Evenementen- en geluidsnota gemeente Westerkwartier

Geldend van 21-09-2022 t/m heden

Intitulé

Evenementen- en geluidsnota gemeente Westerkwartier

1 Inleiding

1.1 Belang van evenementen

Binnen de gemeente Westerkwartier worden jaarlijks allerlei festiviteiten en activiteiten georganiseerd, zoals buurt- en dorpsfeesten, braderieën, sportevenementen, fiets-, motor- en autotochten. Een deel van deze activiteiten heeft een eenmalig karakter, maar veel activiteiten worden ieder jaar opnieuw georganiseerd en kennen een zekere traditie zoals de activiteiten rond de dorpsfeesten, de Oranjemarkt in Zuidhorn en het Pinksterfeest in Leek. Deze evenementen brengen gezelligheid en levendigheid en dragen daardoor in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en de cultuur van de verschillende (dorps)kernen.

Aan het houden van evenementen kleven ook nadelen. Evenementen kunnen zorgen voor overlast en ze leggen in het algemeen ook beslag op de openbare ruimte. Voor de openbare orde en veiligheid (hinder, vernieling), het beschermen van de publieke ruimte zoals beschermde dorpsgezichten en het onttrekken van publieke ruimte aan andere functies zoals parkeren, openbare weg, trottoir, wegafsluitingen, is het van belang de evenementen te reguleren.

Evenementen worden vergund op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna Apv). Op grond van de Apv kan een evenementenvergunning worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu. De Apv bevat geen omschrijving van hetgeen hier precies onder wordt verstaan.

In de gemeentelijk evenementennota kan hieraan invulling worden gegeven. De nota evenementenbeleid is enerzijds bedoeld om aan (potentiële) aanvragers van evenementen en omwonenden duidelijk te maken onder welke voorwaarden de gemeente Wester-

kwartier bereid is medewerking te verlenen aan evenementen en anderzijds dient dit beleid als toetsingskader voor de aanvragen voor een evenementenvergunning. Verder worden in dit beleid randvoorwaarden geformuleerd ten aanzien van onder meer het soort evenementen waaraan de gemeente medewerking wil verlenen, het aantal evenementen per jaar, de locatie van evenementen en de voorschriften die de gemeente hanteert.

Leidend hierbij is het toetsingskader van de Apv. Daarnaast kan andere wet- en regelgeving van toepassing zijn zoals de Wegenverkeerswet wanneer bij het evenement wegen worden afgezet of de Drank- en Horecawet wanneer tijdens het evenement alcohol wordt geschonken.

Met deze nota wordt voorzien in de behoefte om een eenduidig beleid vast te stellen ten aanzien van evenementen.

1.2 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de wet en regelgeving rondom evenementen. In hoofdstuk 3 worden de verantwoordelijkheden en rolverdeling van gemeente, organisator en adviesinstanties beschreven. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven voor welke evenementen een vergunning moet worden aangevraagd. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven hoe de vergunning moet worden aangevraagd en in hoofdstuk 6 hoe de aanvraag wordt beoordeeld. Hoofdstuk 7 gaat in op de voorschriften die worden gesteld bij de vergunning. Hoofdstuk 8 behandeld het geluidsbeleid. Ter informatie wordt in Hoofdstuk 9 vermeld hoe het toezicht en de handhaving bij evenementen is geregeld.

2 Wet- en regelgeving

De gemeente heeft van oudsher een kerntaak op het gebied van veiligheidszorg, handhaving van de openbare orde, gezondheidszorg, brandweer en rampenbestrijding

Tegen deze achtergrond heeft de gemeente ook een taak bij evenementen. De onderstaande wetgeving staat hierbij centraal.

2.1. Gemeentewet

Een belangrijke randvoorwaarde bij ieder evenement is de veiligheid van het publiek. Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Ook is de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde en is hij bevoegd om alle bevelen te geven die noodzakelijk geacht worden voor de handhaving van de openbare orde (artikel 172 Gemeentewet). In dit licht is de burgemeester verantwoordelijk voor de vergunningverlening bij evenementen.

2.2 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier 2021 (Apv)

Het toetsingskader voor de evenementenvergunning is opgenomen in artikel 1:8 van de Apv. Het gaat om de te beschermen belangen op het gebied van de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en de bescherming van het milieu. Dit is ook het kader op grond waarvan in de vergunning specifieke voorschriften opgenomen kunnen worden. In de beleidsregels geluid bij evenementen Westerkwartier zijn nadere regels opgenomen op het gebied van geluid. Voor het produceren van geluid kan een specifieke ontheffing worden gevraagd, deze heeft een afzonderlijke beoordeling. Het niet voldoen aan deze nadere regels kan leiden tot het weigeren van de vergunning.

Verder zijn in de Apv Westerkwartier 2021 met betrekking tot evenementen de volgende bepalingen opgenomen:

  • Artikel 2:24 Definities

  • Artikel 2:25 Evenementenvergunning

  • Artikel 2:26 Ordeverstoring

2.3 Overige regelgeving

Voor het organiseren van een evenement zijn vaak meer vergunningen en ontheffingen nodig dan alleen de evenementenvergunning. Op grond van afdeling 3.5. Algemene wet bestuursrecht is een bestuursorgaan verplicht om een aanvrager in kennis te stellen van andere op de aanvraag te nemen besluiten waarvan het bestuursorgaan redelijkerwijs kan aannemen dat deze nodig zijn voor de door de aanvrager te verrichten activiteit.

De gemeente Westerkwartier hanteert in dit opzicht de methodiek van de gecombineerde aanvraag; als bij de aanvraag voor de evenementenvergunning blijkt dat meerdere toestemmingen of ontheffingen voor de activiteit nodig zijn dan worden deze in het proces vergunningverlening geïntegreerd. Hieronder worden een aantal veel voorkomende wettelijke regelingen genoemd en verder in bijlage 7 beschreven:

  • 2.3.1. Drank- en Horecawet

  • 2.3.2. De Wegenverkeerswet

  • 2.3.3. Brandveiligheid bij gebruik bouwwerken

  • 2.3.4. Brandveiligheid bij gebruik tijdelijke bouwsels

  • 2.3.5. Wet ruimtelijke ordening en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

  • 2.3.6. Natuurbeschermingswet

  • 2.3.7. Zondagswet

3 Verantwoordelijkheden en rolverdeling

Bij het vergunningentraject zijn behalve de organisator van het evenement en de gemeente Westerkwartier ook de politie en de Veiligheidsregio Groningen (brandweer en de Geneeskundige Hulp Organisatie in de Regio oftewel de GHOR) betrokken. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat ieders verantwoordelijkheid en rol is binnen het vergunningentraject.

3.1 Organisator

De organisator van het evenement:

  • is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van een volledige aanvraag;

  • is verantwoordelijk voor een ordelijk en veilig verloop van een evenement;

  • is verantwoordelijk voor het voorkomen/beperken van overlast/effecten in de omgeving;

  • is verantwoordelijk voor het treffen van de noodzakelijke voorzieningen en de bijbehorende kosten;

  • is aansprakelijk voor alle schade die door het gebruik van de vergunning aan de eigendommen van de gemeente of van anderen wordt toegebracht;

  • moet de gemeente vrijwaren voor schadeaanspraken van derden;

  • dient een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten die zowel de materiële als de letselschade dekt die voortvloeit uit het evenement.

3.2 Gemeente

Bestuurlijk

  • De burgemeester

    De primaire rol van de burgemeester ten aanzien van evenementen komt voort uit zijn portefeuille: openbare orde en veiligheid. De burgemeester is bestuurlijk verantwoordelijk voor de evenementenvergunning. De burgemeester is dan ook verantwoordelijk voor het vaststellen van de regels omtrent evenementen. De burgemeester wordt door middel van het portefeuillehoudersoverleg voor de hoog risicovolle evenementen persoonlijk betrokken bij evenementen en de besluitvorming hierop. Dit stelt hem in staat om voorwaarden te stellen aan de organisatie van een evenement. Standaard worden ook de verslagen van de evaluaties van de evenementen voorgelegd, hierin wordt de burgemeester wederom betrokken bij de hoog risicovolle evenementen. Zo kan hij voor een volgend evenement vooraf aangeven wat zijn wens is.

  • College van Burgemeester en Wethouders

    Het College is verantwoordelijk voor een aantal afzonderlijke toestemmingen, die tevens betrekking kunnen hebben op evenementen, zoals de omgevingsvergunning, de geluidsontheffingen, verkeersbesluiten en (tijdelijke) gebruiksvergunningen brandveilig gebruik alsmede gebruiksmeldingen brandveilig gebruik.

3.3 Hulpverleningsdiensten

De hulpverleningsdiensten:

  • adviseren omtrent de aanvragen evenementenvergunning;

  • nemen bij grote, risicovolle evenementen deel aan een multidisciplinair evenementenoverleg onder voorzitterschap van de gemeente.

  • zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de eigen wettelijke taken en verantwoordelijkheden (openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, gezondheid, etc.).

4 Waarvoor een vergunning aanvragen?

4.1 Wat is een evenement?

Een evenement wordt in de Apv gedefinieerd als “elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak” (artikel 2:24 lid 1). Vermaak is er op vele terreinen: kunst, cultuur, lifestyle, sport, kennis en economie. Voorbeelden hiervan zijn: concerten, festivals, feestweek met muziek, tentoonstellingen, braderieën, jaarmarkten, consumentenbeurzen en sportwedstrijden. Vaak vinden er ook combinaties van verschillende activiteiten plaats.

Niet als evenement worden beschouwd: weekmarkten, kansspelen, betogingen, samenkomsten en vergaderingen. Daarnaast zijn er ook activiteiten die geen verrichting van vermaak zijn maar wel als evenement worden aangemerkt zoals een herdenkingsplechtigheid.

4.2 Verschillende categorieën evenementen

Onderscheid wordt gemaakt in evenementen waarvoor een melding volstaat en evenementen waarvoor een vergunning moet worden aangevraagd.

4.2.1 Meldingsplichtige evenementen

In het kader van deregulering is besloten een aantal kleinschalige evenementen en evenementen die in de praktijk eigenlijk nooit problemen opleveren vrij te stellen van de vergunningplicht. In verband met een mogelijke samenloop met andere evenementen en in verband met eventueel noodzakelijke wegafsluitingen, is het wel wenselijk dat we van deze evenementen op de hoogte zijn. Daarom moet van deze evenementen wel een melding worden gedaan. In artikel 2:24, lid 3 Apv zijn de criteria opgenomen met betrekking tot wat wordt verstaan onder een klein evenement.

Het werken met meldingsplichtige evenementen betekent ook dat alle evenementen die niet voldoen aan de daarvoor geldende criteria, automatisch onder een van de categorieën vergunningsplichtige evenementen vallen.

Bij kleine evenement waarvoor een melding voldoende is, kan gedacht worden aan:

  • een straatbarbecue of straatfeest;

  • een kleinschalige activiteit georganiseerd door een school, buurtcentrum, kerk, verzorgings- of verpleeghuis of sportvereniging die plaatsvindt op of start/finisht op eigen terrein;

  • open (bedrijven)dagen, winkelopening;

  • recreatieve wandeltocht, fietstocht, wandelvierdaagse;

  • straatspeeldag;

  • ANWB streetwise (Verkeerseducatie les) of vergelijkbare educatieve projecten;

mits deze aan de volgende voorschriften voldoen:

  • het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;

  • de activiteiten plaatsvinden tussen 07.00 en 23.00 uur;

  • geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur en binnen het tijdsbestek van 07.00 uur tot 23.00 uur het equivalente geluidsniveau van 50 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen niet wordt overschreden;

  • de activiteiten geen belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en

  • de organisator de burgemeester 15 werkdagen van tevoren in kennis heeft gesteld van het evenement.

4.2.2 Vergunningsplichtige evenementen

Alle evenementen buiten de meldingsplichtige evenementen zijn vergunningsplichtig en kennen een indieningstermijn van 14 weken voorafgaand aan het evenement. In overeenstemming met artikel 2.25 lid 8 van de Apv Westerkwartier kan de burgemeester evenementen aanwijzen waarvoor een afwijkende indieningstermijn geldt

Er wordt een onderscheid gemaakt in A-, B- en C evenementen. Dit onderscheid is gebaseerd op de Handreiking risicovolle evenementen van de Veiligheidsregio Groningen van belang. Door de Veiligheidsregio Groningen is een risicoscan opgesteld, waarbij het risico is gekoppeld aan een puntensysteem. Aan de hand van het totale aantal punten worden de evenementen ingedeeld als A-, B- of C-evenement.

In Hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op het gebruik van de risicoscan.

Evenement met een niet- ( of nauwelijks) belastend profiel (categorie A-evenement)

Dit is een kleinschalig evenement dat geen of nauwelijks belasting vormt voor de leefomgeving. Het betreft een activiteit met een beperkt aantal bezoekers, een beperkte geluidsproductie en die veelal overdag of in de avonduren plaatsvindt. Een dergelijk evenement richt zich vaak op een bepaalde buurt of specifieke doelgroep.

