Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 - 2026

Geldend van 15-07-2022 t/m heden

Intitulé

Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 - 2026

De raad van de gemeente Maasgouw;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Maasgouw d.d. 5 oktober 2021;

mede gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en voorts gelet op de Wet Milieubeheer en de Waterwet;

b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel:

Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 - 2026 van de gemeente Maasgouw

1 Samenvatting

Dit gemeentelijk rioleringsprogramma is de actualisatie van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en geldt voor de periode 2022 tot en met 2026. Met dit gemeentelijk rioleringsprogramma geeft de gemeente Maasgouw invulling aan haar zorgplicht voor (stedelijk) afvalwater, hemelwater en grondwater, maar ook aan een doelmatig en duurzaam beheer van de gemeentelijke riool- en watervoorzieningen. Bij de actualisatie van dit plan is het kostendekkingsplan Riolering opnieuw doorgerekend en de berekening van de rioolheffing bijgesteld met actuele cijfers.

Met de indeling van dit rioleringsprogramma sluiten we aan bij de nieuwe Omgevingswet. De hoofdstukken kunnen na de invoering van de Omgevingswet eenvoudig gescheiden worden naar de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan.

Huidige situatie

In Maasgouw ligt 193 km riolering, hiervan is het grootste deel gemengde riolering en een deel gescheiden riolering. De leeftijd van het stelsel is vrij gelijkwaardig verdeeld. De gemiddelde levensduurverwachting van de riolering is 75 jaar, daarom verwachten we in de periode 2045-2055 een kleine piek in de vervanging en renovatie van het rioolstelsel.

Naast vrijvervalriolen bestaat ons rioolstelsel uit gemalen, drukrioolunits, pers- en drukleidingen en waterinfiltrerende voorzieningen. Deze beheren we, zodat ze goed blijven functioneren.

Doorzetten huidig beleid

We werken volgens de gedachte, doe de goede dingen en doe die dingen vervolgens goed. De afgelopen periode ging er veel goed, een groot deel van het huidige beleid zetten we daarom door.

Aandacht voor klimaatadaptatie

Het klimaat verandert. Vanuit de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater merken we de gevolgen. Neerslag valt over een jaar genomen steeds ongelijkmatiger en de intesiteit van buien neemt toe. Hierdoor neemt de kans op hinder, overlast en schade als gevolg van overtollig hemelwater toe. Ook perioden van extreme droogte komen vaker voor, met lage grondwaterstanden als gevolg.

Al in het vorige GRP is daarom een start gemaakt met maatregelen om wateroverlast te voorkomen. De volgende uitgangspunten zetten we door:

  • We sluiten hemelwater van nieuwbouw niet aan op riolering;

  • We blijven particulieren stimuleren om af te koppelen of de hoeveelheid verharding te verminderen. We blijven subsidie verlenen om hieraan bij te dragen;

  • We gaan programmamatig te werk met afkoppelen van de openbare ruimte of gemeentelijke gebouwen en scholen. Zodra er vanuit wegbeheer of gebouwbeheer aanleiding is om onderhoud uit te voeren zullen we met het afkoppelen meeliften. Zo maken we werk met werk.

Ontwikkelingen en nieuwe inzichten

Een deel van het beleid stellen we bij. De afgelopen periode hebben nieuwe ontwikkelingen zich voorgedaan en hebben we nieuwe inzichten verkregen. De wijzigingen ten opzichte van het vorige beleidsplan zijn:

Verwachte invoering van de Omgevingswet (juli 2022)

Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit rioleringsprogramma is de komst van de Omgevingswet. De structuur van dit rioleringsplan past bij de planstructuur van de Omgevingswet, zodat dit plan makkelijk overgenomen kan worden in de gemeentelijke Omgevingsvisie, -programma en -plan. Inhoudelijk bevat het plan dezelfde onderdelen. We geven invulling aan de zorgplichten voor afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. De verplichting tot onderhoud van kapitaalgoederen blijft bestaan en ook de separate financiële positie voor rioolbeheer in de gemeentelijke begroting blijft van toepassing.

Extra aandacht voor klimaatadaptatie

We hebben steeds beter inzicht in de gevolgen van hevige neerslag en lange perioden van droogte voor Maasgouw. Daarom weten we ook steeds beter hoe we dit aanpakken.

De volgende uitgangspunten zijn aanvulllend op de klimaatadaptatie strategie die we vanuit het vorige GRP doorzetten:

  • Wanneer we afkoppelen, doen we dit bij voorkeur met bovengrondse maatregelen. Daarmee wordt de gemeentelijke zorgplicht voor afvloeiend hemelwater in Maasgouw meer bovengronds zichtbaar in wegen en groen. De samenwerking met vakgebieden ruimtelijke ordening, openbare ruimte en vergunningverlening wordt hierdoor ook steeds belangrijker;

  • Water op straat na hevige neerslag zal vaker voorkomen, dit accepteren we. Water in een gebouw door hevige neerslag willen we voorkomen.

Programma

We beheren de objecten in de waterketen. Regelmatig reinigen we de objecten en voeren we inspecties uit. Daarnaast vervangen we de objecten wanneer deze niet meer goed functioneren.

Op een aantal locaties voeren we verbetermaatregelen door die ervoor zorgen dat het systeem goed blijft functioneren. Vanuit uitgevoerde onderzoeken (SSW 2021 en Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie) zijn maatregelen naar voren gekomen die we de komende periode gaan uitvoeren.

We voeren zoveel mogelijk werkzaamheden gezamenlijk met andere vakgebieden, zoals wegen en groen uit. Op deze manier beperken we de overlast voor onze inwoners en zorgen we ervoor dat een projecten tegen de laagst maatschappelijke kosten kan worden uitgevoerd.

Maatregelen, middelen en kostendekking

In de berekeningen van het kostendekkingsplan rioleringen zijn alle kosten en inkomsten op de lange termijn (75 jaar) doorgerekend. Hierbij is ook rekening gehouden met rente (3%) en inflatie (1,5%). De berekening is uitgevoerd op prijspeil 2021.

De kosten bestaan uit vaste jaarljikse kosten (exploitatie), onderzoekskosten en kapitaallasten. De kosten van verbetermaatregelen worden samen met de vervangingsinvesteringen op lineaire basis afgeschreven. Afhankelijk van het soort object gelden verschillende afschrijvingstermijnen tussen 15 en 70 jaar. Dit resulteert in kapitaallasten van nieuwe investeringen. (Wijzigingen ten aanzien van de financiële afschrijvingstermijnen worden bij de eerst volgende aanpassing van de financiele verordening art. 212 doorgevoerd.)

Met een gelijkblijvend tarief van € 310,- per heffingseenheid, exclusief inflatie, is de riolering kostendekkend berekend over de rekenperiode van 75 jaar. Dit tarief is lager dan in het vorige GRP. Het is ook mogelijk om geleidelijk naar een kostendekkend tarief te groeien, hiervoor kan de voorziening ingezet worden.

2 Inleiding

2.1 Nieuw GRP voor Maasgouw

Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. In dit wettelijk verplichte gemeentelijk rioleringsplan (GRP) beschrijven we hoe we werken in de (afval)waterketen. Daarmee geven we aan hoe wij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. Ook gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen die onze zorgplichten raken; klimaatverandering en de invoering van de Omgevingswet zijn van invloed op onze werkzaamheden.

Ons (afval)watersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden.

2.2 De waterketen

We zijn onderdeel van Waterpanel Noord. De betrokken partners in de waterketen zijn de gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML). Samen vertegenwoordigen we alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen.

Drinkwaterbedrijven zorgen voor de waterwinning en drinkwaterdistributie. Burgers en bedrijven gebruiken het water, gemeenten zamelen het gebruikte drinkwater in (stedelijk afvalwater) en transporteren dat naar een overnamepunt. Ook zamelen ze overtollig afvloeiend hemelwater in, verwerken dat en treffen grondwatermaatregelen als dat nodig is. Waterschappen organiseren de zuivering van het stedelijke afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties en beheren het oppervlaktewater.

Daarnaast beheren Provincie en waterschap ieder voor hun deel het grondwater.

In het waterketenplan (2021-2025) hebben we de regionale beleidskaders voor de waterketen vastgelegd. In dit programma verankeren we deze uitgangspunten.

