Beleidsregels individuele studietoeslag Tubbergen 2023

Geldend van 14-03-2023 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2022

Intitulé

Beleidsregels individuele studietoeslag Tubbergen 2023

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen,

Gelet op artikel 36b van de Participatiewet en artikel 4, lid 3 en artikel 5, lid 3 van de Verordening Individuele studietoeslag gemeente Tubbergen 2023;

[De grondslag bevat een kennelijke verschrijving, de Verordening Individuele studietoeslag gemeente Tubbergen 2023 bestaat niet.]

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels;

Beleidsregels individuele studietoeslag Gemeente Tubbergen 2023.

Hoofdstuk 1, Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsegels worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene Wet Bestuursrecht.

  • 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      Aanvraag: een verzoek om studietoeslag als bedoeld in artikel 36 b lid 1 PW

    • b.

      AWB: Algemene wet bestuursrecht;

    • c.

      PW: Participatiewet

    • d.

      Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

    • e.

      WSF: Wet studiefinanciering 2000

    • f.

      WTOS: Hoofdstuk 4 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Artikel 2. Structurele medische beperking

  • 1. Structurele medische beperking: een fysieke en/of psychische beperking die voortkomt uit een in de persoon gelegen ziekte of medisch gebrek die voldoende ernstig is dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het gebrek en het structureel niet in staat zijn van het verdienen van inkomsten door belanghebbende naast de studie.

  • 2. Structureel: als er binnen een periode van 12 maanden na de aanvraag geen herstel of verbetering is te verwachten in de medische beperking, zodanig dat belanghebbende wel in staat is om naast de studie te werken en daar inkomen mee te verdienen.

  • 3. Er is in ieder geval geen sprake van een structurele medische beperking bijvoorbeeld bij:

    • -

      mantelzorg

    • -

      een gebroken been

    • -

      kortdurende beperking

    • -

      beperkingen die niet dusdanig ernstig zijn dat iemand naast de studie niet meer kan werken

Artikel 3. Voorwaarden

Er bestaat recht op studietoeslag als belanghebbende:

  • a.

    rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te verwerven en

  • b.

    studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of een tegemoetkoming krijgt op grond van de WTOS. Het levenlanglerenkrediet van de WSF valt hier niet onder en

  • c.

    geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong.

  • d.

    niet werkt naast de studie, niet zijnde een stage.

Artikel 4. Aanvraag

  • 1. De aanvraag voor studietoeslag wordt digitaal en/of schriftelijk ingediend (schriftelijk via een aanvraagformulier studietoeslag of digitaal via de website van de gemeente).

  • 2. Belanghebbende verstrekt bij de aanvraag in ieder geval de volgende bewijsstukken:

    • a.

      De toekenningsbeschikking van de studiefinanciering op grond van de WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS

    • b.

      bij stage: een kopie van de stageovereenkomst waaruit de hoogte van de stagevergoeding blijkt.

  • 3. Belanghebbende kan bij de aanvraag een deskundigenverklaring verstrekken waarin staat waarom belanghebbende niet kan werken naast de studie.

Artikel 5. Toekennen en betalen

  • 1. Als door het college is vastgesteld dat recht op studietoeslag bestaat, wordt de studietoeslag toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend.

  • 2. In afwijking van lid 1 wordt de studietoeslag met terugwerkende kracht ook toegekend over een periode die gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend als:

    • a.

      belanghebbende daarom verzoekt; en

    • b.

      belanghebbende over deze periode voldoet aan de voorwaarden voor het recht op studietoeslag;

  • 3. In afwijking van lid 2 wordt de studietoeslag niet met terugwerkende kracht toegekend over een periode die gelegen is:

    • a.

      voor 1 april 2022

    • b.

      5 jaar voorafgaand aan de dag waarop belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend.

  • 4. De studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald.

  • 5. De studietoeslag die met terugwerkende kracht wordt toegekend, wordt na toekenning als een bedrag ineens uitbetaald.