Evenement met een belastend profiel (categorie B-evenement)

Dit is een evenement van beperkte omvang, hoofdzakelijk gericht op bezoekers van binnen de eigen gemeente en vormt voor de omgeving een geringe belasting. Deze evenementen zijn van groot belang voor het leefklimaat binnen de verschillende kernen van de gemeente en voor het in stand houden van verenigingen en organisaties. De activiteit wordt gedurende één of meerdere dagen georganiseerd, kent een grotere geluidsbelasting door versterkte muziek of omroepactiviteiten. Ook vinden de nodige verkeersbewegingen plaats. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een (meerdaags) buurtfeest.

Evenement met een risicoprofiel (categorie C-evenement)

Op grond van de kwaliteit en het bovenlokale bereik betreft het een evenement met een ruime naamsbekendheid en promotioneel effect. Op basis van de plannen van de organisator blijkt dat er door de omvang van het evenement nadrukkelijk belastende effecten optreden voor de leefomgeving. Voor deze evenementen geldt ook dat het evenement geen belemmering mag vormen voor hulpdiensten en afwikkeling van het doorgaand verkeer.

Ook zal het evenemententerrein nauwkeurig moeten worden afgebakend waarbij exact wordt aangegeven hoe de locatie mag worden ingericht en zullen veiligheids- en medische voorschriften worden aangegeven. Tot slot zal ook een calamiteitenplan ingediend moeten worden.

De indeling van een evenement in een bepaalde categorie is dus gebaseerd op de omvang, de uitstralingseffecten op de omgeving en de risico's die de activiteiten met zich meebrengen. Het enkele criterium ten aanzien van het aantal bezoekers is dus niet bepalend voor de beoordeling onder welke categorie een evenement wordt geschaard. Het verkrijgen van een evenementenvergunning of het kunnen volstaan met een meldingsplicht voor een evenement laat uiteraard onverlet dat er nog wel andere vergunningen of ontheffingen noodzakelijk kunnen zijn voor het organiseren van een activiteit, zoals bijvoorbeeld een tijdelijke gebruiksvergunning brandveiligheid voor een tent of een tijdelijke ontheffing op basis van de Drank- en Horecawet.

4.3 Bijzondere evenementen

Besloten feesten

Besloten feesten vallen niet onder de reikwijdte van de evenementenvergunning. Besloten feesten zijn bijvoorbeeld feesten op eigen terrein zoals een bruiloft of een bedrijfsfeest, waar aan de hand van een (persoonlijke) uitnodiging publiek aanwezig is. Wanneer een feest een “besloten karakter” heeft maar er worden wel publiekelijk kaarten verkocht en/of er wordt reclame gemaakt voor het feest, is er wel sprake van een evenement. In dit geval is er geen directe relatie tussen de organisator en de bezoeker.

Feest in openbare ruimte

Wanneer een feest al dan niet besloten ‘op of aan de weg’ plaatsvindt, is dit een vergunningsplichtige activiteit, omdat het plaats vindt op doorgaans voor publiek toegankelijk gebied. Het feit dat het feest besloten is, dus niet voor publiek toegankelijk, doet daar niets aan af.

Kermis

Voor een kermis moet een evenementenvergunning worden aangevraagd. De toetsing van de veiligheid door de burgemeester richt zich met name op de veiligheid van personen of goederen op en rond het evenemententerrein. Kermisattracties dienen te beschikken over een geldig goedkeuringscertificaat.

Evenement in gebouw

Feesten die gehouden worden in horecagelegenheden en niet behoren tot de normale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld een optreden van een bekende diskjockey of een optreden van een bekende band) zijn vergunningsplichtig.

Muziek op terras

Als een horecaondernemer op een (tijdelijk) terras activiteiten organiseert, bijvoorbeeld livemuziek, moet hij een evenementenvergunning aanvragen. Zie ook paragraaf 5.3.

Evenement in leegstaand pand

Voor het incidenteel in gebruik nemen van leegstaande panden voor evenementen kan een evenementenvergunning worden aangevraagd. Bij inpandige feesten met meer dan 50 personen, is een gebruiksmelding nodig en moet aan het Bouwbesluit worden voldaan. De gebruiksmelding moet worden aangevraagd via het OLO (Omgevingsloket Online) Indien er minder dan 50 personen aanwezig zijn, moet nog steeds voldaan worden aan het Bouwbesluit.

Feestelijke opening

Voor een feestelijke (her‐)opening van bijvoorbeeld een winkel, waarbij ook buiten de winkel activiteiten plaatsvinden, of binnen een programma wordt aangeboden, moet een evenementenvergunning worden aangevraagd bij de gemeente (tenzij sprake is van een meldingsplichtig evenement).

Sportwedstrijden

Voor reguliere wedstrijden en toernooien van verenigingen op sportvelden hoeft geen evenementenvergunning te worden aangevraagd. De buitensportcomplexen zijn immers bestemd voor deze activiteiten. Voor andere activiteiten op het sportterrein moet wel een evenementenvergunning worden gevraagd. Een vechtsportwedstrijd of -gala wordt altijd gezien als een evenement.

Wielersportevenementen

Wielersportevenementen zijn een aparte categorie evenementen. Meestal is er sprake van lange routes door verschillende gemeenten en vele (dynamische) wegafsluitingen. Deze afsluitingen kunnen een grote impact hebben op de mobiliteit.

Wanneer er sprake is van een wedstrijd moet een ontheffing worden aangevraagd van het verbod op het houden van wedstrijden op de weg, zoals beschreven in artikel 10 Wegenverkeerswet 1994. Voor het inrichten van de start‐ en finishlocatie(s) is een evenementenvergunning nodig.

Recreatieve toertocht

Wanneer het een recreatieve toertocht betreft (zonder wedstrijdelement) waarbij de deelnemers zich aan de geldende verkeersregels houden (op het fietspad fietsen, voor rood licht stoppen, etc.) hoeft geen ontheffing van de Wegenverkeerswet worden aangevraagd.

Wel is een evenementenvergunning noodzakelijk als er start‐ en finishlocatie(s) worden ingericht, tenzij sprake is van een meldingsplichtig evenement

Activiteiten binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer

Activiteiten binnen de normale bedrijfsvoering

Activiteiten die binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer worden georganiseerd en die binnen de normale bedrijfsvoering van die inrichting vallen, bijvoorbeeld een live-muziekoptreden in een café, zijn geen evenement als bedoeld in de Apv. Daarvoor geldt dat er geen evenementenvergunning nodig is. Wat als normale bedrijfsvoering wordt gezien, is vastgelegd in de vergunning(aanvraag) ingeval van een vergunningplichtige inrichting dan wel in de melding ingeval van een meldingsplichtige inrichting. Voor deze activiteiten gelden de vergunningvoorschriften respectievelijk de voorschriften van het Activiteitenbesluit (zie ook paragraaf 5.3).

Activiteiten die niet binnen de normale bedrijfsvoering passen

Activiteiten die binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer worden georganiseerd en die niet binnen de normale bedrijfsvoering van die inrichting vallen, zijn een evenement als bedoeld in de Apv (bijvoorbeeld een feest in een boerenschuur). Hiervoor moet wel een evenementenvergunning worden aangevraagd.

5 De procedure

5.1 Inleiding

Dit hoofdstuk gaat in op de procedure rondom evenementen. Onderscheid wordt gemaakt tussen meldingsplichtige en vergunningsplichtige evenementen. De termijn van indiening wordt besproken en de andere benodigde vergunningen en ontheffingen die nodig kunnen zijn.

5.2 Meldingsplichtige evenementen

Niet risicovolle kleinschalige evenementen moeten door de organisator op basis van artikel 2.25 Apv uiterlijk 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement worden gemeld aan de publieksdienst van de gemeente. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

5.3 Vergunningsplichtige evenementen

Aanvraag

Voor de aanvraag van een evenement moet gebruik worden gemaakt van het digitale aanvraagformulier evenementenvergunning van de gemeente Westerkwartier. Om de aanvraag goed te kunnen beoordelen dient deze volledig te zijn. Op het aanvraagformulier staat vermeld welke bijlagen moeten worden ingediend. Indien de aanvraag niet compleet is, zal worden gevraagd om aanvullende informatie. Wordt deze informatie niet tijdig ingediend dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht).

Veiligheidsplan

Bij grotere evenementen moet een veiligheidsplan bij de aanvraag worden ingediend. Hierin geeft de organisator aan welke maatregelen hij treft om het evenement veilig te laten verlopen. Indien nodig kan dit ook bij kleinere evenementen worden gevraagd. In hoofdstuk 5 komt het veiligheidsplan uitgebreid aan de orde.

Draaiboek

Bij elke vergunningaanvraag moet een draaiboek worden aangeleverd. Een format voor een draaiboek is beschikbaar bij het aanvraagformulier. Deze is ook via de website van de gemeente Westerkwartier beschikbaar.

Scenario’s

Tijdens een evenement kunnen er situaties ontstaan waarbij er door de organisatie en of door externe instantie ingegrepen moet worden tijdens het evenement. Deze situatie moeten in scenario's worden uitgewerkt. Het gaat hierbij om de volgende situaties:

  • Paniek bij bezoekers

  • Brand

  • Natuurgeweld

  • Geweldsdelicten

  • Een ongeval

De beoordeling van een situatie als “calamiteit” vindt plaats door de organisatie in samenspraak met de aanwezige beveiligingsmedewerkers/bhv’ers. Als een situatie door de bovengenoemde personen als calamiteit wordt aangemerkt, draagt de organisatie zorg voor het informeren/alarmeren via 112.

In het draaiboek, in te zien via de website van de gemeente Westerkwartier, staat per calamiteit zoals hierboven genoemd welke maatregelen moeten worden genomen.

Termijn van indiening

Voor alle overige evenementen geldt op basis van artikel 1.2 van de Apv een beslistermijn van 8 weken. De behandeling van de grotere en risicovolle evenementen vergt in de regel meer tijd omdat hiervoor advies wordt gevraagd aan politie, brandweer en GHOR. Vaak moeten voor deze evenementen ook verkeersmaatregelen worden getroffen en zijn meerdere vergunningen en/of ontheffingen nodig. Een aanvraag tot vergunning moet minimaal 14 weken voor het evenement compleet bij de gemeente zijn ingediend. Een aanvraag tot vergunning kan worden geweigerd als deze minder dan 14 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is (art. 1.8 lid 3 Apv). Verder kan de burgemeester evenementen of categorieën evenementen aanwijzen waarvoor een afwijkende indieningstermijn geldt (artikel 2:25, lid 8).

Wanneer sprake is van een complex evenement met deelactiviteiten of risico’s die om een zwaardere beoordeling en advisering vragen kan op grond van artikel 1.2. lid 2 van de Apv Westerkwartier de beslistermijn met 8 weken worden verdaagd.

5.4 Andere benodigde vergunningen/ontheffingen

Digitale aanvraag

De aanvraag moet gedaan worden middels het digitale aanvraagformulier dat op de gemeentelijke website staat. In veel gevallen heeft de organisator voor het evenement ook nog andere vergunningen/ontheffingen nodig. Grotendeels kunnen deze ook via het digitale aanvraagformulier worden aangevraagd. Het gaat hierbij om de volgende zaken.

Tapontheffing (artikel 35 Drank- en Horecawet)

Voor de verkoop van zwak-alcoholhoudende drank op een evenemententerrein is een ontheffing nodig op grond van artikel 35 Drank- en Horecawet. Dit geldt ook voor de verkoop op een terras voor een horecabedrijf indien het terras geen deel uitmaakt van de drank- en horecavergunning.

Ontheffing Wegenverkeerswet (artikelen 10 en 148 Wegenverkeerwet)

Wanneer er sprake is van een wedstrijd op de weg, is behalve een evenementenvergunning voor de start/finishlocatie, ook een ontheffing van artikel 10 Wegenverkeerswet (WVW) nodig. In dit artikel wordt bepaald dat het verboden is met voertuigen een wedstrijd op de weg te houden of daaraan deel te nemen. De aanvraag evenementenvergunning wordt in dit geval tevens opgevat als een verzoek om ontheffing van de WVW.

Aanstellingsbesluit verkeersregelaars (artikel 10 Regeling verkeersregelaars, artikel 56 BABW).

Verkeersregelaars die bij een evenement worden ingezet moeten gecertificeerd zijn, dat wil zeggen dat zij met succes de e-instructie hebben gevolgd. Ze moeten zijn aangesteld door de burgemeester. Minimaal 2 weken voordat het evenement plaatsvindt moet de lijst met persoonsgegevens van de beoogde verkeersregelaars bij de gemeente zijn ingeleverd.

6 De beoordeling

6.1 De risicoscan

Met het uitvoeren van een risicoscan brengt de gemeente risico’s van een evenement op hoofdlijnen in kaart. Op basis van de risico inschatting moeten maatregelen worden genomen voor een veilig en ordelijk verloop van het evenement.