2.3 Zorgplichten

In dit water- en rioleringsprogramma geven we aan hoe we onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater invullen.

Stedelijk afvalwater

Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3) is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, drukriolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.4 uit de Waterwet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij).

Hemelwater

Vanuit de Waterwet artikel 3.5 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1) zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich er van wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

Grondwater

In de Waterwet, artikel 3.6 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2), is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoort.

Daarnaast volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.17) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat:

  • 1.

    het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater,

  • 2.

    lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en

  • 3.

    het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is.

2.4 Proces

Riolering is samen met de rioolwaterzuiveringsinstallatie onderdeel van de afvalwaterketen en heeft via overstorten en regenwateruitlaten veel relaties met het watersysteem. Dit GRP is daarom ook tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen onze gemeente en het Waterschap Limburg (WL). Vóór vaststelling door de gemeenteraad is het ontwerp-GRP officieel ter becommentariëring gezonden aan de bij wet genoemde instanties (Wet milieubeheer (Wm) 4.23): de waterbeheerder WL en RWS en provincie Limburg.

2.5 Leeswijzer

Dit GRP sorteert voor op de komst van de Omgevingswet door het onderscheiden van verschillende delen: evaluatie huidig GRP, visie, plan, programma en kostendekking:

  • We starten met de evaluatie over de huidige planperiode. Wat ging goed, wat kan of moet anders? Dit markeert het startpunt voor het nieuwe GRP 2022-2026;

  • In het visiedeel beschrijven we de doelen en ambities die er zijn met de gemeentelijke watertaken. Duurzaamheid en klimaatadaptatie spelen hierbij een grote rol. Dit deel heeft een sterke relatie met het Onderhoudsplan Leefomgeving van de gemeente en kan daar ook de input vanuit de gemeentelijke watertaken voor leveren;

  • In het plandeel gaan we in op de verhouding tussen de gemeente, andere overheden, bewoners en bedrijven: wie doet wat? We beschrijven op hoofdlijnen welke lokale wensen en eisen er zijn op het gebied van de gemeentelijke watertaken en de daarvoor benodigde regels. Dit onderdeel is input voor het gemeentelijke omgevingsplan;

  • In het programmadeel beschrijven we het huidige areaal en de acties voor de planperiode. Hierin komen de onderzoeken, onderhoudsactiviteiten en vervangingsplanningen aan bod. Het levert de input voor de kostendekkingsberekening;

  • In het laatste deel gaan we in op de personele en financiële kant van de gemeentelijke watertaken en beschrijven we de benodigde kostendekkende rioolheffingstarieven.

3 Evaluatie 2017-2021

3.1 Terugblik op de afgelopen planperiode

Het GRP 2017-2021 zette in op het doorvertalen van de regionale ambities uit het waterketenplan Limburgse Peelen. Daarbij vormden 6 thema’s de leidraad voor de uitwerking:

  • Samenwerking

    • o

      We gingen op zoek naar verdere mogelijkheden voor kennisdeling, gezamenlijke uitvoer van taken en kostenbesparing binnen samenwerkingsverband Limburgse Peelen. Ook de rol en taken van burger en bedrijf veranderen waardoor we hen ook (minder vrijblijvend) aan wilden zetten tot actie.

  • Drinkwater

    • o

      Binnen de gemeentegrenzen wordt veel van het Limburgs drinkwater gewonnen. Daarom is extra aandacht nodig voor het voorkomen van grondwatervervuiling.

  • Afvalwater

    • o

      100% inzicht in de staat en functioneren van ons stelsel is de ondergrens. Maatregelen treffen we op de bron, niet op de rand van het stelsel.

  • Hemelwater

    • o

      Een duurzame en robuuste inrichting van de openbare ruimte moet zorgen voor robuuste waterstructuren en de verankering van water in ruimtelijke plannen.

  • Grondwater

    • o

      Het voorkomen van verontreiniging en het beheer op een zo natuurlijk mogelijke manier. Maasgouw vervult de loket- en regiefunctie naar burgers en bedrijven.

  • Oppervlaktewater

    • o

      Als waterrijkste gemeente van Limburg, versterkt Maasgouw, samen met haar partners de waterveiligheid en waterkwaliteit.

Het beheer is met het vorige GRP van insteek veranderd. Het riool speelt een rol in de leefomgeving. Daar hebben we het beheer ook op gefocust.

Over het algemeen is het vorige GRP een bruikbaar plan geweest voor de gemeente Maasgouw. Het beheer van de voorzieningen is inmiddels op orde, er zijn geen achterstanden met inspecties en geconstateerde gebreken worden jaarlijks direct na de beoordeling van de inspectieresultaten verholpen.

Over de investeringen werd in het vorige GRP een efficiencykorting van 25% gerekend op alle investeringen. Dit komt vooral door efficiency winsten door combinatieprojecten wegen en riool uit te voeren. De korting voor investeringen rioleringen (ingevoegd) komt ten gunste van het GRP. De voordelen voor wegonderhoud worden daar jaarlijks ingeboekt.

Deze efficiencykorting is niet overal gerealiseerd. Daarom worden projecten, mocht zich dat voordoen, opnieuw gebudgetteerd. Daarnaast gaan niet overal bij projecten aan de riolering, de wegen op de schop. Het percentage gerenoveerde riolen gaat omhoog (relinen).

De geprognotiseerde financiële situatie in het vorige GRP is in hoofdlijnen uitgekomen. Het wegwerken van oude investeringen is grotendeels gelukt.

De onderzoeken hebben we gefocust op de relatie tussen rioolstelsel en de leefomgeving. We hebben ingezet op het vergroten van bewustwording en draagvlak bij particulieren.

Er was becijferd dat een bezetting van 7,6 fte nodig was om de kwetsbaarheid van de organisatie te verminderen, tegenover een bezetting in 2016 van 4,8 fte.

Het verloop in de personele bezetting was een aandachtspunt in de afgelopen planperiode. Op dit moment is de personele bezetting voor het taakveld riolering echter op orde.

3.2 Uitgevoerde werkzaamheden

In de kernen van Maasbracht en Linne zijn delen heringericht. Dit geld ook voor Thorn en Beegden. Het bestaande riool is hier vervangen waarbij een infiltratiestelsel aangelegd. Het hemelwater van de openbare ruimte infiltreert in deze gebieden onder de weg. Aanwonenden is gevraagd om het hemelwater van de voorzijde van hun woning ook te laten infiltreren via de voorziening in de weg. Hierbij werd de uitvoering door de gemeentelijke aannemer gedaan. Veel aanwonenden hebben hier gebruik van gemaakt.

Om de vrijblijvendheid van afkoppelen af te halen, is in 2017 gestart met het verstrekken van een afkoppelsubsidie. Eigenaren van panden kunnen subsidie aanvragen om het hemelwater van hun woning van het riool af te koppelen en op eigen terrein in de bodem te infiltreren. De afkoppelsubsidie heeft de gemeente €81.047,- gekost. Samen met de cofinanciering van het Waterschap Limburg (ook €81.047) en de bijdrage vanuit het Deltaplan Hoge Zandgronden (DHZ) van €52.500 zijn 196 adressen afgekoppeld. Het effect van de afkoppelsubsidie (inclusief de andere fondsen) van circa €215.000 hebben we 24.677m2 particuliere verharding afgekoppeld.

Sinds de start van de Coronacrisis en het verloop binnen het team zijn in de uitvoering van deze regeling forse vertragingen opgetreden.

De gemeente Maasgouw maakt inmiddels onderdeel uit van het ‘Waterpanel Noord’. Hierin werken 15 gemeenten in Noord- en Midden Limburg, Waterschap Limburg en waterleidingmaatschappij WML samen in de waterketen aan de inzameling en het transport van (stedelijk) afvalwater, de doelmatige inzameling en verwerking van regenwater en een voldoende en duurzame drinkwatervoorziening. De samenwerking is verankerd in een convenant waarin ook de Limburg brede visie ‘Waardevol groeien’ gezamenlijk is overgenomen.

Binnen de samenwerking in Waterpanel Noord hebben de een gezamenlijk Waterketenplan.Het waterketenplan is als bijlage 3 bijgevoegd.

