Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR679566
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR679566/1
Beeldkwaliteitplan buitengebied Soest
Geldend van 23-09-2004 t/m heden
Intitulé
Beeldkwaliteitplan buitengebied Soest
Kaart Plangebied
1 Inleiding
Aanleiding en Doelstelling
Op rijksniveau is per 1 januari 2003 de nieuwe Woningwet in werking getreden. In de wet is vastgelegd welke bouwwerken bouwvergunningvrij zijn, een lichte bouwvergunningsprocedure doorlopen of waarvoor een reguliere bouwvergunning moet worden aangevraagd. Deze wet leidt tot de noodzaak om een gemeentelijk welstandsbeleid te formuleren voor 1 juli 2004.
Het buitengebied is 1 van de 18 deelgebieden uit de welstandsnota 2004. Vijftien van de beschreven deelgebieden zijn rechtstreeks in de welstandsnota verwerkt. Voor 3 deelgebieden zijn c.q. worden beeldkwaliteitplannen uitgewerkt omdat ze vanuit welstand gezien bijzondere aandacht verdienen. Het gaat hierbij om de gebieden waar extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk wordt geacht en de gemeente ook aanvullende beleidsinstrumenten inzet. Het welstandstoezicht in deze bijzondere welstandsgebieden is gericht op het voorkomen van aantasting van de ruimtelijke karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of ge wenste kwaliteit. In nieuw te ontwikkelen gebieden is het welstandstoezicht gericht op het realiseren van de stedenbouwkundige kwaliteitsdoelstellingen. Omdat het beeldkwaliteitplan een instrument voor de welstandscommissie is bij het toetsen van bouwplannen zijn er gebiedsgerichte criteria opgesteld.
Het benoemen van de beeldkwaliteiten draagt bij aan de bewustwording van waardevolle kenmerken en kwaliteiten van het buitengebied.
Het plan levert praktisch hanteerbare richtlijnen op hoe deze beeldkwaliteiten in stand gehouden en verbeterd kunnen worden bij veranderingen in het landschap.
Beeldkwaliteit zegt iets over de oorspronkelijkheid van het landschap en over de wijze waarop veranderingen in het landschap plaats kunnen vinden. Het geeft aan welke kwaliteiten bepalend zijn voor de identiteit van een gebiedsdeel, verhaalt over bouwstijlen en lokale gebruiken van bijvoorbeeld kleur, maatvoering en materiaalgebruik. De beeldkwaliteit vormt als het ware het geheugen van het landschap .
Toetsingskader vooraf
Een beeldkwaliteitplan geeft vooraf een inzichtelijk kader voor veranderingen in het buitengebied. Hierbij gaat het zowel om de bebouwing zelf als de relatie tussen de bebouwing en haar omgeving en de bijbehorende ‘erfinrichting’. Door deze eisen in een beeldkwaliteitplan vast te leggen ontstaat er bij particulieren vooraf inzicht in de gewenste ruimtelijke kaders bij veranderingen. Binnen deze randvoorwaarden is er ruimte voor individuele verschillen.
Plangebied
Het plangebied bestaat uit het buitengebied van de gemeente Soest. De bebouwde kommen van Soest en Soesterberg zijn uitgesloten van het plan, hiervoor is reeds een beeldkwaliteitskaart opgesteld. Gezien de onzekerheid over de toekomstige invulling van het terrein wordt vliegveld Soesterberg buiten het plangebied gehouden. Ook de legerbasis aan de oostzijde van Soesterberg is buiten beschouwing gebleven, evenals de woonkern Soestduinen.
Voor de indeling en typering van de landschapstypen is aansluiting gezocht bij het bestaande landschapsbeleidsplan uit 1995.
Relatie met gemeentelijk beleid
Beeldkwaliteit staat niet op zich. De richtlijnen zoals opgenomen in een beeldkwaliteitplan dienen in relatie met andere gemeentelijke beleidsplannen te worden bezien. Functieveranderingen en bouwaanvragen in het buitengebied zullen in de toekomst getoetst worden aan het bestemmingsplan buitengebied en de welstandsnota.
Bestemmingsplan
Het bestemmingsplan regelt de functie en het gebruik van de gronden en de situering en maatvoering van de daar op te richten bouwwerken. Deze bouwwerken kunnen gebouwen zijn, maar ook hekwerken, lichtmasten, bruggen en duikers.
Beeldkwaliteits- en bestemmingsplan moeten zorgvuldig op elkaar afgestemd zijn. Het beeldkwaliteitplan beweegt zich binnen de kaders die het bestemmingsplan biedt. Zo heeft het geen zin om in een beeldkwaliteitplan te pleiten voor ranke vormen als het bestemmingsplan robuuste massa’s toelaat.
Welstandsnota
Dit beeldkwaliteitplan zal vooraf criteria aangeven waaraan bouwwerken, waarvoor een vergunning wordt aangevraagd moeten voldoen. Op grond van deze criteria toetst de welstandcommissie of het bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand zoals bedoeld in de Woningwet. Ook de welstandsnota beweegt zich binnen de kaders van het bestemmingsplan. Als het bestemmingsplan een bouwhoogte van 10 meter toestaat, kan de commissie geen negatief oordeel geven als zij vindt dat de gegeven maat te hoog zou zijn. Het beeldkwaliteitplan buitengebied zal het toetsingskader zijn van plannen gelegen in dit gebied.
In de welstandsnota en het beeldkwaliteitplan zijn per deelgebied welstandscriteria aangegeven.
Wanneer voldaan wordt aan de omschreven criteria mag een aanvrager er vanuit gaan dat bouwplannen voldoen aan de gestelde eisen van welstand.
De welstandsnota gaat uit van 3 toetsingsniveau’s, te weten:
Het hoge kwaliteitsniveau 1
Dit wordt door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg gehanteerd voor Rijksmonumenten en objecten gelegen binnen het rijksbeschermde stads- en dorpsgezicht.
Niveau’s in beeldkwaliteit
Landschap Stedenbouwkundige structuur Erf en bebouwing
Het bijzondere kwaliteitsniveau 2
Het bijzondere welstandstoezicht is gericht op het voorkomen van aantasting van de ruimtelijke karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Voor nagenoeg het gehele beeldkwaliteitplan "Buitengebied" geldt het bijzondere kwaliteitsniveau 2. In nieuw te ontwikkelen gebieden is het welstandstoezicht gericht op het realiseren van de stedenbouwkundige kwaliteitsdoelstellingen.
Het gewone, reguliere kwaliteitsniveau 3
Voor de militaire terreinen geldt het kwaliteitsniveau 3, het reguliere toezicht. Voor die gebieden waarvoor regulier welstandstoezicht wordt uitgeoefend geldt dat afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen kunnen worden gerealiseerd. De gemeente stelt in deze gebieden geen bijzondere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandstoezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van de gebieden.
Voor een uitgebreidere omschrijving van het welstandsregiem (welstandsniveau) wordt verwezen naar de welstandsnota.
Monumentenbeleid
In het buitengebied liggen diverse gebouwen, die de status hebben van een rijks- of gemeentelijk monument. Wijzigingen aan deze monumenten worden getoetst aan het betreffende monumentenbeleid. Vanuit het beeldkwaliteitplan kunnen aanvullend criteria gelden voor het erf, de beplanting en de relatie met het landschap.
Verordeningen
Elke gemeente kent een stelsel van verordeningen die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. De bouwverordening, kapverordening en de reclameverordening zijn hiervan voorbeelden. Ze hebben een zelfstandige werking en zijn complementair aan ander instrumentarium. Zo regelt een bouwverordening wat een bestemmingsR uimtelijk ontwerp
Een ruimtelijk ontwerp wordt opgesteld bij herinrichting van de openbare ruimte. Een ruimtelijk ontwerp kan betrekking hebben op verschillende schaalniveaus. Voor onder meer deze herinrichtingsplannen kan het beeldkwaliteitplan uitgangspunten bevatten.
Beeldkwaliteitplan
Het beeldkwaliteitplan zal ingaan op de bestaande en gewenste kwaliteit van de bebouwing, het erf en de omgeving. Richtlijnen voor beeldkwaliteit worden gegeven op diverse niveau’s en ten aanzien van diverse aspecten;
- X
algemene kenmerken plangebied
- X
landschappelijke kwaliteiten per deelgebied,
- X
de stedenbouwkundige structuur van een weg met aanliggende bebouwing,
- X
de erfindeling en kavelinrichting per perceel,
- X
de vormgeving en kenmerken van de bebouwing,
- X
de detaillering van de bebouwing en inrichtingselementen zoals kleur en materiaalgebruik,
- X
de vormgeving en kenmerken van de beplanting.
- X
De gebiedsgerichte criteria voor bebouwing zullen in de welstandsnota worden overgenomen en eventueel verder worden uitgewerkt.
Integrale planvorming
Hoewel de genoemde planinstrumenten elk hun eigen werking hebben, komen ze het best uit de verf als ze onderling op elkaar afgestemd zijn. In die zin zijn ze te beschouwen als een kralensnoer dat als geheel fraai is, maar zo sterk als de zwakste schakel. Het is dus van belang het beleid permanent te toetsen op onderlinge consistentie.
Tegenstrijdige uitspraken in de verschillende plannen dienen met kracht bestreden te worden omdat ze het gemeentelijke beleid ondermijnen.
Opbouw rapport
Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding en doelstelling van het beeldkwaliteitplan weer en de relatie met ander ruimtelijk beleid. Hoofdstuk 2 geeft in beknopte vorm inzicht in de historische ontwikkeling van het buitengebied van Soest. Hoofdstuk 3 legt de relatie naar de onderscheiden landschapstypen en de hierin voorkomende bebouwing. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens de visie op de beeldkwaliteit. In hoofd-
stuk 5 richt de visie zich in algemene zin op de bebouwing, Hoofdstuk 6 gaat in algemene zin in op de erfinrichting en beplanting. In de navolgende hoofdstukken worden per deelgebied de beeldkwaliteiten toegelicht en wordt de visie uitgewerkt in hanteerbare criteria. Het betreft de deelgebieden:
- X
Eemdalgebied
- X
De Birkt
- X
Praamgrachtzone
- X
Soesterveen
- X
Landgoed Pijnenburg
- X
Duin-, heide- en boslandschap
- X
Amersfoortsestraat
- X
Militaire terreinen.
