Nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats Echt-Susteren 2022

Geldend van 02-08-2022 t/m heden

Intitulé

Nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats Echt-Susteren 2022

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1 Definities

In deze regels wordt verstaan onder:

  • 1.

    APV: de Algemene Plaatselijke Verordening 2022 Echt-Susteren.

  • 2.

    bouwmaterieel: materieel dat noodzakelijk en gebruikelijk is voor (bouw)werkzaamheden zoals een hijskraan, speciemolen, heistelling, container, toiletwagen en bouwkeet, alsmede een tijdelijke constructie ten behoeve van (bouw)werkzaamheden, zoals een steiger en afschermhekken.

  • 3.

    bouwmateriaal: materiaal, waar een bouwwerk of gebouw mee wordt gebouwd.

  • 4.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren.

  • 5.

    gebruiker: degene die een voorwerp op de weg plaatst of heeft geplaatst.

  • 6.

    handelsreclame: reclame zoals omschreven in artikel 1:1, zevende lid, APV.

  • 7.

    openbaar groen: al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen.

  • 8.

    ongehinderde doorgang: het gedeelte van de straat of het trottoir waarvan de voetgangers, rolstoel- en rollatorgebruikers en /of hulpverleningsdiensten gebruik kunnen maken zonder gehinderd te worden door terrassen.

  • 9.

    openbare inrichting: een inrichting zoals omschreven in artikel 2:27 APV.

  • 10.

    kroon(projectie): het bovenste gedeelte van een boom (de takken met daaraan de bladeren). Die kroon rondom op de grond geprojecteerd heet de kroonprojectie.

  • 11.

    rijloper: verhard oppervlak binnen een verblijfsgebied of van een weg dat vrij is van obstakels en kan worden bereden door hulpverleningsdiensten.

  • 12.

    uitstalling: een losstaand voorwerp, dat op de weg voor een pand is geplaatst met als kennelijke doel verfraaiing, reclame of aandachtstrekker van een winkel of openbare inrichting.

  • 13.

    (openbare) weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, een gedeelte aan of boven die weg alsmede de al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, waaronder in ieder geval worden begrepen de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

  • 14.

    winkel ondersteunende horeca: openbare inrichting die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij en die ondergeschikt zijn aan de detailhandel in de foodsector.

Artikel 1:2 Afbakening

De in dit document opgenomen nadere regels zijn van toepassing op het plaatsen van uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats, zoals bedoeld in artikel 1:1; tweede, derde en twaalfde lid van deze nadere regels.

Artikel 1:3 Algemene voorschriften

Bij het plaatsen van uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal worden de volgende algemene voorschriften in acht genomen.

  • 1.

    De verkeersveiligheid wordt niet in gevaar gebracht.

  • 2.

    Er wordt een vrije doorgang van minimaal 3,50 meter breed en 4,2 meter hoog ten behoeve van hulpdiensten (politie, brandweer en ambulance) gewaarborgd.

  • 3.

    Er wordt een vrije doorgang van 1,20 meter breed voor voetgangers en/of gebruikers van gehandicaptenvoertuigen gewaarborgd.

  • 4.

    De brandweer dient een object te kunnen benaderen op 40 meter vanaf de ingang.

  • 5.

    Voor het plaatsen in de berm wordt een afstand tot de weg bewaard van:

    • a.

      1 meter binnen de bebouwde kom;

    • b.

      1,5 meter buiten de bebouwde kom.

  • 6.

    De gebruiker dient de eventueel door de politie, brandweer en door de gemeente te geven aanwijzingen of bevelen strikt op te volgen.

  • 7.

    Er mogen geen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal worden geplaatst op blinde geleide stroken en binnen een afstand van 0,70 meter aan weerszijden daarvan of op gehandicaptenparkeerplaatsen.

  • 8.

    Uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal worden niet geplaatst op in- en uitritten van hulpdiensten.

  • 9.

    Het is niet toegestaan uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal te plaatsen binnen een straal van 0,75 meter van een brandkraan of een andere aansluitpunt voor brandblusapparaten.