De risicoscan wordt uitgevoerd door toepassing van het risicopuntenmodel dat is opgenomen in de “Handreiking Advisering en inzet hulpverleningsdiensten bij risicovolle evenementen in Groningen van de Veiligheidsregio Groningen (VRG).

Bij de risicoscan wordt gekeken naar:

  • soort evenement (activiteitenprofiel);

  • samenstelling publiek (publieksprofiel);

  • locatie (ruimtelijk profiel);

  • aanvullende risicofactoren die van invloed kunnen zijn, zoals de aanwezigheid van dieren, grote publieksdichtheid, onprofessionaliteit organisator etc. (overige risicofactoren).

De Handreiking van de VRG geeft over het algemeen een goed beeld van de risico’s van een evenement maar bevat geen uitputtende opsomming van evenementen/ risicofactoren en dient daarom alleen als hulpmiddel. Het is aan de beoordeling van de gemeente om te bepalen in welke risicocategorie (A, B of C) het evenement valt.

Evenement met laag risico (categorie A)

Het is onwaarschijnlijk dat het evenement leidt tot verhoogde risico’s en er is geen inzet nodig van overheidsdiensten om risico’s weg te nemen. In de vergunning worden standaardvoorschriften opgenomen met betrekking tot schade, brandveiligheid, elektriciteit, geluid, de bereikbaarheid, en het vrijhouden van toegangswegen. Daarnaast kan de gemeente gebruik maken van de richtlijnen van de GHOR.

Evenement met beperkt risico (categorie B)

Het is mogelijk dat het evenement leidt tot verhoogde risico’s. Indien nodig wordt advies gevraagd van politie, GHOR of brandweer. Er kunnen aanvullende voorschriften boven op de standaardvoorschriften worden verbonden aan het evenement.

Evenement met hoog risico (categorie C)

Het is waarschijnlijk dat het evenement leidt tot verhoogde risico’s en inzet van overheidsdiensten. De gemeente stuurt de vergunningaanvraag altijd om advies door naar de hulpverleningsdiensten (GHOR, brandweer en politie).

6.2 Advisering hulpverleningsdiensten

Om te bepalen of een evenement veilig kan plaatsvinden, en onder welke voorschriften en beperkingen, heeft de gemeente advies nodig van verschillende diensten. In veel gevallen zijn het de politie, de brandweer en de GHOR die om advies worden gevraagd. Zij kunnen gevraagd of ongevraagd advies geven over de risicoklasse of de behandelaanpak. Het is aan de gemeente om te bepalen of het advies wordt overgenomen.

6.3 Evenementenoverleg

Afhankelijk van het risico van een evenement worden aanvragen besproken in een evenementenoverleg. De aanvraag wordt door de gemeente beoordeeld in samenspraak met de brandweer, de politie en de GHOR. Hierbij wordt onder andere gekeken of de organisator gedacht heeft aan veiligheidsrisico’s en hier maatregelen voor genomen heeft. Zoals de inzet van verkeersregelaars, beveiliging en EHBO’ers. Vervolgens wordt dit besproken met de organisator.

6.4 Veiligheidsplan bij risico-evenement

De organisator van het evenement is verantwoordelijk voor het treffen van veiligheids- en gezondheidsvoorzieningen en eventuele daarbij behorende maatregelen. Veiligheids- en gezondheidsvoorzieningen richten zich onder andere op:

  • inzet van EHBO;

  • inzet van beveiligers;

  • inzet van verkeersregelaars;

  • brandpreventie en -preparatie ;

  • hygiënezorg;

  • de te treffen maatregelen in het geval het evenement wordt afgelast;

  • wat te doen bij calamiteiten (bijv. brand, vechtpartij, extreem weer).

De te treffen voorzieningen/maatregelen moeten zijn opgenomen in een Veiligheidsplan. Bij risico-evenementen moet dit verplicht worden aangeleverd bij de vergunningaanvraag.

De gemeente en de hulpverleningsdiensten toetsen of het plan voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld. Op basis van het veiligheidsplan kan aanvullende informatie opgevraagd worden bij de aanvrager.

6.5 Faciliteiten gemeente

Materialen

De gemeente vervult bij de uitvoering van kleinschalige evenementen (denk daarbij bijvoorbeeld aan buurt BBQ ’s / straatfeesten) ook een faciliterende rol. Voor evenementen in de openbare ruimte stelt de gemeente materiaal ter beschikking, bijvoorbeeld afzethekken en afvalcontainers. Hier kunnen kosten aan verbonden zijn (marktconform) Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met het team Buitendienst.

Vrijwilligersverzekering

De gemeente heeft zich aangesloten bij de Vrijwilligersverzekering van de VNG. Personen die vrijwilligerswerk doen in de gemeente Westerkwartier , bijvoorbeeld als verkeersregelaars bij evenementen, kunnen een beroep doen op de Vrijwilligersverzekering.

De verantwoordelijkheid voor een goed en veilig verloop van een evenement berust bij de organisator. In dat kader wordt van de organisator verwacht dat hij zelf voor een goede aansprakelijkheidsverzekering zorgt . De Vrijwilligersverzekering neemt deze taak niet over en dekt ook niet alle schade.

7 De voorschriften

Als de burgemeester een vergunning verleent, verbindt hij daaraan voorschriften. De organisator zorgt ervoor dat hij voldoet aan de gestelde eisen voor wat betreft openbare orde en veiligheid, milieu, gezondheid en hygiëne. In dit hoofdstuk worden in het kort de voorschriften beschreven:

  • Openbare orde en Veiligheid

  • Infra en Verkeerveiligheid

  • Volksgezondheid en Hygiëne

  • Milieu en Duurzaamheid

7.1 Openbare orde en veiligheid

Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren (artikel 2:26 Apv).

Dit betekent dat de organisator bij een (dreigende) ordeverstoring:

  • de aanwijzingen van politie en brandweer onverwijld dient op te volgen;

  • het evenement moet beëindigen als de burgemeester hiertoe een bevel geeft. De organisator moet er dan voor zorgen dat er geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten en dat het aanwezige publiek het evenement verlaat.

Samenvallen van evenementen

Wanneer evenementen op dezelfde datum plaatsvinden en/of in dezelfde dorpskern kan het zijn dat de belasting op de omgeving te groot wordt. Het gelijktijdig laten plaatsvinden van meerdere evenementen kan ook capaciteitsproblemen opleveren voor de hulpverleningsdiensten waardoor de openbare veiligheid in het geding komt. De vergunning kan worden geweigerd ter voorkoming van overlast en/of omdat de veiligheid niet kan worden gegarandeerd.

Concurrerende evenementen

In gevallen dat er sprake is van grootschalige concurrerende evenementen zijn specifieke beleidsregels van toepassing. Deze beleidsregels worden met dit beleid vastgesteld en zijn bijgevoegd als beleidsregels concurrerende evenementen gemeente Westerkwartier ( zie: bijlage 3)

7.2 Veiligheidsmaatregelen bij risicovolle evenementen

Veiligheidsplan

In het Veiligheidsplan neemt de organisator de veiligheidsmaatregelen op die hij heeft getroffen/ gaat treffen op het gebied van veiligheid en beveiliging. De organisator neemt voldoende maatregelen om de veiligheid van bezoekers en deelnemers aan het evenement te kunnen waarborgen. In het Veiligheidsplan staat hoe de beveiliging is geregeld en welke taken zij zullen uitvoeren, hoe de verkeersregelaars worden ingezet, hoe de medische zorg is geregeld en welke maatregelen die organisator neemt in geval van calamiteiten zoals extreem weer, brand of een vechtpartij. Zie hiervoor het draaiboek dat we hanteren op de website van de gemeente Westerkwartier.

Beveiliging

Op advies van de hulpverleningsdiensten kan het inzetten van beveiligers verplicht worden gesteld. Een evenementenbeveiliger is een beveiliger die zich beroepsmatig bezighoudt met de beveiliging van publieksevenementen. Deze beveiliger moet voldoen aan de eisen in en krachtens de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

Veiligheid op het evenemententerrein

De organisator is verantwoordelijk voor alles wat er op het evenemententerrein gebeurt. Hij dient zich te houden aan een aantal voorschriften. Zo is van belang dat er geen obstakels zijn voor bezoekers of hulpverleningsdiensten, of gevaarlijke situaties kunnen ontstaan door onjuist geplaatste bouwwerken of bouwwerken die constructief niet veilig zijn. Daarnaast dienen de huidige nationale en regionale corona maatregelen te worden gevolgd.

7.3. Verkeerveiligheid en Infra

Bereikbaarheid

Ook als er wegen voor evenementen worden afgesloten, moeten de hulpverleningsdiensten altijd een vrije doorgang hebben. Zo nodig moet het evenement tijdelijk worden stilgelegd.

Afsluiting van openbare wegen ten behoeve van een evenement kan in principe niet plaatsvinden:

  • indien de verkeersveiligheid en/of doorstroming van het verkeer in geding is;

  • bij tijdelijke wegwerkzaamheden;

  • als er geen redelijk alternatief is voor doorgaand (vracht)verkeer;

  • als de weg deel uit maakt van een calamiteitenroute.

Verkeersregelaars

Bij evenementen op de openbare weg moeten voor de veiligheid van de deelnemers en weggebruikers vaak verkeersregelaars worden ingezet. Hoeveel verkeersrelaars bij een evenement moeten worden ingezet is een onderwerp dat wordt besproken in het evenementenoverleg. Bij evenementen waarvoor geen vooroverleg plaatsvindt zal de organisator zelf aangeven hoeveel verkeersregelaars minimaal worden ingezet. Het werven van verkeersregelaars is een eigen verantwoordelijkheid van de organisator. De verkeersregelaars moeten de e-instructie hebben gevolgd en moeten zijn aangesteld door de burgemeester.

Wegafsluitingen en -omleidingen

Een wegafsluiting en wegomleiding kan grote gevolgen hebben voor omwonenden van het evenemententerrein/het parcours en aanliggende bedrijven/instellingen. Dit is met name aan de orde bij wielerevenementen. De organisator dient omwonenden, bedrijven een instellingen vroegtijdig te informeren over zijn evenement. Hierbij wordt een proactieve houding van de organisator verwacht. Bij het indienen van de aanvraag moet door de organisator worden aangegeven hoe de overlast voor de omgeving wordt beperkt (hoe er gecommuniceerd wordt met aanwonenden en welke maatregelen worden getroffen). Een eventuele omleidingsroute dient in overleg met de gemeente te worden bepaald.

Parkeren

Een evenement kan zorgen voor parkeeroverlast in omliggende straten. Er moet door de organisator voor voldoende parkeergelegenheid worden gezorgd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het aantal te verwachten bezoekers. Vaak kan gebruik worden gemaakt van bestaande parkeerplaatsen of van parkeerruimte op eigen terrein. Ook dient er voldoende plek te zijn om fietsen te stallen.

7.4 Volksgezondheid en Hygiëne

In het belang van bezoekers en deelnemers moet de organisator ook aandacht besteden aan de aspecten gezondheid en hygiëne. De GHOR brengt hierover advies uit.

Alcoholbeleid : Tapontheffing

Bij de meeste evenementen wordt alcoholhoudende drank verkocht. Wij hechten vanuit gezondheids- en veiligheidsaspecten waarde aan een alcoholmatigingsbeleid om daarmee onbeteugeld alcoholgebruik tegen te gaan. Wij zijn van mening dat ook evenementenorganisaties een verantwoordelijkheid hebben als het gaat om alcoholmatiging.

De Drank- en Horecawet geeft de mogelijkheid om in bepaalde gevallen voor 'bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard' toestemming te verlenen zwak alcoholhoudende drank te verkopen zonder dat men in het bezit is van de benodigde horecavergunningen. Hiervoor is een ontheffing krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet nodig. Ook dient een kopie van de verklaring Sociale Hygiëne of vergelijkbare verklaring te worden overlegd.

Etens- en drinkwaren

Toezicht op de kwaliteit van eten en drinken tijdens een evenement wordt, op basis van de Warenwet, gehouden door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Sanitaire voorzieningen

De organisatie van een evenement is verplicht te voorzien in voldoende sanitaire voorzieningen. Dit voorkomt veel overlast. De gemeente ziet toe op de aanwezigheid en optimale plaatsing. Afhankelijk van het evenement en reguliere horeca in de omgeving wordt aangesloten bij de normen van de GGD: één toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers met voldoende toiletpapier. Ook dient een minder validen toilet aanwezig te zijn. Het aantal is afhankelijk van het geschatte maximaal aantal bezoekers dat op één moment aanwezig is, maar ook van het soort evenement, de leeftijd van de bezoekers, de doelgroep, tijdstip van de dag, het weer en de gemiddelde verblijftijd bij het evenement.

In de vergunning worden hierover voorschriften opgenomen. De voorwaarden rondom middelen worden beschreven in het aanvraag formulier.