Bodemkaart
Historische kaart rond 1900
2 Historische ontwikkeling landschap
Inleiding
Zowel in het bestemmingsplan buitengebied van 1994 en het landschapsbeleidsplan van 1995 zijn de ontstaansgeschiedenis van het plangebied en de historische ontwikkeling van Soest beschreven. In het beeldkwaliteitplan is daarom volstaan met een samenvattend overzicht, waardoor inzicht ontstaat in de geschiedenis van het landschap, de daarin voorkomende structuren en gebouwen en de daaraan gerelateerde beeldkwaliteit.
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied vindt haar oorsprong in zowel het Pleistoceen, een tijd met afwisselend ijstijden en warmere periodes, als in het Holoceen, welke de laatste 10.000 jaar beslaat. In het Pleistoceen zijn in de diverse ijstijden de stuwwallen gevormd. De stuwwal van Soest is in ØØn van de oudere ijstijden ontstaan, de grote stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug is in de voorlaatste ijstijd gevormd. In de navolgende warmere periode werd door het afsmelten van landijs aan de noordzijde van de heuvelrug de Eemvallei gevormd en de glooiende smeltwaterafzetting aan de zuidwestzijde van de heuvelrug. In de laatste ijstijd ontstonden de glooiende helling van de Soestereng naar het Soesterveen, erosiegeulen
die nog in het reliºf herkenbaar zijn en de dekzandruggen. In het Holoceen vond vervolgens veenvorming plaats in de lagere delen, werd zeeklei afgezet in de Eemvallei en werden stuifzanden gevormd in het dekzandgebied.
Het grote aantal gradiºnten van de Utrechtse Heuvelrug naar de Eemvallei en de geïsoleerde ligging van de stuwwal van Soest geven het plangebied een bijzondere gevarieerde geomorfologische uitgangspositie. Bijgaande bodemkaart laat de bodemtypen zien, die als gevolg van de ondergrond en het grondgebruik zijn grondgebruik zijn ontstaan. In de Eemvallei bestaan de bodemtypen uit veen-, eerd- en zeekleigronden. Op de Utrechtse Heuvelrug bestaan deze uit dikke eerdgronden, humuspodzolgronden, duinvaaggronden, moerige eerdgronden en ook enkele veengronden. Als gevolg van de geomorfologie variºren de hoogtes van circa 0m + NAP langs de Eem tot circa 53m + NAP op de Vlasakkers.
Ontwikkeling landschap
Grafheuvels ten oosten van Soestduinen tonen aan dat de hogere gronden al in de prehistorie bewoond werden. De oudste beschrijvingen van Soest dateren van 1012. In de Middeleeuwen ontwikkelde Soest zich tot een kransesdorp. Rondom de hoge Eng lag een lint van boerderijen, welke gebruik maakten van de potstal. De Eng was gemeenschappelijk bezit. Een verdeling vond plaats via de “Marke”. De bouwlanden op de Eng werden bemest met mest van schapen, welke zich ophoopte in de potstal. De schapen graasden overdag op de heidevelden. Het moerasgebied van de Eemvallei werd ontgonnen tot weide en hooiland voor het trekvee. Hierbij ontstond de kenmerkende slagenverkaveling. In het Soesterveen werd turf gewonnen voor de brandstofvoorziening. De Praamgracht werd gegraven voor de ontwatering van het Soesterveen en de afvoer van turf. Op de Eng ontstonden turfwegen, hooiwegen en holle wegen. Ook ontstonden er enkele buurtschappen; het Hart, de Bunt, Soestdijk, de Birkt en Soesterberg.
Vanaf het eind van de 18 e eeuw werden er buitenplaatsen en landgoederen gesticht op de Utrechtse Heuvelrug, zoals de waardevolle buitenplaats de Paltz, uit circa 1860. In de 19e eeuw werden de rijksstraatweg van Naarden naar Amersfoort en de spoorlijnen aangelegd .
Veranderingen 20e eeuw
Na de uitvinding van de kunstmest in de 19e eeuw verloren de heidevelden hun betekenis in het potstalsysteem en werden de heidevelden voor het merendeel bebost. In de 20e eeuw werden veel terreinen op de heuvelrug in gebruik genomen als militair oefenterrein, - opslagplaats, - basis of vliegveld. Deze terreinen werden hierdoor ontoegankelijk voor publiek. Soest begon na 1920 sterk te groeien. Na WOII werd ov er de Eng gebouwd en kreeg Soest een ringvormige structuur. De Amersfoortsestraat vormde de ontginningsas voor het heidegebied en binnen een sterke blokvormige verkaveling kwam herbebossing en bebouwing tot stand. Het dorp Soesterberg is na de WOII sterk gegroeid evenals de omliggende militaire functies.
Cultuurhistorie en beeldkwaliteit
De occupatiegeschiedenis uit zich ruimtelijk in diverse landschappelijke en stedenbouwkundige structuren en patronen, welke een sterke relatie hebben met de beleving en beeldkwaliteit van een gebied. Historische bebouwing en historische groenelementen dragen in relatie tot hun gaafheid en onderlinge samenhang bij aan de herkenbaarheid en beeldkwaliteit van een plek.
Visueel ruimtelijke structuur
3 Landschapstypering en bestaand beleid
Functionele structuur
In het huidige landschap van de gemeente Soest is een duidelijke tweedeling te onderscheiden;
Ten eerste het ØØnduidig in gebruik zijnde, relatief rustige agrarische gebied in het Eemdal.
Ten tweede het heuvelachtige en meervoudig, soms intensief in gebruik zijnde bosgebied ten zuiden van Soest.
In het Eemdal is de hoofdfunctie agrarisch en vooral gericht op weidebouw. De bebouwing bestaat uit boerderijen. Veel voormalige boerderijen zijn in gebruik als burgerwoningen. Naar het zuiden toe, in de Birkt wordt het grondgebruik meervoudig en is een afwisseling te zien van akkers, weilanden en recreatie. De Birkstraat vormt de centrale as voor bebouwing met diverse functies. Het westelijk gelegen Pijnenburg kent de afwisseling in grondgebruik van weilanden en bossen, welke kenmerkend is voor een landgoed. Bebouwing concentreert zich hier voornamelijk aan de noordzijde in het gehucht Pijnenburg.
Het noordelijk deel van het bosgebied kent veel recreatief gebruik in de vorm van diverse kleinschalige activiteiten. Ook liggen in het noordelijk deel de meeste fiets- en ruiterpaden. Bebouwing concentreert zich in de woonkern Soestduinen en langs de Soesterbergseweg. Plaatselijk liggen verblijfsrecreatieterreinen. In het zuidelijk deel van het bosgebied liggen terreinen met een militaire functie. Ze zijn groot van schaal, hebben veel verspreide bebouwing en zijn beperkt (Vlasakkers en Stompert) of niet opengesteld (Soesterberg).
De verbindingen bestaan uit drie spoorlijnen en verkeerswegen. Naast de snelweg de A28 zijn de Birkstraat, de Biltseweg, de Soesterbergsestraat en de Amersfoortsestraat de hoofdroutes. Ze hebben een breed profiel en vrijliggende fiets- en voetpaden. De andere wegen hebben meer een verblijfskarakter en dienen ter ontsluiting van de aanliggende gebieden. De meeste wegen zijn bedoeld voor gemengd gebruik. In de bosgebieden komen veel (onverharde) voet-, fiets- en ruiterpaden voor. De spoorlijnen en de A28 vormen visuele en functionele barriŁres in het landschap, maar fungeren ook als oriºntatielijnen. Water is in de gemeente weinig aanwezig. De Eem vormt de noordelijke gemeentegrens, maar is slechts op enkele plekken bereikbaar
en van dichtbij zichtbaar. Het systeem Praamgracht / Pijnenburgergrift / Wieksloot verbindt het westelijk deel van Soest met de Eem, maar verschuilt zich voor een groot deel in de bossen.
Visueel ruimtelijke structuur
Ook in de visueel ruimtelijke structuur is het ruimtelijke contrast tussen een laag gelegen open vallei en een hoger gelegen verdichte heuvelrug belangrijk en waardevol, evenals de overgangen tussen beiden.
De Eemvallei ligt min of meer ingeklemd tussen de bebouwing van Soest, Baarn en Amersfoort, waardoor zij met haar openheid een sterk contrast vormt met de stedelijke randen. In het Eemgebied is de slagenverkaveling karakteristiek, welke zich uit in
het slotenpatroon. In ruimtelijk opzicht wordt de ruimte ten zuiden van de spoorlijn onderverdeeld in
compartimenten door de verhoogde spoordijk en diverse beplantingselementen. De bebouwing ligt ten noorden van de spoorlijn als eilanden in het open landschap. Ten zuiden van de spoorlijn ligt ze veelal als een open lintbebouwing op enige afstand van de weg.
De Birkt en de noordzijde van Pijnenburg vormen half open coulissenlandschappen, waar de ruimte wordt gesegmenteerd door beplanting met daartussen langgerekte weilanden (en akkers). De Birkt kent een slagenverkaveling. Pijnenburg kent een gerende slagen- en blokverkaveling. Ook hier is sprake van gebouwenconcentraties, langs de Birkstraat en in het gehucht Pijnenburg. In de Praamgrachtzone liggen de landgoederen aan de Biltseweg. De dichte lintbebouwing langs de Stadhouderslaan vormt een opvallende reeks villa’s langs de oude route van Soest naar Baarn. Het Soesterveen heeft zich ontwikkeld als dorpsrandzone. De oorspronkelijke lintbebouwing aan de Wieksloterweg is sterk verdicht, de achtererven zijn veelal bebouwd en van de gebiedseigen openheid is weinig meer over.