In het GRP zijn specifieke maatregelen benoemd die al dan niet zijn uitgevoerd:

Maatregel / investering

Uitgevoerd ja/nee

Opmerking

Afkoppelen bij projecten

Ja

Wordt een programma

Afkoppelen in overlastsituaties

Ja

SSW-maatregel; komt in GRP. Kritisch blijven op oorzaak wateroverlast en effect maatregel

Klimaatrobuuste inrichting

Ja

Uit uitvoeringsagenda, komt in GRP

Stimuleringsregeling afkoppelen regenwater

Ja

Doorzetten (ook na deadline KRW)

Verplaatsen overstorten dijkverzwaring WRO

Ja

Uitgevoerd, overige maatregelen volgen uit SSW

Convenant Kabels en Leidingen WPM

Nee

Blijft relevant

Naast specifieke maatregelen/investeringen zijn de volgende onderzoeken in het GRP al dan niet uitgevoerd:

Onderzoek

Uitgevoerd ja/nee

Opmerking

Samenwerking Limburgse Peelen

Ja

Uitgevoerd in samenwerking

Afkoppelen particulieren

Ja

Doorlopend

Communicatie

Ja

Doorlopend

Databeheer

Ja

Gegevens, GWSW, BRP/SSW

Waterstructuurkaarten

Ja

Kaarten zijn gemaakt

Verdere verankering water in RO

Ja

O.a. door de kaarten is duidelijk wat water betekent binnen RO

Rioleringsplannen

Ja

Wordt SSW. Periodiek uitvoeren

Aanpassingen van overstorten

Deels

Daar waar overstorten knelpunt blijken. Uitbreiden met meten, monitoren en analyseren (verdieping SSW)

4 Wat willen we bereiken

4.1 Waarom rioleringszorg

Van oudsher is de bescherming van de volksgezondheid de belangrijkste functie van de riolering. Door verschillende deskundigen in binnen- en buitenland wordt de aanleg van de riolering zelfs gezien als de grootste bijdrage aan de volksgezondheid van de 20e eeuw. Tegenwoordig zijn het verbeteren van de leefbaarheid door ontwatering en afwatering van het stedelijk gebied en de bescherming van het milieu tegen vervuiling ook belangrijke doelen.

4.2 Ontwikkelingen en opgaven

Mondiaal, nationaal en regionaal zijn er trends en ontwikkelingen te onderscheiden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de beheertaken in de waterketen en het (stedelijk) waterbeheer. In onderstaande figuur zijn deze trends en ontwikkelingen geïllustreerd.

4.2.1Klimaatverandering en klimaatadaptatie

Tijdens het opstellen van dit GRP is ook een verdere uitwerking van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) vormgegeven. Dat betekent dat, na het uitvoeren van de klimaatstresstesten in 2018, risicodialogen zijn gevoerd en een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie is opgesteld. Maatregelen om de gevolgen van hevige regenval, droogte en hitte te beperken hebben we daarom zoveel als mogelijk (integraal) opgenomen in de planning en budgetten in dit GRP.

Het klimaat verandert. Het gaat vaker en harder regenen, het wordt warmer en het wordt droger voor lange aaneengesloten perioden. De droge zomers van 2018 en 2019 maar ook het droge voorjaar van 2020 hebben effect op onze waterhuishouding omdat de grondwaterstanden dalen. Aan de andere kant hebben we ook te maken gehad met zware buien die op sommige plaatsen voor overlast hebben gezorgd.

Deze veranderende omstandigheden zorgen ervoor dat we de leefomgeving en het watersysteem moeten aanpassen, dit noemen we klimaatadaptatie. We onderzoeken de effecten van klimaatverandering op onze gemeentelijke watertaken en zoeken oplossingen voor problemen.

Het ondergrondse rioolstelsel heeft een beperkte capaciteit. Grote hoeveelheden neerslag in een korte periode kunnen niet volledig ondergronds verwerkt worden, daar is ons stelsel niet op ontworpen. Uitbreiding van het stelsel ondergronds is kostbaar en de ruimte in de ondergrond is beperkt. Daarom is ook bovengronds ruimte voor water nodig. De openbare en particuliere ruimte moeten we zo inrichten dat een extreme bui tot zo min mogelijk overlast en schade leidt.

Maasgouw is vóór 2050 klimaatbestendig ingericht. Dit is in lijn met de nationale ambities vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Op de onderdelen hittestress, wateroverlast, droogte en waterveiligheid doen we dat op de volgende manieren:

  • We gaan Maasgouw, haar bewoners en gebruikers minder kwetsbaar maken voor hittestress. Dit doen we vooral door (relatief) koele plekken te gebruiken in de vorm van koelte-eilanden die door onze inwoners tijdens hittegolven benut kunnen worden;

  • Wateroverlast gaan we zoveel mogelijk voorkomen, waarbij we rekening houden met de verwerking van extreme buien zonder schade. Water op straat is acceptabel, water in de woning door water op straat is nooit acceptabel;

  • De effecten van droogte willen we verminderen, door regenwater vast te houden op de locatie waar het valt;

  • We geven invulling aan het concept van ‘meerlaagsveiligheid’, met extra aandacht voor kwetsbare objecten en vitale infrastructuur wanneer we het hebben over waterveiligheid.

’Ruimtelijke’ adaptatie is daarbij niet eenduidig te vertalen over verschillende gebruikstypen; het stedelijk gebied vraagt heel andere ingrepen dan het buitengebied. Daarom is per gebiedstype deze strategie specifiek uitgewerkt in de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie.

4.2.2Duurzaamheid

We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. Bij het toepassen van materialen kunnen we hergebruikte en herbruikbare materialen kiezen. Daarnaast kunnen we uit afvalwater grondstoffen winnen en kunnen we hieruit energie opwekken. We werken daarin – waar mogelijk – samen met betrokken partijen om te kijken waar we het beste maatregelen kunnen treffen. Waar zinvol en mogelijk implementeren we de duurzaamheidsaspecten. Ook op andere onderdelen wordt gewerkt met duurzaamheid in het achterhoofd: de drukriolering wordt cyclisch preventief onderhouden, waardoor het energieverbruik minimaal is, storingen minder optreden en een langere levensduur wordt bereikt. We gaan de werkelijke restlevensduur van de persleidingen onderzoeken om niet onnodig vroeg te vervangen maar ook om geen onnodige risico’s te lopen. Kapotte vrijvervalriolering wordt zo mogelijk duurzaam gerenoveerd in plaats van vervangen. Dat scheelt graafwerk, transport, grondstoffen en overlast en geld.

4.2.3Invoering van de Omgevingswet

De invoering van de Omgevingswet heeft invloed op de waterketen. Zaken die nu op nationaal niveau geregeld zijn, worden gedecentraliseerd. Dit betekent dat er straks (vermoedelijke inwerkingtreding in 2022) meer keuze is in hoe wij onze gemeentelijke watertaken, ook juridisch gezien, willen inrichten. De gemeentelijke zorgplichten blijven onveranderd gelden en komen terug in de Omgevingswet.

4.2.4Integrale kijk op de afvalwaterketen

De afvalwaterketen is een complex geheel: grondwater en hemelwater spelen een nadrukkelijke rol en ook watergangen werken mee om overtollig hemelwater af te voeren. Werkzaamheden worden integraal uitgevoerd, in samenhang met weg- en wijkvernieuwing. We overleggen dus regelmatig met andere disciplines binnen de eigen organisatie en binnen de afvalwaterketen.

Bij verbouwing of vernieuwing van de RWZI wordt gekeken naar het functioneren van alle omliggende riolering om tot een goede afweging te komen. Dit bespaart uiteindelijk op de kosten van het geheel. Maasgouw en Waterschap Limburg trekken hierin gezamenlijk op. Ieder gebaseerd op de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

4.3 Stedelijk afvalwater

We beschermen de volksgezondheid en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren.Bij de invulling van de zorgplicht stedelijk afvalwater maken wij onderscheid tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater.

Bebouwde kom

Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw is het lozers verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit is de facto een aansluitplicht. De gemeente is verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening (zoals een IBA) die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt.

Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. Het Waterschap geeft hier advies. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.

Buitengebied

Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn:

  • De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend;

  • Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande;

  • Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) als bij zuivering op de RWZI;

  • Doelmatigheid.

De gemeente onderhoudt de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Ook biedt de gemeente ruimte voor initiatieven met nieuwe sanitatie.

Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zal de gemeente in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied.