Gehoorschadepreventie

Het organiseren van een evenement waarbij muziek ten gehore wordt gebracht brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Het regelmatig verblijven in luidruchtige situaties levert een risico op voor het ontwikkelen van gehoorschade. Met name onder jongeren neemt het aantal gevallen met gehoorschade toe. Van de organisator wordt verwacht dat hij hier aandacht voor heeft. Gehoorschade bij evenementen kan worden voorkomen of beperkt op diverse manieren, bijvoorbeeld:

  • door het inlassen van geluidsarme pauzes en het inrichten van (een) geluidsarme ruimte(s);

  • door het beschikbaar stellen van gehoorbescherming, bijvoorbeeld bij de garderobe of bar, en bezoekers hierover te informeren.

  • door geluidsnormen aan een evenementenvergunning te verbinden, zie hoofdstuk 8.

7.5 Milieu en Duurzaamheid

Inleiding

Overlast van een evenement kan onder meer veroorzaakt worden door verontreiniging van de omgeving. Aan een evenementenvergunning worden voorschriften verbonden om de overlast voor de omgeving te beperken.

Gebruik van glas

Het gebruik van glas en of porselein verhoogt het risico op incidenten. Tijdens evenementen die in de openlucht/in tenten plaatsvinden mag niet in glas/porselein worden geschonken.

Afval

De organisator van een evenement is verantwoordelijk voor het opslaan en verwijderen van afval gedurende het evenement en voor het na afloop schoon en in de oorspronkelijk staat opleveren van het evenemententerrein.

Wordt aan de genoemde voorwaarden niet voldaan dan worden de kosten van het schoonmaken en het in oorspronkelijke staat opleveren van het gemeentelijk terrein bij de organisatie van het evenement in rekening gebracht. De vaststelling of voldaan is aan deze verplichting gebeurt door medewerkers van de gemeente.

Oplaten van ballonnen

In overeenstemming met artikel 4:9a van de Apv is het verboden ballonen van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. Onder ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, sfeerballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon en geluksballon, dan wel een voorwerp dat door middel van open vuur of gas opstijgt en zonder sturing wegdrijft.

8 Geluid

8.1 Inleiding

In de gemeente Westerkwartier worden een groot aantal evenementen en festiviteiten georganiseerd, die gepaard gaan met geluid. Op jaarbasis worden er grofweg 100 grote evenementen gehouden waarbij geluid relevant is. Het betreft evenementen met:

  • Muziek in feesttenten

  • Muziekpodia in de open lucht

  • Kermis (toestellen + muziek)

  • Motorcross

  • Autocross

  • Trekkertrek

  • Omroepinstallaties

  • Geluid bij afbreken podia/feesttenten

Van de evenementen waarbij geluid relevant is, is bij circa 90% (live-)muziek en kermis de voornaamste geluidbron en bij circa 10% zijn motorvoertuigen de voornaamste geluidbron.

Een klein deel van de evenementen vindt hoofdzakelijk overdag plaats zoals autocross, motorcross en trekkertrek. Een groot deel van de evenementen en dan met name de muziekevenementen vinden hoofdzakelijk plaats in de avond- en nachtperiode.

Voor zover evenementen plaatsvinden binnen inrichtingen voor horeca-, sport- en recreatieactiviteiten, wordt in dit beleid en de Apv gesproken van festiviteiten.

Om het geluid van evenementen te beheersen, waarbij ruimte wordt geboden om evenementen te organiseren en waarbij rekening wordt gehouden met omwonenden, is geluidbeleid voor evenementen noodzakelijk. Doelen van het geluidbeleid zijn:

  • Bescherming van het woon- en leefklimaat tegen onredelijke en vermijdbare geluidsoverlast;

  • Duidelijke kaders voor omwonenden en organisatoren voor wat wordt toegestaan.

Het stellen van geluidregels gebeurt op basis van de Algemene plaatselijke verordening (Apv). In de Apv is geregeld voor welk type evenementen een evenementenvergunning nodig is. Dit betreft evenementen waarbij geluid relevant kan zijn. Aan een evenementenvergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Verder zijn er festiviteiten waarvoor een ontheffing kan worden verleend, waaraan ook (geluids)voorwaarden kunnen worden verbonden. Onderhavig geluidbeleid vormt het beleidskader voor het verbinden van geluidsvoorschriften aan evenementenvergunningen en festiviteiten.

In de Apv is geregeld dat een klein evenement een geluidsniveau veroorzaakt van ten hoogste 50 dB(A) in de dagperiode op de gevel van geluidgevoelige gebouwen (woningen). Dit niveau komt overeen met wat de meeste bedrijven overdag op de gevel van een woning mogen veroorzaken. In dit geluidbeleid behoeft daarom geen verdere aandacht te worden besteed aan kleine evenementen. Het geluidbeleid richt zich dus met name op andere (niet kleine) evenementen en op festiviteiten.

8.2 Achterliggende redenen geluidbeleid

Zoals aangegeven, heeft dit geluidbeleid tot doel om het geluid van evenementen te beheersen, waarbij ruimte wordt geboden om evenementen te organiseren en waarbij rekening wordt gehouden met omwonenden.

Evenementen vervullen een maatschappelijke en sociaal-culturele functie en zorgen voor een aangename vrijetijdsbesteding, ontspanning, sfeer- en feestbeleving. Het RIVM schrijft dat geluiden die als prettig worden ervaren mogelijk een positief effect op de gezondheid hebben doordat ze het herstel van stress bevorderen.

Geluid van evenementen kan ook tot geluidshinder leiden. Dit hangt onder andere af van:

  • de kenmerken van het geluid, zoals de sterkte, de toonhoogte en het soort geluid (bijvoorbeeld muziekgeluid en dan met name basstonen kunnen als hinderlijk worden ervaren);

  • de periode (tijdstip en tijdsduur) van het geluid, en;

  • de persoon zelf (hoe gevoelig ben je voor geluid?).

Geluidhinder is, volgens de definitie van de Wet milieubeheer (artikel 1.1): het gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid.

Bij schade moet gedacht worden aan gehoorbeschadiging en schade aan de gezondheid zoals slaapstoornissen en psychische stoornissen. Hinder kan ontstaan door geluiden, die boven het gemiddelde omgevingsgeluid uit te horen zijn. Naarmate het geluidsniveau stijgt, des te meer hinder, slaapverstoring en andere gezondheidseffecten zullen optreden.

De Gezondheidsraad definieert (geluid)hinder als ‘een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of gekwetstheid, dat optreedt wanneer een milieufactor iemands gedachten, gevoelens of activiteiten negatief beïnvloedt’. Geluidhinder is subjectief; Het is per persoon verschillend of geluid als hinderlijk ervaren wordt.

Hoewel het ervaren van hinder aan subjectiviteit onderhevig is, kan worden gesteld dat de mate van hinder en het aantal gehinderden toeneemt naarmate het geluidniveau hoger is, het geluid langer duurt en vaker voorkomt. Als het geluidniveau toeneemt is op een gegeven moment het voeren van een gewoon gesprek niet meer mogelijk of treedt slaapverstoring op.

Slaapverstoring kan gevolgen hebben voor de gezondheid en welbevinden. Onder slaapverstoring wordt verstaan: moeilijk inslapen, tussentijds wakker worden of ‘s ochtends eerder wakker worden. Geluid in de nachtelijke periode kan tot gevolg hebben:

  • verminderde slaapkwaliteit;

  • verminderd algemeen welbevinden

  • invloed op sociaal gedrag en verminderde concentratie op de dag

  • bepaalde aandoeningen

  • verlies van levensjaren (voortijdige sterfte)

Bovenstaande is beschreven door de Gezondheidsraad1. Voor de eerste twee aspecten is de commissie van de Gezondheidsraad van oordeel dat daarvoor voldoende bewijs is en voor de cursief gedrukte gevolgen acht de commissie beperkt bewijs aanwezig. De invloed van geluid op de gezondheid hangt nauw samen met de blootstellingsduur.

Even kort door de bocht wordt aangenomen dat alleen het geluid van een aantal evenementen niet direct zal leiden tot verlies van levensjaren. Voor geluid bij evenementen lijken met name de eerste twee genoemde gevolgen verminderde slaapkwaliteit en verminderd algemeen welbevinden relevant.

Rekening houdende met bovenstaande is het dus van belang om een goede afweging te maken met betrekking tot het aantal evenementen met geluid waaraan mensen worden blootgesteld; de periode waarin het geluid plaatsvindt en de normstelling die aan het geluid (binnen de verschillende perioden) worden verbonden.

8.3 Juridisch kader geluidbeleid

Dit beleid richt zich primair op geluid bij evenementen als bedoeld in artikel 2:24 lid 1 en 2 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier 2021 (hierna: Apv). In artikel 2:25 van de Apv is bepaald dat het verboden is zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. In de algemene bepalingen van de Apv is geregeld dat aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden, die strekken tot bescherming van de belangen waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Meer specifiek, geven de artikelen 4:2 en 4:3 van de Apv het college de bevoegdheid om ontheffing te verlenen voor geluidshinder in een inrichting. Op grond van artikel 4:6 Apv (overige geluidhinder) kan het college ontheffing verlenen van het verbod om buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Deze ontheffing kan “meegenomen” worden in de te verlenen evenementenvergunning.

Het stellen van geluidnormen en geluidvoorschriften gebeurt ter bescherming van het milieu (omwonenden) en in het belang van de volksgezondheid (bezoekers). Dit is mogelijk op basis van artikel 1:8 van de Apv, waarin wordt gesteld dat een vergunning of ontheffing in ieder geval kan worden geweigerd in het belang van (onder andere) de volksgezondheid en de bescherming van het milieu.

Festiviteiten binnen inrichtingen

  • collectieve festiviteiten

    In de Apv (artikel 4:2) is het een en ander geregeld over collectieve festiviteiten. Het college kan collectieve festiviteiten per kalenderjaar vaststellen, waarbij de reguliere geluidsnormen voor inrichtingen voor horeca-, sport- en recreatieactiviteiten niet gelden. Tijdens de collectieve festiviteiten geldt in standaardsituaties de norm van 75 dB(A) en 90 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen. Het college kan ter voorkoming of beperking van geluidhinder voorwaarden verbinden aan collectieve festiviteiten en het kan ook ontheffing verlenen van de in standaard situaties geldende norm.

    De beleidsuitgangspunten waarmee invulling wordt gegeven aan bovenstaande, staan verderop in dit beleid.

  • incidentele festiviteiten

    Voor incidentele festiviteiten binnen inrichtingen is in de Apv (artikel 4:3) geregeld dat het een inrichting voor horeca- sport- en recreatie-inrichtingen toegestaan is om maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar een incidentele festiviteit te houden waarbij de reguliere geluidnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet gelden. In spreektaal wordt dit vaak omschreven als een “ontheffing van de reguliere geluidsnormen” of kortweg een “geluidsontheffing”. Verderop in dit beleid wordt deze terminologie ook gehanteerd.

    Voor het melden van een incidentele festiviteit, is overeenkomstig (het derde lid van artikel 4:3 van) de Apv een formulier vastgesteld. Dit formulier is als bijlage opgenomen.

8.4 Beleidskeuzes gemeente Westerkwartier

Kern van het nieuwe beleid

8.4.1 Geluidsniveaus

In standaardsituaties:

  • 75 dB(A) op gevel geluidgevoelige gebouwen;

  • 90 dB(C) op gevel geluidgevoelige gebouwen;

  • 103 dB(A) muziekgeluid op het terrein, ter preventie gehoorschade bezoekers;

  • 140 dB(C) muziekgeluid als maximale geluidsniveau op het terrein, ter preventie gehoorschade bezoekers;

  • vanaf 92,5 dB(A) muziekgeluid op het terrein wordt gehoorbescherming gestimuleerd.

Als er geen geluidgevoelig gebouw binnen 200 meter vanaf het evenemententerrein is:

  • 75 dB(A) op 200 meter vanaf feesttent of bezoekersveld;

  • 90 dB(C) op 200 meter vanaf feesttent of bezoekersveld.

Bij kermistoestellen geldt als aanvullende norm:

  • 90 dB(A)/103 dB(C) op 1 meter vanaf de kermisattractie of, in het geval een luidspreker wordt gebruikt, gemeten op 1 meter vanaf de luidspreker (Leq gemeten over minimaal 1 minuut).

Bijzondere situaties:

Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder bijzondere omstandigheden, kan een iets hogere norm aan een evenementenvergunning worden verbonden. Hier wordt zeer terughoudend mee omgegaan, om onacceptabele hinder te voorkomen. Een dergelijke uitzondering kan aan de orde zijn als het een evenement betreft met een plaatselijk maatschappelijk belang die wordt gedragen door de omwonenden, waarbij redelijkerwijs niet te voorkomen is dat de geluidnorm op enkele woningen voor een korte duur wordt overschreden, in een omgeving die niet reeds overbelast is door cumulatie van geluiddragende evenementen.

