grens van de aangrenzende eigenaar worden neergelegd. 

  • 5.

    Een jachthouder mag in zijn jachtveld per 40 ha maximaal 2 drijvende schiethutten hebben.

Afdeling 5.4 Cultureel erfgoed

Paragraaf 5.4.1 Gemeentelijke monumentenactiviteiten en andere activiteiten die gemeentelijke monumenten betreffen

Artikel 5.150 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verrichten van gemeentelijke monumentenactiviteiten en andere activiteiten die gemeentelijke monumenten betreffen op een locatie met de functie-aanduiding ‘gemeentelijk monument’. 

Artikel 5.151 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. 

Artikel 5.152 Specifieke zorgplicht

Degene die een gemeentelijke monumentenactiviteit of een andere activiteit die een gemeentelijk monument betreft, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van een gemeentelijk monument, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen. 

Artikel 5.153 Verbod

Het is verboden: 

  • a.

    een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen; of 

  • b.

    aan gemeentelijke monumenten, voor zover het gaat om een monument, onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. 

Artikel 5.154 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijke monumentenactiviteit te verrichten.

  • 2.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een gemeentelijke monumentenactiviteit met betrekking tot een monument, voor zover het gaat om:

    • a.

      noodzakelijke reguliere werkzaamheden die zijn gericht op het behoud van de monumentale waarden, als detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet worden gewijzigd; 

    • b.

      alleen inpandige wijzigingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; of 

    • c.

      het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden:

      • 1.

        plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 

      • 2.

        doen van begravingen of asbijzettingen; of

      • 3.

        ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 

Artikel 5.155 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument; 

    • b.

      de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en 

    • c.

      de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument. 

    • d.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie, inclusief de omgeving daarvan; 

      • 2.

        foto’s van de bestaande toestand; en

      • 3.

        voor zover relevant: overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; 

    • e.

      de volgende tekeningen: 

      • 1.

        situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; en 

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand; en 

      • 3.

        plantekeningen van de nieuwe locatie of toestand of slooptekeningen. 

  • 2.

    Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een omschrijving verstrekt van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal; en 

    • b.

      een bouwhistorisch onderzoek. 

  • 3.

    Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; 

    • b.

      een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en  

    • c.

      als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen: een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie. 

  • 4.

    Bij de aanvraag wordt, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, ook een omschrijving verstrekt van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving. 

  • 5.

    Bij de aanvraag wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, ook een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 5.156 Eisen aan tekeningen
  • 1.

    Bij een aanvraag als bedoeld in de Artikel 5.153 en Artikel 5.154 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan:

    • a.

      1:1000, als het gaat om een situatietekening; 

    • b.

      1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; 

    • c.

      1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en 

    • d.

      1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht. 

  • 2.

    Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.

  • 3.

    Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen. 

  • 4.

    Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens:

    • a.

      balklagen

      • 1.

        gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 

      • 2.

        getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; 

    • b.

      geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden;

    • c.

      houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en 

    • d.

      bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden. 

Artikel 5.157 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
  • 1.

    De omgevingsvergunning voor een gemeentelijke monumentenactiviteit wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg, beoordeeld volgens de redengevende omschrijvingen als bedoeld in bijlage IV. 

  • 2.

    Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met de volgende beginselen: 

    • a.

      het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten;

    • b.

      het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten;

    • c.

      het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en 

    • d.

      het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. 

Artikel 5.158 Vergunningvoorschriften

Aan de omgevingsvergunning voor een gemeentelijke monumentenactiviteit die een gedeeltelijke of volledige verplaatsing inhoudt van een monument dat een bouwwerk is, worden in ieder geval voorschriften verbonden over het treffen van voorzorgsmaatregelen voor het demonteren, het overbrengen en de herbouw van dat bouwwerk op de nieuwe locatie. 

Artikel 5.159 Maatwerkvoorschrift

Een maatwerkvoorschrift kan met het oog op het belang, bedoeld in Artikel 5.151 over een andere activiteit die een gemeentelijk monument betreft worden gesteld op grond van artikel 4.3. 

Paragraaf 5.4.2 Activiteiten in of op archeologische monumenten of binnen gebieden met archeologische verwachtingen

Artikel 5.160 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het bewerken van de bodem op een locatie binnen een gebied met archeologische verwachtingen. 

  • 2.

    Deze paragraaf geldt, binnen het gebied met archeologische verwachtingen, ook over het dempen, graven, verdiepen of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen.

Artikel 5.161 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van archeologische monumenten. 

Artikel 5.162 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Artikel 5.163 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:

      • 1.

        de omvang in vierkante meters; en 

      • 2.

        de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld;

    • b.

      een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; 

    • c.

      doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; 

    • d.

      een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 

    • e.

      funderingstekeningen;

    • f.

      als sprake is van een booronderzoek of gravend onderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak of programma van eisen voor het booronderzoek of gravend onderzoek; en

    • g.

      als sprake is van een archeologisch monument of te verwachten archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 

  • 2.

    Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing, als uit schriftelijke informatie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is, de archeologisch waarde naar beneden kan worden bijgesteld, of dat de archeologie niet evenredig wordt bedreigd door de voorgenomen plannen. 

Artikel 5.164 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 

    • a.

      uit het bij de aanvraag gevoegde rapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 

    • b.

      de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 

    • c.

      de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

  • 2.

    Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. 

Paragraaf 5.4.3 Activiteiten in, aan of op cultuurhistorisch waardevolle objecten

Artikel 5.165 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot de onroerende zaken, opgenomen in bijlage III Cultuurhistorisch waardevolle objecten, op een locatie met de functie-aanduiding cultuurhistorisch waardevolle objecten

Artikel 5.166 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. 

Artikel 5.167 Specifieke zorgplicht

Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van een cultuurhistorisch waardevol object, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen. 

Artikel 5.168 Verbod

Het is verboden: 

  • a.

    een cultuurhistorisch waardevol object te beschadigen of te vernielen; en

  • b.

    aan cultuurhistorisch waardevolle objecten onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding van de karakteristieke waarden noodzakelijk is. 

Artikel 5.169 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning: 

    • a.

      een bouwwerk te bouwen in, aan of op een cultuurhistorisch waardevol object; of 

    • b.

      een cultuurhistorisch waardevol object te slopen of gedeeltelijk of volledig te verplaatsen. 

  • 2.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet voor het bouwen van een bouwwerk in een cultuurhistorisch waardevol object, als daardoor de karakteristieke waarden evident niet worden aangetast.

  • 3.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet voor zover:  

    • a.

      het de sloop betreft: 

      • 1.

        ten behoeve van gewoon onderhoud en herstel; 

      • 2.

        van inpandige delen van een cultuurhistorisch waardevol object die niet medebepalend zijn voor het uiterlijk van het cultuurhistorisch waardevol object;

      • 3.

        ten behoeve van het uitvoeren van destructief onderzoek dat nodig is voor de instandhouding van een cultuurhistorisch waardevol object;

      • 4.

        die noodzakelijk is ter voorkoming van instortingsgevaar, waarbij de veiligheid van personen of beschadiging van omliggende bebouwing acuut dreigt en andere maatregelen het instortingsgevaar niet kunnen voorkomen; of

      • 5.

        de verplaatsing dringend is vereist voor het behoud van het cultuurhistorisch waardevol object. 

Artikel 5.170 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk in, aan of op een cultuurhistorisch waardevol object wordt aannemelijk gemaakt dat de bouwactiviteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van de karakteristieke waarde van het cultuurhistorisch waardevol object. 

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het slopen van een cultuurhistorisch waardevol object worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het cultuurhistorisch waardevol object in relatie tot de voorgenomen sloop: 

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 

      • 2.

        foto’s van de bestaande toestand; 

    • b.

      de volgende tekeningen: 

      • 1.

        als sprake is van het slopen van een deel van het cultuurhistorisch waardevol object waarbij de omvang van het bouwwerk wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand; en 

      • 3.

        slooptekeningen;

    • c.

      een omschrijving van de sloopmethode; en

    • d.

      als de technische staat of de gebruiksmogelijkheden van het cultuurhistorisch waardevol object ten grondslag liggen aan de voorgenomen sloopactiviteit: een rapport van een onafhankelijke deskundige, dat de volgende gegevens bevat: 

      • 1.

        een onderbouwde beschrijving van de technische staat van het cultuurhistorisch waardevol object of het onderdeel van het cultuurhistorisch waardevol object waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of 

      • 2.

        een beschrijving van de mate waarin het cultuurhistorisch waardevol object geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol gebruik overeenkomstig de ter plaatse toegestane gebruiksactiviteiten of een ander, uit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, passend gebruik. 

  • 3.

    Het verstrekken van een deskundigenrapport als bedoeld in het tweede lid, onder d, is niet nodig als de technische staat of de gebruiksmogelijkheden naar het oordeel van het bevoegd gezag uit andere beschikbare informatie afdoende blijken. 

  • 4.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een cultuurhistorisch waardevol object worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de technische staat van het cultuurhistorisch waardevol object;

    • b.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het cultuurhistorisch waardevol object in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 

      • 2.

        foto’s van de bestaande toestand; en 

      • 3.

        overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; 

    • c.

      de volgende tekeningen: 

      • 1.

        situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand; en 

      • 3.

        plantekeningen van de nieuwe toestand;

    • d.

      een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; 

    • e.

      zo nodig een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van een technisch rapport; en 

    • f.

      zo nodig aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen.

Artikel 5.171 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van de karakteristieke waarde van het cultuurhistorisch waardevol object, beoordeeld volgens de redengevende omschrijvingen als bedoeld in bijlage III

  • 2.

    Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met de volgende beginselen: 

    • a.

      het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten; 

    • b.

      het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; en 

    • c.

      het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden. 

Artikel 5.172 Vergunningvoorschriften
  • 1.

    Aan de omgevingsvergunning voor het slopen van delen van een cultuurhistorisch waardevol object die blijkens de aanvraag of blijkens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk worden vervangen, wordt in ieder geval een voorschrift opgenomen waarin de termijn wordt vastgesteld waarbinnen de vervanging van gesloopte onderdelen gereed moet zijn. 

  • 2.

    Aan een omgevingsvergunning voor gedeeltelijke of volledige verplaatsing van een cultuurhistorisch waardevol object worden in ieder geval voorschriften verbonden over het treffen van voorzorgsmaatregelen voor het demonteren, het overbrengen en de herbouw van dat bouwwerk op de nieuwe locatie. 

Afdeling 5.5 Natuur

Paragraaf 5.5.1 Beschermde bomen kappen en beschermde houtopstanden vellen

Artikel 5.173 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het kappen van beschermde bomen en geheel of gedeeltelijk vellen van beschermde houtopstanden. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over het dunnen van beschermde bomen of houtopstanden.

Artikel 5.174 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    de natuurwaarde van de boom; 

  • b.

    de landschappelijke waarde van de boom; 

  • c.

    de waarde van de boom voor stads- en dorpsschoon; 

  • d.

    de beeldbepalende waarde van de boom; 

  • e.

    de cultuurhistorische waarde van de boom; en 

  • f.

    de waarde voor de leefbaarheid van de boom. 

Artikel 5.175 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een als zodanig aangewezen beschermde boom te kappen of een beschermde houtopstand te vellen. 

Artikel 5.176 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een aanduiding van de te kappen boom of te vellen houtopstand op een kaart, foto of tekening; 

  • b.

    de reden voor het kappen van de boom of vellen van de houtopstand; en 

  • c.

    de mogelijkheid tot herbeplanten en, als het voornemen tot herbeplanten bestaat, de locatie daarvan, het aantal en de soorten. 

Artikel 5.177 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend, als de belangen, bedoeld in Artikel 5.174, niet onevenredig worden geschaad. 

Artikel 5.178 Verbod

Het is verboden:

  • a.

    een als zodanig aangewezen beschermde boom te beschadigen of te vernielen; of

  • b.

    aan een als zodanig aangewezen beschermde boom onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. 

Paragraaf 5.5.2 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein

Artikel 5.179 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het plaatsen van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein

Artikel 5.180 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het in stand houden van de natuur; 

  • b.

    het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte; en 

  • c.

    het beschermen van de landschappelijke waarden. 

Artikel 5.181 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder een omgevingsvergunning kampeermiddelen te plaatsen voor recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein

  • 2.

    Het verbod geldt niet: 

    • a.

      voor het plaatsen van maximaal één kampeermiddel voor eigen gebruik door een eigenaar van een terrein om en nabij een voor permanent gebruik bestemde woning voor maximaal één week in de periode van 1 april tot 31 oktober; 

    • b.

      op terreinen die door jeugd- of sportverenigingen worden gebruikt voor een toernooi of andere activiteit die past binnen de doelstelling van de vereniging; en 

    • c.

      op het parkeerterrein aan de Burgemeester Kremerweg voor het parkeren van caravans van kermisexploitanten tijdens de najaarsmarkt in Bodegraven. 

Artikel 5.182 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; en 

  • b.

    de voorgenomen tijdsduur van de activiteit. 

Artikel 5.183 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 

  • a.

    de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur en landschappelijke elementen of een stadsgezicht; en 

  • b.

    voor zover de activiteit zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied: als het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte niet onevenredig wordt geschaad. 

Afdeling 5.6 Milieu

Paragraaf 5.6.1 Milieu – algemeen

Artikel 5.184 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. 

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      wonen;

    • b.

      het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;

    • c.

      een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;

    • d.

      doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;

    • e.

      het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en

    • f.

      bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

  • 3.

    Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk. 

Artikel 5.185 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid; 

  • b.

    het beschermen van de gezondheid; en 

  • c.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 

    • 2.

      het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en 

    • 3.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.186 Specifieke zorgplicht
  • 1.

    De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4 houdt voor de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.184 in ieder geval in dat: 

    • a.

      alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; 

    • b.

      alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; 

    • c.

      de beste beschikbare technieken worden toegepast; 

    • d.

      geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; 

    • e.

      alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; 

    • f.

      afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; 

    • g.

      metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; 

    • h.

      meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; 

    • i.

      voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en 

    • j.

      afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit. 

  • 2.

    De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4, houdt in ieder geval ook in dat: 

    • a.

      de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en 

    • b.

      de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden. 

  • 3.

    De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4 voor zover die ziet op het tweede lid van dit artikel, is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 5.187 Aanleveren onderzoeksgegevens bodemonderzoek in XML
  • 1.

    Dit artikel gaat over activiteiten waarop de paragrafen 5.2.1 en 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing zijn.

  • 2.

    De resultaten van het eindonderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en het voorafgaand bodemonderzoek, bedoeld in de artikelen 5.7a tot en met 5.7e van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101.

Paragraaf 5.6.2 Ballonnen oplaten

Artikel 5.188 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het oplaten van ballonnen.

  • 2.

    Onder ballonnen wordt verstaan alle soorten ballonnen en wenslantaarns en soortgelijke objecten die zonder sturing wegdrijven.

Artikel 5.189 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van het milieu. 

Artikel 5.190 Verbod

Het is verboden ballonnen op te laten. 

Paragraaf 5.6.3 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken

Artikel 5.191 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem. 

Artikel 5.192 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het voorkomen van interferentie tussen gesloten en open bodemenergiesystemen; en 

  • b.

    het bevorderen van een doelmatig gebruik van bodemenergie. 

Artikel 5.193 Aanwijzing vergunningplicht aanleggen en gebruiken gesloten bodemenergiesysteem

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer. 

Artikel 5.194 Bijzondere aanvraagvereisten aanleg en gebruik gesloten bodemenergiesysteem

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de lussen van het gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd;

  • b.

    de coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van het systeem in meters onder het maaiveld;

  • c.

    gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;

  • d.

    een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen;

  • e.

    informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; en

  • f.

    de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen, installeren en van degene die de boringen zal verrichten.

Artikel 5.195 Beoordelingsregel aanleg en gebruik gesloten bodemenergiesysteem

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a.

    het bodemenergiesysteem geen interferentie kan veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem waardoor het doelmatig functioneren van een van de systemen kan worden geschaad; en

  • b.

    er geen sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie.

Paragraaf 5.6.4 Afvalwater lozen – algemeen

Artikel 5.196 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater. 

  • 2.

    Deze paragraaf geldt niet voor zover de activiteit als vergunningplicht is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 5.197 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.198 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning afvalwater te lozen: 

    • a.

      op of in de bodem; en 

    • b.

      in een schoonwaterriool. 

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op: 

    • a.

      lozingen die op grond van andere bepalingen in dit omgevingsplan zijn toegestaan; 

    • b.

      wonen;

    • c.

      een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of 

    • d.

      het lozen op of in de bodem waaraan in een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van de waterschapsverordening voorschriften zijn gesteld. 

Artikel 5.199 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

  • a.

    de maximale hoeveelheid afvalwater per uur; en 

  • b.

    het soort afvalwater. 

Artikel 5.200 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

Op het verlenen van de omgevingsvergunning zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing. 

Paragraaf 5.6.5 Grondwater lozen bij sanering of ontwatering

Artikel 5.201 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van grondwater afkomstig van: 

  • a.

    een bodemsanering of grondwatersanering; 

  • b.

    een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; en 

  • c.

    ontwatering. 

Artikel 5.202 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.203 Informatieplicht lozen van grondwater
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 5.201 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en 

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet als: 

    • a.

      het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of 

    • b.

      het lozen plaatsvindt bij wonen. 

  • 4.

    In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig uit ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.

Artikel 5.204 Lozen van grondwater bij saneringen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool. 

  • 2.

    Voor het lozen van dat grondwater op of in de bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, gemeten in een steekmonster. 

  • 3.

    Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in lid 4 tabel Emissiegrenswaarden gemeten in een steekmonster. 

  • 4.

    Dat grondwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool. 

    Tabel Emissiegrenswaarden 

    Stof 

    Emissiegrenswaarden 

    Naftaleen 

    0,2 µg/l 

    PAK’s 

    1 µg/l 

    BTEX 

    50 µg/l 

    Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor 

    20 µg/l 

    Aromatische organohalogeen-verbindingen 

    20 µg/l 

    Minerale olie 

    500 µg/l 

    Cadmium 

    4 µg/l 

    Kwik 

    1 µg/l 

    Koper 

    11 µg/l 

    Nikkel 

    41 µg/l 

    Lood 

    53 µg/l 

    Zink 

    120 µg/l 

    Chroom 

    24 µg/l 

    Onopgeloste stoffen 

    50 mg/l 

Artikel 5.205 Lozen van grondwater bij ontwatering
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering, dat niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering en dat geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 

  • 2.

    Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster. 

  • 3.

    Voor het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l.

  • 4.

    Het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5 m3/u. 

  • 5.

    Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering bij wonen. 

Artikel 5.206 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing. 

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: 

    • a.

      voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; 

    • b.

      voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; 

    • c.

      voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; 

    • d.

      voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; 

    • e.

      voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; 

    • f.

      voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; 

    • g.

      voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; 

    • h.

      voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; 

    • i.

      voor cyaniden totaal: NEN-EN-ISO 14403-1 en NEN-EN-ISO 14403-2; 

    • j.

      voor ammonium, nitraat, totaal-fosfaat en sulfaat: NEN-ISO 15923-1; 

    • k.

      voor fluoride: NEN 6589 of NEN 6578; 

    • l.

      voor endosulfan, α-HCH, y-HCH (lindaan), DDT (incl. DDD en DDE), aldrin, dieldrin, endrin, hexachloorbutadieen en hexachloorbenzeen: NEN-EN 16693; 

    • m.

      voor dichloorpropeen: NEN-EN-ISO 15680;44 

    • n.

      voor mecoprop: NEN-EN-ISO 15913; 

    • o.

      voor trichloorfenolen, tetrachloorfenol, dichloorfenolen en pentachloorfenol: NEN-EN 12673; 

    • p.

      voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; 

    • q.

      voor anthraceen, fenanthreen, chryseen, fluorantheen, benzo(a)anthraceen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen en indeno(l23cd)pyreen: NEN-EN-ISO 17993; 

    • r.

      voor trihalomethanen (THM): ISO 11423-1; 

    • s.

      voor adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (AOX): NEN-EN-ISO 9562; 

    • t.

      voor de zuurgraad (pH): NEN-EN-ISO 10523; en 

    • u.

      voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2. 

Paragraaf 5.6.6 Afvloeiend hemelwater lozen

Artikel 5.207 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat:

  • a.

    niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening;

  • b.

    geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en

  • c.

    geen afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.

Artikel 5.208 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.209 Informatieplicht
  • 1.

    Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste zes maanden voor het veranderen van het lozen door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen of daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.210 Lozen van afvloeiend hemelwater
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Afvloeiend hemelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat:

    • a.

      afkomstig is van wonen; of

    • b.

      al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen in een schoonwaterriool geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 5.

    Bij het lozen vanuit een pompkelder van een tunnel of een verdiept weggedeelte is, als dat redelijkerwijs mogelijk is, een voorziening aanwezig om, in afwijking van het vierde lid, het meest vervuilde hemelwater in een vuilwaterriool te lozen.

Paragraaf 5.6.7 Huishoudelijk afvalwater lozen 

Artikel 5.211 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van huishoudelijk afvalwater. 

Artikel 5.212 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.213 Informatieplicht: lozen van huishoudelijk afvalwater
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 5.211, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; 

    • b.

      de wijze van behandeling van het afvalwater; en 

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: 

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of 

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen. 

Artikel 5.214 Geen voedselvermaling

Huishoudelijk afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen in een huishouden en daarmee samenhangende activiteiten, dat afvalstoffen bevat die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd. 

Artikel 5.215 Lozen van huishoudelijk afvalwater
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater alleen op of in de bodem geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: 

    • a.

      40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; 

    • b.

      100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; 

    • c.

      600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten;

    • d.

      1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en 

    • e.

      3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten. 

  • 2.

    De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: 

    • a.

      vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en 

    • b.

      langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd. 

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem dat voor 1 juli 1990 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt. 

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater in de bodem worden geloosd: 

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of 

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen. 

Artikel 5.216 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening. 

  • 2.

    Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in onderstaande tabel.

    Tabel Emissiegrenswaarden 

    Stof

    Emissiegrenswaarden in mg/l

    Emissiegrenswaarden in mg/l

    -

    Representatief etmaalmonster 

    Steekmonster 

    Biochemisch zuurstofverbruik 

    30 mg/l 

    60 mg/l 

    Chemisch zuurstofverbruik 

    150 mg/l 

    300 mg/l

    Onopgeloste stoffen 

    30 mg/l 

    60 mg/l 

  • 3.

    Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank: 

    • a.

      met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of 

    • b.

      die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd. 

  • 4.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: 

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of 

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen. 

Artikel 5.217 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing. 

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: 

    • a.

      voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; en 

    • b.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705. 

Paragraaf 5.6.8 Koelwater lozen

Artikel 5.218 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 5.219 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.220 Informatieplicht: lozen van koelwater
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 5.218, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      de maximale warmtevracht; en 

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.221 Koelwater
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater worden geloosd in schoonwaterriool.

  • 2.

    Koelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. 

  • 3.

    Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd. 

Paragraaf 5.6.9 Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken

Artikel 5.222 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken. 

Artikel 5.223 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.224 Periodiek reinigen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken niet in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater of op of in de bodem geloosd.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd. 

Paragraaf 5.6.10 Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen

Artikel 5.225 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen. 

Artikel 5.226 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.227 Inerte goederen

Voor de toepassing van deze paragraaf worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: 

  • a.

    bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; 

  • b.

    grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; 

  • c.

    A-hout en ongeshredderd B-hout; 

  • d.

    snoeihout; 

  • e.

    banden van voertuigen; 

  • f.

    autowrakken bij een autodemontagebedrijf waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt en wrakken van tweewielige motorvoertuigen bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt; 

  • g.

    straatmeubilair; 

  • h.

    tuinmeubilair; 

  • i.

    aluminium, ijzer en roestvrij staal; 

  • j.

    kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, 

    lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; 

  • k.

    kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; 

  • l.

    papier en karton; 

  • m.

    textiel en tapijt; en 

  • n.

    vlakglas. 

Artikel 5.228 Informatieplicht: lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 5.225, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      de opgeslagen goederen; en 

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 5.229 Lozen bij opslaan van inerte goederen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 

  • 2.

    Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd, als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.

  • 3.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster. 

  • 4.

    Als de opgeslagen inerte goederen worden bevochtigd, wordt afvalwater dat met opgeslagen goederen in contact is geweest, zoveel mogelijk voor dit bevochtigen gebruikt. 

  • 5.

    Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen. 

Artikel 5.230 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing. 

Artikel 5.231 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen

Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.1057, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route. 

Paragraaf 5.6.11 Afvalwater lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater

Artikel 5.232 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig uit: 

  • a.

    een openbaar ontwateringsstelsel of een openbaar hemelwaterstelsel; en 

  • b.

    een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet. 

Artikel 5.233 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.234 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar ontwateringsstelsel worden geloosd op of in de bodem, als dat stelsel voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1 en 2, van de Omgevingswet, en dat stelsel volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd. 

Artikel 5.235 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op of in de bodem, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd. 

Paragraaf 5.6.12 Afvalwater lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen

Artikel 5.236 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het schoonmaken en in gebruik nemen van middelen voor het opslaan, transporteren en distribueren van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit. 

Artikel 5.237 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;  

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.238 Schoonmaken drinkwaterleidingen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 2.

    Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is. 

  • 3.

    Bij het lozen op of in de bodem ontstaat geen wateroverlast. 

  • 4.

    Aan het water dat wordt gebruikt voor het schoonmaken en dat wordt geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool worden geen chemicaliën toegevoegd. 

Paragraaf 5.6.13 Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen

Artikel 5.239 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over het lozen van afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 5.240 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.241 Informatieplicht: lozen bij calamiteitenoefeningen
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 5.239, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      de aard en omvang van de activiteit; en 

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.242 Lozen bij calamiteitenoefeningen

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 

Paragraaf 5.6.14 Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen

Artikel 5.243 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat. 

Artikel 5.244 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.245 Informatieplicht: Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, als bedoeld in de artikelen Artikel 5.247 en Artikel 5.248, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; 

    • b.

      de plaats van de lozingspunten; en 

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.246 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas

In afwijking van artikel 4.791l van het Besluit activiteiten leefomgeving hoeft bij het lozen van drainagewater afkomstig van het telen van gewassen in een kas die op materiaal groeien dat in verbinding staat met de ondergrond geen recirculatiesysteem aanwezig en in gebruik te zijn, als hergebruik van drainagewater niet doelmatig is en het lozen is aangevangen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 

Artikel 5.247 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen
  • 1.

    In afwijking van artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool. 

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster. 

  • 3.

    Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere route. 

Artikel 5.248 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit
  • 1.

    In afwijking van artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteeld fruit, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool. 

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster. 

  • 3.

    Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere lozingsroute. 

Artikel 5.249 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw

Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route. 

Artikel 5.250 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing. 

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.

Paragraaf 5.6.15 Afvalwater lozen bij maken van betonmortel

Artikel 5.251 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat. 

Artikel 5.252 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.253 Informatieplicht: lozen bij maken van betonmortel
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.251, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      de lozingsroute; 

    • b.

      de aard en omvang van de lozing; en 

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.254 Water
  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.140, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, ook worden geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in onderstaande tabel, gemeten in een steekmonster.

    Tabel Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaarden in mg/l

    Onopgeloste stoffen 

    100 mg/l 

    Chemisch zuurstofverbruik 

    200 mg/l

     

  • 3.

    Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster. 

Artikel 5.255 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing. 

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: 

    • a.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en 

    • b.

      voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872. 

Paragraaf 5.6.16 Beton uitwassen

Artikel 5.256 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het uitwassen van beton, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat. 

Artikel 5.257 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.258 Informatieplicht: uitwassen van beton
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.256, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: 

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en 

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.259 Water
  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan te lozen afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton ook worden geloosd in een vuilwaterriool. 

  • 2.

    Voor het lozen van dat afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster. 

Artikel 5.260 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.

Paragraaf 5.6.17 Recreatieve visvijver exploiteren

Artikel 5.261 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het exploiteren van een recreatieve visvijver. 

Artikel 5.262 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het doelmatig beheer van afvalwater;

  • b.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • c.

    het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.263 Informatieplicht: exploiteren van een recreatieve visvijver
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.261, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en 

      • 2.

        de plaats van de lozingspunten.

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en 

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.264 Water: lozingsroute

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool. Het spuiwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool. 

Paragraaf 5.6.18 Fotografisch materiaal ontwikkelen of afdrukken

Artikel 5.265 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal.

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over: 

    a. digitaal afdrukken; en 

    b. ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal bij wonen. 

Artikel 5.266 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder:

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.267 Informatieplicht: ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.265, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein; 

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; 

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en 

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten; 

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en 

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.268 Water
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool. 

  • 2.

    Er worden in goede staat verkerende afkwetsrollen gebruikt en er wordt een doelmatige zilverterugwininstallatie toegepast. 

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid hoeft geen zilverterugwininstallatie te worden toegepast als per jaar minder dan 700 liter aan gebruiksklare fixeer wordt gebruikt en er gedragsvoorschriften zijn opgesteld en worden nageleefd gericht op het beperken van de emissie van zilver. 

  • 4.

    Voor het afvalwater is de emissiegrenswaarde voor zilver 4 milligram per liter, gemeten in een steekmonster. 

Artikel 5.269 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing. 

  • 3.

    Op het analyseren van zilver is NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN6965 van toepassing, waarbij onopgeloste stoffen worden meegenomen in de analyse en elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2. 

Paragraaf 5.6.19 Motorvoertuigen wassen

Artikel 5.270 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het uitwendig wassen van motorvoertuigen. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over: 

    • a.

      een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en 

    • b.

      het wassen van motorvoertuigen bij wonen. 

Artikel 5.271 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.272 Bodem
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met oliën, vetten en koelvloeistof wordt gewassen boven een vloeistofdichte bodemvoorziening. 

  • 2.

    Motorvoertuigen kunnen ook worden gewassen op een mobiele wasinstallatie die zodanig is uitgevoerd dat vloeistoffen niet in de bodem kunnen geraken, als die mobiele wasinstallatie niet langer dan zes maanden aaneengesloten op eenzelfde locatie is geplaatst. 

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen. 

Artikel 5.273 Water
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen van motorvoertuigen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool. 

  • 2.

    Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen. 

  • 3.

    Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider: 

    • a.

      volgens NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2; of 

    • b.

      die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd. 

Artikel 5.274 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing. 

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing. 

Paragraaf 5.6.20 Afvalwater door een olieafscheider leiden

Artikel 5.275 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het leiden van afvalwater door een olieafscheider in zettingsgevoelig gebied

Artikel 5.276 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    het beschermen van de kwaliteit van de bodem; en 

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater. 

Artikel 5.277 Plaatsen peilbuis
  • 1.

    In de directe nabijheid van een olieafscheider wordt een peilbuis geplaatst. 

  • 2.

    De peilbuis wordt geplaatst door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. 

  • 3.

    De positie van de peilbuis wordt bepaald aan de hand van: 

    • a.

      de opbouw en samenstelling van de bodem; 

    • b.

      de stand en stromingsrichting van het grondwater; en 

    • c.

      de aanwezigheid en invloed van een oppervlaktewaterlichaam en grondwateronttrekkingsactiviteiten. 

  • 4.

    De peilbuis is horizontaal gelegen op een afstand: 

    • a.

      van minder dan 2 m gelegen van de influentzijde van de olieafscheider; of 

    • b.

      die redelijkerwijs zo kort mogelijk is. 

  • 5.

    De peilbuis wordt snijdend met de grondwaterspiegel geplaatst.

Artikel 5.278 Bemonsteren peilbuis
  • 1.

    Een peilbuis wordt uiterlijk binnen 2 maanden na plaatsing bemonsterd. 

  • 2.

    Na de eerste bemonstering als bedoeld in het eerste lid, wordt de peilbuis ten minste eenmaal per twee jaar bemonsterd. 

  • 3.

    Bemonstering vindt plaats door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

  • 4.

    De monsters worden onderzocht door een laboratorium met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 3000. 

  • 5.

    De monsters worden onderzocht op aanwezigheid van: 

    • a.

      minerale oliecomponenten volgens NEN-EN-ISO 9377-2; en 

    • b.

      vluchtige aromaten volgens NEN-EN-ISO 15680. 

Artikel 5.279 Informatieplicht bemonstering
  • 1.

    Binnen een maand na afloop van de bemonstering wordt aan het bevoegd gezag een rapportage van die bemonstering verstrekt. 

  • 2.

    De rapportage voldoet aan de normen voor een verslag, bedoeld in de NEN 5740.

  • 3.

    De resultaten van de bemonstering worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML, conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101. 

Artikel 5.280 Nader onderzoek
  • 1.

    Als uit de resultaten van de bemonstering blijkt dat het grondwater is verontreinigd tot boven de waarden voor nader onderzoek, bedoeld in onderstaande tabel, wordt binnen 2 maanden een nader onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de verontreiniging. 

    Tabel Waarden voor nader onderzoek 

    Stof

    Waarden voor nader onderzoek in µg/l 

    Benzeen 

    15,1 

    Ethylbenzeen 

    77 

    Tolueen 

    504 

    Xylenen (som) 

    35,1 

    Naftaleen 

    35 

    Minerale olie 

    325 

  • 2.

    Het nader onderzoek voldoet aan de NTA 5755.

  • 3.

    Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of door een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. 

  • 4.

    De laboratoriumanalyse wordt verricht door een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS 3000. 

Artikel 5.281 Informatieplicht nader onderzoek
  • 1.

    Binnen een maand na afloop van het nader onderzoek wordt aan het bevoegd gezag een rapportage van dat onderzoek verstrekt. 

  • 2.

    De rapportage voldoet aan de normen voor een rapportage, bedoeld in de NTA 5755. 

  • 3.

    De resultaten van de bemonstering worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML, conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101. 

Artikel 5.282 Herstelplicht
  • 1.

    Als de bodem door de activiteit, bedoeld in Artikel 5.275 is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van de rapportage nader onderzoek, bedoeld in artikel 5.287, eerste lid, de bodemkwaliteit hersteld tot: 

    • a.

      de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit; 

    • b.

      de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgesteld op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of 

    • c.

      de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, van het Besluit bodemkwaliteit. 

  • 2.

    Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. 

Artikel 5.283 Informatieplicht herstel
  • 1.

    Ten minste 5 dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in Artikel 5.282 wordt het bevoegd gezag geïnformeerd over de begindatum. 

  • 2.

    Ten hoogste 5 dagen na afloop van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in Artikel 5.282 wordt het bevoegd gezag geïnformeerd over de einddatum. 

  • 3.

    Ten hoogste vier weken na beëindiging van de herstelwerkzaamheden wordt aan het bevoegd gezag een evaluatieverslag volgens BRL SIKB 6000 verstrekt dat in ieder geval de resultaten van de milieukundige begeleiding bevat, bestaande uit de onderdelen: 

    • a.

      processturing, met daarbij in ieder geval een opsomming van bijzondere omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de herstelwerkzaamheden; en 

    • b.

      verificatie van het eindresultaat van de herstelwerkzaamheden. 

