Regeling vervallen per 02-01-2028

Besluit 2023/D002

Geldend van 01-01-2023 t/m 01-01-2028

Intitulé

Besluit 2023/D002

Onderwerp: Uitvoeringsregeling aanwijzing belastingplichtige in een keuzesituatie 2023

De directeur van de gemeenschappelijke regeling ‘Cocensus’;

gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van de ‘Gemeenschappelijke Regeling Cocensus’ door Cocensus worden verzorgd;

gelet op het bepaalde in de verordeningen van de gemeenten Haarlem, Haarlemmermeer, Hillegom, Beverwijk, Oostzaan, Wormerland, Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard, Den Helder, Uitgeest, Castricum en Heiloo;

besluit:

vast te stellen de:

Uitvoeringsregeling voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie 2023.

Inleiding

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig zijn voor één belastingobject (onroerende of roerende zaak, roerende woon- of bedrijfsruimte, perceel, hond). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen worden gesteld. In deze gevallen wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn.

De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Het zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

Artikel 1. Voorkeursvolgorde

1. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1.1 de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

1.1.1 de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

1.1.2 de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

1.1.3 de erfpachter dan wel de beklemde meier;

1.2 de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

1.3 degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

2. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

2.1 indien er binnen één categorie genothebbenden personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de onderhavige gemeente (respectievelijk Haarlem, Haarlemmermeer, Hillegom, Beverwijk, Oostzaan, Wormerland, Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard , Den Helder, Uitgeest, Castricum en Heiloo) wonen of gevestigd zijn:

2.1.1 degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;

2.1.2 degenen die in de betreffende gemeente als bedoeld bij onderdeel 2.1

woont of is gevestigd;

2.1.3 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2.1.4 een natuurlijk persoon boven een niet natuurlijk persoon;

2.1.5 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

2.1.6 degene die bij Cocensus als genothebbende of gebruiker bekend is;

2.1.7 de eerst gerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt.

2.2 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de onderhavige gemeente (respectievelijk Haarlem, Haarlemmermeer, Hillegom, Beverwijk, Oostzaan, Wormerland, Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard, Den Helder, Uitgeest, Castricum en Heiloo) wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn:

2.2.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2.2.2 een natuurlijk persoon boven een niet natuurlijk persoon;

2.2.3 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

2.2.4 degene die bij Cocensus als genothebbende of gebruiker bekend is;

2.2.5 de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt.

2.3 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn:

2.3.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2.3.2 degene die bij Cocensus als genothebbende of gebruiker bekend is;

2.3.3 de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt.

3. Met betrekking tot de onroerendezaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten die worden geheven van gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

3.1 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;

3.2 degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;

3.3 degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert;

3.4 degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

3.5 degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

4. Met betrekking tot de rioolheffing van gebruikers, de afvalstoffenheffing en de hondenbelasting, wordt de aanslag ten name gesteld van degene die met betrekking van de onroerende zaak, met toepassing van onderdeel 3, als de gebruiker wordt aangemerkt.

4.1 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;

4.2 degene die volgens de basisregistratie personen het langst staat ingeschreven op het adres van het belastingobject of van het object waar de hond wordt gehouden;

4.3 de oudste, in geval van gelijktijdige inschrijving op het adres;

4.4 bij gebruikers van niet-woningen degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft

4.5 bij gebruikers van niet-woningen degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert;

4.6 degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

4.7 degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

5. Met betrekking tot de forensenbelasting wordt de aanslag in onderstaande

volgorde gesteld ten name van:

5.1 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht

van het belastingobject wordt aangemerkt;

5.2 degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

5.3 degene die de huur van het belastingobject betaalt aan een elders wonende

verhuurder;

5.4 de oudste in leeftijd;

5.5 degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren

komt.

6. Indien aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

6.1 ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;

6.2 ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;

6.3 ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen;

6.4 ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen.

7. De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien:

7.1 de aanslag kan worden opgelegd aan degene die over het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen en diegene gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

7.2 bij Cocensus bekend is dat één van de belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben en dit er niet toe leidt dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

8. Indien de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

9. Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

10. Indien al een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd, kunnen wijzigingen pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

11. Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, zijn de onderdelen 1 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.

12. Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er sprake is van willekeur.

Artikel 2. Inwerkingtreding en citeertitel

1. De ‘Uitvoeringsregeling aanwijzing belastingplichtige 2022’ vastgesteld op 2 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde ingangsdatum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en wordt toegepast met ingang van 1 januari 2023.

3. Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling aanwijzing belastingplichtige 2023.

Heemskerk, 19 december 2022,

de directeur van Cocensus,

drs. G.G.J. Schipper