Verordening op de raadscommissies gemeente Simpelveld 2022

Geldend van 14-12-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening op de raadscommissies gemeente Simpelveld 2022

De raad van de gemeente Simpelveld;

gelet op de artikelen 82 en 149 van de Gemeentewet;

gezien het voorstel van het presidium d.d. 26 april 2022,

BESLUIT: de volgende verordening vast te stellen:

VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES GEMEENTE SIMPELVELD 2022

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    commissievoorzitter: een door de raad benoemd voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • 2.

    griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

  • 3.

    vergadering: vergadering van de commissies;

  • 4.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • 5.

    presidium: vergadering van de commissievoorzitters onder leiding van de raadsvoorzitter waarin de conceptagenda's van commissie- en raadsvergaderingen worden vastgesteld;

  • 6.

    commissielid: door de raad benoemd lid van een raadscommissie;

  • 7.

    wet: Gemeentewet.

HOOFDSTUK 2 INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING

Artikel 2. Instelling commissies

  • 1. De raad stelt drie raadscommissies ex artikel 82 van de Gemeentewet in, namelijk: commissie Burgerzaken, commissie Middelen en commissie Grondgebiedzaken.

  • 2. Het presidium stelt vast welke onderwerpen in de raadscommissies worden besproken.

  • 3. Deze onderwerpen worden zo mogelijk geordend naar de commissie Burgerzaken, commissie Middelen en commissie Grondgebiedzaken.

Artikel 3. Taken

  • 1. De commissie heeft de volgende taken:

    • a.

      het uitbrengen van advies aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;

    • b.

      het uitbrengen van advies aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld in lid 1 sub a;

    • c.

      het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld in lid 1 sub a.

Artikel 4. Samenstelling

  • 1. In iedere commissie kan iedere in de raad vertegenwoordigde fractie twee zetels bezetten.

  • 2. De commissies hebben geen vaste leden. Bij ieder agendapunt mogen de fracties, aangeduid in het eerste lid, elk twee vertegenwoordigers aanwijzen die deelnemen aan de beraadslagingen.

  • 3. De in het tweede lid genoemde vertegenwoordigers hebben al dan niet zitting in de raad. De niet in de raad zitting hebbende vertegenwoordigers zijn de commissieleden.

  • 4. Het aantal commissieleden per fractie is als volgt:

    • a.

      Lokaal Actief maximaal vier commissieleden

    • b.

      CDA maximaal vier commissieleden

    • c.

      Leefbaar Simpelveld maximaal zes commissieleden

    • d.

      Burgerbelangen Simpelveld maximaal zes commissieleden

    • e.

      SAMEN 1 maximaal acht commissieleden

  • 5. De in het derde en vierde lid genoemde commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.

Artikel 5. Voorzitter

  • 1. De raad benoemt de commissievoorzitters en plaatsvervangend commissievoorzitters.

  • 2. De voorzitter is geen lid van de commissie en bezit geen stemrecht.

  • 3. De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering en het bewaken van de tijdslimieten;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het doen naleven van deze verordening;

    • d.

      hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6. Zittingsduur

  • 1. De zittingsperiode van de commissie eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. De raad kan de voorzitter of diens vervanger ontslaan.

  • 3. De voorzitter, zijn plaatsvervanger en de commissieleden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 4. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de bepalingen in artikel 4.

  • 5. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het recht op twee zetels in de commissie en op de commissieleden.

Artikel 7. Griffier

  • 1. De griffier van de raad verzorgt tevens de ondersteuning van de commissies.

  • 2. De griffier is in iedere vergadering aanwezig.

  • 3. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad op voordracht van de griffier benoemde locogriffier.

  • 4. De griffier of diens plaatsvervanger kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening deelnemen.

HOOFDSTUK 3 AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN SECRETARIS

Artikel 8. Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris

De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de gemeentesecretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.