4.4 Hemelwater

De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De voorkeursvolgorde die we hierbij hanteren is vasthouden, infiltreren en bergen. Als de gemeente hemelwater inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang, inclusief de lozing op oppervlaktewater of in de bodem. Zij kan het zowel gescheiden van, als gemengd met huishoudelijk afvalwater inzamelen. De gekozen route bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap kan betrokken zijn als beheerder van de ontvangende zuivering of van het ontvangende oppervlaktewater, soms van beide.

Hemelwater niet inzamelen tenzij, …

Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dit is de invulling van de voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer (10.29a). Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. Hieronder wordt per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) beschreven hoe de gemeente invulling wil geven aan de zorgplicht hemelwater.

Bestaande bouw

Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeenten het hemelwater blijft inzamelen en transporteren naar een zuiveringtechnisch werk (RWZI, bij gemengde riolering), het oppervlaktewater of naar de bodem (bij gescheiden riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd.

Bij knelpunten met betrekking tot wateroverlast en bij rioolvervangingsprojecten, waarbij gemengde riolering wordt vervangen door gescheiden riolering kan de gemeente het lozen van hemelwater op het vuilwater of gemengde riool verbieden op grond van bestemmingsplan, hemel- en grondwaterverordening of omgevingsplan (mogelijk vanaf 1-1-2022). Vooralsnog houden we de trits ’stimuleren-faciliteren-afdwingen’ aan.

Nieuwbouw

Bij nieuwbouwsituaties zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte.

Verbouw

Bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte.

Herinrichting

Bij herinrichting van het openbaar gebied zal regenwater zoveel als mogelijk is worden geïnfiltreerd in de bodem. We hanteren een bergingsnorm van 50 mm. Dit conform het beleidsplan afkoppelen van 2014.

Buitengebied

In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als (ver)nieuwbouw. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn regenwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater of loost het in overleg met de gemeente in de bodem.Hierbij hanteren we de (kwaliteits) uitgangspunten voor verantwoord afkoppelen zoals opgenomen in de nog te actualiseren beslisbomen ”Regenwater schoon naar beek en bodem”.

4.5 Grondwater

Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. De zorgplicht geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar.

Het lozen van grondwater op het riool is in principe niet toegestaan.

De gemeente heeft ook oog voor de kwaliteit van het grondwater en zet zich in om die in ieder geval niet te laten verslechteren. Bij bijvoorbeeld afkoppelen wordt hier ook rekening mee gehouden.

De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen (artikel 3.6 Waterwet, artikel 2.16, lid 1a-2 Ow). Althans, voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Dit is vooral kwantitatief gericht. Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking van het grondwater. Ook is zij aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen.

Onder structurele gevolgen verstaat de gemeente:

  • Wederkerende (tenminste jaarlijks) te hoge grondwaterstand en gedurende ten minste drie jaar (geen incident);

  • Én er meldingen zijn over structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand.

In een water- en rioleringsprogramma kunnen gemeenten zelf exact vastleggen bij welke grondwaterstand er sprake is van structurele nadelige gevolgen.

Onder nadelige gevolgen van grondwaterstanden verstaat de gemeente:

  • significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan;

  • of chronische gezondheidsklachten;

  • of schade aan gebouwen of infrastructuur.

Dit kan dus ook gaan over te lage grondwaterstanden. Het gevolg van bovenstaande afwegingen en daarmee invulling van de zorgplicht kan zijn dat de gemeente juridisch bindende regels opneemt in het omgevingsplan over het wel/niet infiltreren van regenwater (zie ook bijlage 1 en 2).

Naast de kwantiteit van het grondwater is ook de kwaliteit belangrijk. Vanuit de Drinkwaterwet heeft ook de gemeente hier een rol in.

4.6 Oppervlaktewater

We beheren samen met het Waterschap het watersysteem. We voorkomen zoveel mogelijk overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, wanneer voorkomen niet mogelijk is beperken we de gevolgen. We beschermen en verbeteren de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies.

4.7 Samenwerken

Gemeentelijke watertaken raken aan verantwoordelijkheden en acties van burgers en bedrijven. Helemaal wanneer we zien dat het klimaat verandert, waardoor het steeds vaker hard regent, het soms helemaal niet regent, winters zachter en zomers heter worden. Wat we kunnen op openbaar terrein is beperkt. 60 tot 70% van de ‘ruimte’ in bebouwde kommen is van particulieren en bedrijven. Wat er op particulier terrein gebeurt, bepaalt voor een groot gedeelte wat de gemeente kan en hoe groot die opgave is. Daarom werken we samen met burgers en bedrijven. Met het programma afkoppelen, bijvoorbeeld, kunnen we bij ingrepen vanuit de gemeente ook particulieren stimuleren om mee te doen. Niet alleen op het gebied van water, ook op het gebied van ontstening en vergroening (in het kader van verkoeling/beschaduwing en beschermen en verbeteren van biodiversiteit) speelt de particulier een grote rol. Deze ingrepen dienen meerdere doelen. Maar we hebben het vanuit meerdere opgaven wel telkens over die ene leefomgeving van die burger. Daarom gaan we met een specifiek communicatieproject aan de slag om het bewustzijn van klimaateffecten te vergroten. Water speelt ook hierin een belangrijke rol.

In het kader van de risicodialogen hebben het burgerpanel ook enkele vragen gesteld. Deze 400 burgers uit de hele gemeente hebben op deze manier al een eerste kennismaking gehad met het thema klimaatbestendigheid en waterrobuustheid. Het burgerpanel zal periodiek worden gebruikt om te peilen hoe we ervoor staan. De verwachting is dat ook (nieuwe) knelpunten op het vlak van water in de leefomgeving hier gemeld gaan worden, mochten die zich voordoen.

We werken samen met onze collega’s van andere disciplines. Telkens als een riool vervangen moet worden, als we wateroverlast willen aanpakken, óf als we een afkoppelkans willen verzilveren, hebben we andere disciplines nodig. Zo kan het zijn dat een weg opgebroken moet worden, of dat het profiel van die straat beter op één oor kan worden gelegd (om oppervlakkige afstroming van regenwater mogelijk te maken). Of we willen groene en blauwe functies (denk aan wadi’s) combineren. Telkens waar kansen liggen, zullen we die met collega’s bespreken en in ruimtelijke ontwikkelingen inbrengen. We streven met zijn allen één gezamenlijk belang na; het vasthouden én versterken van de kwaliteit van de leefomgeving, nu en in de toekomst.

We werken samen aan water binnen de regio Waterpanel Noord. De regio’s Limburgse Peelen en Venlo-Venray werken met ingang van 1 januari 2018 ambtelijk en bestuurlijk samen binnen Waterpanel Noord. Binnen WPN hebben we een gezamenlijk waterketenplan opgesteld, op basis van de volgende visie:

Wij, de Limburgse partners in de waterketen

  • Benutten de waarde van afvalwater en gaan duurzaam om met water in de leefomgeving en koesteren het drinkwater;

  • Leggen de relatie tussen waterketen, ruimtelijke inrichting en watersysteem en zorgen samen voor een goede borging van waterkwaliteit- en waterkwantiteitsaspecten in boven- en ondergrondse ruimtelijke plannen;

  • Ontwikkelen de benodigde kennis en vaardigheden om het waterbeheer verder te professionaliseren en doelmatig in te vullen;

  • Kiezen voor haalbare ontwikkelstappen met meerwaarde voor de betrokken deelnemers;

  • Gaan steeds meer gezamenlijk beheren om de kwetsbaarheid te verminderen, specialisatie mogelijk te maken en de innovatiekracht te versterken;

  • Richten ons op het effectief bundelen van kennis en operationele capaciteit, maar geven ruimte aan de eigen afwegingen over deelname aan operationele samenwerking in uitvoeringsorganisaties;

  • Blijven ieder voor zich verantwoordelijk voor de eigen zorgtaken, maar stellen gezamenlijk het maatschappelijk belang centraal.

Ondanks de gemeentelijke autonomie, zoeken we wel actief de meerwaarde van samenwerken. Vooral om de kwetsbaarheid te verminderen, het verbeteren van kennis en operationele capaciteit en om benodigde kennis en vaardigheden te ontwikkelen waarmee het waterbeheer verder professionaliseert.

