Beleidsregels studietoeslag gemeente Ridderkerk 2022

Geldend van 09-12-2022 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2022

Intitulé

Beleidsregels studietoeslag gemeente Ridderkerk 2022

Het college van Burgemeester en wethouders van Ridderkerk stelt, gelet op titel

4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 36b van de Participatiewet, de navolgende kaders voor de studietoeslag.

Artikel 1. Begripsbepaling

  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a.

      Aanvraag: een verzoek om studietoeslag als bedoeld in artikel 36b Participatiewet;

    • b.

      AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet;

    • c.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;

    • d.

      Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

    • e.

      WSF: Wet studiefinanciering 2000;

    • f.

      WTOS: Hoofdstuk 4 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel 2. Voorwaarden

Er bestaat recht op studietoeslag als belanghebbende:

  • a.

    rechtstreeks als gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te ververwerven;

  • b.

    studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of een tegemoetkoming krijgt op grond van de WTOS. Het levenlangleren krediet van de WSF valt niet hieronder;

  • c.

    geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong.

Artikel 3. Doelgroep

  • 1. In aanvulling op artikel 7 Participatiewet moet de belanghebbende door een structurele medische beperking naast de studie/opleiding niet in staat zijn inkomsten te verwerven om in aanmerking te kunnen komen voor de studietoeslag.

  • 2. Onder structurele medische beperking verstaat het college: een fysieke en/of psychische beperking die voortkomt uit een in de persoon gelegen ziekte of medisch gebrek die voldoende ernstig is dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het gebrek en het niet in staat zijn van het verdienen van inkomsten naast de studie door belanghebbende. De medische beperking is structureel als er binnen een periode van 6 maanden geen herstel of verbetering is te verwachten.

  • 3. Er is in ieder geval geen sprake van een structurele medische beperking bij:

    • a.

      Het verlenen van mantelzorg;

    • b.

      Een gebroken bot;

    • c.

      Kortdurende beperkingen;

    • d.

      Beperkingen die niet dusdanig ernstig zijn dat iemand naast de studie niet meer kan werken.

Artikel 4. Medisch advies

  • 1. Het college is verplicht een medisch advies te vragen aan een onafhankelijke deskundige voor de beoordeling of er sprake is van een structurele medische beperking.

  • 2. Het college vraagt het medisch advies aan bij de gecontracteerde partner voor dit doel.

  • 3. In afwijking van lid 1 kan het college alleen in deze situaties een medisch advies achterwege laten als:

    • a.

      direct duidelijk is dat er recht bestaat op studietoeslag gelet op de ernst/aard van de structurele medische beperking;

    • b.

      vaststaat dat belanghebbende geen studiefinanciering op grond van de WSF of tegemoetkoming op grond van de WTOS wordt ontvangen;

    • c.

      belanghebbende recht heeft op een Wajong uitkering;

    • d.

      belanghebbende werkt naast de studie, niet zijnde een stage.

  • 4. Wanneer de individuele situatie of het medisch advies er aanleiding toe geeft, bepaalt het college dat binnen een bepaalde periode een nieuw medisch advies zal worden gevraagd om te beoordelen of belanghebbende nog steeds niet in staat is om naast de studie te werken.

Artikel 5. Aanvraag

  • 1. De aanvraag voor studietoeslag wordt ingediend via het door het college aangereikte aanvraagformulier of via de digitale aanvraag op de gemeentelijke website.

  • 2. Belanghebbende verstrekt bij de aanvraag de volgende stukken:

    • a.

      Een bewijs van het ontvangen van studiefinanciering op grond van de WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS;

    • b.

      Bij stage: een kopie van de stageovereenkomst waaruit de hoogte van de stagevergoeding blijkt.

Artikel 6. Toekennen en uitbetalen

  • 1. Als door het college is vastgesteld dat recht op studietoeslag bestaat, wordt de studietoeslag toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend.

  • 2. De studietoeslag wordt toegekend voor de periode dat belanghebbende aan de voorwaarden voldoet.

  • 3. In afwijking van lid 1 wordt de studietoeslag ook met terugwerkende kracht toegekend over een periode die is gelegen voor de dag waarop de belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend als:

    • a.

      Belanghebbende daarom verzoekt; en

    • b.

      Belanghebbende over deze periode voldoet aan de voorwaarden voor het recht op studietoeslag.

  • 4. In afwijking van het genoemde onder lid 3 wordt studietoeslag niet met terugwerkende kracht toegekend over een periode die is gelegen:

    • a.

      Voor 1 april 2022;

    • b.

      5 jaar voorafgaand aan de dag waarop de belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend.

  • 5. De studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald.

Artikel 7. Hoogte van de toeslag

  • 1. De hoogte van de studietoeslag is gelijk aan de bedragen genoemd in artikel 7a van de AMvB.

