Terrassenbeleid 2014

Geldend van 10-07-2013 t/m heden

Intitulé

Terrassenbeleid 2014

Inleiding

De terrassen in de openbare ruimte nemen in het stadsbeeld van Roermond een belangrijke plaats in. Aangezien terrassen beeldbepalende elementen zijn in onder andere de historische binnenstad, het beschermde dorpsgezicht Asselt, de kern van het stadsdeel Swalmen en de bebouwde kom van respectievelijk Boukoul, Asenray, Maasniel, Leeuwen, Herten, Ool en Merum, is aandacht voor de kwaliteit van terrassen een van de uitgangspunten van de voorliggende notitie. Daarnaast dienen andere vormen van gebruik van de openbare ruimte mogelijk te blijven.

Om een zeker kwaliteitsniveau van de openbare ruimte en het leefklimaat te garanderen worden in deze notitie kaders gesteld waarbinnen de horecaondernemers een terras in de openbare ruimte kunnen uitbaten. Met dit terrassenbeleid zet het gemeentebestuur zich in voor de bovenregionale toeristisch recreatieve functie van de stad.

Deze notitie zal worden gebruikt als toetsingskader voor de terrasvergunningaanvragen op grond van Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv).

Begripsomschrijving

Dynamisch terras

Een terras ter plaatse van een gedeelte van de weg dat voor verkeer in gebruik kan worden genomen, bijvoorbeeld tijdens evenementen. Het dynamisch terras is gescheiden van het gevelterras door een ongehinderde doorgang.

Gebiedsindeling terrassen

Voor de gebiedsindeling van terrassen wordt aangesloten bij de gebiedsindeling (kernwinkelgebied, overig gedeelte van de binnenstad, overige locaties) in de tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting.

Gevelterras

Een terras voor de gevel van een pand met een horeca-aanduidingen en, afhankelijk van de ter plaatse beschikbare ruimte, voor een overwegend gesloten geveldeel van een belendend pand met detailhandelsaanduiding. Gevelterrassen kunnen in afzondering zijn gelegen (solitair) of aaneengesloten c.q. nagenoeg aaneengesloten met een visuele samenhang (ensembles).

Horecabedrijf

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.

Ongehinderde doorgang

Het gedeelte van de weg of het trottoir, zoals een rijloper en loopstrook, waarvan de voetgangers, mindervaliden en/of hulpverleningsdiensten gebruik moeten kunnen maken zonder te worden gehinderd door fysieke hindernissen.

Pleinterras

Een van de bebouwing vrijstaand terras op een plein, gelegen in de nabijheid van een aan het plein gelegen pand met een horeca-aanduiding, niet zijnde een gevelterras, dat gedurende de periode van 15 februari tot 15 november aanwezig mag zijn. De uiterlijke verschijningsvorm kan aaneengesloten of nagenoeg aaneengesloten zijn met een visuele samenhang (ensembles).

Rijloper

Verhard oppervlak binnen een verblijfsgebied of van een weg dat kan worden bereden door hulpverleningsdiensten.

Straatbeeldplan

In een straatbeeldplan is de kwaliteit van de beoogde terrassen in het straatgevelbeeld, dat wordt gevormd door de architectuur van de panden, vastgelegd. Het plan bevat een beschrijving van de gewenste terrasinrichtingen c.q. additionele uitstallingen en/ of reclame-uitingen, waarvan de plaatsing géén afbreuk doet aan instandhouding van het straatgevelbeeld.

Het ontwerp, dat aan de basis van het straatbeeldplan ligt, moet geïnspireerd, evenwichtig zijn én een samenhangend geheel vormen. Daarbij is het van groot belang dat die samenhang ook in de uitwerking en detaillering wordt vastgehouden.

Terras

Een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

Terrasafscheiding

Een wegneembare en verplaatsbare afscheiding in de vorm van schermen, schotten, bloem-/ plantenbakken.

Terrasseizoen

[vervallen]

BEOORDELINGSCRITERIA

Een aanvraag om terrasvergunning wordt beoordeeld op de volgende aspecten:

  • A.

