Gladheid beleidsplan 2022-2026

Geldend van 15-07-2022 t/m heden

Intitulé

Gladheid beleidsplan 2022-2026

Het college van de gemeente Maasgouw;

gelezen het voorstel van 12 april 2022;

mede gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en voorts gelet op de Wegenwet, de Arbeidstijdenwetgeving en de Arbeidsomstandighedenwet;

b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel:

Gladheid beleidsplan 2022-2026 van de gemeente Maasgouw

1 Inleiding

De gemeente Maasgouw is beheerder van een groot deel van de openbare wegen in de gemeente.

De gemeente heeft een zorgplicht, vastgelegd in de Wegenwet, om haar wegen in een goede en veilige staat te laten verkeren.

Gladheidsbestrijding valt onder deze zorgplicht. In juridische zin is het belangrijk om te weten dat het hierbij gaat om een zogenaamde inspanningsverplichting en niet om een resultaatsverplichting.

Om optimaal in te kunnen spelen op deze zorgplicht wordt de gladheidsbestrijding uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld en vastgesteld gladheidsbestrijdingsplan.

Voor een gedegen aanpak van de gladheidsbestrijding is een beleidsplan onontbeerlijk.

Sneeuwval kan de veiligheid, doorstroming en bereikbaarheid ernstig hinderen.

Daarom worden er steeds hogere eisen gesteld aan de gladheidbestrijding.

Het beleidsplan gladheidbestrijding bestaat uit twee delen:

  • Het beleidsplan

  • Het uitvoeringsplan

Het beleidsplan is gebaseerd op de “Leidraad gladheidbestrijdingsplan” van het CROW-NVRD.

Het beleidsplan geeft het beleid inzake gladheidbestrijding weer voor de periode november 2022 tot eind maart 2026. De beleidskeuzes zijn hierin vastgelegd.

Het uitvoeringsplan beschrijft hoe en wanneer er actie wordt ondernomen om gladheid te bestrijden. Het uitvoeringsplan is een draaiboek voor de uitvoering van de gladheidbestrijding.

Om de uitvoering van de gladheidbestrijding goed en effectief te kunnen uitvoeren is het voor de burgers en voor degenen die de gladheidbestrijding uitvoeren van belang dat er eenduidige en duidelijke afspraken worden vastgesteld.

In het beleidsplan gladheidbestrijding zijn de uitgangspunten voor de bestrijding opgenomen en is de wijze waarop de gemeente de gladheidbestrijding uitvoert vastgelegd.

Het beleidsplan wordt elke 4 jaar geëvalueerd en bijgesteld.

Op basis van het beleidsplan is het uitvoeringsplan gladheidbestrijding opgesteld. In het uitvoeringsplan staan onder andere de diverse strooiroutes beschreven en is een overzichtskaart van de strooiroutes als bijlage toegevoegd.

De gemeente zal bij de bestrijding van gladheid serieus omgaan met de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft en de gladheidbestrijding zo goed als mogelijk uitvoeren. Bij de beoordeling van de uitvoering van de gladheidbestrijding moet worden bedacht dat het met betrekking tot de zorgplicht die de gemeente heeft, gaat om een inspanningsverplichting en niet om een resultaatverplichting. De gemeente moet passende maatregelen nemen om gladheid te voorkomen en te bestrijden, maar van de gemeente kan niet worden verwacht dat wordt gegarandeerd dat er nergens in de gemeente gladheid ontstaat of bestaat. Het plan geeft inzicht in het beleid, de opzet en de organisatie van de gladheidbestrijding. Tevens wordt aandacht geschonken aan de informatievoorziening naar de bewoners en de gladheid meldingsprocedure toe. Gladheid veroorzaakt door bijvoorbeeld modder, olie, slib etc. valt niet binnen de reikwijdte van het beleidsplan.

