Besluit mandaat en machtiging Beheerautoriteit Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 inzake cofinanciering EFRO Zuid-Holland

Geldend van 07-01-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit mandaat en machtiging Beheerautoriteit Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 inzake cofinanciering EFRO Zuid-Holland

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;

Gelet op Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht en de Subsidieregeling cofinanciering EFRO 2022-2027 Zuid-Holland;

Gelet op de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Besluit mandaat en machtiging Beheerautoriteit Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 inzake cofinanciering EFRO Zuid-Holland

Artikel 1 Begripsbepaling

Onder de Beheerautoriteit wordt verstaan: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam handelend in hoedanigheid van Beheerautoriteit van het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027.

Artikel 2 Mandaat en machtiging

  • 1. Gedeputeerde Staten verlenen aan de Beheerautoriteit mandaat en machtiging voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige feitelijke handelingen die verband houden met het verstrekken van subsidies op grond van de Subsidieregeling cofinanciering EFRO 2022-2027 Zuid-Holland.

  • 2. Het mandaat en machtiging, bedoeld in het eerste lid, omvat niet de bevoegdheid tot:

    • a.

      het vaststellen en publiceren van subsidieplafonds voor de provinciale cofinanciering,

    • b.

      het behandelen van en beslissen op bezwaar- en beroepschriften.

  • 3. De machtiging omvat mede het doen van betalingen van tussentijdse voorschotten en van de slotbetaling bij subsidievaststelling, overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten vastgestelde voorschotregime.

Artikel 3 Ondermandaat en ondermachtiging

De Beheerautoriteit kan voor de bevoegdheden en handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, ondermandaat en ondermachtiging verlenen aan onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen.

Artikel 4 Ondertekening

  • 1. Het bij of krachtens dit verleende mandaat houdt tevens ondertekeningsmandaat in.

  • 2. Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

    Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

    Namens dezen:

    (handtekening)

    (naam functionaris)

    (functie)

Artikel 5 Toepasselijke wet- en regelgeving

De Beheerautoriteit en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen nemen bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, de Algemene wet bestuursrecht, der Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 en de Subsidieregeling cofinanciering EFRO 2022-2027 Zuid-Holland in acht.

Artikel 6 Informatieplicht

  • 1. De Beheerautoriteit stelt Gedeputeerde Staten tijdig in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten, waarvan hij redelijkerwijs moet aannemen dat kennisneming door hen gewenst is.

  • 2. Kennisgeving als bedoeld in het eerste lid, vindt in ieder geval plaats indien:

    • a.

      de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven;

    • b.

      het besluit ertoe kan leiden dat de provincie aansprakelijk wordt gesteld.

  • 3. Gedeputeerde Staten kunnen op grond van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een voorgenomen besluit bepalen dat van het bij of krachtens dit mandaatbesluit verleende mandaat geen gebruik mag worden gemaakt.

  • 4. Gedeputeerde Staten voorzien de Beheerautoriteit van alle benodigde informatie ten behoeve van de invulling van zijn mandaat.

Artikel 7 Inwerkingtreding en vervaldatum

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en vervalt op 15 februari 2031.

Artikel 8 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging Beheerautoriteit programma EFRO West-Nederland 2021-2027 inzake cofinanciering EFRO Zuid-Holland.

Ondertekening

Den Haag, 6 december 2022

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

Ir. Van Ginkel MCM, waarnemend secretaris

drs. J. Smit, voorzitter