    Geschiktheid locaties

    Voor de beoordeling van de geschiktheid van de locatie spelen de onderstaande zaken een belangrijke rol:

    • -

      de aard van het horecabedrijf;

    • -

      de categorie horeca op basis van het bestemmingsplan;

    • -

      de stedenbouwkundige omgeving c.q. de ruimtelijke kwaliteit van de locatie;

    • -

      de openbare functie van de locatie;

    • -

      de invloed op de woon- en leefomgeving en de openbare orde;

    • -

      de (verkeers)veiligheid, waaronder een ongehinderde doorgang;

  • Pleinterrassen zijn met vergunning uitsluitend toegestaan voorzover het ter plaatse geldende bestemmingsplan deze toelaat.

    De afmetingen en het aantal m² in gebruik te nemen terras zijn vastgelegd in de terrasvergunning. De horecaondernemer is zelf verantwoordelijk voor het handhaven van de terrasgrenzen, ook tijdens gebruik door klanten.

  • B.

    Ongehinderde doorgang

    • 1.

      Een ongehinderde doorgang moet gegarandeerd zijn voor hulpverleningsdiensten.

      Ter plaatse van een rijloper dient deze ongehinderde doorgang minimaal 3,5 meter te bedragen. In de meeste voetgangersgebieden in de binnenstad is deze rijloper in afwijkende bestrating uitgevoerd.

    • 2.

      Geleidelijnen, markeringen en natuurlijke gidslijnen (lijnafwatering en molgoten) dienen tot een afstand van ten minste 30 à 40 cm te worden vrijgehouden van voorwerpen.

    • 3.

      Een ongehinderde doorgang voor voetgangers en mindervaliden van minimaal 120 cm moet zijn gegarandeerd.

    • 4.

      Brandkranen moeten vrij toegankelijk zijn.

    • 5.

      De opstelling van het terras dient zodanig te zijn dat vluchtwegen, uitgangen en toegangsdeuren te alle tijde vrij zijn van obstakels.

  • De voor de concrete situatie geldende eis van een ongehinderde doorgang voor voetgangers en mindervaliden wordt als voorschrift aan de vergunning verbonden.

  • C.

    Inrichting van terrassen

    De inrichting van terrassen moet aan een aantal eisen voldoen.

    Gestreefd wordt om per straat en per plein (aaneengesloten of nagenoeg aaneengesloten terrassen) een visuele samenhang c.q. uniformiteit in het meubilair te bewerkstelligen. Bij dergelijke ensembles dient derhalve door alle betrokken ondernemers (in overleg met de gemeente) een straatbeeldplan te worden opgesteld. In een dergelijk plan moet de onderlinge samenhang in de uitstraling van de terrassen naar voren komen, alsmede de wijze waarop de ondernemers zich individueel kunnen onderscheiden (bijvoorbeeld door een nuancering in het kleurenpallet).

    Algemeen

    Het terrasmeubilair

    • 1.

      (stoelen en tafels) dient te zijn vervaardigd uit kwalitatief hoogwaardige materialen en vormgeving - rotan of rotan-look -, in overeenstemming met de beoogde beeldkwaliteit van de locatie (beschermd stads- en dorpsgezicht en bijzondere welstandsgebieden).

    • 2.

      bij aaneengesloten of nagenoeg aaneengesloten terrassen met een visuele samenhang (ensembles) dient op elkaar te zijn afgestemd.

    • 3.

      Toepassing van nieuwe materialen of afwijking van rotan of rotan-look wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente. Dit om te voorkomen dat er afbreuk wordt gedaan aan de beoogde hoogwaardige kwalitatieve uitstraling van de terrassen.

  • Niet toegestaan is:

    • 1.

      het gebruik van een tappunt, behoudens tijdens evenementen die zijn opgenomen in de gemeentelijke evenementenkalender;

    • 2.

      het gebruik van muziek- en geluidsapparatuur;

    • 3.

      het gebruik van een vloer, vlonder of andersoortige vloerbedekking;

    • 4.

      de bevestiging van enig voorwerp in bomen, lantaarnpalen, verkeersborden, etc..

  • Gevelterras

    De terrasafscheiding

    • 1.

      wordt geplaatst binnen het vergunde terrasoppervlak;

    • 2.

      moet demontabel zijn;

    • 3.

      mag haaks op de gevel worden geplaatst met een maximale hoogte van 1,50 meter, waarvan de onderste 75 cm ondoorzichtig mag zijn (met uitzondering van de constructie die maximaal 10% van het gevelvlak in beslag mag nemen);

    • 4.

      mag in principe niet parallel aan de weg of de bebouwing worden geplaatst, tenzij de ruimtelijke omgeving dit toelaat, de terrasafscheiding is afgestemd op de belendingen en de ontvluchting vanuit de horecagelegenheid niet negatief wordt beïnvloed;

    • 5.

      mag enkel op het ondoorzichtige gedeelte worden voorzien van reclame-uitingen (naam en/of logo van het horecabedrijf en/of van een product dat in het horecabedrijf wordt verkocht) tot maximaal 10% van het gehele ondoorzichtige gedeelte.