Om de gladheidbestrijding zo goed mogelijk uit te voeren zal de gemeente:

  • De bewoners jaarlijks, vóór de mogelijke sneeuw- en vorstperiode, informeren via het huis en huisblad en gemeentelijke webpagina over de gemeentelijke gladheidbestrijding;

  • Snel en doeltreffend optreden, zodra bepaalde gevaarlijke situaties bij de gemeente

  • bekend zijn;

  • Kwalitatief goed en voldoende materieel en vakbekwaam personeel inzetten;

  • Gebruik maken van een doeltreffende gladheid-meldingssystematiek;

  • Een goede administratie bijhouden van tijden en gereden routes en andere relevante zaken de gladheidbestrijding betreffende.

  • Jaarlijks het uitvoeringsplan voor de gladheidbestrijding evalueren en bijstellen. Dit plan vaststellen en tijdig publiceren.

2 Juridische verantwoording

2.1 Zorgplicht

In de artikelen 16 e.v. van de Wegenwet is uitdrukkelijk geregeld, dat bij de wegbeheerder de zorg rust dat wegen in een goede en veilige staat moeten verkeren.

Hiertoe behoort ook het bestrijden van gladheid op wegen. Van belang is dat het hierbij gaat om een inspanningsverplichting van de wegbeheerder en niet om een resultaatsverplichting.

2.2 Aansprakelijkheid

Op grond van artikel 6:174 van het BW bestaat er een risicoaansprakelijkheid voor de wegbeheerder ten aanzien van wegen die niet voldoen aan de eisen die men mag stellen en die daardoor gevaar opleveren voor personen en / of zaken. Deze risicoaansprakelijkheid betekent dat de rechter een wegbeheerder doorgaans aansprakelijk zal achten, ongeacht of de schade toebrengende gebeurtenis de schuld van de wegbeheerder is.

In eerste instantie legt dit artikel dus een zware verantwoordelijkheid bij de wegbeheerder.

Toch bestaan er mogelijkheden om zich, in geval van schade ten gevolge van wintergladheid van wegen, tegen aansprakelijkstellingen volgens art. 6:174 van het BW te weren.

Gesteld kan worden dat ijsafzetting of bevriezing niet de (blijvende) structuur van het wegdek zelf betreft en dus niet kan leiden tot gebrekkigheid van de weg / het wegdek zelf. In de eerste jurisprudentie over dit onderwerp wordt deze stelling bevestigd.

Aan een weg die ten gevolge van nachtvorst, ijzel e.d. glad is geworden, kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan zo’n weg gedurende de zomer. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat hij bij winterse omstandigheden met een grote mate van oplettendheid en voorzichtigheid aan het wegverkeer deelneemt dan wel dat hij zich bij extreme omstandigheden (zware ijzel) niet op de weg begeeft. In dit soort omstandigheden kan een wegbeheerder dan ook niet zonder meer aansprakelijk worden geacht voor schade.

Concluderend kan worden gesteld dat de wegbeheerder als gevolg van artikel 6:174 BW niet aansprakelijk is voor gladheidschade indien hij kan aantonen:

  • Dat de gladheid niet mede het gevolg is van minder goede eigenschappen van het wegdek zelf.

  • Dat de gladheid zo plotseling is opgetreden dat hij in redelijkheid niet meer tot strooimaatregelen in staat is geweest.

  • Dat er in de media naar behoren voor de risico’s is gewaarschuwd.

In artikel 6:172 BW wordt sproken over het plegen van onderhoud aan de wegen. Op basis hiervan kan de gemeente aansprakelijk gesteld worden voor schending van de zorgplicht.

Wil men een claim als gevolg van artikel 6:172 BW weerleggen, dan moet worden aangetoond:

  • Dat er tijdig en naar vermogen gestrooid is.

  • Dat er, gezien de omstandigheden, op tijd en adequaat gewaarschuwd is.

Naar de mening van de verzekeraars zijn wegbeheerders niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van gladheid wanneer zij kunnen aantonen dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan. Die zorgplicht gaat niet zover, dat de veiligheid van de weg te allen tijde gegarandeerd moet zijn.