  • 2. De hoogte van de studietoeslag wordt aangepast naar de leeftijd van belanghebbende, op de 1e dag van de maand waarop belanghebbende deze leeftijd bereikt.

  • 3. In overeenkomst met artikel 36b lid 5 Participatiewet vermindert de hoogte van de studietoeslag met het bedrag aan inkomsten uit de stage voor zover dat het een bij AMvB te bepalen bedrag te boven gaat.

Artikel 8. Wijzigingen doorgeven

Voor de studietoeslag is sprake van een inlichtingenplicht als bepaald in artikel 36b lid 4 Participatiewet.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van belanghebbende afwijken van het bepaalde in deze beleidsregels.

Artikel 10. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels studietoeslag gemeente Ridderkerk 2022.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking de dag na publicatie in het Gemeenteblad en werken terug tot 1 april 2022.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 29 november 2022

Het college van burgemeester en wethouders,

De secretaris,

Dhr. H.W.J. Klaucke

De burgemeester,

Mw. A. Attema

Algemene toelichting

Doel van de studietoeslag is om jongeren met een structurele medische beperking die niet kunnen bijverdienen naast hun studie, een extra (financiële) steun in de rug te bieden. Uit onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie van december 2018 is gebleken dat de individuele studietoeslag niet aan het gestelde doel voldeed. Aanpassing is nodig om het doel van de regeling te bereiken. Om deze reden is de regeling van studietoeslag gewijzigd. De aangepaste studietoeslag met minimumbedragen trad op 1 april 2022 in werking. De bedragen voor de studietoeslag en de vrijlating van de stagevergoeding zijn uitgewerkt in een AMvB. Het college verstrekt studietoeslag op grond van het nieuwe artikel 36b Participatiewet.

Geen bijstand meer maar toeslag

De studietoeslag is geen bijstand meer. Daarom is er geen vermogenstoets. Ook de gegevens over de woon/leef situatie (gezinssamenstelling) zijn niet van invloed op het recht. Er geldt geen leeftijdsgrens. Het recht is gekoppeld aan het recht op studiefinanciering op grond van de WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS.

Recht op studiefinanciering WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS

In de wettekst van artikel 36b Participatiewet staat dat een aanvraag kan worden gedaan als iemand studiefinanciering of WTOS ontvangt. Dit moet zo worden gelezen: er bestaat recht op studietoeslag als er recht bestaat op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 WTOS. Of er recht bestaat blijkt uit een beschikking van DUO. Voor het moment waarop is voldaan aan de voorwaarden voor studietoeslag is niet de datum van ontvangst van studiefinanciering of WTOS van belang, maar de datum vanaf wanneer het recht bestaat.

Voorbeeld: Iemand begint op 1 september 2022 met een opleiding, heeft recht op studiefinanciering met ingang van 1 december 2022 en ontvangt deze voor het eerst op 22 december 2022. Dan bestaat er recht op studietoeslag met ingang van 1 december 2022.

Artikel 2. Voorwaarden

Belanghebbende dient een beschikking van DUO te tonen waaruit blijkt dat er recht is op studiefinanciering op grond van de WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS.

Als de belanghebbende werkt dan vervalt het recht op studietoeslag (tijdelijk).

Dit geldt ook bij geringe inkomsten uit een vakantiebaan. Belanghebbende kan een nieuwe aanvraag doen wanneer deze inkomsten gestopt zijn.

Artikel 3. Doelgroep

Een belanghebbende moet als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat zijn naast de studie inkomsten te verdienen. Voor de invulling van de term ‘structureel’ wordt aangesloten bij ‘artikel 10 lid 2 en lid 3 van de Regeling Ontslagbesluit’. Hier wordt gesproken over een termijn van 26 weken.

Artikel 4. Medisch advies

Begrip inkomsten kunnen verwerven

In de regel beoordeelt een onafhankelijk medisch adviseur of belanghebbende recht heeft op studietoeslag. Dit blijkt uit artikel 36b lid 2 Participatiewet. Het advies bevat nadrukkelijk geen medische gegevens van belanghebbende. Uit het advies dient enkel duidelijk te worden of belanghebbende in staat is eigen inkomsten te verwerven naast een voltijd studie. Zie Tweede Kamer 2019-2020, 35394, nr.5, p. 6.

Afzien medisch advies

Artikel 36b lid 2 Participatiewet biedt de mogelijkheid om af te zien van een medisch advies. Het college kan dit doen op grond van bij het college bekende gegevens of door de belanghebbende verstrekte gegevens. Het college mag niet ten nadele van belanghebbende afzien van het medisch advies. De belanghebbende houdt de mogelijkheid een beroep te doen op een onafhankelijk medisch oordeel. Zie Tweede Kamer 2019-2020, 35394, nr.5, p.7.