5 Wie doet wat

5.1 Gemeentelijke zorgplicht

Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken. En omdat riolering niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van onze gemeentelijke infrastructuur, stemmen we ons beleid af met andere overheden. Zoals in de Wet milieubeheer is aangegeven, zijn dat in ieder geval de beheerder van de zuiveringen waarop we het door ons ingezamelde (afval)water lozen en de beheerder van de oppervlaktewateren waarop wordt geloosd. Voor onze gemeente zijn dat het Waterschap Limburg en Rijkswaterstaat.

Daarnaast volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.17) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat:

  • a)

    het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater,

  • b)

    lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en

  • c)

    het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is.

5.2 Samenwerking

We werken binnen de gemeentelijke organisatie samen met andere sectoren in de openbare ruimte bijvoorbeeld de afdelingen wegen en openbaar groen. Met de komst van de Omgevingswet wordt dat alleen maar belangrijker. Integraal werken is het devies en dat betekent ook participatie en afstemming.

De waterketen houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. Daarom zoeken we de samenwerking op met omliggende gemeenten; Water Panel Noord, WPN. We delen kennis en informatie en werken, waar dat zinvol is, samen aan projecten, onderzoeken en aanbestedingen. De samenwerking is van een ”verplicht” samenwerking waar gezocht moest worden naar business cases, naar een ”gewenste” samenwerking getransformeerd waar we elkaar weten te vinden, helpen en samenwerken op een hele praktische werkwijze.

5.3 Wensen en eisen van inwoners en bedrijven

Een groot deel van het gemeentelijke gebied is niet in handen van de overheid. Daarom is klimaatadaptatie, waaronder het tegengaan van wateroverlast, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven, gemeente en waterschap. De overheden kunnen niet alles oplossen.

Perceeleigenaren hebben een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater dat op hun eigen terrein valt. Dat is ook wettelijk onderkend door de eigen verantwoordelijkheid die in de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) is opgenomen. Uitgangspunt is dat de perceeleigenaar de neerslag die op zijn perceel valt, zelf verwerkt. Als dat redelijkerwijs niet kan, zijn wij als gemeente aan zet.

Wij kunnen veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. Wij willen zo min mogelijk extra regels en verplichtingen aan inwoners en bedrijven opleggen, maar wil wel dat zij bijdragen aan het goed laten functioneren van de riolering.

Wij verwachten:

  • 1.

    Dat inwoners en bedrijven het riool, de IBA’s en septic tanks verstandig gebruiken. Dit is een wettelijke verplichting;

  • 2.

    Dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en onderhouden;

  • 3.

    Dat inwoners en bedrijven hemelwater zelf opvangen en bergen als dat redelijkerwijs mogelijk is. Voor nieuwbouw is dit een verplichting;

  • 4.

    Dat hinder (water-op-straat) vaker, binnen marges, wordt geaccepteerd;

  • 5.

    Dat inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor waterdichte kelderwanden en vloeren.

6 Wat hebben we

6.1 Totaaloverzicht aanwezige voorzieningen

Binnen onze gemeenten beheren we veel rioleringsobjecten. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen:

Onderdeel

aantal

eenheid

Onderdeel

aantal

eenheid

Vrijvervalriolering,

 
 

Bergbezinkvoorzieningen

12

stuks

- gemengd

140

km

IBA’s (van de gemeente)

7

stuks

- Droogweerafvoer (DWA)

28

km

Septic tanks

2

stuks

- Hemelwaterafvoer (HWA)

25

km

 
 
 

Totaal vrijvervalriolering

193

km

Waterlopen

26

km

Druk-/persleiding

38

km

Ondergrondse infiltratie

47

stuks

Gemalen

16

stuks

Wadi

71

stuks

Drukrioleringunits

121

stuks

 
 
 

Het meest omvangrijk is het vrijvervalstelsel. In onderstaande grafiek is weergegeven wanneer het stelsel is aangelegd en hoe het stelsel is opgebouwd.

6.2 Stedelijk afvalwater en hemelwater

6.2.1Technische staat

Vrijvervalriolering

Het vrijvervalstelsel is in goede staat. De eerste 25 jaar na aanleg inspecteren we de riolen niet, daarna 1x in de 10 jaar en bij leeftijd 65 jaar inspecteren we iedere 5 jaar. Ook de riolen binnen het waterwingebied worden elke 5 jaar geinspecteerd.

Alle riolen ouder dan 25 jaar, zijn minstens 1x geinspecteerd en sommigen vaker. We hebben de staat van het stelsel, en met name die van de oudere riolen, dus goed in beeld. De inspecties worden uitgevoerd en beoordeeld volgens de actuele NEN-EN-normen. Op basis van de beoordelingen stellen we een maatregelenpakket op dat aangeeft welke maatregel (reparatie, renovatie of vervanging) wordt toegepast en wanneer dit gebeurt.

Gemalen, drunkrioolunits en bergbezinkvoozieningen

De onderhoudstoestand van de gemalen en drukrioleringsunits is goed. Er zijn de komende vier jaar geen bouwkundige vervangingen gepland. Wel kunnen de systemen worden geoptimaliseerd om de werking ook op langere termijn te waarborgen.

IBA’s en septic tanks

We hebben 7 IBA’s en 2 septic tanks in beheer. Deze functioneren goed en voldoen aan de eisen.

Persleidingen en drukleidingen

We onderhouden onze persleidingen als hier aanleiding voor is. Bijvoorbeeld het verminderd functioneren van de gemalen.

Waterlopen, infiltratievoorzieningen en wadi’s

De waterlopen, infiltratievoorzieningen en wadi’s zijn een belangrijk onderdeel van ons watersysteem. We beheren ze, zodat het hemelwater ongehinderd kan doorstromen en infiltreren in de bodem.

6.2.2Werking

De riolering in onze gemeente functioneert over het algemeen goed. We hebben in 2021 een systeemoverzicht stedelijk water uitgevoerd. Hierin is ons rioolstelsel en watersysteem hydraulisch en milieutechnisch doorgerekend. Uit deze studie komen 13 knelpunten naar voren, 4 hydraulische en 9 milieutechnische. We nemen de komende periode maatregelen om dit aan te pakken.

We hebben in 2020 een stresstest klimaat (als stap uit het DPRA) uitgevoerd waarin we in kaart hebben gebracht hoe Maasgouw bestand is tegen hevige neerslag. Op onderstaande kaart is te zien waar het water zich verzameld wanneer een bui die één keer in de 100 jaar voorkomt in een uur valt.

Op https://wpn.klimaatatlas.net/ zijn alle kaarten van de stresstest te bekijken.

In 2020 en 2021 hebben we risicodialogen gevoerd over de uitkomst van de stresstest en een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld. In deze agenda staat hoe we aan de slag gaan om knelpunten op het gebied van klimaatverandering te adresseren, en waar de kansen zijn om de gemeenten klimaatadaptiever te maken.

6.3 Grondwater

De ligging van Maasgouw, binnen het stroomgebied van de Maas, is sterk bepalend voor de bodemopbouw en grondwaterstanden. Daarnaast hebben de kanalen, beken, plassen en de drinkwaterwinningen ook een invloed op het grondwatersysteem binnen de gemeente.

In de stresstest is de GLG en verwachte ontwikkeling hiervan in beeld gebracht.

Er is geen directe aanleiding voor grondwateroverlast. We hebben de afgelopen jaren ook geen meldingen van structurele grondwateroverlast ontvangen.

In Heel en Beegden wint WML grondwater om te bewerken tot drinkwater. Beide winningen zijn aangeduid als kwetsbare winning, dit betekent dat de winningen gevoelig zijn voor verontreinigingen vanuit de omgeving. Daarom zijn beschermingszones rondom de winningen ingesteld. De beschermingszones en de geldende regels zijn vastgelegd in de bestemmingsplannen. De riolen binnen het waterwingebied worden eens per 5 jaar geinspecteerd en lekkages worden gerepareerd.

Figuur 1 ligging straten met riool in Heel binnen waterwingebied

6.4 Oppervlaktewater

In Maasgouw hebben we veel oppervlaktewater. De Maas, het Julianakanaal en het kanaal Wessem-Nederweert lopen als grote blauwe aderen door onze gemeente. Daarnaast vormen de Maasplassen, het waterbekken de Lange Vlieter, de beken, greppels, sloten, vennen en vijvers onderdeel van ons watersysteem. Het oppervlaktewater speelt een belangrijke rol om het overtollige hemelwater uit de bebouwde omgeving af te voeren.

