Regeling vervallen per 01-01-2024

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2023

Geldend van 01-01-2023 t/m 31-12-2023

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2023

De raad van de gemeente Oost Gelre;

gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 15 november 2022;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid en 7 van de Paspoortwet;

BESLUIT:

Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2023

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • -

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • -

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • -

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • -

    maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • -

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;

  • b.

    het verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • c.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

  • c.

    diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • d.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets).

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving

    • c.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen veertien dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

    • d.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen veertien dagen na dagtekening van kennisgeving.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

  • 1. Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.

  • 2. Plaatselijke verenigingen en particulieren wordt de mogelijkheid geboden om subsidie aan te vragen waarmee de kosten voor de gemeentelijke leges alsnog worden gedekt. Hiermee wordt voorkomen dat evenementen voor plaatselijke goede doelen geen doorgang vinden vanwege de hoge opstartkosten. Hierbij mag de opbrengst niet ten goede komen aan de organiserende plaatselijke vereniging en particulieren.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);

    • 2.

      paragraaf 1.3 (rijbewijzen);

    • 3.

      artikel 1.17 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 4.

      artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag);

    • 5.

      artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht

  • 1. De Legesverordening 2022 van 14 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Legesverordening 2023”.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2022,

de raadsgriffier,

J. Vinke

de voorzitter,

A.H. Bronsvoort

Bijlage 1: Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Oost Gelre 2023

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand

Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap

 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in de trouwzaal in het stadhuis te Groenlo of het gemeentehuis te Lichtenvoorde op:

 

a.

dinsdag om 10.15 of 10.30 uur in het gemeentehuis te Lichtenvoorde

€ 0,-

b.

maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur, met uitzondering van de in artikel 1.1.a genoemde tijdstippen

€ 478,15

c.

andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.1.b in overleg en op basis van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.1.b verhoogd met

€ 67,-

Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk

 

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op:

 

a.

dinsdag om 10.15 of 10.30 uur in het gemeentehuis te Lichtenvoorde

€ 0,-

b.

maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur, met uitzondering van de in artikel 1.1.a genoemde tijdstippen

€ 478,15

c.

andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.2.b in overleg en op basis van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.2.b verhoogd met

€ 67,-

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in het gemeentehuis te Lichtenvoorde:

 

d.

zonder huwelijksceremonie

€ 70,-

Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap op een andere locatie

 

a.

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een reeds aangewezen locatie binnen de gemeente naar keuze van het bruidspaar:

 
 

1

maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur

€ 414,60

 

2

op andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.3.a.1 in overleg en op basis van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.3.a.1 verhoogd met:

€ 67,-

b.

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een éénmalig aan te wijzen locatie binnen de gemeente naar keuze van het bruidspaar

 
 

1

maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur

€ 467,80

 

2

op andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.3.b.1 in overleg en op basis van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.3.b.1 verhoogd met:

€ 67,-

c.

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 70,-

Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis 

 

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 70,-

Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag

 

Het tarief bedraagt voor de benoeming voor één dag van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand ten behoeve van het sluiten van een huwelijk dan wel een geregistreerd partnerschap:

€117,-

Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente

 

Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:

€ 36,50

Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum

 

Bij een annulering vanaf 3 maanden voor het huwelijk/geregistreerd partnerschap kunnen annulerings- of wijzigingskosten in rekening worden gebracht. Dit geldt ook voor een gratis huwelijk of partnerschapsregistratie.

 

a.

Tussen 3 maanden en 1 maand voor de voltrekkingsdatum

25%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

 

b.

Binnen 1 maand tot 1 week voor de voltrekkingsdatum

50%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

 

c.

Vanaf 1 week tot en met de dag van voltrekking

100%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

 

Annulerings- of wijzigingskosten van een gratis huwelijk of partnerschapsregistratie:

 

d.

Tussen 3 maanden en 1 maand voor de voltrekkingsdatum

€ 67,-

e.

