Subsidieregeling koloniaal- en slavernijverleden Den Haag 2022

Geldend van 24-12-2022 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling koloniaal- en slavernijverleden Den Haag 2022

Toelichting

Door middel van de Subsidieregeling koloniaal- en slavernijverleden Den Haag 2022 wordt het mogelijk voor organisaties om herdenkingen te organiseren die gerelateerd zijn aan het Nederlandse koloniale- en slavernijverleden. Deze regeling zorgt voor een koppeling van de herdenkingen met het Haags onderwijs en Haagse culturele instellingen en werkt zo mee aan een gedeeld historisch bewustzijn dat noodzakelijk is om het slavernijverleden en de doorwerking daarvan te zien als een onderdeel van onze gezamenlijke geschiedenis.

Deze subsidieregeling komt voort uit het Initiatiefvoorstel Het Haags koloniaal- en slavernijverleden (RIS305697) dat de Haagse gemeenteraad op 1 juli 2021 heeft aangenomen. Dit voorstel diende als aanvulling op en aanscherping van het eerdere onafhankelijke Advies herdenking slavernij (RIS307282) en het coalitieakkoord 2019-2022 (RIS304121). Deze subsidieregeling is een belangrijke stap in de omgang met een pijnlijk verleden en de erfenis daarvan in het heden.

Besluitvorming

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

gelet op:

  • -

    artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

besluit:

  • -

    vast te stellen de navolgende Subsidieregeling koloniaal- en slavernijverleden Den Haag 2022:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

ASV:

Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;

Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

college:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;

culturele instelling:

een rechtspersoon die zich structureel of in hoofdzaak bezighoudt met kunstzinnige activiteiten die bijdragen aan een veelzijdig kunst- en cultuuraanbod in Den Haag of die een bijdrage levert aan de Haagse kunst- en culturele infrastructuur;

koloniaal- en slavernijverleden:

het verleden van Europese staten waarin zij andere gebieden en volkeren met geweld overheersten voor economisch gewin.

natuurlijk persoon:

in Den Haag gevestigde natuurlijk persoon, zoals bedoeld in Boek 2, artikel 2:5, van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 1:2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.

Artikel 1:3 Doel van de subsidie

  • 1.

    Het doel van de subsidieregeling is het faciliteren van herdenkingen in Den Haag die betrekking hebben op het koloniaal- en slavernijverleden van Haagse burgers en het faciliteren van initiatieven die bijdragen aan bewustwording van het koloniaal of slavernijverleden en de effecten daarvan in het heden op Den Haag en haar inwoners.

  • 2.

    De achterliggende maatschappelijke doelen zijn:

    a. het (h)erkennen van het gedeelde koloniale en slavernijverleden in de geschiedenis van onze voorouders, en deze te verbinden met het heden

    b. de kennis over het koloniaal- en slavernijverleden zo te verspreiden dat inwoners van Den Haag elkaar beter begrijpen en beseffen welke doorwerking het slavernijverleden op inwoners van onze stad heeft;

    c. het maken van verbindingen tussen inwoners van Den Haag met diverse culturele achtergronden.

Artikel 1:4 Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten:

  • a. die gericht zijn op het organiseren van een herdenking van het koloniale- of slavernijverleden ten behoeve van de volgende gemeenschappen:

    1° de Surinaamse gemeenschappen;

    2° de Caribische gemeenschap;

    3° de Afrikaanse gemeenschap;

    4° de Indische gemeenschap;

    5° de Molukse gemeenschap;

    6° de Papua gemeenschap;

    7° andere gemeenschappen uit (voormalige) Nederlandse koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, en;

    b. die toegankelijk zijn voor alle Haagse inwoners, en;

    c. die worden georganiseerd in samenwerking met een in Den Haag gevestigde culturele instelling of waarbij ten minste een in Den Haag gevestigde basisschool, voortgezet onderwijsinstelling, MBO of HBO-instelling of een universiteit bij de uitvoering van de herdenking wordt betrokken.