Het bosgebied vormt onderdeel van de langgerekte Utrechtse Heuvelrug. Het bosgebied heeft een dicht karakter en een onregelmatige verkaveling. In het bos ligt een reeks van grote open plekken zoals de Lange Duinen, Korte Duinen en de Vlasakkers en kleinere open plekken zoals de Zoom en de Paltz. Bebouwing is schaars aanwezig in diverse stijlen en gekoppeld aan de hoofdroute of verblijfsrecreatie met het bos als decor. In het zuiden is de blokverkaveling langs de Amersfoortsestraat bijzonder. Er is een landgoedkarakter ontstaan door de afwisseling van diverse soorten bebouwing, omgeven door een groene omlijsting van royale tuinen en bossen. De invulling van de oorspronkelijke blokken varieert daarbij sterk.
Ecologische structuur
Ook de ecologische structuur kent een tweedeling in droge en natte biotopen, waarbij tevens de gradiºnten tussen beiden waardevol zijn. Het Eemgebied is nat en voedselrijk. Natuurwaarden bestaan hier uit de weidevogels en kwelgebonden vegetaties. De Eem zelf is een belangrijke ecologische verbindingszone. De spoordijk en Praamgrachtzone vormen belangrijke biotopen voor amfibieºn en reptielen. In de Birkt zijn de beplantingselementen ecologisch waardevol en de gradiºntsituatie op zich. In de Praamgrachtzone stroomt relatief schoon kwelwater vanuit Pijnenburg en het Soesterveen naar het Eemgebied.
Open, agrarische Eemvallei Solitaire agrarische bebouwing
Gradiºntzone – coulissenlandschap Woonbebouwing in klassieke stijl
Multifunctioneel bosgebied Recreatieve bebouwing
De bossen zijn droog en voedselarm. Het meeste bos bestaat uit naaldbos met daarbinnen zes natuurkernen; de Zoom, Lange Duinen, Korte Duinen op de stuifduinen, de Stompert en de Vlasakkers op de stuwwal en bosgebied Pijnenburg in de dekzandzone. Binnen de natuurkernen wordt ontwikkeling van heischrale levensgemeenschappen nagestreefd.
Bestaand beleid
Structuurvisie Soest, 1992
In de structuurvisie zijn voor de omgeving van de bebouwde kom van Soest vier sferen aangegeven, die richtinggevend zijn bij zowel stedelijke als landschappelijke ontwikkelingen. Deze sferen zijn;
- X
een open poldersfeer in het Eemdalgebied,
- X
een kleinschalige veensfeer aan de westzijde; een halfopen gebied met dorpsrandactiviteiten,
- X
een afwisselende landgoedsfeer aan de noordzijde in Pijnenburg en in het Praamgrachtgebied,
- X
een besloten bossfeer aan de zuid- en zuidwestzijde van Soest.
Op het kaartbeeld van de Structuurvisie Soest 2010 zijn nieuwe woongebieden, te realiseren tussen 1995 en 2010 te zien, waarmee in de toekomst rekening dient te worden gehouden. Deze liggen zowel in de landgoedsfeer van de Praamgrachtzone als in de veensfeer van het Soesterveen.
Landschapsbeleidsplan Soest, 1992
Doelstellingen van het landschapsbeleid zijn in het landschapsbeleidsplan als volgt geformuleerd.
- X
behoud en ontwikkeling van landschappelijke kwaliteiten en diversiteit,
- X
de structuur en herkenbaarheid van het landschap geldt als basis voor verdere ontwikkeling,
- X
behoud van actuele natuurwaarden,
- X
natuurontwikkeling heeft prioriteit in het ecologisch kansrijke gebied tussen Soest en Amersfoort, zodat een gradiº ntrijke zone ontstaat vanaf de Eem tot diep in het bosgebied.
- X
Accent op kerngebieden van de ecologische infrastructuur .
Afhankelijk van de mate van herkenbaarheid van een deelgebied wordt een meer of minder ingrijpende verandering voorgesteld.
In het Soesterveen en aan weerszijden van de Stadhouderslaan wordt door herschikking van functies een nieuwe ordening voorgesteld. De Praamgracht met aansluitend het Soesterveen en Pijnenburg worden als een ruimtelijke eenheid vormgegeven. De open groene ruimtes dienen behouden en
ingericht te worden. Randactiviteiten van het stedelijk gebied dienen te worden geconcentreerd.
In Middelwijk (de oostelijke dorpsrand van Soest) en de Birkt vindt verandering van het landschapsbeeld plaats op basis van het oude landschapspatroon . Aan de noord- en oostzijde dient er een heldere begrenzing van het stedelijke gebied te zijn.
In de overige gebieden is het landschapsbeeld sterk, zodat gestreefd wordt naar consolidatie van dit beeld met inpassing van nieuwe functies.
Harde stedelijke rand Soesterveen vraagt om landschappelijke inpassing
Zachte stedelijke rand vormt een geleidelijke overgang naar het buiten gebied
Functieveranderingen richting wonen vragen om nieuwe richtlijnen
Schaalvergroting in de landbouw vraagt om landschappelijke inpassing
Botsing van moderne en historische inrichtingselementen
Bedrijvigheid langs de Amersfoortsestraat mist het omringende groene kader
4 Visie beeldkwaliteit
Waardering buitengebied
Het landschap van de gemeente Soest heeft overwegend een sterke en hoge beeldkwaliteit. In het grootste deel van het buitengebied is in de beeldkwaliteit van het landschap en de daarin gelegen bebouwing nog een sterke relatie aanwezig met de ondergrond en de ontstaansgeschiedenis. Daarbij is de afwisseling en relatieve gaafheid van de verschillende deelgebieden bijzonder. Het Eemdalgebied is nog zeer open en heeft overwegend een agrarische functie. Het bosgebied is daarentegen besloten en heeft een belangrijke functie voor de natuur en de recreatie. Het bosgebied is op zichzelf afwisselend door de verschillende open plekken in het bos met elk een eigen karakter (heide, stuifzanden en beperkte bebouwing). Ook de overgangen tussen het open en het dichte landschap in de Birkt en de noordzijde van landgoed Pijnenburg vormen waardevolle half open landschappen.
De bebouwing sluit in haar ligging en typen nog sterk aan bij het oorspronkelijke gebruik van de gebieden. Vele fraaie traditionele en enkele moderne boerderijen overheersen in het agrarische gebied. Woonbebouwing en recreatieve bebouwing komen in bescheiden omvang voor in het bosgebied.
In het Soesterveen heeft de verstedelijking het laatste decennium een hoge vlucht genomen, waardoor de karakteristieken van dit veengebied voor een deel verloren zijn gegaan. De Praamgrachtzone heeft de fraaie beeldkwaliteiten van een landgoederenzone, maar dreigt door ontwikkelingen aan de noordrand van Soest te worden gecomprimeerd tot doorgangscorridor.
Ontwikkelingen
Dorpsranden Soest
Het stedelijk gebied van Soest heeft zich in de afgelopen 50 jaar sterk uitgebreid. De ruimtelijke inpassing van de stedelijke randen in de diverse landschapstypen vraagt om heldere uitgangspunten. Zo wordt een scherpe overgang van dichte woonbebouwing naar het Soesterveen als erg ‘hard’ ervaren. Een situatie, waarbij achterkanten van woningen worden afgewisseld met beplanting, zoals aan de oostkant van Soest wordt als een ‘zachte’ rand ervaren. Zicht op grootschalige bedrijven of een rommelig beeld door diverse stadsrandactiviteiten (manege, tuincentrum, volkstuinen, parkeren, hekwerken) worden in het algemeen als negatief ervaren.
Verstedelijking Amersfoortsestraat
In het zuidelijk deel van de gemeente heeft Soesterberg zich sterk uitgebreid, evenals de bebouwing langs de Amersfoortsestraat en de Richelleweg richting A28. De verstedelijking langs de Amersfoortsestraat dreigt het landschappelijke kader en de lokale schaal en maat verhoudingen te overstemmen.
Functieveranderingen buitengebied
In het agrarische gebied neemt het aantal agrarische bedrijven af en speelt de functieverandering van bestaande boerderijen naar woonhuizen of andere functies. Hierbij is er behoefte aan nieuwe richtlijnen voor de beeldkwaliteit van de bebouwing en het erf in relatie tot he t landschap. Op de agrarische bedrijven die wel in functie blijven of nieuw worden gebouwd neemt de schaal en maat van de bebouwing en het erf toe. Hierdoor ontstaat er behoefte aan een goede inpassing in het landschap.
Ook nemen niet-agrarische bedrijven in het buitengebied toe, waarbij richtlijnen voor een samenhangende beeldkwaliteit noodzakelijk zijn.
Nieuwe landgoederen
Gezien de ontwikkelingen ten aanzien van functieverandering in het buitengebied zijn in dit beeldkwaliteitplan de mogelijkheden voor nieuwe landgoederen onderzocht. Nieuwe landgoederen kunnen een bijdrage leveren aan landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied in ruil voor nieuwe bebouwing. Met nieuwe landgoederen kan ook de landschapsstructuur en de toegankelijkheid van een bepaald gebied worden versterkt.
Samenhang bossen
In de bosgebieden op de Utrechtse Heuvelrug is een proces van versnippering gaande door de infrastructuur, de (afgesloten) militaire terreinen, de recreatieterreinen en particuliere terreinen met daarop bebouwing. Het bos vormt het omvattende decor en een waardevol natuurgebied voor de diverse activiteiten. Er dient voor gewaakt te worden de omringende samenhang van het bos te verliezen. Wellicht doen zich op termijn ook kansen voor om (militaire of anderszins) in gebruik zijnde terreinen terug te geven aan de natuur.
Doelstellingen beeldkwaliteit
Vanuit de analyse van het gebied, het bestaande beleid en de geconstateerde ontwikkelingen zijn voor het gebied de volgende doelstellingen geformuleerd:
Uitgangspunt hierbij is het handhaven en versterken van karakteristieke historische kwaliteiten van bebouwing en landschapselementen. |
In de volgende hoofdstukken zijn per deelgebied de karakteristieke beeldkwaliteiten en de ontwikkelingen hierin toegelicht en wordt een visie gegeven op deze beeldkwaliteit, welke afsluit met de bijbehorende toetsingscriteria.