6.5 Klachten en meldingen

Jaarlijks ontvangen we klachten en meldingen die te maken hebben met riolering en water. Indien mogelijk wordt hier zo snel mogelijk actie op ondernomen.

Het aantal meldingen is afhankelijk van de weersomstandigheden. Bij hevige buien krijgen we soms meldingen van hemelwateroverlast. We nemen op een aantal locaties maatregelen om dit op te lossen.

6.6 Verordeningen en vergunningen

6.6.1Vergunningen Wet milieubeheer / Wabo

Lozingen van afvalwater op de riolering (indirecte lozingen) worden geregeld op basis van de Wet milieubeheer (Wm)/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de AmvB’s voor lozingen. De vergunningverlening en controle/handhaving van omgevingsvergunningen en algemene regels hebben we ondergebracht bij het team VTH. Deels zijn werkzaamheden ondergebracht bij de RUD, die houden bijvoorbeeld toezicht. De milieu-inspecteurs bezoeken met een zekere regelmaat de bedrijven.

We hebben in 2014 een afkoppelbeleidsplan opgesteld. Hierin zijn de regels m.b.t. afkoppelen opgenomen.

7 Wat gaan we doen

7.1 Aan de slag

We willen de gewenste situatie bereiken. Dit doen we door het huidige stelsel in stand te houden, de kwaliteit te monitoren en waar dat nodig is te verbeteren. Hiervoor voeren we onderzoek en maatregelen uit. Daarnaast letten we er in nieuwe situaties op dat we riolering aanleggen en het gebied inrichten in lijn met de visie. Alle in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn op prijspeil 2021 en exclusief btw.

7.2 Stedelijk afvalwater en hemelwater

7.2.1Aansluiten bestaande bebouwing en aanleg bij nieuwbouw

We sluiten alle nieuwbouw in de kernen aan op riolering. In nieuwbouwgebieden wordt stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden.

Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst door de watertoets. Dat betekent dat voldoende ruimte moet worden gereserveerd voor het vasthouden en bergen van water. Om dit te waarborgen moeten we vanaf het beginstadium van plantontwikkelingen worden betrokken. Ook hebben we extra aandacht voor klimaat. We zetten een werkgroep kliimaatadaptatie op die in nieuwbouwplannen en reconstructies meedenkt over het klimaatadaptief uitvoeren/aanpassen van de openbare ruimte. Bij nieuwe plannen, reconstructies maar ook bij regulier beheer en onderhoud wordt klimaatadaptief denken de leidraad. De eisen voor nieuwbouw liggen vast in het bouwbesluit. Het handboek inrichting Maasgouw is richtinggevens voor nieuwe ontwikkelingen en herinrichting.

In het buitengebied wordt alleen vuilwater aangesloten op drukriolering. Hemelwater zamelen we in het buitengebied niet in.

De aanvragen betaalt voor de rioolaansluiting.

In geval van (kleinschalige) nieuwbouw, bij bestemmingsplan wijziging, dienen de woningen verplicht op de riolering aan te sluiten. Het vuilwater en hemelwater moet gescheiden worden aangeboden aan de perceelgrens met infiltratie van hemelwater op eigen erf of een gelijkwaardig alternatief. Ook hier zal bij het ontwerp en de aanleg rekening worden gehouden met een duurzame oplossing voor de verwerking van het hemelwater. Nieuwe initiatieven voor duurzame (decentrale) zuivering worden beoordeeld en eventueel toegepast.

De aanleg van voorzieningen bij nieuwbouwlocaties wordt in principe bekostigd uit de grondexploitatie. Deze kosten zijn in het GRP buiten beschouwing gelaten. Beheer van deze voorzieningen is wel meegenomen.

7.2.2Onderzoek

We hebben jaarlijks €30.000,- beschikbaar voor onderzoek.

We voeren een onderzoek uit naar bedreigingen voor open water. Hiermee vergroten we de kennis over botulisme, blauwalg en aanverwante zaken waardoor we beter weten hoe we dit in onze oppervlaktewateren kunnen voorkomen.

7.2.3Maatregelen

Onderhoud en reparatie

We beheren onze objecten door ze periodiek te onderhouden. In onderstaande tabel is per object onze strategie aangegeven.

Object

Reinigen

Inspecteren

Reparaties

Vrijvervalriolen

 

Na 25 jaar 10 jarig inspecteren, bij leeftijd 65 jaar iedere 5 jaar inspecteren

Bij gebreken

Gemalen bouwkundig

1x / jaar

1x / jaar

Bij gebreken

Gemalen mech/el

1x / jaar

1x / jaar

Bij gebreken

Drukriool bouwkundig

1x / jaar

1x / jaar

Bij gebreken

Drukriool mech/el

1x / jaar

1x / jaar

Bij gebreken

Persleidingen

 

Bij melding

Bij gebreken

Kleppen, schuiven en wervelventielen

 

Bij melding

Bij gebreken

Wadi’s

 

Bij melding

Bij gebreken

Infiltratievoorzieningen

 

Meetvoorzieningen nog goed in beeld brengen en in beheer vastleggen

 

Kolken

2x / jaar

2x / jaar

Bij gebreken

Straatvegen (1/3 vegen op GRP)

 
 
 

Renovatie en vervanging

De werkzaamheden die we op korte termijn gaan uitvoeren hebben we in beeld. Voor de lange termijn gaan we uit van strategische vervangingsplanningen, hiervoor hanteren we de volgende technische levensduren:

Object

 

Technische levensduur

Vrijvervalriolen

 

75 jaar

Gemalen

Bouwkundig

60 jaar

Mechanisch/elektrisch

15 jaar

Randvoorzieningen

Bouwkundig

60 jaar

Mechanisch/elektrisch

15 jaar

Drukriool

Bouwkundig

60 jaar

Mechanisch/elektrisch

15 jaar

Persleidingen

 

60 jaar

Van de vrijvervalriolen die aan vervanging toe zijn vervangen we 20% en relinen we 80%.

De werkzaamheden die we gaan uitvoeren en de daaraan verbonden kosten zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Locatie

Maatregel

2022

2023

2024

2025

2026

Vrijverval riolen

 
 
 

Vervangen en verbeter maatregelen

€1.600.000

€1.360.000

€1.620.000

€1.470.000

€267.700

 

Relinen

€249.000

€249.000

€249.000

€249.000

€249.000

Gemalen/BBB’s

 
 

Gemalen

Bouwkundig

 
 
 
 

€8.010

 

Mechanisch/ elektrisch

€36.850

€36.850

€36.850

€36.850

€36.850

Randvoorzieningen

Bouwkundig

 
 
 
 
 
 

Mechanisch/ elektrisch

€25.100

€25.100

€25.100

€25.100

€25.100

Drukriolering

 
 
 

Bouwkundig

 
 
 
 

€5.700

 

Mechanisch/ elektrisch

€29.200

€29.200

€29.200

€29.200

€29.200

Persleiding

 
 
 

-

 
 
 
 
 

Klimaatmaatregelen

 
 
 
 
 
 

Diverse maatregelen

€170.000

€240.000

€140.000

€452.000

€300.000

 
 
 
 
 
 
 

Totaal

 

€2.101.150

€1.940.150

€2.100.150

€2.262.150

€921.560

Verbetering

We hebben een SSW (systeemoverzicht stedelijk water) opgesteld hieruit zijn hydraulische en milieutechnische maatregelen naar voren gekomen. In de uitvoering kiezen we voor het scenario waarbij we in de uitvoering de bovengrond tussen de erfgrenzen vernieuwen. De hydraulische maatregelen voeren we in de periode van 2022-2025 uit. De afkoppelprojecten leggen we vast in een afkoppelprogramma. Op deze manier is het afkoppelen onafhankelijk van de investeringen die puur gericht zijn op de toestand van het riool. De planning hangt van dit programma hangt dan af van de wegenplanning, zodat ook huisaansluitingen mee kunnen worden genomen. De kosten van onderstaande projecten zijn meegenomen in het budget voor vervanging en verbetermaatregelen.