Om aan de gemeentelijke zorgplicht/inspanningsverplichting op structurele wijze te voldoen, is het zaak dat de gemeente:

  • inwoners jaarlijks informeert over het gemeentelijke gladheidbestrijdingsbeleid vóór de mogelijke sneeuw- en vorstperiode

  • snel en doeltreffend handelt zodra bepaalde gevaarlijke situaties bij de gemeente bekend zijn

  • gebruik maakt van goed en voldoende materieel en vakbekwame gladheidbestrijders gebruikt maakt van hulpmiddelen zoals een weerbureau en een gladheidmeldsysteem.

3 Arbo-aspecten

Gladheidsbestrijding vindt vrijwel altijd plaats onder moeilijke omstandigheden voor het uitvoerende personeel: koude omstandigheden, vaak in nachtelijke uren, op soms nog gladde wegen en met agressieve dooimiddelen.

Door diverse innovaties (preventief strooien, gebruik van meteo-applicaties en webapplicaties) en als gevolg van zware winters in de afgelopen jaren is de gladheidsbestrijding specialistischer en belastender geworden. Dit kan, met name in combinatie met de ‘gewone, dagelijkse’ werkzaamheden, leiden tot knelpunten met de Arbeidstijdenwet en de veiligheid voor de medewerkers.

De wettelijke voorschriften rond arbeids- en rusttijden zijn in Nederland neergelegd in de Arbeidstijdenwetgeving, de kaders voor de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn bepaald in de Arbo-wet.

3.1 Arbeidstijdenwetgeving

Deze Arbeidstijdenwetgeving bestaat uit twee onderdelen:

  • 1.

    de Arbeidstijdenwet (ATW);

  • 2.

    het Arbeidstijdenbesluit (ATB).

De (publieke of private) organisaties die gladheidsbestrijding uitvoeren zijn gehouden aan de voorschriften uit de ATW. In de praktijk voeren deze organisaties de gladheidsbestrijding uit door middel van consignatiediensten, die naast de reguliere dagdiensten worden uitgevoerd.

De consignatiedienst is een dienst tussen twee normale diensten waarbij de werknemer verplicht bereikbaar moet zijn en zijn bedongen arbeid moet komen verrichten

Volgens de ATW gelden de volgende bepalingen:

  • in geval van consignatie geldt de tijd waarin een medewerker opgeroepen kan worden niet als arbeidstijd;

  • een werknemer mag niet langer dan 13 uur per 24 uur werken, inclusief de uren die voortkomen uit oproepen;

  • per 4 weken mag een medewerker maximaal 14 dagen oproepbaar zijn;

  • per 4 weken moet een werknemer minimaal tweemaal 2 aaneengesloten dagen niet werken en ook niet oproepbaar zijn.

Het Arbeidstijdenbesluit Vervoer (ATB-V) bevat aanvullingen en uitzonderingen op de ATW voor vervoerders en bestuurders. De bestuurders van strooiwagens vallen niet onder de ATB-V omdat de werkzaamheden (de gladheid bestrijden met behulp van zoutstrooiwagens) niet van toepassing is op voertuigen die gebruikt worden bij de sneeuw- en gladheidsbestrijding. Deze worden beschouwd als voertuigen die gebruikt worden in noodsituaties. Voor dit vervoer gelden uitsluitend de regels van de Arbeidstijdenwet. De tachograaf is daarom niet verplicht. Ook is een chauffeursdiploma naast het 'groot' rijbewijs niet nodig voor strooiwagens met een massa van meer de 7.500 kg.

3.2 Arbo-wet

De veiligheidsaspecten bij gladheidsbestrijding hebben betrekking op het materieel en op de uitvoering. Voor de start van het strooiseizoen wordt met alle betrokkenen de procedure doorlopen. De belangrijkste zaken die doorlopen worden zijn:

  • instellen/controleren van de doseerinstellingen;

  • het bedienen van en het werken met het gladheidsbestrijdingsmaterieel;

  • het rijden van de routes;

  • het omgaan met dooimiddelen;

  • onveilige situaties tijdens het strooien.