  • 10.

    Op dagen of uren, waarop de gemeente in verband met wegwerkzaamheden of bijzondere gebeurtenissen (zoals evenementen en/of calamiteiten) over het desbetreffende deel van de openbare ruimte moet kunnen beschikken, is het niet toegestaan uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal daarop te plaatsen.

  • 11.

    In de kroonprojectie van bomen zijn de hiernavolgende bewerkingen niet toegestaan:

    • a.

      opslag van bouwmateriaal en plaatsen van keten;

    • b.

      manoeuvreren met en parkeren van voertuigen;

    • c.

      bevestigen van voorwerpen aan en om stam of takken;

    • d.

      machinale bewerking van grond;

    • e.

      ontgravingen en ophogingen.

  • 11.

    Een tijdelijke (hulp) constructie zoals bijvoorbeeld een steiger moet op een degelijke manier worden geplaatst, waarbij ermee rekening wordt gehouden dat deze niet mag omvallen, omwaaien, of ander gevaar kan opleveren. Daarnaast moet op de veilige (hulp)constructie op een correcte en veilige manier worden gewerkt.

  • 12.

    Voor de uitvoering van werken en de plaatsing of verwijdering van bouwmaterieel en bouwmateriaal op de openbare ruimte dienen in overleg met de gemeente passende voorzieningen voor het verkeer te worden getroffen. Hieronder wordt verstaan het plaatsen, onderhouden, verplaatsen en verwijderen van benodigde verkeers-, waarschuwings- en richtingsborden, hekken, geleidebakens, omleidingsborden e.d. ten behoeve van de veiligheid van het werk en de geleiding van het verkeer. Verkeersmaatregelen dienen te voldoen aan het CROW handboek wegafzettingen 96a/96b "Werk in Uitvoering”. Uiterlijk vier weken voor de aanvang van de werkzaamheden dienen de voorgenomen verkeersmaatregen en voorzieningen te worden gemeld bij de gemeente.

  • 13.

    Voor uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal, gelden, naast de algemene bepalingen uit dit hoofdstuk en uit hoofdstuk 4, de volgende bepalingen:

    • a.

      voor uitstallingen: de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2;

    • b.

      voor bouwmaterieel en bouwmateriaal: de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 3.

HOOFDSTUK 2 UITSTALLINGEN

Artikel 2:1 Het plaatsen van uitstallingen

  • 1. Het is alleen toegestaan uitstallingen te plaatsen voor het eigen winkelpand. Uitstallingen dienen binnen het (denkbeeldige) verlengde van de zijgevels van het desbetreffende perceel te blijven.

  • 2. Als een terras wordt geëxploiteerd mag een uitstalling alleen worden geplaatst binnen de begrenzing van het terras zoals deze staat vermeld op de verleende exploitatievergunning.

  • 3. een uitstalling mag maximaal 1,20 meter diep zijn. Tot 1 meter uit de gevel mag een uitstalling, inclusief de daarop gestalde waren, maximaal 2 meter hoog zijn. Vanaf 1 meter uit de gevel mag een uitstalling, inclusief de daarop gestalde waren, maximaal 1,50 meter hoog zijn.

  • 4. Er mogen geen materialen aan luifels, zonweringen e.d. worden bevestigd, tenzij deze op een minimale hoogte van 2,20 meter zijn aangebracht.

  • 5. Er dient een afstand van tenminste 2 meter te worden vrijgehouden tot de hoek van de straat, gemeten vanaf het kruisingsvlak (bij een ronde straathoek is dat het punt waar de denkbeeldige rechte trottoirbanden bij elkaar komen).

  • 6. Uitstallingen mogen de doorgang naar een pand of naar brandgangen niet belemmeren.

  • 7. Uitstallingen moeten zodanig geplaatst en ingericht worden dat deze niet onbedoeld kunnen wegrijden of verschuiven, dat er geen materialen kunnen vallen en dat er geen scherpe punten uitsteken.