Artikel 5.284 Onderhoud olieafscheider

De olieafscheider wordt onderhouden en geïnspecteerd conform NEN-EN 858-2:2003. 

Paragraaf 5.6.21 Niet-industrieel voedsel bereiden

Artikel 5.285 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het bereiden van voedingsmiddelen met: 

    • a.

      keukenapparatuur; 

    • b.

      grootkeukenapparatuur; 

    • c.

      een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of 

    • d.

      een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht. 

Artikel 5.286 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder:

    • 1.

       het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen; en 

    • 3.

      het voorkomen of beperken van geurhinder. 

Artikel 5.287 Informatieplicht: niet-industriële voedselbereiding
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.285 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 

      • 1.

        de grenzen van het terrein; 

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; 

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en 

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten; 

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht. 

Artikel 5.288 Water
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool. 

  • 2.

    Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen. 

  • 3.

    Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd. 

  • 4.

    Afvalwater dat afkomstig is van een voertuig of andere mobiele installatie waarin voedsel wordt bereid, wordt niet geloosd. 

  • 5.

    Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: 

    • a.

      een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; of 

    • b.

      een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd. 

  • 6.

    In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. 

Artikel 5.289 Geur
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd: 

    • a.

      ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of 

    • b.

      geleid door een ontgeuringsinstallatie. 

  • 2.

    Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter. 

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur. 

  • 4.

    Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: 

    • a.

      een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of 

    • b.

      voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 

Artikel 5.290 Maatwerkvoorschrift
  • 1.

    Bij maatwerkvoorschrift kan, in afwijking van Artikel 5.288, vierde lid, toegestaan worden dat afvalwater dat afkomstig is van een voertuig of andere mobiele installatie waarin voedsel wordt bereid, wordt geloosd op het vuilwaterriool.

  • 2.

    Bij maatwerkvoorschrift kan, in afwijking van Artikel 5.288, vijfde lid, toegestaan worden dat afvalwater wordt geloosd zonder een vetafscheider en slibvangput, als dat, gelet op het vetgehalte in het te lozen afvalwater in combinatie met de hoeveelheid te lozen afvalwater, geen nadelige gevolgen heeft voor de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater. 

Paragraaf 5.6.22 Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren

Artikel 5.291 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.292 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; en 

  • b.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht; en 

    • 2.

      het voorkomen of beperken van geurhinder. 

Artikel 5.293 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit
  • 1.

    Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.291, is alleen toegestaan als nieuwe geurhinder op een geurgevoelig gebouw wordt voorkomen. 

  • 2.

    Het eerste lid is ook van toepassing op het wijzigen van de activiteit, als die wijziging leidt tot een grotere of andere geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig gebouw. 

Paragraaf 5.6.23 Dieren slachten en dierlijke bijproducten, vlees, vis of organen bewerken

Artikel 5.294 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over: 

    • a.

      het slachten van ten hoogste 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten; 

    • b.

      het uitsnijden van vlees van karkassen of karkasdelen; 

    • c.

      het uitsnijden van vis; of 

    • d.

      het uitsnijden en pekelen van organen. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.295 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen; en 

    • 3.

      het voorkomen of beperken van geurhinder. 

Artikel 5.296 Water: lozingsroute en zuivering
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater vindt het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten inpandig plaats. 

  • 2.

    Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is van: 

    • a.

      het bewerken van dierlijke bijproducten; of 

    • b.

      het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar een activiteit als bedoeld in Artikel 5.294 is uitgevoerd. 

  • 3.

    Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool. 

  • 4.

    Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: 

    • a.

      een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; 

    • b.

      een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd; of 

    • c.

      een flocculatieafscheider die is geplaatst voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd. 

  • 5.

    In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in die normen vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. 

  • 6.

    Het afvalwater wordt niet door een biologische zuivering geleid. 

  • 7.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen. 

Artikel 5.297 Geur: voorkomen of beperken geurhinder
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder: 

    • a.

      wordt bij het slachten van dieren ten minste de vaste dierlijke mest die vrijkomt bij het slachten in afgesloten, lekvrije tonnen of bakken opgeslagen; en 

    • b.

      worden dampen en gassen van het broeien of koken van dierlijke bijproducten afgezogen, als deze op de buitenlucht worden geëmitteerd: 

      • 1.

        ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen gebouwen afgevoerd; of

      • 2.

        geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie. 

  • 2.

    Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid, onder b, niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: 

    • a.

      een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of 

    • b.

      voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 

Artikel 5.298 Bodem: bodembeschermende voorziening

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het pekelen van dierlijke bijproducten en organen plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening. 

Artikel 5.299 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. 

Artikel 5.300 Bodem: eindonderzoek bodem
  • 1.

    Bij het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen. 

  • 2.

    Het bodemonderzoek gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt, geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de locatie waar het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verricht. 

  • 3.

    Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. 

Artikel 5.301 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat: 

  • a.

    de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht; 

  • b.

    de wijze waarop het onderzoek is verricht; 

  • c.

    de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan; 

  • d.

    informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein; 

  • e.

    bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en 

  • f.

    als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld: de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt. 

Artikel 5.302 Informatieplicht: beëindigen activiteit

Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van de activiteit wordt een rapport van het bodemonderzoek verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 5.303 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
  • 1.

    Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld tot: 

    • a.

      de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit; 

    • b.

      de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgesteld op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of 

    • c.

      de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, van het Besluit bodemkwaliteit

  • 2.

    Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. 

Artikel 5.304 Informatieplicht: herstelwerkzaamheden
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de begindatum. 

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de einddatum. 

Artikel 5.305 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater worden bij het pekelen van dierlijke bijproducten en organen de gemorste of gelekte stoffen zoveel mogelijk zonder verder toevoegen van water opgeruimd en afgevoerd als afvalstof en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat deze stoffen in het afvalwater terecht kunnen komen.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen. 

Paragraaf 5.6.24 Elektriciteit opwekken met een windturbine

Artikel 5.306 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving als: 

    • a.

      die slagschaduw veroorzaakt in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of 

    • b.

      die lichtschittering veroorzaakt. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over slagschaduw door een windturbine, in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar. 

  • 3.

    Deze paragraaf gaat ook niet over een windpark met 3 of meer windturbines.

Artikel 5.307 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    het beschermen tegen milieuverontreiniging; en 

  • c.

    het voorkomen of beperken van schaduwhinder. 

Artikel 5.308 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  • 1.

    In afwijking van Artikel 5.306, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: 

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 

  • 2.

    In afwijking van Artikel 5.306, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van: 

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 

Artikel 5.309 Slagschaduw: stilstandvoorziening
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan zeventien dagen per jaar gedurende meer dan twintig minuten per dag slagschaduw kan optreden in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw en voor zover de afstand tussen de windturbine en een slagschaduwgevoelig gebouw minder dan twaalfmaal de rotordiameter bedraagt. 

  • 2.

    De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine: 

    • a.

      tot de gevel van een slagschaduwgevoelig gebouw; en 

    • b.

      tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen. 

Artikel 5.310 Slagschaduw: functionele binding

Artikel 5.309 is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine. 

Artikel 5.311 Slagschaduw: voormalige functionele binding

Bij een agrarische activiteit is Artikel 5.309 niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat: 

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of 

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn. 

Artikel 5.312 Lichtschittering: beperken van reflectie

Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen. 

Artikel 5.313 Lichtschittering: meten reflectiewaarden

Op het uitvoeren van een meting van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing. 

Paragraaf 5.6.25 Acculader in werking hebben

Artikel 5.314 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het met een acculader laden van een natte accu die vloeibare bodembedreigende stoffen bevat. 

Artikel 5.315 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;  

  • b.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • c.

    een doelmatig beheer van afvalwater;  

  • d.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • e.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 

    • 2.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en

    • 3.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.316 Bodem: bodembeschermende voorziening

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het laden van een accu plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening. 

Artikel 5.317 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. 

Paragraaf 5.6.26 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage

Artikel 5.318 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen die voorzien is van mechanische ventilatie. 

Artikel 5.319 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;  

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen; 

    • 2.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 

    • 3.

      het voorkomen of beperken van geurhinder. 

Artikel 5.320 Informatieplicht: bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

         de grenzen van het terrein; 

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; 

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten; en 

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; 

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.321 Lucht en geur: afvoeren emissies
  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de kwaliteit van de lucht en het voorkomen of beperken van geurhinder: 

    • a.

      worden de aanzuigopeningen voor de ventilatie van de parkeergarage in een verkeersluwe omgeving, of, als dat niet mogelijk is, op ten minste 5 m boven het straatniveau en buiten de beïnvloeding van de uitblaasopeningen aangebracht; 

    • b.

      wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw is gelegen met een hoogste daklijn die meer dan vijf meter boven het straatniveau is gelegen, ten minste één meter boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en 

    • c.

      bedraagt de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste tien meter per seconde. 

  • 2.

    Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: 

    • a.

      een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of 

    • b.

      voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 

Paragraaf 5.6.27 Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht

Artikel 5.322 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast. 

Artikel 5.323 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; en 

  • b.

    het beschermen van het milieu, waaronder het voorkomen of beperken van lichthinder. 

Artikel 5.324 Informatieplicht 
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.322, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; 

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en 

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.325 Licht
  • 1.

    Met het oog op het beperken van lichthinder is de verlichting die hoort bij een gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht uitgeschakeld: 

    • a.

      tussen 23.00 uur en 07.00 uur; en 

    • b.

      als er geen sport wordt beoefend en geen onderhoud plaatsvindt. 

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met aangewezen collectieve festiviteiten.

  • 3.

    Een festiviteit of activiteit als bedoeld in het tweede lid die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op één dag. 

Paragraaf 5.6.28 Vaste mest opslaan

Artikel 5.326 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het opslaan van vaste mest met een totaal volume van ten minste 3 m3 en ten hoogste 600 m3. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over: 

    • a.

      het opslaan van vaste mest, korter dan twee weken op één plek; en 

    • b.

      als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.90, 3.200, 3.208, 3.211, 3.215 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat. 

Artikel 5.327 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;  

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen; en 

    • 3.

      het voorkomen of beperken van geurhinder. 

Artikel 5.328 Informatieplicht: opslaan van vaste mest
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.326, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 

      • 1.

        de grenzen van het terrein; 

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; 

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; 

      • 5.

        op welke punten welk afvalwater wordt geloosd; 

      • 6.

        of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en 

      • 7.

        op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen; 

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en 

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.329 Bodem: opslag
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt vaste mest, met uitzondering van gedroogde pluimveemest, opgeslagen: 

    • a.

      op een aaneengesloten bodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen; of 

    • b.

      op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd. 

  • 2.

    Gedroogde pluimveemest wordt opgeslagen: 

    • a.

      in een gebouw met een aaneengesloten bodemvoorziening waar de pluimveemest wordt beschermd tegen weersinvloeden en waar voldoende ventilatie is om condensvorming te voorkomen; 

    • b.

      in een afgedekte container als de pluimveemest ten minste elke twee weken wordt afgevoerd; of 

    • c.

      op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd. 

Artikel 5.330 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. 

Artikel 5.331 Water: lozingsroute
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen afkomstig van het opslaan van vaste mest gelijkmatig worden verspreid over onverharde bodem. 

  • 2.

    De vrijkomende vloeistoffen worden niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 

Artikel 5.332 Geur
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder wordt vaste mest opgeslagen: 

    • a.

      in een afgesloten voorziening voor een periode van ten hoogste twee weken; of 

    • b.

      op ten minste 50 m afstand vanaf de begrenzing van de opslag van vaste mest tot een geurgevoelig object. 

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden en pony’s die worden gehouden voor het berijden. 

Paragraaf 5.6.29 Drijfmest, digestaat, dunne fractie of grote hoeveelheden vaste mest opslaan

Artikel 5.333 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie grote hoeveelheden vaste mest. 

Artikel 5.334 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid; 

  • b.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • c.

    een doelmatig beheer van afvalwater;  

  • d.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • e.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen; 

    • 3.

      het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder; en 

    • 4.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. 

Artikel 5.335 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning: 

  • a.

    drijfmest, digestaat of dunne fractie op te slaan in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m2 of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m3; of 

  • b.

    meer dan 600 m3 vaste mest op te slaan. 

Artikel 5.336 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt over: 

  • a.

    het totaal volume of de totale oppervlakte van de mestbassins; en 

  • b.

    het totaal volume van de opslagcapaciteit vaste mest in kubieke meters. 

Artikel 5.337 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

Op het verlenen van een omgevingsvergunning zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing. 

Paragraaf 5.6.30 Kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen opslaan

Artikel 5.338 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het opslaan van: 

    • a.

      kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m3; of 

    • b.

      vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m3

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 of 3.215 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 5.339 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;  

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder:

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen; en 

    • 3.

      het voorkomen of beperken van geurhinder.  

Artikel 5.340 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.338, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 

      • 1.

        de grenzen van het terrein; 

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; 

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; 

      • 5.

        op welke punten welk afvalwater wordt geloosd; 

      • 6.

        of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en 

      • 7.

        op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen; 

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; 

    • d.

      gegevens over de lozingsroutes; en 

    • e.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.341 Bodem: bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen opgeslagen op een elementenbodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen. 

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen als veevoederbalen in plasticfolie zijn verpakt. 

Artikel 5.342 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. 

Artikel 5.343 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen afkomstig van de opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen gelijkmatig worden verspreid over onverharde bodem. 

  • 2.

    De vrijkomende vloeistoffen worden niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen. 

Artikel 5.344 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van de bodembeschermende voorziening voor opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen worden geloosd op of in de bodem als: 

    • a.

      het niet in contact is geweest met het kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen; en 

    • b.

      het niet is vermengd met daaruit vloeiende vloeistoffen. 

  • 2.

    Het afvalwater wordt niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen. 

Paragraaf 5.6.31 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels

Artikel 5.345 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf gaat over het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, meer dan 25 vogels of meer dan 5 zoogdieren. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat niet over een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 5.346 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    een doelmatig beheer van afvalwater;  

  • c.

    het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en 

  • d.

    het beschermen van het milieu, waaronder: 

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 

    • 2.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen; en 

    • 3.

      het voorkomen of beperken van geurhinder. 

Artikel 5.347 Informatieplicht
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, als bedoeld in Artikel 5.345, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; 

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 

      • 1.

        de grenzen van het terrein; 

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; 

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en 

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten; 

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; 

    • d.

      per dierenverblijf voor het houden van landbouwhuisdieren: 

      • 1.

        gegevens over het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie dat ten hoogste zal worden gehouden; 

      • 2.

        een beschrijving van het huisvestingssysteem en van de aanvullende techniek; en 

      • 3.

        een beschrijving van het ventilatiesysteem; 

    • e.

      per dierenverblijf waar landbouwhuisdieren met geuremissiefactor worden gehouden: 

      • 1.

        een plattegrondtekening op schaal met de ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten en een overzicht van ventilatoren met diameter; en 

      • 2.

        een doorsnedetekening per dierenverblijf met de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van het emissiepunt; en 

    • f.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

Artikel 5.348 Bodem: bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, vogels of zoogdieren plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, vogels of zoogdieren in de buitenlucht als uitwerpselen en voedselresten regelmatig worden verwijderd. 

Artikel 5.349 Bodem: logboek

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. 

Artikel 5.350 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde
  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het reinigen en ontsmetten van een dierenverblijf waarin landbouwhuisdieren of paarden of pony’s voor het berijden worden gehouden, worden geloosd in een vuilwaterriool als meer dan 10 schapen, 5 paarden of pony’s, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen of 10 overige landbouwhuisdieren worden gehouden. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool of op of in de bodem. 

  • 2.

    Het te lozen afvalwater bevat niet meer dan 300 milligram onopgeloste stoffen per liter. 

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen. 

Artikel 5.351 Meet- en rekenbepalingen
  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, een monster is niet gefiltreerd. 

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing. 

  • 3.

    Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing. 

Afdeling 5.7 Bodem

Paragraaf 5.7.1 Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde

Artikel 5.352 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het graven in de bodem in het gebied Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (beschikt) en het gebied Kleinschalig graven - diffuus bovengrond waarbij het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3.

  • 2.

    Graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook:

    • a.

      het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie;

    • b.

      het tijdelijk opslaan van grond; en

    • c.

      het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de waterbodem. 

Artikel 5.353 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    het beschermen van de kwaliteit van de bodem; en 

  • c.

    het doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.354 Informatieplicht: voor het begin van de activiteit
  • 1.

    Ten minste een week voor het begin van de activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit; en

    • c.

      de verwachte duur ervan.

  • 2.

    Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond; of

    • b.

      op het graven in de bodem in verband met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur.

Artikel 5.355 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt grond die bij het graven is vrijgekomen niet langer dan acht weken na beëindiging van het graven in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie opgeslagen.

Artikel 5.356 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen, wordt de activiteit milieukundig begeleid volgens BRL SIKB 6000 als het graven plaatsvindt op een locatie waar een afdeklaag is aangebracht als saneringsaanpak en de ontgraving dieper reikt dan deze afdeklaag. 

Paragraaf 5.7.2 Activiteit verrichten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

Artikel 5.357 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verrichten van een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 5.358 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de kwaliteit van de bodem; en 

  • b.

    het voorkomen of beperken van verontreiniging van de bodem. 

Artikel 5.359 Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4, houdt voor het verrichten van een activiteit als bedoeld in Artikel 5.357 in ieder geval in dat degene die de activiteit verricht in het belang van bescherming van de bodem maatregelen neemt die redelijkerwijs van diegene kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken. 

Paragraaf 5.7.3 Nazorg verrichten na saneren van de bodem

Artikel 5.360 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. 

Artikel 5.361 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    het beschermen van de kwaliteit van de bodem;

  • c.

    het voorkomen van verspreiding van verontreinigde grond; 

  • d.

    het behoud van gebruiksmogelijkheden van grond en de bodem; en

  • e.

    het doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.362 Nazorg na afloop van saneren van de bodem
  • 1.

    De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie treft de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag. 

  • 2.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet. 

Paragraaf 5.7.4 Grond en baggerspecie toepassen

Artikel 5.363 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het op of in de bodem toepassen van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 

Artikel 5.364 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    het beschermen van de kwaliteit van de bodem;

  • c.

    het voorkomen van verspreiding van verontreinigde grond; 

  • d.

    het behoud van gebruiksmogelijkheden van grond en de bodem; en

  • e.

    het doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.365 Aanwijzing geometrische begrenzing bodemfunctieklassen
Artikel 5.366 Maatwerkregel kwaliteitseisen verspreiden grond en baggerspecie

In afwijking van de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1278 van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden de kwaliteitseisen, bedoeld in de in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan opgenomen geldende nota bodembeheer. 

Paragraaf 5.7.5 Kabels en leidingen aanleggen, onderhouden en verwijderen

Artikel 5.367 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het tijdelijk uitnemen van grond bij werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen (inclusief rioleringen) tot een diepte van 2 meter beneden maaiveld.

Artikel 5.368 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het beschermen van de gezondheid; 

  • b.

    het beschermen van de kwaliteit van de bodem; en

  • c.

    het doelmatig beheer van afvalstoffen. 

Artikel 5.369 Terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingtracés

In afwijking van de artikelen 4.1222a eerste lid, 4.1230a, eerste lid en 4.1233 van het Besluit activiteiten leefomgeving, hoeft bij het tijdelijk uitnemen van grond bij werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen (inclusief rioleringen) tot een diepte van 2 meter beneden maaiveld de grond na het tijdelijk uitnemen van die grond niet in hetzelfde ontgravingsprofiel te worden teruggebracht.

Hoofdstuk 6 Activiteiten met gebruiksruimte

Afdeling 6.1 Algemeen

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 7 Activiteiten: aanvullende regels ontwikkelgebieden

Afdeling 7.1 Algemeen

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 8 Beheer en onderhoud

Afdeling 8.1 Onderhouds- en instandhoudingsverplichtingen

Paragraaf 8.1.1 Onderhoudsplicht beplanting

Artikel 8.1 Normadressaat

Aan de regels van deze paragraaf wordt voldaan door de eigenaar en gebruiker van de grond waarop de beplanting zich bevindt. 

Artikel 8.2 Bestrijding van ongewenste planten

Gronden worden gezuiverd van akkerdistel (Cirsium arvense), akkermelkdistel (Sonchus arvensis), Jacobskruiskruid (Senecio Jacobaes), Ridderzuring (Rumex obtusifolia) en Wilgenroosje (Chamerion angustifolium) voordat deze in bloei komen, voor zover als gevolg van de aanwezigheid hiervan op diens gronden, aan de gronden die bij anderen in eigendom of gebruik zijn, schade of overlast wordt toegebracht of zou kunnen worden toegebracht. 

Artikel 8.3 Maatwerkvoorschrift

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 8.2, dat een plicht inhoudt om gronden te zuiveren van de in dat artikel genoemde planten. 

Hoofdstuk 9 Financiële bepalingen

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 10 Procedureregels

Afdeling 10.1 Advies

Artikel 10.1 Advies

Voordat wordt beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in de paragrafen 5.2.3 tot en met 5.2.6, of op verzoek van een ander bevoegd gezag over die aanvraag wordt geadviseerd, vraagt het college van burgemeester en wethouders advies aan de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening adviescommissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Bodegraven-Reeuwijk. 

Artikel 10.2 Betrekken archeologische deskundigheid bij beoordeling aanvraag

Het college van burgemeester en wethouders betrekt een archeologisch deskundige bij de beoordeling van het bij de aanvraag overgelegde rapport, bedoeld in Artikel 5.164.

Artikel 10.3 Kerkelijk monument

  • 1.

    Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een gemeentelijke monumentenactiviteit en het gemeentelijk monument een kerkelijk monument is, neemt het bevoegd gezag pas een beslissing op de aanvraag na overleg met de eigenaar. 

  • 2.

    Voor zover het gaat om een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, beslist het bevoegd gezag alleen in overeenstemming met de eigenaar.

Hoofdstuk 11 Handhaving

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 12 Monitoring en informatie

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 13 Overgangsrecht

Afdeling 13.1 Overgangsrecht algemeen

Paragraaf 13.1.1 Lopende procedures en gelijkschakelingen

Artikel 13.1 de procedures besluiten op aanvraag of ambtshalve
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment een aanvraag om een besluit voor die activiteit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing: 

    • a.

      als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of 

    • b.

      als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt. 

  • 2.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment een ontwerp van een ambtshalve te nemen besluit voor die activiteit ter inzage is gelegd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing: 

    • a.

      als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of 

    • b.

      als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt. 

  • 3.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment voor een ambtshalve te nemen besluit voor die activiteit toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of het besluit is bekendgemaakt, blijft het oude recht van toepassing als tegen het besluit: 

    • a.

      beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of 

    • b.

      geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt. 

Artikel 13.2 Overgangsrecht vergunningplichtige activiteiten
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, en die onherroepelijk is, als een omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een omgevingsvergunning is vereist. 

  • 2.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, gelden de voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit geen omgevingsvergunning is vereist. Dit geldt alleen voor zover de gemeente over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van dit omgevingsplan. 

Artikel 13.3 Overgangsrecht meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een melding is vereist. 

  • 2.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als het verstrekken van informatie op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een verplichting geldt om informatie te verstrekken. 

  • 3.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een aanvraag om een ontheffing of vergunning voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover een melding is vereist. 

  • 4.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een onherroepelijk maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan. Dit geldt alleen voor zover de gemeente over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van dit omgevingsplan. 

Artikel 13.4 Overgangsrecht handhavingsbesluiten

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: 

  • a.

    de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; 

  • b.

    de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of 

  • c.

    als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom: 

    • 1.

      de last volledig is uitgevoerd; 

    • 2.

      de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 

    • 3.

      de last is opgeheven. 

Paragraaf 13.1.2 Eerbiedigende werking

Artikel 13.5 Eerbiedigende werking bouwwerken
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan van toepassing is op een bouwwerk dat aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning op grond van afdeling 5.2, en dat bouwwerk afwijkt van dit omgevingsplan, mag dat bouwwerk, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 

    • a.

      gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; of 

    • b.

      na het teniet gaan door een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor bouwwerken die al in strijd zijn met het voorheen geldende omgevingsplan, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan. 

Artikel 13.6 Eerbiedigende werking activiteiten met gebruiksruimte
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan van toepassing is op een activiteit met gebruiksruimte als bedoeld in hoofdstuk 6 die al wordt verricht en die in strijd is met de op grond van dat hoofdstuk voor die activiteit aangewezen regels, mag die activiteit in strijd met die regels worden voortgezet zo lang de activiteit niet wordt gewijzigd. 

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid mag de activiteit worden gewijzigd, als:   

    • a.

      er geen andere activiteit met gebruiksruimte als bedoeld in dat hoofdstuk wordt verricht; en 

    • b.

      de afwijking van de regels naar aard en omvang wordt verkleind. 

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor activiteiten die al in strijd zijn met het voorheen geldende omgevingsplan, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan. 

  • 4.

    Het eerste en tweede lid gelden ook niet als dat elders in dit omgevingsplan is bepaald. 

  • 5.

    Als de activiteit na het tijdstip, waarop de wijziging van het omgevingsplan van kracht is geworden, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, wordt de activiteit daarna niet hervat. 

Afdeling 13.2 Specifiek overgangsrecht

Paragraaf 13.2.1 Voorrangsbepalingen

Artikel 13.7 Voorrangsbepaling tijdelijk deel omgevingsplan
  • 1.

    De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, over het bouwen en in stand houden van bouwwerken zijn niet van toepassing voor zover de regels van paragraaf 4.2.1  van toepassing zijn. 

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor regels in het tijdelijke deel:

    • a.

      die zijn opgenomen in TAM-omgevingsplannen;

    • b.

      over de bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen waarvan de regels zijn verbonden aan de in de bestemmingsplannen Bodegraven Centrum 2022 en Kern Bodegraven opgenomen gebiedsaanduidingen vrijwaringszone - molenbiotoop; en

    • c.

      over de goot- en bouwhoogte van gebouwen en bedrijfswoningen, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zuidrand Bodegraven.

  • 3.

    De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, over andere activiteiten dan het bouwen en in stand houden van bouwwerken zijn niet van toepassing, voor zover de regels van paragraaf 4.2.1 en 4.2.3 tot en met paragraaf 4.2.6 van toepassing zijn en de oogmerken van die regels hetzelfde zijn als de oogmerken van de regels in dat tijdelijke deel. 

Paragraaf 13.2.2 Beperking werkingsgebied bruidsschat

Artikel 13.8 Beperking werkingsgebied bruidsschat

Afdeling 22.2 is alleen van toepassing in het werkingsgebied bruidschat bouwen.

Hoofdstuk 14

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 15

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 16

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 17

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 18

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 19

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 20

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 21

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN

Afdeling 22.1 ALGEMEEN

Artikel 22.1 Voorrangsbepaling

  • 1.

    De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

  • 2.

    De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:

    • a.

      een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten

  • 1.

    Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, Artikel 22.287 [Vervallen], Artikel 22.288 [Vervallen], Artikel 22.290 [Vervallen] en Artikel 22.295 [Vervallen] wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

  • 2.

    Het eerste lid is van toepassing:

    • a.

      als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

    • b.

      als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten

De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN

Paragraaf 22.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften
  • 1.

    Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

  • 2.

    Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Paragraaf 22.2.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden

Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig:

  • a.

    de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en

  • b.

    het straatpeil is uitgezet.

Artikel 22.6 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken

Artikel 22.7 Repressief welstand
  • 1.

    Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold:

    • a.

      een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en

    • b.

      een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als:

    • a.

      artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en

    • b.

      de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet voor warmte
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als:

    • a.

      het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en

    • b.

      de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

  • 2.

    Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

  • 3.

    Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

  • 4.

    Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

Artikel 22.11 Aansluiting op distributienet voor drinkwater

Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

  • 2.

    De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

  • 3.

    Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid:

    • a.

      heeft geen vernauwing in de stroomrichting;

    • b.

      heeft een vloeiend beloop;

    • c.

      is waterdicht;

    • d.

      heeft een voldoende inwendige middellijn; en

    • e.

      bevat geen beer- of rottingput.

  • 4.

    Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald:

    • a.

      als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd;

    • b.

      als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en

    • c.

      of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Artikel 22.13 Bluswatervoorziening
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

  • 2.

    De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

  • 3.

    De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • b.

      op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;

    • c.

      op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • d.

      als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of

    • e.

      als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

  • 3.

    Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg:

    • a.

      een breedte van ten minste 4,5 m;

    • b.

      een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram;

    • c.

      een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en

    • d.

      een doeltreffende afwatering.

  • 4.

    Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

  • 5.

    Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • b.

      op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;

    • c.

      op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of

    • d.

      als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

  • 3.

    De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

  • 4.

    Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

  • 5.

    Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Paragraaf 22.2.4 Gebruik van bouwwerken

Artikel 22.16 Overbewoning woonruimte
  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners:

    • a.

      wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en

    • b.

      wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel 22.17 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
  • 1.

    Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

  • 2.

    Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:

    • a.

      het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

    • b.

      het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

    • c.

      het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Paragraaf 22.2.5 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen

Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
  • 1.

    Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als:

    • a.

      de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;

    • b.

      de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

      • 1.

        de verpakking tegen normale behandeling bestand is;

      • 2.

        de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en

      • 3.

        geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en

    • c.

      de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;

    • b.

      brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;

    • c.

      voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;

    • d.

      gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;

    • e.

      dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en

    • f.

      brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

  • 4.

    Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

  • 5.

    In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

    Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen

    ADR-klasse1

    Omschrijving

    Verpakkingsgroep

    Toegestane maximum hoeveelheid

    2

    UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas

    Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

    n.v.t.

    50 kg

    3

    Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

    II

    25 liter

    3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C

    Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

    III

    50 liter

    4.1, 4.2, 4.3

    4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders

    4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink

    4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

    II en III

    50 kg

    5.1

    Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

    II en III

    50 liter

    5.2

    Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide

    n.v.t.

    1 liter

    • 1

      Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171). Terug naar link van noot.

Artikel 22.20 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen
  • 1.

    De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

  • 2.

    Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

  • 3.

    Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:

    • a.

      het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

    • b.

      het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

    • c.

      het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Artikel 22.21 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Paragraaf 22.2.6 Cultureel erfgoed

Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek
  • 1.

    Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2.

  • 2.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.

Paragraaf 22.2.7 Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken

SubParagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen
Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen
  • 1.

    De artikelen 22.27 en 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

  • 2.

    Bij de toepassing van de artikelen 22.27 en 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.27, onder a, of 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 22.24 Meetbepalingen
  • 1.

    Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:

    • a.

      afstanden loodrecht;

    • b.

      hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en

    • c.

      maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 22.25 Mantelzorg

Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

SubParagraaf 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Artikel 22.26 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing

Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken:

  • a.

    een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      op de grond staand;

    • 2.

      gelegen in achtererfgebied;

    • 3.

      op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;

    • 4.

      niet hoger dan 5 m;

    • 5.

      de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en

    • 6.

      niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

  • b.

    een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      op de grond staand;

    • 2.

      niet hoger dan 5 m; en

    • 3.

      de oppervlakte niet meer dan 70 m2;

  • c.

    een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;

    • 2.

      voorzien van een plat dak;

    • 3.

      gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;

    • 4.

      onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;

    • 5.

      bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en

    • 6.

      zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;

  • d.

    een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      niet hoger dan 4 m; en

    • 2.

      alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;

  • e.

    een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien;

  • f.

    een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;

    • 2.

      op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en

    • 3.

      achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied;

  • g.

    een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:

    • 1.

      een silo; of

    • 2.

      een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m;

  • h.

    een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of

  • i.

    een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;

    • 2.

      geen uitbreiding van het bouwvolume; en

    • 3.

      geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed
  • 1.

    Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.

  • 2.

    Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.

  • 3.

    Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om:

    • a.

      inpandige wijzigingen;

    • b.

      een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;

    • c.

      een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of

    • d.

      een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

  • 4.

    Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij:

    • a.

      het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of

    • b.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen
  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:

    • a.

      de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4;

    • b.

      het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en

    • c.

      de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:

      • 1.

        de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of

      • 2.

        bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als:

    • a.

      het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of

    • b.

      het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.

Artikel 22.30 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie
  • 1.

    De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

  • 3.

    Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.

Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit

Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22.29.

Artikel 22.32 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

  • 2.

    Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:

    • a.

      artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • b.

      artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • c.

      artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:

    • a.

      een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of

    • b.

      een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.

Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
  • 1.

    Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.

  • 2.

    Artikel 22.303, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een opgave van de bouwkosten;

  • b.

    het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • c.

    een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • d.

    een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

    • 1.

      de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;

    • 2.

      de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;

    • 3.

      de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;

    • 4.

      de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en

    • 5.

      het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;

  • e.

    de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen;

  • f.

    de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein;

  • g.

    gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld;

  • h.

    voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;

  • i.

    de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

    • 1.

      tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;

    • 2.

      principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;

    • 3.

      kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en

    • 4.

      een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking;

  • j.

    als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie:

    • 1.

      de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en

    • 2.

      als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en

  • k.

    overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

SubParagraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan
Artikel 22.36 Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan

Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van afdeling 22.3 zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan:

  • a.

    het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.27, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:

      • i.

        5 m;

      • ii.

        0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en

      • iii.

        het hoofdgebouw;

    • 2.

      voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw:

      • i.

        als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en

      • ii.

        functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;

    • 3.

      de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan:

      • i.

        bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied;

      • ii.

        bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en

      • iii.

        bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; en

    • 4.

      uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan:

      • i.

        een woonwagen;

      • ii.

        een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of

      • iii.

        een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;

  • b.

    het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding als bedoeld in artikel 22.27, onder f; en

  • c.

    het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen
  • 1.

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 22.36, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen:

    • a.

      in zijn geheel of in delen verplaatsbaar;

    • b.

      de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en

    • c.

      buiten de bebouwde kom.

Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed

Artikel 22.36 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:

  • a.

    in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of

  • b.

    op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid

Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:

  • a.

    op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen;

  • b.

    op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of

  • c.

    op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:

    • 1.

      artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;

    • 2.

      artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 3.

      artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 4.

      artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 5.

      artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 6.

      artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 7.

      artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 8.

      artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 9.

      artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 10.

      artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 11.

      artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 12.

      artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of

    • 13.

      artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.

Paragraaf 22.2.8 Overgangsrecht bestaande bouwwerken

Artikel 22.40 Overgangsrecht bestaande bouwwerken

Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.

Afdeling 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN

Paragraaf 22.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      wonen;

    • b.

      het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;

    • c.

      een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;

    • d.

      doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;

    • e.

      een evenement:

      • 1.

        dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen;

      • 2.

        dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of

      • 3.

        waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening;

    • f.

      het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en

    • g.

      bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

  • 3.

    Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

  • 4.

    Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in Paragraaf 22.3.7.

Artikel 22.42 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het waarborgen van de veiligheid;

  • b.

    het beschermen van de gezondheid; en

  • c.

    het beschermen van het milieu, waaronder:

    • 1.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;

    • 2.

      het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en

    • 3.

      een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 22.43 Normadressaat

Aan deze afdeling wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 22.44 Specifieke zorgplicht
  • 1.

    Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.42, is verplicht:

    • a.

      alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • 2.

    Deze plicht houdt in ieder geval in dat:

    • a.

      alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

    • b.

      alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;

    • c.

      de beste beschikbare technieken worden toegepast;

    • d.

      geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;

    • e.

      alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet;

    • f.

      afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;

    • g.

      metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;

    • h.

      meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd;

    • i.

      voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en

    • j.

      afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

  • 3.

    De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat:

    • a.

      de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en

    • b.

      de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

  • 4.

    Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.45 Maatwerkvoorschriften
Artikel 22.46 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van:

  • a.

    de aanduiding van de activiteit;

  • b.

    de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;

  • c.

    het adres waarop de activiteit wordt verricht; en

  • d.

    de dagtekening.

Artikel 22.47 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat
  • 1.

    Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 22.46, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders
  • 1.

    Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van dit omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

  • 2.

    Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.

Artikel 22.49 Informeren over een ongewoon voorval
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor:

    • a.

      milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    • b.

      ongewone voorvallen bij wonen.

Artikel 22.50 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
  • 1.

    Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:

    • a.

      informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan;

    • b.

      informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen;

    • c.

      andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en

    • d.

      informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor:

    • a.

      milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    • b.

      ongewone voorvallen bij wonen.

Paragraaf 22.3.2 Energiebesparing

Artikel 22.51 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.52 Energie: maatregelen
  • 1.

    Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar worden getroffen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      als het energieverbruik van de activiteit en andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen;

    • b.

      als artikel 15.51 of 16.5 van de Wet milieubeheer van toepassing is; of

    • c.

      op energiebesparende maatregelen aan een gebouw of gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 3.

    Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan door het treffen van de maatregelen die zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling.

  • 4.

    Dit artikel is van toepassing tot 1 december 2023.

  • 5.

    Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gegevens en bescheiden zijn verstrekt of hadden moeten worden verstrekt, blijven de uit artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, volgende verplichtingen en de verplichtingen volgend uit de regels die bij of krachtens dat artikel in samenhang met artikel 1.7, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn gesteld, tot 1 december 2023 van toepassing.

  • 6.

    Op een activiteit waarop het vijfde lid van toepassing is, zijn gedurende de periode, bedoeld in dat lid, het eerste tot en met vierde niet van toepassing.

Paragraaf 22.3.3 Zwerfafval

Artikel 22.53 Afval: zwerfvuil

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen worden binnen een straal van 25 m rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn.

Paragraaf 22.3.4 Geluid

SubParagraaf 22.3.4.1 Algemene bepalingen
Artikel 22.54 Toepassingsbereik
  • 1.

    Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit:

    • a.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    • b.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en

    • c.

      op een niet-geluidgevoelige gevel.

  • 3.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van:

    • a.

      het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

    • b.

      spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.

  • 4.

    Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als:

    • a.

      een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of

    • b.

      een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.

Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van Artikel 22.54 Toepassingsbereik is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als:

    • a.

      de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en

    • b.

      het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.56 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit

Onverminderd artikel 22.41 worden voor de toepassing van paragraaf 22.3.4 als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

  • a.

    rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of

  • b.

    elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 22.57 Geluid: waar waarden gelden

De waarden voor het geluid door een activiteit gelden:

  • a.

    als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel;

  • b.

    als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen;

  • c.

    in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en

  • d.

    als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 22.58 Geluid: functionele binding

De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 22.59 Geluid: voormalige functionele binding

Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor geluid niet van toepassing op of in een geluidgevoelig gebouw dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn.

Artikel 22.60 Geluid: onderzoek
  • 1.

    In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht:

    • a.

      als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen;

    • b.

      bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • c.

      als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt;

    • d.

      bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden;

    • e.

      bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken;

    • f.

      bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren;

    • g.

      bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m;

    • h.

      bij een buitenschietbaan als bedoeld in Artikel 22.79 Toepassingsbereik; en

    • i.

      als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:

      • 1.

        in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

        • i.

          70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of

        • ii.

          80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of

      • 2.

        in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.

  • 2.

    Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.

  • 3.

    Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.

  • 4.

    Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan:

    • a.

      de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.4.2, 22.3.4.3 en 22.3.4.4; of

    • b.

      de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.

Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in Artikel 22.60 Geluid: onderzoek, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het zesde en zevende lid zijn van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein.

  • 4.

    Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing op een activiteit waar:

    • a.

      tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn;

    • b.

      het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

    • c.

      70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;

    • d.

      80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1;

    • e.

      in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht;

    • f.

      in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;

    • g.

      geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;

    • h.

      geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt;

    • i.

      geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s;

    • j.

      geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en

    • k.

      geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt.

  • 5.

    Het zesde en zevende lid zijn ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, het eerste of tweede lid van dit artikel of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

  • 6.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

    • c.

      de grenzen van het terrein; en

    • d.

      de ligging van de gebouwen;

    • e.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • f.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 7.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

SubParagraaf 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen
Artikel 22.62 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 en 22.3.4.4.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.

  • 3.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op een windpark met 3 of meer windturbines.

Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.

    Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw
     

    07.00 – 19.00 uur

    19.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    50 dB(A)

    45 dB(A)

    40 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    65 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.

    Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein
     

    07.00 – 19.00 uur

    19.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    75 dB(A)

    70 dB(A)

    65 dB(A)

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.

    Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw
     

    07.00 – 19.00 uur

    19.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    35 dB(A)

    30 dB(A)

    25 dB(A)

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A)

  • 4.

    De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.

Artikel 22.64 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste, derde en vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4.

    Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden
     

    07.00 – 21.00 uur

    21.00 – 07.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    50 dB(A)

    40 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.

Artikel 22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5.

    Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen

    45 dB(A)

    40 dB(A)

    35 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    65 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, derde lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.

    Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen

    35 dB(A)

    30 dB(A)

    25 dB(A)

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A)

  • 3.

    Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:

    • a.

      laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur;

    • b.

      laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en

    • c.

      het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.

Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.7.

    Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    50 dB(A)

    45 dB(A)

    40 dB(A

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    70 dB(A)

    65 dB(A)

    60 dB(A)

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van artikel 22.63, derde lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.8.

    Tabel 22.3.8 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
     

    06.00 – 19.00 uur

    19.00 – 22.00 uur

    22.00 – 06.00 uur

    Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

    35 dB(A)

    30 dB(A)

    25 dB(A)

    Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

    55 dB(A)

    50 dB(A)

    45 dB(A)

  • 3.

    Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:

    • a.

      het laden en lossen in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur;

    • b.

      het laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in de genoemde periode plaatsvindt; en

    • c.

      het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.

Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening
  • 1.

    Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.

  • 2.

    Als een agrarische activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening andere waarden gelden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in de artikelen 22.65, eerste lid, en 22.66, eerste lid, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.

Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012

Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in de artikelen 22.63, eerste lid, 22.64, eerste lid, 22.65, eerste lid en 22.66, eerste lid, als de locatie van de drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012:

  • a.

    voor een woonschip was bestemd; of

  • b.

    in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en:

    • 1.

      voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd; of

    • 2.

      de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in dit omgevingsplan is toegelaten.

Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking
  • 1.

    Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijven het eerste en tweede lid van dat artikel gelden.

  • 2.

    Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, zesde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijft dat lid gelden.

Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen
  • 1.

    Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen en Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein, blijft buiten beschouwing:

    • a.

      het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval;

    • b.

      het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein;

    • c.

      het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten;

    • d.

      het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs;

    • e.

      het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang;

    • f.

      het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden;

    • g.

      het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen;

    • h.

      het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen;

    • i.

      het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en

    • j.

      het traditioneel schieten, bedoeld in paragraaf 22.3.21, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.

  • 2.

    Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in de Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen en Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:

    • a.

      het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of

    • b.

      het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.

  • 3.

    De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in de Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als:

    • a.

      voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en

    • b.

      het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).

Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein

Als de activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in de artikelen 22.63, eerste lid, en 22.64, eerste lid ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 22.72 Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond
  • 1.

    Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen, blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.

  • 2.

    Bij het stomen van grond met een installatie van derden worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op:

    • a.

      de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt;

    • b.

      de locatie waarop de installatie wordt opgesteld; en

    • c.

      het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten
  • 1.

    De waarden, bedoeld in de in Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van:

    • a.

      festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en

    • b.

      andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar.

  • 2.

    Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.

Artikel 22.74 Geluid: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.

SubParagraaf 22.3.4.3 Geluid door windturbines
Artikel 22.75 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een geluidgevoelig gebouw.

  • 2.

    Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines.

Artikel 22.76 Geluid: waarden windturbines

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark op een geluidgevoelig gebouw, ten hoogste 47 Lden en 41 Lnight.

Artikel 22.77 Registratie gegevens windturbines
  • 1.

    De volgende gegevens worden geregistreerd:

    • a.

      de emissieterm LE, bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar; en

    • b.

      de voor de duur van een handhavingsmeting benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte, bedoeld in paragraaf 1.6 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling.

  • 2.

    De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.

Artikel 22.78 Geluid: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid Lden of Lnight, bedoeld in artikel 22.76, is artikel 6.8 van de Omgevingsregeling van toepassing.

SubParagraaf 22.3.4.4 Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen
Artikel 22.79 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het geluid op een geluidgevoelig gebouw door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of een gebouw met een open zijde gelegen:

    • a.

      civiele schietbaan waar met vuurwapens wordt geschoten; of

    • b.

      militaire schietbaan of militair springterrein op een militair terrein.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden.

Artikel 22.80 Geluid: waarden buitenschietbanen

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit als bedoeld in Artikel 22.79 Toepassingsbereik op een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 50 Bs,dan.

Artikel 22.81 Registratie gegevens buitenschietbanen
  • 1.

    De volgende gegevens worden geregistreerd:

    • a.

      dagelijks het aantal schoten of ontploffingen per wapentype, per dag-, avond- en nachtperiode, per baan; en

    • b.

      voor de duur van de handhavingsmeting, bedoeld in onderdeel 4.4.1 van bijlage XXVII bij de Omgevingsregeling, de gebruikte wapens en verschoten munitie.

  • 2.

    De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.

Artikel 22.82 Geluid: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid Bs,dan, bedoeld in Artikel 22.80 Geluid: waarden buitenschietbanen, is artikel 6.9 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Paragraaf 22.3.5 Trillingen

Artikel 22.83 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit:

    • a.

      in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en

    • b.

      in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

Artikel 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

In afwijking van artikel 22.83, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

  • a.

    in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

  • b.

    in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.85 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit

Onverminderd artikel 22.41 worden voor de toepassing van deze paragraaf als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

  • a.

    rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of

  • b.

    elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 22.86 Trillingen: functionele binding

De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 22.87 Trillingen: voormalige functionele binding

Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor trillingen niet van toepassing in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of op grond van een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.85 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor trillingen niet van toepassing zijn.

Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor continue trillingen
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 22.3.9.

  • 2.

    Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 22.3.9.

    Tabel 22.3.9 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten

    Soort

    waarden

     

    07.00 – 23.00 uur

    23.00 – 07.00 uur

    A1 trillingssterkte Vmax

    0,1

    0,1

    A2 trillingssterkte Vmax

    0,4

    0,2

    A3 trillingssterkte Vper

    0,05

    0,05

Artikel 22.89 Trillingen: meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van de continue trillingen, bedoeld in deze paragraaf, is artikel 6.11 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Paragraaf 22.3.6 Geur

SubParagraaf 22.3.6.1 Algemene bepalingen
Artikel 22.90 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en Artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  • 1.

    In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en Artikel 22.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en Artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.92 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden

De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en Artikel 22.245, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden:

  • a.

    als het gaat om een geurgevoelig object: op of tot de gevel;

  • b.

    als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en

  • c.

    in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.

Artikel 22.93 Geur: functionele binding

De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en Artikel 22.245, zijn niet van toepassing als het geurgevoelig object een functionele binding heeft met de activiteit.

Artikel 22.94 Geur: voormalige functionele binding

Bij een activiteit zijn de waarden, bedoeld in paragraaf 22.3.6.2, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en Artikel 22.245, niet van toepassing op een geurgevoelig object dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, behoort of heeft behoord tot die activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.96 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden en afstanden voor geur niet van toepassing zijn.

Artikel 22.95 Geur: cumulatie

Bij de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en Artikel 22.245, is geen rekening gehouden met de cumulatie van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen.

SubParagraaf 22.3.6.2 Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf
Artikel 22.96 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het beginnen met of het wijzigen of uitbreiden van het in een dierenverblijf houden van:

    • a.

      landbouwhuisdieren; en

    • b.

      paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het houden van minder dan 10 schapen, 5 paarden en pony’s, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen en 10 overige landbouwhuisdieren.

Artikel 22.97 Geur vanaf waar afstanden gelden

Een afstand als bedoeld in deze paragraaf geldt vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor de geur op een geurgevoelig object door de activiteit niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.10.

    Tabel 22.3.10 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel op een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

    Geurgevoelig object

    Waarde

    Gelegen binnen de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    2,0 ouE/m3

    Gelegen binnen de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    3,0 ouE/m3

    Gelegen buiten de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    8,0 ouE/m3

    Gelegen buiten de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

    14,0 ouE/m3

  • 2.

    Op het berekenen van de geur, bedoeld in het eerste lid, is artikel 6.14 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 22.99 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden
  • 1.

    Als onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de geur op een locatie rechtmatig meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in artikel 22.98, eerste lid, mag, in afwijking van Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

    • a.

      het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen, en

    • b.

      de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op die locatie niet toenemen.

  • 2.

    Voor gevallen als bedoeld in het eerste lid mag het aantal landbouwhuisdieren van een of meer diercategorieën met geuremissiefactor alleen toenemen als:

    • a.

      een geurbelastingreducerende maatregel wordt getroffen; en

    • b.

      de totale geur na het uitbreiden niet meer bedraagt dan het gemiddelde van de waarde, bedoeld in Artikel 22.96 Toepassingsbereik, en de waarde van de geur die de activiteit onmiddellijk voorafgaand aan het treffen van de maatregel rechtmatig mocht veroorzaken.

Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten

Artikel 22.98, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende geurgevoelige objecten:

  • a.

    een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;

  • b.

    een geurgevoelig object dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;

  • c.

    een geurgevoelig object met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:

    • 1.

      op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf;

    • 2.

      in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en

    • 3.

      in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; en

  • d.

    een geurgevoelig object dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig object met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.

Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

Artikel 22.101 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: afstand

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand tot een geurgevoelig object, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.12.

Tabel 22.3.12 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden

Geurgevoelig object

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

Artikel 22.102 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand
Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony’s voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf
  • 1.

    Onverminderd de Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor of zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.13.

    Tabel 22.3.13 Afstand gevel dierenverblijf tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden

    Geurgevoelig object

    Afstand

    Gelegen binnen de bebouwde kom

    50 m

    Gelegen buiten de bebouwde kom

    25 m

  • 2.

    In afwijking van Artikel 22.97 Geur vanaf waar afstanden gelden geldt de afstand, bedoeld in het eerste lid, vanaf de gevel van een dierenverblijf.

Artikel 22.104 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony’s voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

  • a.

    die afstand niet afnemen;

  • b.

    de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig object niet toenemen; en

  • c.

    het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie met geuremissiefactor niet toenemen.

Artikel 22.105 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden of pony’s die gehouden worden voor het berijden, op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 22.103, eerste lid, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden:

  • a.

    die afstand niet afnemen; en

  • b.

    het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen.

SubParagraaf 22.3.6.3 [Vervallen]

[Vervallen]

Artikel 22.106 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.107 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.108 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.109 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.110 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.111 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.112 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.113 [Vervallen]

[Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.6.4 Geur door andere agrarische activiteiten
Artikel 22.114 Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van:

    • a.

      vaste mest die afkomstig is van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden;

    • b.

      champost; of

    • c.

      dikke fractie.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op:

    • a.

      het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van 3 m3 of minder;

    • b.

      het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op een plek; en

    • c.

      het opslaan van meer dan 600 m3 vaste mest.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.17.

    Tabel 22.3.17 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie

    Opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie

    Afstand

    Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.115 Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3.

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.18.

    Tabel 22.3.18 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong

    Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong

    Afstand

    Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.116 Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van:

    • a.

      kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m3; en

    • b.

      vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m3.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.19.

    Tabel 22.3.19 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen

    Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen

    Afstand

    Niet afgedekt opslaan

    50 m

    Afgedekt opslaan

    25 m

Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m2 of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m3.

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt van het mestbassin tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.20.

    Tabel 22.3.20 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin

    Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin

    Afstand tot geurgevoelig gevoelig object

     

    Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

    Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

    Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2

    50 m

    25 m

    Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2

    100 m

    50 m

Artikel 22.118 Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het exploiteren van een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 4.864 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.21.

    Tabel 22.3.21 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten

    Voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten

    Afstand

    Geurgevoelig object, gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object, gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.119 Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand
  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.

  • 3.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de composteringshoop of de opslagplaats voor groenafval tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.22.

    Tabel 22.3.22 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het composteren of opslaan van groenafval

    Composteren of opslaan van groenafval

    Afstand

    Geurgevoelig object, gelegen binnen de bebouwde kom

    100 m

    Geurgevoelig object, gelegen buiten de bebouwde kom

    50 m

Artikel 22.120 Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking
SubParagraaf 22.3.6.5 Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken
Artikel 22.121 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 3.173 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde
  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de geur op een geurgevoelig object niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.23.

    Tabel 22.3.23 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig object

    Activiteit

    Geurgevoelig object

    Grenswaarde

    Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk

    Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

    0,5 ouE/m3

    Gelegen:

    – op een gezoneerd industrieterrein;

    – op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    – op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of

    – buiten de bebouwde kom

    1 ouE/m3

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is de geur op een geurgevoelig object door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.24.

    Tabel 22.3.24 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk opgericht voor 1 februari 1996 op een geurgevoelig object

    Activiteit

    Geurgevoelig object

    Grenswaarde

    Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996

    Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

    1,5 ouE/m3

    Gelegen:

    – op een gezoneerd industrieterrein;

    – op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    – op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of

    – buiten de bebouwde kom

    3,5 ouE/m3

  • 3.

    Op het berekenen van de geur is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten

De waarden, bedoeld in artikel 22.122, eerste lid, zijn niet van toepassing op de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, op geurgevoelige objecten die:

  • a.

    op het moment van verlening van de vergunning niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gebouwd; of

  • b.

    in de vergunning niet als geurgevoelig werden beschouwd.

Artikel 22.124 Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking

Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch werk als bedoeld in de artikelen 22.122, tweede lid, en Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten, is de waarde van de geur op een geurgevoelig object als gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger dan de waarde voor geur op een geurgevoelig object, voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden, bedoeld in artikel 22.122, eerste lid, niet worden overschreden.

Paragraaf 22.3.7 [Vervallen]

SubParagraaf 22.3.7.1 [Vervallen]
Artikel 22.125 [Vervallen]

Regels over ‘Nazorg verrichten na saneren van de bodem’ in paragraaf 5.7.3

Artikel 22.126 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.7.2 [Vervallen]
Artikel 22.127 [Vervallen]

Regels over ‘Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde’ in paragraaf 5.7.1

Artikel 22.128 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.129 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.130 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.7.3 [Vervallen]
Artikel 22.131 [Vervallen]

Regels over ‘Activiteit verrichten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico’ in paragraaf 5.7.2

Artikel 22.132 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.133 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.134 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.135 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.136 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.7.4 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.8 [Vervallen]

SubParagraaf 22.3.8.1 [Vervallen]
Artikel 22.137 [Vervallen]

Regels over ‘Grondwater lozen bij sanering of ontwatering’ in paragraaf 5.6.5

Artikel 22.138 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.139 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.140 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.141 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.2 [Vervallen]
Artikel 22.142 [Vervallen]

Regels over ‘Afvloeiend hemelwater en grondwater lozen’ in paragraaf 5.6.6

Artikel 22.143 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.144 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.3 [Vervallen]
Artikel 22.145 [Vervallen]

Regels over ‘Huishoudelijk afvalwater lozen’ in paragraaf 5.6.7

Artikel 22.146 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.147 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.148 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.149 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.150 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.4 [Vervallen]
Artikel 22.151 [Vervallen]

Regels over ‘Koelwater lozen’ in paragraaf 5.6.8

Artikel 22.152 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.153 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.5 [Vervallen]
Artikel 22.154 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken’ in paragraaf 5.6.9

Artikel 22.155 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.6 [Vervallen]
Artikel 22.156 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen’ in paragraaf 5.6.10

Artikel 22.157 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.158 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.159 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.160 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.161 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.7 [Vervallen]
Artikel 22.162 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater’ in paragraaf 5.6.11

Artikel 22.163 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.164 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.8 [Vervallen]
Artikel 22.165 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen’ in paragraaf 5.6.12

Artikel 22.166 [Vervallen]

[Gereserveerd]

SubParagraaf 22.3.8.9 [Vervallen]
Artikel 22.167 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen’ in paragraaf 5.6.13

Artikel 22.168 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.169 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.9 [Vervallen]

Artikel 22.170 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen’ in paragraaf 5.6.14

Artikel 22.171 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.172 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.173 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.174 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.175 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.176 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.10 [Vervallen]

Artikel 22.177 [Vervallen]

Regels over’ Afvalwater lozen bij maken van betonmortel’ in paragraaf 5.6.15

Artikel 22.178 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.179 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.180 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.11 [Vervallen]

Artikel 22.181 [Vervallen]

Regels over ‘Beton uitwassen’ in paragraaf 5.6.16

Artikel 22.182 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.183 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.184 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.12 [Vervallen]

Artikel 22.185 [Vervallen]

Regels over ‘Recreatieve visvijver exploiteren’ in paragraaf 5.6.17

Artikel 22.186 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.187 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.13 [Vervallen]

Artikel 22.188 [Vervallen]

Regels over ‘Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken’ in paragraaf 5.6.18

Artikel 22.189 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.190 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.191 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.14 [Vervallen]

Artikel 22.192 [Vervallen]

Regels over ‘Motorvoertuig wassen’in paragraaf 5.6.19

Artikel 22.193 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.194 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.195 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.15 [Vervallen]

Artikel 22.196 [Vervallen]

Regels over ‘Niet-industrieel voedsel bereiden’ in paragraaf 5.6.21

Artikel 22.197 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.198 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.199 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.16 [Vervallen]

Artikel 22.200 [Vervallen]

Regels over ‘Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren’ in paragraaf 5.6.22

Artikel 22.201 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.17 [Vervallen]

Artikel 22.202 [Vervallen]

Regels over ‘Dieren slachten en dierlijke bijproducten, vlees, vis of organen bewerken’ in paragraaf 5.6.23

Artikel 22.203 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.204 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.205 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.206 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.207 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.208 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.209 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.210 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.211 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.212 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.213 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.18 [Vervallen]

Artikel 22.214 [Vervallen]

Regels over ‘Elektriciteit opwekken met een windturbine’ in paragraaf 5.6.24

Artikel 22.215 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.216 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.217 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.218 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.219 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.220 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.19 [Vervallen]

Artikel 22.221 [Vervallen]

Regels over ‘Acculader in werking hebben’ in paragraaf 5.6.25

Artikel 22.222 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.223 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.20 [Vervallen]

Artikel 22.224 [Vervallen]

Regels over ‘Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage’ in paragraaf 5.6.26

Artikel 22.225 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.226 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.21 Traditioneel schieten

Artikel 22.227 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht.

Artikel 22.228 Gegevens en bescheiden
  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in Artikel 22.227 Toepassingsbereik worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; en

      • 3.

        de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.229 Bodem en externe veiligheid

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het beperken van verontreiniging van de bodem vindt het schieten op zodanige wijze plaats dat alle afgeschoten kogels worden opgevangen in een voorziening.

Artikel 22.230 Bodem: bodembeschermende voorziening
  • 1.

    Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel schieten plaats boven een bodembeschermende voorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen.

  • 2.

    De voorziening voor het opvangen van afgeschoten kogels, bedoeld in Artikel 22.229 Bodem en externe veiligheid, is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening.

Artikel 22.231 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.

Artikel 22.232 Bodem: eindonderzoek bodem
  • 1.

    Bij het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.

  • 2.

    Het eindonderzoek bodem gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt op het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden.

  • 3.

    Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

Artikel 22.233 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat:

  • a.

    de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht;

  • b.

    de wijze waarop het onderzoek is verricht;

  • c.

    de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;

  • d.

    informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein;

  • e.

    bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en

  • f.

    als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld, de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt.

Artikel 22.234 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit

Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
  • 1.

    Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit hersteld tot:

    • a.

      de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit;

    • b.

      de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of

    • c.

      de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.

  • 2.

    Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

Artikel 22.236 Informeren: herstelwerkzaamheden

Paragraaf 22.3.22 [Vervallen]

Artikel 22.237 [Vervallen]

Regel over ‘Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht’ in paragraaf 5.6.27

Artikel 22.238 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.239 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.23 [Vervallen]

Artikel 22.240 [Vervallen]

Regels over ‘Vaste mest opslaan’ in paragraaf 5.6.28

Artikel 22.241 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.242 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.243 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.244 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.245 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.24 [Vervallen]

Artikel 22.246 [Vervallen]

Regels over ‘Kuilvoer of vaste bijvoermiddelen opslaan’ in paragraaf 5.6.30

Artikel 22.247 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.248 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.249 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.250 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.251 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.25 [Vervallen]

Artikel 22.252 [Vervallen]

Regels over ‘Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels’ in paragraaf 5.6.31

Artikel 22.253 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.254 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.255 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.256 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.257 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Paragraaf 22.3.26 Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten

Artikel 22.258 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 22.259 Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning het verwerken van polyesterhars waarbij 1 kg of meer organische peroxiden van ADR klasse 5.2 aanwezig is, te beginnen of te veranderen.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een beschrijving verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om de emissie van styreen te beperken.

  • 3.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als geurhinder wordt voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt.

Artikel 22.260 [Vervallen]

Regels over ‘Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken’ in paragraaf 5.6.3

Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning maden van vliegende insecten te kweken.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een aanduiding van het soort maden dat wordt gekweekt;

    • b.

      het aantal maden dat ten hoogste zal worden gehouden;

    • c.

      een beschrijving van de voorziening waarin de maden worden gehouden; en

    • d.

      de maatregelen die worden getroffen om hinder voor de omgeving te voorkomen.

Artikel 22.262 Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning propaan of propeen op te slaan in meer dan twee opslagtanks met een inhoud van meer dan 150 l.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het aantal opslagtanks, met voor iedere opslagtank:

      • 1.

        de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters;

      • 2.

        de grootte in kubieke meters; en

      • 3.

        een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank;

    • b.

      als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3:

      • 1.

        de jaarlijkse doorzet in kubieke meters;

      • 2.

        als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank;

      • 3.

        als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp; en

      • 4.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet, die zich kunnen voordoen en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen daarvan; en

    • c.

      als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3 of meer dan 50 m3 propaan of propeen:

      • 1.

        de gegevens en bescheiden, genoemd onder b;

      • 2.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

      • 3.

        de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

Artikel 22.263 Omgevingsvergunning tanken met LPG
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning voertuigen of werktuigen te tanken met LPG.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het aantal opslagtanks dat aanwezig is;

    • b.

      de coördinaten van:

      • 1.

        het vulpunt;

      • 2.

        de bovengrondse vloeistofvoerende leiding;

      • 3.

        de aansluitpunten van die leiding en pomp;

      • 4.

        de bovengrondse opslagtank; en

      • 5.

        de tankzuil;

    • c.

      het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • d.

      de hoeveelheid LPG die ten hoogste wordt opgeslagen; en

    • e.

      een inschatting van de doorzet van LPG in m3 per jaar.

Artikel 22.264 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een installatie in werking te hebben waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding worden gebracht met als doel het opwekken van een schokgolf.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een installatie waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding gebracht, worden de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      de aard en omvang van de geluidemissies;

    • b.

      de door de activiteit veroorzaakte geluidimmissie; en

    • c.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te beperken.

Artikel 22.265 Omgevingsvergunning biologische agens
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een praktijkruimte of laboratorium in werking te hebben waar gericht wordt gewerkt met biologische agens, met uitzondering van biologische agens die ingedeeld zijn of worden in groep 1 of groep 2 als gevolg van de indeling van risicogroepen van de richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG) (PbEG 2000, L 262).

  • 2.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de groep waarin het biologisch agens is of wordt ingedeeld als gevolg van de indeling in risicogroepen van de richtlijn biologische agentia;

    • b.

      informatie over de op grond van artikel 2.22, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen ziekteverwekkers; en

    • c.

      een aanduiding van de ligging van de ruimten waar gewerkt wordt met het biologisch agens.

Artikel 22.266 Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen
  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning ingeperkt gebruik als bedoeld in het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 te verrichten.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013; of

    • b.

      ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 2.2 of 2.8 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 zijn ingeschaald in de categorie van fysische inperking S-I.

  • 3.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      per type werkruimte als bedoeld in bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 het maximale aantal werkruimten:

      • 1.

        waarop inperkingsniveau I of II van toepassing is;

      • 2.

        waarop inperkingsniveau III van toepassing is; en

    • b.

      een plattegrond van de locatie waarop het ggo-gebied is aangegeven.

Artikel 22.267 [Vervallen]

Regels over ‘Vaste mest opslaan’ en ‘Drijfmest, digestaat of dunne fractie opslaan’ In paragraaf 5.6.28 en Paragraaf 5.6.29

Artikel 22.268 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen – algemeen’ in paragraaf 5.6.4

Artikel 22.269 [Vervallen]

Regels over ‘Afvalwater lozen – algemeen’ in paragraaf 5.6.4

Artikel 22.270 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten, bedoeld in de Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten, zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 22.4 AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER GELUIDPRODUCTIEPLAFONDS

Artikel 22.271 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen of wijzigen van een weg of spoorweg, tenzij:

  • a.

    aan de aanleg of wijziging een besluit tot vaststelling van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten grondslag ligt; of

  • b.

    het een rijksweg, provinciale weg of bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg betreft.

Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als:

    • a.

      deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied;

    • b.

      een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt;

    • c.

      de snelheid wordt verlaagd;

    • d.

      een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking;

    • e.

      de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of

    • f.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 50 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw;

      • 2.

        als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of

      • 3.

        als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB: niet meer dan 2 dB meer dan de heersende waarde.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als:

    • a.

      de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging;

    • b.

      spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m;

    • c.

      spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m;

    • d.

      de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of

    • e.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde; en

      • 2.

        niet meer dan 63 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.

Artikel 22.273 Aandachtsgebied

  • 1.

    Het aandachtsgebied van een weg, met inbegrip van een spoorweg die is verweven of gebundeld met delen van die weg, bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de weg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste rijstrook of spoorstaaf:

    • a.

      binnen een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tenzij het een autoweg of autosnelweg betreft:

      • 1.

        voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 m; en

      • 2.

        voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 m.

    • b.

      buiten die bebouwde kom of voor een autoweg of autosnelweg:

      • 1.

        voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 m;

      • 2.

        voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 m; en

      • 3.

        voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 m.

  • 2.

    Het aandachtsgebied van een spoorweg die niet is verweven of gebundeld met delen van een weg, bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de spoorweg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf:

    • a.

      voor een spoorweg in een tunnel: 25 m; en

    • b.

      voor een andere spoorweg: 100 m.

  • 3.

    Als zich langs een weg of spoorweg een aandachtsgebied bevindt dat bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende delen dat het breedste deel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat deel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de breedte, nog langs de as van de weg of spoorweg doorloopt en met een loodlijn aansluit op het smalste aandachtsgebied.

  • 4.

    Aan de uiteinden van een weg of spoorweg loopt het aandachtsgebied door over een afstand gelijk aan de breedte van dat gebied ter hoogte van dat uiteinde. Het aandachtsgebied loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de as van de weg of spoorweg en behoudt de breedte die het had ter hoogte van het uiteinde.

Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een akoestisch onderzoek naar:

    • 1.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;

    • 2.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;

    • 3.

      het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen; en

    • 4.

      de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;

  • b.

    een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en

  • c.

    een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.

Artikel 22.276 Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat:

  • a.

    maatregelen als bedoeld in artikel 22.274, onder a, onder 4, worden getroffen, als deze doelmatig zijn; en

  • b.

    maatregelen als bedoeld in artikel 22.274, onder c, worden getroffen.

Afdeling 22.5 OVERIGE ACTIVITEITEN

Paragraaf 22.5.1 Vergunningplichten en beoordelingsregels voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

Artikel 22.277 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op een regel in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, op grond waarvan:

  • a.

    het is verboden zonder omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;

  • b.

    het is verboden zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten; of

  • c.

    bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels in dat tijdelijke deel van dit omgevingsplan.

Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid waarvoor op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een omgevingsvergunning is vereist, wordt, als die activiteit niet in strijd is met de in dat tijdelijke deel gestelde regels over het verlenen van de vergunning voor die activiteit, in afwijking van die regels de omgevingsvergunning voor die activiteit geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:

    • a.

      een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of

    • b.

      een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht

Artikel 22.279 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk

Voor zover in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat het is verboden zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten, kan de omgevingsvergunning in ieder geval worden verleend als het naar het oordeel van het bevoegd gezag aannemelijk is dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

Voor zover voor een activiteit in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels, geldt deze bepaling als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Artikel 22.281 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen

Voor zover de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet gestelde regels over het voor een activiteit als bedoeld in Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet bij omgevingsvergunning afwijken van regels in dat tijdelijke deel de verplichting bevatten om als de activiteit niet in strijd is met die regels de omgevingsvergunning te verlenen, wordt deze verplichting gelezen als een bevoegdheid.

Artikel 22.282 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht
  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet die in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, gestelde regels over afwijking, kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel.

  • 2.

    Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:

    • a.

      artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • b.

      artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • c.

      artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Paragraaf 22.5.2 Aanvraagvereisten

SubParagraaf 22.5.2.1 Algemene bepalingen.
Artikel 22.283 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die is vereist op grond van:

SubParagraaf 22.5.2.2 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet
Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de te gebruiken materialen;

    • b.

      de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en

    • c.

      de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

  • 2.

    Voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld

Artikel 22.285 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

SubParagraaf 22.5.2.3 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 22.280 van dit omgevingsplan
Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b.

      een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

      • 1.

        de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;

      • 2.

        de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;

      • 3.

        de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;

      • 4.

        de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en

      • 5.

        het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.

  • 2.

    Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

SubParagraaf 22.5.2.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet
Artikel 22.287 [Vervallen]

Regels over ‘Gemeentelijke monumentenactiviteiten en andere activiteiten die gemeentelijke monumenten betreffen’ en ‘Activiteiten in of op archeologische monumenten of binnen gebieden met archeologische verwachtingen’ in paragraaf 5.4.1 en paragraaf 5.4.2

Artikel 22.288 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.289 [Vervallen]

Tekeningen als bedoeld in Artikel 22.288 hebben een schaal die niet kleiner is dan:

  • a.

    1:2000, als het gaat om een topografische kaart;

  • b.

    1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en

  • c.

    1:50, als het gaat om een detailtekening.

Artikel 22.290 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.291 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.292 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.293 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.294 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.295 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

  • 2.

    Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 22.297 [Vervallen]

Regels over ‘Uitrit aanleggen’ in paragraaf 5.3.4

Artikel 22.298 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Artikel 22.299 [Vervallen]

Regels over ‘Beschermde bomen kappen en beschermde houtopstanden vellen’ in paragraaf 5.5.1

Artikel 22.300 [Vervallen]

Regels over ‘Reclame plaatsen’ in Paragraaf 5.3.10

Artikel 22.301 [Vervallen]

Regels over ‘Objecten plaatsen in openbaar toegankelijk gebied’ in paragraag 5.3.2

SubParagraaf 22.5.2.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet
Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

  • 2.

    Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

Paragraaf 22.5.3 [Vervallen]

Artikel 22.303 [Vervallen]

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 23 SLOTBEPALINGEN

Artikel 23.1 (citeertitel)

Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Bodegraven-Reeuwijk.

Bijlage I BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN

Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:

aansluitafstand:

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein:

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

AS SIKB 2000:

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018;

bebouwingsgebied:

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

BRL SIKB 2000:

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013;

BRL SIKB 7000:

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij:

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

distributienet voor warmte:

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

drijvende schiethut:

een op enig drijvend voorwerp aanwezige schuilhut ten dienste van de jacht of ten dienste van beheer en bestrijding van schade als bedoeld in de Omgevingswet;

geurgevoelig object:
  • a.

    gebouw:

    • 1.

      dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en;

    • 2.

      dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en

    • 3.

      dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of

  • b.

    geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein:

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

ISO 11423-1:

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

kampeermiddel:

een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:

  • a.

    varkens, kippen, schapen of geiten; en

  • b.

    als deze worden gehouden voor de vleesproductie:

    • 1.

      rundvee tot 24 maanden;

    • 2.

      kalkoenen;

    • 3.

      eenden; of

    • 4.

      parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

NEN 5725:

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740:

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090:

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578:

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589:

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1:

NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965:

NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966:

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 12566-1:

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673:

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693:

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;

NEN-EN 1825-1:

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2:

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 858-1/A1:

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2:

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN-ISO 10301:

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523:

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885:

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846:

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1:

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2:

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1:

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2:

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680:

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682:

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913:

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2:

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852:

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993:

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

NEN-EN-ISO 2813:

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3:

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1:

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2:

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.

NEN-EN-ISO 9377-2:

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562:

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-ISO 15705:

NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1:

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

openbaar water:

wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

straatpeil:
  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

warmteplan:

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

Bijlage II Geografische Informatieobjecten

Geografische informatieobjecten

Bebouwingscontour houtkap

/join/id/regdata/gm1901/2025/ca8bf3f8989144b3b39e30ceaf83cf66/nld@2026‑03‑18;0112b0ec09874db6902e8756ccf1adcc

Beschermde bomen

/join/id/regdata/gm1901/2025/1bca22c0bd10426e944021c399de83eb/nld@2026‑03‑18;1b4fe3e54d0c419da81ad86423ce2a81

Bijzonder welstandsgebied

/join/id/regdata/gm1901/2025/fc8f8ca1952a43e5ba5c137e570ca41e/nld@2026‑03‑18;1743ceffa7a74ecdab8f45fc51abc492

Bodemfunctiekaart - Industrie

/join/id/regdata/gm1901/2025/e17915af98e84ba1befdb92d855184e0/nld@2026‑03‑18;1327920db8a14bb0b2e9075dcb088646

Bodemfunctiekaart - Landbouw en Natuur

/join/id/regdata/gm1901/2025/e12b843073e247af91fbc2d82290bd1b/nld@2026‑03‑18;7e4f16bd4fd5436699fdffef32ed72ce

Bodemfunctiekaart - Water

/join/id/regdata/gm1901/2025/fa3fab545416445793ba77e5b617559b/nld@2026‑03‑18;84af69959873480491ee287f62c3246f

Bodemfunctiekaart - Wonen

/join/id/regdata/gm1901/2025/75b72ae774454a58bf2898c20d00f0f3/nld@2026‑03‑18;7fae5def1af24835a2eaf979442b5923

bouwhoogte

/join/id/regdata/gm1901/2025/2d44f155a31b45ac9b30449858d4aefe/nld@2026‑03‑18;6e4088c9642d4a9992eb22cda235c547

Bruidschat bouwen

/join/id/regdata/gm1901/2025/d80d6b83da074b3a836230cc9e5cd73a/nld@2026‑03‑18;5eafd70cab3a412b860da66791bdd88c

buiten een kampeerterrein

/join/id/regdata/gm1901/2025/6aeef520db5b4d3795ddc8c61a381cc0/nld@2026‑03‑18;c50307fce3a549b48b1e8bbdb51e377a

Cultuurhistorisch waardevolle objecten

/join/id/regdata/gm1901/2025/f9d54ce72aee4d9e9aa677ffcd55c854/nld@2026‑03‑18;ab8402d588764f4eb8147fae6f25bfb7

gebied met archeologische verwachting - 1

/join/id/regdata/gm1901/2025/a20ed6883672432698a9d9fcab4f84e3/nld@2026‑03‑18;ae733f9c4f284a868f21cfff9129f2fd

gebied met archeologische verwachting - 2

/join/id/regdata/gm1901/2025/e8a57960470042e9ae1e8786f2cf27e9/nld@2026‑03‑18;85b8b996b0e54d72ae6074ebd1258e89

gebied met archeologische verwachting - 3

/join/id/regdata/gm1901/2025/a48562474cbf4b16b1a333a91a554510/nld@2026‑03‑18;9b990509850b415da4bf50322a303dd5

gebied met archeologische verwachting - 4

/join/id/regdata/gm1901/2025/637f81f2849a4b69b43be12fe04eda9c/nld@2026‑03‑18;b4672ed7ddca4a459a9235c0f80c42b9

gebied met archeologische verwachting - 5

/join/id/regdata/gm1901/2025/dd37ee9d82de40c7b4e7b6004f62e9b4/nld@2026‑03‑18;354d8277e15e4432aaf4dc349f95b67e

gebied met archeologische verwachting - 6

/join/id/regdata/gm1901/2025/83f9d136729d439f9da9fa7240df1836/nld@2026‑03‑18;daf52c04364b495ebac3cdff0e5d4a30

Gemeentelijk monument

/join/id/regdata/gm1901/2025/93101046afe2445b80c9816d6e352191/nld@2026‑03‑18;05f3bc86ecca4b62a05ebcae7a0cb863

gestapeld

/join/id/regdata/gm1901/2025/a9c84982dc9b4e7d8fac3b3a47f6a17f/nld@2026‑03‑18;a9dee178bd904565a8f09f6d8bce5310

Gewoon welstandsgebied

/join/id/regdata/gm1901/2025/d143a448a3694cb3a0bb3e2187242076/nld@2026‑03‑18;d213e056e6954890958111209f75ffff

goothoogte

/join/id/regdata/gm1901/2025/d25da12a39fe4b76a825c88fc498f596/nld@2026‑03‑18;50dd5889d10a49949077db24b088f30e

Kleinschalig graven - diffuus bovengrond

/join/id/regdata/gm1901/2026/ddff3f67370840db9a41a57c13f59308/nld@2026‑03‑18;edde6be477c842d68f3ae29b30a52f35

Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (beschikt)

/join/id/regdata/gm1901/2025/3165b848f40e489babdb4ad6ac1bb8c7/nld@2026‑03‑18;318ea4a62825410686cf77038724b415

Ligplaatsen overige vaartuigen

/join/id/regdata/gm1901/2025/acb758c11b024cbeb600a5f6ca42a73f/nld@2026‑03‑18;396fde6ccfb54dbe97d9e40dd987a6a2

Ligplaatsen recreatie

/join/id/regdata/gm1901/2025/4f0ce987d163427882d2eba77cbf2e58/nld@2026‑03‑18;50aeba5feddf4770945718f8db105419

Ligplaatsen woonboten

/join/id/regdata/gm1901/2025/edb7dceac8784050aa2a85446857b879/nld@2026‑03‑18;c27e5e48ce464577bd28ad9363921b2d

Locaties bouwen - met een bouwvlak

/join/id/regdata/gm1901/2025/349cb9135f1f4433b2cc3ebaf3a2b865/nld@2026‑03‑18;65b601eb085142bbba5aa809c23fcb7e

locaties van gestapeld

/join/id/regdata/gm1901/2025/c53f12f687924744a58f14a630b768e9/nld@2026‑03‑18;b8e19a2d31854dee8940976405c23620

parkeerterrein aan de Burgemeester Kremerweg

/join/id/regdata/gm1901/2025/dd21a9ff36064015b6ba62fce57069bf/nld@2026‑03‑18;f5eb37cd14304dc49ab785f5ac6ea9d4

Peil HDSR

/join/id/regdata/gm1901/2026/c7771c00e31c47b7880f8ad46c4584e3/nld@2026‑03‑18;bd8967a30c494cefbb7ed47f5dc56b17

Peil maatwerk Plassengebied

/join/id/regdata/gm1901/2026/7beded291e664e1f9825fe0aade5c323/nld@2026‑03‑18;9bdf7603b2d546fc8b76e9d6ca907fe5

Peil maatwerkgebieden

/join/id/regdata/gm1901/2026/3f6623e8331c4d13b2c610a621cfcb6a/nld@2026‑03‑18;8543d874ecb341f992fce614f25de97c

Peil Rijnland

/join/id/regdata/gm1901/2026/c830d34584554b859151d88c5e3d0dbd/nld@2026‑03‑18;f9a25f83ce37481a9cc1282a7b99a52f

Reeuwijkse Plassengebied

/join/id/regdata/gm1901/2025/f42ca2c60bbe415282085cbeb6790662/nld@2026‑03‑18;e16fa9fa6f4b4c83bc1780789c4f6577

Soepel welstandsgebied

/join/id/regdata/gm1901/2025/2dc504ff46dc41eca83da6d26c16f970/nld@2026‑03‑18;3386b45c336f47a49ad199f07b46a7f8

Stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm1901/2025/92d942e59de04331ba3537d44a45f7ba/nld@2026‑03‑18;5cac01ebc1ec4da9984db49826dee796

Vloerpeilenkaart

/join/id/regdata/gm1901/2025/663d077373044973a6c9f03d1808a71e/nld@2026‑03‑18;df1731d5a84144fea8a26f03b055029b

Welstandsvrij gebied (volkstuinen)

/join/id/regdata/gm1901/2025/1601d9636ac0425e98eaa6a4c5789ac5/nld@2026‑03‑18;4f175e5956bf4b8d86f415f1e468fac2

Zettingsgevoelig gebied

/join/id/regdata/gm1901/2025/d68861712e484187a4a0608a2633f243/nld@2026‑03‑18;93d962bff4ba48198cabc37d8677e07f

Bijlage III Redengevende omschrijving cultuurhistorische waardevolle objecten

Inventarisatie, beschrijving en waardering bouwkundige objecten en landschappelijke elementen en structuren 2016 - 2017.

Objecten met waarde Redelijk, Hoog en Hoog plus.

Cultuurhistorische Projecten; Weesp februari 2018 (actualisering enkele panden januari en april 2019).

Bruggemeestersstraat, Nieuwerbrug aan den Rijn

B002 Bruggemeestersstraat, Nieuwerbrug aan den Rijn

B002_01.jpg

Typologie

Brug

Beschrijving

Geklonken, stalen ophaalbrug over de Oude Rijn met tolhek. De bruggenhoofden zijn opgetrokken in rode baksteen met betonnen hoekblokken (voorheen natuursteen). Het opschrift aan de bovenkant van de brug (beide zijden) luidt: Nieuwerbrug 1651-1990

Datering

In 1990 heeft vernieuwing van zowel de brug als de bruggenhoofden plaats gevonden.

Ontwerper

-

Bouwstijl

-

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

Het dorp Nieuwerbrug is ontstaan bij de brug over de Oude Rijn, al in de 16de eeuw hier aanwezig. De huidige handbediende brug is de enige tolbrug van Nederland.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    De brug met tolhek heeft cultuurhistorische waarden als waterstaatkundig en infrastructureel element met een lange geschiedenis over de Oude Rijn. Van belang als object behorend bij het thema specifieke gebeurtenissen of plaatselijke ontwikkelingen. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    De brug heeft belangrijke situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging in het dorp: over de Oude Rijn. Ensemblewaarde met nabijgelegen kerkgebouwen. (H)

Waardering: Hoog

B002_02.jpg

B003 Bruggemeestersstraat 5, Nieuwerbrug aan den Rijn

B003_01.jpg

Typologie:

Café

Beschrijving

Nabij de ophaalbrug (Nieuwerbrug) gelegen tweelaags hoekpand onder een plat dak met breed overstek. De gevels zijn gemetseld in rode baksteen met dito lisenen en spaarvelden en worden afgesloten door een fries met sierbanden in afwisselend gesmoorde dan wel rode baksteen. Profiellijsten en lateien zijn uitgevoerd in beton. De gevelindeling is symmetrisch met per paar gekoppelde vensters met bovenlichten. Een aanbouw van latere datum staat aan de zijde van de brug.

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Functionalistisch met traditionele kenmerken

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als herinnering aan de vroegere functie van café, nu restaurant, in de Bruggemeestersstraat nabij de ophaalbrug. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    De kenmerkende geometrisch georiënteerde architectuur met zorgvuldig uitgevoerd metselwerk is van belang als voorbeeld van een ontwerp in functionalistisch stijl met traditionele kenmerken. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Sterk in het oog vallende positie vanwege de ligging op de hoek van de straat nabij de brug. Belangrijke ensemblewaarde in combinatie met brug, Oude Rijn, straatprofiel en kerkgebouwen. (H)

Waardering: Hoog

B003_02.jpg

B004 Bruggemeestersstraat 13, Nieuwerbrug aan den Rijn

B004_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaand woonhuis van één bouwlaag hoog onder een met gesmoorde Tuile du Nordpannen gedekt zadeldak met de nok evenwijdig aan de straat. Centraal in het dak staat een niet oorspronkelijke, dakkapel. De symmetrische vijf-assige voorgevel is een lijstgevel met centraal in de gevel de entree. De gepleisterde kopgevels zijn tuitgevels. De stichtingssteen naast de voordeur heeft het opschrift 1871.

Datering

1871

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig sociaaleconomisch belang voor de 19de-eeuwse ontwikkeling van het dorpscentrum rondom de brug. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele stijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Sterk in het oog vallende positie nabij en markant ensemble vormend met kerkgebouwen en brug. (H)

Waardering: Redelijk

B004_02.jpg

Brugstraat, Bodegraven

B005 Brugstraat 15, Bodegraven

B005_01.jpg

Typologie

Hotel

Beschrijving

Aan de Oude Rijn en nabij de brug over de Oude Rijn gelegen hoekpand bestaande uit twee bouwlagen onder een schilddak dat met gesmoorde pannen is gedekt. In het voordakschild staat een dakkapel met een driehoekig fronton en vleugelstukken. De gevels zijn deels gemetseld in rode baksteen en deels gepleisterd en wit geschilderd. Het centrale geveldeel is evenals de hoekpilasters met kapitelen gepleisterd en wit geschilderd. De voorgevel wordt afgesloten door een kroonlijst met een gepleisterd fries met consoles waarboven zich een uitkragende, geprofileerde bakgoot bevindt. De symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een centrale middenpartij waarin zich de entree bevindt. Hierboven zit een balkon dat door, niet oorspronkelijke, consoles wordt ondersteund. De T-vensters hebben getoogde bovendorpels en zijn deels bezet met glas-in-lood. Ter weerszijden van de entree zit een, niet oorspronkelijk, horizontaal geleed etalagevenster waarvan de bovenlichten bezet zijn met ladderroeden.

Datering

1870 (pui uit circa 1920)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neoclassicistische trant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

Voormalig Hotel van Haaften: een begrip in Bodegraven.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als herinnering aan de functie van voormalig hotel, tevens als object(en) behorend bij het thema ontwikkeling bedrijvigheid oevers Oude Rijn. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neoclassicistische trant. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Het pand heeft belangrijke stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging op de hoek van de straat nabij de brug over de Oude Rijn. De zijgevel valt prominent in het oog vanwege de ligging langs het water. Belangrijke ensemblewaarde in combinatie met brug en Oude Rijn. (H)

Waardering: Hoog

B005_02.jpg

Buitenkerk, Bodegraven

B006 Buitenkerk 13, Bodegraven

B006_01.jpg
B006_02.jpg

Typologie

Pakhuis

Beschrijving

Langs de Oude Rijn gelegen drielaags bouwmassa met kapverdieping onder een mansardedak dat gedekt is met gesmoorde kruispannen. De nok ligt evenwijdig aan de Oude Rijn. De gevels zijn niet oorspronkelijk zwart gesausd. De symmetrisch ingedeelde gevelopeningen zijn bezet met niet oorspronkelijke ramen. Aan de achterzijde, langs Buitenkerk, staat een tweelaags bouwmassa met een kapverdieping onder een

zadeldak waarvan de nokrichting haaks op de straat ligt. Ook deze gevel is niet oorspronkelijk zwart gesausd en is bezet met niet oorspronkelijke ramen en een entree in een niet oorspronkelijk portiek.

Datering

1912

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L

Afleesbaarheid

L/R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: L/R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als object(en) behorend bij het thema ontwikkeling bedrijvigheid oevers Oude Rijn. De architectonische en bouwkundige wijzigingen verzwakken de herkenbaarheid en daarmee de cultuurhistorische waarde. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van gering belang vanwege de gewijzigde verschijningsvorm van de gevels. (L)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege de markante hoofdvorm (silhouet) heeft het complex stedenbouwkundige en beeldbepalende waarden. Vooral de bouwmassa langs de Oude Rijn is beeldbepalend gesitueerd en vormt een belangrijke blikvanger. In combinatie met de in de onmiddellijke nabijheid gesitueerde watertoren is er sprake van een bijzonder historisch stedenbouwkundig ensemble. (H)

Waardering: Redelijk

B009 Buitenkerk 44, Bodegraven

B009_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Woonhuis, restant van een voormalig complex van vier woningen, bestaande uit een éénlaags pand onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak met aankapping aan de achterzijde. De gemetselde gevels zijn voorzien van sierbanden en bogen in rode verblendsteen. De kopgevel is uitgevoerd met windveren en makelaar. In de voorgevel bevinden zich vier schuiframen met bovenlichten.

Datering

1914

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

L/R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de ontwikkeling van de buurt vanaf 1910. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enige architectuurhistorische waarde. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Van enig belang vanwege de beeldbepalende ligging aan de straat. (R)

Waardering: Redelijk

B010 Buitenkerk 57, Bodegraven

B010_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op enige afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype met voorin het onderkelderde woonhuis en achter de stal die lager is onder een met riet gedekt zadeldak. De boerderij heeft een symmetrisch ingedeelde voorgevel die gemetseld is in rode baksteen in kruisverband en voorzien is van rozetankers, windveren, een sierspant met makelaar en schuifvensters (begane grond).
Op de sierspant staat de naam van de boerderij: Groenoord. In de rechterzijgevel zijn gevelopeningen aangepast/vernieuwd, in de voorgevel zijn op de verdieping de schuiframen vervangen.
Links van de boerderij staat het met gesmoorde pannen gedekte zomerhuis. De symmetrische voorgevel is voorzien van een windveer en drie schuifvensters.

Datering

1840

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B010_02.jpg
B010_03.jpg

B011 Buitenkerk 69, Bodegraven

B011_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Aan de openbare weg en de Oude Rijn gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met gesmoorde kruispannen gedekt zadeldak. De boerderij heeft voorin het onderkelderde woonhuis en aan de achterzijde de stal. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is gemetseld in rode baksteen in kruisverband en heeft sierbanden. Bogen zijn uitgevoerd in oranje verblendsteen met aanzet- en sluitstenen. Het dakoverstek is voorzien van windveren en hangwerk in de top. Vensters zijn uitgevoerd met T-ramen. De keldervensters bezitten luiken. Op de toegangsdam over de wegsloot staat een giet-/smeedijzeren toegangshek.

Datering

1906

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg en de Oude Rijn. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B011_02.jpg

Burgemeester Le Coultrestraat, Bodegraven

B012 Burgemeester Le Coultrestraat 2, Bodegraven

B012_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaand woonhuis bestaande uit twee bouwlagen met kapverdieping onder een schilddak met afhangende schilden dat gedekt is met gesmoorde keramische pannen. Het dak is bezet met dakkapellen. Het dakoverstek is breed. De gevels zijn gemetseld in rode baksteen met enig siermetselwerk in de erkerhoeken. De asymmetrische voorgevel heeft links een dubbele erker met afgeschuinde zijkanten. Rechts in de gevel bevindt zich de entree met zijlichten onder een luifel.

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang voor vroeg 20ste-eeuwse woonhuisontwikkeling. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele bouwstijl met aandacht voor baksteenornamentiek. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering beeldbepalend in de straat. (R)

Waardering: Redelijk

B013 Burgemeester Le Coultrestraat 4,5,6,7, Bodegraven

B013_01.jpg

Typologie

Woonhuizen

Beschrijving

Rijtje van vier woonhuizen bestaande uit twee bouwlagen met kapverdieping onder een schilddak met twee steekkappen die voorzien zijn van relatief brede overstekken en gootklossen. Het dak is gedekt met rood geglazuurde Tuile du Nordpannen. De in rode baksteen gemetselde gevels hebben gepleisterde sierbanden en stenen lateien. De raamdorpels zijn uitgevoerd in rode strengperssteen. De voorgevel heeft twee risalieten met entrees die door de steekkappen worden afgesloten.

Datering

1913

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissance

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang voor vroeg 20ste-eeuwse woonhuisontwikkeling. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancestijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering beeldbepalend in de straat. (H)

Waardering: Hoog

B013_02.jpg

B014 Burgemeester Le Coultrestraat 8,9, Bodegraven

B014_01.jpg

Typologie

Woonhuizen

Beschrijving

Twee gespiegelde woonhuizen bestaande uit twee bouwlagen met kapverdieping onder een met rode keramische pannen gedekt schilddak met twee steekkappen. Deze hebben overstekken, windveren en gootklossen. De gepleisterde, wit geschilderde gevels zijn uitgevoerd met sierbanden in baksteen en dito strekken en bogen boven de gevelopeningen. De voorgevel heeft twee risalieten met erkers waarboven zich

een balkon bevindt. De risalieten worden afgesloten door de steekkappen. Rechts in de gevel is een rondboogdoorgang naar het achterterrein.

Datering

1915

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang voor vroeg 20ste-eeuwse woonhuisontwikkeling. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancestijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering beeldbepalend in de straat. (H)

Waardering: Hoog

Burgemeester van Dobben de Bruijnstraat, Bodegraven

B015 Burgemeester van Dobben de Bruijnstraat, Bodegraven

B015_01.jpg

Typologie

Openbare ruimte (straataanleg)

Beschrijving

Het deel van de Burgemeester van Dobben de Bruijnstraat dat bestaat uit twee rijstroken aan weerszijden van een langgerekte vijver met aflopende walkanten en drie eilanden. Op de eilandjes staan loofbomen en struiken. Op de walkanten staan alleen bomen. De straat is geherprofileerd na 2010.

Datering

1930-1935

Ontwerper

-

Bouwstijl

-

Gaafheid

L

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Karakteristieke aanleg voor de periode van het Interbellum. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend voor zijn omgeving. (R)

Waardering: Redelijk

B015_02.jpg

B016 Burgemeester van Dobben de Bruijnstraat 1, Bodegraven

B016_01.jpg

Typologie

Woonhuis (villa)

Beschrijving

Hoekpand bestaande uit een tweelaags volume met forse kapverdieping onder een samengesteld steil dak dat is bedekt met gesmoorde geglazuurde Tuile du Nordpannen. Het dak heeft brede overstekken en loopt links door over een erkerachtige, tweelaags aanbouw met afgeschuinde hoek en rechts over een éénlaags volume met afgeschuinde hoeken. De gevels zijn gemetseld in rode baksteen in halfsteensverband. In het portiek bevindt zich een rondboogentree.

Datering

1937

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel-functionalisme. Interbellumarchitectuur.

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als voorbeeld van een villa uit de periode van het Interbellum en karakteristiek voor de 20ste-eeuwse villaontwikkeling in dit deel van de stad. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in Interbellumarchitectuur waarbij een traditioneel-zakelijke bouwstijl met ambachtelijke opzet en markant pannendak kenmerkend zijn. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Markante hoofdvorm een zeer beeldbepalend gesitueerd op hoek. (H)

Waardering: Hoog

B016_02.jpg

B017 Burgemeester van Dobben de Bruijnstraat 3,5, Bodegraven

B017_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis (villa)

Beschrijving

Dubbele villa die symmetrisch is opgebouwd. Het drie bouwlagen hoge volume heeft een fors schilddak waarvan de zijschilden boven de zijgevels doorlopen tot eenlaags bouwhoogte. De zijgevels vormen daar tevens een luifel waaronder de voordeuren zitten. Het dak is gedekt met rode geglazuurde Opnieuw Verbeterde Hollandse pannen en heeft dakkapellen en brede overstekken. De symmetrische voorgevel heeft twee tweelaags erkers en twee loggia's op de verdieping. De gevels zijn gemetseld in rode baksteen in halfsteensverband.

Datering

1938

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als voorbeeld van een dubbele villa uit de periode van het Interbellum en karakteristiek voor de 20ste-eeuwse villaontwikkeling in dit deel van de stad. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Markante hoofdvorm en beeldbepalend gesitueerd langs de straat. (H)

Waardering: Redelijk

B017_02.jpg

Dammekant, Bodegraven

B018 Dammekant 20, Bodegraven

B018_01.jpg

Typologie

Woonhuis (voormalig zomerhuis).

Beschrijving

Langgerekte éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak met de nok haak op de straat. Het dak heeft een breed overstek met decoratief gesneden windveren en een makelaar. De in rode baksteen gemetselde symmetrische voorgevel heeft gepleisterde hoeklisenen en een dito getrapte gevelafsluiting. Kenmerkend zijn verder de T-vensters met luiken en keperboogvormige bovenlichten.

Datering

Circa 1890

Ontwerper

-

Bouwstijl

Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

Gele kleurstelling van windveren en pleisterwerk in voorgevel is niet oorspronkelijk. Het pand is het zomerhuis bij de naastgelegen boerderij op nr. 22.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als voormalig zomerhuis, als object behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in chaletstijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering beeldbepalend in de straat: ensemble met nr. 22. (H)

Waardering: Hoog

B019 Dammekant 50, Bodegraven

B019_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op zo’n 400 meter van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met gesmoorde keramische pannen. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin oorspronkelijk de stal. In de huidige situatie heeft het gehele pand een woonfunctie Links van de boerderij staat de herbouwde stal onder een zadeldak. De zadeldaken van beide gebouwen zijn uitgevoerd met een overstek en windveren. De boerderij heeft daarnaast een sierspant met een makelaar. De gemetselde voorgevels van beide gebouwen zijn symmetrisch ingedeeld. Aan de linkerzijgevel van de boerderij is een overkapping gebouwd. Rechts van de boerderij (nr. 50a) staat het oorspronkelijke zomerhuis.

Datering

Circa 1885

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Redelijk

B019_02.jpg

De Bree, Nieuwerbrug aan den Rijn

B021 De Bree 1, Nieuwerbrug aan den Rijn

B021_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op relatief grote afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een doorlopend, met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak. Voorin is de woning ondergebracht en achterin de stal. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is gemetseld in rode baksteen in kruisverband met gebruik van gele baksteen in strekken en muizentand. De topgevel is voorzien van windveren, makelaars en een sierspant.

Datering

1900

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij de windveren, makelaars en sierspant in topgevel kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. De boerderij heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B022 De Bree 6, Nieuwerbrug aan den Rijn

B022_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op relatief grote afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een doorlopend, met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak. Voorin is de woning ondergebracht en achterin de stal. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is gemetseld in rode baksteen in kruisverband met gebruik van gele baksteen in strekken en muizentand. De topgevel is voorzien van windveren, makelaars en een sierspant.

Datering

1900

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij de windveren, makelaars en sierspant in topgevel kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. De boerderij heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B022_02.jpg

B023 De Bree 8, Nieuwerbrug aan den Rijn

B023_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op relatief grote afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met kruispannen gedekt zadeldak met verspringende nokhoogten. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Schuin achter het hoofdvolume staat een met golfplaat gedekte schuur (voorheen riet). De boerderij heeft gemetselde gevels in rode baksteen in kruisverband. De voorgevel is

voorzien van windveren, makelaar en een sierspant in de geveltop. De gevel is bezet met T-vensters. In de topgevel bevindt zich een engelenvenster. Op de dam over de wegsloot staat een giet-/smeedijzeren toegangshek met opschrift. Dit hek is een replica van het oorspronkelijke hek. Het erf is beplant met leilinden.

Datering

1900

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/h

Opmerkingen

De met golfplaat gedekte schuur achter de boerderij moet verwijderd worden. De Agrarische beoordelingscommissie (Abc) heeft een advies opgesteld, waaruit blijkt dat deze diagonaal geplaatste bebouwing geamoveerd dient te worden ten behoeve van een doelmatige uitbreiding van het agrarisch bedrijf. Het gebouw is daarnaast voorzien van asbest. Omdat het vanaf 2024 verboden is om nog asbestdaken te hebben, dient. Derhalve dient dit gesaneerd te worden.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels waarbij de windveren, makelaars, het sierspant in de topgevel en het engelenvenster kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B024 De Bree 10, Nieuwerbrug aan den Rijn

B024_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Aan de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met keramische pannen gedekt zadeldak met verspringende nokhoogten. Voorin is de woning ondergebracht, achterin de stal. Rechts van het hoofdvolume staat een gemetselde schuur onder een zadeldak met aankapping. De gemetselde gevels zijn uitgevoerd in rode baksteen in kruisverband. De symmetrische ingedeelde voorgevels van de boerderij en de schuur zijn voorzien van windveren en een sierspant in de geveltop. Achter de boerderij staat een hooiberg. Het perceel aan de linkerkant van het erf is gedeeltelijk boomgaard.

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels waarbij de windveren en sierspant in topgevels kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B025 De Bree 12, Nieuwerbrug aan den Rijn

B025_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op relatief grote afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak. Voorin is de woning ondergebracht, achterin de stal. De gevels zijn gemetseld in rode baksteen in kruisverband. De symmetrische voorgevel van boerderij heeft T-vensters en is voorzien van windveren en een sierspant in de geveltop.

Datering

Circa 1900 (kern uit circa 1800)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij de windveren en sierspant in topgevels kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als

karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied

van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B025_02.jpg

B026 De Bree 16, Nieuwerbrug aan den Rijn

B026_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op relatief grote afstand van de openbare weg langs een sloot gelegen boerderij bestaande uit een klein hoofdvolume onder een wolfsdak gedekt met dakpannen (voorheen riet). Voorin is de woning ondergebracht, achterin de stal. Links van de boerderij staat het zomerhuis met een zadeldak dat gedekt is met rode en gesmoorde Hollandse pannen. Het hoofdvolume heeft gemetselde gevels in rode baksteen in kruisverband met sierbanden en segmentbogen in gele baksteen. De gevel is bezet met sierankers. De vensters bezitten getoogde bovendorpels.

Datering

1810

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel met elementen uit de neorenaissance

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm redelijk gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse type. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in een traditionele aan de neorenaissance verwante bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Redelijk

B026_02.jpg

B027 De Bree 20, Nieuwerbrug aan den Rijn

B027_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op relatief grote afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype stal onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind. Voorin is de woning ondergebracht, achterin de stal. De boerderij heeft een symmetrische voorgevel, is gemetseld in rode baksteen en is voorzien van rozetankers en vierruits schuiframen met tweeruits bovenlichten en luiken. Naar de boerderij leidt een oprit tussen twee sloten met aan weerszijden perenbomen.

Datering

1880

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij de symmetrische gevelindeling kenmerkend is. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B027_02.jpg

B028 De Bree 23, Nieuwerbrug aan den Rijn

B028_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Pal aan de openbare weg gelegen woonhuis bestaande uit een bouwlaag met kapverdieping onder een zadeldak met de nok evenwijdig aan de weg. Het dak is gedekt met gesmoorde, geglazuurde Hollandse pannen. Centraal in het dakschild bevindt zich een dakkapel met zadeldak. De beide kopgevels hebben een overstek, windveren en een makelaar. De symmetrische voorgevel is gemetseld in rode baksteen in kruisverband

met aanzet- en sluitstenen in gele baksteen. Deze vijf-assige voorgevel heeft centraal de entree en T-vensters ter weerszijden daarvan.

Datering

1880

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de laat 19de-eeuwse ontwikkeling van het buitengebied van Nieuwerbrug. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. (H)

Waardering: Redelijk

B029 De Bree 26, Nieuwerbrug aan den Rijn

B029_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op relatief grote afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een gemoderniseerd (met pannen gedekt) zadeldak (was rietgedekt). Voorin is de woning ondergebracht, achterin de stal. De gevels van de boerderij zijn gemetseld in rode baksteen. Achter de boerderij staat een hooiberg.

Datering

1900

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in het landschap. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Redelijk

B029_02.jpg

De Groendijck, Waarder

B031 De Groendijck 41, Waarder

B031_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak. De boerderij heeft voorin het onderkelderde woonhuis en aan de achterzijde de stal. Het dakoverstek heeft gesneden windveren en gevel- en hoekmakelaars. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is gemetseld in rode baksteen in kruisverband en heeft strekken boven de gevelopeningen. De vensters zijn uitgevoerd met vierruits ramen met tweeruits bovenlichten. In de topgevel bevindt zich een engelenvenster. De keldervensters bezitten diefijzers en luiken. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Rechts van de boerderij staat een gemetselde schuur onder een zadeldak met een zelfde windveer als het hoofdgebouw.

Datering

1877

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij het engelenvenster en de gesneden windveren en makelaars kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B032 De Groendijck 53, Waarder

B032_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt wolfsdak met een aangekapte dakkapel in de zijdakschilden. De boerderij heeft voorin het onderkelderde woonhuis en aan de achterzijde de stal. De symmetrisch ingedeelde in rode baksteen gemetselde voorgevel is een ingezwenkte lijstgevel met rozetankers en strekken boven de vensters. De gevel wordt afgesloten door een kroonlijst. De ramen zijn uitgevoerd met een bovenlicht. Centraal in de voorgevel bevindt zich de entree die gevat is in een omlijsting van pilasters en een kroonlijst die door twee geprofileerde consoles wordt ondersteund. Ook de (niet oorspronkelijke) voordeur is voorzien van een bovenlicht. De keldervensters bezitten diefijzers en luiken. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. De zijgevels zijn bezet met staafankers. Aan de rechter zijgevel is een boenhok gebouwd.

