Mandaatbesluit Aanwijzing gemeentelijke lijkschouwers

Geldend van 11-11-2022 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2022

Intitulé

Mandaatbesluit Aanwijzing gemeentelijke lijkschouwers

Zaaknummer: 52609-2022

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst;

gelet op de verplichting in artikel 3, 4 en 7 van de Wet op de lijkbezorging tot benoeming van een of meer gemeentelijke lijkschouwers;

gelet op Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht.

overwegende dat:

op grond van artikel 3, 4 en 7 Wet op de lijkbezorging ons college een of meerdere gemeentelijke lijkschouwers dient te benoemen;

ons college de functie van gemeentelijk lijkschouwer wil laten uitvoeren door medewerkers van de GGD Hart voor Brabant;

het uit oogpunt van efficiency wenselijk is om de directeur Publieke Gezondheid van de GGD Hart voor Brabant te mandateren om namens ons college medewerkers van de GGD Hart voor Brabant te benoemen als gemeentelijk lijkschouwer;

Besluit:

  • 1.

    de bevoegdheid om personen te benoemen, die de functie van gemeentelijk lijkschouwer vervullen, als bedoeld in artikel 3, 4 en 7 van de Wet op de lijkbezorging, te mandateren aan de directeur Publieke Gezondheid van de GGD Hart voor Brabant;

  • 2.

    te bepalen dat aan deze mandaatverlening de verplichting is verbonden dat de directeur zorgdraagt voor plaatsing van een actuele lijst van gemeentelijke lijkschouwers op de website van de GGD Hart voor Brabant;

  • 3.

    Het besluit met terugwerkende kracht inwerking te laten treden vanaf 1 januari 2022.

Ondertekening

Burgemeester en wethouders van gemeente Maashorst,

de secretaris

Drs. D. van Deurzen

de burgemeester

drs. P.L.A. Rüpp

Toelichting

De gemeentelijke taken op het gebied van de wet op de Lijkbezorging worden door de GGD uitgevoerd. Aanwijzing van de lijkschouwer vindt nu plaats door de colleges van Burgemeester en Wethouders in de regio op voordracht van de GGD. De GGD stelt voor de procedure van mandatering te vereenvoudigen.

Gelet op het bepaalde in artikel 3, 4 en 7 van de Wet op de lijkbezorging benoemen burgemeester en wethouders één of meer gemeentelijke lijkschouwers. Forensische geneeskunde wordt voor de regio uitgevoerd vanuit de GGD. Vanuit de GGD wordt de aanwijzing van de gemeentelijke lijkschouwers georganiseerd.

Aanwijzing vindt nu plaats voor alle regiogemeenten door de colleges van Burgemeester en Wethouders op voordracht van de GGD. In de praktijk volgen de colleges de voordracht. De bestaande praktijk brengt mee dat - na de voordracht - vanuit de GGD steeds gemonitord moet worden of de colleges wel besloten hebben tot aanwijzing. Er moet gebeld en aangedrongen worden op besluitvorming.

De praktijk van benoeming van gemeentelijke lijkschouwers is op dit moment daardoor ook aanleiding tot extra administratieve lasten. Een oplossing voor de nadelen van de bestaande praktijk is dat de colleges van B en W van de regiogemeenten mandaat verlenen tot benoeming van de gemeentelijke lijkschouwer aan de directeur publieke gezondheid. Is een gemeentelijke lijkschouwer aangewezen dan wordt uw college hierover schriftelijk geïnformeerd.

Gelet hierop wordt voorgesteld de directeur publieke gezondheid bij de Regio mandaat te verlenen tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het aanwijzen van de gemeentelijke lijkschouwer(s) met inachtneming van de voorwaarde dat uw college steeds schriftelijk wordt geïnformeerd dat van deze bevoegdheid gebruik is gemaakt en wie er aangewezen is tot gemeentelijke lijkschouwer.