Binnen 1 maand tot en met de dag van voltrekking

€ 125,-

Artikel 1.8 Trouwboekje, partnerschapsboekje of overige informatie

 

Het tarief bedraagt voor het

 

a.

verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering:

€ 36,50

b.

verstrekken van een duplicaat familie-, trouw- of partnerschapsboekje:

€ 37,-

c.

op verzoek doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier:

€ 18,10

d.

in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand: het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

 

a.

een nationaal paspoort:

 
 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 77,87

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 58,89

b.

een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort):

 
 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 77,87

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 58,89

c.

een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 
 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 77,87

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 58,89

d.

een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

€ 58,89

Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

 

a.

een Nederlandse identiteitskaart:

 
 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 70,38

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 37,99

b.

een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:

€ 34,29

Artikel 1.11 Modaliteiten

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 
 

voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:

€ 53,01

* Dit is het maximumtarief vanaf 1 januari 2022.

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen

Artikel 1.12 Rijbewijzen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:

€ 44,65

Artikel 1.13 Modaliteiten

 

1.

Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met:

€ 34,10

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een gezondheidsverklaring voor een rijbewijs (keuringspapieren, medisch vragenformulier voor rijbewijs):

€44,80

* Dit is vanaf 1 januari 2022 het maximumtarief van € 31,90, vermeerderd met het rijkskostendeel van € 9,70.

** Let op: het rijkskostendeel van de verhoging bedraagt sinds 1 januari 2013 € 34,10.

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

Artikel 1.14 Definities

 

1.

Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

2.

Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.

 

Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:

€ 8,65

Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:

€ 8,65

Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking

 

In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen:

€ 7,50*

Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen

 

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 18,10.

* Dit is het maximumtarief.

Paragraaf 1.5 Vervallen

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie

Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart, bouwtekeningen of verkavelings-tekeningen, voor ieder daaraan door de gemeente besteed kwartier:

€ 18,10

vermeerderd met de papierkosten van de op basis van 1.21 verstrekte stukken:

 
 

In zwart-wit:

 

a.

in formaat A4, per bladzijde:

€ 1,28;

b.

in formaat A3, per bladzijde:

€ 1,31;

c.

in formaat A2 of groter, per bladzijde:

€ 4,74;

 

In kleur:

 

d.

in formaat A4, per bladzijde:

€ 1,39;

e.

in formaat A3, per bladzijde:

€ 1,53;

f.

in formaat A2, per bladzijde:

€ 5,05;

g.

in formaat A1, per bladzijde:

€ 5,41;

h.

in formaat A0, per bladzijde:

€ 6,13;

Artikel 1.22 Informatie uit registers

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

a.

een afschrift van of een uittreksel uit de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen voor ieder daaraan besteed kwartier:

€ 18,10;

b.

informatie of kaarten uit het GIS-systeem voor ieder daaraan door de afdeling GEO-informatie besteed kwartier

€ 18,10

Artikel 1.23 Vervallen

 

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken

Artikel 1.24 Vervallen

 

Artikel 1.25 Overige publiekszaken

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:

€ 41,35*;

b.

tot het legaliseren van een handtekening:

€ 8,65.

c.

tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn:

€ 8,65.

d.

tot het verkrijgen van een bewijs van Nederlanderschap

€ 8,65.

* Dit is het maximumtarief vanaf 1 maart 2016.

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief

Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief

 

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 18,10.

Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief

 
 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een zwart-wit afschrift of een fotokopie uit een in het gemeentearchief berustend stuk:

 

a.

in formaat A4, per bladzijde:

€ 1,28;

b.

in formaat A3, per bladzijde:

€ 1,31;

c.

in formaat A2 of groter, per bladzijde:

€ 4,74;

d.

in digitale vorm, per stuk:

€ 1,17.

Artikel 1.28 Vervallen

 

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten

Artikel 1.29 Vervallen

 

Artikel 1.30 Leegstandwet

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:

€ 75,-

Artikel 1.31 Wet op de kansspelen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 
 

a.

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

€ 56,50;*

 

b.

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat:

€ 56,50;*

 
 

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 34,00;*

 

c.

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd:

€ 226,50;*

 

d.