Kern

Straat

Maatregel

Beegden

Heerstraat Noord

Schildmuur met doorlaat plaatsen

Stevensweert

Muncadostraat

Rioolvergroting

Heel

Daalzicht, Rector Driessenstraat, Savelsbergweg

Rioolvergroting / extra hoofdafvoer

Rector Driessenstraat

Stuwput met doorlaat

Sportparklaan

Plaatsen schildmuur

Brachterbeek

Elzenweg

Aanleggen verbindingsriool

De milieutechnische maatregelen moeten voor 2027 zijn uitgevoerd, omdat dan de KRW doelstelling gehaald moet zijn. Na het uitvoeren van de volgende maatregelen, in de periode van 2022-2025, voldoen we hieraan. De kosten van onderstaande projecten zijn meegenomen in het budget voor vervanging en verbetermaatregelen.

Kern

Straat

Maatregel

Heel

Wilhelminaplein

Aanpassen doorlaat

Thorn

Grootheggerlaan

Aanleggen groene KRW buffer

Notenbeemd

Aanleg gesloten berging

Panheel

Sint Anthoniusstraat

Aanleg open berging

Ohe

Burgemeester Minkenberglaan

Verlagen capaciteit gemaal

Stevensweert

Maasdijk

Verlagen capaciteit gemaal

Wessem

Noordelijk van de Paardenbeemd

Aanleg gesloting berging

Paardenbeemd

Aanleg rioool

Nabij BBB Hofstraat

Aanleg gesloten berging

Hofstraat

Verlengen persleiding

Hofstraat

Plaatsen terugslagklep

Steenstraat

Verplaatsen uitmonding OV-leiding

Steenstraat

Hoogwatervoorziening

Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie

We hebben een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld. Alle acties van deze agenda die een relatie hebben met de zorg;ichten worden als kosten meegenomen binnen dit GRP.

Voor een klein deel van deze agenda is aanvullend budget nodig, dit wordt separaat aangevraagd. In onderstaand overzicht staan de acties die we de komende periode gaan uitvoeren in het kader van de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie:

  • Bij reconstructies koppelen we de openbare ruimte af, mits doelmatig. Bij aanpassingen om water een plek te geven hebben we een voorkeur voor het zoeken naar maatregelen in de bovengrondse openbare ruimte. Maatregelen worden doelmatig ondergronds ingepast (op basis van een MKBA);

  • We zetten de afkoppelsubsidie voor gebouweigenaren voort;

  • Scholen en schoolpleinen worden klimaatproof;

  • We zorgen ervoor dat onze inwoners op de hoogte zijn van de werkzaamheden en stimuleren en faciliteren hen om ook aan de slag te gaan. Hiervoor zetten we een communicatieplan op.

7.3 Grondwatermaatregelen

Binnen de gemeente Maasgouw zijn geen grondwateroverlast problemen bekent. Derhalve zijn hier geen maatregelen opgenomen.

7.4 Samenwerking

De volgende onderzoeken en projecten uit het waterketenplan dragen we aan bij. De kosten die zijn opgenomen zijn totale kosten voor uitvoering en worden naar rato verdeeld over deelnemers.

Nr

Omschrijving

operationeel / strategisch

2021

2022

2023-2025

 

Acties uitvoeringsprogramma Waterpanel Noord

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1

gebiedsdifferentiatie waterbergingseis en uitkomsten communiceren in bijvoorbeeld een beslisboom

Strategisch

10.000

 
 

2

Implementatie van de resultaten van de evaluatie van de stimuleringsregeling

operationeel

X

 
 

3

opzetten van kennissessies

Operationeel

X

X

X

4

Visie strategie omgaan met afvalwater buitengebied afwegingskader (ook iba’s), inclusief beslisbomen

strategisch

20.000

 
 

5

Meten, data, rekenen – meer inzicht in werking rioolstelsel en het regionale systeem.

Operationeel

 
 
 
 

deelproject 5a

Operationeel

10.000

 
 
 

deelproject 5b

Operationeel

 

10.000

 
 

deelproject 5c

Operationeel

 
 

10.000

 

deelproject 5d

Operationeel

 
 

10.000

6

afspraken lozingsroutes regenwater / beslisboom afkoppelen

Strategisch

40.000

 
 

7

droogte: waterbalansonderzoek, waar gebeurt wat - kennis ontwikkelen voor aanpak droogte

Strategisch

 

25.000

25.000

8

optimalisatiestudie waterketen / watersysteem. Hoe ver zijn we met de KRW 2027?

operationeel

 

75.000

165.000

9

Branchestandaard gemeentelijke watertaken uitvoeren

Strategisch

 

40.000

 

10

afspraken lozingsroutes huishoudelijk of bedrijfsafvalwater

Strategisch

 
 

40.000

11

afspraken lozingsroutes bronneringswater

Strategisch

 
 

10.000

12

Opstellen decentrale lozingsregels omgevingsplan - Implementatie handreiking klimaattoets en bouwstenen omgevingsvisies en -plannen.

Operationeel

 
 

40.000

13

Benaderen bedrijven buitengebied i.v.m. lozingen en grote waterverbruikers i.v.m. droogte t.b.v. waterkwaliteit en kwantiteit.

Operationeel

 
 

10.000

14

Gezamenlijke strategie beekdal brede benadering

Strategisch

 
 

10.000

15

stresstest light 2025 + nieuwe risicodialogen

Operationeel

 
 

150.000

16

Opstellen nieuw Waterketenplan

Strategisch

 
 

100.000

8 Organisatie en financiën

8.1 Personele capaciteit

Om het geplande werk uit te voeren is voldoende gekwalificeerd personeel nodig. Met behulp van de Kennisbank Stedelijk Water is een globale inschatting gemaakt van de benodigde personele capaciteit voor de komende jaren. Op basis van landelijke kengetallen is berekend hoeveel medewerkers nodig zijn.

8.1.1Benodigde bezetting

Voor de invulling van de dagelijkse rioleringszorg is tussen de 3,7 en 11,3 fte nodig, afhankelijk van de mate van uitbesteding.

In deze benodigde fte’s is nog geen rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, ingetraal werken, participatie, extra communicatie.

8.1.2Huidige bezetting

Momenteel is er binnen de gemeente Maasgouw 3,8 fte werkzaam voor water en riolering. De huidige personele capaciteit is voldoende bij maximaal uitbesteden. Het aandachtspunt hierbij is dat er in de berekening van de benodigde capaciteit voor het onderdeel planvorming, onderzoek en facilitair geen rekening is gehouden met de verbreding van het vakgebied. Extra werkzaamheden door klimaatadaptatie, integraal werken, participatie en extra communicatie zijn niet meegenomen.

8.2 Kosten en kostendekking

Voor de werkzaamheden benoemd in dit plan zijn financiële middelen nodig. Voor de komende 75 jaar hebben we op basis van de actuele situatie, ervaringen uit het verleden, landelijk en regionale kengetallen, het regionale waterketenplan en dit GRP de totale kosten geschat.

De uitgangspunten van de kostendekkingberekening staan in bijlage 1.

8.2.1Totale uitgaven

In onderstaande tabel staan de uitgaven die verwacht worden tijdens de planperiode (2022-2026) en voor de lange termijn. Er is uitgegaan van 75 jaar, omdat zo alle te verwachten uitgaven in beeld zijn gebracht.

Voor de komende 75 jaar is het volgende beeld in de uitgaven voorzien.

De pieken in de grafiek worden veroorzaakt door de op basis van levensduur geplande vervanging persleidingen en vrijvervalleidingen.

De investeringen voor de komende planperiode zijn opgebouwd uit maatregelen aan gemalen, drukriolering en vrijvervalriolering en klimaatmaatregelen (zie ook 7.2.3). De verhouding van de investeringsbedragen is als volgt.

We schrijven de investeringen langjarig af. De kosten de komende planperiode zijn als volgt opgebouwd.

8.2.2Kostendekking

De uitgaven worden gedekt door de inkomsten uit de rioolheffing. De rioolheffing is in Maasgouw is opgebouwd uit een vast eigenarendeel en een gestaffeld gebruikersdeel gebaseerd op de hoeveelheid m3 water vanaf het perceel afgevoerd.

heffingsgrondslag

 

heffing

Eigenarendeel

 

€112,79

 
 
 

Gebruikersdeel

 
 
 

1-400 m3

€125,32

 

401-4800 m3

€190,44 per eenheid van 400 m3

 

4801-10.000 m3

€166,32 per eenheid van 400 m3

 

10.000-20.000 m3

€143,04 per eenheid van 400 m3

 

Boven 20.000 m3

€118,92 per eenheid van 400 m3

Een gemiddeld huishouden betaalt in 2021 een bedrag van € 238,11.

