Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 28 februari 2023 houdende regels omtrent grondwater (Beleidsregel grondwaterbeheer Noord-Brabant 2023)

Geldend van 09-03-2023 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 28 februari 2023 houdende regels omtrent grondwater (Beleidsregel grondwaterbeheer Noord-Brabant 2023)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op grond van artikel 6.4 van de Waterwet het bevoegd gezag zijn voor vergunningverlening ten behoeve van het onttrekken of infiltreren van grondwater voor industriële toepassingen (boven de 150.000 m3 per jaar), de openbare drinkwatervoorziening en open bodemenergiesystemen;

Overwegende dat het toetsingskader daarvoor is opgenomen in de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling en de Interim 0mgevingsverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat op 22 december 2021 het nieuwe Regionale Water- en Bodem Programma Noord-Brabant 2022-2027 (RWP) in werking is getreden;

Overwegende dat het RWP een strategisch plan betreft waarin geen operationeel deel is opgenomen, zodat een concreet toetsingskader voor vergunningverlening ontbreekt;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het derhalve wenselijk achten met inachtneming van het RWP een concreet toetsingskader voor vergunningverlening vast te stellen in de vorm van deze beleidsregel.

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

attentiezone waterhuishouding: gebieden zoals begrensd in artikel 3.26 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant;

bodemenergiesysteem: een open bodemenergiesysteem als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid, van het Waterbesluit;

bodemverontreiniging: bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming;

f. brak grondwater: grondwater met een concentratie tussen 150 mg/l chloride – 15.000 mg/l chloride;

grondwater: grondwater als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet;

onttrekken van grondwater: onttrekken of infiltreren van grondwater als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet.

Peilgestuurd gebied: gebied waar voor oppervlaktewater peilbesluiten zijn vastgesteld en de oppervlaktewaterpeilen actief gereguleerd kunnen worden door middel van wateraanvoer en waterafvoer.

Artikel 2 Beoordelingskader openbare drinkwatervoorziening of industrie

Gedeputeerde Staten beoordelen een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening of voor industriële toepassingen aan de volgende criteria:

  • a.

    uit de aanvraag blijkt dat het gebruik van grondwater noodzakelijk is;

  • b.

    de toepassing van het grondwater is voor menselijke consumptie, met dien verstande dat in stedelijk gebied met wateroverlast ook onttrekkingen voor andere doelen dan menselijke consumptie zijn toegestaan;

  • c.

    er is onderzocht of het mogelijk is om zo min mogelijk grondwater te onttrekken en de totale vergunningscapaciteit te verminderen;

  • d.

    de aanvraag voor het onttrekken van grondwater kan er niet toe leiden dat het totaal beschikbare plafond voor de openbare drinkwatervoorziening en industrie in Noord-Brabant van 250 miljoen m3 per jaar wordt overschreden;

  • e.

    in afwijking van onderdeel d, geldt het plafond van 250 miljoen m3 per jaar niet indien het onttrekking van zoet en brak grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening betreft die plaatsvindt in het peilgestuurde gebied van Noord-Brabant.

Artikel 3 Intrekking verleende vergunning

  • 1. Gedeputeerde Staten betrekken bij gebruikmaking van haar bevoegdheid om, op grond van artikel 6.22, derde lid, onder b, van de Waterwet, een voor de openbare drinkwatervoorziening of industrie verleende vergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken alle grondwateronttrekkingen in dat gebied.

  • 2. Bij een gedeeltelijke intrekking bepalen Gedeputeerde Staten mede op basis van de beschikbare alternatieven en het maatschappelijk belang van de grondwateronttrekking, per onttrekking of per onttrekkingscategorie:

    • a.

      de omvang van de vermindering van de grondwateronttrekking;

    • b.

      de termijn waarbinnen de vermindering van de grondwateronttrekking dient plaats te vinden.