4 Effect van Gladheidbestrijding op het Milieu

De voor de verkeersveiligheid noodzakelijke gladheidbestrijding brengt voor het milieu neveneffecten met zich mee. Een deel van het gebruikte dooimiddel komt terecht in de directe omgeving van de wegen, waarop het is gestrooid. Daar kunnen zich waardevolle beplantingen, groenvoorzieningen en andere interessante bermvegetaties bevinden. Uiteindelijk bereikt het dooimiddel ook de bodem en het grondwater; afspoelend water voert het dooimiddel immers van het wegdek af, via de bermen naar sloten en rioleringen. De eerste in aanmerking komende maatregel om zoutschade te voorkomen of te beperken is uiteraard minder zout in het milieu brengen. Dit kan op een aantal manieren worden ingevuld, op beleidsniveau en in de praktijk.

  • Een belangrijke stap in de goede richting in dit verband is het natzout strooien, waarmee preventief wordt gestrooid. De natzoutstrooiers zorgen ervoor dat niet alleen nauwkeuriger wordt gestrooid, maar tevens dat minder zout benodigd is.

  • Door bewust om te gaan met het aantal strooiacties, komt ook minder zout in het milieu. Vanuit het oogpunt van veiligheid en service naar de bewoners is de druk aanwezig om meer te strooien. Dit heeft gevolgen voor de financiën, maar ook voor het milieu. De afweging bij het strooien dient te zijn in hoeverre de extra veiligheid en service, door meer te strooien dan de huidige basis, zwaarder weegt dan de toegenomen kosten en milieuschade.

  • Bij elke strooiactie moet er op worden gelet dat zo min mogelijk zout in het milieu wordt gebracht. Een belangrijke verantwoordelijkheid daarvoor berust bij de gladheidbestrijders zelf.

    Zij dienen ervoor te zorgen dat met de juiste afstelling van de machines de juiste hoeveelheden strooizout worden opgebracht. Hiervoor zijn instructies aanwezig.

De tweede maatregel om zoutschade aan de beplanting te kunnen beperken is de toepassing van plantsoorten die van nature beter strooi- en spatzout kunnen verdragen.

5 Prioriteiten gladheidbestrijding

Bij het bepalen van de te strooien routes houdt de gemeente rekening met verkeersaspecten (veiligheid en bereikbaarheid), milieuaspecten en spelen kostenoverwegingen een rol. Te veel strooien is slecht voor het milieu en kostbaar en bij te weinig strooien voldoet de gemeente niet aan haar gemeentelijke zorgplicht om te zorgen voor veilige en bereikbare wegen.

De gemeente Maasgouw hanteert de volgende uitgangspunten bij de gladheidbestrijding:

  • we strooien preventief d.w.z. een aantal uren voordat de gladheid wordt verwacht

  • bewoners binnen de bebouwde kom kunnen binnen een redelijke afstand van hun woning (ca. 400 meter) een gestrooide weg bereiken

  • buiten de bebouwde kom worden wegen met een redelijke verkeersintensiteit gestrooid

  • wegen waarbij voorzieningen zijn aangebracht om regenwater te in de bodem te infiltreren worden zoveel mogelijk ontzien.

Het wegennet binnen de gemeente Maasgouw vertoont een grote verscheidenheid. Gemotoriseerd verkeer maakt gebruik van hoofdwegen tot en met woonerven; voetgangers en fietsers van trottoirs en fietspaden. Deze verschillende weggebruikers stellen allen hun specifieke en soms tegenstrijdige eisen als het om gladheidbestrijding gaat. Als er onderscheid wordt gemaakt naar doorgaand verkeer en plaatselijk verkeer, zal de eerste categorie de nadruk leggen op het vrijmaken van de hoofd verbindingsroutes en is de andere categorie meer geïnteresseerd in woonstraten en secundaire verbindingen. Dit gegeven maakt het de wegbeheerder onmogelijk om het geheel van wegen, straten en paden bij naderende gladheid in één keer te behandelen. Het zal altijd noodzakelijk zijn om belangen af te wegen en op grond daarvan prioriteiten te

stellen.

Daarnaast stellen ondermeer de ligging, de constructie en het gebruik van de verschillende wegtypen bijzondere eisen aan materieel, werkmethoden en strooimiddelen. Soms is het voor strooiwagens ook niet mogelijk om bijvoorbeeld in geval van ijzel, smallere woonstraten, woonerven en pleintjes te bereiken.

Voor de bepaling van prioriteiten moet verder rekening gehouden worden met:

  • diensten of openbare voorzieningen in de gemeente die met zo min mogelijke hinder bereikbaar moeten zijn ( winkelcentra, artsenpraktijken, politie, brandweer, bejaardenhuizen, scholen).

  • aansluiting op rijkswegen, provinciale wegen en op wegen van buurgemeenten.

  • gevoelige locaties (bruggen, viaducten, trappen en bepaalde wegdektypen).

5.1 Doelgroepen

Voor de gladheidbestrijding worden drie doelgroepen onderscheiden:

  • Openbaar vervoer

  • De busroutes moeten door de gemeente zoveel mogelijk worden schoongehouden. Voor gebruikers van het openbaar vervoer moet het redelijkerwijs mogelijk zijn het openbaar vervoer te bereiken.

  • Autoverkeer

  • Gladheidbestrijding vindt in eerste instantie plaats op de gebiedsontsluitende wegen (de zogenaamde hoofd verbindingsroutes). Voor de burgers moet rekening worden gehouden met een maximale afstand van 400 meter om zo’n strooiroute te bereiken.

  • Fietsers, bromfietsers en schoolroutes

  • De doorgaande fietspaden worden gelijktijdig met de hoofdrijbanen gestrooid en schoongehouden, opdat met name de scholieren in de spits veilig hun bestemming kunnen bereiken.

6 Strooimethodiek

De gladheid wordt in Nederland bestreden door te strooien met een dooimiddel (wegenzout, NaCl) en/of neerslag (sneeuw) te verwijderen met sneeuwploegen en/of borstels. Wintergladheid kan op twee verschillende manieren worden bestreden, te weten preventief of curatief.

6.1 Preventief en curatief strooien

In de gemeente Maasgouw wordt de gladheidbestrijding uitgevoerd met de preventieve natstrooimethode. Preventief strooien is voor de gemeente Maasgouw het uitgangspunt, omdat hiermee kan worden voorkomen dat gladheid ontstaat. Daarbij is ook minder strooizout nodig.

Curatief strooien, dus wanneer de gladheid al bestaat, wordt beperkt. Alleen bij sneeuwval en ijzel zal dit plaatsvinden.

Het strooien van wegenzout is een breed geaccepteerde methode om wintergladheid te bestrijden. In de jaren tachtig deed het zogenaamde natzout strooien in Nederland haar intrede. Tegenwoordig wordt de natzout methode door Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten op grote schaal toegepast.

Bij de preventieve natstrooimethode wordt door de gemeente naast zout ook een oplosmiddel gebruikt. De gemeente Maasgouw maakt gebruik van natriumchloride vanwege de lagere milieubelasting; dit in vergelijking met alternatieve middelen.

Wanneer tijdens een strooiactie zout wordt gestrooid op de weg, is het de bedoeling dat het zout zo gelijkmatig mogelijk over de verharding wordt verspreid. Door de snelheid van de strooiauto en door de wind kan het zout verwaaien en bijvoorbeeld in de berm terecht komen. Bij het strooien van natzout zal dit verwaaien minder voorkomen dan bij strooien van droogzout. De reden hiervoor is dat het bevochtigde zout klontjes vormt die zwaarder zijn dan de droge korrels. Natzout is hierdoor minder gevoelig voor rijsnelheid en wind dan droogzout.

Een en ander leidt tot de volgende effecten:

  • Het zoutverbruik is lager omdat het strooiproces efficiënter is. Naast het feit dat bij natzout minder verwaaiing plaats vindt dan bij droogzout, kleeft natzout meer aan de weg dan droogzout. Hierdoor vindt ook na het strooien minder verwaaiing plaats door wind of rijdend verkeer.