  • 8. Per winkel/bedrijf mogen hoogstens twee borden worden geplaats waarop handelsreclame wordt gemaakt op de openbare ruimte met een maximale hoogte van 1,80 meter en een maximale breedte van 1 meter; de reclame moet betrekking hebben op het branchepatroon van de winkel/bedrijf.

  • 9. De winkeluitstalling met inbegrip van materialen ten behoeve van de uitstalling mag alleen op de openbare ruimte worden gezet tijdens de uren waarop de winkel voor het publiek geopend mag zijn.

  • 10. Als een kraam of tafel met zaken wordt uitgestald voor de winkel, dan dient de verkoop van die zaken plaats te vinden vanuit de winkel.

  • 11. De ondernemer dient te waarborgen dat de bewoners van eventueel bovengelegen woningen in geval van calamiteiten de betreffende woningen kunnen ontvluchten.

HOOFDSTUK 3 BOUWMATERIEEL EN BOUWMATERIAAL

Artikel 3:1 Het plaatsen van bouwmaterieel en bouwmateriaal

  • 1. Bouwmaterieel en bouwmateriaal benodigd voor het verrichten van (bouw)werkzaamheden moet zoveel mogelijk eerst op het beschikbare eigen terrein worden geplaatst of opgeslagen.

  • 2. bouwmaterieel en bouwmateriaal mag niet worden geplaatst:

    • a.

      als deze niet wordt geplaatst ten behoeve van een werk of anderszins;

    • b.

      op gedeelten van de weg, die uitsluitend bestemd zijn voor voetgangers- of rijwielverkeer, als de vrije doorgang van dit verkeer wordt belemmerd;

    • c.

      in openbaar groen;

    • d.

      op de gedeelten van de rijweg waarvoor een parkeerverbod of een verbod om stil te staan geldt;

    • e.

      in de vakken bij parkeermeters of parkeerautomaten;

    • f.

      op een openbare gelegenheid die is ingericht als kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

    • g.

      zodat beschadiging van het wegdek ontstaat;

    • h.

      als hiervan hinder wordt ondervonden door andere weggebruikers;

    • i.

      als er geen maatregelen zijn getroffen, waardoor ongelukken en andere eventualiteiten worden voorkomen;

    • j.

      als deze niet in goede staat van onderhoud zijn en als deze door onbevoegden of ten gevolge van eventuele helling van het wegdek verrijdbaar zijn;

    • k.

      als gedurende de aanwezigheid van het bouwmaterieel en daarna op de weg geen voor het bouwmaterieel bestemde stoffen of materialen liggen;

    • l.

      als in het bouwmaterieel stoffen liggen, die kunnen wegwaaien, doordat deze niet aan de bovenzijde van de container zijn afgedekt;

    • m.

      als bij het storten van vuil van een hoger gelegen verdieping geen gebruik wordt gemaakt van een gesloten stortkoker, waarbij het bouwmaterieel door middel van dekzeilen en schotten zo wordt afgeschermd dat geen gevaar ontstaat voor derden en dat derden geen hinder ondervinden van opwaaiend stof;

    • n.

      als op het bouwmaterieel niet de naam van de eigenaar of exploitant staan;

    • o.

      als een container (mede) bestemd voor het deponeren van afval dat kan bederven, niet gesloten is en niet alleen wordt geopend voor het storten van afval;

    • p.

      als een container die wordt gebruikt voor het opslaan van asbest of asbesthoudende stoffen wordt geplaatst zonder dat hiervoor de vereiste publiekrechtelijke toestemming is verleend of een rechtsgeldige melding hiervoor is ingediend.

    • q.

      als op de voor- en achterzijde van het bouwmaterieel, gezien in de rijrichting, waarin deze is geplaatst geen twee goedwerkende witte en rode reflectoren op ten hoogste 40 cm boven het wegdek en niet meer dan 20 cm binnenwaarts van de uiterst linker, en rechterzijde zijn aangebracht;

    • r.

      als van een half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopgang en bij dag, door omstandigheden, in het bijzonder van atmosferische aard, het daglicht onvoldoende is, geen deugdelijke verlichting rondom het bouwmaterieel is aangebracht. Deze verlichting moeten verkeersdeelnemers tijdig kunnen opmerken.