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat:

€ 226,50;*

 
 

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 136,00.*

2.

Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.

 

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning):

€ 70,48.

* Dit is het maximumtarief.

Artikel 1.32 Telecommunicatiewet 

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een instemmingsbesluit als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren voor reguliere werkzaamheden:

€ 469,50

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een instemmingsbesluit als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard:

€ 147,-

3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding voor spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren:

€ 147,-

Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:

€ 187,-

b.

een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, indien alleen het kenteken gewijzigd dient te worden:

€ 56,-

c.

een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:

€ 187,-

d.

een verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):

€ 108,-.

e.

een verstrekking van een Gehandicaptenparkeerplaats voor een motorvoertuig op kenteken op grond van het verkeersbesluit (excl. uitvoeringskosten)

€ 108,-

f.

een verstrekking van een gemandateerde ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen, (brede) landbouwvoertuigen (RDW)

€ 30,-

Paragraaf 1.10 Diversen

Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

a.

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 0,35;

b.

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

€ 18,10

c.

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per besteed kwartier:

€ 18,10.

d.

kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 
 

1.

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:

€ 1,28;

 

2.

in formaat A3, per bladzijde:

€ 1,31;

 

3.

in formaat A2 of groter, per bladzijde:

€ 4,74;

 

4.

in digitale vorm, per stuk:

€ 1,17

Artikel 1.35 Diverse vergunningen of beschikkingen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

om een vergunning als bedoeld in artikel 5.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening (inzameling geld of goederen):

€ 0,-

b.

voor het verkrijgen van een vergunning voor het aanleggen of wijzigen van een rioolaansluiting op de gemeentelijke riolering:

€ 208,-.

c.

voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening (vaarvergunning):

€ 70,50.

d.

voor het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5.34 van de Algemene Plaatselijke Verordening (ontheffing verbranden snoeihout):

€ 17,50.

e.

voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.10A van de Algemene plaatselijke verordening voor spandoeken of versieringen op, aan of boven de openbare weg, die van tijdelijke aard zijn:

€ 35,50.

HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

Artikel 2.1 Definities

 

1.

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 
 

1.

Aanlegkosten:

De aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratie voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft;

 
 

2.

Bouwkosten:

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2013, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Heeft een aanvraag betrekking op een gebouw dan wordt hierbij de inhoud en/of oppervlakte bepaald conform de richtlijnen van het normblad NEN 2580 ‘oppervlakten en inhouden van gebouwen’. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Als minimale ondergrens voor de bouwkosten worden gehanteerd de door het Nederlands Bouwkosten Instituut (NBI) bepaalde basisbedragen per gebouwsoort voor de provincie Gelderland voor 2020, zoals benoemd in het Onderzoeksrapport Basisbedragen Gebouwen 2020 3e kwartaal, of zoals dit onderzoeksrapport laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Dit onderzoeksrapport is als bijlage bij deze tarieventabel opgenomen. De gewijzigde onderzoeksrapporten worden gepubliceerd op www.oostgelre.nl.

 
 

3.

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

2.

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

Paragraaf 2.2 Voorfase

Artikel 2.2 Vooroverleg

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.

voor een eerste adviesgesprek in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project vergunbaar is of voor een beoordeling van een schetsplan voor een bouwvergunning:

€ 0,-

 

voor elk volgend overleg:

€ 82,-

2.

om een intaketafel om te toetsen of een voorgenomen initiatief, dat strijdig is met een vigerend bestemmingsplan en past binnen het beleid, voorstelbaar is:

€ 612,-.

3.

om een intaketafel om te toetsen of een voorgenomen initiatief, dat strijdig is met een vigerend bestemmingsplan en niet past binnen het beleid, voorstelbaar is:

€ 1224,-

4.

tot het houden van een omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en niet passend zijn binnen het vastgestelde ruimtelijk beleid;

€ 612,-

 

per in te schakelen vakexpert per uur verhoogd met:

€ 82,-

 

Het op grond van het derde lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 2.3 Omgevingsvergunning

Artikel 2.3.1 Bouwactiviteiten

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

Indien de bouwkosten naar de mening van de behandelend ambtenaar te laag zijn aangegeven, kunnen de leges worden berekend over de ambtelijk vastgestelde bouwkosten.