Motivatie en toelichting:

75 dB(A) en 90 dB(C) op de gevel van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen zijn voor evenementen gangbare normen in den lande. Er zijn alleen normen op de gevel vastgelegd. Omdat gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) normaliter een geluidisolatie van circa 25 dB bieden, wordt daarmee indirect een binnenniveau van circa 50 dB(A) gerealiseerd. Bij een binnenniveau tot 50 dB(A) is het nog enigszins mogelijk om zonder noemenswaardige stemverheffing een goed gesprek te voeren. Bij een hoger niveau is het zonder stemverheffing niet meer mogelijk om elkaar goed te verstaan. Slaapverstoring kan al beginnen bij lagere binnenniveaus vanaf 25 dB(A) en meer hinderlijke vormen aannemen bij binnenniveaus van 40 á 45 dB(A). De toegestane geluidsniveaus bieden dus geen volledige garantie voor een goede nachtrust. De normen zijn dus niet geschikt om onbeperkt evenementen te houden. Er worden daarom (verderop) ook eindtijden voor evenementen vastgelegd en er beperkingen gesteld aan het aantal evenementen die bij deze normen kunnen worden toegestaan.

Omdat de normen op de gevel zijn vastgesteld, kunnen geluidmetingen buiten de woning uitgevoerd worden en is het dus niet nodig om woningen binnen te gaan.

Bovengenoemde normen betreft het A-gewogen, respectievelijk C- gewogen equivalente geluidsniveau (LAeq respectievelijk LCeq ) veroorzaakt door het evenement, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen en bepaald conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, met dien verstande dat de meetduur op 3 minuten wordt gesteld, de meethoogte op 1,5 meter en er geen bedrijfsduurcorrectie en geen straffactor van 10 dB voor muziekgeluid wordt toegepast.

Voor incidentele en collectieve festiviteiten binnen inrichtingen gelden (naast de normen op de gevel) wel normen voor in- en aanpandige gevoelige gebouwen. Deze normen zijn in de Apv opgenomen. Hiermee wordt bijvoorbeeld een woning boven een café beschermd.

Omdat (muziek)geluid van evenementen in de open lucht of feesttenten ver draagt, zijn er voor gevallen waarin er geen geluidgevoelig gebouw binnen 200 meter vanaf het evenemententerrein aanwezig is, normen opgenomen die gelden op 200 meter afstand. Op deze wijze wordt de omvang van het effectgebied (en daarmee ook de omvang van het gebied waarbinnen geluidsoverlast kan worden ervaren) redelijkerwijs beperkt.

Naast de normen die bedoeld zijn om de belangen van omwonenden te behartigen, zijn er ook normen opgenomen ter preventie van gehoorschade bij bezoekers van een evenement, namelijk een terreinniveau van ten hoogste LAeq=103 dB(A), gemeten over 15 minuten en voor de piekbelasting dient de geluidsdruk te worden beperkt tot maximaal 200 Pascal, of: Lmax= 140 dB(C).

Deze normen zijn overgenomen uit het (derde) Convenant Preventie Gehoorschade versterkte muziek (van december 2018) en is gericht op evenementen waar de doelgroep voor meer dan 50% bestaat uit meerderjarigen (18 jaar en ouder). Voor jongere doelgroepen worden lagere normen of extra gehoorbescherming gestimuleerd.

Het opnemen van de norm biedt niet de garantie voor ieder individu dat er geen gehoorschade kan optreden. Hierover zegt het convenant dat het onmogelijk is om realistische maximale geluidniveaus per muziekactiviteit te adviseren die voor ieder individu absoluut veilig zijn. Voor het dragen van adequate gehoorbescherming is de bezoeker zelf eindverantwoordelijk. De norm draagt er echter aan bij dat de kans op gehoorschade, door te vaak en/of te lang te harde muziek, wordt verminderd.

Vanaf een equivalent geluidsniveau op het terrein van 92,5 dB(A), gemeten over 15 minuten, dienen bezoekers (overeenkomstig het convenant) gestimuleerd te worden om adequate gehoorbescherming te dragen. Onder het begrip terrein wordt verstaan ieder terrein (zowel buiten, in een feesttent of inpandig) bij een evenement of festiviteit waar bezoekers mogen komen en waar ze aan muziekgeluid worden blootgesteld.

8.4.2 Eindtijden

  • Voor een evenement of collectieve festiviteit die op een zondag, maandag, dinsdag, woensdag of een donderdag plaatsvindt, geldt als uiterlijke eindtijd 23.00 uur;

  • Standaard geldt 01.00 uur van de eerstvolgende dag als uiterlijke eindtijd, indien het evenement op een vrijdag of zaterdag aanvangt;

  • Per dorp kan één keer per jaar voor een dorpsfeest/feestweek een uitzondering worden gemaakt met 02.00 uur van de eerstvolgende dag als uiterlijke eindtijd indien het evenement op een vrijdag of zaterdag aanvangt;

  • Als de vrijdag en zaterdag onderdeel uitmaken van een meerdaags evenement, wordt op slechts één van beide dagen tot 02.00 uur toegestaan en de andere keer tot hooguit 01.30 uur;

  • Voor een collectieve festiviteit die inpandig plaatsvindt bij een inrichting voor horeca-, sport- en recreatieactiviteiten, die op een vrijdag of zaterdag aanvangt, geldt als uiterlijke eindtijd 02.00 uur van de eerstvolgende dag;

  • Voor oudejaarsnacht geldt geen eindtijd bij inpandige festiviteiten in horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen;

  • Standaard geldt 19.00 uur als eindtijd voor auto- en motorcross, trekkertrek of vergelijkbare activiteiten met motorvoertuigen. Als uitzonderingsmogelijkheid kunnen deze activiteiten tot uiterlijk 22.00 uur worden toegestaan.

  • Voor achtergrondmuziek bij ijsbanen geldt 21.30 uur als eindtijd gedurende de gehele vorstperiode.

Motivatie en toelichting:

Voor incidentele festiviteiten staan de eindtijden in de Apv, zonder de mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden ruimere eindtijden toe te staan. Bij collectieve festiviteiten worden de eindtijden in het aanwijzingsbesluit vastgelegd en bestaat wel de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen ruimere eindtijden toe te staan, net als bij het verlenen van evenementenvergunningen.

Voor evenementen in de openlucht of in feesttenten op vrijdag en zaterdag is de eindtijd standaard 01.00 uur. Muziekgeluid draagt ver, geluidhinder kan daardoor tot in de wijde omtrek plaatsvinden. Omdat dorpsfeesten/feestweken een maatschappelijk en (plaatselijk) sociaal/cultureel belang hebben is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen om daarvoor één keer per jaar ruimere eindtijden toe te kennen. Het laatste halfuur van het evenement kan daarbij worden benut om het evenement rustig af te bouwen (ook qua geluidniveau) naar het einde toe. Dit biedt ook voordelen voor de openbare orde en veiligheid.

Bij een dorpsfeest/feestweek kan een eindtijd tot uiterlijk 02.00 uur worden vergund voor maximaal één dag in het weekend in het geval het een meerdaags evenement betreft. Het vormt namelijk een te grote belasting op de omwonenden als ze meerdere dagen achterelkaar tot zo laat in de nacht met geluid (van evenementen) worden geconfronteerd. Eén verstoorde nachtrust kunnen de meeste mensen nog wel accepteren; maar meerdere achtereen wordt lastiger en leidt eerder tot klachten. Door ze qua tijdsduur enigszins tegemoet te komen, kan een meerdaags evenement toch doorgang vinden, waarbij onderkend wordt dat het op de grens ligt van wat in redelijkheid van de omwonenden gevraagd kan worden te accepteren.

Activiteiten met motorvoertuigen vinden, gelet op de specifieke hinder van dergelijke activiteiten, bij voorkeur alleen in de dagperiode plaats. Een uitloop/doorloop in de avondperiode kan als uitzondering worden toegestaan tot uiterlijk 22.oo uur. Hierbij vindt een belangenafweging plaats tussen de specifieke belangen van het evenement en de belangen van de omwonenden. In de regel zal deze uitzonderingsmogelijkheid soepel worden toegekend, tenzij de activiteit leidt tot onaanvaardbare geluidhinder, of als een uitloop/doorloop in de avondperiode gemakkelijk vermijdbaar is. Na 22.00 uur in de avond en in de nachtperiode (van 23.00 uur tot 07.00 uur) worden deze activiteiten niet toegestaan. Er is gekozen voor 22.oo uur omdat in de afgelopen jaren dit de uiterste termijn was die vergund is. Een verruiming wordt niet voorgestaan.

8.4.3 Aantallen

  • Per jaar worden er maximaal 6 collectieve festiviteiten aangewezen voor een aangewezen gebied, waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de gebieden elkaar wat geluidhinder betreft niet overlappen. Uitgangspunt is verder dat er maximaal twee festiviteiten per maand worden gehouden. Oud- en nieuwjaar wordt als collectieve festiviteit aangewezen voor de gehele gemeente.

  • Evenementen in feesttenten of in de open lucht worden maximaal 6 keer per jaar op een locatie toegestaan. Uitgangspunt voor nieuwe evenementen (dat wil zeggen evenementen die tot dusver niet plaatsvonden) of een uitbreiding van het aantal dagen of dagdelen van bestaande evenementen, worden alleen toegestaan als er binnen het effectgebied van de evenementen, rekening houdend met cumulatie, niet vaker dan 6 keer per jaar een evenement plaatsvindt. Als er een bijzonder maatschappelijk of cultureel belang aanwezig is bij een evenement, kan afgeweken worden van het maximum van 6 keer per jaar als het evenement redelijkerwijs niet op een andere (geschiktere) locatie kan plaatsvinden.

  • Standaard geldt bij een meerdaags evenement elke dag als één keer; een tweedaags evenement staat dus gelijk aan twee losse evenementen. Het college kan in het kader van dit geluidbeleid bij uitzondering bepalen dat meerdere kort op elkaar volgende evenementen, bijvoorbeeld in een feestweek, als één evenement gerekend worden.

  • Een evenement kan worden geweigerd als er al 2 evenementen in die maand worden gehouden.

  • Een nieuw evenement kan worden geweigerd als de locatie vanwege de te verwachten geluidhinder niet geschikt wordt geacht.

  • Als inrichtingen onder normale bedrijfsomstandigheden, dus zonder een geluidontheffing, de geluidvoorschriften overtreden, dan kan als maatregel het aantal te verlenen ontheffingen aan de betreffende inrichting worden ingeperkt.

  • Voor auto- en motorcross, trekkertrek of andere evenementen met motorvoertuigen-geluid, wordt een terughoudend beleid gevoerd: nieuwe locaties voor evenementen met dergelijke activiteiten of een uitbreiding van het aantal dagen of dagdelen worden niet voorgestaan, tenzij het locaties betreft waarbij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (gemeten over 3 minuten en zonder toepassing van een bedrijfsduurcorrectie) op geluidgevoelige objecten onder de 60 dB(A) blijft.

  • Voor (muziek)geluid bij besloten feesten in de privésfeer, zoals huwelijksfeesten, verjaardagsfeesten of buurtbarbecues, die bij mensen thuis in de tuin of een in kleine feesttent plaatsvinden, wordt geen geluidsontheffing verleend.

Motivatie en toelichting:

Het maximum aantal per kalenderjaar te houden incidentele festiviteiten is in de Apv zelf vastgesteld op twaalf. Dit is het maximale aantal dat de gemeente op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor incidentele festiviteiten mag aanwijzen.

Ondernemers die hun inrichtingen/gebouwen goed geluidwerend hebben gemaakt, zodat ze ook met luide muziek aan de reguliere geluidvoorschriften kunnen voldoen, hebben de mogelijkheid om vaker feesten te organiseren, omdat ze geen geluidontheffing nodig hebben.

In de Apv is geregeld dat het college per kalenderjaar de collectieve festiviteiten kan vaststellen. Dit gebeurt in een aanwijzingbesluit waarin de dagen of dagdelen staan genoemd waarop de collectieve festiviteiten gehouden mogen worden, geldend voor de gehele gemeente of slechts binnen een bepaald gebied. Oud en nieuw, Bevrijdingsdag en Koningsdag wordt collectief voor hele gemeente aangewezen; verder worden de festiviteiten per gebied aangewezen, waarbij ook rekening wordt gehouden met overlappende geluidhinder van aangewezen gebieden, om (voor zover mogelijk) te voorkomen dat omwonenden die tussen twee gebieden inwonen, een dubbel aantal keren geluidhinder ervaren.

In dit beleid wordt onder effectgebied verstaan het gebied rondom een evenement waarbinnen de (door het evenement veroorzaakte) geluidsniveaus hoger zijn dan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daar waar meerdere effectgebieden elkaar overlappen is sprake van cumulatie. Het begrip cumulatie wordt binnen dit geluidbeleid alleen toegepast voor geluid afkomstig van evenementen.