    • s.

      als het bouwmaterieel niet duidelijk herkenbaar is overeenkomstig markering onverlichte obstakels (CROW nummer 130). Zie hiervoor bijlage 1 Richtlijnen markeren onverlichte obstakels, CROW nummer 130. Tevens dienen er op de hoeken van het bouwmaterieel aan de wegzijde geleide bakens te worden geplaatst.

  • 3. Bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats mag slechts ten behoeve van de uitvoering van een werk ter plaatste en gedurende een maximale periode van 31 dagen worden geplaatst.

  • 4. De maximale periode van 31 dagen zoals bedoeld in het derde lid is niet van toepassing als voor het plaatsen van het bouwmaterieel een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.

HOOFDSTUK 4 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 4:1 Overig

De bij dit document behorende bijlage maakt onlosmakelijk deel uit van de nadere regels.

Artikel 4:2 Ontheffing

Als het niet mogelijk is een voorwerp op of aan de weg te plaatsen of een openbare plaats op grond van onderhavige regels, is artikel 2:10, eerste lid, APV van toepassing (verbod tot plaatsing). In dat geval kan op grond van artikel 2:10, derde lid, APV een ontheffing worden aangevraagd.

Artikel 4:3 Overgangsbepaling

Ontheffingen die op grond van artikel 2:10 APV zijn verleend vóór inwerkingtreding van deze regels worden geacht daarmee in overeenstemming te zijn.

Artikel 4:4 Citeertitel

Dit document wordt aangehaald als “Nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats Echt-Susteren 2022”.

Artikel 4:5 Inwerkingtreding

  • 1. De vastgestelde “Nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal op of aan de weg of een openbare plaats Echt-Susteren 2022” treden in werking de dag na bekendmaking.

  • 2. De “beleidsregels voor het plaatsen van containers en/of steigers op grond van artikel 2:10 APV gemeente Echt-Susteren” d.d. 1 mei 2015 worden per gelijke datum ingetrokken.

Ondertekening

Echt-Susteren, 19 juli 2022

Burgemeester en wethouders van Echt-Susteren,

De secretaris,

De burgemeester,

BIJLAGE 1 RICHTLIJNEN MARKEREN ONVERLICHTE OPSTAKELS, CROW NUMMER 130

behorende bij artikel 3:1, tweede lid, onder s nadere regels plaatsen uitstallingen, bouwmaterieel, bouwmateriaal, containers en steigers en uitstallingen op of aan de weg Echt-Susteren 2022

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

BIJLAGE 2 TOELICHTING

Artikel 2:10 APV regelt de plaatsing van voorwerpen op of aan de weg. Onder wegen wordt verstaan alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Korgezegd gaat het dus om het gebruik van de openbare ruimte. Dat is dus meer dan de rijweg.

De insteek van artikel 2:10 APV is, dat het in beginsel is toegestaan de openbare ruimte zonder vergunning/ontheffing te gebruiken, mits:

  • -

    geen schade wordt toegebracht aan de openbare ruimte;

  • -

    de bruikbaarheid van de openbare ruimte niet wordt belemmerd;

  • -

    er voldoende vrije doorgang is voor voetgangers, fietsers of gemotoriseerd verkeer;

  • -

    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving niet wordt geschaad.

Om de hiervoor genoemde belangen te beschermen stelt het college deze nadere regels vast.

Wat betekent dit in de praktijk?

Als een inwoner of ondernemer objecten/voorwerpen in de openbare ruimte wil plaatsen (of hangen) kijkt hij in deze regels. Voldoet dat wat hij wil aan de regels, dan mag hij zijn activiteit ondernemen zonder vergunning/ontheffing.

Voldoet de activiteit niet aan de regels, dan is het in principe verboden. Wil de inwoner/ondernemer de activiteit toch doorzetten, dan dient hij (op grond van artikel 2:10, derde lid, APV) een ontheffing aan te vragen.