 

1.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, waarbij de plannen voorgelegd moeten worden aan de commissie ruimtelijke kwaliteit (welstandsbeleid) bedraagt het tarief:

 
 

1.

indien de bouwkosten minder dan € 200.000 bedragen:

2,42 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 202,-

 

2.

indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen:

1,88 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 4.835,-

 

3.

indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

1,86 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 9.384,-

 

4.

indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 bedragen:

1,79 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 18.564,-

 

5.

indien de bouwkosten € 2.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:

1,74 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 35.700,-

 

6.

indien de bouwkosten € 5.000.000 of meer bedragen:

1,7 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 87.210,-

2.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, waarbij de plannen niet aan de commissie ruimtelijke kwaliteit voorgelegd hoeven te worden (welstandsvrij gebied) bedraagt het tarief:

 
 

1.

indien de bouwkosten minder dan € 200.000 bedragen:

2,22 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 151,-

 

2.

indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen:

1,68 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 4.447,-

 

3.

indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

1,67 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 8.364,-

 

4.

indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 bedragen:

1,66 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 16.730,-

 

5.

indien de bouwkosten € 2.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:

1,65 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 33.252,-

 

6.

indien de bouwkosten € 5.000.000 of meer bedragen:

1,64 %

van die bouwkosten met een minimum van

€ 82.620,-

 

Statiegeldregeling

 

3.

De bedragen van de artikelen 2.3.1.1.1 t/m 2.3.1.1.6 en 2.3.1.2.1 t/m 2.3.1.2.6 worden verhoogd met € 100,00.

Als minimaal 2 dagen voor de aanvang van de bouwactiviteiten meldingskaartje 1 door de gemeente is ontvangen, wordt € 50,00 terugbetaald. Als minimaal 1 dag voor de voltooiing van de bouwactiviteiten meldingskaartje 2 door de gemeente is ontvangen, wordt de resterende

€ 50,00 terugbetaald.

 
 

Achteraf ingediende aanvraag

 

4.

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1, 2.3.3 en 2.3.4 wordt het tarief, indien de aanvraag betrekking heeft op een planologische activiteit, bouwplan of bouwwerk waarvan de bouw zonder vergunning is aangevangen of voltooid verhoogd met 50% van het overeenkomstige onderdeel 2.3.1.1, 2.3.1.2., 2.3.3.1 t/m 2.3.3.4 of 2.3.4.1 t/m 2.3.4.4 berekende bedrag.

 
 

Vermindering windturbines of zelfstandige, grondgebonden zonnepanelen.

 

5.

In afwijking van onderdeel 2.3.1.1 en 2.3.1.2 bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 
 

voor de bouwactiviteit van een of meer windturbines of zelfstandige grondgebonden zonnepanelen

50%

 

van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag met een maximum van:

€ 50.000,-

Artikel 2.3.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden (aanlegactiviteiten)

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 228,-

Artikel 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1:

 

1.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 145,-

2.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking) met ruimtelijk advies:

€ 188,-

3.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

€ 166,-

4.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) met ruimtelijke onderbouwing:

 
 

1.

Indien de bouwkosten minder dan € 10.000 bedragen, van die bouwkosten:

3% met een minimum van € 185,-

 

2.

Indien de bouwkosten € 10.000 tot € 50.000 bedragen, van die bouwkosten:

1,5% met een minimum van € 300,-

 

3.

Indien de bouwkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen, van die bouwkosten:

0,7% met een minimum van € 750,-

 

4.

Indien de bouwkosten meer dan € 250.000, van die bouwkosten:

0,5% met een minimum van € 1.750,- en een maximum van € 4.000,-

5.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (projectafwijking): het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

6.

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

€ 612,-

7.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 225,-

8.

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 347,-

9.