  • Een zonwering

    • 1.

      mag slechts worden aangebracht aan de gevel van het pand, boven een gevelterras, in de vorm van een uitvalscherm met eventueel een smalle volant, mits dit past bij het pand en de omgeving;

    • 2.

      mag niet worden voorzien van/ of aangevuld met zogenoemde ‘zijflappen’ tussen de zonwering en de terrasafscheiding.

  • Voor het plaatsen van een zonwering is een vergunning vereist.

    Parasols

    • 1.

      hebben een semi-permanent karakter;

    • 2.

      hebben een verankering die eenvoudig kan worden verwijderd;

    • 3.

      moeten zich binnen de vergunde terrasoppervlakte bevinden;

    • 4.

      moeten als afzonderlijke elementen herkenbaar en inklapbaar zijn;

    • 5.

      zijn vervaardigd van tentdoek of gelijkwaardig materiaal;

    • 6.

      mogen enkel op de volant worden voorzien van reclame van beperkte afmeting. De reclame mag alleen betrekking hebben op producten die in het horecabedrijf worden verkocht de naam en/of het logo van het horecabedrijf.

  • Dynamisch terras

    Het dynamische terras moet te allen tijde geschikt zijn voor verkeer. Dit betekent dat in deze bestrating geen uitstekende vaste punten mogen worden aangebracht en de inrichting van deze verkeersstrook, zoals deze er ligt, intact moet blijven. Alle objecten moeten op de eerste aanzegging verwijderbaar zijn zonder wijziging van en schade aan de bestrating.

    Voorts gelden de overige voorschriften met betrekking tot de inrichting van het gevelterras.

    Pleinterras

    Een terrasafscheiding

    • 1.

      in de vorm van schermen op een plein is niet toegestaan, behoudens op het Stationsplein;

    • 2.

      op het Stationsplein is toegestaan, mits deze is opgebouwd uit losse (niet permanent met de grond verbonden), doorzichtige delen van maximaal 1,50 meter hoog en wordt geplaatst binnen het vergunde terrasoppervlak. Reclame-uitingen mogen tot maximaal 10% van het gehele ondoorzichtige gedeelte van de terrasafscheiding worden aangebracht.

  • Parasols

    • 1.

      hebben een semi-permanent karakter;

    • 2.

      hebben een verankering die eenvoudig kan worden verwijderd;

    • 3.

      moeten zich binnen de vergunde terrasoppervlakte bevinden;

    • 4.

      moeten als afzonderlijke elementen herkenbaar en inklapbaar zijn;

    • 5.

      zijn vervaardigd van tentdoek of gelijkwaardig materiaal;

    • 6.

      mogen enkel op de volant worden voorzien van reclame van beperkte afmeting. Reclame mag alleen betrekking hebben op producten die in het horecabedrijf worden verkocht of de naam en/of het logo van het horecabedrijf.

Voorzieningen voor de plaatsing c.q. verankering van terrasafscheidingen en parasols in de bestrating mogen alleen worden getroffen in overleg met de afdeling Beheer Openbare Ruimte.

Bij verankering van parasols op het Munsterplein, beneden 30 cm van het maaiveld is tevens een vergunning vereist vanwege de archeologische waardering van het Munsterplein.

Voorschriften en beperkingen verbonden aan een vergunning

Aan elke terrasvergunning kan de burgemeester op grond van de Apv voorschriften en beperkingen verbinden. De volgende voorschriften zullen in beginsel aan iedere vergunning worden verbonden.

  • 1.

    Van de terrasvergunning kan geen gebruik worden gemaakt in het geval niet tevens het daarbij behorende horecabedrijf mag worden uitgeoefend op grond van de Drank- en horecawet dan wel de Algemene plaatselijke verordening.

  • 2.

