Beleidsregels van de gemeenteraad van Haarlem over het adviesrecht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels van de gemeenteraad van Haarlem over het adviesrecht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

De raad van de gemeente Haarlem;

  • gelet op het bepaalde in artikel 16.15a, lid b onder 1 van de Omgevingswet;

  • gelet op het bepaalde in artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit;

  • gezien het collegevoorstel met nummer 2021/682434;

overwegende dat;

  • -

    voor zover een aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet;

  • -

    waarbij met toepassing van artikel 5.21, lid 2 onder b van de Omgevingswet wordt afgeweken van het omgevingsplan;

  • -

    de vergunning niet eerder wordt verleend dan nadat de gemeenteraad heeft kunnen adviseren op de ontwikkeling en zich kan vinden in de voorgenomen activiteit;

  • -

    de gemeenteraad op grond van artikel 16.15a van de Omgevingswet bevoegd is categorieën van activiteiten aan te wijzen waarvoor hij gebruik wil maken van het adviesrecht;

besluit;

vast te stellen de Beleidsregel over het adviesrecht van de gemeenteraad Haarlem voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

Artikel 1 - Categorieën van gevallen

  • 1. Onder de aangewezen categorieën van gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a, lid b. onder 1, worden verstaan:

    • a.

      Het bouwen van 10 of meer woningen;

    • b.

      Het overschrijden van de toegestane bouwhoogte met meer dan 3 meter;

    • c.

      Het wijzigen van het gebruik van onbebouwde grond ten behoeve van bouwen;

    • d.

      Het oprichten of uitbreiden van bouwwerken, geen gebouw zijnde, vanaf een hoogte van minimaal 15 meter;

    • e.

      het oprichten en/of gebruiken van een of meerdere hoofdgebouwen en eventuele bijbehorende bouwwerken, anders dan voor wonen, op één locatie en met een brutovloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) van meer dan 500 m²;

    • f.

      het uitbreiden van een bestaand gebouw, waarbij de bestaande bruto-vloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) met minimaal 50% of met minimaal 500 m² wordt uitgebreid;

    • g.

      Het wijzigen van het gebruik van bestaande opstallen van meer dan 500 m².

  • 2. Bij de aantallen en de maten als genoemd in het eerste lid, met uitzondering van sub d, gaat het om de aantallen en maten van het (gedeelte van het) project dat in strijd is met het omgevingsplan. Bij de berekening hoeven niet de aantallen en maten die wel passen binnen het omgevingsplan te worden betrokken.

  • 3. Voor gevallen als genoemd in het eerste lid, sub e, f en g die zijn gelegen op het bedrijventerrein Waarderpolder, wordt in afwijking van de in deze subleden genoemde maten van het (gedeelte van het) project dat in strijd is met het omgevingsplan uitgegaan van 2.500 m².

Artikel 2 – geen advies noodzakelijk

Advies van de gemeenteraad voor een aanvraag waarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van toepassing is, is niet nodig wanneer de in artikel 1 genoemde activiteit past:

  • a.

    binnen kaderstellend beleid waarover reeds door de gemeenteraad is besloten;

  • b.

    binnen een omgevingsprogramma voor de fysieke leefomgeving, waarbij tijdens de behandeling in de raadscommissie of de raad niet is gebleken van bezwaren bij de commissie of de raad tegen de activiteit en deze activiteit specifiek is benoemd in dit omgevingsprogramma voor de betreffende locatie;

  • c.

    binnen het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat de status van ontwerp heeft, waarbij tijdens de behandeling van het ontwerpomgevingsplan in de raadscommissie of de raad niet is gebleken van bezwaren bij de commissie of de raad tegen het betreffende onderdeel van het ontwerpomgevingsplan en er geen nieuwe zienswijze(n) op de voorgestane ontwikkeling door belanghebbenden zijn ingebracht tijdens de inzagetermijn.

Artikel 3 – Overgangsrecht

Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze regeling en nog niet zijn afgehandeld, zullen worden afgehandeld op basis van de regeling die gold voor inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 4 – Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 5 – Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Beleidsregels over het adviesrecht van de gemeenteraad van Haarlem’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22/09/2022

De griffier,

De voorzitter,

Nota van toelichting

Algemeen

Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kon de gemeenteraad beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ waren, met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen (VVGB)’. Om het werkbaar te houden wees de raad gevallen aan waarin die verklaring van geen bedenkingen niet nodig was. Voor alle overige gevallen was deze verklaring dus wel nodig.

Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Voor de niet aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht. Het college mag niet afwijken van het bindende advies. De ‘Beleidsregels over het adviesrecht van de gemeenteraad van Haarlem’ geeft invulling aan de bevoegdheid van de raad.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Verwezen wordt naar de algemene toelichting.

Artikel 2

In dit artikel wordt gesproken over ‘kaderstellend beleid waarover reeds door de gemeenteraad is besloten’. Hierbij kan gedacht worden aan door de raad vastgestelde ruimtelijke visies, ruimtelijke/stedenbouwkundige plannen, startnotities, beleidsnota’s/-visies en kaders met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Deze voorbeelden zijn overigens niet uitputtend bedoeld.

Als er meerdere door de gemeenteraad vastgestelde kaderstellende beleidsstukken van toepassing zijn op een aanvraag, dient voldaan te worden aan al deze stukken.

Artikelen 3 t/m 5

Deze artikelen wijzen voor zich.