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 347,-

10.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 347,-

Artikel 2.3.4. Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

1.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 188,-

2.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking) met ruimtelijk advies

€ 228,-

3.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

€ 220,-

4.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking) met ruimtelijke onderbouwing:

€ 386,-

5.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (projectafwijking): indien de activiteit: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

6.

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking)

€ 385,-

7.

indien artikel 2.12, eerste lid, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 225,-

8.

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van de provinciale regelgeving):

€ 347,-

9.

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 347,-

10.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 347,-

Artikel 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

1.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 436,-

2.

Het bedrag genoemd onder 2.3.5.1 wordt nadat het brandveiligheidsonderzoek is gehouden vermeerderd met een oppervlaktetoeslag per m² van:

€ 0,58

Artikel 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

1.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening gemeente Oost Gelre aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of artikel 10, tweede lid, van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

 
 

1.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

€ 165,-

 

2.

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 165,-

2.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening gemeente Oost Gelre aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of artikel 18 van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

€ 165,-

Artikel 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo

€ 136,-

Artikel 2.3.8 Uitweg/inrit

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 82,-

Artikel 2.3.9 Kappen 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4:11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 72,-

Artikel 2.3.10 Opslag van roerende zaken

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:10A van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

 

1.

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo:

€ 282,-

2.

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo:

€ 282,-

Artikel 2.3.11 Andere activiteiten

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder

€ 288,-

Artikel 2.3.12 Omgevingsvergunning in twee fasen

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

1.

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

2.

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

Artikel 2.3.13 Advies

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.13.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Artikel 2.3.14 Verklaring van geen bedenkingen

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag aan de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.14.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 2.4 Teruggaaf en vermindering

Artikel 2.4.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

1.

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan

80%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

2.

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken na het in behandeling nemen ervan, maar voor het verlenen van de vergunning

60%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

Artikel 2.4.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

20%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

Artikel 2.4.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

40%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.4.3 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

Artikel 2.4.4 Minimumbedrag voor teruggaaf

 

Een bedrag minder dan € 120,00 wordt niet teruggegeven.

 

Artikel 2.4.5 Geen teruggaaf legesdeel advies

 

Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.13 wordt geen teruggaaf verleend.

 

Artikel 2.4.6 Vermindering

 

1.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag voor een adviesgesprek als bedoeld in artikel 2.2.1, worden de ter zake geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in paragraaf 2.3.

 

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:

  • a.

    voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het overleg betrekking had;

  • b.

    in overeenstemming met de uitkomsten van het overleg; en

binnen 12 maanden na het laatste overleg of, als het overleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.

 

Artikel 2.4.7 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een projectafwijking of bestemmingsplan

 

1.

Als de gemeente een omgevingsvergunning als bedoeld in de onderdelen 2.3.3.5 of 2.3.4.4 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

40%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.

Als de gemeente een bestemmingswijziging als bedoeld in onderdeel 2.6 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

40%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

Artikel 2.4.8 Teruggaaf wegens gewijzigde bouwkosten

 

Indien door middel van rekeningen kan worden aangetoond, dat de bouwkosten toch lager zijn dan in eerste instantie is berekend, kunnen op verzoek de teveel in rekening gebrachte leges worden verrekend.

 

Paragraaf 2.5 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

Artikel 2.5 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

€ 195,-

Paragraaf 2.6 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

Artikel 2.6 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

1.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek als bedoeld in artikel 3.1 (bestemmingsplan) van de Wet ruimtelijke ordening bedraagt:

het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de Wet ruimtelijke ordening (wijziging en uitwerking) bedraagt:

het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld

Paragraaf 2.7 In deze titel niet benoemde beschikking

Artikel 2.7 In deze titel niet benoemde beschikking

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 82,-

HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2

Paragraaf 3.1 Horeca

Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

a.

een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 494,-;

b.

een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 141,-;

Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

a.

een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:

€ 477,-;

b.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:

€ 141,-.

c.