HOOFDSTUK 4 VERGADERINGEN

Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen

Artikel 9. Vergaderfrequentie

  • 1. De vergaderingen van de commissies vinden plaats op, voor het begin van ieder kalenderjaar, door het presidium vastgestelde data. De vergaderingen van de commissies vangen bij voorkeur aan om 19.00 uur in de raadzaal van het gemeentehuis.

  • 2. De commissie vergadert voorts indien het presidium of de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 3. Het presidium of de voorzitter kunnen in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Het presidium of de voorzitter voert hierover overleg met de griffier.

Artikel 10. Openbaarheid

  • 1. De vergaderingen van de commissies worden in het openbaar gehouden.

  • 2. De deuren worden gesloten, wanneer bij een bepaald agendapunt de meerderheid van het aantal vertegenwoordigers dat de presentielijst heeft getekend, daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 3. De commissie beslist of er achter gesloten deuren wordt vergaderd en wie daarbij aanwezig mogen zijn.

Artikel 11. Oproep

  • 1. Uit naam van de voorzitter zendt de griffier tenminste zeven dagen voor een vergadering de raadsleden en de commissieleden een oproep onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

  • 2. De oproep kan schriftelijk of digitaal worden verzonden.

  • 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep verzonden.

  • 4. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, wordt deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk voor aanvang van de vergadering verzonden.

Artikel 12. De agenda

  • 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium na overleg met de griffier de agenda van de vergadering voorlopig vast.

  • 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep vóór de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda voorstellen.

  • 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. Bij gewone meerderheid kan de commissie een onderwerp van de agenda verdagen naar de volgende vergadering.

  • 4. Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij door tussenkomst van het presidium aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Het presidium bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken

  • 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproeping voor de commissievergadering in het gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de ter inzage legging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 14. Indien na het verzenden van de oproeping stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raadsleden en commissieleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.

  • 3. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht, tenzij met toepassing van artikel 9, derde lid een andere vergaderplaats is bepaald.

  • 4. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en de commissieleden inzage.

Artikel 14. Openbare kennisgeving

  • 1. De oproep voor de vergadering wordt door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad of een huis-aan-huis blad en door plaatsing op de internetsite van de gemeente vooraf ter openbare kennis gebracht.

  • 2. De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

    • c.

      de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17.

  • 3. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Paragraaf 2 Orde der vergadering

Artikel 15. Presentielijst

  • 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van de commissievergaderingen.

  • 2. Bij de start van de vergadering tekenen de commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening worden vastgesteld.

Artikel 16. Opening vergadering; quorum

  • 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal fracties in de commissie aanwezig is.

  • 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet meer dan de helft van het aantal fracties aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

  • 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De commissie kan over niet geagendeerde onderwerpen alleen beraadslagen of besluiten indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal fracties aanwezig is.

Artikel 17. Spreekrecht burgers

  • 1. Na de opening van een onderwerp op de agenda kunnen andere aanwezigen het woord voeren over het geagendeerde onderwerp.

  • 2. Het woord kan niet gevoerd worden over:

    • a.

      een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaan of hebben opengestaan;

    • b.

      over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      zaken waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan of kon worden ingediend.

  • 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste achtenveertig uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres en zijn telefoonnummer.

  • 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 5. Elke inspreker krijgt maximaal 10 minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  • 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

  • 7. De voorzitter doet een voorstel over de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Artikel 18. Notulen

  • 1. De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering wordt zo snel mogelijk na de vergadering aan de raadsleden en commissieleden toegezonden. Deze wordt op hetzelfde moment toegezonden aan de overige personen die het woord gevoerd hebben.

  • 2. Bij het begin van de vergadering wordt de notulen van de vorige vergadering vastgesteld.

  • 3. De leden en de voorzitter van de commissie hebben het recht een voorstel tot wijziging van de notulen aan de commissie te doen, indien deze onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd/geadviseerd is. Een schriftelijk voorstel tot wijziging dient voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te worden ingediend.

  • 4. De notulen moet inhouden:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier en de deelnemers aan de vergadering, alsmede van overige personen die het woord hebben gevoerd;

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      het advies per fractie of het stuk rijp is voor beraad in de raad;

  • 5. De notulen wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.