Voorziening

We maken gebruik van een voorziening riolering. Per 1-1-2022 wordt de stand van deze voorzieningen geraamd op € 4.843.000. Via de rioolheffing geïnd geld is bestemd voor water- en rioleringstaken en blijft daarom in een voorziening.

Heffingseenheden

Er is gerekend met 12.015 heffingseenheden. We verwachten de komende jaren groei, omdat er woningen en bedrijven worden bijgebouwd en deze de komende jaren worden opgeleverd. We verwachten de volgende groei in eenheden:

Jaar

Uitbreiding eenheden

2022

90

2023

275

2024

165

2025

40

2026

40

2027

45

2028

40

Benodigde rioolheffing

Op de lange termijn (75 jaar) dient de rioolheffing kostendekkend te zijn. Dit betekent dat de totale inkomsten + huidige voorziening gelijk zijn aan de totale kosten. Een kostendekkende rioolheffing kan op verschillende manieren worden bereikt, daarom schetsen we 3 scenario’s.

Scenario 1: gelijk kostendekkend tarief op de lange termijn (groene lijn)

We kunnen in één keer toe naar een gelijkblijvend kostendekkend tarief op de lange termijn. Dit langjarig kostendekkende tarief ligt op €310,- (zie doorgetrokken groene lijn in grafiek). Dit tarief moet elk jaar voor inflatie worden gecorrigeerd. Wanneer we dit scenario volgen zal de voorziening (groene stippellijn) eerst stijgen, waarna deze rond 2040 afneemt en omstreeks 2060 wordt de voorziening omstreeks negatief (doordat in de voorgaande periode de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten) en blijft zo gedurende tot 2096 (einde van de beschouwde periode). Dit is niet toegestaan volgens de boekhoudregels in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten). We hebben daarom andere scenario’s berekend die wel mogelijk zijn om in te voeren.

Scenario 2: stijging 5% tot kostendekkend tarief (gele lijn)

In het vorige GRP is gekozen om de rioolheffing met 5% te laten stijgen. Wanneer we dit doorvoeren bereiken we in 2026 het langjarig kostendekkende tarief van €312,- (zie doorgetrokken gele lijn in grafiek). De voorziening stijgt tot omstreeks 2040 en daalt daarna tot deze rond 2055 leeg is. Vanaf 2055 stappen we over op het kostendekkende tarief per jaar, waarin de jaarlijkse inkomsten gelijk zijn aan de jaarlijkse kosten. De heffing stijgt naar €340,- in 2066 waarna deze geleidelijk afneemt en rond de €300,- blijft tot het einde van de beschouwde periode. Vanaf 2070 is de voorziening leeg.

Scenario 3: stijging met 3% tot kostendekkend tarief jaar op jaar (paarse lijn)

De rioolheffing stijgt met 3% per jaar tot 2030. In 2030 is de voorziening leeg en volgen we het kostendekkende tarief per jaar, waarin de jaarlijkse inkomsten gelijk zijn aan de jaarlijkse kosten (zie doorgetrokken paarse lijn in de grafiek). De heffing stijgt geleidelijk door tot maximaal €340,- in 2066 waarna deze weer daalt en tot het einde van de beschouwde periode rond de €300,- blijft.

In dit scenario (3) zetten we de systematiek gekozen in GRP 2017-2021 door. We laten de rioolheffing geleidelijk stijgen tot de voorziening leeg is en stappen dan over op het jaarlijks kostendekkende tarief.

Vergelijking scenario 3 met scenario GRP 2017-2021

In het GRP 2017-2021 is gekozen om de rioolheffing jaarlijst met 5% te laten stijgen tot de voorziening leeg is, en daarna (vanaf 2026) het jaarlijks kostendekkende tarief te volgen. De berekening is destijds uitgevoerd op prijspeil 2015 en de uitkomst is de zien in de blauwe stippellijn in onderstaande grafiek. Wanneer we deze bedragen corrigeren voor inflatie door deze om te rekenen naar prijspeil 2021, ontstaat de doorgetrokken blauwe lijn.

Het werkelijke verloop van de heffing is weergegeven als de rode stippellijn in de grafiek. De heffing is in 2016 t/m 2018 verhoogd met 5% waarna deze van 2019 t/m 2021 gelijk is gebleven. De rioolheffing is de afgelopen periode niet gecorrigeerd voor inflatie. Wanneer we de werkelijke heffing op corrigeren voor inflatie door deze om te rekenen naar prijspeil 2021, ontstaat de doorgetrokken rode lijn.

We plaatsen scenario 3 (stijging met 3% tot kostendekkend tarief jaar op jaar), waarin we dezelfde systematiek volgen als in het GRP 2017-2021, in de grafiek. De donkerrode doorgetrokken lijn laat zien dat de rioolheffing t.o.v. het vorige GRP minder hoeft te stijgen om kostendekkend te blijven. Dit komt omdat een aantal besparingen zijn doorgevoerd:

  • Lagere exploitatielasten;

  • Langere economische afschrijvingstermijnen;

  • Lagere kapitaallasten van in het verleden gedane investeringen.

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel treed in werking op 1 januari 2022.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 - 2026 van de gemeente Maasgouw.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Maasgouw in de vergadering van 5 oktober 2021.

Bijlage 1 Uitgangspunten kostendekkingsberekening

Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing:

  • 1.

    Berekeningsmethode

    Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. Het streven is dat de rioolheffing over de beschouwde periode 100 procent kostendekkend blijft.

  • 2.

    Planningshorizon

    Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 75 jaar: 2022 t/m 2096. Binnen een periode van 75 jaar zijn alle objecten minimaal éénmaal vervangen.

  • 3.

    Inflatie

    Er gerekend met 1,5% inflatie in de kostendekkingberekening.

  • 4.

    Rentevoet

    Er is een rente van 3% op de kapitaallasten gehanteerd. Over de tegoeden in de tariefegalisatievoorziening wordt geen rente berekend.

  • 5.

    Prijspeil

    Alle in het GRP genoemde uitgaven zijn op prijspeil 1 januari 2021, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief btw. De rioolheffingsberekening is inclusief de compensabele btw.

  • 6.

    Eenheidsprijzen

    Voor de berekening van de investeringskosten van de rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de eenheidsprijzen uit de Kennisbank Stedelijk Water.

  • 7.

    Staartkosten

    Voor de staartkosten zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%.

  • 8.

    Indexering rioolheffing

    Het in het GRP berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld.

  • 9.

    Afschrijvingsmethode

    Investeringen worden lineair afgeschreven, zoals dit voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van onze gemeente wordt gehanteerd.

  • 10.

    Afschrijvingstermijnen

    Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens.

    De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd, maar niet op de hoogte van het kostendekkend tarief berekend met de contante waarde methode (zie 1).

    De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur.

    De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B3.1.

    Tabel B3.1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar)

    Object

    Afschrijvingstermijn

    Technisch

    Economisch

    Vrijvervalriolen

    75

    70

    Bergbezinkvoorzieningen

    60

    60

    gemalen – bouwkundig

    60

    60

    gemalen – mechanisch / elektrisch

    15

    15

    Pers- en drukleidingen

    60

    60

    drukriolering – bouwkundig

    60

    60

    drukriolering – mechanisch / elektrisch

    15

    15

    Klimaatmaatregelen

    60

    60

  • 11.

    Tariefegalisatievoorziening/reserve

    In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een tariefegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in het rioolrecht te voorkomen (art. 44, lid 2).

  • 12.

    Rioolheffing en btw

    De geraamde btw op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het tarief is inclusief de compensabele btw over de exploitatie en de kapitaallasten verrekend per jaar.

  • 13.

    Nieuwe investeringen voor nieuwbouw

    Nieuwe investeringen voor nieuwbouw worden niet verrekend via de rioolheffing maar via de grondexploitatie.

  • 14.

    Straatvegen

    De kosten van straatvegen wordt voor 1/3 toegerekend aan de rioleringszorg.

Bijlage 2 Kostendekkingsberekening