Functieverandering boerderij en schapenstal vragen om zorgvuldige detailleringen
Traditionele boerderij; ensemble van bebouwing en beplanting in samenhangende stijl
Bijgebouwen bij traditionele boerderij; materiaal-en kleurgebruik in samenhang met de boerderij
5 Algemene visie bebouwing
Traditionele boerderijen in het agrarische gebied
De traditionele boerderijen bestaan uit een verzameling van op een erf gegroepeerde gebouwen van verschillende grootte en vorm. In die verzameling is de boerderij, die oorspronkelijk zowel dienst doet als woonhuis als deel zonder meer als het voornaamste gebouw te herkennen door zijn oriºntatie op de weg, de gebruikte materialen (bakstenen gevels en met pannen of riet gedekte daken, zonder dakkapellen en -ramen), gevelopeningen die veelal verticaal geplaatst zijn en de toepassing van versieringen als geveltekens ed. Soms onderscheidt het woongedeelte zich van de andere gebouwen door gepleisterde en in lichte kleuren geschilderde gevels.
Bijgebouwen zoals schuren op het erf zijn duidelijk ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Ze zijn kleiner, de goot- en nokhoogten zijn lager, de gevels zijn meer gesloten en de gebruikte materialen zijn naast baksteen ook hout. Ze liggen vaak minder prominent op de kavel dan het hoofdgebouw. Alle bebouwing op de erven bestaat uit ØØn laag met een kap.
Functieverandering boerderij
Een groot aantal agrarische bedrijven heeft haar agrarische functie verloren en is getransformeerd tot woning. Ze hebben dezelfde kenmerken als de boerderijen. De bijgebouwen zijn echter in gebruik als berging, hobbyruimte of als bedrijfsruimte.
Visie en toetsingscriteria boerderijen De traditionele boerderijen zijn beeldbepalend in het buitengebied en dienen te worden behouden. De visie is gericht op het handhaven en versterken van de beschreven kwalificaties.
|
Visie en toetsingscriteria functieverandering De beeldvisie is gericht op het handhaven en versterken van de oorspronkelijke samenhang en ordening in de gebouwen en in het erf met een landelijk karakter.
|
Moderne bedrijfsgebouwen hebben grot ere afmetingen en vragen om geleding en landschappelijke inpassing
Moderne boerderijen
Moderne boerderijen bestaan uit een modern woonhuis met diverse losse bedrijfsgebouwen. De bedrijfsgebouwen zijn soms groter of even groot als de woonbebouwing. Enkele moderne boerderijen zijn in het kader van de ruilverkaveling opgericht. Ze liggen ten noorden van het spoor in de Eemvallei solitair in het open landschap. Naar verwachting worden er geen boerderijen meer bijgebouwd.
Visie en toetsingscriteria nieuwe boerderijen Nieuwe boerderijen vormen opvallende elementen in het open landschap. Zij dienen daarom aan enkele voorwaarden te voldoen.
|
Materiaalgebruik en hoofdvorm van de nieuwe woonboerderij sluiten aan bij landelijk gebied, wederzijdse dakkapellen erg opvallend, mist enige landschappelijke erfbeplanting
Voorbeelden van eigentijdse oplossingen voor licht inval, bijgebouwen, detailleringen, etc. Bron ; Bouwen aan boerderijen
Nieuwe woning in agrarisch gebied
Een trend bij de bouw van nieuwe woningen in het buitengebied is dat het type boerderij nagebootst wordt, zonder dat er sprake is van de ensemblewerking van de hoofd- en bijgebouwen. In de kappen worden te veel toevoegingen gebruikt in de vorm van dakkapellen en insnijdingen.
Visie en toetsingscriteria De beeldvisie is gericht op het introduceren van een nieuwe landschappelijke woonvorm die zijn inspiratie vindt in het archetype van de langgevelboerderij. De criteria waaraan zo’n woning moet voldoen zijn:
|
Restaurant langs Soesterbergsestraat; omvang past bij andere bebouwing, door geleding in horizontale zin
Ook de kleinste bouwwerken verdienen een goede beeldkwaliteit
Fraai vorm gegeven voormalig waterwinningsgebouw, kenmerkend voor haar eigen tijd
Utilitaire bebouwing
De utilitaire bebouwing is onder te verdelen in grote complexen en kleinschalige gebouwen. Bij de grootschalige complexen gaat het om de waterwingebouwen aan de Soesterbergsestraat en de rioolwaterzuivering in het Eemgebied. De kleinschalige bebouwing omvat kleine gemalen en transformatorhuisjes.
Kenmerk van alle utilitaire gebouwen is dat de functie en de bouwperiode er duidelijk aan afleesbaar zijn. Ook tankstations horen tot deze groep van bebouwing. Deze hebben bijvoorbeeld langs de Biltseweg een eigentijds en transparant karakter, waardoor zij het landgoed Pijnenburg respecteren.
Sportgebouwen
Het buitengebied van Soest herbergt een drietal sportcomplexen. Ze liggen alle aan de westelijke zijde van de bebouwde kom. De sportgebouwen zijn bescheiden van omvang en hebben een sterke functionele relatie met de omringende sportvelden.
Recreatieve bebouwing
De recreatieve bebouwing omvat bungalowpark Het Eekhoornnest en de facilitaire bebouwing van de campings het Monnikkenbosch en ’t Nest.
Het Eekhoornnest bestaat uit twee delen met elk specifieke eigenschappen. In het oude ‘bosdeel’ staan recreatiebungalows in ØØn laan met een flauwe kap in een sterk gesloten bosomgeving. Vanaf de aangrenzende ruimte zijn ze niet zichtbaar. Het nieuwe ‘velddeel’ daarentegen bevat appartementen. Daarnaast komen in het buitengebied diverse horecafaciliteiten voor (restaurants, kiosken, hotels).
Visie en toetsingscriteria utilitaire bebouwing De beeldvisie voor de bestaande accommodatie is gericht op het handhaven en versterken van de bestaande kwaliteiten.
De beeldvisie van de erfinrichting van de utilitaire gebouwen is gericht op het zichtbaar maken van de bouwhistorie van het object.
|
Visie en toetsingscriteria sportgebouwen De beeldvisie is gericht op het handhaven van de beperkte omvang.
De beeldvisie van de erfinrichting van de sportvoorziening is gericht op het versterken van de ruimtelijke samenhang van het complex.
|
Visie en toetsingscriteria recreatieve bebouwing De beeldvisie voor de recreatieve bebouwing t.b.v. verblijfsrecreatie is gericht op het respecteren van de natuurlijke (vaak bosachtige) omgeving.
Horecafaciliteiten liggen soms op een markante plek (knooppunten van infrastructuur, hoogste punt). De architectuur mag het karakter van zo’n bijzondere plek onderstrepen. De omvang en massa van de bebouwing dienen wel aan te sluiten bij de kenmerken van de bebouwing in de omgeving. De beeldvisie van de erfinrichting van de recreatieve bebouwing is gericht op een zo natuurlijk mogelijke overgang naar het omringende landschap.
|
Een traditioneel erf met de boerderij en een aantal bijgebouwen
Bron: Boerenerven in de provincie Utrecht, Eemland en Gelderse Vallei, Boerderijenstichting Landschapsbeheer Utrecht
Een landschappelijk ingericht erf met fruitbomen, gras en enkele hagen
Erfbeplanting moet niet te stedelijk en kleinschalig worden
6 Algemene visie erfinrichting agrarisch gebied
Erfinrichting
De inrichting van de erven draagt in hoge mate bij aan de beleving van het agrarische buitengebied. EØn of enkele grote bom en brengen grote gebouwen terug tot een overzichtelijke schaal. De afwisseling van gebouwen en groen verzacht contrasten en geeft steeds wisselende beelden. In de regel bestaat een traditioneel erf uit een sobere inrichting met aan de voorzijde enkele fraaie solitaire bomen en strakke bloemperken. Op het zuiden werden leilindes gebruikt. Deze voorzijde wordt met het middengedeelte verbonden door bijvoorbeeld hagen. In het middengedeelte liggen vaak een moestuin, een boomgaard en een dierenweide en naar achter toe wordt de beplanting vaak losser en informeler en strekt zich uit langs bijvoorbeeld de kavelgrenzen van de agrarische percelen als veeen windkering. De verharding was spaarzaam en bestond bijvoorbeeld uit grind. De oorspronkelijke erven waren met name ingetogen en rustig van karakter. Door de ontwikkeling van de woonfunctie op het platteland en de behoefte aan individuele expressie van de bewoner is er een tendens te zien naar een intensievere inrichting van de erven, waarbij de heldere inrichtingsprincipes van het boerenerf verlaten worden. Er worden beplanting en inrichtingselementen gebruikt die niet horen in het buitengebied, zoals coniferen, sierheesters, oneigenlijke verlichting, verharding, etc.
Soorten voor erfbeplanting
In de tabel zijn inheemse soorten beplanting opgenomen, die geschikt zijn voor aanleg binnen erfbeplantingen en landschappelijke beplantingen in het plangebied. Er is onderscheid gemaakt naar de verschillende landschapstypen, omdat zij een andere bodemopbouw en waterhuishouding kennen. Zo zijn de specifieke soorten onderscheiden voor de droge zandgronden op de hogere delen van de Heuvelrug en voor de natte zandgronden in de randen van de Eemvallei, de randen van Soesterveen en de noordzijde van landgoed Pijnenburg. Voor de laagveengronden in de Eemvallei en in Soesterveen, en voor de zeekleigronden langs de Eem zijn tevens beplantingssoorten aangegeven.
In onderstaande tekst zijn aanvullend op inheemse soorten, enkele gekweekte soorten genoemd, die in landschappelijke erven veel voorkomen. Het boekje ‘Boerenerven in de provincie Utrecht, Eemland en Gelderse Vallei’ geeft meer informatie op perceelsniveau voor de inrichting van een erf.