Artikel 4. Beoordelingskader bodemenergiesysteem

Gedeputeerde Staten beoordelen een aanvraag om vergunning voor een grondwateronttrekkingsactiviteit ten behoeve van een bodemenergiesysteem aan de volgende criteria:

  • a.

    het plaatsen van een bodemenergiesysteem vindt niet dieper plaats dan 80 meter;

  • b.

    het bodemenergiesysteem is niet gelegen in attentiezone waterhuishouding;

  • c.

    het water wordt in hetzelfde watervoerend pakket onttrokken en geretourneerd;

  • d.

    indien het bodemenergiesysteem is gelegen in of nabij een bodemverontreiniging, is in de aanvraag aangegeven hoe negatieve beïnvloeding van bodem en grondwater wordt voorkomen;

  • e.

    het bodemenergiesysteem wordt niet in een bodemverontreiniging aangelegd, tenzij het bijdraagt aan de sanering of beheersing van de bodemverontreiniging;

  • f.

    het invloedgebied van het bodemenergiesysteem is minimaal;

  • g.

    het in de bodem gebrachte water wordt weer teruggewonnen;

  • h.

    er is sprake van een zodanige inrichting dat het bodemenergiesysteem eventuele andere onttrekkingen in de omgeving en bodemverontreinigingen niet negatief beïnvloedt;

  • i.

    indien voor het desbetreffende gebied door de gemeente een "masterplan voor energieopslag in de Bodem” is opgesteld, is de aanvraag afgestemd op de eisen van dit plan;

  • j.

    lozing van energie in de lucht is alleen toegestaan indien sprake is van een uitzonderlijke situatie om een evenwichtssituatie in de bodem te bereiken;

  • k.

    de aanvraag bevat een monitoringsplan, waarin staat aangegeven:

    • 1°.

      welke metingen en registraties de aanvrager verricht om een duurzaam beheer te garanderen;

    • 2°.

      hoe aanvrager aan de onder f tot en met j genoemde voorwaarden zal voldoen.

Artikel 5. Intrekking

De Beleidsregel grondwaterbeheer Noord-Brabant wordt ingetrokken.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel grondwaterbeheer Noord-Brabant 2023.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 28 februari 2023

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

drs. M.P.J.M. van Gruijthuijsen

de secretaris,

drs. P.J. Buijtels

Toelichting behorende bij de Beleidsregel grondwaterbeheer Noord-Brabant 2023

I. Algemeen

Gedeputeerde Staten zijn op grond van artikel 6.4, van de Waterwet het bevoegd gezag voor vergunningverlening ten behoeve van het onttrekken of infiltreren van grondwater voor industriële toepassingen (boven de 150.000 m3 per jaar), de openbare drinkwatervoorziening en open bodemenergiesystemen.

Deze beleidsregel bevat de beoordelingsregels voor deze vergunningen. Deze beleidsregel sluit aan bij de Wet bodembescherming. Daarnaast bevat het op 22 december 2021 in werking getreden Regionaal Water en Bodem programma Noord-Brabant 2022 – 2027 (RWP) beleid dat de basis vormt voor het toetsingskader van deze beleidsregel. Dit RWP is een strategisch programma waarin geen operationeel deel is opgenomen zodat het wenselijk is om een beleidsregel als toetsingskader voor vergunningverlening vast te stellen. Deze beleidsregel vormt dus een aanvulling op de algemene bepalingen uit de Waterwet.

II. Artikelsgewijs

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen zijn overgenomen uit de Waterwet. Zo is grondwater “water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat”. Het onttrekken van grondwater is het onttrekken of infiltreren van grondwater.

Voor het begrip bodemverontreiniging sluiten we aan bij de Wet bodembescherming. In het RWP is opgenomen dat de bij het bevoegd gezag bekende bodem- of grondwaterverontreinigingen te raadplegen zijn via noord-brabant.omgevingsrapportage.nl.

Het peilgestuurd gebied is een gebied waar voor oppervlaktewater peilbesluiten zijn vastgesteld en de oppervlaktewaterpeilen actief gereguleerd kunnen worden door middel van wateraanvoer en waterafvoer. In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) zijn de gebieden waarvoor waterschappen peilbesluiten moeten nemen, aangegeven; zie onderstaande peilbesluitgebieden (in rood aangegeven) in de IOV:

afbeelding binnen de regeling

Artikel 2 Beoordelingskader openbare drinkwatervoorziening of industrie

Eén van de basisprincipes van het RWP 2022 – 2027 is “de watervoorraad in balans”: zowel de totale voorraad aan grondwater als de ondiepe grondwaterstanden moeten voldoende zijn. Dit met als doel te komen tot een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem. Naast inzet op de aanvulling van de grondwatervoorraad houdt dat ook in zorgen voor minder onttrekken van grondwater door waterbesparing, het verminderen van laagwaardig gebruik ervan en het benutten van andere bronnen dan grondwater. Dit geldt met name voor het laagwaardig gebruik van grondwater door huishoudens en industrie.