Het college kan van het medisch advies afzien wanneer vaststaat dat er geen recht bestaat op studietoeslag om andere dan medische redenen.

Nieuw medisch advies bij zicht op verbetering

Het onafhankelijk medisch advies kan aanleiding vormen voor het college om de duur van de studietoeslag niet af te stemmen op de duur van de studiefinanciering, bijvoorbeeld wanneer zicht is op verbetering van de medische situatie van betrokkene. Zie Tweede Kamer 2019-2020, 35394 nr. 5, p. 9. In dat geval bepaalt het college dat binnen een bepaalde periode een nieuw medisch advies zal worden gevraagd. Het college moet bij de advisering de zorgvuldigheidsnormen van Hoofdstuk 3 van de Awb in acht nemen.

Artikel 5. Aanvraag

Het inleveren van een deskundigenverklaring kan betekenen dat het onafhankelijk medisch advies overbodig is. Dit is enkel het geval wanneer de verklaring bewijst dat sprake is van een structurele medische beperking. En wanneer de deskundigenverklaring naar het oordeel van de gemeente ook onafhankelijk tot stand is gekomen.

Stagevergoeding

Stages die plaatsvinden in het kader van de studie (zowel verplicht als onverplicht) vallen onder de vrijlatingsregeling. Zie Tweede kamer, 2019-2020, 35394, nr. 5, p. 8. Inkomsten uit een stage worden vrijgelaten tot een maximumbedrag als vastgelegd bij AMvB, zie artikel 36b lid 5 Participatiewet. Wanneer een stagevergoeding hoger is dan de vrijlating wordt het meerdere in mindering gebracht op de studietoeslag. Belanghebbende dient hiertoe een stageovereenkomst te tonen waaruit de hoogte van de stagevergoeding blijk.

Artikel 6. Toekennen en uitbetalen

Het college hoeft niet ambtshalve te onderzoeken of een belanghebbende met terugwerkende kracht recht heeft op studietoeslag. Dit gebeurt alleen als belanghebbende het college daartoe verzoekt. De studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald.

Artikel 7. Hoogte studietoeslag

Bij het vaststellen van het bedrag voor de doelgroep jonger dan 21 jaar kiest het Rijk voor een minimumbedrag dat evenredig is aan de verhouding van het wettelijk minimumjeugdloon. De hoogte van de studietoeslag is dus leeftijdsafhankelijk. In Ridderkerk zijn de hieronder genoemde bedragen al van toepassing voor 1 april 2022 zodat er geen overgangsrecht nodig is.

Het wettelijk minimumjeugdloon wordt twee keer per jaar geïndexeerd. De hoogte van de studietoeslag wordt met dezelfde frequentie geïndexeerd.

Bij de inwerkingtreding van de wetswijziging 1 april 2022 zijn de bedragen als volgt:

Leeftijd

Bedrag

Bedrag

 
 
 

1 april 2022

1 juli 2022

21 jaar en ouder

€ 300,-

€ 302,79

20

€ 240,-

€ 242,23

19

€ 180,-

€ 181,67

18

€ 150,-

€ 151,40

17

€ 118,50

€ 119,60

16

€ 103,50

€ 104,46

15

€ 90,-

€ 90,84

Vrijlating stagevergoeding

€ 180,-

€ 181,67

Het college mag ten gunste afwijken van de normen bepaald in de AMvB. Het college kiest ervoor dit te doen in de maand waarin belanghebbende jarig wordt. Dit om de uitvoering van de studietoeslag te vereenvoudigen. In de maand dat belanghebbende jarig wordt en dit leidt tot een hoger bedrag aan studietoeslag, wordt de studietoeslag in die maand gebaseerd op het bedrag dat geldt voor de leeftijd waarop belanghebbende jarig is. Dit is geregeld in lid 2.

Voorbeeld; belanghebbende wordt op 25 juli 20 jaar. Dan wordt de studietoeslag voor de hele maand juli berekend naar het bedrag voor een 20-jarige.

Artikel 8. Wijzigingen doorgeven

Op grond van artikel 36b lid 4 Participatiewet geldt een aparte inlichtingenplicht voor de studietoeslag. Als de inlichtingenplicht wordt geschonden en achteraf blijkt dat op basis van onjuiste informatie ten onrechte of tot een te hoog bedrag studietoeslag is verstrekt, dan mag het college overgaan tot terugvordering op grond van artikel 58 lid 2 en artikel 36b lid 4 Participatiewet.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Het college mag van de eigen beleidsregels afwijken als toepassing ervan in een individueel geval door bijzondere omstandigheden onevenredig is in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Dit is geregeld in artikel 4:84 Awb.