Bomen
Aanvullend kunnen voor solitaire bomen de volgende gekweekte soorten worden gebruikt:
linde |
Tilia x vulgaris cv. |
leilinde |
Tilia x vulgaris cv. |
paardekastanje |
Aesculus hippocastanum |
esdoorn |
Acer pseudoplatanus |
walnoot |
Juglans regia |
Bruine beuk |
Fagus sylvatica ‘Atropunicea’ |
Struiken
Aanvullend kunnen voor struiken naast de inheemse soorten een keuze worden gemaakt uit gekweekte soorten:
sering |
Syringa vulgaris |
boerenjasmijn |
Philadelphus-hybriden |
hortensia |
Hydrangea macrophylla cv. |
pluimhortensia |
Hydrangea paniculata |
theeboompje |
Spiraea x billardii |
sneeuwbal |
Viburnum opulus ‘Roseum’ |
ranonkelstruik |
Kerria japonica |
chinees klokje |
Forsythia x intermedia |
gouden regen |
Laburnum anagyroides of Laburnum x watereri |
ribes |
Ribes sanguineum |
oude rozen |
bv. gallica- en alba-rozen; perkrozen |
taxus |
Taxus baccata |
buxus |
Buxus sempervirens half |
fuchsia |
winterhard; Fuchsia magellanica ‘Riccartonii’ |
Hagen
Voor hagen kunnen de volgende soorten worden gebruikt:
beuk |
|
haagbeuk |
Fagus sylvatica |
spaanse aak |
Carpinus betulus veldesdoorn; Acer |
meidoorn |
campestre |
iep |
Crataegus monogyna |
hulst |
Ulmus x hollandica cv. |
taxus |
Ilex aquifolium |
buxus |
Taxus baccata |
liguster |
Buxus sempervirens Ligustrum ovalifolium |
Visie en toetsingscriteria erfbeplanting De erfinrichting van boerderijen en woonhuizen in het agrarisch buitengebied is belangrijk als schakel tussen de bebouwing en het open landschap.
|
7 Eemdalgebied
Ontstaan
In de op ØØn na laatste warmere periode in het Pleistoceen is door het smelten van het landijs de Eemvallei ontstaan. Het moerasgebied van de Eemvallei werd in eerste instantie ontgonnen tot gemeenschappelijk weidegebied voor het trekvee. In de loop van de tijd is bij de ontginning van het veen de strokenverkaveling ontstaan met de tussenliggende sloten.
Landschap en bebouwing
Kenmerkend voor het landschap is de openheid en de strakke slagenverkaveling. De slagenverkaveling welke tot uiting komt in het waterlopenpatroon heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Het gebied ademt rust uit en wordt door de openheid als eenheid ervaren. Hierin onderscheiden zich een zeer open landschap ten noorden van het spoor en een onderverdeelde open ruimte ten zuiden van het spoor. De Eem heeft een meanderend verloop en valt nauwelijks op. Ten zuiden van het spoor kunnen ruimtelijke compartimenten worden onderscheiden omdat de verhoogde spoordijk, lijnvormige (weg) beplantingen en het sportterrein aan de Eemweg het zicht visueel begrenzen. Oude Elzen getuigen hier van de vroegere kavelgrensbeplantingen van els. Vanuit het open gebied is er zicht op de kerktorens van de omliggende dorpen en steden.
Openbare ruimte
De voornaamste wegen waren de basis voor de ontginning, de kavelrichting ligt hier dan ook haaks op. Op enkele plaatsen worden deze wegen verbonden door dwarswegen.
Het onbeplante karakter van de A.P.Hilhorstweg draagt bij aan de grote openheid van het Eemdal ten noorden van het spoor.
Dat geldt niet voor de wegen ten zuiden van het spoor. Langs de Peter van den Breemerweg ligt een onregelmatige wegbeplanting. Deze weg vormt de as van de oude ontginning.
De dwarswegen zoals Hooiweg, Eemweg, Grote Melm en de Weideweg liggen parallel op de ontginningsbasis, parallel aan de lange kijkrichting in het open gebied en hebben wel begeleidende beplanting (al dan niet met onderbegroeiing).
Bijzondere plaatsen , bijvoorbeeld de kruising van een weg en de spoorlijn worden gemarkeerd door een groepje bomen. Hierdoor ontstaan enkele oriºntatiepunten en soms ook recreatieve rustpunten in het landschap.
De beleving van de Eem is slechts van dichtbij mogelijk en vanaf de recreatieve veerdienst Amersfoort - Spakenburg. De op stapplaats is bereikbaar vanaf de Hilhorstweg
De boerderijen liggen als eilanden in het open landschap met vaak een grote hoeveelheid erfbeplanting. Onder de boerderijen komen zowel authentieke boerderijen voor met de oude potstal, als vernieuwde en moderne boerderijen met een groot aantal bedrijfsgebouwen en schuren. In het kader van de landinrichting heeft nieuwe boerderijbouw plaats gevonden. Enkele boerderijen langs de Eem (Grote Melm) en langs de Peter van den Breemerweg zijn historisch waardevol (provincie Utrecht). Het gehucht De Melm met haar grote boerderijen is een beschermd dorpsgezicht.
Niet agrarische functies als de sportvoorzieningen, de zuiveringsinstallatie en de gemalen langs de Eem hebben een eigen dynamiek en beeldvorming.
Het recreatieve medegebruik is gebonden aan een beperkt aantal openbare wegen en de Eem. Het wegenpatroon is grofmazig en leent zich onder andere voor fietsen, hardlopen en skeeleren. Op de Eem is bijvoorbeeld kanoen mogelijk.
In het kader van het Landschapsbeleidsplan vindt natuurontwikkeling en –beheer plaats langs de Eem, de kreken en de spoordijk en in het weidegebied voor weidevogels.
Ontwikkelingen in beeldkwaliteit
In dit open Eemdalgebied zijn aandachtspunten m.b.t. beeldkwaliteit;
- X
stadsrandverschijnselen grenzend aan de bebouwde kom van Soest,
- X
een grote diversiteit en kwaliteit van boerderijen en bebouwing en een toenemend recreatief medegebruik,
- X
functieveranderingen van agrarische bedrijven naar niet agrarische functies met als gevolg veranderingen aan de bebouwing en in het grondgebruik.
Visie beeldkwaliteiten Eemdal
Landschap Behouden van het zeer open landschap ten noorden van het spoor met karakteristiek slotenpatroon. Behouden van het open landschap met diverse compartimenten ten zuiden van het spoor.
|
Openbare ruimte Handhaven verschil in wegbeplantingen oostwestwegen en noord-zuidwegen. Accentueren belangrijke kruisingen. Vergroten recreatieve aantrekkelijkheid.
|
Zachte dorpsrand; afwisseling ‘rood en groen’, boerderij mist hier erfbeplanting
Dorpsrand Bij de vormgeving van de dorpsrand van Soest dient gezocht te worden naar een zachte overgang van de bebouwde omgeving naar het landelijk gebied.
|
Bebouwing Eemdal, visie en toetsingscriteria |
Boerderijen De traditionele boerderijen zijn beeldbepalend in het buitengebied en dienen te worden behouden. De visie is gericht op het handhaven en versterken van de beeldkenmerken. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Behouden ensemble van hoofd- en bijgebouwen op een compact erf. Verschil aanhouden tussen representatieve voorzijde en meer informele achterzijde. Vorm/maatvoering: Hoofdgebouw is een langgeveltype. Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Gebouwen ØØn bouwlaag met kap. Detaillering: Afgestemd op de oorspronkelijke detaillering. Materiaal/kleur
|
Functieverandering boerderijen De beeldvisie is gericht op het handhaven en versterken van de oorspronkelijke samenhang en ordening in de gebouwen en in het erf met een landelijk karakter.
De intrede van te veel stedelijke elementen zoals verharding, verlichting, reclame-uitingen, opvallend kleurgebruik, hekwerken, etc. dient te worden vermeden. |
Nieuwe boerderijen Nieuwe boerderijen vormen opvallende elementen in het open landschap. De visie is gericht op het beperken van de beeldwerking van grootschalige gebouwen. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm/maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
(Nieuwe) woningen De beeldvisie is gericht op een landschappelijke woonvorm die zijn inspiratie vindt in het archetype van de langgevelboerderij. Een nieuwe woning mag zich passend binnen dit archetype wel onderscheiden als woning. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing: Uitgaan van de ensemblewerking van hoofd- en bijgebouwen. De woning is met de voorzijde gericht naar de openbare ruimte. Vorm/maatvoering: De woning bestaat uit ØØn laag, met of zonder kap en heeft niet meer dan een beperkt aantal dakkapellen. Detaillering: Het gebruik van overbodige ornamenten wordt vermeden. Zo mogelijk een beeldtaal ontwikkelen die past bij de soberheid van het landelijk gebied. Materiaal/kleur:
|
Utilitaire bebouwing De beeldvisie is gericht op het zorgvuldig inpassen van de bebouwing in zijn groene omgeving. Het gaat hier om het sportcomplex en waterstaatkundige bouwwerken Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm/maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Erfbeplanting De erfinrichting van boerderijen en woonhuizen in het agrarisch buitengebied is belangrijk als schakel tussen de bebouwing en het open landschap.
|
8 De Birkt
Ontstaan
Op de overgang van de heuvelrug naar de Eemvallei is het gehucht de Birkt ontstaan langs de Birktstraat. De oude boerderijen liggen aan de noordzijde van de weg, zodat het vee geweid kon worden in de
lagere natte gronden van de Eemvallei. De akkers lagen tussen de boerderijen en op de overgang naar de heuvelrug.
Landschap en bebouwing
De Birkstraat vormt de ontginningsas van dit coulissenlandschap. De weg wordt ruimtelijk begeleid door een fraaie eikenlaan.
De oude boerderijen met hun oprijlanen en de haaks op de weg gesitueerde beplantingen geleden de ruimte. De boerderijstrook langs de Birktstraat heeft een hoge cultuurhistorische waarde (provincie) en is aan de noordzijde en het westelijk deel van de zuidzijde beschermd dorpsgezicht. In deze zone liggen meerdere gemeentelijke monumenten. De bebouwing binnen het beschermde dorpsgezicht bestaat voor een groot deel uit historische boerderijen. De boerderijen omvatten zowel langgevelboerderijen als T-boerderijen met het woongedeelte dwars op de deel. De boerderijen vormen met hun bijgebouwen een compact cluster vlak aan of iets verder af van de weg. Het kleurgebruik is traditioneel. Het gehele gebied ademt een sterke historische sfeer uit.