Artikel 1:5 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan in Den Haag gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk en aan natuurlijke personen.

Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4.

  • 2.

    Voor subsidie in aanmerking komen:

    a. de BTW over de gesubsidieerde kosten voor zover die BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht;

    b. de kosten van catering en consumpties tot maximaal 25% van de totale subsidiabele kosten;

    c. de kosten die gemaakt worden voor de waardering van de aan de subsidiabele activiteiten verbonden vrijwilligers tot maximaal € 15,- per vrijwilliger;

    d. de indirecte kosten tot maximaal 15% van het subsidiabele bedrag.

  • 3.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    a. de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;

    b. de kosten voor activiteiten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd.

Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt maximaal € 25.000,00 per activiteit per aanvrager.

Artikel 1:8 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een totaal subsidieplafond van maximaal € 400.000,00 per kalenderjaar.

  • 2.

    Het college kan de hoogte van het subsidieplafond jaarlijks bij afzonderlijk besluit wijzigen.

  • 3.

    Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

Artikel 1:9 Wijze van verdeling

  • 1.

    Het college verstrekt de subsidie in volgorde van ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde plafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst van de aanvraag het tijdstip waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3.

    Indien het college op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt, meer dan één aanvraag ontvangt, stelt het de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen

Artikel 2:1 Aanvraagtermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV 2020, wordt een aanvraag om subsidie ingediend tussen 10 en 12 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De activiteiten vinden plaats binnen het in het kalenderjaar waarin subsidie is aangevraagd.

Artikel 2:2 Beslistermijn

Het college beslist, in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV binnen 10 weken na ontvangst van de aanvraag.

Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden

Artikel 3:1 Weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11, van de ASV weigert het college een subsidie als:

  • a. naar het oordeel van het college voldoende aannemelijk is dat de subsidie geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt om religieuze, nationalistische of politieke ideeën te uiten;

    b. de aanvrager al subsidie ontvangt of heeft ontvangen voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten;

    c. de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten die naar het oordeel van het college al uitgevoerd worden door anderen of anderszins reeds gesubsidieerd zijn.

    d. in 2023 aanvragen worden ingediend in het kader van de 150-jarige Hindoestaanse immigratie.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betalingen

Artikel 4:1 Bevoorschotting

De subsidie wordt in één keer bevoorschot met 100% van de verleende subsidie.

Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf

Artikel 5:1 Wijze van verantwoorden

  • 1.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV; en

    c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Bij verantwoording door een rechtspersoon wordt hiervoor een bestuursverklaring ingediend volgens het door het college vastgestelde model.

  • 2.

    Het inhoudelijk verslag bevat:

    a. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de gerealiseerde activiteiten;

    b. een beknopte beschrijving van de uitvoering van de gerealiseerde activiteiten. Uit deze beschrijving moet blijken of en in hoeverre aan de subsidievoorschriften is voldaan;

    c. een beknopte beschrijving van de mate waarin de resultaten zoals opgenomen in de verleningsbeschikking zijn gehaald;

    d. een beknopte beschrijving van de mate waarin de in de verlengingsbeschikking opgenomen doelstellingen zijn gehaald, of in welke mate ze hieraan hebben bijgedragen; en

    e. indien doelstellingen of resultaten (deels) niet zijn gerealiseerd geeft het verslag de redenen daarvoor.

  • 3.

    Het financieel verslag bevat:

    a. een overzicht van de inkomsten en uitgaven die aansluiten bij de posten in de begroting; en

    b. een toelichting op afwijkingen groter dan 10% op de hoofdposten van de begroting.

Hoofdstuk 6 Overige bepalingen

Artikel 6:1 Evaluatie

Het college evalueert deze subsidieregeling voor 31 december 2024.

Artikel 6:2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2022 en vervalt met ingang van 31 december 2026.

Artikel 6:3 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling koloniaal- en slavernijverleden Den Haag 2022.

Den Haag, 5 juli 2022

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de locoburgemeester,

Kavita Parbhudayal

Ondertekening