Artikel 6. Hoogte studietoeslag

  • 1. De hoogte van de studietoeslag is gelijk aan de bedragen genoemd in artikel 7a van de AMvB (Besluit van 23 maart 2020 tot wijziging van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021 in verband met het opnemen van bedragen voor de studietoeslag Participatiewet).

  • 2. Als uitgangspunt voor het bepalen van de hoogte van de studietoeslag geldt het normbedrag over de hele maand in de maand dat belanghebbende jarig wordt en daarbij geldt het bedrag dat hoort bij leeftijd die belanghebbende op die verjaardag heeft bereikt.

Artikel 7. Medisch advies

  • 1. Het college is verplicht een medisch advies te vragen aan een onafhankelijke deskundige voor de beoordeling of er sprake is van een structurele beperking.

  • 2. Het college vraag het medisch advies aan bij een externe organisatie.

  • 3. In afwijking van lid 1 kan het college alleen in deze situaties een medisch advies achterwege laten als direct duidelijk is dat er recht bestaat op studietoeslag gelet op de ernst/aard van de structurele medische beperking.

Artikel 8. Nieuw medisch advies bij zicht op verbetering

Wanneer het eerste medisch advies daartoe aanleiding geeft, bepaalt het college dat binnen een bepaalde periode, afhankelijk van de situatie, een nieuw medisch advies zal worden opgevraagd om te beoordelen of belanghebbende nog steeds niet in staat is om naast de studie te werken.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van belanghebbende afwijken van het bepaalde in deze beleidsregels.

Artikel 10. Inwerkingtreding beleidsregels en toepassingsbereik

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na publicatie in het Gemeenteblad en werken terug tot en met 1 april 2022.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels individuele studietoeslag Tubbergen 2023.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 28 februari 2023

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen

Algemene toelichting

Uit onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie van december 2018 is gebleken dat de individuele studietoeslag niet aan het gestelde doel voldoet en aanpassing behoeft. Aanpassing is nodig om het doel van de regeling te bereiken: jongeren met een structurele medische beperking die niet kunnen bijverdienen naast hun studie, een extra (financiële) steun in de rug te geven. Om deze reden is de regeling van studietoeslag gewijzigd.

Inwerkingtreding

De Beleidsregels individuele studietoeslag gemeente Tubbergen 2023 treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Gemeenteblad en werken terug tot en met 1 april 2022.

Geen bijstand meer maar toeslag.

De studietoeslag is geen bijstand meer. Daarom is er geen vermogenstoets. Ook de gegevens over de woon/leefsituatie (gezinssamenstelling) zijn niet van invloed op het recht. Er geldt geen leeftijdsgrens. Het recht is gekoppeld aan het recht op studiefinanciering op grond van de WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS.

Ontvangst of recht op studiefinanciering WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS

In de wettekst van artikel 36b PW staat dat een aanvraag kan worden gedaan als iemand studiefinanciering of WTOS ontvangt. Dit moet zo worden gelezen: er bestaat recht op studietoeslag als er recht bestaat op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 WTOS. Of er recht bestaat blijkt uit een beschikking van DUO. Voor het moment waarop is voldaan aan de voorwaarden voor studietoeslag is niet de datum van ontvangst van de studiefinanciering of WTOS van belang, maar de datum vanaf wanneer het recht bestaat. Voorbeeld: Iemand begint op 1 september 2022 met een opleiding, heeft recht op studiefinanciering met ingang van 1 december 2022 en ontvangt deze voor het eerst op 22 december 2022. Dan bestaat er recht op studietoeslag met ingang van 1 december 2022.

Structurele medisch beperking

Een belanghebbende moet als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat zijn naast de studie inkomsten te verdienen. Zie artikelsgewijze toelichting voor uitleg wat hiermee wordt bedoeld.

Stagevergoeding

Stage is vaak een verplicht onderdeel van de opleiding en ook al is het niet verplicht, het draagt wel bij aan het vergroten van de toekomstige kansen op de arbeidsmarkt. Onverplichte stages of niet formeel door de onderwijsinstelling erkende stages vallen dus ook onder de vrijlating. Vereist is alleen dat de stage wel plaatsvindt in het kader van hun studie. Zie Tweede Kamer, 2019-2020, 35394, nr. 5 p. 8.