Om het draagvlak voor evenementen en festiviteiten te behouden is het van belang om het aantal keren dat omwonenden geluidhinder kunnen ervaren enigszins beperkt te houden. Er wordt daarom rekening gehouden met de cumulatie van geluid (losse evenementen plus incidentele en collectieve festiviteiten) waar omwonenden aan blootgesteld kunnen worden. Omdat veel evenementen normaliter in de zomerperiode plaatsvinden, zou het aantal keren dat omwonenden in een korte tijd worden blootgesteld aan geluid flink kunnen oplopen. Bovenstaand beleid over aantallen en cumulatie dragen bij aan spreiding in plaats/gebied en spreiding in de tijd.

Voor (muziek)geluid bij besloten feesten in de privésfeer, zoals huwelijksfeesten, verjaardagsfeesten of buurtbarbecues die bij mensen thuis in de tuin of een in kleine feesttent plaatsvinden, wordt geen geluidsontheffing verleend. Het valt redelijkerwijs niet te reguleren hoe vaak en door wie en met welke norm een dergelijk feest op een buurt gehouden zou mogen worden. Hiervoor wordt gesteld dat degene die het feest geeft, dit slechts kan doen in goed overleg en met goedvinden van de buren/omwonenden; in dergelijke situaties waarbij niet geklaagd wordt over geluidsoverlast, zal er ook niet tegen geluidsoverlast opgetreden worden.

8.4.4 Bijzondere regeling(en)

  • Voor de inrichting van Party- en recreatiecentrum Strandheem blijft als bijzondere regeling gelden dat voor die locatie geen ontheffingen worden verleend tijdens basisschoolvakanties.

Motivatie en toelichting:

De locatie van Party- en recreatiecentrum Strandheem is zeer geschikt voor grootschalige (buiten)evenementen, maar ieder evenement daar leidt tot aanzienlijke geluidsoverlast voor de nabijgelegen camping Strandheem. Een evenwicht tussen beide belangen wordt gevonden door in de drukste periodes van de camping geen festiviteiten toe te staan.

Voor wat betreft de zomervakanties wordt de gehele periode aangehouden waarbinnen de basisscholen van Regio Noord en/of Midden en/of Zuid vakantie heeft.

8.4.5 Best Beschikbare Technieken (BBT) bij muziekevenement

  • Tijdens een muziekevenement worden de best beschikbare technieken toegepast.

  • In een aanvraag voor een muziekevenement c.q. een geluidontheffing voor dat doeleinde, geeft de aanvrager aan op welke wijze zij invulling geeft aan het voorschrift om de best beschikbare technieken toe te passen, waarbij aandacht is voor:

    • Richting van podium/podia

    • Omschrijving en aantallen luidsprekers

    • Positionering en hoogte van de luidsprekers

    • Maatregelen in techniek en afscherming

      Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of niet mogelijk worden geacht, dan wordt dit onderbouwd.

Motivatie en toelichting:

Best beschikbare technieken is een begrip dat in de Wet milieubeheer wordt gehanteerd voor inrichtingen. Het begrip is ook toepasbaar op evenementen. De oorspronkelijke definitie staat in artikel 1.1 van genoemde wet. De definitie die in dit geluidbeleid wordt gehanteerd, luidt als volgt: Onder de beste beschikbare technieken wordt verstaan: de voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de geluidemissie en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die het evenement kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe het evenement behoort, kunnen worden toegepast, en die voor de organisator van het evenement, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van het evenement, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop het evenement buiten gebruik wordt gesteld.

Doel van het toepassen van de BBT is om het geluidniveau van een evenement bij omwonenden zo laag als redelijkerwijs mogelijk te laten zijn. Vroeger werd hiervoor het begrip As Low As Reasonably Achievable (ALARA) gehanteerd. Tegenwoordig staan de BBT beschreven in referentiedocumenten. Voor geluid bij evenementen bestaat echter nog geen specifiek referentiedocument. Om te bepalen welke technieken en voorzieningen als BBT mogen worden gezien is daarom geput uit hetgeen door de Expertgroep Geluid van gemeente Amsterdam als BBT wordt beschouwd. Deze zijn (gedeeltelijk) overgenomen, voor zover ze van toepassing kunnen zijn op evenementen binnen gemeente Westerkwartier.

De organisator van een muziekevenement dient in ieder geval aandacht te besteden aan en rekening te houden met:

  • 1.

    De richting van het podium en de luidsprekers.

    • Het podium en de luidsprekers worden naar de zijde gericht waar het minste hinder voor omwonenden is te verwachten.

    • De speakers worden naar beneden (richting het publieksterrein) gericht.

  • Er kunnen zich situaties voordoen waarbij er niet voor de meest geluids-ideale opstelling gekozen kan worden, bijvoorbeeld als de benodigde vluchtroutes bij een bepaalde opstelling in het geding komen. Dergelijke zwaarwegende redenen behoren dan in de aanvraag gemotiveerd te worden.

  • 2.

    De keuze van het soort/type en de aantallen luidsprekers.

    Er bestaan verschillende soorten luidsprekers en manieren waarop ze worden opgesteld of opgehangen, bijvoorbeeld line arrays, point sources, cardioïde subs en sub arays. Elk geluidsysteem heeft specifieke kenmerken en voor- en nadelen. Bij de keuze voor een bepaald systeem en opstelling dient de geluidhinder voor de omgeving medebepalend te zijn. In de bijlage over BBT wordt nader ingegaan op deze luidspreker-systemen.

  • 3.

    Positionering en hoogte van de luidsprekers

    Luidsprekers worden niet onnodig hoog geplaatst. Bij luidsprekers die hoog geplaatst worden verspreid het geluid zich verder in de omgeving. De luidsprekers dienen gericht te zijn op het publieksterrein. Zie verder de bijlage over BBT.

  • 4.

    Maatregelen in techniek en afscherming

    Bij evenementen met een muziekstijl met verhoudingsgewijs veel lage tonen, zoals house/dance, worden frequenties onder de 40 Hz af-gefilterd. Dit betekent dat het geluidsniveau onder deze frequentie verminderd wordt, waardoor overlast van deze lage tonen verminderd.

    De geluidsoverdracht vanaf de bron (de luidsprekers) naar de omliggende woningen kan worden beperkt door afscherming, met behulp van (zee)containers, schotten (baffles) zoals TexLnt, geluidschermen, houten beplating of verzwaarde zeilen. Niet op alle locaties is afscherming mogelijk of effectief. Zie ook voor dit aspect in de bijlage over BBT.

Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of niet mogelijk worden geacht, dan wordt dit onderbouwd. Dit zet de organisator van een evenement ertoe aan om bewust na te denken over de mogelijkheden om de geluidhinder zo goed als redelijkerwijs gevergd kan worden, te beperken.

8.4.6 Nadere geluidvoorschriften

  • De organisator van een geluidrelevant evenement, informeert omwonenden vooraf over data en tijden en de aard van het evenement;

  • Afbreken van podia of feesttenten vindt niet plaats in de nachtperiode na afloop van de eindtijd van het evenement.

  • Op een kermis mogen sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten uitsluitend worden gebruikt gedurende drie seconden achtereen, om het begin of het einde van de kermisactiviteit aan te kondigen.

  • Een omroep- of geluidssysteem inclusief luidsprekers bij een kermisattractie mag zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden, waarbij de luidsprekers indien mogelijk zorgvuldig worden gericht naar het middelpunt van de kermis richting de grond. De luidprekers mogen niet op of richting de woonbebouwing zijn gericht.

  • Een omroep- of geluidssysteem bij een cross of soortgelijk evenement, dient zorgvuldig te worden gericht naar het middelpunt van de baan richting de grond. De luidprekers mogen niet op of richting de woonbebouwing zijn gericht.

  • Bij een motorcross dienen de motoren te zijn voorzien van een stille uitlaatdemper. Het maximale geluidsniveau van een motor mag, gemeten met de dynamische meetmethode zoals vastgesteld door de KNMV en de MON, niet meer bedragen dan 94 dB(A).

Motivatie en toelichting:

Aan een geluidontheffing (bij een evenement of festiviteit) kunnen nadere voorschriften worden verbonden, ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Voor diverse soorten evenementen/festiviteiten, staan hierboven voorschriften die in standaardsituaties aan de ontheffing worden verbonden. Als het evenement daar aanleiding toe geeft, kunnen er andere/nadere voorschriften worden opgenomen.

De hinderbeleving bij omwonenden zal lager zijn en de acceptatie van het evenement groter, indien omwonenden over een te houden evenement tijdig en goed zijn geïnformeerd en weten waar ze aan toe zijn. Van een organisator van een evenement wordt daarom verlangd, dat hij de omwonenden die geluidhinder van een evenement kunnen verwachten, tijdig informeert over de data en tijden van het evenement.

Het afbreken van podia of feesttenten in de nachtperiode na een muziekfeest kan leiden tot geluidshinder, bijvoorbeeld door het geluid van metalen (steiger)buizen, eenvoudig omschreven als “kling-klang-klong“-geluid. Het afbreken van de podia dient daarom bij voorkeur overdag plaats te vinden. Het wordt in ieder geval niet toegestaan na afloop van de eindtijd die voor het (muziek)evenement is gesteld.

9 Toezicht en handhaving

Ieder jaar opnieuw wordt in het VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) programma vastgelegd hoeveel evenementen dat jaar worden gecontroleerd. Aard en omvang alsmede klachten die het voorgaande jaar zijn ingediend spelen hierbij een rol. Voor de controle kunnen de gemeentelijke toezichthouders, de politie, de VRG en Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) worden ingezet.

Naleving van de voorschriften van een geluidsontheffing is een verantwoordelijkheid van de organisator van een evenement, of als het een festiviteit binnen een horeca-, sport of recreatie-inrichting betreft, van de drijver van de inrichting.

Toezicht en handhaving op het onderdeel geluid bij evenementen en festiviteiten kan plaatsvinden door politie, bijzonder opsporingsambtenaren (BOA’s) of toezichthouders van de gemeente.

Toezicht en handhaving op het gebied voedselveiligheid en hygiëne kan plaatsvinden door de NVWA.

De mogelijkheid van het college van burgemeester en wethouders om bestuursrechtelijk op te treden volgt uit artikel 125 Gemeentewet in combinatie met artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Gemeente Westerkwartier volgt bij toezicht en handhaving binnen het fysieke domein de Toezicht- & Handhavingsstrategie Wabo in de Provincie Groningen. Voor het onderdeel geluid wordt het niet noodzakelijk geacht om aanvullend of afwijkend beleid voor toezicht en handhaving vast te stellen. Er wordt daarom volstaan met het verwijzen naar de Toezicht- & Handhavingstrategie Wabo in de Provincie Groningen.

Ondertekening

Bijlage 1: APV artikelen

Artikel 2:24 Definities

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    • a.

      bioscoop- en theatervoorstellingen;

    • b.

      markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;

    • c.

      kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    • d.

      het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

    • e.

      betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    • f.

      activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;

    • g.

      sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

  • 2.

    Onder evenement wordt mede verstaan:

    • a.

      een herdenkingsplechtigheid;

    • b.

      een braderie;

    • c.

      een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

    • d.

      een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

    • e.

      een straatfeest of buurtbarbecue;

    • f.

      een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  • 3.

    In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij:

    • a.

      het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;

    • b.

      de activiteiten plaatsvinden tussen 7.00 en 23.00 uur;

    • c.

      geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur en binnen het tijdsbestek van 07.00 uur tot 23.00 uur het equivalente geluidsniveau van 50 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen niet wordt overschreden;

    • d.

      de activiteiten geen belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en

    • e.

      het bepaalde onder c niet van toepassing is op een optocht op de weg.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 3.

    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  • 4.

    De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  • 5.

    Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 6.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

  • 7.

    Een aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt minimaal veertien weken voorafgaand aan de beoogde aanvangsdatum van het evenement ingediend.

  • 8.

    De burgemeester kan evenementen of categorieën evenementen aanwijzen waarvoor, in afwijking van de in het zevende lid bedoelde termijn, een afwijkende indieningstermijn geldt.

  • 9.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:26 Ordeverstoring

  • 1.

    Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren

Bijlage 2: beschrijving wet en regelgeving evenementen

2.3.1. Drank- en Horecawet

In het kader van de drank- en horecawet moet als er verstrekking van alcoholische dranken buiten een horecabedrijf plaatsvindt, een tijdelijke ontheffing als bedoeld in artikel 35 Drank- en Horecawet worden aangevraagd. Het betreft hier de bedrijfsmatige verstrekking van zwak-alcoholische dranken waarbij het schenken van de dranken moet plaatsvinden in het bijzijn en onder leiding van een tenminste 21-jarige persoon niet zijnde van slecht levensgedrag.

2.3.2. De Wegenverkeerswet

De Wegenverkeerswet 1994 schrijft de wegbeheerders in Nederland voor om bij het uitvoeren van bepaalde verkeersmaatregelen verkeersbesluiten te nemen.