  • 6. De vastgestelde notulen wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

  • 7. Elektronisch beschikbare verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst.

Artikel 19. Ingekomen stukken

  • 1. Bij de commissie ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college of burgemeester aan de commissie, worden op de agenda van de commissie geplaatst indien één raadslid daar om heeft verzocht. Indien het verzoek om plaatsing op de commissieagenda is ontvangen voorafgaande aan de verzending van de commissiestukken, wordt het ingekomen stuk op de eerst volgende agenda van de commissie geplaatst. Verzoeken die ontvangen worden na verzending van de commissiestukken worden op de daaropvolgende commissieagenda geplaatst.

  • 2. Na de vaststelling van de notulen stelt de commissie op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 20. Spreekreqels

  • 1. Degenen die aan de beraadslaging deelnemen richten zich daarbij tot de voorzitter.

  • 2. Zij voeren het woord na dit gevraagd en van de voorzitter verkregen te hebben.

Artikel 21. Aantal spreektermijnen

  • 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist.

  • 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4. Bij de bepaling hoeveel keer een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde, als bedoeld in artikel 27.

Artikel 22. Spreektijd

Een vertegenwoordiger van een fractie kan in de vergadering een voorstel doen over de spreektijd van de deelnemers.

Artikel 23. Handhaving orde; schorsing

  • 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;

    • b.

      een deelnemer aan de vergadering hem interrumpeert; de voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden.

  • 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk onbevoegdelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem tijdens de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

  • 4. De voorzitter kan de commissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 24. Beraadslaging

  • 1. De commissie kan op voorstel van de voorzitter of een deelnemer aan de vergadering besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2. Op verzoek van een deelnemer aan de vergadering of op voorstel van de voorzitter kan de commissie besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen, teneinde de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken.

Artikel 25. Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1. De commissie kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de commissie deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of de commissie genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 26. Advies

  • 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist.

  • 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie met gewone meerderheid of het onderwerp rijp is voor plaatsing op de raadsagenda. Per fractie wordt aangegeven of het voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Wanneer hiervoor geen meerderheid wordt gevonden, kan het onderwerp slechts éénmaal worden verdaagd naar de volgende commissievergadering.

Artikel 27. Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en elke deelnemer aan de commissievergadering kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3. Over een voorstel van orde beslist de commissie terstond.

HOOFDSTUK 5 BESLOTEN VERGADERING

Artikel 28. Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 29. Notulen

  • 1. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijke notulen opgemaakt, die niet openbaar wordt gemaakt tenzij de commissie anders beslist.

  • 2. De notulen van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de deelnemende raadsleden en commissieleden ter inzage bij de griffier.

  • 3. De notulen ligt bovendien ter inzage voor collegeleden die op grond van artikel 8 waren uitgenodigd de besloten vergadering bij te wonen. Zij dienen het vertrouwelijk karakter van de notulen in acht te nemen.

  • 4. De notulen wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 30. Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de commissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en de verhandelde geheimhouding zal gelden. De commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 31. Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van het gestelde in artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht, in een besloten vergadering met de commissie overleg gevoerd.

HOOFDSTUK 6 TOEHOORDERS EN PERS

Artikel 32. Toehoorders en pers

  • 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 33. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de commissievergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN

Artikel 34. Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de commissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 35. Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking na openbare bekendmaking.

  • 2. Op dat tijdstip vervalt de "Verordening op de Raadscommissie 2018" vastgesteld bij raadsbesluit van 29 maart 2018.

  • 3. De werking van deze verordening wordt door de raad geëvalueerd medio 2024 of zoveel eerder als de raad nodig oordeelt. Zo nodig zullen alsdan wijzigingen worden aangebracht.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de Raadscommissies 2022 gemeente Simpelveld".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Simpelveld op 19 mei 2022,

De griffier,

Dhr. bc. F.G. Simons

De voorzitter,

Dhr. D.W.J. Schneider