Beleidsregels Energietoeslag gemeente Borger-Odoorn 2022-2023

Geldend van 22-10-2022 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 30-03-2022

Intitulé

Beleidsregels Energietoeslag gemeente Borger-Odoorn 2022-2023

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn

gelet op:

- titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

- artikel 35 van de Participatiewet;

overwegende dat:

- het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden huishoudens in aanmerking kunnen komen voor een eenmalige energietoeslag 2022;

- het bedrag dat als energietoeslag verstrekt mag worden door het Rijk is verhoogd van € 800,-- naar € 1.300,--;

- het daarom wenselijk is de d.d. 19 april 2022 vastgestelde “Beleidsregels Energietoeslag gemeente Borger-Odoorn 2022”, te vervangen door onderstaande Beleidsregels zodat duidelijk wordt dat de doelgroep of wel een nabetaling ontvangt op de eerder verstrekte energietoeslag ofwel het gehele verhoogde bedrag als energietoeslag ontvangt;

Besluit

vast te stellen de beleidsregels Energietoeslag gemeente Borger-Odoorn 2022-2023.

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a. wet: Participatiewet;

  • b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn;

  • c. inkomen: totaal van het inkomen, zoals bedoeld in artikel 32 Participatiewet;

  • d. peildatum: 1 maart 2022;

  • e. referteperiode: 1 februari 2022 tot en met 28 februari 2022.

Artikel 2: Doelgroep eenmalige energietoeslag 2022

  • 1. De eenmalige energietoeslag 2022 van € 1300,- is bedoeld voor een huishouden met een laag inkomen en wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend. Voor zover een huishouden in 2022 al een energietoeslag van € 800,-- heeft ontvangen, zal er in het najaar van 2022 een nabetaling van € 500,-- plaatsvinden. Er wordt in totaal niet meer dan € 1.300,-- per huishouden aan eenmalige energietoeslag verstrekt.

  • 2. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen.

  • 3. Een huishouden (alleenstaande of gezin) heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 4. Indien een huishouden enkel en alleen bestaat uit kostendelers, dan komt het recht op de energietoeslag toe aan de persoon op wiens naam het energiecontract staat.

  • 5. Tot een huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de peildatum:

    • a.

      in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet;

    • b.

      jonger is dan 21 jaar;

    • c.

      jonger is dan 27 jaar en aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; of

    • d.

      is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres.

  • 6. Er wordt per huishouden éénmaal energietoeslag verstrekt.

Artikel 3: Ambtshalve toekenning

  • 1. Huishoudens die voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 2, en:

    • a.

      algemene bijstand ontvangen; of

    • b.

      een uitkering ontvangen op grond van de IOAW en IOAZ; of

    • c.

      een uitkering ontvangen op grond van de Bbz 2004;

      ontvangen de eenmalige energietoeslag 2022 ambtshalve.

  • 2. Huishoudens die voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 2, en:

    • a.

      kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen ontvangen; of

    • b.

      een minimaregeling toegekend hebben gekregen; of

    • c.

      een schuldhulptraject volgen,

      ontvangen de eenmalige energietoeslag 2022 ambtshalve.

  • 3. De ambtshalve toekenning heeft betrekking op huishoudens die algemene bijstand ontvangen van de Sociale Verzekeringsbank op grond van artikel 47a van de wet.

  • 4. Voor zover de volledige energietoeslag van € 1.300,-- nog niet is verstrekt, zal een eventuele nabetaling in het najaar van 2022 plaatsvinden. Dit geldt voor alle doelgroepen genoemd in artikel 3.

Artikel 4: Aanvraag

  • 1. Huishoudens die niet in aanmerking komen voor een ambtshalve toekenning van de eenmalige energietoeslag 2022 kunnen vanaf 25 april 2022 een aanvraag indienen met gebruikmaking van het digitaal aanvraagformulier.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is een schriftelijke aanvraag mogelijk indien naar het oordeel van het college bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven.

  • 3. Een aanvraag voor de eenmalige energietoeslag kan worden ingediend tot en met 31 maart 2023.

  • 4. Indien de volledige energietoeslag nog niet is verstrekt, zal er automatisch een nabetaling plaatsvinden. Deze nabetaling van € 500,-- behoeft niet opnieuw te worden aangevraagd.