  • Doordat er met een hogere rijsnelheid kan worden gestrooid, kan een grotere weglengte gestrooid worden binnen dezelfde tijd. Dit is van belang omdat Maasgouw preventief strooit en de routes dus afgerond moeten zijn voordat de verwachte gladheid optreedt.

  • Doordat er minder verwaaiing van het zout plaatsvindt naar de bermen wordt het milieu minder belast.

  • Doordat het zout al (deels) in oplossing is zal de werking van het dooimiddel sneller zijn.

6.2 Te strooien hoeveelheden wegenzout

De gemeente strooit de hoofdrijbaan routes en de fietsroutes volgens de “natzout”-methode.

Bij strooiacties zijn de aanbevolen hoeveelheden wegenzout als volgt:

  • Bij een preventieve actie, voor het bevriezen van natte asfaltwegen: een hoeveelheid natzout van 7 gram per m2 strooien.

  • Bij een preventieve actie, voor sneeuwval of ijzel: een hoeveelheid natzout van 15 -20 gram per m2 strooien.

  • Bij een curatieve actie, bij sneeuwval of ijzel: 20 gram per m2 droogzout strooien. Bij aanhoudende sneeuwval of ijzel dit ( 20 gram per m2) blijven herhalen, zo nodig in combinatie met het verwijderen (ploegen) van sneeuw.

7 Organisatie

7.1 Uitgangspunten voor de uitvoering

Voor het bepalen van de strooiroutes worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Binnen 30 minuten na alarmering wordt uitgerukt;

  • De maximale tijdsduur van een strooiactie mag, onder normale omstandigheden, niet meer zijn dan 2,5 uur;

  • Strooizout moet worden ingereden door het verkeer voor een goede werking.

  • Als het mogelijk is worden de nachtelijke uren zoveel mogelijk ontzien. Dit betekent dat er tussen 1.00 uur en 5.00 beperkt gestrooid wordt.

  • Op een doorgaande route mag de weggebruiker niet van een gestrooid wegvak op een niet gestrooid wegvak komen.

  • De strooi- of ploegauto mag alleen in uitzonderlijke gevallen achteruit of tegen het verkeer in rijden.

  • De berijdbaarheid van de weg bepaalt de werksnelheid van de voertuigen en dus de duur van de strooiactie.

  • De hoeveelheden strooizout waarmee gestrooid wordt zijn afhankelijk van de weerssituatie, maar liggen tussen de 7 en 20 gram/m2.

  • Bij zoutschaarse zullen de routes worden aangepast dan wel ingekort. Uitgangspunt is hierbij dat elke kern door minimaal een verbindingsweg voldoende bereikbaar is.

Voor het sneeuwploegen gelden daarnaast de volgende uitgangspunten:

  • Bij het ploegen mag de weggeploegde sneeuw niet op een naastgelegen rijbaan terechtkomen;

  • Bij elke ploegbeurt moet 12 – 20 gram zout per m2 worden gestrooid om te voorkomen dat de resterende of nieuwe sneeuw vast gaat zitten aan het wegdek

  • Om ook bij hevige sneeuwval de rijbaan berijdbaar te kunnen houden mogen ploegroutes worden aangepast.

  • Bij hevig sneeuwval zullen eerst alleen de belangrijkste hoofdroutes worden geploegd en gestrooid. Uitgangspunt is hierbij dat elke kern door minimaal een verbindingsweg voldoende bereikbaar blijft. Pas als deze wegen redelijk berijdbaar zijn wordt de route uitgebreid.

Met het ruimen dient in ieder geval op een zodanig tijdstip te worden begonnen dat tussen 07.00 uur en 22.00 uur een redelijke verkeersafwikkeling mogelijk is.

Fietspaden dienen gelijk met de wegen optimaal geruimd te worden om te voorkomen dat de fietsers op de weg gaan fietsen. In het weekend als er geen school- en of woon-werk fietsverkeer is hebben de fietspaden een lagere prioriteit.