    Vergunninghouder draagt zorg voor de vermelding van het terras op de geldende Drank- en horecavergunning en exploitatievergunning. Indien nodig doet vergunninghouder een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en horecawet en dient vergunninghouder een aanvraag gewijzigde exploitatievergunning in.

  • 3.

    In het beschermd stadsgezicht mogen alleen tafels en stoelen uitgevoerd in hoogwaardige materialen en vormgeving - rotan of rotan-look - als terrasmeubilair worden gebruikt. Afwijkende materialen of nieuwe toepassingen worden steeds voor advies voorgelegd aan de Commissie Beeldkwaliteit.

  • 4.

    Op een terras zijn geen tappunten toegestaan, behoudens tijdens evenementen die zijn opgenomen in de gemeentelijke evenementenkalender en uitsluitend op en direct grenzend aan de locatie van het evenement.

  • 5.

    Op het terras mag geen muziek ten gehore worden gebracht.

  • 6.

    Bij een terras dat direct grenst aan een pand mag verlichting dan wel verwarming aan de gevel worden aangebracht, indien dit past bij het betreffende pand in die omgeving. Voor dergelijke voorzieningen aan gevels van monumenten of panden in het beschermde stads- en dorpsgezicht is een vergunning vereist. Slingerverlichting is níet toegestaan.

  • 7.

    Parasols dienen een semi-permanent karakter te hebben; dienen zich binnen de vergunde terrasoppervlakte te bevinden; moeten als afzonderlijke elementen herkenbaar en inklapbaar zijn; zijn vervaardigd van tentdoek of gelijkwaardig materiaal; alleen op de volant mogen reclames van beperkte afmeting worden toegepast. De reclame mag alleen betrekking hebben op producten die in het horecabedrijf worden verkocht of de naam en het logo van het horecabedrijf vermelden.

  • 8.

    Zonwering mag slechts worden aangebracht aan de gevel van het pand, boven een gevelterras in de vorm van een uitvalscherm met eventueel een smalle volant, mits dit past bij het pand en de omgeving. Het is niet toegestaan om zijflappen aan een zonwering te bevestigen. Voor dergelijke voorzieningen aan gevels van monumenten of panden in het beschermde stads- en dorpsgezicht is een vergunning vereist.

  • 9.

    Het aanbrengen/ gebruik van een vloer, vlonders of een andersoortige vloerbedekking is niet toegestaan.

  • 10.

    Het is niet toegestaan in een weg te graven of te spitten, de verharding daarvan op te breken, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  • 11.

    Onderzoek dient uit te wijzen welke kabels en leidingen aanwezig zijn. De kabels en leidingen dienen te allen tijde bereikbaar te zijn;

  • 12.

    Vergunninghouder is ermee bekend dat in geval de gemeente aan kabelaars op en in het desbetreffende perceel een zakelijk recht van opstal voor kabels / leidingen heeft verleend of kabelaars dit recht op grond van de wet toekomt, vergunninghouder eveneens aan de kwalitatieve verplichting is gebonden, zoals hierna omschreven:

    • Gemeld opstalrecht houdt in het leggen, in eigendom hebben, houden en onderhouden, inspecteren, verwijderen of vervangen van kabels/ leidingen. De kabelaar en door hem aan te wijzen derden hebben daartoe met de nodige vervoermiddelen, materialen en werktuigen, zulks op voor de eigenaar minst bezwaarlijke wijze, toegang tot een ter plaatse van de kabel/ leiding bepaalde veiligheidsstrook. De eigenaar dient dit van het opstalrecht afhankelijke toegangsrecht als een kwalitatieve verplichting te dulden, welke verplichting zal overgaan op al degenen die het desbetreffende perceel zullen verkrijgen, hetzij onder algemene titel, hetzij onder bijzondere titel.

  • 13.

    De vergunninghouder dient ervoor zorg te dragen dat geen terrasmeubilair, menuborden, e.d. op de voor voetgangers bestemde trottoirgedeelten c.q. weggedeelten aanwezig is.

  • 14.

    De vergunninghouder dient ervoor zorg te dragen dat er niet wordt afgeweken van het inrichtingsplan waarvoor vergunning is afgegeven.

  • 15.

    De vergunninghouder ervoor zorgt dat de opstelling van het terras zodanig is dat de ontvluchting vanuit (nood)uitgangen niet wordt gehinderd.

  • 16.