  • 5. Zodra de nabetalingen van € 500,-- per huishouden in het najaar van 2022 hebben plaats gevonden, zullen huishoudens van eventuele openstaande aanvragen direct het volledige bedrag van € 1.300,-- toegekend krijgen mits aan de voorwaarden wordt voldaan.

Artikel 5: Hardheidsclausule

Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag kan het college, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag, indien dringende redenen hiertoe noodzaken.

Artikel 6. Inwerkingtreding en duur beleidsregels

  • 1.

    De beleidsregels treden in werking op de dag volgend op die van hun bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de d.d. 19 april 2022 vastgestelde “Beleidsregels Energietoeslag gemeente Borger-Odoorn 2022”, en werken terug tot 30 maart 2022.

  • 2.

    Deze beleidsregels vervallen op 30 juni 2023.

Artikel 7. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Energietoeslag gemeente Borger-Odoorn 2022-2023.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 27 september 2022.

Het college van burgemeester en wethouders,

De gemeentesecretaris De burgermeester

drs. D.C. Rensen mr. J. Seton

Toelichting

De beleidsregels Energietoeslag gemeente Borger-Odoorn 2022 2023 staan niet op zichzelf, maar zijn gebaseerd op artikel 35 van de Participatiewet. Dit betekent dat wie niet aan de voorwaarden van de wet voldoet, bijvoorbeeld omdat die persoon op de peildatum geen rechthebbende is of omdat een uitsluitingsgrond geldt, geen aanspraak kan maken op de energietoeslag. Soms kan dat een hardheid inhouden. Daar voorziet artikel 5 in.

In artikel 2 wordt de doelgroep nader omschreven. Met vermogen wordt geen rekening gehouden. Voor het begrip ‘inkomen’ is aansluiting gezocht bij de wet. Daar voorziet artikel 1 in.

Een ambtshalve toekenning is mogelijk als vaststaat dat de persoon op de peildatum recht heeft. Dit kan worden aangenomen bij huishoudens die:

  • -

    algemene bijstand; of

  • -

    een uitkering IOAW; of

  • -

    een uitkering IOAZ; of

  • -

    een Bbz 2004 ontvangen; of

  • -

    vrijstelling gemeentelijke belastingen krijgen; of

  • -

    in aanmerking komen voor een minimavoorziening.

In artikel 2 lid 4 van deze beleidsregel wordt invulling gegeven wanneer een kostendeler recht heeft op de éénmalige energietoeslag. De kostendeler die een energiecontract op naam heeft staan, komt het recht op de toeslag toe, mits er aan de overige voorwaarden worden voldaan. Indien er een medebewoner reeds de toeslag toegekend heeft gekregen, dan bestaat er op grond van artikel 2 lid 6 geen recht op de toeslag.

In artikel 2 lid 5 onder b en c benoemt een doelgroep die niet tot het huishouden behoort. Dit vereenvoudigt het proces om de generieke regeling te beoordelen. Echter, conform de landelijke richtlijnen van het ministerie kunnen zij gelet op hun individuele situatie wél in aanmerking komen voor de energietoeslag. Indien onder b en c genoemde doelgroep zelfstandig wonen en geconfronteerd worden met de kosten voor energie, kunnen zij op grond van artikel 5 van de beleidsregel in aanmerking komen voor de energietoeslag.

Artikel 3 lid 2 onder c vermeldt een schuldhulptraject. Onder schuldhulptraject wordt verstaan belanghebbenden die door een WNSP of MSNP traject een besteedbaar inkomen hebben lager dan 120%.

(ECLI:NL:CRVB:2021:110 en ECLI:NL:CRVB:2021:242).

Artikel 4 vermeldt de wijze van aanvraag.

Er zijn situaties denkbaar waarbij de aanvrager op de peildatum weliswaar niet voldeed aan de voorwaarden voor de energietoeslag, maar de (enige) uitsluitingsgrond slechts van korte duur was. De gemeente kan overwegen om in dergelijke situaties een toets op hardheid van de voorgenomen afwijzing uit te voeren (zie artikel 5). De hardheidsclausule artikel 16 van de Participatiewet voorziet hier niet in.