7.2 Signalering

De signalering om al dan niet tot actie en dus strooien over te gaan wordt gebaseerd op de volgende vier onderdelen:

  • 1.

    De gegevens door het gemeentelijk gladheid-meldsysteem;

  • 2.

    De weersvoorspelling (DTN)) specifiek voor de gemeente Maasgouw.

  • 3.

    De actuele weerssituatie buiten, ter plaatse;

  • 4.

    Melding gladheid door meldkamer van politie.

Op basis van deze gegevens zal de coördinator gladheidbestrijding een besluit nemen om over te gaan tot actie.

Gladheidmeldstysteem Heerbaan Thorn

De gegevens door het gemeentelijk gladheid-meldsysteem;

Het gladheid-meldsysteem, met sensoren in het wegdek dat is geplaatst in een representatief koud gedeelte van het wegennet (Heerbaan Thorn) geeft de actuele informatie over de toestand van het wegdek. De gladheidcoördinator gebruikt deze lokale wegdekinformatie voor het bewaken van de toestand van alle wegen in de gemeente en om tijdig te alarmeren bij verwachte gladheid.

Grafiek wegdek,- lucht,- en dauwpunttemperaturen

Grafiek geleidingen wegdeksensoren

De weersvoorspelling specifiek voor de gemeente Maasgouw

Via weerbureau DTN wordt de gemeente met internetapplicatie en een app op de hoogte gehouden van de actuele weersinformatie. De weersinformatie op RoadMaster is zowel op kantoor als thuis direct toegankelijk voor de coördinator gladheidbestrijding. Door middel van een beveiligde gebruikersnaam en wachtwoord wordt ingelogd op de internetsite.

De dienstverlening bestaat uit:

  • Gladheidverwachting voor de komende 36 uur voor de gemeente Maasgouw bestaande uit tekst, tabel en grafieken;

  • Weersverwachting in stappen van 3 uur voor de komende 5 dagen in tabel en grafieken;

  • Weersverwachting per dag voor de komende 8 dagen in tekst, tabel en grafieken;

  • Weersverwachting in grafieken over de lange termijn

  • Actuele film met neerslagbeelden en bewolking.

  • Film met verwachte neerslagbeelden, per 5 minuten voor de komende twee uur.

  • Actuele film met satellietbeelden.

  • Diversen weerkaarten voor Nederland en omringende landen.

  • Dagelijks voor 14:00 uur toezending van de gladheidverwachting via e-mail naar de gladheidcoördinator.

  • Alarmering door de meteoroloog voordat er ijzel of sneeuw in het gemeentelijke beheersgebied valt;

  • Het te allen tijde kunnen raadplegen van de specialist in de weerkamer;

  • Neerslagbeelden met uitgebreide inzoom mogelijkheid (landkaart bevat o.a. gemeentegrenzen, stedelijke gebieden en hoofdwegen).

De actuele weerssituatie buiten

Als naar aanleiding van de weersvoorspelling blijkt dat er gestrooid moet worden zal de coördinator gladheidbestrijding ter verificatie de situatie buiten beoordelen.

Melding gladheid door de politie

Als de politie Limburg-Noord gladheid constateert geven zij dat via de meldkamer van de politie door aan de coördinator gladheidbestrijding. De politie geeft geen regionaal alarm.

8 Communicatie

Voor zowel betrokkenen binnen de organisatie als weggebruiker is het van belang dat informatie over de gladheidbestrijding tijdig en efficiënt wordt overgebracht.

8.1 Interne communicatie

Intern dient het communicatietraject ten behoeve van de gladheid bestrijding op heldere wijze zijn vastgelegd. Iedereen moet weten, wat in geval van gladheid van hem wordt verwacht. Hiervoor dient onder andere het uitvoeringsplan. De gladheidcoördinator fungeert hierbij als spin in het web. Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering en onderhoudt de contacten met zowel het weerbureau, andere wegbeheerders als met de eigen medewerkers gladheidbestrijding.