Officieel zijn dringende omstandigheden zoals opdooi, ongevallen of ander dreigend gevaar de enige reden om géén verkeersbesluit voor een verkeersmaatregel te hoeven nemen (art. 17 WVW 1994; art. 34 BABW). In de praktijk zou dit echter betekenen dat wegbeheerders alleen al voor evenementen, buurtfeesten en dergelijke, honderden verkeersbesluiten per jaar zouden moeten opstellen, laten vaststellen en publiceren. Dit zou ten eerste veel tijd kosten en ten tweede zou het publiek worden overladen met talloze meldingen van verkeersbesluiten die voor het gros van de burgers totaal niet van belang zijn, waardoor de werkelijk belangrijke informatie zoals afsluitingen op doorgaande wegen kan ondersneeuwen. In de praktijk is er dan ook jurisprudentie dat gemeenten bij dit soort maatregelen géén verkeersbesluit hoeven te nemen zolang de verkeersmaatregelen van kortdurende aard zijn, en er geen grote belangen spelen die het nemen en publiceren van een verkeersbesluit noodzakelijk maken. Voor evenementen betekent dit dat een verkeersbesluit alleen nodig zal zijn als belangrijke doorgangswegen voor een langer termijn worden afgesloten en/of omleidingsroutes moeten worden geregeld.

2.3.3. Brandveiligheid bij gebruik bouwwerken

Voor een evenement in een gebouw of bouwwerk is, bij afwijkend gebruik, op basis van het Bouwbesluit 2012, een gebruiksmelding nodig. Als de lokaliteit wordt gebruikt waarvoor deze bestemd is, is er geen gebruiksmelding nodig. Voorbeelden hiervan zijn een filmfestival in een bioscoop of een dansfeest in een dansgelegenheid. Als een pand of ruimte eenmalig anders gebruikt wordt dan waarvoor het oorspronkelijk bestemd is dan moet mogelijk een gebruiksmelding gedaan worden of een gebruiksvergunning worden aangevraagd. Ook kan er daarbij, afhankelijk van welke activiteit er wordt georganiseerd, nog sprake zijn van een tevens aan te vragen evenementenvergunning. Voorbeelden hiervan zijn een personeelsfeest in een fabriekshal, of een open dag in een bedrijf. Deze melding of vergunning is noodzakelijk om de openbare orde en (brand)veiligheid te kunnen waarborgen.

2.3.4. Brandveiligheid bij gebruik tijdelijke bouwsels

Voor het gebruik van tijdelijke bouwsels of constructies (tenten, podia etc.) gelden de bepalingen en normstellingen van de Algemene Maatregel van Bestuur Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Dit besluit bevat de brandveiligheidsnormen die in alle gevallen van toepassing zijn bij evenementen. Het besluit bevat ook een aantal bepalingen over de inzet van basishulpverlening bij evenementen. Als bij een evenement een tijdelijke constructie in gebruik wordt genomen met een verblijfsruimte van meer dan 150 personen moet er een melding worden gedaan. Bij een evenement met een vergunningsplicht van artikel 2.25 Apv Westerkwartier en waarbij alle gegevens in het kader van de beoordeling van de brandveiligheid al worden aangeleverd, vervalt deze meldingsplicht.

2.3.5. Wet ruimtelijke ordening en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wanneer een evenement van significante (noemenswaardige) invloed is op de ruimtelijke kwaliteit van de woon, werk en leefomgeving moet deze invloed in een ruimtelijk besluit beoordeeld en geborgd worden. Voor het bepalen of een evenement ruimtelijk relevant is kan onderscheid worden gemaakt in verschillende situaties:

  • Incidenteel, kortdurend, maximaal een paar keer per jaar (verschillende) evenementen.

  • Op jaarbasis incidenteel, maar wel terugkerend, meerdere evenementen.

  • Regulier terugkerende grote evenementen.

Kortdurende incidentele evenementen kunnen overal in de gemeente Westerkwartier plaatsvinden en zijn vanwege het ontbreken van ruimtelijke relevantie niet in strijd met het bestaande ruimtelijke beleid. Op de locaties waar grotere, meerdere of meerdaagse evenementen kunnen worden georganiseerd is er wel sprake van ruimtelijke relevantie. Bij niet incidenteel gebruik van locaties, veel en/of langdurende evenementen moet er een en ander ruimtelijk geregeld worden. In ieder geval moeten evenementen expliciet mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan. Waar dit niet het geval is, moet een Omgevingsvergunning afwijkend gebruik verleend worden.

In planologische zin wordt van een evenement gesproken indien het voldoet aan de volgende begripsomschrijving:

- elke voor publiek toegankelijke verrichting, georganiseerde gebeurtenis, openluchtmanifestatie, (thema-)dag of week en/of herdenking die al dan niet met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld maandelijks, jaarlijks of jaar overstijgend) plaatsvindt;

  • a.

    waardoor het normaal maatschappelijk gebruik van de gronden niet mogelijk is gedurende:

    • 1.

      tenminste één aaneengesloten periode van 24 uur (incl. het opbouwen en afbreken): of

    • 2.

      tenminste twee niet opeenvolgende dagen of vier niet opeenvolgende dagdelen: en

  • b.

    met een omvang van meer dan 250 bezoekers/gasten/deelnemers/toeschouwers gelijktijdig aanwezig, en:

  • c.

    met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr, LT) van meer dan 40 dB(A) op de gevel van de dichtst bij gelegen woningen om en nabij het (evenementen)terrein.

Voor evenementen in planologische zin moet het bestemmingsplan zogenaamde planregels bevatten waarin wordt aangegeven dat het plan zich niet verzet tegen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van evenementen en andere meerdaagse of regelmatig terugkerende activiteiten met een maximum van drie evenementen per jaar met een duur van ten hoogste 15 dagen per evenement. Deze planregel dient te zijn voorzien van maximale normen omtrent geluidsbelasting, de tijden op en afbouw, de maximale bezoekersaantallen en een bepaling ter regulering van de verkeer en parkeerdruk.

Indien bovenstaande regeling niet is opgenomen in het betreffende bestemmingsplan, of als het evenement niet voldoet aan deze regeling, kan het evenement alleen doorgang vinden met een procedure waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. In dat geval moet een Omgevingsvergunning afwijkend gebruik worden verleend op basis van artikel 4 lid II bijlage 2 Bor.

2.3.6. Natuurbeschermingswet

Met de Natuurbeschermingswet beschermt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat specifieke dier- en plantensoorten die in de openbare ruimte en natuur voorkomen. De wetgeving zegt dat alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, verboden is. Bepaalde planten mogen niet worden geplukt of vernield en beschermde dieren mogen niet verstoord, verjaagd of gedood worden en ook hun eieren, nesten en holen mogen niet verstoord of vernield worden.

Er kan voor locaties die gebruikt worden voor evenementen gevraagd worden dat de organisator de risico’s met betrekking tot de flora en fauna in beeld brengt. Heeft een ecologisch deskundige bepaald dat er beschermde planten- en/of diersoorten aanwezig op de locatie dan moet de organisator preventieve maatregelen nemen om schade te voorkomen.

Lukt het niet met preventieve maatregelen schadelijke effecten te voorkomen dan kan een ontheffing aangevraagd worden, maar de kans dat die wordt verleend is in de praktijk klein.

2.3.7. Zondagswet

Wanneer een evenement op zondag wordt georganiseerd, dient rekening gehouden te worden met de Zondagswet, die in artikel 4 voorschrijft dat het verboden is op zondag voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Bepalend hierbij is met name de waarborging van de rust bij religieuze instellingen c.q. kerkdiensten. De burgemeester kan hiervoor een ontheffing verlenen.

Bijlage 3: Beleidsregels concurrerende evenementen

Intitulé

Beleidsregels procedure concurrerende vergunningaanvragen voor evenementen in de gemeente Westerkwartier

De burgemeester van de gemeente Westerkwartier;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier 2021;

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende beleidsregels: Beleidsregels procedure concurrerende vergunningaanvragen voor evenementen in de gemeente Westerkwartier

Artikel 1 Begripsomschrijving

Onder concurrerende aanvragen wordt verstaan:

  • 1.

    aanvragen voor evenementenvergunningen die betrekking hebben op eenzelfde dag, tijd en plaats of;

  • 2.

    aanvragen voor evenementenvergunningen die betrekking hebben op eenzelfde dag, die redelijkerwijs niet tegelijkertijd kunnen worden gehouden.

Artikel 2 Uitzondering

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op aanvragen voor een evenementenvergunning voor een circus.

Artikel 3

  • 1.

    Op aanvragen, die 6 maanden of eerder voor de datum waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, zijn ingediend, geldt de regeling zoals opgenomen in artikel 5.

  • 2.

    Voor aanvragen, die minder dan 6 maanden voor de datum waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, zijn ingediend, geldt dat deze op volgorde van binnenkomst worden behandeld (principe wie het eerst komt, wie het eerst maalt). Later ingediende aanvragen worden "in de wacht gezet". Mocht niet tot vergunningverlening worden overgegaan, dan wordt de eerstvolgende ontvangen aanvraag in behandeling genomen.

Artikel 4 Concreetheid aanvraag

Een aanvraag om een evenementenvergunning dient voldoende concreet te zijn en goed inzicht te bieden aan hetgeen de aanvrager beoogt te organiseren. De aanvraag moet derhalve al direct bij de indiening meer informatie bevatten dan alleen een korte omschrijving van het evenement, een tijd, plaats en datum.

Artikel 5

  • 1.

    Als concurrerende aanvragen om een evenementenvergunning zijn ingediend, worden de organisatoren met elkaar in contact gebracht om te kijken of er gezamenlijk een oplossing gevonden kan worden.

  • 2.

    Indien dit niet tot een oplossing leidt, bepaalt de burgemeester aan welke organisator vergunning wordt verleend. Hiertoe wordt getoetst aan de hieronder genoemde criteria. Als een criterium geen uitkomst biedt, wordt er getoetst aan het volgende criterium:

    • a.

      Ervaringen uit het verleden met de organisator. Negatieve ervaringen bij voorgaande evenementen, zoals overtreding van de voorschriften kunnen ertoe leiden dat een organisator geen voorrang krijgt. Voorwaarde hierbij is dat de betreffende organisator destijds op deze negatieve ervaringen schriftelijk is aangesproken.

    • b.

      Historie: een organisator die traditioneel een evenement organiseert, krijgt voorrang. Een evenement is traditioneel als het evenement al meerdere jaren (minimaal vijf jaar) plaatsvindt in de gemeente Westerkwartier.

    • c.

      Loting: als bovenstaande afwegingen er in resulteren dat er nog steeds concurrerende aanvragen zijn, wordt er geloot. De organisatoren worden uitgenodigd om bij de loting aanwezig te zijn.

Artikel 6 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels kunnen aangehaald worden als Beleidsregels concurrerende vergunningaanvragen evenementen gemeente Westerkwartier.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die waarop zij bekendgemaakt zijn.

Aldus besloten op … 2020

A. van der Tuuk,

burgemeester

Bijlage 4: Voorbeeldvoorschriften ontheffing geluid in evenementenvergunning

Hieronder staan voorbeeldvoorschriften die op basis van het geluidbeleid verbonden kunnen worden aan een geluidontheffing bij een evenementenvergunning. Onderstaande voorschriften kunnen daarbij aangevuld worden met de specifieke voorschriften voor kermis, omroepinstallaties of cross uit paragraaf 4.6 van het geluidbeleid.

  • 1.

    Deze ontheffing geldt uitsluitend op … (datum) van … tot … uur.

  • 2.

    Het A-gewogen equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door (muziek)geluid van het evenement, gemeten over 3 minuten, bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.

  • 3.

    Het C-gewogen equivalente geluidsniveau LCeq veroorzaakt door de door (muziek)geluid van het evenement, gemeten over 3 minuten, bedraagt niet meer dan 90 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.

  • 4.

    Het equivalente geluidsniveau, bedoeld in het voorschrift twee en drie, is inclusief onversterkte muziek en wordt bepaald conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, met dien verstande dat de meetduur op 3 minuten wordt gesteld en er geen bedrijfsduurcorrectie en geen straffactor van 10 dB voor muziekgeluid wordt toegepast.

Bijlage 5: Meldingsformulier geluidontheffing festiviteit

Hieronder staat het formulier voor het doen van een melding voor een incidentele festiviteit bij een horeca-, sport- en recreatie-inrichting. Hiermee is invulling gegeven aan artikel 4:3 (lid 3) van de Apv, waarin staat dat het college een formulier vast stelt voor het doen van een melding.