Minder onttrekken van grondwater kan ook door inzet van alternatieven voor grondwater bij grootschalige toepassingen, zoals de zuivering van oppervlaktewater of collectieve voorzieningen door een aantal onttrekkers van grondwater, of door kleinschalige alternatieven op het niveau van individuele onttrekkers van grondwater, zoals hergebruik van proceswater, inzet van andere middelen dan (grond)water of afbouw van het gebruik van (grond)water. Het drinkwater in Noord-Brabant wordt gemaakt van grondwater. Het is van belang dat de drinkwaterindustrie inzet op het terugdringen van laagwaardig gebruik van drinkwater en inzet op andere bronnen, zoals bijvoorbeeld brak water.

De grens van 250 miljoen m3 per jaar betreft een beleidsmatig plafond aan grondwateronttrekkingen waarvoor de provincie bevoegd gezag is. Uit een studie naar de draagkracht van het Brabantse grondwatersysteem is gebleken dat dit beleidsmatig ingestelde plafond een goed gekozen volume is, in relatie tot het in balans zijn van het Brabantse grondwater. Het drinkwatergebruik stijgt in Noord-Brabant. Dat komt enerzijds door een toename van de bevolking, anderzijds door een gestegen gebruik per persoon. Om tegemoet te komen aan de toenemende vraag in relatie tot de leveringszekerheid (Drinkwaterwet) en om te komen tot een betere spreiding van de winningen, is het nodig om de mogelijkheid te bieden om nieuwe onttrekkingen van zowel zoet als brak grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening toe te staan. Dat kan alleen bij overschrijding van het plafond van 250 miljoen m3 per jaar. Om de effecten van deze nieuwe winningen zo veel mogelijk te beperken is (verdere) overschrijding van het plafond alleen toegestaan als de winning van zoet en brak grondwater voor de drinkwaterindustrie duurzaam kan worden ingepast. Daarom staan we alleen nieuwe winningen toe in het peilgestuurde gebied van Noord-Brabant. In dit gebied is het effect van grondwateronttrekking relatief beperkt omdat:

  • als in het peil gestuurde gebied extra grondwater wordt onttrokken, de effecten grotendeels gecompenseerd worden door het oppervlaktewater;

  • door de benedenstroomse ligging van het gebied de effecten op de rest van Noord-Brabant klein zijn;

  • aan de noordzijde van het gebied de effecten worden gedempt door de Maas en de Waal.

Artikel 3 Intrekking verleende vergunning

Dit artikel is opgenomen om te verduidelijken dat bij de belangenafweging om over te gaan tot intrekking van de Waterwetvergunning ook de overige relevante grondwateronttrekkingen in een gebied worden beoordeeld.

Artikel 4 Beoordelingskader bodemenergiesysteem

De regels in dit artikel zijn aanvullend op de regels voor open bodemenergiesystemen in het Waterbesluit en de Waterregeling.

Toepassing van bodemenergiesystemen mag er niet toe leiden dat bekende bodem- of grondwaterverontreinigingen negatief beïnvloed worden, bijv. door veranderende grondwaterstroming of verplaatsing. Gemeenten zijn bevoegd om voor (een deel van) hun grondgebied een masterplan bodemenergie vast te stellen. In een dergelijk masterplan gaat het om:

  • de ordening van bodemenergiesystemen vanwege het voorkomen van negatieve onderlinge beïnvloeding van bodemenergiesystemen (interferentie), zodat de potentie van de bodem om energie te leveren optimaal kan worden benut;

  • het voorkomen van negatieve beïnvloeding van andere bodemfuncties; en

  • het waar mogelijk benutten van positieve interactie tussen bodemenergiesystemen onderling en tussen bodemenergiesystemen en ander bodemgebruik.

Als een gemeente een plan heeft vastgesteld waarin is bepaald hoe bovenstaande onderwerpen zijn geregeld, dient de aanvraag voor de vergunning voor het bodemenergiesysteem uit te gaan van dit plan en maakt dit onderdeel uit van de toetsing.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter,

drs. M.P.J.M. van Gruijthuijsen

de secretaris,

drs. P.J. Buijtels