8.2 Externe communicatie

Burgers en bedrijven binnen het beheersgebied dienen te worden geïnformeerd over de wijze waarop de gladheid wordt besteden.

De informatie die minimaal verstrekt moeten worden betreft:

  • de strooiroute;

  • algemene informatie die van belang zijn voor de burger;

  • de mogelijkheid om vragen te stellen of klachten in te dienen.

De middelen die voor deze informatieoverdracht worden aangewend zijn:

  • internet;

  • het huis en huisblad;

  • Facebook.

Na het jaarlijks vaststellen van het uitvoeringsplan gladheidbestrijding wordt in november het uitvoeringsplan gepubliceerd en ter inzage gelegd. De publicatie gaat gepaard met een artikel op de gemeentelijke website. Met de publicatie worden de burgers op de hoogte gebracht van wat zij in geval van gladheid te verwachten hebben van de gemeente en wat de maatschappelijke verantwoordelijkheid is die de burgers zelf dragen. Een ieder is in de gelegenheid naar aanleiding van het uitvoeringsplan zienswijzen in te dienen.

Algemene informatie over de gladheidbestrijding wordt opgenomen op de gemeentelijke website. Daarnaast zullen gedurende de winterperiode op de website regelmatig publicaties worden geplaatst over de gladheidbestrijding. Tevens zal tijdens de werkdagen het werkveld Callcenter worden ingelicht over de gladheidbestrijdingsactie.

Afstemming met andere wegbeheerders

Het actieplan wordt ruim voor het nieuwe strooiseizoen afgestemd met omliggende wegbeheerders.

Dit is noodzakelijk uit oogpunt van verkeersveiligheid. Zo moet worden voorkomen dat strooiroutes voor doorgaande wegen bij de gemeentegrens stoppen. Hetzelfde geldt voor wegen die door de gemeente lopen en door andere wegbeheerders worden gestrooid.

9 Meldingen en meldingenregistratie

Voor meldingen van burgers is de gebruikelijke meldingsprocedure van de gemeente van toepassing. Dat betekent dat meldingen betreffende gladheidbestrijding worden geregistreerd via de meld- en klachtenlijn van de gemeente. In uitzonderlijke gevallen worden meldingen direct doorgegeven aan de coördinator gladheidbestrijding.

Buiten kantoortijden is de consignatiedienst bereikbaar voor meldingen. De meldingen worden zo nodig in de evaluatie besproken.

10 Evaluatie

Het uitvoeringsplan, dat als een draaiboek kan worden beschouwd, dient ieder jaar na evaluatie van het afgelopen strooiseizoen, te worden geactualiseerd en vooruitlopend op het nieuwe strooiseizoen opnieuw door het college of bij mandaat door de verantwoordelijke portefeuillehouder, te worden vastgesteld. De evaluatie vindt plaats aan de hand van eigen ervaringen gedurende het strooiseizoen, uitkomsten van overleg met andere wegbeheerders, door burgers ingediende zienswijzen en meldingen, enz.

10.1 Jaarschema

• april

Evaluatie van de uitvoering van de gladheidbestrijding.

• mei - oktober

Beoordeling van de technische staat van het materieel en keuringen

Onderhoud, revisie en vervanging materieel

Opleidingen personeel

• augustus-oktober

Aanvulling zoutvoorraad en dooimiddel

• september

Opstellen consignatierooster

• oktober

Actualisering actieplan en strooiroutes

Telefoonlijsten en formulieren contoleren en zonodig aanpassen

Overleg met buurgemeenten, provincie en politie

Wintergereed maken en testen materieel en systemen

Bijeenkomst personeel voor bespreking en instructies

Informatie aan inwoners van de gemeente

• november - april

Consignatie winterdienst volgens rooster

Tussentijdse publicaties

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel treed in werking op 12 april 2022.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Gladheid beleidsplan 2022-2026 van de gemeente Maasgouw

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Maasgouw in de vergadering van 12 april 2022.