Meldingsformulier geluidontheffing festiviteit

Naam (horeca-, sport- of recreatie-) inrichting:

 

Naam drijver van de inrichting:

 

Datum festiviteit:

 

Aanvangstijd festiviteit:

……………………… uur

Eindtijd festiviteit:

……………………… uur

Live-muziek:

Ja / Nee*

Mechanisch verstrekt:

Ja / Nee*

Anders, namelijk:

 

Verzorgd door (naam band, DJ,…):

 

Dagtekening (datum van de melding):

 

*= doorhalen wat niet van toepassing is

- Een melding dient tenminste twee weken voor de aanvang van de festiviteit gedaan te zijn -

Het formulier/format mag op verschillende manieren worden gebruikt. Een melding met dit formulier mag worden ingediend per brief, of per e-mail bij info@westerkwartier.nl of evenementen@westerkwartier.nl. Verder zal er op de internetpagina van de gemeente de mogelijkheid worden geboden om het formulier digitaal in te vullen en te verzenden.

Bijlage 6: terugblik voormalig geluidbeleid

In deze bijlage wordt teruggeblikt op de overeenkomsten en verschillen in het voormalige beleid. Deze zijn betrokken bij de afweging om te komen tot nieuw beleid.

Sinds de herindeling, werden evenementenvergunningen en geluidsontheffingen bij festiviteiten nu toe verleend op grond van de (vanwege overgangsrecht geldende) Apv’s van de voormalige gemeenten Grootegast, Marum, Leek, Zuidhorn en Winsum, rekening houdend met de daarbij behorende beleidsnota’s dan wel beleidsregels voor geluid bij evenementen:

  • Notitie evenementen en festiviteiten gemeente Grootegast (2014)

  • Evenementenbeleid Marum 2009;

  • Beleidsnotitie geluiddragende evenementen gemeente Leek 2018 en Beleidsregels geluiddragende evenementen gemeente Leek 2018;

  • Festiviteitenbeleid Zuidhorn 2003.

Gemeente Winsum had geen geluidbeleid vastgesteld. Hieronder zijn de per voormalige gemeente gehanteerde geluidnormen en eindtijden in hoofdlijnen weergegeven. Voor de volledige weergave wordt verwezen naar de inhoud van bovengenoemde beleidstukken zelf.

Grootegast

  • 75 dB(A) op gevel woningen

  • 90 dB(C) op gevel woningen

  • eindtijd zondag t/m donderdag: 23.00 uur

  • eindtijd vrijdag, zaterdag 02.00 uur, tenzij in open lucht 01.00 uur

  • uitzonderingsmogelijkheid tot 02.00 uur

  • ontheffing kan geweigerd worden bij meer dan 1 festiviteit per 4 weken

  • binnen inrichtingen: maximaal 12 festiviteiten (incidenteel + collectief)

  • buiten inrichtingen: maximaal 6 keer op één locatie; bij nieuwe evenementen rekening houdend met cumulatie in het effectgebied;

  • bijzondere regeling Strandheem over ontheffingen tijdens vakantie- en feestdagen.

Marum

  • 75 dB(A) op gevels dichtstbijzijnde woningen en 55 dB(A) in woonvertrekken

  • geen norm voor basstonen, dB(C)

  • eindtijd zondag t/m donderdag: 24.00 uur

  • eindtijd vrijdag 02.00 uur

  • eindtijd zaterdag 03.00 uur

  • maximaal 4 individuele festiviteiten

  • maximaal 10 collectieve festiviteiten

  • bijzondere regeling: voor jubilea of open dag mogen alle typen inrichtingen gebruik maken van het evenementenbeleid

Leek

  • 75 dB(A) op gevel dichtstbijzijnde woning

  • 90 dB(C) op gevel dichtstbijzijnde woning

  • terreinniveau maximaal 103 dB(A) ter preventie gehoorschade bezoekers

  • eindtijd zondag t/m donderdag: 24.00 uur

  • eindtijd vrijdag, zaterdag 02.00 uur, tenzij in buitenlucht 24.00 uur

  • uitzondering eindtijd geluid sportkantines: 24.00 uur

  • uitzondering eindtijd muziek ijsbaan: 21.00 uur

  • maximaal 12 incidentele festiviteiten

  • maximaal 3 collectieve festiviteiten

  • bijzondere regeling: afwijking grenswaarden mogelijk voor uitzonderlijke gevallen, waaronder Pinksterfeest, feesttent feestweek Zevenhuizen en muziekfeest Sportcentrum Leek tijdens jaarwisseling.

Zuidhorn

  • 80 dB(A) op 1 meter bij festiviteiten (evenementen) buiten inrichtingen

  • 55 dB(A) op gevel woningen, bij festiviteiten binnen inrichtingen

  • geen norm voor basstonen, dB(C)

  • eindtijd gehele week: 23.00 uur bij festiviteiten (evenementen) buiten inrichtingen

  • eindtijd gehele week 02.00 uur bij festiviteiten binnen inrichtingen

  • uitzondering ijsbaan: maximaal 22.00 uur gehele vorstperiode

  • maximaal 12 incidentele festiviteiten, waarbij maximaal 2 keer per maand

  • buiten inrichtingen maximaal 2 keer per jaar op één locatie.

Bijlage 7: Nadere uitwerking Best Beschikbare Technieken (BBT)

Zoals in het geluidbeleid vermeld is onderstaande uitwerking van de BBT gedeeltelijk overgenomen van gemeente Amsterdam, uit de BBT-lijst 2017.

Keuze geluidssysteem/luidsprekers-systeem

Een goede inrichting van een festival- of evenemententerrein in de open lucht (of bij feesttenten) begint bij een goed ontwerp van het geluidsysteem (PA-systeem) in combinatie met de posities en oriëntatie van de podia. De term PA (Public Address) doelt op het deel van het geluidsysteem dat op het publiek gericht is. Met een goed ontworpen PA-systeem kan het geluid zeer gericht op het publiek worden geprojecteerd, waarbij in andere richtingen zo min mogelijk geluid wordt geprojecteerd. De richtwerking is sterk afhankelijk van de eigenschappen en opstelling van het geluidsysteem en de instellingen daarvan.

Line arrays: De uitstralingskarakteristiek van individuele luidsprekers en geclusterde luidsprekers zoals line-arrays kan worden voorspeld op basis van meetgegevens die worden aangeleverd door de leverancier. In de basis kan worden gesteld dat opstellingen met kortere of langere line-arrays respectievelijk in mindere of meerdere mate gericht worden in verticale richting. Daarnaast kan door de toepassing van cardioïde luidsprekers de uitstraling naar achteren en/of de zijkanten sterk worden verminderd.

Het toepassen van line arrays is niet in alle situaties de beste techniek. De bundeling van geluid aan de voorzijde van het systeem, bedoeld om het publiek zo gelijkmatig te bedienen, vindt eveneens aan de achterzijde plaats in tegenovergestelde richting. Daarbij hangen speakers per definitie hoog. Hierdoor kan het geluid in potentie ook verder de omgeving in en op, zeker in meer locaties eventueel in combinatie met hogere windsnelheden.

Point sources: Speakers die gezamenlijk geen specifieke sturing meekrijgen (puntbronnen), stralen desalniettemin aan de achter- en zijkanten minder geluid uit dan aan de voorzijde. In tegenstelling tot line arrays worden deze speakers gestapeld (stacks). Het nadeel van deze systemen is dat ze minder goed een gelijkmatig geluidniveau kunnen genereren waardoor grote verschillen ontstaan in het niveau vlak bij de speakers en achterin het publieksveld.

Het voordeel van deze meer conventionele speakers is dat ze doorgaans lager bij de grond opgesteld worden en minder ver naar de omgeving uitstralen.

Zowel bij gestapelde point source speakers als bij line arrays wordt gebruik gemaakt van delays speakers als het publieksveld te groot wordt om met het hoofdspeakersysteem te bedienen.

Cardioïdesubs en sub arrays: Voor het produceren van de laagste frequenties in de muziek wordt gebruik gemaakt van subwoofers. Doorsnee subwoofers hebben een vrijwel omnidirectionaal uitstralingskarakter waardoor de bassen, waar juist de meeste hinder van wordt ervaren, alle kanten op gestuurd worden. De ontwikkelingen in de techniek om ook de lage frequenties enigszins te sturen worden steeds beter, maar de effecten zijn beperkt.

Onder het toverwoord ‘cardioïde’ subwoofers vallen verschillende technieken met elk hun eigen technische specificaties, resultaten en beperkingen. De overeenkomst tussen de technieken is dat gestreefd wordt naar minder geluid aan de achterkant (en zijkanten) van de speaker zelf, en/of aan de zijkanten van het publieksveld. Uitdoving van het geluid aan de achterzijde wordt verkregen door in tegenfase energie te sturen naar juist die achterzijde.

Onderstaand is een overzicht gegeven van diverse sub-opstellingen met een impressie van de richtwerking in de 50Hz-frequentie. De weergaven stellen een veld voor van 50 x 50 meter met links van het midden het podium en rechts het publieksveld

afbeelding binnen de regeling

Een probleem dat zich in de praktijk voordoet is dat bepaalde technieken wel effect behalen op korte afstand van de speakers, maar dat dit effect op grotere afstanden (deels) verloren gaat. Dit geldt bij zogenaamde ‘end fire’ opstellingen en configuraties waarbij te weinig speakers in tegenfase worden geplaatst.

Daar komt bij dat de technische uitvoering van deze technieken moeilijk is. Een gerichte uitstraling in de lage frequenties met niet-cardioïde subwoofers vereist een specifieke opstelling en juiste configuratie van de instellingen. In de praktijk blijkt dat de intentie er wel is, maar de feitelijke werking uitblijft.

Ook wordt opgemerkt dat het frequentiebereik van uitdoving bij bepaalde technieken beperkt is. Wij zijn van mening dat alleen gewerkt moet worden met ‘echte’ cardioïde opstellingen in een verhouding van maximaal 1:2. Dit betekent dat er voor elke twee subwoofers ten minste een subwoofer gebruikt wordt in tegengestelde richting. Opstellingen als ‘end fire’ en andere alternatieven moeten geweerd worden, tenzij een gelijkwaardige werking is bewezen.

Analoog aan de ontwikkeling van bepaalde muziekstromingen en de wens nog meer bassen te ervaren, wordt op festivals geregeld gebruik gemaakt van zeer zware subwoofers, waarmee frequenties van 20 tot 80 Hz op hoge volumes geproduceerd kunnen worden. Dit type subwoofers zou nabij een bebouwde omgeving niet toegepast moeten worden. Subwoofers met een grotere diameter dan 21” zijn niet nodig.

Cardioïde opstellingen worden nodig geacht als er zich woningen bevinden binnen 25 meter aan de achterzijde van de speakers en als de toepassing een reductie heeft van minimaal 5 dB op enige woningen in de omgeving. En vanzelfsprekend als dit nodig is om aan de maximale grenswaarde te kunnen voldoen.

Cross over / kantelpunt: De overgang in frequenties tussen de subwoofers en de topkasten (line array) wordt de cross over of het kantelpunt genoemd. Dit is geen harde scheidslijn, maar er zijn overlappende frequenties die overvloeien. Het kantelpunt ligt doorgaans tussen de 62 en 125 Hz. Om overlast van lage tonen zo veel mogelijk te beperken, is het van belang zo min mogelijk lage tonen uit de topkasten / line array te sturen.

Inpakken en afscherming

De geluidoverdracht vanaf de bron (de speakers) naar de omliggende woningen kan worden beperkt door afscherming. Hiervoor dient ten minste de zichtlijn tussen de bron en de ontvanger te worden doorbroken. Daarnaast dient de afschermende constructie een zekere isolerende en absorberende eigenschap te bevatten. En als laatste dient de afschermende constructie dermate groot te zijn dat het geluid dat om de afscherming heen gaat (wat altijd het geval is) het effect van de afscherming niet teniet doet.

In de regel geldt: hoe dichter de afschermende constructie bij de bron staat, hoe hoger de afschermende werking, en: hoe verder weg de woningen, hoe lager de afschermende werking. Tevens is een massa nodig van ten minste circa 10 Kg/m2 om enige afscherming te creëren in de lage frequenties. De combinatie van massa en absorptie verhoogt het effect van de afscherming. Afscherming kan onder andere worden bereikt met behulp van: (zee)containers, baffles zoals TexLnt, geluidschermen, houten beplating, verzwaarde zeilen. Maar ook bijvoorbeeld een grote vrachtwagen kan soms effectief worden ingezet als tijdelijk geluidscherm.

Niet op alle locaties is afscherming mogelijk en/of effectief. Op een zachte bodem, zoals in parken, is het plaatsen van grote zware constructies niet mogelijk. Bij zeer grote stages met grote gevlogen geluidsystemen zouden de schermen dermate groot gedimensioneerd moeten worden met zeer hoge kosten tot gevolg, dat dit financieel niet haalbaar geacht kan worden.

Het is zodoende niet mogelijk eenduidige maatregelen te formuleren voor alle evenementen. In de aanvraag dient gemotiveerd te worden welke maatregelen effectief en mogelijk zijn.


Noot
1

Gezondheidsraad, Aanbieding advies over nachtelijke geluidblootstelling, 22 juli 2004