In dit gebied vormen de erfbeplantingen en de beplante opritten een samenhangende groenstructuur met de laanbeplanting langs de Birkstraat.
In en langs de bosrand liggen diverse recreatieve voorzieningen; bungalowpark Eekhoornnest, King’s Home caravanpark en een manege.
Het landschapsbeleidsplan legt het accent op de vormgeving van de overgangszone van bos- naar cultuurlandschap, en natuurontwikkeling en -beheer in de vorm van dichte loofhoutbeplantingen, akkerranden en zoom- en mantelvegetaties. De recreatie dient goed gezoneerd te worden.
Ontwikkelingen in beeldkwaliteit
- X
stedelijke ontwikkelingen vanuit Soest en Amersfoort met een stedelijke uitstraling,
- X
groei niet agrarische functies en recreatieve voorzieningen,
- X
achteruitgang kwaliteit beplantingen,
- X
achteruitgang beeldkwaliteit bebouwing.
Fraaie uitzichten in het coulissenlandschap
Bebouwingsclusters met wisselende afstand van de Birkstraat en tussenliggende open ruimten
Laanbeplanting Birkstraat vormt belangrijke as
Visie beeldkwaliteiten de Birkt
Openbare ruimte Dichtslibbing van de open gebieden tussen de bebouwing en beplanting dient te worden vermeden, zodat uitzichten op het achterliggende open gebied en de bosrand blijven bestaan. De haaks op de Birkstraat lopende onverharde verbindingen en beplantingsstroken zijn landschappelijk en recreatief waardevol.
|
Landschap Behouden en ontwikkelen van het fraaie halfopen coulissenlandschap. Handhaven van de scherpe grens met het aangrenzende boslandschap. Aangezien de oude landschapspatronen nog fraai in tact zijn, maar het gebied wel onder grote stedelijke en recreatieve druk staat is het belangrijk om veranderingen in dit gebied te toetsten aan de bestaande beeldkwaliteiten en de mogelijke inpassing hierin. |
Nieuwe landgoederen Gezien de grote dynamiek van het gebied en de wens om de bestaande kwaliteiten van het half open coulissenlandschap te behouden en te versterken worden nieuwe landgoederen als mogelijke nieuwe functie gezien in dit gebied. Deze nieuwe landgoederen kunnen tevens inhoud geven aan de natuurlijke gradiënt van droge naar natte omstandigheden. Ook in recreatief opzicht kunnen via nieuwe landgoederen nieuwe verbindingen ontstaan dwars op de Birkstraat.
|
Dorpsrand Bij de vormgeving van de dorpsrand van Soest dient gezocht te worden naar een sterke groene begrenzing van het stedelijk gebied om stadsrandverschijnselen in te dammen.
|
Bebouwing de Birkt, visie en toetsingscriteria |
Boerderijen De bebouwing concentreert zich in de zone langs de Birkstraat en ligt als lintbebouwing aan de weg of met een oprijlaan op enige afstand van de weg. Bij toekomstige ontwikkelingen dienen de bestaande historische patronen en kwaliteiten als uitgangspunt. Het is belangrijk dat tussen de bebouwing doorzichten blijven bestaan op het buitengebied. De traditionele boerderijen zijn beeldbepalend in het buitengebied en dienen te worden behouden. De visie is gericht op het handhaven en versterken van de beeldkenmerken. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2). Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Functieverandering boerderijen De beeldvisie is gericht op het handhaven en versterken van de oorspronkelijke samenhang en ordening in de gebouwen en in het erf met een landelijk karakter.
|
Nieuwe bedrijvigheid Nieuwe bedrijvigheid valt op in het half-open landschap. De visie is gericht op het beperken van de beeldwerking van grootschalige gebouwen. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Nieuwe woningen De beeldvisie is gericht op het introduceren van een nieuwe landschappelijke woonvorm die zijn inspiratie vindt in het archetype van de langgevel boerderijboerderij. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2). Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Recreatieve bebouwing De beeldvisie voor de recreatieve bebouwing is gericht op het respecteren van de natuurlijke omgeving. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal / kleur:
De beeldvisie van de erfinrichting van de recreatieve bebouwing is gericht op een zo natuurlijk mogelijke overgangen naar het omringende landschap.
|
Erfbeplanting De Birkt In dit gebied vormen de erfbeplantingen en de beplante opritten een samenhangende groenstructuur met de laanbeplanting langs de Birkstraat. Het is belangrijk dat de erfbeplanting een groen en bindend kader vormt voor de diverse soorten bebouwing. De erfinrichting van boerderijen en woonhuizen in het agrarische buitengebied is belangrijk als schakel tussen de bebouwing en het open landschap.
|
9 Praamgrachtzone
Ontstaan
De Praamgracht werd gegraven voor de ontwatering van het Soesterveen en de afvoer van turf naar de Eem. Tot aan 1900 liep door dit gebied één weg, die in het midden bij het Hart in zuidelijke richting versprong.
Landschap en bebouwing
De zone langs de Praamgracht heeft het karakter van een landgoederenzone met fraaie lanen en landhuizen. De smalle zone wordt aan de noordrand begrensd door de bossen en het park van paleis Soestdijk, aan de zuidzijde door de dorpsrand van Soest. Langs de Biltseweg en Jachthuislaan ligt een prachtige forse beukenlaan met aangrenzend een afwisseling van kleinere open ruimten en bossen.
De landhuizen zijn solitair gelegen en vaak ruim omgeven door beplanting, waardoor alleen de toegangspoort en de oprijlaan verraadt dat zij daar liggen. In het gebied liggen enkele boerderijen.
Het gebied wordt door drie dwarswegen doorsneden. Op deze plaatsen bevinden zich verdichtingen van bebouwing, oude landhuizen en oude parken.
Aan weerszijden van de Amsterdamsestraatweg liggen oude buitenplaatsen. Aan de oostzijde ligt wandelpark Colenso, van zeer hoge waarde. Aan de westzijde ligt park Vredenhof, van hoge waarde (provincie).
Het gedeelte ten zuidwesten van de Jachthuislaan en de Hessenweg is beschermd dorpsgezicht. In dit gebied ligt ook een grote manege. Langs de Jachthuislaan en de Biltseweg liggen meerdere gemeentelijke monumenten.
Langs de Stadhouderslaan ligt een voor het buitengebied opvallend dichte lintbebouwing van verschillende villa’s. De villa’s langs de Stadhouderslaan zijn ieder afzonderlijk gebouwd op een min of meer gelijke kavel. De villa’s zijn onder andere opgetrokken in een jaren ’30 stijl, met overeenkomstige volumes, maar ieder een eigen ontwerp en kleurgebruik.
Geheel aan de oostzijde ligt in het open Eemdalgebied de rioolwaterzuivering, omgeven door beplanting.
Langs de Praamgracht wordt natuurontwikkeling nagestreefd langs de oevers en verbetering van de waterkwaliteit.
Ontwikkelingen beeldkwaliteit
- X
Verlies van het formele landgoedkarakter door dorpsrandactiviteiten (volkstuinen, bebouwing die in het zicht komt door het ontbreken van samenhangende erfbeplanting) of grootschalige bedrijvigheid,
- X
opdeling van de zone door verdichting langs de dwarswegen,
- X
ten zuiden van de Jachthuislaan zal in het kader van de structuurvisie tussen het woonwagenkamp en de Regentesselaan een beperkte uitbreiding van de bebouwing plaats vinden,
- X
de Praamgracht is niet als verbindende schakel herkenbaar,
- X
ontbreken van de Jachthuislaan tot aan Wieksloterweg,
- X
naast het grofmazige en druk bereden openbare wegenpatroon ontbreekt op diverse plekken een aantrekkelijke wandelpadenstructuur.
Visie beeldkwaliteiten Praamgrachtzone
Landschap De landgoederensfeer is een samenhangende beeldkwaliteit in de Praamgrachtzone. Deze sfeer met bijbehorende kenmerken van beplanting en bebouwing dient uitgangspunt te zijn bij eventuele veranderingen.
|
Openbare ruimte In de openbare ruimten, grenzend aan de dorpsrand dient het landgoedkarakter uitgangspunt te zijn bij de inrichting. De dorpsrand dient op enige afstand te blijven en duidelijk begrensd te zijn in haar ligging, maar wel geleed te worden door een afwisseling van rood en groen.
|
Bebouwing Praamgrachtzone, visie en toetsingscriteria De bestaande bebouwing bestaat uit landhuizen en villa’s met een klassieke vormgeving en traditioneel kleurgebruik en enkele traditionele boerderijen. |
Dorpsrand Bij de vormgeving van de dorpsrand van Soest dient gezocht te worden naar een sterke groene begeleiding van de bebouwing langs wegen of op kavelgrenzen.
|
Boerderijen De traditionele boerderijen zijn beeldbepalend in het buitengebied en dienen te worden behouden. De visie is gericht op het handhaven en versterken van de beeldkenmerken. Bij toekomstige ontwikkelingen dient de beeldkwaliteit van de bestaande traditionele agrarische bedrijven als uitgangspunt. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2). Plaatsing:
Vorm/maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Functieverandering boerderijen De beeldvisie is gericht op het handhaven en versterken van de oorspronkelijke samenhang en ordening in de gebouwen en in het erf met een landelijk karakter.
|
Landhuizen en woningen De beeldvisie is gericht op het handhaven van het landgoedkarakter van het gebied. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2). Plaatsing:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
Voor de erfinrichting geldt:
|
Erfbeplanting Praamgrachtzone De erfinrichting van agrarische bedrijven en andere activiteiten zoals bijvoorbeeld de manege, het volkstuincomplexen of het woonwagenkamp vormt in deze landgoederenzone een belangrijke schakel tussen de bebouwing en het half open landschap. De erfbeplantingen van de landhuizen onderstreept het landgoedkarakter. In de tuininrichting wordt bijvoorbeeld gewerkt met oprijlanen, zichtlijnen op het huis en van het huis op de omgeving, water, bospartijen, lanen, etc.
|
10 Soesterveen
Ontstaan
In de laatste ijstijd ontstond de glooiende helling van de Soestereng naar het Soesterveen. In het Holoceen vond vervolgens veenvorming plaats. Van oorsprong vormde het veen het ‘arme gebied’ van Soest. De strokenverkaveling is vanaf de Middeleeuwen ontstaan. De Wieksloot vormde de grens en de ontginningsbasis van de veenontginning. Hierlangs liggen oude boerderijen. Tot rond 1900 lagen in het veen nog natte heidevelden. Het veengebied is voor een groot deel ingenomen door de meest recente uitbreidingswijken van Soest. Het zuidelijk gedeelte Hees is een droog zandgebied, waar van oorsprong een blokvormige verkaveling voorkwam met diverse lijnvormige beplantingen loodrecht op elkaar en verspreide boerderijen.