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

€ 388,-;

d.

in afwijking van het bepaalde in artikel 3.2a en 3.2c geldt voor inrichtingen in de zin van artikel 4 van de Alcoholwet het volgende tarief:

€ 166,-;

e.

een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:

€ 91,- ;

f.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

€ 141,-.

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven

Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel [3:3] van de Algemene plaatselijke verordening voor een seksbedrijf:

€ 1.048,-;

Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning:

€ 524,-

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet

Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:

€ 141,-;

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt

Artikel 3.6 Organiseren evenement

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), eventueel in combinatie met een ontheffing Zondagswet en een ontheffing van de Winkeltijdenwet, als het betreft:

 

a.

een categorie A of B evenement (regulier of aandachtsevenement):

€ 0,-

b.

een categorie C evenement (risico evenement),

€ 0,25

 

per bezoeker uitgaande van de drukste dag conform de categorieën evenementen zoals bepaald in de risicoscan evenementenveiligheid Oost Nederland.

 

c.

als de aanvraag, zoals bedoeld onder 3.6.a of 3.6.b, op verzoek gebruikmaakt van een gemeentelijke stroomkast, wordt het genoemde tarief verhoogd met,

 
 

1.

regulier tarief, per dag:

€ 104,-

 

2.

aangepast tarief wanneer stroom gebruikt wordt ten behoeve van een omroepinstallatie en/of toiletvoorzieningen en/of EHBO voorzieningen en/of speelattributen en/of verlichting, per dag

€ 11,-

d.

als de aanvraag, zoals bedoeld onder 3.6.a of 3.6.b, te laat of incompleet wordt ingediend, wordt het genoemde tarief verhoogd met:

€ 100,-

e.

het plaatsen van afzethekken op gemeentelijke wegen ten behoeve van een evenement:

 
 

1.

in Groenlo of Lichtenvoorde:

€ 500,-

 

2.

in Harreveld, Lievelde, Mariënvelde, Vragender of Zieuwent:

€ 250,-

Artikel 3.7 (Vervallen)

 

Paragraaf 3.5 Standplaatsen

Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt

 

1.

Het tarief bedraagt voor het:

 
 

a.

innemen van een vaste-standplaats als bedoeld in artikel 2, van “De marktverordening gemeente Oost Gelre” per vierkante meter per jaar:

€ 16,-

 

b.

verkrijgen van een vaste-standplaatsvergunning op de wekelijkse warenmarkt als bedoeld in artikel 4, van “De marktverordening gemeente Oost Gelre” per vierkante meter per jaar:

€ 28,-

 

c.

innemen van een dagplaatsvergunning op de wekelijkse warenmarkt per vierkante meter per dag:

€ 1,35

2.

Het in 3.8.1a genoemde tarief voor het innemen van een vaste-standplaats wordt verhoogd met een bedrag voor het stroomverbruik:

 
 

a.

voor een krachtstroom verbruiker (400 V):

€ 530,-

 

b.

voor een normaalstroom verbruiker (230 V):

€ 265,-

Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

een ontheffing als bedoeld in artikel 4:18 lid 3 van de Algemene plaatselijke verordening (kampeerontheffing)

€ 70,50

b.

een ontheffing als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene plaatselijke verordening (ontheffing geluid)

€ 35,50

c.

het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening (standplaatsvergunning)

€ 282,-

d.

het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening (standplaatsvergunning) voor de verkoop van oliebollen en appelflappen op de openbare weg in de periode van 16 december tot en met 1 januari

€ 35,50

e.

verlening van een vergunning of ontheffing voor het plaatsen van een mobiele onderzoekunit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend.

€ 0,-

Het in 3.9c tot en met 3.9e genoemde tarief wordt verhoogd met een bedrag voor het stroomverbruik

 

f.

voor een krachtstroomverbruiker (400 V) voor 1 dagdeel per week op jaarbasis

€ 530,-

g.

voor een normaalstroomverbruiker (230 V) voor 1 dagdeel per week op jaarbasis

€ 265,-

Paragraaf 3.6 (Vervallen)

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ 70,50.

Behorende bij raadsbesluit van [datum]

De griffier van [gemeentenaam],