Datering

1876

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde: Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B032_02.jpg

De Ruijterlaan, Bodegraven

B383 De Ruijterlaan 1, Bodegraven

B383_01.jpg
B383_02.jpg

Typologie

Transformatorhuisje

Beschrijving

Transformatorhuisje in de rooilijn van de De Ruijterlaan, vlakbij de hoek met de Bodelolaan. Het huisje heeft een vierkante plattegrond onder een met gesmoorde pannen gedekt tentdak met koperen dakruiter. Daarin zijn ventilatie-openingen verwerkt, noodzakelijk voor de functie van het gebouwtje. Opvallend zijn de robuust geblokte hoeklisenen, met buiten de hoeken uitstekend metselwerk. In de voorgevel bevindt zich een zware ijzeren deur. Links daarvan is een bordje aangebracht met de tekst: ‘levensgevaar hoogspanning bij brand niet openen en geen water spuiten’. De overige gevels zijn gesloten.

Het transformatorhuisje is in dezelfde periode gebouwd als de huizen aan de De Ruijterlaan, Bodelolaan en omgeving en sluit daar in vormgeving min of meer op aan.

Datering

1954 (BAG)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Lokaal belangrijke cultuurhistorische waarde onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Bodegraven. Monument van bedrijf en techniek. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van hoofdvorm en detaillering en als onderdeel van de rijke traditie in de vormgeving van het transformatorhuisje in Nederland. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. (H)

Waardering: Hoog plus

Dorp, Waarder

B034 Dorp 16, Waarder

B034_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met gesmoorde pannen. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin

de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft getoogde strekken boven de gevelopeningen en een dakoverstek met decoratief

gesneden windveren, een sierspant en een makelaar. In de rechter zijgevel ligt de entree in een portiek. De zijgevels bezitten staafankers. De schuiframen in de voor- en zijgevel zijn voorzien van getoogde, met glas-in-lood bezette bovenlichten. De keldervensters bezitten diefijzers en luiken.

Datering

1890

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Volgens de informatie van het MIP dateert de boerderij genaamd ‘Oudwaartse Hoeve’ uit 1890.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging in de dorpskern van Waarder. De boerderij heeft ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de voormalige agrarische bebouwing van de dorpskern van Waarder. (H)

Waardering: Hoog

Dorpsweg, Reeuwijk

B384 Dorpsweg 7, Reeuwijk

B384_01.jpg

Typologie

Maalderij

Beschrijving

L-vormig bedrijfspand, gedeeltelijk onder zadeldaken, gedeeltelijk plat afgedekt (achterzijde). De maalderij is opgetrokken in rode baksteen met vierkante spaarvelden tussen horizontale banden en lisenen en in de topgevels boog- of kwartcirkelvormige spaarvelden. De plint van het gebouw is gecementeerd. De topgevels hebben uitkragend metselwerk op de hoeken. In de rechtervoorgevel zijn naam en datering aangebracht. Vensters en deuren zijn in hout uitgevoerd. Erboven liggen betonnen lateien, eronder betonnen dorpels. Een aantal gevelopeningen (m.n. topgevels, laaddeuren voorgevel links) is dichtgezet.

De zadeldaken zijn gedekt met gesmoorde Tuile du Nordpannen.

Het plat afgedekte deel aan de achterzijde is in 1955 toegevoegd (datumsteen)

Datering

1915, 1955 (aanbouw)

Ontwerper

J. Heemskerk, ook architect van het naburige klooster H.H. Petrus en Paulus en de Jozefschool (beide rijksmonument).

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

In 1913 richtten pastoor Antonius Hakkeling van de parochie van de H.H. Petrus en Paulus te Reeuwijk en Cornelis Vermeulen Gzn, voorzitter van de Rooms-Katholieke Land- en Tuinbouwbond Sint-Isidorus, de Rooms-Katholieke Coöperatieve Landbouwvereniging St. Catharina op. Deze bouwde de maalderij voor veevoer aan de Dorpsweg, tegenover de openbare school (http://rhcrijnstreek.nl/bronnen/lokale-historie/plaatsen/bodegraven-reeuwijk/reeuwijk?start=4).

In de jaren ’80 van de 20ste eeuw ging het gebouw fungeren als kaaspakhuis.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Lokaal belangrijke cultuurhistorische waarde onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Reeuwijk-Dorp. Monument van bedrijf en techniek, van belang als object behorend bij het thema specifieke gebeurtenissen of plaatselijke ontwikkelingen. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van hoofdvorm en detaillering van het complex. Dit betreft met name het bouwdeel uit 1915. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de Dorpsweg. Ook dit betreft vooral het bouwdeel uit 1915. (H)

Waardering: Hoog plus.

Deze waardering geldt met name het bouwdeel uit 1915. Het bouwdeel uit 1955 is functioneel uitgevoerd en in stijl aansluitend op het eerdere gebouw. Architectonisch is het echter minder bijzonder (waardering: redelijk).

B384_02.jpg
B384_03.jpg
B384_04.jpg

Emmakade, Bodegraven

B039 Emmakade 21, 22, 23, 24 Bodegraven

B039_01.jpg

Typologie

Woningbouwcomplex

Beschrijving

Ensemble van vier gekoppelde woonhuizen van een bouwlaag met kapverdieping onder zadeldaken. De kopgevels zijn uitgevoerd als klokgevels. Rechts in de voorgevel bevindt zich de entree. Centraal op de verdieping is een zoldervenster aangebracht.

Datering

1898

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

Gewijzigde vensters begane grond.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp met kenmerkende klokgevels. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd langs vaart. (H)

Waardering: Redelijk

B039_02.jpg

B040 Emmakade 25, 26, 27, 28, Bodegraven

B040_01.jpg

Typologie

Woningbouwcomplex

Beschrijving

Ensemble van vier, per paar gekoppelde, woonhuizen van een bouwlaag met kapverdieping onder zadeldaken. De daken hebben overstekken met decoratief gesneden windveren en makelaars. De gemetselde voorgevels hebben rechts de entree. De vensters naast de entree zijn gewijzigd. Centraal in de topgevel bevindt zich een venster.

Datering

1902

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

Gewijzigde vensters begane grond.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd langs vaart. (H)

Waardering: Redelijk

B040_02.jpg

B041 Emmakade 37, 38 Bodegraven

B041_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis

Beschrijving

Dubbel woonhuis van een bouwlaag met kapverdieping onder zadeldaken. De daken hebben overstekken met windveren. De gemetselde gevels zijn voorzien van sierbanden en ontlastingsbogen. De symmetrisch ingedeelde voorgevels bezitten twee schuiframen op de begane grond en een centraal geplaatst venster in de topgevel. In de zijgevels bevindt zich de entree.

Datering

1907

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissance

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk.(R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd langs vaart. (H)

Waardering: Redelijk

B042 Emmakade 97 Bodegraven

B042_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Woonhuis van een bouwlaag met kapverdieping onder een mansardedak. Het dakoverstek is voorzien van windveren en een sierspant met een makelaar. De gemetselde gevel heeft op de begane grond rechts in de gevel een erker met afgeschuinde zijkanten en links een entree in een portiek met een zijlicht. De topgevel heeft twee symmetrisch geplaatste vensters en een smal verticaal zoldervenstertje erboven.

Datering

1932

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd langs vaart. (H)

Waardering: Redelijk

B043 Emmakade 141 Bodegraven

B043_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Woonhuis van een bouwlaag met kapverdieping onder een steil zadeldak. De gemetselde gevel heeft op de begane grond een rechthoekige erker die bezet is met een horizontaal geleed venster. Links hiervan bevindt zich de entree. Boven het verdiepingsvenster is een sterk verticaal geleed smal zoldervenster aangebracht.

Datering

1936

Ontwerper

C. Tromp, timmerman/aannemer

Bouwstijl

Interbellumarchitectuur

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van het gebied langs de vaart. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in Interbellumarchitectuur waarbij het steile dak, de baksteenarchitectuur en de horizontale en verticaal gelede vensterpartijen kenmerkend zijn. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd langs vaart nabij bruggetje over de vaart. (H)

Waardering: Hoog

B044 Emmakade 144, 145 Bodegraven

B044_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis

Beschrijving

Dubbel woonhuis van een bouwlaag met kapverdieping onder een schilddak met hangende schilden (mansarde). De symmetrisch ingedeelde gemetselde gevel heeft op de begane grond twee gespiegelde erkers met centraal in de gevel twee gespiegelde entrees met zijlichten. De zoldervensters zijn gekoppeld.

Datering

1936

Ontwerper

C. Tromp, timmerman/aannemer

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd langs vaart. (H)

Waardering: Redelijk

Goudseweg, Bodegraven

B046 Goudseweg 149 Bodegraven

B046_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Woonhuis van een bouwlaag met kapverdieping onder een mansardedak met wolfseind. Het pand heeft gemetselde gevels met links in de voorgevel een erker met afgeschuinde zijkanten. In de rechter zijgevel zit de entree onder een luifel. De voorgevel heeft op de verdieping een centraal geplaatst gekoppeld venster.

Datering

Circa 1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde in de straat. (R)

Waardering: Redelijk

Hoge Rijndijk, Nieuwerbrug aan den Rijn

B049 Hoge Rijndijk 13, Nieuwerbrug aan den Rijn

B049_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Woonhuis van een bouwlaag met kapverdieping onder een mansardedak. Het dakoverstek heeft windveren en een makelaar. De gemetselde voorgevel heeft links een erker met afgeschuinde zijkanten en rechts hiervan de entree met zijlichten in een portiek. Centraal in de topgevel is een drielicht aangebracht.

Datering

1928

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Van enig beeldbepalend belang langs straat. (R)

Waardering: Redelijk

B051 Hoge Rijndijk 51, Nieuwerbrug aan den Rijn

B051_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Op ruim perceel gelegen vrijstaand woonhuis van een bouwlaag met kapverdieping onder een schilddak met afhangende schilden (mansardedak). Centraal in het voordakschild is een staande dakkapel aangebracht. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is een lijstgevel met sierbanden. De bovendorpels van de gevelopeningen zijn getoogd. De T-vensters hebben identieke bovenlichten. Centraal in de voorgevel bevindt zich de entree met eenzelfde bovenlicht.

Datering

1881

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissance

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang voor (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancestijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd lans de Oude Rijn. (H)

Waardering: Hoog

Hoogeind, Driebruggen

B053 Hoogeind 4, Driebruggen

B053_01.jpg

Typologie

Arbeiderswoning

Beschrijving

Eénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak met de nok haak op de straat. In het linker dakschild staat een niet oorspronkelijke dakkapel. Het dak heeft een overstek met windveren. De in rode baksteen gemetselde symmetrische voorgevel heeft een gepleisterde plint en strekken boven de vensters. De vensters zijn uitgevoerd met schuiframen. Aan de linker zijgevel bevindt zich een niet oorspronkelijke erker. De entree ligt in de rechter zijgevel.

Datering

1875

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als typerende (arbeiders)woning uit de periode van voor de Woningwet 1902. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van gering belang vanwege de kwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige situationele waarde vanwege de vrijstaande ligging. (R)

Waardering: Redelijk

B054 Hoogeind 8, Driebruggen

B054_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Eénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een samengesteld afgewolfd dak met een steekkap aan de voorzijde. Het dak is gedekt met rode keramische pannen en voorzien van pirons. De nok ligt parallel aan de weg. De in rode baksteen opgetrokken voorgevel heeft boven de vensters lateien met segmentbogen erboven, een rondboog boven de entree en beschot in de topgevel. Het rechthoekige vlak boven de entree heeft

het opschrift Huize Antonia. Links in de voorgevel zit een gemetselde erker met afgeschuinde zijkanten waarboven een gemetselde, opengewerkte balkonomlijsting is aangebracht. Het geveldeel rechts van de erker heeft een entree met boven- en zijlichten die gevat zijn in een rondboog. De ramen zijn uitgevoerd met een bovenlicht. De linker zijgevel heeft vensters die deels voorzien van luiken. De ramen in de rechter zijgevel zijn

samengesteld.

Datering

1922

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Volgens de bewoners is Huize Antonia de originele naam van het pand (informatie begin 2019). Op een onbekend ogenblik is de naam Huize Antonia vervangen (afgedekt) door de naam Anak Mas, Maleis voor Gouden Kind, die nu weer heeft plaats gemaakt voor de originele naam.

Het pand is in 1922 gebouwd in opdracht van de graanhandelaar Dirk Kok voor de prijs van 2000 gulden. (Bron: Groslijst)

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege het ontwerp in traditionele trant. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van situationele waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. (H)

Waardering: Hoog

B055 Hoogeind 10, Driebruggen

B055_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Eénlaags, deels onderkelderde bouwmassa met kapverdieping onder een mansardedak dat gedekt is met gesmoorde kruispannen. De nok ligt parallel aan de weg. In het voordakschild staat een dakkapel met een driehoekig fronton en vleugels. De in rode baksteen opgetrokken voorgevel heeft een gepleisterde plint, segmentbogen met een decoratief gepleisterde sluitsteen boven de gevelopeningen en een fries met consoles

waarboven een bakgoot is aangebracht. De boogvelden zijn gepleisterd. Centraal in de gevel zit de entree met een drieruits bovenlicht. De schuiframen bezitten eveneens een drieruits bovenlicht en zijn voorzien van luiken. De keldervensters bezitten diefijzers. De kopgevels hebben een hoger opgemetselde, opengewerkte, tuitvormige beëindiging. De linker zijgevel heeft gevelopeningen die eveneens voorzien zijn van bovenlichten en, op de begane grond, van luiken.

Datering

1911

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel en de zijgevels. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van situationele waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. (R)

Waardering: Hoog

B055_02.jpg

B057 Hoogeind 24, Driebruggen

B057_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een afgewolfd met riet gedekt zadeldak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen opgetrokken, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft vlechtingen in de kopgevel, rollagen boven de vensters en sierankers. De schuiframen zijn voorzien van bovenlichten die met glas-in-lood bezet zijn. De keldervensters in de rechter zijgevel bezitten diefijzers. In de linker zijgevel ligt de entree in een portiek met een rondboog. Het stalgedeelte heeft rechthoekige stalvensters.

Datering

Circa 1930 (de kern dateert volgens de Groslijst en BAG uit 1876)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voor- en zijgevels. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Redelijk

B058 Hoogeind 36, Driebruggen

B058_01.jpg

Typologie

Zomerhuis

Beschrijving

Zomerhuis in de in de vorm van een eenlaags bouwmassa onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde pannen. Het dakoverstek heeft windveren en een makelaar. De gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft centraal in de gevel de entree met een bovenlicht en ramen met een bovenlicht ter weerszijde. De verdieping heeft een engelenvenster in de vorm van een keperboogvormig drielicht. Het zomerhuis staat links van de boerderij Hoogeind 34 (rijksmonument).

Datering

1875

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een onderdeel van een boerderij-complex van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    De boerderij en het zomerhuis hebben enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Het zomerhuis van Hoogeind 36 vormt een ensemble met de boerderij van Hoogeind 34. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B061 Hoogeind 56, Driebruggen

B061_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt afgewolfd zadeldak. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het linker dakschild is bezet met niet oorspronkelijke dakkapellen. De in rode baksteen opgetrokken voorgevel heeft vlechtingen in de geveltop, staafankers en strekken boven de gevelopeningen. Rechts van het midden bevindt zich de entree in een portiek. De deur

heeft een bovenlicht dat bezet is met een ijzeren levensboom. De ramen zijn voorzien van een bovenlicht. Aan de rechter zijgevel is een boenhok met lessenaarsdak en entree aangebouwd.

Datering

Circa 1900 (kern mogelijk 1784 volgens de Groslijst)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel van de boerderij. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B063 Hoogeind 62, Driebruggen

B063_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met gesmoorde kruispannen (woonhuis) en een met riet gedekt zadeldak (stalgedeelte). De nokhoogte van de stal is lager dan die van het woonhuis en de plattegrond is smaller dan die van het woonhuis. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen opgetrokken, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint, sierbanden en bogen die uitgevoerd zijn in witte baksteen. In de kunststenen lateien is een decoratie aangebracht. In de linker zijgevel bevindt zich een stichtingssteen met het opschrift 1914. De schuiframen hebben een bovenlicht dat bezet is met glas-in-lood. De keldervensters in de rechter zijgevel bezitten diefijzers. In de linker zijgevel ligt de (niet oorspronkelijke) entree in een portiek. Het stalgedeelte heeft ijzeren rondboog stalvensters. Aan de achterzijde van de boerderij staat een hooiberg (nu berging).

Datering

1914

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

Julianastraat, Bodegraven

B273 Julianastraat 2, 4, 6, Bodegraven

B273_01.jpg

Typologie

Voormalige zaadhandel Turkenburg

Beschrijving

Drielaags bouwvolume met kapverdieping onder een samengesteld zadeldak met steekkappen. Het dak is gedekt met gesmoorde en rode kruispannen. De gemetselde gevels zijn gedecoreerd met segmentbogen, consoles, sierbanden, getrapte lijsten en boogvelden van oranje strengperssteen. De gevels zijn voorzien van boogfriezen en lisenen. De vierdelige vensters zijn niet oorspronkelijk.

Dirk Turkenburg richtte in 1891 Zaadhandel Turkenburg op, die uitgroeide tot een bedrijf dat een begrip in Nederland werd.

Datering

Oudste deel 1902, grote(re) uitbreidingen in 1919, 1926 en 1958.

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Torenvolume aan zijde Willemstraat niet oorspronkelijk. In 1972 is het complex aangekocht door de gemeente Bodegraven van de firma Turkenburg; na verbouw is het in 1989 als sociaal cultureel centrum in gebruik genomen (Evertshuis). In 2015 vond opnieuw renovatie plaats.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Enige waarde vanwege de oorspronkelijke functie als zaadhandel. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm van beeldbepalend belang. (H)

Waardering: Redelijk

B273_02.jpg

B064 Julianastraat 9, Bodegraven

B064_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Tweelaags hoekpand onder een schilddak dat gedekt is met rode keramische pannen met een dakkapel centraal in het voordakschild. De gemetselde voorgevel is uitgevoerd met sierbanden, lateien en segmentbogen. De zijgevel heeft alleen lateien. De boogvelden en het fries in de voorgevel zijn van gekleurde baksteen. De bakgoot rust op geprofileerde gootklossen. Links in de voorgevel bevindt zich de entree met bovenlicht. De identieke schuiframen hebben eenzelfde bovenlicht.

Datering

1912

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang voor vroeg 20ste-eeuwse ontwikkeling. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een aan het neorenaissance verwante bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering op hoek beeldbepalend voor zijn omgeving. (H)

Waardering: Hoog

B064_02.jpg

B065 Julianastraat 11, Bodegraven

B065_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis

Beschrijving

Tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak met de nokrichting haaks op de straat. Het dak is gedekt met rode kruispannen. Het dakoverstek heeft windveren. De hoge schoorsteen is niet oorspronkelijk. De gevels zijn gemetseld en voorzien van sierbanden, segmentbogen en vensteromlijstingen in gele strengperssteen. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld met een centrale as waarin zich op elke bouwlaag loodsdeuren bevinden. Boven de bovenste deur zit een hijsbalk. De vensters zijn voorzien van luiken.

Datering

1911

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een kaaspakhuis uit 1911. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een aan de neorenaissance verwante bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege markante hoofdvorm en situering in de straat. (R)

Waardering: Hoog

B065_02.jpg

B066 Julianastraat 32, Bodegraven

B066_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaande tweelaags bouwmassa onder een samengesteld keramisch pannendak met steekkappen. In het voor- en zijdakschild bevinden zich dakkapellen. Het brede dakoverstek is voorzien van consoles/gootklossen. De gemetselde gevels hebben een licht uitkragende borstwering die wordt afgesloten door een hardstenen lijst. De voorgevel heeft links een risalerend bouwdeel in de vorm van twee boven elkaar geplaatste erkers met afgeschuinde zijkanten. De gewijzigde schuiframen bezitten bovenlichten. De entree bevindt zich in de aanbouw aan de linker zijgevel onder een luifel.

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de vroeg 20ste-eeuwse ontwikkeling. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering in de rooilijn beeldbepalend voor zijn omgeving. (H)

Waardering: Redelijk

B066_02.jpg

B067 Julianastraat 34, Bodegraven

B067_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaande tweelaags bouwmassa onder een samengesteld keramisch pannendak met steekkappen met gekoppelde dakkapellen in het rechter dakschild. Het dakoverstek is breed. De gevels zijn opgetrokken in baksteen. De voorgevel heeft links een risalerend bouwdeel met op de begane grond een erker met een balkon met een gemetselde borstwering erboven. De gewijzigde schuiframen zijn voorzien van bovenlichten. De entree bevindt zich in een aanbouw aan de rechter zijgevel onder een luifel.

Datering

1929

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor vroeg 20ste-eeuwse ontwikkeling. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering in de rooilijn beeldbepalend voor zijn omgeving. (H)

Waardering: Redelijk

B068 Julianastraat 38, Bodegraven

B068_01.jpg

Typologie

School

Beschrijving

In de zichtlijn van de Koningstraat gelegen halfvrijstaande, langgerekte tweelaags bouwmassa onder een zadeldak met licht uitzwenkende kapvoet. Het dak is gedekt met rode kruispannen. Het dakoverstek heeft sierspanten. De in rode baksteen gemetselde gevels zijn voorzien van ontlastingsbogen, sierbanden en een plintlijst in groen geglazuurde baksteen. De omlijsting van het melkmeisje op de verdieping heeft daarnaast gele strengperssteen. In de topgevel is gepleisterd vakwerk aangebracht. De symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft schuiframen met bovenlichten en op de verdieping het genoemde melkmeisje met een getoogde bovendorpel. In de rechter zijgevel bevindt zich een stichtingssteen met het opschrift: Groen-van-Prinstererschool M.U.L.O. 1910. Ook de ingangspartij ligt in de zijgevel.

Datering

1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Eclectisch

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als voorbeeld van een schoolgebouw uit 1910. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een eclectische bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering in de zichtlijn van de Koningstraat beeldbepalend voor zijn omgeving. (H)

Waardering: Hoog

B068_02.jpg

B069 Julianastraat 46, 48, Bodegraven

B069_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis

Beschrijving

Gespiegelde tweelaags bouwmassa onder een keramisch zadeldak met de nok evenwijdig aan de straat. In het voordakschild bevinden zich dakkapellen. Het brede dakoverstek rust op consoles/gootklossen. De bakstenen voorgevel heeft links en rechts een risalerend bouwdeel met een tweelaags erker met afgeschuinde zijkanten en beschot tussen beide verdiepingen. In het centrale geveldeel liggen de gespiegelde entrees onder een brede luifel.

Datering

1911

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor vroeg 20ste-eeuwse ontwikkeling. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van gering belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele bouwstijl. (L)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege ligging in de rooilijn. (R)

Waardering: Redelijk

Kerkstraat, Bodegraven

B070 Kerkstraat z.n., Marktstraat hoek Noordstraat, Bodegraven

B070_01.jpg
B070_02.jpg

Typologie

Lantaarnpaal

Beschrijving

Vijfarmige straatlantaarn van gietijzer. Donkergroen geschilderd. De lantaarn bestaat uit een gecanneluurde (in lengterichting gegroefde) paal van enkele segmenten die naar boven toe smaller worden. De paal wordt bekroond door vier decoratief uitgevoerde armen met daarop lantaarns, de vijfde en grootste lantaarn staat op het bovenste deel van de paal.

Er staan in het centrum van Bodegraven twee identieke exemplaren, een in de Kerkstraat en een op de hoek van de Marktstraat met de Noordstraat.

Datering

-

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Beide lantaarnpalen zijn in feite van hetzelfde type als de lantaarnpalen die verder in het gebied rond de kerk (Oude Markt 1) staan, maar voorzien van meerdere lantaarns. Ook de lantaarns die in de Kerkstraat aan enkele gevels zijn bevestigd, zijn typologisch verwant. De vijfarmige straatlantaars zijn volgens informatie van bewoners en vanuit de gemeente (juli, september 2017) in de tweede helft van de 20ste eeuw als onderdeel van een renovatie van de dorpskern geplaatst, samen met de genoemde andere lantaarns rond de kerk.

Voor beide vijfarmige lantaarns geldt dat de de “kroon” met de armen historisch is, de armaturen (lampen met behuizing) en de masten (deel onder de “kroon”) zijn van recente datum.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van historisch straatmeubilair. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in kern. (H)

Waardering: Hoog plus. Deze waardering betreft alleen de historische “kroon” met de armen, niet de armaturen (lampen met behuizing) en de masten (deel onder de “kroon”).

B070_03.jpg
B070_04.jpg

B072 Kerkstraat 16, 18, Bodegraven

B072_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend pand onder een schilddak met keramische pannen. In het voordakschild bevindt zich een dakkapel. De in rode baksteen uitgevoerde voorgevel is een van oorsprong symmetrische lijstgevel met een kroonlijst met consoles. Getoogde strekken liggen boven de getoogde bovendorpels. De voorgevel heeft hoekpilasters. In het midden bevindt zich een risaliet met een entree met bovenlicht in houten omlijsting met pilasters en kroonlijst. Het rechter deel (nr. 18) heeft twee schuifvensters. In het linker deel (nr. 16) is op de begane grond een niet-passende winkelpui geplaatst.

Datering

1880

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een woonhuis uit 1880. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele stijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in de rooilijn van de straat. (R)

Waardering: Redelijk

B073 Kerkstraat 28, Bodegraven

B073_01.jpg

Typologie

Winkelwoonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend pand onder een plat dak met een hoger opgemetseld hoekvolume dat ten opzichte van de aangrenzende gevels naar voren springt. Het etalagevenster van de begane grond wordt afgesloten door een betonnen luifel die zich over de risalerende hoekpartij voortzet. De in gele baksteen gemetselde gevels in halfsteensverband zijn voorzien van verdiepte voegen in de voorgevel en in het hoekvolume. Het etalagevenster heeft, boven de betonnen luifel, meerruits bovenlichten. Op de verdieping van het hoekvolume is een verticaal geleed, uitkragend, V-vormig venster aangebracht met vlaggenstokhouder en -mast er onder.

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Amsterdamse Schooltrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de 19de- en 20ste-eeuwse ontwikkeling van het stadscentrum met winkelwoonhuizen langs de belangrijkste straten. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een aan de Amsterdamse School verwante bouwstijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in de straat. (H)

Waardering: Hoog

B076 Kerkstraat 54, Bodegraven

B076_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis met woning

Beschrijving

Tweelaags bouwmassa met een kapverdieping onder een schilddak dat is gedekt met gesmoorde Opnieuw Verbeterde Hollandse pannen. In het voordakvlak staat een dakkapel. De symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft gekoppelde raampartijen met bovenlichten die bezet zijn met glas-in-lood. Rechts in de gevel ligt de entree met boven- en zijlichten die eveneens bezet zijn met glas-in-lood. De gevel wordt afgesloten door een

uitkragende bakgoot. Aan de achterzijde staat, aan de Oude Rijn, het voormalige kaaspakhuis is. Het pand is gemetseld in rode baksteen met uitkragende rollagen, bezit houten vensters met horizontale roedenverdeling en wordt afgesloten door een mansardedak. Delen zijn recent gerenoveerd (dak, voor- en achtergevel).

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een kaaspakhuis uit 1925. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij (H), tevens als object(en) behorend bij het thema ontwikkeling bedrijvigheid oevers Oude Rijn.(H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    De voorgevel van het woonhuis heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde: Het complex is beeldbepalend gesitueerd in de rooilijn van de Kerkstraat en heeft, aan de zijde van de Oude Rijn ensemblewaarde in combinatie met de daar aanwezige historische bedrijfspanden. (H)

Waardering: Hoog

B077 Kerkstraat 55, Bodegraven

B077_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend hoekpand. De gemetselde voorgevel heeft sierbanden en gepleisterde aanzet- en sluitstenen boven de vensters van de begane grond. De voorgevel is een lijstgevel met een kroonlijst. Links in de voorgevel bevindt zich de entree.

Datering

Circa 1890

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd. (H)

Waardering: Hoog

B077_02.jpg

B078 Kerkstraat 64, Bodegraven

B078_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend pand met kapverdieping onder een schilddak met gesmoorde kruispannen. Centraal in het voordakschild staat een dakkapel met driehoekig fronton. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft in de bogen, de boogvelden en de kroonlijst versieringen in de vorm van oranjerode verblendsteen. Zwart gekleurde baksteen is verwerkt in de boogvelden en de consoles. De voorgevel is een drie-assige symmetrische lijstgevel. Links in de voorgevel bevindt zich de entree.

Datering

1905

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in traditionele bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in Kerkstraat nabij Voorplein. (H)

Waardering: Hoog

B079 Kerkstraat 85, 87, Bodegraven

B079_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Gespiegeld, twee bouwlagen tellend pand onder een schilddak met gesmoorde Hollandse pannen. De voorgevel in rode baksteen is een lijstgevel met een kroonlijst en sierlijsten in de vorm van uitkragende rollagen boven de gevelopeningen die uitgevoerd zijn in rode en gele baksteen. De sierlijsten zetten zich over de gevel voort. De symmetrisch geplaatste gevelopeningen zijn bezet met twee-, vier- en zesruits schuifvensters.

Datering

1880

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel met classicistische invloed

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele stijl met enige neoclassicistische kenmerken. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege brede, blokvormige massaopbouw en markante kroonlijst van beeldbepalend belang. (H)

Waardering: Hoog

B079_02.jpg

B080 Kerkstraat 92, Bodegraven

B080_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Eénlaags pand met kapverdieping onder een zadeldak met wolfseind dat gedekt wordt door gesmoorde Hollandse pannen. De voorgevel is een symmetrisch ingedeelde afgeknotte tuitgevel met links in de gevel de entree.

Datering

1860

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een voormalige stadsboerderij. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in traditionele bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde: Beeldbepalend gesitueerd in Kerkstraat. (H)

Waardering: Hoog

B081 Kerkstraat 99, Bodegraven

B081_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend pand met kapverdieping onder een schilddak. Het centraal in het voordakschild geplaatste dakhuis wordt afgesloten door een trapgevel. De gemetselde voorgevel heeft een centrale risaliet met entree. Links hiervan bevindt zich een erker met balkon. De geveldetaillering is uitgevoerd in de vorm van sierbanden, gepleisterde aanzet- en sluitstenen en neggeblokjes en een decoratief fries. In de linker zijgevel bevindt zich een stichtingssteen met het jaartal 1902.

Datering

1902

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissance

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancestijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd. (H)

Waardering: Hoog

B082 Kerkstraat 107, 109, 111, 113, 115, Bodegraven

B082_01.jpg

Typologie

Woningbouwcomplex

Beschrijving

Ensemble van vijf gekoppelde woonhuizen van een bouwlaag met kapverdieping onder mansardedaken met, overwegend, gesmoorde kruispannen. De kopgevels vormen een afwisseling van lijstgevels en trapgevels. De bakstenen gevels zijn versierd met onder meer cordonlijsten, gepleisterde hoek- en neggeblokken en segmentbogen boven de gevelopeningen. De schuifvensters zijn soms samengesteld. Voordeuren bevinden zich in een portiek. Nummer 109, 111 en 113 bezitten als erfafscheiding nog het oorspronkelijke ijzeren sierhekwerk.

Datering

1890

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van laat 19de-eeuwse woningbouw, van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd vanwege de ensemblewerking. (H)

Waardering: Hoog

B082_02.jpg

B083 Kerkstraat 114, Bodegraven

B083_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend hoekpand met kapverdieping onder een schilddak met wolfseind. De voorgevel is een lijstgevel met rechts in de gevel de entree. Strekken in rode baksteen liggen boven de getoogde ovendorpels van de gevelopeningen. De zijgevel heeft staafankers en een bakgoot met gootklossen.

Datering

1907

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een woonhuis uit 1907. (R/H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd op hoek en plein. Waardevol ensemble met kerk aan overzijde. (H)

Waardering: Hoog

B084 Kerkstraat 120, Bodegraven

B084_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend hoekpand met kapverdieping onder een schilddak met wolfseind. De voorgevel is een symmetrisch ingedeelde drie-assige lijstgevel met rechts in de gevel de entree. Boven de begane grond is een cordonlijst aangebracht. Boven de getoogde bovendorpels van de gevelopeningen liggen strekken in rode baksteen.

Datering

1871

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een woonhuis uit 1871. (R/H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in straat. (R/H)

Waardering: Hoog

B085 Kerkstraat 122, Bodegraven

B085_01.jpg

Typologie

Winkelwoonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend pand, aan één zijde vrijstaand, met kapverdieping onder twee zadeldaken die met gesmoorde Hollandse pannen zijn gedekt. Het pand met oudere kern kreeg aan het begin van de 20ste eeuw een nieuwe straatgevel. Deze gevel is gepleisterd, wit geschilderd en voorzien van in rode strengperssteen uitgevoerde sierbanden, segmentbogen, gevelhoeken en een kroonlijst met gesneden consoles. Het fries is, evenals de boogvelden, gedecoreerd met siermetselwerk. Links in de voorgevel bevindt zich een symmetrisch ingedeelde houten winkelpui in houten omlijsting met een kroonlijst en pilasters en een borstwering met diamantkopmotief.

Datering

1900

Ontwerper

-

Bouwstijl

Eclectisch

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H (winkelpui)

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de ontwikkeling van het stadscentrum rond de eeuwwisseling met winkelwoonhuizen langs de belangrijkste straten. (R/H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in straat. (H)

Waardering: Hoog

B085_02.jpg

B086 Kerkstraat 134, Bodegraven

B086_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend hoekpand met kapverdieping onder een zadeldak met wolfseind dat gedekt is met gesmoorde kruispannen. De gevels zijn gemetseld in rode verblendsteen in staand verband en zijn voorzien van sierbanden. De boogvelden zijn gevuld met decoratief gekleurde baksteen. De bakgoot rust op gootklossen. De voorgevel heeft links in de gevel een risaliet met entree.

Datering

1920

Ontwerper

-

Bouwstijl

Eclectisch

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp met decoratieve detaillering. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in straat en op hoek. Ensemble met buurpand nr. 132. (H)

Waardering: Hoog

B087 Kerkstraat 164, Bodegraven

B087_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend vrijstaand pand met kapverdieping onder een afgewolfd schilddak. De gevels zijn gepleisterd en wit geschilderd. De voorgevel is een symmetrisch ingedeelde vijf traveeën brede lijstgevel met centraal in de gevel de entree met een bovenlicht. De vensters zijn bezet met vierruits ramen met tweeruits bovenlichten. In de zijgevel bevinden zich twee zesruits ramen met dito bovenlicht op de verdieping.

Datering

1864

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neoclassicistische trant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in straat. (H)

Waardering: Redelijk

B088 Kerkstraat 170, Bodegraven

B088_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Eén bouwlaag tellend pand met kapverdieping onder een mansardedak dat gedekt is met gesmoorde Tuile du Nordpannen. De gemetselde voorgevel heeftsierbanden van rode verblendsteen en dito segmentbogen boven de gevelopeningen. De boogvelden en het fries zijn uitgevoerd in rode en witte verblendsteen. De voorgevel is een lijstgevel met links in de gevel de entree in een portiek.

Datering

1905

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in straat. (H)

Waardering: Hoog

B089 Kerkstraat 172, Bodegraven

B089_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend pand met kapverdieping onder een schilddak. De gemetselde gevels hebben siermetselwerk in de sierbanden en in de strekken boven de gevelopeningen. De voorgevel is een symmetrisch ingedeelde drie traveeën brede lijstgevel. In de rechter zijgevel bevindt zich de entree onder een luifel.

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in straat. (R)

Waardering: Redelijk

Kerkweg, Driebruggen

B090 Kerkweg 3, 5, Driebruggen

B090_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Ensemble van twee gekoppelde woonhuizen van een bouwlaag met kapverdieping onder met gesmoorde kruispannen gedekte zadeldaken met de nok evenwijdig aan de straat. Het dakschild van nr. 3 is verlengd en dekt een garageaanbouw. De kopgevels bezitten overstekken met gesneden windveren en een decoratief gesneden makelaar. Op de dakschilden staan niet oorspronkelijke dakkapellen. De in rode baksteen gemetselde voorgevels hebben in gele baksteen uitgevoerde sierbanden en strekken boven de gevelopeningen. De gevelopeningen zijn bezet met T-ramen met bovenlichten. De vensters op de begane grond bezitten luiken. De erfafscheiding wordt gevormd door een sierhekwerk. De rechter zijgevel van nr. 5 heeft een fors, niet oorspronkelijk, venster.

Datering

1925

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van vroeg 20ste-eeuwse woningbouw, van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de straat. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd op de hoek van de straat n beeldbepalende waarde vanwege de ensemblewerking. (R)

Waardering: Redelijk

B091 Kerkweg 6, Driebruggen

B091_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaande bouwmassa van een bouwlaag met kapverdieping onder een met gesmoorde Friese pannen gedekt zadeldak. De nok ligt evenwijdig aan de straat. In het voordakvlak staat een dakkapel. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft sierbanden en segmentbogen boven de lateien die uitgevoerd zijn in witte baksteen. De gevel wordt afgesloten door een fries met siermetselwerk en consoles die de bakgoot ondersteunen. Rechts van het midden bevindt zich, achter een hardstenen stoep, een portiek met een entree met een bovenlicht. De ramen ter weerszijden van de entree zijn eveneens voorzien van een bovenlicht. Op de overgang naar de linker zijgevel is een overeenkomstig venster geplaatst waarvan de ramen bezet zijn met gebogen glas. Op de erfafscheiding staat een ijzeren sierhekwerk.

Datering

Circa 1920 (datering volgens Groslijst), 1925 (volgens BAG)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de Kerkweg. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege het ontwerp van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd. (R)

Waardering: Redelijk

B096 Kerkweg 31, 33, 35, Driebruggen

B096_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Ensemble van drie gekoppelde woonhuizen van een bouwlaag met kapverdieping onder met gesmoorde kruispannen gedekte zadeldaken met de nok evenwijdig aan de straat. Een van de kopgevels heeft een overstek met windveren. Op het voordakschild staat een niet oorspronkelijke, aangekapte dakkapel. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft een gepleisterde plint en gepleisterde aanzet- en sluitstenen in de segmentbogen boven de gevelopeningen. De voorgevel wordt afgesloten door een bakgoot die rust op consoles. De gevelopeningen zijn bezet met, grotendeels niet oorspronkelijke, ramen en deuren die voorzien zijn van een bovenlicht.

Datering

1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van vroeg 20ste-eeuwse woningbouw, van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de straat. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd vanwege de ensemblewerking. (R)

Waardering: Redelijk

B098 Kerkweg 47, Driebruggen

B098_01.jpg

Typologie

Schoolmeesterswoning

Beschrijving

Vrijstaande éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een schilddak met een steekkap aan de voorzijde. Het dak is gedekt met rode kruispannen en voorzien van pirons. Het dakoverstek heeft windveren. In het zijdakschild staat een niet oorspronkelijke dakkapel. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft lateien boven de gevelopeningen en beschot in de topgevel. Boven enkele lateien zijn segmentbogen aangebracht die uitgevoerd zijn in groen geglazuurde baksteen. De voorgevel heeft rechts een gemetselde erker met afgeschuinde zijkanten waarboven een balkon is aangebracht met een opengewerkte houten balustrade. Deze gevel wordt afgesloten door een puntgevel. De gevel links van de erker wordt afgesloten door een bakgoot met geprofileerde consoles en bezit de entree achter een stoep. De schuiframen zijn voorzien van meerruits bovenlichten. De entree en de balkondeuren bezitten eveneens een bovenlicht. De goed in het zicht staande rechter zijgevel wordt afgesloten door een bakgoot met geprofileerde gootklossen, heeft staafankers en een schuifraam met een bovenlicht.

Datering

1915

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

L/R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als voorbeeld van een schoolmeesterswoning uit 1915. De waarde is verzwakt vanwege de rond 2000 gesloopte bijbehorende school. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door vrijstaande ligging beeldbepalende waarde. (H)

Waardering: Redelijk

Kerkweg, Reeuwijk

B379 Kerkweg 13, Reeuwijk

B379_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met gesmoorde dakpannen. Voorin is het onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft gesneden windveren, een sierspant en een makelaar. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een centrale ingangspartij met aan weerszijden twee vensters. Deze zijn, evenals die op de verdieping en in de zijgevels, voorzien van bovenlichten met glas-in-lood. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters.

De boerderij heeft een gecementeerde, geschilderde plint.

Het voorhuis heeft getoogde strekken boven de gevelopeningen die uitgevoerd zijn in gele baksteen. De voorgevel is tussen de vensters gedecoreerd met nog drie banden, eveneens in gele steen. Twee leilinden staan voor de voorgevel. Aan de linkerzijgevel bevindt zich een boenhok (nu niet goed te zien vanaf de weg). Op het rechterdakvlak staat een niet-originele (maar ook niet heel recente) dakkapel. Rechts van de boerderij staat een schuur.

Datering

1915 (BAG)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het onderdeel weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de omgeving van de historische dorps kerk van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

Koninginneweg, Bodegraven

B099 Koninginneweg 1,3, Bodegraven

B099_01.jpg

Typologie

Gemaal

Beschrijving

Gemaalgebouw opgetrokken in gele IJsselsteen onder een schilddak met overwegend gesmoorde Hollandse pannen. In de gepleisterde aanbouw bevindt zich de uitlaat. Het waterreservoir heeft houten walkanten. Vensters zijn uitgevoerd in ijzer en bezitten roeden. In de voorgevel is een stichtingssteen aangebracht. Binnen in het gemaal staat een historische zuiggasmotor uit 1935. De dienstwoning bij het gemaal telt een bouwlaag met kapverdieping onder een drieschilddak.

Datering

1872

Ontwerper

J. Goldberg

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

Het gemaal kreeg als naam ‘Hercules’ en bemaalde tussen 1872 en 1878/1979 de Noordzijderpolder, eerst met een stoommachine, later met een elektrische motor.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Het gemaal heeft cultuurhistorische en civieltechnisch-historische waarden als onderdeel van de polderbemaling. Van belang als object(en) behorend bij het thema waterbeheersing. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Enige architectuurhistorische waarde vanwege de voor het gemaal kenmerkende verschijningsvorm. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege de situering in een (nieuwbouw)wijk is de relatie met de omgeving afwezig. Als historisch relict heeft het complex belangrijke historisch stedenbouwkundige waarde. (H)

Waardering: Hoog

Korte Nieuwstraat, Bodegraven

B102 Korte Nieuwstraat 1, Bodegraven

B102_01.jpg

Typologie

Bedrijfsruimte annex woonhuis

Beschrijving

Twee belendende twee bouwlagen tellende panden onder een plat dak (rechts), resp. een zadeldak (links, met kapverdieping). De lijstgevels zijn uitgevoerd met hoogteverschillen. De voorgevel van het rechter pand is voorzien van sierbanden en segmentbogen in gele baksteen. De vensters zijn samengesteld.

Datering

1908 (rechter bouwdeel), circa 1930 (linker bouwdeel)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissance (rechter bouwdeel), traditioneel (linker bouwdeel).

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang voor vroeg 20ste-eeuwse ontwikkeling in het stadscentrum en als voorbeeld van een bedrijfsgebouw annex woonhuis. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege het ontwerp in neorenaissancestijl (rechter bouwdeel) en traditionele bouwstijl met zakelijke kenmerken (linker bouwdeel). (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Van belang voor het totaalbeeld van de straat en ensemblewaarde met het aangrenzende gemeentelijk monument Korte Nieuwstraat 3. (R)

Waardering: Redelijk

B102_02.jpg

B103 Korte Nieuwstraat 4, Bodegraven

B103_01.jpg

Typologie

Pakhuis

Beschrijving

Tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een met gesmoorde kruispannen gedekt mansardedak met de nokrichting haaks op de straat. Het dakoverstek heeft windveren. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is opgetrokken in kalkzandsteen met decoratieve accenten in rode baksteen in sierbanden, segmentbogen, boogvelden en rollagen. De centrale as in de voorgevel is bezet met loodsdeuren. De vensters zijn voorzien van houten luiken. In de topgevel bevindt zich een ijzeren roosvenster.

Datering

1905

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een pakhuis uit 1905. Van belang als object(en) behorend bij het thema ontwikkeling bedrijvigheid oevers Oude Rijn. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een aan de neorenaissance verwante bouwstijl met opvallende in kalkzandsteen uitgevoerde gevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege markante hoofdvorm en situering in de straat. (H)

Waardering: Hoog

Korte Waarder, Nieuwerbrug aan den Rijn

B104 Korte Waarder 17, Nieuwerbrug aan den Rijn

B104_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op een ruim perceel, omgeven door sloten, nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt wolfsdak. Voorin is het onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is een afgeknotte halsgevel met een kroonlijst. Deze draagt het opschrift Oude Vliet. Het muurwerk heeft strekken boven de gevelopeningen en sierankers. De schuifvensters hebben glas-in-lood bovenlichten. De keldervensters zijn voorzien van diefijzers en luiken. De entree bevindt zich in de linker zijgevel. Op de dam over de wegsloot staan gemetselde, opengewerkte, voetmuren.

Datering

1870

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in traditionele trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B105 Korte Waarder 35, Nieuwerbrug aan den Rijn

B105_01.jpg

Typologie

Woonhuis van boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen onderkelderd woonhuis van een boerderij, bestaande uit een éénlaags bouwmassa en kapverdieping onder een met riet gedekt zadeldak met de nok haaks op de straat. Het dakoverstek heeft fraai gesneden windveren en een makelaar. De voorgevel is een puntgevel met T-vensters en centraal in de topgevel een decoratief gesneden driedelig venster met een opvallend bovenlicht in de vorm van een ezelsrugboog.

Datering

1850

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Enige cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een bij een boerderij behorend woonhuis. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde: Het woonhuis heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in traditionele trant. Het engelenvenster in de topgevel is architectuurhistorisch zeer waardevol. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van enige stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het woonhuis heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (R).

Waardering: Redelijk

B106 Korte Waarder 52, Nieuwerbrug aan den Rijn

B106_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op een ruim perceel, omgeven door sloten, nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder respectievelijk een met gesmoorde kruispannen gedekt zadeldak (woonhuis) en een met riet gedekt schilddak met wolfseind (stalgedeelte). Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft windveren en een sierspant met een makelaar in de top. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft sierbanden, vensteromlijstingen van oranje verblendsteen en sierankers. De vensters zijn deels voorzien van luiken.

Datering

1845

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Stichtingssteen in linker zijgevel (niet leesbaar vanaf openbare weg).

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij de in oranje verblendsteen uitgevoerde motieven en de windveren en het sierspant kenmerkend zijn. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B107 Korte Waarder 53, Nieuwerbrug aan den Rijn

B107_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op een ruim perceel gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt wolfsdak. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft vlechtingen, strekken en sierankers. De voorgevel heeft schuifvensters, het stalgedeelte ijzeren stalvensters. Op de dam over de wegsloot staat een giet- smeedijzeren toegangshek.

Datering

1877

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Centraal in de voorgevel gevelsteen met opschrift (niet leesbaar vanaf openbare weg).

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in traditionele trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H)

Waardering: Hoog

B107_02.jpg

B108 Korte Waarder 55, Nieuwerbrug aan den Rijn

B108_01.jpg

Typologie

Boerderij en woonhuis

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind aan de voorzijde. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft sierankers en strekken boven de gevelopeningen. De schuiframen hebben bovenlichten met glas-in-lood. Tegen de rechter zijgevel is een boenhok aangebouwd. Links van de

boerderij staat een woonhuis, mogelijk het zomerhuis, bestaande uit een deels onderkelderde bouwmassa met kapverdieping onder een mansardedak dat gedekt is met gesmoorde kruispannen. Centraal in de symmetrisch ingedeelde voorgevel zit de entree in een portiek. De deur is, evenals de ramen, voorzien van een bovenlicht. Op de dam over de wegsloot staat een giet-, smeedijzeren toegangshek.

Datering

1920

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Centraal in de voorgevel van de boerderij zit een stichtingssteen met een, vanaf de openbare weg niet leesbaar, opschrift.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel van de boerderij en van het woonhuis. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H).

Waardering: Hoog

B109 Korte Waarder 68, Nieuwerbrug aan den Rijn

B109_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op enige afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het woonhuis en de stal hebben afzonderlijke zadeldaken met verschillende nokhoogten. De nok ligt evenwijdig aan de weg. De kopgevels hebben windveren, een gevelmakelaar en een sierspant. De in rode baksteen gemetselde voorgevel van het woonhuis heeft een gepleisterde plint, sierbanden en bogen boven de vensters. De boogvelden en de sierbanden zijn uitgevoerd in gele strengperssteen en gekleurde baksteen. Het woonhuis heeft keldervensters met diefijzers en schuifvensters met glas-in-lood bovenlichten. De topgevel is bezet met een T-venster. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters en luiken. Links van de boerderij en via een tussenlid verbonden staat een klein zomerhuis onder een zadeldak dat eveneens de nok evenwijdig aan de weg heeft. Het zomerhuis is deels beklampt met beschot en heeft een halfrond venster in de voorgevel.

Datering

1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Naam op dwarsbalk hangwerk voorgevel: Rhynleven.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex, waarvan het zomerhuis pal in de zichtlijn van de sloot ligt, heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Nieuwerbrug. (H).

Waardering: Hoog

B109_02.jpg

Laageind, Driebruggen

B059 Laageind tegenover nr. 41, Driebruggen

B059_01.jpg

Typologie

Varkenskot

Beschrijving

Eénlaags gebouwtje onder een zadeldak met blinde achter- en zijgevels. Het voormalige varkenskot ligt tegenover de boerderij Laageind 41 en is bouwvallig.

Datering

Eerste helft 20ste eeuw

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorisch waardevol relict uit de periode dat bij vrijwel elke boerderij een varkenskot aanwezig was. Er resteren er tegenwoordig in deze polder nog twee. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van situationele waarde vanwege de vrijstaande ligging op het land tegenover de boerderij Laageind 41. (R/H)

Waardering: Hoog

B060 Laageind 43, Driebruggen

B060_01.jpg

Typologie

Zomerhuis

Beschrijving

Aan de rechterzijde van de, nieuw gebouwde boerderij, gelegen zomerhuis bestaande uit een begane grond en kapverdieping onder een zadeldak met de nok haaks op de straat. Het dak is gedekt met gesmoorde pannen. De in rode baksteen opgetrokken voorgevel is een symmetrisch ingedeelde tuitgevel met staafankers en vensters met niet oorspronkelijke ramen met bovenlichten. Aan de rechter zijgevel is een boenhok met

lessenaarsdak aangebouwd. Hierin bevindt zich de entree met een rondboog stalvenster er naast. De linker zijgevel heeft schuiframen en, in het achterste deel, rondboog stalvensters.

Datering

1870 (datumsteen)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Enige cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een zomerhuis ooit behorend bij een (nu vernieuwde) boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (R/H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Als voormalig onderdeel van een boerderijcomplex heeft het zomerhuis landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Redelijk

B110 Laageind 15, Driebruggen

B110_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een afgewolfd zadeldak dat met riet is gedekt. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen opgetrokken voorgevel heeft een gepleisterde plint, vlechtingen in de kopgevel, strekken boven de vensters en staafankers. De vensters zijn samengesteld maar zijn overwegend uitgevoerd als meerruits schuiframen met meerruits bovenlichten. De entree in de voorgevel heeft een bovenlicht met een ijzeren levensboom. Langs de voorgevel staan drie lindebomen. Aan de rechterkant van de boerderij, wat naar achteren, staat een zomerhuis uit 1860 tegen de sloot. Het perceel aan de andere kant van de sloot is in gebruik als boomgaard.

Datering

Circa 1800 (oudere kern)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

De eerst bekende bewoning op het perceel is in 1535. In de boerderij is nog een oude rookkast aanwezig.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. De ouderdom van de boerderij, mogelijk uit eind 1600, versterkt de cultuurhistorische waarde. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B110_02.jpg

B111 Laageind 45, Driebruggen

B111_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt wolfsdak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen opgetrokken voorgevel heeft vlechtingen in de topgevel, sierankers en strekken boven de van bovenlichten voorziene vensters en de entree. Boven het engelenvenster in de topgevel zijn in gele baksteen uitgevoerde rollagen aangebracht. De

keldervensters bezitten luiken. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Tegen de rechter zijgevel is een was- annex boenhok aangebouwd. Achter de boerderij staat een hooiberg met rieten dekking.

Datering

1850/1900

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Het voorhuis van de boerderij dateert uit ca. 1850, de stal uit 1900.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel van de boerderij. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B111_02.jpg

B112 Laageind 49, Driebruggen

B112_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een afgewolfd met riet gedekt zadeldak. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft vlechtingen in de kopgevel, staafankers en strekken boven de vensters. De vensters zijn bezet met ramen met bovenlichten (niet oorspronkelijk). Boven de begane grond is gespatieerd over de gevel het jaartal 1864 aangebracht. Centraal in de gevel ligt de entree met een bovenlicht. De linker zijgevel heeft niet oorspronkelijke vensters in het woongedeelte en segmentgebogen stalvensters in het stalgedeelte.

Datering

1864

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

De boerderij verving een voorganger uit 1655 volgens informatie uit de Groslijst. De boerderij is in de jaren ’70 van de 20ste eeuw gerenoveerd, zijgevel en achtergevel zijn vernieuwd. Ramen in de voorgevel en oostgevel zijn vervangen door betonnen kozijnen, een nieuw groot raam is in de oostgevel geplaatst, de originele deur en de oorspronkelijke blinden zijn verwijderd. In het interieur zijn kelders en opkamers verdwenen, evenals de bestede en het kaashuis; de plavuizen vloer is vervangen door een betonnen vloer. Vrijwel alle deuren zijn vervangen en deurposten zijn verhoogd.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. De boerderij heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (R)

Waardering: Redelijk

B386 Laageind z.n., tegenover nr. 49

B386_01.jpg

Typologie

Varkenskot

Beschrijving

Tegenover de boerderij Laageind 49, aan de overzijde van de weg, staat een voormalig varkenskot. Het gebouwtje is bereikbaar via een dam over de wegsloot. Het is een gemetseld eenlaags gebouwtje onder een zadeldak met blinde achter- en zijgevels en een opening in de voorgevel. Het dak is gedekt met rode Hollandse pannen. De topgevels zijn bezet met een staafanker. Aan de linker zijgevel bevindt zich een houten aanbouw van latere datum. Het varkenskot hoort niet bij nr. 49.

Datering

Circa 1950

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een varkenskot behorende bij een aan de overzijde van de weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Het voormalige varkenskot is een waardevol relict uit de periode dat er bij vrijwel elke boerderij een aanwezig was. Tegenwoordig resteren er nog twee in deze polder. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Het voormalige varkenskot is beeldbepalend gesitueerd nabij de openbare weg. Tezamen met de aan de overzijde van de weg gelegen boerderij heeft het voormalige varkenskot ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B114 Laageind 55, Driebruggen

B114_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind boven de achtergevel. Het dakoverstek heeft windveren, een sierspant en een sierlijke makelaar. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen opgetrokken voorgevel heeft sierbanden en segmentbogen waarin gele baksteen is verwerkt. De lekdorpels zijn uitgevoerd in groen geglazuurde baksteen. De boogvelden zijn bezet met bricorna-steen en decoratief metselwerk. De schuiframen bezitten bovenlichten met glas-in-lood. In de linker zijgevel ligt de entree. De keldervensters zijn voorzien van diefijzers en luiken. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Rechts van de boerderij staat een boenhok onder een zadeldak met een dakoverstek dat voorzien is van windveren en een makelaar. Links van de boerderij staat een gemetselde schuur, eveneens onder een zadeldak met een dakoverstek met windveren en een makelaar.

Datering

1909

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

In 1909 is een eerdere boerderij op deze locatie afgebrand en is de huidige boerderij gebouwd.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel van de boerderij. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en

onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Driebruggen. (H)

Waardering: Hoog

B114_02.jpg

Mauritsstraat, Bodegraven

B115 Mauritsstraat 6, 10, 12, 14, Bodegraven

B115_01.jpg
B115_02.jpg

Typologie

Woonblok

Beschrijving

Tweelaags woonblok onder een schilddak. De bouwmassa heeft vier, oorspronkelijk vijf, entrees. Boven de entrees liggen houten lijsten op gemetselde pilasters. De gevels zijn uitgevoerd in rode baksteen met versieringen in gele baksteen onder meer in de strekken boven de vensters. De samengestelde vensters hebben een meerruits roedenverdeling in de bovenlichten.

Datering

1911

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel met elementen uit neorenaissance

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Enige architectuurhistorische waarde vanwege het levendige totaalbeeld met siermetselwerk. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door zijn hoofdvorm en oriëntatie op de openbare weg van enige beeldbepalende betekenis. (R)

Waardering: Redelijk

B115_03.jpg

Meije, Bodegraven

B118 Meije 11, Bodegraven

B118_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft decoratief gesneden windveren en een makelaar. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is opgetrokken in rode baksteen in kruisverband en voorzien van sierbanden en gepleisterde aanzet- en sluitstenen. Centraal in de voorgevel ligt de entree. Centraal op de verdieping bevindt zich een engelenvenster. Een meerkantige, stenen hooiberging staat tegen de linker zijgevel.

Datering

Circa 1870 (oudere kern)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B120 Meije 28, Bodegraven

B120_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een afgewolfd zadeldak. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is een ingezwenkte lijstgevel met centraal in de voorgevel de entree met een bovenlicht. De vensters zijn eveneens voorzien van een bovenlicht. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft een gepleisterde plint en op de verdieping, ter weerszijden van de vensters, een driehoekig gepleisterd veld.

Datering

1905, 1927

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Op de kroonlijst staat de naam van de boerderij: Hof ter Meije. In 1927 is het schuurgedeelte van de boerderij afgebrand, maar het woonhuis is gespaard gebleven. De toenmalige eigenaar heeft toen besloten een nieuwe schuur te laten bouwen los van het huis en in het huis een nieuwe achtergevel te laten maken. Van de schuur is een bouwtekening in het archief bewaard gebleven, gedateerd 1927. Dat jaartal is ook te vinden op een in de schuur gemetselde gevelsteen (informatie bewoners augustus 2017). In het huis bevindt zich een kelder met daarboven een opkamer. In de kelder is nog de originele pekelbak aanwezig, die werd gebruikt bij het kaasmaken.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B120_02.jpg

B121 Meije 31, Bodegraven

B121_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt wolfsdak. Het zijdakschild heeft een niet oorspronkelijke dakkapel. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft schuifvensters en wordt afgesloten door een kroonlijst. De keldervensters zijn voorzien van luiken. Het stalgedeelte heeft houten stalvensters met een roedenverdeling. Links van de boerderij staat een hooiberg. Op de dam over de wegsloot staat een gietijzeren toegangshek.

Datering

1843

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Stichtingssteen met opschrift F. Brunt 1843

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft dankzij de gevelwijzigingen geringe architectuurhistorische waarde (L/R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. De toegevoegde bebouwing op het erf van recentere datum verzwakt de ensemblewaarde. (R)

Waardering: Redelijk

B121_02.jpg

B122 Meije 41, Bodegraven

B122_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een doorlopend, met riet gedekt, zadeldak. Voorin is de woning ondergebracht, achterin de stal. Links van de boerderij staat het zomerhuis bestaande uit een bouwlaag met kapverdieping onder een zadeldak met gesmoorde kruispannen. Beide gebouwen hebben de kopgevel georiënteerd op de openbare weg. De voorgevels zijn gemetseld in rode baksteen in kruisverband en zijn voorzien van windveren. De windveer van de boerderij heeft decoratief hangwerk met een sierspant en een makelaar. De voorgevels zijn symmetrisch ingedeeld; de schuifvensters zijn vervangen. In de topgevel van het woonhuis bevindt zich een engelenvenster.

De boerderij is verbouwd tot woonboerderij (voor 2007) en daarbij zijn o.a. aan de lange gevels de gevelopeningen i.v.m. de woonfunctie gewijzigd. Aan de linkerzijgevel van het zomerhuis is, gedeeltelijk over de sloot, een boenhok aangebouwd. De lange gevel van het boenhok bestaat uit gerabatte delen.

Datering

1890

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels waarbij de decoratieve windveren en makelaar kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B124 Meije 55, 55a, Bodegraven

B124_01.jpg

Typologie

School met woonhuis

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde kruispannen. De nok ligt haaks op de weg. Het dakoverstek heeft windveren en decoratief gesneden hangwerk in de topgevel. Het voorste bouwdeel omvat de woning, het achterste bouwdeel enkele (voormalige) klaslokalen. De in rode baksteen gemetselde voorgevel is symmetrisch ingedeeld en voorzien van sierbanden en driedelige ontlastingsbogen in gele baksteen.

Datering

1906

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van belang als voorbeeld van een schoolgebouw in het buitengebied uit 1906. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp met name wat betreft de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd langs de openbare weg in het buitengebied. (H)

Waardering: Hoog

B124_02.jpg

B125 Meije 57, Bodegraven

B125_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met geglazuurde kruispannen gedekt zadeldak. Voorin is het onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het gebouw ligt parallel aan de weg. De gemetselde kopgevel met dakoverstek, windveren en hangwerk is symmetrisch ingedeeld met centraal in de gevel de entree. De gevel langs de openbare weg heeft (deels gekoppelde) ramen met glas-inlood bovenlichten en keldervensters met luiken. De vensterpartij op de verdieping is niet origineel. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters.

Datering

1906

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde: Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging parallel aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B125_02.jpg

B126 Meije 65, Bodegraven

B126_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Aan de openbare weg gelegen krukhuisboerderij onder een met riet gedekt dak. Deze boerderij van het hallehuistype heeft een dwarsgeplaatst, deels onderkelderd woonhuis met stal erachter zodat een L-vormige plattegrond is ontstaan. Rechts van de boerderij staat een geheel vernieuwd zomerhuis.

Datering

1830

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het krukhuistype uit de eerste helft van de 19de eeuw. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B128 Meije 75, Bodegraven

B128_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met gesmoorde pannen gedekt zadeldak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De gemetselde symmetrisch ingedeelde kopgevel heeft een dakoverstek met windveren, sierankers en links in de gevel een stichtingssteen. De vensters zijn bezet met ramen met een bovenlicht. In de top zit een engelenvenster dat gevuld is met niet oorspronkelijke ramen. De keldervensters zijn bezet met luiken. Aan de rechter zijgevel is een niet oorspronkelijk boenhok gebouwd. Rechts van de boerderij staat een zomerhuis onder een zadeldak waarvan het dakoverstek voorzien is van windveren en een makelaar en de gemetselde gevel gedecoreerd is met sierbanden.

Datering

1880, 1952

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

In 1952 is het oorspronkelijke zadeldak vervangen door de huidigemansardekap, met de bijbehorende topgevel (informatie bewoners augustus 2017).

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel, inclusief verbouwing in 1952. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B387 Meije 77, Bodegraven

B387_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een doorlopend, met gesmoorde kruispannen gedekt, zadeldak. De voet van het zadeldak heeft een houten sierlijst. Voorin is de woning ondergebracht, achterin de stal. Tegen de rechter zijgevel is een boenhok gebouwd. De gevels zijn gemetseld in rode baksteen in kruisverband en voorzien van een gepleisterde plint en sierankers. De voorgevel is een symmetrisch ingedeelde puntgevel met vier vensters op de begane grond en twee vensters op de verdieping. Boven de vensters zijn gepleisterde aanzet- en sluitstenen aangebracht. De linker zijgevel heeft gewijzigde vensters in het woongedeelte. Het stalgedeelte heeft stalvensters met zesruitsramen.

Datering

Circa 1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de symmetrisch ingedeelde voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. De boerderij heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B130 Meije 83, Bodegraven

B130_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder respectievelijk een met riet gedekt (woonhuis) en een met gesmoorde pannen gedekt (stal) afgewolfd zadeldak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft vlechtingen in de topgevel, sierankers, strekken boven de vensters en T-ramen met bovenlichten die deels bezet zijn met glas-in-lood. De keldervensters zijn voorzien van luiken. Het stalgedeelte heeft segmentgebogen stalvensters. Aan de rechter zijgevel is een boenhok gebouwd. In de linker zijgevel ligt de entree.

Rechts van de boerderij staat een zomerhuis onder een met rode pannen gedekt zadeldak waarvan de nok evenwijdig aan de weg ligt. Op de dam over de wegsloot en op de erfafscheiding met de openbare weg staat een sierhekwerk.

Datering

1850

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B131 Meije 87, Bodegraven

B131_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Nabij de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De gemetselde kopgevel van de boerderij is symmetrisch ingedeeld met schuiframen.

Rechts van de boerderij staat een gemetselde schuur onder een zadeldak met een sierspant in de topgevel.

Datering

1902

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging nabij de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B133 Meije 97, Bodegraven

B133_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met gesmoorde kruispannen gedekt zadeldak. Voorin is het onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De gemetselde kopgevel met dakoverstek, windveren, sierspant met makelaar en sierankers is symmetrisch ingedeeld met centraal in de gevel de entree. Boven de gevelopeningen van de begane grond liggen boogvelden met opschriften: Anno

vlijt en zorg 1907. De vensters op de begane grond zijn T-vensters met een bovenlicht met glas-in-lood. In de topgevel bevindt zich een engelenvenster, bestaand uit een T-venster, geflankeerd door vensters met een decoratieve roedenverdeling.

De keldervensters in de linker zijgevel zijn voorzien van diefijzers.

Links van de hoofdmassa staat het zomerhuis met een boenhok. Het zomerhuis wordt gedekt door een zadeldak, heeft een dakoverstek met windveren en een sierspant met makelaar. De voorgevel heeft rozetankers en gepleisterde aanzet- en sluitstenen boven de gevelopeningen. De vensters zijn T-vensters met een glas-in-lood bovenlicht.

Datering

1907

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog plus

B134 Meije 123, Bodegraven

B134_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met keramische pannen gedekt zadeldak met verspringende nokhoogte. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De gemetselde kopgevel met dakoverstek, windveren en makelaar is symmetrisch ingedeeld met vier schuiframen op de begane grond en een engelenvenster centraal in de topgevel. Op de hoek van de voor- en linker zijgevel staat een platgedekte aanbouw met de entree. Op de dam over de wegsloot staat een gietsmeedijzeren toegangshek. Aan de achterzijde van de boerderij zijn een melkstal en een ligboxenstal aangebouwd (geen cultuurhistorische waarde).

Datering

1876

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B135 Meije 125 - 127, Bodegraven

B135_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak waarvan het voorste deel (woonhuis) is gedekt met gesmoorde pannen en het achterste deel (stal) met plaatmateriaal. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft windveren en een makelaar. De gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft staafankers en beschot in de topgevel. De niet oorspronkelijke ramen zijn

uitgevoerd met een bovenlicht. Rechts van de boerderij staat een gemetseld zomerhuis onder een met gesmoorde kruispannen gedekt zadeldak. Het dakoverstek van de voorgevel heeft gesneden windveren en een decoratieve makelaar. Op de begane grond bevindt zich een breed niet oorspronkelijk venster. De topgevel is bezet met een engelenraam met een keperboogvormig bovenlicht. Links van de boerderij staat een

gemetselde schuur onder een afgewolfd zadeldak met in de voorgevel twee segmentgebogen stalvensters en een hooideur in de topgevel.

Datering

Circa 1900 (kern uit 1703 volgens BAG)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels van de bijgebouwen. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Redelijk

B135_02.jpg

Middelburgseweg, Reeuwijk

B137 Middelburgseweg 6, Reeuwijk

B137_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder zadeldaken met verspringende nokhoogten. De daken zijn gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De voorgevel is gemetseld in rode baksteen, de zijgevels in gele baksteen. De symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint en een dakoverstek met decoratief gesneden windveren en makelaars. De schuiframen zijn per paar gekoppeld, bezitten getoogde bovendorpels en worden door een segmentboog bekroond. De boogvelden zijn gevuld met siermetselwerk. In de topgevel bevindt zich een engelenvenster. De keldervensters zijn bezet met diefijzers en luiken. Het stalgedeelte heeft in de rechter zijgevel ijzeren stalvensters, in de linker zijgevel zitten hardhouten kozijnen. Rechts van de boerderij staat een houten schuur onder een zadeldak met aankapping aan de rechter zijde. Achter de boerderij staat een hooiberg.

Datering

1890

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buurtschap Middelburg. (H)

Waardering: Hoog

B139 Middelburgseweg 9, Reeuwijk

B139_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder twee afzonderlijk te onderscheiden zadeldaken met verspringende nokhoogten. Het dak van het woonhuis is gedekt met gesmoorde kruispannen, het stalgedeelte eveneens met gesmoorde pannen. De dakkapellen zijn niet oorspronkelijk. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, in het achterstaande bouwdeel de stal. Het dakoverstek heeft oorspronkelijke windveren en vernieuwde makelaars (in oorspronkelijke vorm). De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft een gepleisterde plint, sierbanden en aanzet- en sluitstenen in de segment- en rondbogen boven de gevelopeningen. De voorgevel is bezet met T-ramen, op de begane grond voorzien van (niet-originele) luiken. In de topgevel bevindt zich een engelenvenster. De entree ligt in de voorgevel rechts van het midden en

is, evenals de ramen, voorzien van een bovenlicht. De keldervensters bezitten diefijzers en luiken. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Links van de boerderij staat een niet oorspronkelijke houten schuur. Op de dam over de wegsloot staat een niet oorspronkelijk houten hekwerk.

Datering

1907

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Het woonhuis was oorspronkelijk laag en rietgedekt, terwijl ook de stal een rieten kap had. Daar zijn later mastiek golfplaten overheen gelegd. De huidige bewoner heeft die na de grote storm in 1990, waarbij een deel van het dak (en de hele achtergevel) er is uitgewaaid, vervangen door gesmoorde dakpannen. Op de plaats van de huidige houten schuur heeft eerst een zomerhuis met melkhuisje gestaan, ooit vervangen door een houten schuur. In 1999 heeft de huidige bewoner deze vervallen schuur vervangen door de op 'schuimbeton drijvende' met poeren ondersteunde schuur die er nu staat.

Het eikenhouten onbehandelde hekwerk op de brug is door de huidige bewoner ontworpen en gemaakt.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde: Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buurtschap Middelburg. (H)

Waardering: Hoog

B139_02.jpg

B140 Middelburgseweg 15, Reeuwijk

B140_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Kleine boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met Tuile du Nordpannen en Muldenpannen, type Marseille . Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel is een tuitgevel met een gepleisterde plint en in gele baksteen uitgevoerde sierbanden en segmentbogen. De gevelafsluiting wordt gevormd door een gepleisterd

rondboogfries met gegoten sierbollen op de gevelhoeken. De voorgevel is bezet met niet-originele ramen. Centraal in de voorgevel zit een niet oorspronkelijk raam met een bovenlicht, ter vervanging van een eerdere deur. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters.

In de rechter zijgevel van het woonhuis zit een stichtingssteen met het opschrift 1910. Het jaartal 1910 is eveneens aangeduid bovenin de voorgevel. Tegen de linker zijgevel is een boenhok aangebouwd (niet in originele staat).

Datering

1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buurtschap Middelburg. (H)

Waardering: Hoog

B140_02.jpg

B141 Middelburgseweg 16, Reeuwijk

B141_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind aan de achterzijde. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint, strekken boven de gevelopeningen en een dakoverstek met gesneden windveren en makelaar. Centraal in de voorgevel zit de entree met een bovenlicht. De vensters zijn eveneens voorzien van een bovenlicht. In de topgevel bevindt zich een engelenvenster met een rondboog bovenlicht. De keldervensters zijn voorzien van diefijzers. Het stalgedeelte heeft segmentgebogen ijzeren stalvensters. In de rechter zijgevel zit een entree die eveneens voorzien is van een bovenlicht. Rechts van de boerderij staat een gemetseld zomerhuis onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak. De voorgevel is een klokgevel die wordt bekroond door een rondboog met drie vaasvormige sierelementen. Het gepleisterde boogveld van de rondboog draagt het opschrift: Fortuna ut luna (Latijn, letterlijk: het geluk is als de maan, m.a.w.: het wisselt vaak).

Datering

1881

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

De rechter zijgevel van de boerderij heeft een stichtingssteen met een, vanaf de openbare weg, niet leesbaar opschrift.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel van de boerderij en van het zomerhuis. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buurtschap Middelburg. (H)

Waardering: Hoog

B141_02.jpg

Nassaustraat, Bodegraven

B143 Nassaustraat 11, 13, 15, 17, 19, 21, 25, 27, 31, 33, 35, Bodegraven

B143_01.jpg
B143_02.jpg

Typologie

Woningen, winkelwoonhuis (nr. 13)

Beschrijving

Ensemble van deels gekoppelde woonhuizen van een bouwlaag met kapverdieping onder zadeldaken, mansardedaken en platte daken. De nokken staan haaks op de straat. De voorgevels zijn een afwisseling van lijstgevels en trapgevels of zijn voorzien van topgevels met dakoverstekken met gesneden windveren en sierlijke makelaars. De bakstenen gevels zijn al dan niet versierd met sierbanden, gepleisterde aanzet- en sluitstenen of bezitten in een afwijkende kleur baksteen verwerkte segmentbogen en boogvelden. Nassaustraat 13 is een winkelwoonhuis met een modern winkelpui.

Datering

1905 - 1917

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel en neorenaissancetrant

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

Gevelopeningen soms gewijzigd.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van vroeg 20ste-eeuwse ontwikkeling van het stadscentrum. Van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering in de rooilijn en ensemblewerking. (R)

Waardering: Redelijk

B143_03.jpg
B143_04.jpg
B143_05.jpg
B143_06.jpg

Nieuwdorperweg, Reeuwijk

B144 Nieuwdorperweg 11, 11a, Reeuwijk

B144_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een afgewolfd zadeldak met nieuwe rieten dekking. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde voorgevel is een ingezwenkte lijstgevel die door een kroonlijst wordt beëindigd. De voorgevel heeft strekken boven de vensters en sierankers. Links van het midden ligt de entree die gevat is in een houten omlijsting met decoratieve pilasters en een kroonlijst met het opschrift Bouwlust. De paneeldeur is, evenals de ramen, uitgevoerd met een bovenlicht. Het punt waar de boog van de klokgevel begint draagt links het opschrift Anno en rechts 1869. De zijgevels zijn gemetseld in gele baksteen. De keldervensters hebben diefijzers en luiken. Ook de stalvensters in het stalgedeelte bezitten luiken. Links van de boerderij staat het zomerhuis

(nr. 11a) waarvan de verschijningsvorm in grote lijnen overeenkomt met die van de boerderij.

Datering

1869

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B144_02.jpg

B145 Nieuwdorperweg 20, Reeuwijk

B145_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Voormalige boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder zadeldaken met verspringende nokhoogten. De daken zijn gedekt met gesmoorde Tuile du Nordpannen. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de voormalige stal. De in rode baksteen gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint, rozetankers en een dakoverstek met windveren. De ramen bezitten bovenlichten en zijn in

de zijgevel voorzien van luiken. In de topgevel bevindt zich een engelenvenster met een keperboogvormig bovenlicht.

Datering

1903

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Als gevolg van de nabijgelegen autosnelweg en de dominant aanwezige geluidsschermen die over de Nieuwdorperweg zijn aangebracht zijn de landschappelijke en ensemblewaarde van het voormalige boerderijcomplex verzwakt. (L)

Waardering: Redelijk

B146 Nieuwdorperweg 35, Reeuwijk

B146_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Voormalige boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een afgewolfd, met riet gedekt zadeldak. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de voormalige stal. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft een gepleisterde plint, staafankers, vlechtingen in de topgevel en rollagen boven de vensters. De gevel wordt afgesloten door een boeibord. De entree ligt in de linker zijgevel. De vensters zijn uitgevoerd met schuiframen. Het voormalige stalgedeelte heeft stalvensters. Tegen de rechter zijgevel is een boenhok aangebouwd. Op de dam over de wegsloot staat een fors, niet oorspronkelijk houten sierhekwerk.

Datering

1850

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft, ondanks de wijzigingen op het erf, enige landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek onderdeel van de agrarische bebouwing van Reeuwijk. (R)

Waardering: Redelijk

B146_02.jpg

B147 Nieuwdorperweg 38, Reeuwijk

B147_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met verspringende nokhoogten dat aan de voorzijde is afgewolfd. Het dak is gedekt met gesmoorde Tuile du Nordpannen. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft rollagen als plintlijst en boven de gevelopeningen. Het dakoverstek heeft windveren en rust op gootklossen. Centraal in de gevel ligt de entree in een portiek achter een stoep. De oorspronkelijke voordeur heeft een bovenlicht. De ramen zijn voorzien van bovenlichten met glas-in-lood. Het gevelvlak op de verdieping ter weerszijden van de vensters draagt het opschrift Gemma’s Hoeve. Tegen de rechter zijgevel is een erker aangebouwd. Het stalgedeelte heeft betonnen stalvensters. Rechts van de boerderij staat een gemetseld bijgebouw onder een zadeldak met windveren. Aan de linkerzijgevel bevindt zich een aanbouw met boenhok. Achter de boerderij staat een hooiberg.

Datering

1930 (datumsteen, informatie bewoners augustus 2017)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype uit de periode van het Interbellum. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B147_02.jpg
B147_03.jpg

B149 Nieuwdorperweg 65, Reeuwijk

B149_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een afgewolfd zadeldak met rieten dekking. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in gele IJsselsteen gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel is een ingezwenkte lijstgevel die door een kroonlijst wordt beëindigd. Het fries van de kroonlijst draagt het opschrift: Op hoop van zegen. De voorgevel heeft een gepleisterde plint, rozetankers en strekken boven de vensters die in rode baksteen zijn uitgevoerd. De ramen bezitten bovenlichten. In de linker zijgevel is een stichtingssteen aangebracht met het jaartal 1877. Links van de boerderij staat een, herbouwd, zomerhuis. De boerderij is recent verbouwd (informatie bewoners augustus 2017). Daarbij zijn flinke dakkapellen in beide dakvlakken aangebracht; ook zijn o.a. de ramen in de voorgevel vernieuwd.

Datering

1877

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm redelijk gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van Reeuwijk. (H)

Waardering: Redelijk

Nieuwstraat, Bodegraven

B151 Nieuwstraat 5, Bodegraven

B151_01.jpg

Typologie

Winkelwoonhuis

Beschrijving

Eenlaags bouwmassa met kapverdieping. De voorgevel is een gemetselde ingezwenkte lijstgevel met sierankers, getoogde strekken boven de T-vensters en een gevelafsluiting in de vorm van een kroonlijst. De voordeur met een bovenlicht is gevat in een kozijn met een kroonlijst. Gekoppeld aan de voordeur zit een vierruits etalagevenster met eveneens een kroonlijst. De vensters op de begane grond zijn voorzien van persiennes.

Datering

1890

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een winkelwoonhuis uit 1890. Van belang voor de economische geschiedenis van de stad. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Waardevolle ingetogen opzet in traditionele trant met klassieke kenmerken in entree- en etalagevensteromlijsting. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door zijn hoofdvorm en oriëntatie op de openbare weg van enige beeldbepalende betekenis. (R)

Waardering: Redelijk

B152 Nieuwstraat 11, Bodegraven

B152_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis

Beschrijving

Vrijstaande, tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak met de nokrichting haaks op de straat. Het dak is gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Het dakoverstek heeft niet oorspronkelijke windveren. De in rode baksteen gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft rondbogen boven de gevelopeningen. De boogvelden zijn bezet met decoratief metselwerk. De begane grond heeft een houten deurkozijn met niet oorspronkelijke deuren. De zijgevel heeft staafankers. De vensters in de zijgevels hebben luiken.

Datering

1900

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L

Afleesbaarheid

L/R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een kaaspakhuis uit 1900. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Vanwege de wijzigingen gering architectuurhistorische waarde. Enige waarde vanwege het toegepaste siermetselwerk. (L/R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege de markante hoofdvorm. (R)

Waardering: Redelijk

B153 Nieuwstraat 25, 27 Bodegraven

B153_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis

Beschrijving

Ensemble van twee gespiegelde woonhuizen van twee bouwlagen met een kapverdieping. De gemetselde voorgevel is een symmetrisch ingedeelde lijstgevel met getoogde strekken boven de gevelopeningen. Centraal in de voorgevel liggen twee, door een penant van elkaar gescheiden, entrees met bovenlichten. Op de verdieping boven de entrees is een blindnis aangebracht. De T-vensters zijn op de begane grond bezet met

glas-in-lood bovenlichten. De gevel wordt afgesloten door een geprofileerde kroonlijst.

Datering

1902

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van vroeg 20ste-eeuwse woningbouw, van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in rustige, traditionele trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege de hoofdvorm en de oriëntatie op de straat. (R)

Waardering: Redelijk

B153_02.jpg

B154 Nieuwstraat 29, Bodegraven

B154_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Eén bouwlaag tellend vrijstaand woonhuis met kapverdieping onder een mansardedak met wolfseind. De gevels zijn gemetseld in rode baksteen met getoogde strekken boven de gevelopeningen. De symmetrisch ingedeelde voorgevel wordt afgesloten door een gepleisterde sierlijst met bakgoot erboven. Centraal in de voorgevel ligt de entree met een bovenlicht. De T-vensters zijn op de begane grond voorzien van dubbele luiken.

Datering

1919

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp met decoratieve detaillering in de vorm van dubbele luiken. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in straat. Vanwege de onbebouwde ruimte aan de linker zijgevel valt het pand sterk in het oog. (H)

Waardering: Hoog

B154_02.jpg

B155 Nieuwstraat 30, 34 Bodegraven

B155_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis

Beschrijving

Vrijstaande, tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak met de nokrichting haaks op de straat. Het dak is gedekt met keramische pannen. Het dakoverstek is voorzien van gesneden windveren en sierklossen. De in rode baksteen gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft rondbogen boven de gevelopeningen. De vensters bezitten persiennes.

Datering

1912

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een kaaspakhuis uit 1912. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege de markante hoofdvorm. (H)

Waardering: Hoog

B155_02.jpg

B156 Nieuwstraat 31, 33 Bodegraven

B156_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis

Beschrijving

Ensemble van twee gespiegelde, vrijstaande woonhuizen van een bouwlaag met kapverdieping onder zadeldaken met de nok haaks op de straat. De gemetselde voorgevel is een symmetrisch ingedeelde ingezwenkte lijstgevel met getoogde strekken boven de gevelopeningen, sierankers en geprofileerde kroonlijsten. Centraal in de voorgevel zijn twee, door een penant van elkaar gescheiden, voordeuren met bovenlicht aanwezig. Ook de schuiframen hebben een bovenlicht.

Datering

1919

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van vroeg 20ste-eeuwse woningbouw, van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in evenwichtige, traditionele trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege de hoofdvorm en de oriëntatie op de straat. (R)

Waardering: Redelijk

B157 Nieuwstraat 35, Bodegraven

B157_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis

Beschrijving

Half vrijstaand, tweelaags, langgerekte bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak met de nokrichting haaks op de straat. Het dak is gedekt met rode Tuile-du Nordpannen. Het dakoverstek heeft windveren. De in rode baksteen gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft verticale rollagen boven de vensters die zich in horizontale lijn voortzetten over de gevel. De gevel is voorzien van sierankers. De ramen zijn deels bezet met ladderroeden. Het pand is via een niet oorspronkelijk tussenlid verbonden met nr. 37.

Datering

1926

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Vensterluiken zijn verwijderd.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een kaaspakhuis uit 1926. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege de markante hoofdvorm. Ensemblewaarde met voormalige kaaspakhuis nr. 37. (H)

Waardering: Redelijk

B157_02.jpg

B158 Nieuwstraat 37, Bodegraven

B158_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis

Beschrijving

Half vrijstaand, tweelaags, langgerekte bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak met de nokrichting haaks op de straat. Het dak is gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Het dakoverstek heeft windveren. De in rode baksteen gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft decoraties in gele strengperssteen en houten beschot in de topgevel. Ook in de sierbogen, boogvelden en consoles is gele strengperssteen toegepast. De plintlijst is uitgevoerd in geglazuurde baksteen. De vensters in de voor- en linker zijgevel zijn deels bezet met luiken. Via een niet oorspronkelijk tussenlid is het pand verbonden met nr. 35.

Datering

1926

Ontwerper

-

Bouwstijl

Chaletstijltrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Gewijzigde indeling vensters/deuren centrale as voorgevel. Zijgevel wit

geschilderd pleisterwerk. Niet oorspronkelijke dakkapel in zijdakschild.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een kaaspakhuis uit 1926. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de in de trant van de chaletstijl ontworpen voorgevel waarbij vooral het dakoverstek met windveren, het topgevelbeschot en het siermetselwerk in de boogvelden kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege de markante hoofdvorm. Ensemblewaarde met voormalige kaaspakhuis nr. 37. (H)

Waardering: Hoog

B158_02.jpg

Noordstraat, Bodegraven

B161 Noordstraat 3, Bodegraven

B161_01.jpg

Typologie

Winkelwoonhuis

Beschrijving

Eén bouwlaag tellend pand met kapverdieping. De voorgevel is een symmetrisch ingedeelde ingezwenkte lijstgevel met hoekpilasters. De begane grond heeft centraal in de gevel een winkeldeur met een bovenlicht, gevat in een deurkozijn met pilasters en een kroonlijst. Ter weerszijden van de winkeldeur bevindt zich een etalagevenster met drie gekoppelde bovenlichten die met glas-in-lood bezet zijn. De verdieping telt drie tweeruits schuiframen met tweeruits bovenlichten. De gevel, voorzien van sierankers, wordt afgesloten door een fries en een bakgoot met consoles. Het pand is aan de linker zijde via een osendrop verbonden met het buurpand. Rechts zit een doorgang naar de zijgevel.

Datering

1905 (pui), (oudere kern).

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

De gevel is niet oorspronkelijk wit gesausd.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de vroeg 20ste-eeuwse ontwikkeling van het stadscentrum met winkelwoonhuizen langs de belangrijkste straten. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp van de winkelpui. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering in de rooilijn van de straat. (R)

Waardering: Redelijk

B162 Noordstraat 11, Bodegraven

B161_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Eén bouwlaag tellend pand met kapverdieping onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde geglazuurde Hollandse pannen. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft een gepleisterde plint, gegoten hoeklisenen, profiellijsten boven de vensters, een getrapt verlopende cordonlijst, kuifjes, T-vensters en een gevel- en hoekbekroning in de vorm van acroteri. Op de gevelsteen centraal in de topgevel is een

vrouwenkop met ranken afgebeeld. De symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft rechts van het midden de entree achter een hardstenen stoepje.

Een gietijzeren hekwerk sluit het zijerf af aan de straat. Het achtererf ligt aan de Oude Rijn, het zijerf aan een haaks op de Oude Rijn gesitueerde sloot.

Datering

1871

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neoclassicistische trant

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het pand heeft architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een classicistische trant waarbij de relatief rijk verwerkte neoclassicistische motieven in de voorgevel kenmerkend zijn. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Het pand heeft enige stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging in de rooilijn op een hoek en de ervaarbare situering bij de Oude Rijn. (H)

Waardering: Hoog

B163 Noordstraat 15, Bodegraven

B163_01.jpg

Typologie

Pakhuis

Beschrijving

Tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak met de nokrichting haaks op de straat. Het dak is gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. De gemetselde voorgevel heeft spaarvelden en lisenen met sierankers. Siermetselwerk van gele baksteen is verwerkt in de bogen en de cordonlijst. De vensters hebben relatief diepe neggen. De kozijnen zijn uitgevoerd met snijwerk. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is een puntgevel met een decoratief element op de top in het verlengde van de centrale as.

Datering

1871

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een pakhuis, mogelijk een kaaspakhuis, uit 1871. Als kaaspakhuis van belang behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij (H), tevens van belang als object behorend bij het thema ontwikkeling bedrijvigheid oevers Oude Rijn.(H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een aan de neorenaissance verwante bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege markante hoofdvorm en situering in de straat. (R)

Waardering: Hoog

B164 Noordstraat 19, Bodegraven

B164_01.jpg

Typologie

Winkelwoonhuis

Beschrijving

Eén bouwlaag tellend pand met kapverdieping onder een samengesteld dak. De voorgevel is geplaatst voor een oudere bouwmassa. De gemetselde voorgevel is een soort verbrede tuitgevel met kwartcirkelvormige vleugelstukken ter weerszijden van de topgevel. De topgevel wordt afgesloten door een fries met een bloktand en sierlijk gesneden consoles en een geprofileerde kroonlijst erboven. De in rode baksteen gemetselde gevel heeft in helderrode baksteen uitgevoerde sierbanden, strekken en bogen. De voormalige winkelpui bestaande uit een entree met een bovenlicht en aangrenzend etalagevenster met hoge borstwering is gevat in een kozijn met een geprofileerde kroonlijst.

Datering

1871, winkelpui uit circa 1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Als winkelwoonhuis van enig belang voor de economische geschiedenis van de stad. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering in de rooilijn. Vanwege de onbebouwde ruimte aan de linker zijgevel valt het pand goed in het oog. (R)

Waardering: Redelijk

B165 Noordstraat 25, Bodegraven

B165_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Eén bouwlaag tellend pand met kapverdieping onder een zadeldak. De in rode baksteen gemetselde voorgevel is een symmetrische in- en uitgezwenkte lijstgevel. De voorgevel heeft getoogde strekken boven de gevelopeningen en wordt afgesloten door een geprofileerde kroonlijst. Rechts in de voorgevel ligt de entree met een bovenlicht. De vensters zijn eveneens voorzien van een bovenlicht.

Datering

1902

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het pand heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele trant waarbij de verschijningsvorm van de gevelafsluiting kenmerkend is. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde: Enige beeldbepalende waarde vanwege de situering in de rooilijn. (R)

Waardering: Redelijk

B166 Noordstraat 27, Bodegraven

B166_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis

Beschrijving

Vrijstaand, tweelaags, langgerekte bouwmassa met kapverdieping onder een mansardedak met de nokrichting haaks op de straat. (De poort aan de linkerkant grenst aan het naastliggende pand en is in de stijl daarvan uitgevoerd, zie B167.) Het dakoverstek heeft windveren en decoratief gesneden makelaars. De in rode baksteen gemetselde symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft getoogde strekken boven de gevelopeningen en is bezet met sierankers. Het venster in de topgevel heeft een keperboogvormig bovenlicht. De vensters op de begane grond en in de topgevel zijn voorzien van luiken. Centraal in de voorgevel, in een portiek, bevindt zich de entree met meerruits bovenlichten. Het achtererf ligt aan de Oude Rijn en functioneerde ten behoeve van het transport van kaas in de 19de en 20ste eeuw. De gemetselde, symmetrisch ingedeelde achtergevel heeft een eenlaags rechthoekige aanbouw op de begane grond. De gevelopeningen zijn voorzien van luiken. Het venster in de topgevel is, overeenkomstig de voorgevel, bezet met een keperboogvormig bovenlicht.

Datering

1892

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een kaaspakhuis uit 1892. Van belang als object behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij (H), tevens van belang als object behorend bij het thema ontwikkeling bedrijvigheid oevers Oude Rijn. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Enige architectuurhistorische waarde vanwege de decoratieve elementen zoals keperboogvormig bovenlicht en sierlijk gesneden makelaars. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege de markante hoofdvorm. (H)

Waardering: Hoog

B167 Noordstraat 29, Bodegraven

B167_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Ruim opgezet woonhuis, met twee bouwlagen en een kapverdieping onder een schilddak met een steekkap. Het dak is gedekt met gesmoorde Verbeterde Hollandse pannen. In het voordakschild staat een dakkapel met een tentdak. De gemetselde voorgevel heeft een hardstenen plint, sierbanden, een cordonlijst, gepleisterde aanzet- en sluitstenen in de segmentbogen boven de gevelopeningen en siermetselwerk met gele baksteen in de boogvelden. De voorgevel heeft rechts een risaliet die door een trapgevel wordt beëindigd. In deze risaliet zit de entree. Het gevelvlak links van het risaliet wordt beëindigd door een bakgoot met consoles. De schuiframen zijn al dan niet gekoppeld uitgevoerd.

Tussen nr. 27 en nr. 29 bevindt zich een poortje met een overeenkomstige verschijningsvorm. Aan de achterzijde grenst het pand aan de Oude Rijn.

Datering

1904

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissance

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancestijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege markante hoofdvorm, ligging in de rooilijn en deels vrijstaande situering van beeldbepalend belang. (H)

Waardering: Hoog

B168 Noordstraat 30, Bodegraven

B168_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Ruim opgezet woonhuis, met één bouwlaag en kapverdieping onder een met keramische pannen gedekt mansardedak. De symmetrische gevelindeling heeft relatief rijke decoraties zoals een cordonlijst en profiellijsten met geprofileerde sluitstenen boven de gevelopeningen. De gevelafsluiting wordt gevormd door een geprofileerde kroonlijst. In de borstwering onder de vensters zijn gegoten decoraties aangebracht. De vensters,

evenals de entree centraal in de voorgevel, zijn gevat in zwaar geprofileerde kozijnen met afgeronde bovenhoeken. Alle gevelopeningen zijn voorzien van een bovenlicht.

Datering

1871

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neoclassicistische trant

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een woonhuis uit 1871. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neoclassicistische trant. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege brede, markante hoofdvorm en situering in de rooilijn van de straat van beeldbepalend belang. (H)

Waardering: Hoog

B168_02.jpg

B169 Noordstraat 32, Bodegraven

B169_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen hoog pand met kapverdieping onder een zadeldak met de nok haaks op de straat. De symmetrisch ingedeelde in rode baksteen gemetselde voorgevel is een tuitgevel met verwerking van gele baksteen in de sierbanden, het gevelvlak onder de dorpels van de begane grond en in de gevelafsluiting. De voorgevel heeft rozetankers en gegoten, decoratieve sluitstenen en vensterbanken. De voorgevel wordt afgesloten door een driehoekig fronton in de vorm van uitkragend metselwerk met accenten op de hoeken en op de geveltop. De ramen en de voordeur zijn voorzien van glas-in-lood bovenlichten.

Datering

1880

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Gevelsteen links van voordeur met opschrift Huize Klein Nijenheim.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in de trant van de neorenaissance. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege markante hoofdvorm en ligging in de rooilijn beeldbepalende waarde. (R)

Waardering: Hoog

B170 Noordstraat 38, Bodegraven

B170_01.jpg

Typologie

Winkelwoonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen tellend pand met kapverdieping. In het voordakschild staat een dakkapel met driehoekig fronton. De symmetrisch ingedeelde brede voorgevel is een lijstgevel met gegoten, decoratieve hoekpilasters en cordonlijsten ter weerszijden van de centrale risaliet. De voorgevel wordt afgesloten door een kroonlijst met geprofileerde consoles. De centrale risaliet heeft de entree waarboven een balkon is aangebracht met

een ijzeren hekwerk. De balkondeuren bezitten gekoppelde, gepleisterde rondbogen erboven. De entree in het portiek heeft een niet oorspronkelijke deur die gevat is in een decoratieve omlijsting met pilasters, een fries en decoratief gesneden consoles.

Datering

1880

Ontwerper

-

Bouwstijl

Eclectisch

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Als winkelwoonhuis van enig belang voor de economische geschiedenis van de stad. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in eclectische trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering in de rooilijn. (R)

Waardering: Redelijk

B171 Noordstraat 40, Bodegraven

B171_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Hoekpand van één bouwlaag en kapverdieping onder een met gesmoorde pannen gedekt afgewolfd schilddak. De gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel is een lijstgevel met cordonlijsten en een relatief rijke, gepleisterde vensteromlijstingen met afgeronde bovenhoeken en decoratieve sluitstenen. De éénruitsramen bezitten bovenlichten. De entree ligt in een niet oorspronkelijk portiek links in de voorgevel. De gevel wordt afgesloten door een kroonlijst met gootklossen. De goed in het zicht staande rechter zijgevel heeft niet oorspronkelijke vensters.

Datering

1904

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neoclassicistische trant

Gaafheid

R (betreft voorgevel. Rechter zijgevel heeft een lage gaafheid.)

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp van de voorgevel in neoclassicistische trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd op hoek. (H)

Waardering: Redelijk

B172 Noordstraat 43, Bodegraven

B172_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaand pand van één bouwlaag met kapverdieping onder een mansardedak. De gemetselde voorgevel is tweelaags en heeft decoratief metselwerk dat is toegepast in de gevelafsluiting en in de rollagen boven de gevelopeningen. Rechts in de voorgevel bevindt zich de entree met een bovenlicht. Ook de éénruits ramen zijn voorzien van bovenlichten.

Datering

1929

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

L/R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de baksteenverwerking in de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege de vrijstaande ligging en situering in de rooilijn. (R)

Waardering: Redelijk

B174 Noordstraat 47, Bodegraven

B174_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Half vrijstaand woonhuis bestaande uit één bouwlaag met kapverdieping onder een zadeldak met de nok haaks op de straat. Het dak is gedekt met gesmoorde pannen. De gemetselde voorgevel is een symmetrisch ingedeelde tuitgevel met strekken boven de gevelopeningen en staafankers. De voorgevel wordt afgesloten door een kroonlijst. Centraal in de voorgevel bevindt zich de entree. De ramen zijn uitgevoerd met bovenlichten. Aan de linker zijgevel zit een gemetselde aanbouw onder een zadeldak waarvan de voorgevel wordt afgesloten door een bakgoot rustend op geprofileerde gootklossen. Centraal in deze gevel, onder de bakgoot, is een dubbel drieruits raam met drieruits bovenlicht aangebracht. Boven dit venster zit een segmentboog.

Datering

1908

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de evenwichtige kwaliteit van het ontwerp in traditionele stijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalende waarde vanwege de vrijstaande ligging en situering in de rooilijn. Waardevol ensemble met nr. 45 en 49. (H)

Waardering: Hoog

B175 Noordstraat 48, Bodegraven

B175_01.jpg

Typologie

Woonhuis (villa)

Beschrijving

Tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een samengesteld dak met steekkappen. Het dak heeft een licht uitgezwenkte kapvoet met een breed overstek met consoles. Het dak is gedekt met rode geglazuurde kruispannen. Het zijdakschild heeft een aangekapte dakkapel. De in rode baksteen gemetselde gevels bezitten in witte strengperssteen uitgevoerde segmentbogen en hoekblokjes. De voor- en rechter zijgevel hebben een centrale risaliet met beschot in de top. Het risaliet in de voorgevel heeft een erker met afgeschuinde zijkanten. De risaliet in de zijgevel bezit de entree. De vensters zijn uitgevoerd met schuiframen.

Datering

1905

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    De villa heeft belangrijke architectuurhistorische waarde vanwege de karakteristieke verschijningsvorm in neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Zeer beeldbepalend door de markante hoofdvorm en vrijstaande ligging. (H)

Waardering: Hoog

B176 Noordstraat 50, Bodegraven

B176_01.jpg

Typologie

Woonhuis (villa)

Beschrijving

Samengestelde bouwmassa bestaande uit één en twee bouwlagen met kapverdieping onder een samengesteld dak. Het dak is gedekt met rode geglazuurde kruispannen. Het tentdak is gedekt met rode daktegels. De dakkapellen worden gedekt door een tentdak. De in rode baksteen gemetselde gevels hebben groen geglazuurde baksteen in de sierbanden, de vensterbanken en de boogvelden. De aanzet- en sluitstenen zijn gepleisterd. De voorgevel heeft links een risaliet die beëindigd wordt door een in- en uitgezwenkte klokgevel. In het boogveld boven het bovenlicht van de balkondeuren staat de naam van de villa: Schothorst.

Het risaliet heeft op de begane grond een erker met afgeschuinde zijkanten met een balkon erboven. Het geveldeel rechts van de risaliet heeft een entree in een portiek. De afgeschuinde hoek op de overgang van de voor- naar de rechter zijgevel wordt afgesloten door een hoger opgemetseld volume met een tentdak. De vensters zijn uitgevoerd als schuiframen met bovenlichten.

Datering

voor 1875

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

H

Opmerkingen

De bewoners hebben een foto van ongeveer 1875 met het huis erop. Ook laat de foto voor het huis een bruggetje zien (informatie bewoners augustus 2017).

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    De villa heeft belangrijke architectuurhistorische waarde vanwege de karakteristieke verschijningsvorm in neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Zeer beeldbepalend door de markante hoofdvorm en vrijstaande ligging. (H)

Waardering: Hoog

B177 Noordstraat 52, 54, Bodegraven

B177_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis

Beschrijving

Gespiegeld, vrijstaand dubbel woonhuis van twee bouwlagen met kapverdieping onder twee schilddaken met steekkappen. Het dak is gedekt met rode Tuile du Nordpannen en is voorzien van pirons. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft in gele baksteen uitgevoerde sierbanden en bogen. De boogvelden zijn gevuld met geometrisch siermetselwerk. In een deel van de gevelafsluiting is een muizentand verwerkt. De voorgevel heeft links en rechts een risaliet die tuitvormig wordt beëindigd met een gegoten sierbekroning. Centraal in de gevel, gescheiden door een getoogde poortdeur, liggen twee entrees met een bovenlicht. De bovenlichten van de schuiframen zijn met een meerruits roedenverdeling uitgevoerd.

De gemetselde erfafscheiding bestaat uit een bakstenen voetmuur met dito verdeelposten met stalen buizen ertussen.

Datering

1905

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Erker op de verdieping is niet oorspronkelijk.

B177_02.jpg

B179 Noordstraat 63, Bodegraven

B179_01.jpg

Typologie

Kaaspakhuis

Beschrijving

Drielaags kaaspakhuis onder een schilddak met gesmoorde kruispannen. De symmetrisch ingedeelde voorgevel, met een centrale as in de vorm van dubbele pakhuisdeuren, wordt afgesloten door een goot op gootklossen, tussen uitkragende gemetselde penanten. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft decoraties van groen geglazuurde baksteen als plintlijst en vensterbanken. De ramen op de tweede verdieping ter weerszijden van de centrale as hebben diagonaal geplaatste bovendorpels. Het achtererf grenst aan de Oude Rijn.

Datering

1917

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm en verschijningsvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een kaaspakhuis. Van belang als object behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij (H), tevens van belang als object behorend bij het thema ontwikkeling bedrijvigheid oevers Oude Rijn.(H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en oriëntatie op de openbare weg beeldbepalend voor zijn omgeving. (H)

Waardering: Hoog

B180 Noordstraat 64, Bodegraven

B180_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Twee bouwlagen met kapverdieping onder een samengesteld dak. De gemetselde voorgevel heeft gepleisterde sierbanden, cordonlijsten, neggeblokjes, sluitstenen in de segmentbogen en hoekblokjes. De voorgevel heeft links een risalerend bouwdeel dat door een trapgevel wordt beëindigd. Het terugliggend bouwdeel rechts hiervan heeft links de entree met een balkon erboven. Alle gevelopeningen zijn voorzien van bovenlichten.

Datering

1915

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Het pand is recent gerenoveerd. De kozijnen aan de voorzijde en zijgevel zijn vervangen en teruggebracht naar de oorspronkelijke indeling. Het balkon is voorzien van een nieuw hekwerk meer in stijl van het bouwjaar. De stoep is ontdaan van keramisch tegelwerk en voorzien van natuursteen (informatie bewoners augustus 2017). Het pand is samen met het buurpand (nr. 66) onderdeel geweest van het Andrelon complex (idem informatie bewoners). Daartoe behoorde ook pakhuis Phoenix (Vlijt en Phoenix) aan de Oude Rijn. Shampoofabriek Andrélon (later deel van Unilever geworden) kwam voort uit de kapperszaak die André de Jong in 1932 in Bodegraven stichtte.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het pand heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant waarbij het risaliet met trapgevelbeëindiging kenmerkend is. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege de situering in de rooilijn. (R)

Waardering: Redelijk

B181 Noordstraat 66, Bodegraven

B181_01.jpg

Typologie

Woonhuis (villa)

Beschrijving

Op terugspringende rooilijn gesitueerd vrijstaand hoekpand van twee bouwlagen met kapverdieping onder een samengesteld mansardedak met een steekkap. Het dak is gedekt met gesmoorde Opnieuw Verbeterde Hollandse pannen. Het dakoverstek van de risaliet in de voorgevel heeft windveren. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft groen geglazuurde sierbanden en deuromlijsting en gepleisterde aanzetstenen en hoekblokken. De voorgevel heeft links een terugliggend bouwdeel en rechts hiervan twee risalerende bouwdelen. De rechter risaliet heeft een erker met afgeschuinde hoeken met een balkon erboven. Links van de erker bevindt zich de entree. De vensters zijn bezet met schuiframen.

De erfafscheiding is uitgevoerd als bakstenen voetmuur met dito verdeelposten met een ijzeren sierhekwerk er tussen.

Datering

1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Eclectisch met kenmerken van neorenaissance

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Het pand is samen met het buurpand (nr. 66) onderdeel geweest van het

Andrelon complex (informatie bewoners nr. 64, augustus 2107).

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het pand heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een eclectische bouwstijl met kenmerken van neorenaissance. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering op de hoek op terugspringende rooilijn zeer beeldbepalend voor zijn omgeving. (H)

Waardering: Hoog

B181_02.jpg

Noordzijde, Bodegraven

B183 Noordzijde z.n., Bodegraven

B183_01.jpg

Typologie

Begraafplaats

Beschrijving

Begraafplaats met grindpaden geflankeerd door heggen. De begraafplaats wordt van de openbare weg gescheiden door een sloot. De grafstenen en -zerken dateren uit de jaren 20, 30 en 40 van de 20ste-eeuw. De aula is gemetseld in rode baksteen op een kruisvormige plattegrond en heeft een spits en daken met drie schilden in Maasdekking. Enkele ramen zijn met glas-in-lood bezet.

Datering

1924

Ontwerper

-

Bouwstijl

-

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

De aanleg van de begraafplaats begon in 1919 als gevolg van een besluit hiertoe van de gemeenteraad van Bodegraven in 1918. In december 1919 was de begraafplaats klaar. Hoewel in eerste instantie was gekozen voor de naam Nieuw Rhodus, werd dit op voorstel van het SDAP-raadslid Van Dijk veranderd in Vredehof. In de kapel zijn twee gedenkstenen aangebracht: een met de datum van de legging van de eerste steen (28 januari 1919) door burgemeester H. le Coultre, de andere met de Bijbeltekst van Romeinen 6 vers 22.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    De hoofdstructuur, orthogonale aanleg van het terrein en grafmonumenten geven een beeld van de funeraire cultuur uit de eerste helft van de 20ste-eeuw. De eenvoudige historische begraafplaats is onlosmakelijk verbonden van de geschiedenis van Bodegraven. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    De aula en begraafplaats hebben een bijzondere complexmatige samenhang en vormen een waardevol ensemble. De begraafplaats heeft situationele en historisch landschappelijke waarde vanwege de ligging aan de Noordzijde. (H)

Waardering: Hoog

B183_02.jpg

B184 Noordzijde 5, Bodegraven

B184_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaand tweelaags pand met kapverdieping onder een afgewolfd zadeldak. In het voordakschild staat een dakkapel. Het dak is gedekt met gesmoorde kruispannen. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft een plint en vensterbanken van groen geglazuurde baksteen. Witte strengperssteen is verwerkt in de sierbanden en de bogen. De lateien zijn uitgevoerd in kunststeen. De voorgevel is een drie traveeën brede lijstgevel die wordt afgesloten door een fries met consoles en een kroonlijst. Links van de entree bevindt zich een risalerend bouwdeel. De vensters zijn bezet met schuiframen. Langs de voorgevel ligt een hardstenen stoep. Het pand staat met de achtergevel aan de Oude Rijn en met de zijgevel aan een vaartje dwars op de Oude Rijn.

Datering

1910

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Zeer beeldbepalend gesitueerd naast aftakking van Oude Rijn. Vormt tezamen met het bruggetje en het water van de Oude Rijn een waardevol ensemble. (H)

Waardering: Hoog

B185 Noordzijde 7, 8, 9, 10, Bodegraven

B185_01.jpg

Typologie

Woningen

Beschrijving

Ensemble van per paar gespiegelde woningen van twee bouwlagen met een plat dak. De gemetselde voorgevels zijn in het midden van de gevel of op de hoeken hoger opgemetseld. De erkers hebben afgeschuinde zijkanten. De gespiegelde entrees worden afgesloten door een luifel. De woningen zijn bereikbaar via een bruggetje over de vaart.

Datering

1931

Ontwerper

-

Bouwstijl

Zakelijke trant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Dakopbouw van latere datum. Het complex is een pendant van nummer 14a, 16, 18, 20.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een woningbouwcomplexje uit 1931, van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Vanwege latere dakopbouw van verminderd architectuurhistorisch belang. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering langs vaartje. (R)

Waardering: Redelijk

B185_02.jpg

B186 Noordzijde 13, Bodegraven

B186_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaand tweelaags pand met deels een plat dak en deels een afgewolfd zadeldak. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft een hardstenen plint, gepleisterde sierbanden en aanzet- en sluitstenen en een gegoten cordonlijst. De voorgevel is een vier traveeën brede langsgevel. Het linker geveldeel springt iets terug. Links van het midden bevindt zich, achter een hardstenen stoep, de entree met een balkon erboven. De begane grond heeft getoogde bovendorpels. De schuifvensters zijn al dan niet gekoppeld uitgevoerd. De voorgevel wordt afgesloten door een fries met consoles/gootklossen en een geprofileerde bakgoot. Rechts bevindt zich een gemetselde muur met een poortdeur.

Datering

1902

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Pand maakte onderdeel uit van twee, inmiddels gesloopte, bedrijfspanden.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd. (R/H)

Waardering: Redelijk

B187 Noordzijde 14a, 14aa,14b, 16, 20, Bodegraven

B187_01.jpg
B187_02.jpg

Typologie

Woningen

Beschrijving

Ensemble van per paar gespiegelde woningen van twee bouwlagen met een plat dak. De gemetselde voorgevels zijn in het midden van de gevel hoger opgemetseld. De erkers hebben afgeschuinde zijkanten. De gespiegelde entrees staan onder een luifel.

Datering

1929-1931

Ontwerper

-

Bouwstijl

Zakelijke trant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Dakopbouw van latere datum. Het complex is een pendant van nr. 7, 8, 9, 10.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Illustratief als voorbeeld van een woningbouwcomplexje uit 1929-1931, van belang voor de (ontwikkelings)geschiedenis van de wijk. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Vanwege dakopbouw van verminderd architectuurhistorisch belang. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering in straat. (R)

Waardering: Redelijk

B187_03.jpg

B189 Noordzijde 37, Bodegraven

B189_01.jpg

Typologie

Woonhuis (villa)

Beschrijving

Op een ruime kavel gesitueerd vrijstaand pand, van de openbare weg gescheiden door een sloot, bestaande uit een éénlaags, deels onderkelderd, bouwvolume met kapverdieping onder een zadeldak waarop een steekkap met gelijke nokhoogte aangrijpt. Het dak is gedekt met rode geglazuurde Tuile du Nordpannen. In het voordakschild zit een aangekapte dakkapel. Het dakoverstek heeft windveren. Een hoge gemetselde schoorsteen staat op het linker dakvlak. De gemetselde, wit geschilderde gevels zijn aan de voorzijde voorzien van segmentbogen, sierbanden, een plintlijst en hoekblokken van groen geglazuurde baksteen. De voorgevel heeft links een risaliet met een erker met afgeschuinde zijkanten op de begane grond en een balkon hierboven. De topgevel is voorzien van beschot. Rechts van de risaliet ligt de entree achter een stoep.

De schuiframen bezitten bovenlichten die bezet zijn met glas-in-lood.

Achter de hoofdmassa staat een bijgebouw onder een zadeldak met eenzelfde verschijningsvorm. Op de dam over de wegsloot staat een gietijzeren hekwerk.

Datering

1905

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met invloed Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het pand heeft architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Door markante hoofdvorm en situering op de hoek op terugspringende rooilijn zeer beeldbepalend voor zijn omgeving. (H)

Waardering: Hoog

B190 Noordzijde 40, Bodegraven

B190_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Eénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een samengesteld,

afgewolfd schilddak dat gedekt is met rode keramische pannen. Het relatief brede

dakoverstek heeft windveren. De in rode baksteen gemetselde gevels hebben sierbanden,

lateien en segmentbogen. De voorgevel heeft links een risaliet met op de begane grond

een erker met afgeschuinde zijkanten met een balkon erboven. De gevel is bezet met

schuifvensters. Nabij de openbare weg staat een sierhekwerk met gietijzeren posten.

Datering

1911

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Er is sprake van architectuurhistorische waarde vanwege de karakteristieke verschijningsvorm in neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Zeer beeldbepalend gesitueerd vanwege vrijstaande ligging op de hoek. Waardevol historisch ensemble met belendende panden nr. 45, 47. (H)

Waardering: Hoog

B190_02.jpg

B191 Noordzijde 45, 47, Bodegraven

B191_01.jpg

Typologie

Dubbel woonhuis

Beschrijving

Eénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een samengesteld schilddak met steekkappen. Centraal in het voordakvlak zit een aangekapt lessenaarsdak van de onderstaande risaliet. Het dak is gedekt met rode keramische pannen. Het relatief brede dakoverstek heeft windveren. De in rode baksteen gemetselde gevels hebben lateien en sierbanden en segmentbogen in een afwijkende kleur baksteen. De voorgevel heeft links, rechts en centraal een risaliet met gekoppelde schuifvensters waarvan de bovenlichten meerruits zijn uitgevoerd. De woningen zijn bereikbaar via bruggetjes over de wegsloot.

Datering

1912

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Er is sprake van architectuurhistorische waarde vanwege de karakteristieke verschijningsvorm in neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd aan wegsloot. Waardevol historisch ensemble met buurpand nr. 40. (H)

Waardering: Hoog

B191_02.jpg

B192 Noordzijde 62, 63, 64, Bodegraven

B192_01.jpg

Typologie

Woonhuizen

Beschrijving

Blok van vier gekoppelde woningen, één en twee bouwlagen hoog met kapverdiepingen onder mansarde- en zadeldaken. Het dak is gedekt met overwegend gesmoorde keramische pannen. De voorgevels hebben een hoge plint die uitgevoerd is in rode baksteen. Daarboven zijn de gevels gepleisterd en wit geschilderd. De sierbanden, de penanten, het vlechtwerk in de topgevels en de segmentbogen zijn eveneens uitgevoerd in rode baksteen. De twee centrale voorgevels zijn puntgevels. Ter weerszijden hiervan worden de gevels afgesloten door een borstwering tussen hoger opgemetselde penanten. De voorgevel heeft kunststenen lateien. De buitenste woningen zijn voorzien van een rechthoekige erker op de begane grond, de middelste woningen hebben een erker op de verdieping en op de begane grond een portiek met entrees. De schuiframen hebben meerruits bovenlichten. De balkondeuren zijn uitgevoerd met zij- en meerruits bovenlichten. Op de dam over de wegsloot liggen bruggetjes. Het complex is gesitueerd aan twee haaks op elkaar staande sloten en de Oude Rijn.

Datering

1918

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Er is sprake van architectuurhistorische waarde vanwege de karakteristieke verschijningsvorm in neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl. (R/H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd aan sloot nabij Oude Rijn. Door markante hoofdvorm en situering stedenbouwkundige waarde. (H)

Waardering: Hoog

B192_02.jpg

B195 Noordzijde 100, Bodegraven

B195_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Op een ruim kavel gesitueerd, aan voor - en rechter zijde begrensd door een sloot, vrijstaande éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een afgewolfd zadeldak met de nok haaks op de straat. De voorgevel is een symmetrisch ingedeelde klokgevel die wordt afgesloten door een kroonlijst. De gevels zijn gepleisterd en wit geschilderd. De schuiframen bezitten glas-in-lood bovenlichten.

Datering

1905

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Rond 1970 is het glas-in-lood in de bovenlichten van de ramen verwijderd en zijn ook nieuwe kozijnen aangebracht.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in traditionele bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege vrijstaande ligging situationele waarde. In combinatie met sloot en tuin rondom ensemblewaarde. (R/H)

Waardering: Redelijk

B196 Noordzijde 111, Bodegraven

B196_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Op enige afstand van de openbare weg gelegen boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een doorlopend, met riet gedekt, zadeldak. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Rechts van de boerderij staat het zomerhuis met een topgevel en windveren. Links staan de overige bedrijfsgebouwen. De in rode baksteen in kruisverband gemetselde voorgevel is voorzien van een overstek met windveren en een decoratief gesneden sierspant en makelaars. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld met schuifvensters. Het complex heeft een fruitboomgaard en wordt omgeven door sloten. Op de dam over de wegsloot staat een giet-, smeedijzeren toegangshek.

Datering

1912

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels waarbij de decoratieve windveren en het sierspant en de makelaars kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B196_02.jpg

B198 Noordzijde 118, Bodegraven

B198_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak met wolfseind. Voorin is het onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De keldervensters in de rechter zijgevel zijn voorzien van diefijzers. Links van het hoofdvolume staat de (vernieuwde) schuur. Rechts staat het zomerhuis . De bakstenen schuur heeft windveren. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel van de boerderij heeft niet de oorspronkelijke schuiframen. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Op de dam over de wegsloot staat een giet-, smeedijzeren toegangshek met de naam van de boerderij: RHYNZIGT.

Datering

1864

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

L/R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm relatief gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Redelijk

B198_02.jpg
B198_03.jpg

B199 Noordzijde 134, Bodegraven

B199_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Op de nok staan twee schoorstenen. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is een gemetselde tuitgevel met een gepleisterde plint en staafankers. De ramen zijn niet oorspronkelijk. In de linker zijgevel bevindt zich een niet oorspronkelijke erker met afgeschuinde zijkanten. Rechts van de boerderij staat een zomerhuis onder een met riet gedekt afgewolfd zadeldak. De vensters zijn bezet met meerruits schuiframen. In de voorgevel bevindt zich rechts van het midden de entree met een bovenlicht dat voorzien is van een ijzeren levensboom.

Datering

1853

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R/H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm relatief gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging. (H)

Waardering: Hoog

Oosteinde, Waarder

B202 Oosteinde 9, Waarder

B202_01.jpg

Typologie

Woonhuis met schuur

Beschrijving

Vrijstaande éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een mansardedak met een steekkap aan de voorzijde die aangrijpt op de nok. Het dak is gedekt met gesmoorde kruispannen en voorzien van een piron. Het dakoverstek heeft windveren. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft links een risalerend bouwdeel met een erker met afgeschuinde zijkanten waarboven een balkon met een houten balkonhek is aangebracht. Rechts van het risaliet ligt de entree in een portiek achter een stoep. De voorgevel heeft hardstenen lateien en in gele baksteen uitgevoerd metselwerk dat verwerkt is in de bogen, hoekstenen en in de sierbanden. Vensters zijn uitgevoerd met schuiframen. Rechts van het woonhuis staat de gemetselde schuur onder een zadeldak dat eveneens is gedekt met gesmoorde kruispannen. In de topgevel bevindt zich een ijzeren roosvenster. Op de dam over de wegsloot staat een betonnen, wit geschilderde brug met het opschrift: 1934.

Datering

1919 (woonhuis), 1934 (brug)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

Op de windveren van de steekkap is het opschrift Carpe Diem aangebracht. Latijn voor: pluk de dag.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Het woonhuis met de bijbehorende schuur en brug heeft cultuurhistorische waarde als complexonderdeel van de boerderij. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp van de voorgevel van het woonhuis en het ontwerp van de brug. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van situationele waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het woonhuis met de schuur en de brug hebben landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Reeuwijk. (H)

Waardering: Redelijk

B202_02.jpg

B203 Oosteinde 16, Waarder

B203_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde Hollandse pannen. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft windveren. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint, sierankers en getoogde strekken boven de T-vensters met getoogde bovenlichten van de begane grond.

Centraal in de topgevel bevindt zich een engelenvenster met een bovenlicht in de vorm van een ezelsrugboog. De keldervensters zijn voorzien van diefijzers en luiken. Tegen de linker zijgevel is een boenhok aangebouwd. Rechts van de boerderij staan een hooiberg en een gemetselde schuur onder een zadeldak met een ijzeren roosvenster in de topgevel.

Datering

1896

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Op de windveren was eerder het opschrift Vredebest aangebracht. In de rechter zijgevel zit een stichtingssteen met een, vanaf de openbare weg niet leesbaar, opschrift.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het onderdeel weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij vooral het engelenvenster in de topgevel kenmerkend is. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B204 Oosteinde 24, Waarder

B204_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt (woonhuis) en een met gesmoorde kruispannen gedekt (stalgedeelte) zadeldak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft sierlijk gesneden windveren, een sierspant en makelaars. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft sierankers en strekken boven de gevelopeningen van de begane grond. De plint en de gevelhoeken zijn gepleisterd. De vensters bezitten niet oorspronkelijke ramen met een bovenlicht. In de top bevindt zich een engelenvenster. De rechter zijgevel heeft, nabij de hoek met de voorgevel een stichtingssteen met het opschrift 1874. De keldervensters zijn voorzien van diefijzers.

Datering

1874 (woonhuis), circa 1900 (stalgedeelte)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Chaletstijltrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het onderdeel weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Waarder. (H)

Waardering: Hoog

B205 Oosteinde 50, Waarder

B205_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met gesmoorde kruispannen. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft sierlijk gesneden windveren, een sierspant en een makelaar. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint, een profiellijst onder de onderdorpels van de vensters van de begane grond en getoogde strekken boven de gevelopeningen die uitgevoerd zijn in gele baksteen. De sierbanden zijn uitgevoerd in kalkzandsteen. De boogvelden zijn gevuld met bricorna-steen. De vensters zijn bezet met T-ramen. De keldervensters bezitten diefijzers en luiken. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Tegen de linker zijgevel is een boenhok aangebouwd. Achter het stalgedeelte staan een schuur en een hooiberg. Op de dam over de wegsloot staat een houten dubbel openslaand spijlenhekwerk.

Datering

1908

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het onderdeel weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B205_02.jpg

B206 Oosteinde 58,Waarder

B206_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met Verbeterde Hollandse dakpannen (na renovatie). Beide dakschilden hebben niet oorspronkelijke dakkapellen. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft windveren en gootklossen. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint, staafankers en rondbogen en sierbanden die zijn uitgevoerd in gele baksteen en kalkzandsteen. De boogvelden zijn gevuld met bricorna-steen. De vensterdorpels zijn groen geglazuurd. De ramen zijn voorzien van bovenlichten. De keldervensters bezitten diefijzers. De stalvensters zijn vernieuwd. In de linker zijgevel ligt de entree, eveneens voorzien van een bovenlicht. Deze linker zijgevel heeft een stichtingssteen die het bouwjaar 1913 vermeldt.

Datering

1913

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het onderdeel weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B207 Oosteinde 60, Waarder

B207_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met gesmoorde kruispannen. De dakkapel is niet oorspronkelijk. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. Het dakoverstek heeft windveren. De in rode baksteen opgetrokken symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint en sierbanden en rondbogen boven de vensters die zijn uitgevoerd in gele baksteen en kalkzandsteen. De boogvelden zijn met bricorna-steen gevuld. De vensters bezitten T-ramen waarvan de bovenlichten bezet zijn met glas-in-lood. De keldervensters zijn voorzien van diefijzers. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Rechts van de boerderij staat een gemetseld zomerhuis onder een zadeldak dat via een gemetseld tussenlid met de hoofdmassa is verbonden. Links van de boerderij staat een gemetselde schuur onder een zadeldak. De gevels van beide objecten zijn gedecoreerd met sierbanden en in beide topgevels is een roosvenster aangebracht.

Datering

1908

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

Op de windveren is het opschrift Hora Pint aangebracht. In de linker zijgevel is een stichtingssteen aanwezig met een, vanaf de openbare weg niet leesbaar, opschrift.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het onderdeel weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevels. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B207_02.jpg
B207_03.jpg

Oud Reeuwijkseweg, Reeuwijk

B210 Oud Reeuwijkseweg 17, Reeuwijk

B210_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt wolfsdak. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in gele handvormsteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel is een ingezwenkte lijstgevel met in rode baksteen uitgevoerde strekken boven de vensters, sierankers en een gevelafsluiting in de vorm van een kroonlijst. Centraal in de voorgevel ligt de entree met een bovenlicht. De entree is gevat in een houten omlijsting met pilasters, kroonlijst en consoles. Het fries boven de deur draagt het opschrift Asturie. De ramen zijn uitgevoerd met bovenlichten. Het stalgedeelte heeft niet oorspronkelijke stalvensters.

Datering

1867

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buurtschap Oud Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B210_02.jpg

B211 Oud Reeuwijkseweg 25, Reeuwijk

B211_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met gesmoorde kruispannen. Het dakoverstek heeft windveren, een sierspant en een makelaar. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft een gepleisterde plint en in gele en oranje rode baksteen uitgevoerde sierbanden, neggeblokken en, van gepleisterde aanzet- en sluitstenen voorziene, segment- en rondbogen. De boogvelden zijn gevuld met bricorna-steen. Centraal in de voorgevel ligt de entree met een smeedijzeren rooster en een bovenlicht in een portiek. De schuiframen zijn uitgevoerd met meerruits bovenlichten. In de top zit een gekoppeld rondboogvenster. Het gevelvlak ter weerszijden van deze rondboogvensters heeft twee gevelstenen met het opschrift Anno en 1909. De keldervensters bezitten diefijzers. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters.

Datering

1909

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

In de linker zijgevel van het woonhuis is een stichtingssteen aangebracht die de naam van de boerderij aangeeft: Sophiahoeve

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft belangrijke architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in neorenaissancetrant. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buurtschap Oud Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B211_02.jpg

B212 Oud Reeuwijkseweg 33, Reeuwijk

B212_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met gesmoorde Verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak met wolfseind aan de voorzijde. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in gele handvormsteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel is een ingezwenkte lijstgevel met in rode baksteen uitgevoerde strekken boven de vensters, sierankers en een gevelafsluiting in de vorm van een kroonlijst. Centraal in de voorgevel ligt de entree met een smeedijzeren rooster en een bovenlicht. De ramen zijn eveneens uitgevoerd met bovenlichten. Het stalgedeelte heeft stalvensters. Achter de boerderij staat een hooiberg.

Datering

1877

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

De rechter zijgevel heeft een stichtingssteen met een, vanaf de openbare weg niet leesbaar, opschrift.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buurtschap Oud Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

Oud Bodegraafseweg, Bodegraven

B213 Oud Bodegraafseweg 26, Bodegraven

B213_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

In de rooilijn van de straat en vrijstaand gelegen éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een mansardedak dat gedekt is met aan een zijde rode Tuile du Nordpannen en aan de andere zijde met latere blauwe pannen. De in rode baksteen gemetselde voorgevel is een ingezwenkte lijstgevel die door een kroonlijst wordt beëindigd. De voorgevel heeft sierankers, de zijgevel staafankers. De voorgevel heeft in gele strengperssteen uitgevoerde segmentbogen boven de gevelopeningen. Op de verdieping zit een vierruits venster. De begane grond heeft éénruits ramen met bovenlichten. Rechts in de gevel bevindt zich de entree met eveneens een bovenlicht.

Datering

1872

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een traditionele bouwstijl. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Vanwege ligging in de rooilijn enige situationele waarde in de straat. (R)

Waardering: Redelijk

B214 Oud Bodegraafseweg 85, Bodegraven

B214_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een zadeldak met

wolfseind aan de achterzijde. Voorin is het woonhuis ondergebracht, achterin de stal. In

het linker dakschild staat een dakkapel. Het dakoverstek heeft decoratief gesneden

windveren, makelaars en een sierspant. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is

gemetseld in rode baksteen in kruisverband. Gepleisterde sierbanden zetten zich over de

bovendorpels van de vensters voort. Het stalgedeelte heeft ijzeren stalvensters. Het

zomerhuis met een zadeldak en een roosvenster in de topgevel is door middel van niet

oorspronkelijk tussenlid met de hoofdmassa verbonden.

Datering

1885 (informatie bewoners augustus 2017)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel met kenmerken van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij vooral de rijk gesneden windveren, sierspant en makelaar kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B215 Oud Bodegraafseweg 86, Bodegraven

B215_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaande éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een zadeldak dat gedekt is met geglazuurde Tuile du Nordpannen. De nok is evenwijdig aan de straat. De kopgevels hebben overstekken met windveren en een sierspant in de top. Nabij de nok staat een gemetselde schoorsteen met siermetselwerk. De symmetrisch ingedeelde, in rode baksteen gemetselde, voorgevel is een langsgevel met een centrale risaliet die in de vorm van een Vlaamse gevel met hoger opgemetselde hoekelementen en windveren in het voordakschild eindigt. Centraal in de risaliet bevindt zich de entree. Sierbanden en segmentbogen zijn uitgevoerd in gele strengperssteen. Boogvelden zijn gevuld met geometrisch uitgevoerd siermetselwerk.

Datering

1909

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant met invloed van de Chaletstijl

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Stichtingssteen links naast de voordeur.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp waarbij de symmetrisch ingedeelde voorgevel met risaliet en Vlaamse gevel en het siermetselwerk kenmerkend zijn. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering aan de weg. (R)

Waardering: Hoog

B217 Oud Bodegraafseweg 89, Bodegraven

B217_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is gemetseld in rode baksteen, heeft vlechtingen in de topgevel en is bezet met vier schuiframen op de begane grond. Centraal in de topgevel bevindt zich een engelenvenster met een rondboog bovenlicht en zijlichten met kruisvormige roedenverdeling. Achter de boerderij staat een hooiberg. Over de wegsloot ligt een betonnen dam.

Datering

1884

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij vooral het engelenvenster in de topgevel kenmerkend is. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B218 Oud Bodegraafseweg 91, Bodegraven

B218_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De gemetselde voorgevel heeft vlechtingen in de topgevel en geprofileerde rollagen. De gevel is bezet met schuifvensters. Over de wegsloot ligt een betonnen dam.

Datering

1860

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B219 Oud Bodegraafseweg 93, Bodegraven

B219_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Vrijstaande éénlaags bouwmassa met kapverdieping onder een met gesmoorde pannen gedekt zadeldak met de nok haaks op de weg. Op het zijdakschild staat een forse, niet oorspronkelijke dakkapel. De kopgevel heeft een overstek met windveren en een makelaar. De gemetselde voorgevel is een puntgevel met sierbanden en gepleisterde lateien boven de vensters. De vensters zijn bezet met schuiframen. In de topgevel bevindt zich een venster met zijlichten. Over de wegsloot ligt een betonnen dam.

Datering

1924

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

R

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van gering architectuurhistorisch belang. (L)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Enige beeldbepalende waarde vanwege situering aan de weg en vaart. (R)

Waardering: Redelijk

B220 Oud Bodegraafseweg 101, Bodegraven

B220_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De gemetselde voorgevel is symmetrisch ingedeeld met vierruits schuiframen met tweeruits bovenlichten. Het stalgedeelte heeft stalvensters. In de rechter zijgevel ligt de entree.

Datering

1897

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg en de vaart. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van het buitengebied van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B223 Oud Bodegraafseweg 112, Bodegraven

B223_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij bestaande uit twee afzonderlijke, in elkaars verlengde gelegen volumes onder zadeldaken die gedekt zijn met gesmoorde Hollandse pannen. De nokrichting ligt haaks op de straat. In het voorste bouwvolume is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, in het achterste volume de stal. De in rode baksteen gemetselde voorgevel is een symmetrisch ingedeelde ingezwenkte lijstgevel met een kroonlijst. Boven de gevelopeningen zitten strekken. De vensters zijn bezet met T-ramen. De keldervensters zijn bezet met luiken. De staldeuren bezitten bovenlichten.

Datering

1904

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van een afgeleide representant van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Enige architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel in traditionele trant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van Bodegraven. (H)

Waardering: Hoog

B223_02.jpg

Oudeweg, Reeuwijk

B225 Oudeweg 3, Reeuwijk

B225_01.jpg

Typologie

Boerderij

Beschrijving

Boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype onder een met riet gedekt zadeldak met wolfseind aan de achterzijde. Voorin is het deels onderkelderde woonhuis ondergebracht, achterin de stal. De in rode baksteen gemetselde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft segment- en rondbogen die zijn uitgevoerd in een rodere baksteen. De boogvelden zijn gevuld met geometrisch siermetselwerk in rode en gele baksteen. Het dakoverstek heeft gesneden windveren en een makelaar. De T-ramen bezitten glas-in-lood bovenlichten en zijn in de zijgevel voorzien van luiken. In de topgevel van de voorgevel bevindt zich een engelenvenster met een keperboogvormig bovenlicht. In de rechter zijgevel ligt de entree met een bovenlicht. De keldervensters bezitten luiken. Het stalgedeelte heeft niet oorspronkelijke stalvensters. Tegen de linker zijgevel is een boenhok aangebouwd. Achter de boerderij staat een voormalige hooiberg. Op de dam over de wegsloot staat een ijzeren sierhekwerk.

Datering

1907

Ontwerper

-

Bouwstijl

Chaletstijltrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R/H

Opmerkingen

In de rechter zijgevel bevindt zich een stichtingssteen met het jaartal 1907.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Belangrijke cultuurhistorische waarde als een in hoofdvorm gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een boerderij van het Zuid-Hollandse langhuistype. Van belang als object(en) behorend bij het thema weidebedrijf/kaasmakerij. (H)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de ontwerpkwaliteit van de voorgevel waarbij het decoratieve metselwerk in de boogvelden en de gesneden windveren en makelaar kenmerkend zijn. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Er is sprake van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrijstaande en beeldbepalende ligging aan de openbare weg. Het complex heeft landschappelijke en ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de agrarische bebouwing van Reeuwijk. (H)

Waardering: Hoog

B225_02.jpg

Overtocht, Bodegraven

B226 Overtocht 10, 12, 14, Bodegraven

B226_01.jpg
B226_02.jpg

Typologie

Winkelwoonhuizen

Beschrijving

Eén bouwlaag tellende bouwmassa met kapverdieping onder een mansardedak. De voorgevel is een tweelaags opgetrokken lijstgevel. De gemetselde voorgevel heeft wit gepleisterde sierbanden en dito aanzet- en sluitstenen in de strekken boven de gevelopeningen. De gevel wordt door een kroonlijst afgesloten. De vensters zijn bezet met schuiframen. Centraal in de gevel bevindt zich een etalagevenster dat geflankeerd wordt door een entree en afgesloten wordt door een kroonlijst.

Datering

1880 (winkelpui circa 1910)

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:
    Van enig belang voor de 19de- en 20ste-eeuwse ontwikkeling van het stadscentrum met winkelwoonhuizen langs de belangrijkste straten. (R)

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van enig belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in neorenaissancetrant. (R)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in de straat nabij kerk. (H)

Waardering: Redelijk

B226_03.jpg

B227 Overtocht 17, Bodegraven

B227_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een drieschilddak dat gedekt is met gesmoorde Hollandse pannen. Op het voordakvlak staat een niet oorspronkelijke dakkapel. De in rode baksteen gemetselde voorgevel heeft sierbanden, bogen, een fries en boogvelden die uitgevoerd zijn in gele en rode strengperssteen. De voorgevel heeft links een risalerend bouwdeel met een entree dat afgesloten wordt door een opengewerkte borstwering met hoger opgemetselde hoekpilasters. Het terugspringende rechter geveldeel wordt afgesloten door een gemetseld fries met een bakgoot en consoles. De schuiframen bezitten meerruits, met glas-in-lood bezette, bovenlichten.

Datering

1908

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

R/H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

-

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: R/H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Waardevol vanwege de karakteristieke verschijningsvorm in neorenaissancetrant waarbij vooral het toegepaste siermetselwerk kenmerkend is. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Beeldbepalend gesitueerd in de rooilijn op hoek. Het historisch-stedenbouwkundige belang van het pand is duidelijk zichtbaar in combinatie met de gerealiseerde nieuwbouw links. (H)

Waardering: Hoog

B228 Overtocht 22, Bodegraven

B228_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Ruim opgezet woonhuis bestaande uit twee bouwlagen met kapverdieping onder een pannengedekt drieschilddak met een piron. Op het voordakschild staat een dakkapel met een tentdak met maasdekking. De voorgevel heeft rechts een risalerend bouwdeel met een tuitgevel. De geveldetaillering bestaat uit decoratief metselwerk zoals sierbanden, ontlastingsbogen, en rollagen uitgevoerd in oranje verblendsteen. In het fries en in de blindnis centraal in de topgevel is de verblendsteen decoratief verwerkt. De natuurstenen lateien zijn gedecoreerd met een horizontale belijning. Het terugliggende geveldeel links van de risaliet wordt afgesloten door een kroonlijst met sierlijk gesneden consoles/sierklossen. De ramen zijn voorzien van bovenlichten die met glas-in-lood zijn bezet. De entree ligt in de risaliet in een portiek en heeft eveneens een bovenlicht met glas-in-lood.

Datering

1907

Ontwerper

-

Bouwstijl

Neorenaissancetrant

Gaafheid

H

Afleesbaarheid

H

Uniciteit

R

Opmerkingen

Het huis hoorde bij het R.K complex waartoe ook de naburige kerk behoorde en een inmiddels afgebroken zusterhuis en een school.

Waardering

Scores gaafheid, afleesbaarheid en uniciteit: H

Cultuurhistorische waarde

  • a.

    historische waarde / kenmerkendheid:

  • b.

    architectuurhistorische waarde:
    Van belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp in een aan de neorenaissance verwante bouwstijl. (H)

  • c.

    stedenbouwkundige waarde of ensemblewaarde:
    Maakt ruimtelijk gezien deel uit van het nabijgelegen historisch ensemble neogotische kerkcomplex. (R/H)

Waardering: Hoog

B229 Overtocht 29, Bodegraven

B229_01.jpg

Typologie

Woonhuis

Beschrijving

Tweelaags bouwmassa met kapverdieping onder een schilddak dat gedekt is met gesmoorde pannen. De nok ligt evenwijdig aan de straat. De in rode baksteen gemetselde voorgevel is een symmetrisch ingedeelde lijstgevel met een gepleisterde borstwering, een cordonlijst en een kroonlijst. Boven de gevelopeningen zitten strekken. Centraal in de gevel bevindt zich de entree in een omlijsting van pilasters en een kroonlijst. De schuifvensters bezitten persiennes. Langs de voorgevel ligt een (vernieuwde) hardstenen stoep.

Datering

1880

Ontwerper

-

Bouwstijl

Traditioneel met neoclassicistische kernmerken

Gaafheid

R/H