Landschap en bebouwing
De beeldkwaliteit van het Soesterveen is sterk bepaald door de verstedelijking van Soest. Het woongebied De Boerenstreek vormt een van de laatste uitbreidingen. De wijk heeft aan de zuidwestzijde een harde stedelijke rand.
De oorspronkelijke bebouwing bestond uit boerderijen op enige afstand van elkaar langs de Wieksloterweg. Deze boerderijen waren bescheiden van omvang en kenden de vorm van een langgevel boerderij met een traditioneel materiaal- en kleurgebruik.
De bebouwing is aangevuld met woonbebouwing in diverse richtingen, stijlen en volumes. De afwisseling en diversiteit kan als een kwaliteit worden beschouwd. Ook ligt er met name woonbebouwing aan de dwarsweg, de Dorresteinweg. Deze bebouwing heeft een andere hoofdrichting. In het zuidelijk gelegen Hees ligt de bebouwing in diverse groene kamers in meerdere richtingen. De totale structuur van het gebied is hierdoor onoverzichtelijk.
Het natuurreservaat van het Soesterveen vormt een duidelijke groene geleding tussen Soest en landgoed Pijnenburg. Daarnaast komen meerdere lijnvormige beplantingselementen voor. Voor zover de strokenverkaveling nog aanwezig is heeft deze een cultuurhistorische waarde. Dit geldt eveneens voor de Wieksloot. De Wieksloterweg vormt met haar naast liggende bomenlaan een belangrijke harde grens tussen het verstedelijkte Soesterveen en het landgoed Pijnenburg.
Ontwikkelingen beeldkwaliteit
- X
De lange maat, slagenverkaveling en turfgaten van het oorspronkelijke veenweidelandschap zijn nagenoeg verdwenen,
- X
beplantingen en het natuurreservaat staan onder stedelijke druk,
- X
stedelijke functies en bebouwing breiden uit zonder inkadering in een samenhangende structuur.
Visie beeldkwaliteiten Soesterveen
Landschapsvisie In het Soesterveen is door de grote dynamiek die heeft plaats gevonden in het afgelopen decennium niet meer sprake van een samenhangende beeldkwaliteit. De drie in het gebied voorkomende functies, landbouw, wonen en natuur missen een gemeenschappelijke ruimtelijke structuur. Wel vormt de afwisseling en diversiteit van het gebied een belangrijke beeldkwaliteit. Het hele Soesterveen vormt (potentieel) een belangrijk recreatief uitloopgebied voor de woonwijken van Soest en een groene schakel naar o.a. het landgoed Pijnenburg. Voorstel is voor het Soesterveen een structuur te ontwerpen, waarbij de nog aanwezige kenmerken van het landschap gebruikt worden.
|
Openbare ruimte De inrichting van openbare ruimte (wegen, groenzones, park, e.d.) dient bij te dragen aan de te ontwerpen overkoepelende groenstructuur van de wijk. Hierbij kan ook het waterlopenpatroon en het oorspronkelijke langgerekte verkavelingspatroon als thema gebruikt worden.
|
Bebouwing Soesterveen, visie en toetsingscriteria De bebouwing bestaat uit voormalige boerderijen en woonhuizen in uiteenlopende stijlen. |
Dorpsrand Bij de vormgeving van de dorpsrand van Soest dient gezocht te worden naar een sterke groene begeleiding van de harde bebouwingsrand van de woonwijken.
|
Boerderijen De traditionele boerderijen dragen bij aan de beleving van de Wieksloot als oude ontginningsas en dragen bij aan de afwisselende beeldkwaliteit van het Soesterveen. De visie is gericht op het handhaven en versterken van de beeldkenmerken van de boerderijen. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2). Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur
|
Functieverandering boerderijen visie en toetsingscriteria De beeldvisie is gericht op het handhaven en versterken van de oorspronkelijke samenhang en ordening in de gebouwen en in het erf met een landelijk karakter.
|
Woningen De beeldvisie is gericht op het handhaven van een bepaalde mate van afwisseling in de bebouwing, die aansluit bij het kenmerk van het gebied als overgang tussen stedelijk en landelijk gebied. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Erfbeplanting Soesterveen De erfinrichting van agrarische bedrijven en andere activiteiten zoals bijvoorbeeld een tuincentrum vormt in deze half verstedelijkte zone een belangrijke schakel tussen de bebouwing en haar omgeving. De erfbeplantingen tussen de woningen geven met elkaar structuur aan het gebied en zorgen voor een inpassing van de verschillende bouwstijlen.
|
11 Landgoed Pijnenburg
Ontstaan
Vanaf het eind van de 18e eeuw werden er buiten plaatsen en landgoederen gesticht op de Utrechtse heuvelrug. Landgoed Pijnenburg is hier een voorbeeld van met een grote omvang. Het hele landgoed Pijnenburg vormt een beschermd dorpsgezicht.
Landschap en bebouwing
Het landgoed Pijnenburg bestaat in het noordelijk deel uit diverse bebouwing met aansluitend agrarische percelen en meer naar het zuiden toe uit gemengd loofbos. Het landgoed kent een klassieke opbouw met lanen als verbindende structuren tussen afwisselende ruimten. De vierrijige beukenlaan langs de Wieksloterweg vormt een opvallende begrenzing. De bossen zijn openbaar toegankelijk en hebben een belangrijke recreatieve functie voor Soest.
Ontwikkelingen beeldkwaliteit
- X
Recreatieve druk op beplantingen.
- X
Beheer bos en laanbeplantingen
Visie beeldkwaliteiten Pijnenburg
Landschap De beeldkwaliteit van het landgoed Pijnenburg is hoog. Hier is voelbaar dat de bebouwing en beplanting in samenhang met elkaar en de omgeving ontworpen en beheerd zijn. In de toekomst dient deze fraaie en gave beeldkwaliteit als een sterke eenheid gehandhaafd te worden.
|
Openbare ruimte De afwisseling tussen open en besloten ruimten is typerend voor het landgoed. De onverharde wegen en de lanen passen bij het landschappelijke karakter en dienen dit karakter te behouden. |
Bebouwing Pijnenburg, visie en toetsingscriteria In de bebouwing van het landgoed is een duidelijke hiërarchie aanwezig. Ten noordenvan de Biltseweg ligt in het zicht het in klassieke stijl opgetrokken landhuis Pijnenburg. Ten zuiden van de weg liggen diverse boerderijen en bijgebouwen, die van belang zijn voor de agrarische bedrijfsvoering of in recreatief gebruik zijn. Zij zijn allen in traditionele stijl en bijbehorend kleurgebruik gebouwd. Het hoofdgebouw van het landgoed ligt buiten de gemeente Soest. Binnen de gemeente liggen enkele woonhuizen en boerderijen met deels een agrarische of recreatieve functie. |
Boerderijen De traditionele boerderijen dragen bij aan de beleving van het landgoed en de historie van deze omgeving. De bebouwing vertoont een sterke samenhang in haar beeldkwaliteit. De visie is gericht op het handhaven en versterken van deze beeldkenmerken. Welstandsregime: hoge welstandsniveau (3) Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal / kleur:
|
Functieverandering boerderijen De beeldvisie is gericht op het handhaven en versterken van de oorspronkelijke samenhang en ordening in de gebouwen en in het erf met een landelijk karakter.
|
Woningen De beeldvisie is gericht op het handhaven van een hoge beeldkwaliteit aansluitend bij het land goedkarakter van het gebied. Welstandsregime: hoge welstandsniveau (3) Plaatsing:
Vorm/maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Erfbeplanting Pijnenburg De erfinrichting van de al dan niet agrarische boerderijen vormt in het landgoed een belangrijke schakel tussen de bebouwing en haar omgeving. De erfinrichting bouwt voort op de op de traditionele erfinrichting door gebruik van grind, hagen, fruitbomen, etc
|
12 Duin-, heide- en boslandschap
Ontstaan
De Utrechtse Heuvelrugdankt haar reliëf aan de stuwwal die in het Pleistoceen ontstaan is. Het hoogteverschil loopt op tot ruim 50m +NAP ten zuiden van de vlasakkers. In de middeleeuwen lagen op de stuwwal heidevelden, waar de schapen graasden. In de 19e eeuw zijn de heidevelden beplant met naaldbomen voor de productie van mijnhout. Geleidelijk vindt een omvorming plaats naar loofhout. In de 20e eeuw zijn in het gebied veel militaire terreinen ontstaan, heeft de recreatie zich in het gebied ontwikkeld en is de bebouwing toegenomen langs de Soesterbergsestraat.
Landschap en bebouwing
Het landschap wordt gekenmerkt door een afwisseling van actieve stuifzanden (Lange en Korte duinen), heideveldjes en min of meer natuurlijke bossen. De bossen hebben een hoge cultuurhistorische waarde (prov). Het bosgebied tussen Soest en de spoorlijn met de Lange en Korte Duinen is archeologisch van zeer hoge waarde, hier komen sporen voor uit de steen- en bronstijd. Landgoed de Paltz en de omgeving van het pompstation hebben een zeer hoge cultuurhistorische waarde en zijn beschermd dorpsgezicht.