    Op de dagen dat de inrichting is geopend en de terrasmeubelen en dergelijke buiten staan, moet het terras naar behoren zijn opgesteld.

  • 17.

    Gedurende (week)markten en evenementen is exploitatie van een pleinterras niet toegestaan en dient het pleinterras te zijn opgeruimd.

  • 18.

    Terstond na het opruimen van het terras dient de vergunninghouder ervoor zorg te dragen dat de op het vrijgekomen straatgedeelte achtergebleven voorwerpen en stoffen voor zover afkomstig van het gebruik van het terras worden verwijderd.

  • 19.

    Terrasmeubilair moet gedurende het seizoen, buiten de openingstijden, bij voorkeur binnen het horecabedrijf worden opgeslagen. In gevallen waar dit niet mogelijk is, moet het terrasmeubilair buiten de openingstijden worden opgeruimd en beveiligd.

  • 20.

    Vervallen

  • 21.

    Alle aanwijzingen gegeven door de politie, brandweer of daartoe door burgemeester en wethouders en door de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan aangewezen ambtenaren dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

  • 22.

    Terstond na beëindiging van de vergunning is de vergunninghouder verplicht alle meubilair, schotten en andere voorwerpen en stoffen voor zover afkomstig van het terras te verwijderen.

  • 23.

    De vergunninghouder vrijwaart de gemeente voor alle vorderingen die hij of derden mochten kunnen doen gelden tot vergoeding van de schade ten gevolge van het plaatsen, hebben, gebruiken, onderhouden of verwijderen van de op de weg geplaatste voorwerpen.

  • 24.

    De vergunning kan voor een nader te bepalen termijn worden opgeschort bij evenementen, herinrichting of reconstructie van een gebied met terrassen.

Indien aan één of meer van de gestelde voorschriften niet wordt voldaan kan de vergunning worden ingetrokken.

Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse kunnen aanvullende voorschriften worden gesteld ter voorkoming van overlast voor de gebruikers van het in de nabijheid gelegen onroerend goed.

Deze aanvullende voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op:

  • -

    het opslaan van terrasmeubilair;

  • -

    het sluitingsuur, ter voorkoming van overlast;

  • -

    de openingstijden in verband met laden en lossen.

Vergunningprocedure

  • a.

    Aanvragen voor vergunningen worden behandeld ingevolge het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Apv. Een vergunningaanvraag geschiedt door middel van een door bevoegd gezag vastgesteld aanvraagformulier en moet vergezeld gaan van de volgende bescheiden:

    • -

      foto’s van terrasmeubilair, parasols, terrasafscheidingen e.d.;

    • -

      een door middel van een handtekening gewaarmerkte plattegrond van het gewenste terras.

  • b.

    Een aanvraag om terrasvergunning wordt in mandaat, ambtelijk afgehandeld. Indien een aanvraag wordt ingediend, die qua locatie, oppervlakte of inrichting afwijkt van het bepaalde in deze beleidsregels kan advies worden gevraagd onder andere aan de stedenbouwkundige en verkeerskundige van de gemeente alsmede aan de politie en brandweer.

  • c.

    Vergunningverlening geschiedt aan de houder van de Drank- en Horecavergunning en/ of exploitatievergunning. Indien de exploitatie wijzigt, dient een nieuwe terrasvergunning te worden aangevraagd.

  • d.

    Overeenkomstig de legesverordening zijn voor het verkrijgen van een terrasvergunning leges verschuldigd. Naast de legeskosten is, indien een terras is gesitueerd op openbare gemeentegrond, overeenkomstig de precarioverordening een bedrag aan precario verschuldigd. De van toepassing zijnde bedragen worden jaarlijks, eventueel aangepast, door de gemeenteraad vastgesteld.

Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor één of meer belanghebbende gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zou zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (art. 4:84 Awb).

Inwerkingtreding en overgangsbepaling

Een bestaand gevestigd horecabedrijf met een geldige terrasvergunning op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels heeft het recht op voortzetting van de exploitatie van dat terras voor de duur van de geldigheid van de vergunning.

Vanaf het moment dat dit nieuwe beleid is vastgesteld en volgens de daartoe geldende regels is gepubliceerd en in werking is getreden, zijn deze nieuwe regels van toepassing voor aanvragen voor nieuwe terrasvergunningen of verlengingen van bestaande en/of wijzigingen van (aflopende) terrasvergunningen.

Ondertekening