Inkomsten ontvangen uit een stage tot een maximum van € 180,-- worden vrijgelaten. Dit bedrag geldt per 1 april 2022 en is vastgelegd bij AMvB. Wanneer een stagevergoeding hoger is dan € 180,00 wordt het meerdere in mindering gebracht op de studietoeslag.

Inlichtingenplicht en terugvordering

Op grond van artikel 36b lid 4 PW geldt een aparte inlichtingenplicht voor de studietoeslag. Artikel 17 PW is niet van toepassing, omdat de studietoeslag geen bijstand betreft. Als de inlichtingenplicht wordt geschonden en achteraf blijkt dat op basis van onjuiste informatie ten onrechte of tot een te hoog bedrag studietoeslag is verstrekt, dan mag het college overgaan tot terugvordering op grond van artikel 58, lid 2 en artikel 36b lid 4 PW. Dit is een bevoegdheid, geen verplichting.

Paragraaf 7.2 (Terugvordering) van de Participatiewet is van overeenkomstig toepassing verklaard. Dat betekent dat de artikelen 58 tot en met 60c Participatiewet op dezelfde manier gelden voor studietoeslag als bijstand.

Overgangsrecht

De studietoeslag voorziet in overgangsrecht in de volgende situaties: de toegekende individuele studietoeslag op basis van de wet van voor 1 april 2022, is hoger dan het bedrag waarop iemand recht heeft op grond van de studietoeslag.

Is het toegekende bedrag hoger, dan houdt een belanghebbende dit hogere toegekende recht voor de duur van de toekenning. Tijdens deze hele periode behoudt de belanghebbende dus zijn recht op het hogere bedrag. Bijvoorbeeld als deze is toegekend voor de duur van de studie of voor de duur van een jaar. Bij een nieuw verzoek na afloop van die termijn geldt dan pas de hoogte van de nieuwe studietoeslag zoals geldend per 1 april 2022. Ook wanneer deze lager is dan het eerder toegekende bedrag. Dit is bijvoorbeeld het geval als de studietoeslag is toegekend voor de duur van een jaar.

Is de toegekende individuele studietoeslag op basis van de wet van voor 1 april 2022 lager dan het bedrag op grond van de nieuwe studietoeslag? Dan moet dit bedrag direct worden aangepast aan de hoogte van de bedragen zoals die gelden per 1 april 2022.

Hardheidsclausule

Het college heeft voor de duidelijkheid ervoor gekozen in de beleidsregels een hardheidsclausule op te nemen.

Artikelsgewijze toelichting

Alleen de artikelen die toelichting nodig hebben zij uitgewerkt.

Artikel 2. Structurele medische beperking

Voor het recht op studietoeslag is een voorwaarde dat belanghebbende als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek structureel niet in staat is om naast de studie inkomen te verwerven. Zie artikel 36b lid 1 PW. Het college legt in dit artikel vast wat wordt verstaan onder structurele medische beperking.

Begrip inkomsten kunnen verwerven

Gelet op de toelichting bij artikel 36b PW wordt hier bedoeld in het geheel geen inkomen te verwerven. Beoordeeld moet worden of een student met een structurele medische beperking al dan niet voldoende kan werken zonder dat dit ten koste gaat van de studie.

Het college mag geen regels stellen over wanneer een beperking dusdanig is dat iemand naast de studie nier meer kan werken. Dit is een individuele objectieve beoordeling die in principe door de medisch adviseur wordt gedaan.

Volgens de wet moet iemand geen inkomsten naast de studie kunnen verwerven als gevolg van medische belemmeringen. Dit wordt met een medisch advies vastgesteld. Voor de rest is er geen inkomenstoets. Dit impliceert dat inkomsten op zichzelf niet relevant zijn voor het recht op studietoeslag. Denk aan alimentatie, giften en inkomsten uit vermogen. Bepalend is of iemand door zijn medische beperking niet is staat is naast de studie inkomsten uit loondienst of als zelfstandige te verwerven.

Werkt iemand wel? Ook al is dat zeer gering. Denk aan een vakantiebaan tijdens de zomer als het studiejaar voorbij is? Dan vervalt het recht op studietoeslag (tijdelijk) Als de vakantiebaan is gestopt, kan een nieuwe aanvraag worden gedaan. Als er nog een recent medisch advies beschikbaar is en de medische situatie is niet veranderd, kan het uitgebrachte advies gebruikt worden. Er hoeft dan geen nieuw medisch advies te worden aangevraagd.

Er zijn wel medische beperkingen die wel structureel zijn, maar iemand niet of beperkt belemmerd om naast de studie inkomsten te verwerven, zoals (milde en enkelvoudige) dyslexie, astma, diabetes, slechtziendheid of een milde vorm van reuma. Er wordt per geval bekeken of voldaan wordt aan de voorwaarden.

Economische omstandigheden, bijvoorbeeld hoge werkloosheid, spelen bij de bepaling of iemand structureel niet in staat is inkomen te verdienen uitdrukkelijk geen rol.

Medische beperking moet structureel zijn.

Het vereiste dat de medische beperking een structureel karakter heeft, betekent dat bij de beoordeling in ieder geval van belang is dat de medische beperking langdurig is en er geen verbetering te verwachten valt binnen een afzienbare tijd.

In lid 1 legt het college vast wat wordt verstaan onder een medische structurele beperking. In lid 2 staat wat wordt gezien als structureel.

Lid 3 bevat een opsomming van situaties waarbij op zichzelf geen sprake is van een structurele medische beperking. Een gebroken been of een medische ingreep met bijvoorbeeld een hersteltermijn van een half jaar is volgens de regering geen structurele medische beperking. Hieruit kan worden afgeleid dat als de medische beperking langer duurt dan een half jaar er wel sprake kan zijn van een structurele medische beperking, Ook zijn er medische beperkingen die wel structureel zijn, maar niet voldoende ernstig. In dat geval kan de belanghebbende naast zijn studie inkomsten verdienen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan iemand met een schildklierafwijking die geen last heeft van complicaties of iemand met een milde vorm, enkelvoudige vorm van dyslexie. Zo iemand is goed in staat met deze chronische ziekte – die wel structureel is – inkomsten uit arbeid te verdienen naast zijn studie. Natuurlijk moet er altijd in het licht van de omstandigheden van het geval worden gekeken of voldaan is aan de wettelijke vereisten.

Er is in ieder geval geen sprake van een structurele medische beperking bij:

  • -

    Mantelzorg

  • -

    Gebroken been

  • -

    Kortdurende beperkingen. Denk daarbij aan een ziekenhuisopname (beperkingen tot een duur van maximaal 6 maanden)

  • -

    Beperkingen die niet dusdanig ernstig zijn dat iemand naast de studie niet meer kan werken.

    Denk aan een milde, enkelvoudige vorm van dyslexie.

De opsomming is niet limitatief. Ook kan het zo zijn dat iemand met een gebroken been ook een andere medische beperking heeft, waardoor er toch recht op studietoeslag bestaat. Stel nu dat er bij iemand met een gebroken beek heftige complicaties optreden, waardoor deze persoon een jaar lang niet in staat is om te werken naast de studie, In dat geval wordt bekeken of er na een half jaar binnen een periode van 6 maanden geen verbetering valt te verwachten, Zo nee, dan kan dit worden aangemerkt als structureel. Dit is een redelijke termijn, ook gelet op de duur van de studie. Voor wat betreft de termijn van 6 maanden is aansluiting gezocht bij artikel 10, lid 2 en lid 3 Ontslagregeling. Bij ontslag vanwege langdurige ziekte moet ook aannemelijk worden gemaakt dat er na die langdurige ziekte (meestal 2 jaar) geen herstel te verwachten is binnen 6 maanden.

Artikel 4. Aanvraag

In dit artikel staat hoe een aanvraag moet worden ingediend (lid 1). Ook is bepaald welke stukken de aanvrager moet verstrekken bij de aanvraag (lid 2) Deze stukken moet de aanvrager verplicht verstrekken mits die stukken van toepassing zijn. In lid 3 staat dat de aanvrager ook een deskundigenverklaring kan verstrekken. Dit hoeft niet. Maar het kan wel helpen om de medische situatie van belanghebbende inzichtelijk te maken. Het inleveren van een deskundigenverklaring betekent niet automatisch dat een medisch advies voor de beoordeling of recht op studietoeslag bestaat niet meer nodig is. Maar soms kan uit de door aanvrager ingeleverde stukken wel al duidelijk zijn dat er sprake is van een structurele beperking. Dan kan een medisch advies door een onafhankelijke deskundige achterwege blijven. De studietoeslag kan worden toegekend.

Belanghebbende hoeft niet te laten weten welke medische beperking hij/zij heeft. Onder het bewijs van de structurele medische beperking wordt verstaan een verklaring van een arts of het UWV waaruit dit blijkt. De deskundigenverklaring hoeft nadrukkelijk geen medisch gegevens van de belanghebbende te bevatten. Dit zijn bijzondere persoonsgegevens die alleen aan een medische deskundige voor de uitvoering van het medisch advies hoeven te worden gegeven. De verklaring hoeft zich slechts te richten op de vraag of belanghebbende in staat is een eigen inkomen te verwerven naast een voltijd studie, zonder dat dit ten kosten gaat van de tijd die benodigd is om de studie met succes af te ronden.

Artikel 5. Toekennen en uitbetalen

Het verstrekken van een studietoeslag is een gebonden bevoegdheid. Dat betekent dat als een belanghebbende aan de wettelijke voorwaarden voldoet, er recht op studietoeslag bestaat. De wet voorziet niet in een verbod om met terugwerkende kracht studietoeslag te verlenen. Artikel 44, lid 1 PW is immers niet van overeenkomstige toepassing verklaard voor studietoeslag.

Dit betekent dat een belanghebbende recht op studietoeslag heeft tot 5 jaar voorafgaand aan de dag waarop hij zijn aanvraag heeft ingediend. Dat komt omdat financiële afspraken jegens de overheid op grond van de rechtszekerheid tot een termijn van vijf jaren in rechte afdwingbaar zijn. De terugwerkende kracht kan niet verder gaan dan 1 april 2022 aangezien vanaf die datum de nieuwe regels voor de studietoeslag gelden. Dit is vastgelegd in lid 3.

Het college hoeft niet ambtshalve te onderzoeken of een aanvrager met terugwerkende kracht recht heeft op studietoeslag. Dit hoeft alleen als belanghebbende daarom verzoekt. Dit is neergelegd in lid 2 van dit artikel. De gedachte hierachter is dat het in lijn is met het doel van de regeling om studietoeslag toe te kennen met ingang van de datum waarop de studietoeslag wordt aangevraagd. Het doel is namelijk het bieden van een steuntje in de rug van mensen met een medische beperking zodat zij zich op het studeren kunnen focussen. Dit omdat de combinatie met een bijbaan voor deze mensen niet mogelijk is. Omdat het college het verlenen met terugwerkende kracht tot 5 jaar aan een aanvrager niet kan weigeren, wordt dit alleen op verzoek toegekend. Overigens moet uit het medisch advies dan wel naar voren komen dat belanghebbende in het verleden (ook) niet in staat was naast de studie te werken en uiteraard ook niet gewerkt heeft.

Artikel 6. Hoogte studietoeslag

Bij het vaststellen van het bedrag voor de doelgroep jonger dan 21 jaar kiest de regering voor een lager minimumbedrag voor de studietoeslag dat evenredig is aan de verhouding van het toepasselijke Jeugdwettelijk minimumloon (WML) ten opzichte van het reguliere WML. De hoogte van de studietoeslag is dus afhankelijk van de leeftijd. Het recht op een hoger bedrag op grond van leeftijd ontstaat op de dag waarop een persoon jarig is.

Toepassing van de wet leidt ertoe dat als een belanghebbende jarig wordt in een maand en dat leidt tot een hogere studietoeslag, de studietoeslag over die maand naar rato wordt berekend. De hoogte bestaat dan: uit een percentage vermenigvuldigd met de norm voor de leeftijd voor de verjaardag en een percentage vermenigvuldigd met de norm voor de leeftijd sinds de verjaardag.

Het college mag ten gunste afwijken van de normen bepaald in de AMvB. Het college kiest ervoor dit te doen in de maand waarin belanghebbende jarig wordt. Dit om de uitvoering van de studietoeslag te vereenvoudigen. In de maand dat belanghebbende jarig wordt en dit leidt tot een hoger bedrag aan studietoeslag, wordt de studietoeslag in die maand gebaseerd op het bedrag dat geldt voor de leeftijd waarop belanghebbende jarig is. Dit is geregeld in lid 2.

Dus stel belanghebbende wordt op 25 juli 20 jaar. Dan wordt de studietoeslag voor de hele maand juli berekend naar het bedrag voor een 20-jarige.

Artikel 7. Medisch advies

Medisch advies door onafhankelijke deskundige

Het college vraagt een medisch advies aan voor de beoordeling of recht bestaat op de studietoeslag. Dit blijkt uit artikel 36b, lid 2 PW. Het staat het college vrij hoe zij tot het medisch advies komt. Het college kan een eigen keuze maken voor een instantie.

Het advies bevat nadrukkelijk geen medische gegevens van belanghebbende. Het heeft alleen betrekking op de vraag of de belanghebbende in staat is een eigen inkomen te verwerven naast een voltijd studie, zonder dat dit ten koste gaat van de tijd die benodigd is om de studie met succes af te ronden. Zie Tweede Kamer 2019-2020, 35394, nr. 5 p.6.

Het college moet bij de advisering de zorgvuldigheidsnormen van de AWB in acht nemen. Dit is het algemene kader van de afdeling 3.3 AWB en artikel 3:50 AWB.

Afzien medisch advies

Artikel 36b lid 2 PW biedt de mogelijkheid om af te zien van een medisch advies. Het college kan dit doen op grond van bij het college bekende gegevens of door belanghebbende verstrekte gegevens. Dit kan alleen als op voorhand duidelijk is dat er recht bestaat op een studietoeslag. Want van het afzien van een medisch advies mag niet ten nadele van belanghebbende gebruikt worden gemaakt. De aanvrager houdt de mogelijkheid een beroep te doen op een onafhankelijk medisch oordeel. Zie Tweede Kamer 2019-2020 35394, nr. 5, p.7.

In lid 3 wijkt het college af van de hoofdregel. Dit kan alleen omdat al vaststaat dat er geen recht bestaat op studietoeslag. Een medisch advies heeft dan geen invloed meer op het recht op studietoeslag. Dit is het geval als belanghebbende is uitgesloten van het recht op studietoeslag. Dit omdat belanghebbende geen studiefinanciering ontvangt of een tegemoetkoming op grond van de WTOS.

Artikel8. Nieuw medisch advies bij zicht op verbetering

De duur van de studietoeslag is in principe gelijk aan de duur van de studiefinanciering. Het is verder aan het college om met inachtneming van een onafhankelijk medisch advies vast te stellen voor welke duur de studietoeslag wordt verstrekt en hoe het de controle op rechtmatigheid vormgeeft.

Zo kan het onafhankelijk medisch advies aanleiding vormen voor het college om de duur van de studietoeslag niet af te stemmen op de duur van de opleiding, bijvoorbeeld in geval van een medische ingreep waarbij zicht is op verbetering van de medische situatie van belanghebbende. Zie Tweede Kamer 2019-2020, 35394, nr. 5, p.9. In dat geval bepaalt het college dat binnen een bepaalde periode een nieuw medisch advies zal worden gevraagd. Dit om te beoordelen of belanghebbende nog steeds niet in staat is om naast de studie te werken.