De bebouwing ligt met tussenruimten langs de Soesterbergsestraat. Hierdoor blijft het bos een verbindende factor vormen. De bebouwing varieert in functie van enkele villa’s, een oud en nieuw gebouw van de waterleidingmaatschappij, een groot hotelcomplex en een restaurant en kiosk. Elk gebouw kent een eigen bouwstijl, waarbij de villa’s en landhuizen zich manifesteren als eigen ontwerpen.
In het bos liggen diverse recreatieve voorzieningen zoals een dagrecreatieterrein, picknickplaatsen, wandel- en fietspaden, een restaurant en verblijfsrecreatie terreinen.
Midden in het bosgebied ligt de kleine kern Soestduinen. Langs de Soesterbergsestraat ligt uiteenlopende bebouwing.
De militaire terreinen kenmerken zich door de afsluiting met hekken en de Vlasakkers door een groot intern circuit van verharde wegen. Deze lenen zich voor bijzondere vormen van recreatie, zoals fietsen en skeeleren. Zij zijn beperkt opengesteld. Het militaire vliegveld zal in de toekomst een andere bestemming krijgen en is daarom uitgesloten van het beeldkwaliteitplan.
De zandgroeve ten noorden van het vliegveld getuigt van de delfstofwinning in dit gebied.
Het gebied wordt doorsneden door de Soesterbergsestraat en twee spoorlijnen, welke zowel een barrière als een oriëntatielijn in het gebied vormen.
Ontwikkelingen beeldkwaliteit
Bij te grootschalige uitbreiding van bebouwing wordt de samenhangende bosstructuur aangetast,
De recreatieve druk op het bosgebied is groot en beïnvloedt de kwaliteit van parkeerplaatsen, wandelpaden, recreatieruimten en de beplanting zelf in het bos onder druk.
Visie beeldkwaliteiten Bos-, duin-, en heidegebied
Landschap Het bos-, duin- en heidelandschap heeft een sterke en aantrekkelijke beeldkwaliteit, die voortkomt uit de landschappelijke ligging en natuurlijke ontwikkeling van dit gebied. Dit bosgebied vormt een sterk contrast met het stedelijk gebied en het open Eemgebied en is daarom zeer waardevol en kenmerkend.
|
Openbare ruimte De Soesterbergsestraat en in het verlengde daarvan de Van Weerden Poelmanweg vormt een belangrijke hoofdroute door het bosgebied en deelt daardoor het bos tevens op in delen. Langs deze weg ontmoeten cultuurlijke ingrepen de natuurlijke omgeving. Daar waar de bosrand van de weg wijkt wordt de weg geaccentueerd met boombeplanting en hagen. De weg heeft een fraai bochtig verloop en overwint een behoorlijk hoogteverschil. De beleving van de weg zelf is daardoor bijzonder.
In het bos ligt een stelsel van (half)verharde fietspaden en onverharde wandelpaden. Deze paden worden nabij de stedelijke randen intensief gebruikt door recreanten.
In het bos zijn meerdere plekken ingericht ten behoeve van dagrecreatie. Voorzieningen bestaan bijvoorbeeld uit informatiepanelen, paaltjes, banken, picknicktafels en parkeerplaatsen.
|
Bebouwing Bos-, duin- en heidegebied, visie en toetsingscriteria De bebouwing is zeer divers van aard en ligt met tussenruimten langs de Soesterbergsestraat en de Van Weerden Poelmanweg. Het bos is de verbindende factor, die de gebouwen van een eenduidig decor voorziet. De bebouwing varieert in functie van enkele villa’s, een oud en nieuw gebouw van de waterleidingmaatschappij, een grootschalig hotelcomplex en een restaurant en kiosk |
Bebouwing De beeldvisie is gericht op het handhaven van het bos als decor van de bebouwing. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm/maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur
|
Recreatieve bebouwing In het bosgebied liggen verspreid enkele terreinen voor de verblijfsrecreatie. Zij worden gekarakteriseerd door een compacte groepering van recreatie woningen of caravans. Zij zijn vaak in het bos geïntegreerd en soms omsloten door een beplanting. De visuele uitstraling van deze terreinen op de omgeving dient beperkt te blijven. De beeldvisie voor de recreatieve bebouwing is gericht op het respecteren van de natuurlijke omgeving. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal / kleur:
|
De beeldvisie van de erfinrichting van de recreatieve bebouwing is gericht op een zo natuurlijk mogelijke overgangen naar het omringende landschap.
|
Erfbeplanting Bosgebied De erfinrichting van de bebouwing langs de Soesterbergsestraat heeft in het algemeen een rustig en landschappelijk karakter.
|
13 Amersfoortsestraat
Ontstaan
De Amersfoortsestraat is in vlakken uitgegeven van 100 bij 50 roeden. De eigenaar was verantwoordelijk voor de inrichting van het vak en de aanleg van de weg. Hierdoor is een opvallende verkaveling ontstaan. De oorspronkelijke blokverkaveling is van hoge cultuurhistorische waarde (prov).
Landschap en bebouwing
De blokverkaveling is in de huidige situatie voor de kenner te herkennen in het ritme waarin de bebouwing zich afwisselt in het bos. De Amersfoortsestraat vormt een belangrijke verbinding tussen Amersfoort, Soesterberg en Utrecht en heeft vooral een doorgangskarakter. De weg ontsluit een aaneenschakeling van particuliere terreinen. Andere wegen zijn er eigenlijk niet. De weg wordt begeleid door oude en jonge eikenbomen en heeft vrijliggende fietspaden.
Langs de Amersfoortsestraat lagen in beginsel grote villa’s en landhuizen op een ruime kavel in het bos. De bebouwing heeft zich uitgebreid tot een divers scala aan maatschappelijke instellingen, bedrijven, horecavoorzieningen en kantoren.
Visie beeldkwaliteiten Amersfoortsestraat
Landschapsvisie Door de fraaie eikenbeplanting, de voorname landhuizen en de omgeving van het bos heeft het gebied van de Amersfoortsestraat een uitstraling die doet denken aan de vroegere grandeur van een dergelijk gebied. De vele verschillende stedelijke invloeden verstoren echter ook dit beeld en maken de zone moeilijk afleesbaar. Daarbij komt dat het gebied voor de passant of het publiek slechts vanuit de voorzijde, de Amersfoortsestraat ééndimensionaal beleefd wordt. Het gebied is verder niet toegankelijk.
|
Openbare ruimte Het profiel van de Amersfoortsestraat vormt met haar bermen en boombeplanting een krachtige lijn, die de vele aanliggende functies ontsluit en visueel verbindt.
De randen van de blokverkaveling zijn nog vaak als terug te vinden in een laan of pad. Gezien de aaneenschakeling van particuliere eigendommen is het niet eenvoudig deze randen als gehele structuur herkenbaar te maken.
|
Bebouwing Amersfoortsestraat, visie en toetsingscriteria De bebouwing bestaat uit woonhuizen in uiteenlopende stijlen, bedrijven, een kazernecomplex, restaurants, een sauna en recreatieve bebouwing. De gebouwen zijn overwegend in klassieke bouwstijlen gebouwd en onderscheiden zich van elkaar door een eigen ontwerp en detaillering. Zij dragen daardoor bij aan een bijzondere beeldkwaliteit van deze zone. |
Bebouwing Alle bebouwing ligt in de context van de oorspronkelijke orthogonale terreinindeling met de Amersfoortseweg als bindend element en het bos als kader. Dat is aanleiding om voor alle bebouwing eensluidende criteria te formuleren. Welstandsregime: bijzonder welstandsniveau (2) Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal/kleur:
|
Erfbeplanting en -inrichting Amersfoortsestraat De erven zijn vaak royaal van opzet en hebben overwegend een rustige inrichting die zich voegt in het boslandschap en past op de zandgrond. Ook dit principe is voor de toekomst uitgangspunt. De bedrijven manifesteren zich langs de weg met diverse reclame-uitingen in de vorm van borden, hekwerken, hun producten (stenen, auto’s, etc.), vlaggen, onderscheidende kleuren, etc. Gezien de belangrijke doorgangsfunctie van de weg en de zich minder manifesterende verblijfsfunctie kunnen de inrichtingselementen als onderdeel van de weg worden beschouwd. Indien een toename van de verblijfsfunctie wenselijk is dienen voor de diverse reclame-uitingen nadere richtlijnen te worden geformuleerd. Ze hebben uitsluitend betrekking op de activiteit die op het betreffende perceel uitgeoefend wordt. Plaatsing:
Vorm / maatvoering:
Detaillering:
Materiaal / kleur:
|
14 Militaire terreinen
De militaire terreinen vallen feitelijk niet onder het plangebied, maar nemen wel een groot deel in van het buitengebied van Soest. Ze bezitten een bijzondere afwisseling in besloten en open ruimten, en zijn geheel of gedeeltelijk afgesloten voor publiek. De oefenterreinen hebben vaak bijzondere natuurwaarden. Het vliegveld kenmerkt zich door de grote open ruimten en de lange zichtlijnen. Op de kazernes komt diverse bebouwing voor.
Toetsing De militaire terreinen vallen onder het reguliere welstandsniveau (3). De gemeente stelt in deze gebieden geen bijzondere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandstoezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van deze gebieden. Er heeft daarom geen gebiedsgerichte uitwerking van de criteria plaats gevonden. Functieverandering Bij eventuele functieveranderingen van de militaire terreinen in de toekomst bieden deze terreinen meerdere potenties. De oefenterreinen de Vlasakkers en de Stompert zouden bij een verdere openstelling interessante schakels kunnen vormen in de recreatieve ontsluiting van de Utrechtse Heuvelrug en de koppeling van meerdere gebieden met elkaar (bijvoorbeeld in de vorm van een regionaal landschapspark). Ook kunnen zij een belangrijke schakel vormen in de ecologische verbindingen op de Heuvelrug. Het vliegveld Soesterberg heeft een heel eigen beeldkwaliteit welke bij functieverandering nader onderzocht zou moeten worden op de gewenste interne kwaliteiten en relaties met de omgeving. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl