Besluit van het college van de gemeente Lelystad houdende regels inzake de handhaving op wees(brom)fietsen (Beleidsregel handhaving wees(brom)fietsen Lelystad 2018)

Geldend van 26-07-2018 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van de gemeente Lelystad houdende regels inzake de handhaving op wees(brom)fietsen (Beleidsregel handhaving wees(brom)fietsen Lelystad 2018)

Nr. 180001659

Het college van de gemeente Lelystad,

gelet op het gestelde in artikel 125 van de Gemeentewet, de artikelen 5:21 tot en met 5:30 van Algemene wet bestuursrecht en artikel 5:12 lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015,

gezien haar bevoegdheid op grond van de artikelen 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht om beleidsregels vast te stellen,

overwegende dat het wenselijk is om haar bevoegdheid nader in te vullen tot het toepassen van bestuursdwang bij de handhaving van het verbod op grond van artikel 5:12 lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 om (brom)fietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken op door haar aangewezen plaatsen te laten staan,

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende

Beleidsregel handhaving wees(brom)fietsen Lelystad 2018

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    Wees(brom)fietsen: (brom)fietsen die in strijd met het verbod van artikel 5:12 lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 op door het college aangewezen plaatsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken gestald zijn.

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad.

  • c.

    Begunstigingstermijn: de termijn van 2 dagen waarbinnen een wees(brom)fiets verwijderd moet worden.

  • d.

    Fietsdepot: het depot, waar op basis van artikel 5:12 lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015, verwijderde wees(brom)fietsen worden bewaard.

Artikel 2 Handhaving

  • 1. Handhaving van wees(brom)fietsen vindt op twee manieren plaats:

  • a. Grootschalige handhaving;

  • b. Incidentele handhaving.

  • 2. De handhaving wordt op de, voor de eigenaar, minst bezwarende manier uitgevoerd. Dit betekent dat:

  • a. bij de verwijdering van een wees(brom)fiets daaraan zo min mogelijk schade wordt veroorzaakt;

  • b. goederen die bij een te verwijderen wees(brom)fiets zijn aangetroffen worden bewaard.

Grootschalige handhaving

Artikel 3 Algemeen

Indien er op (een deel van) een door het college aangewezen plaats waar het verboden is om (brom)fietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan, naar het oordeel van het college, aanleiding toe bestaat, worden ter plaatse alle wees(brom)fietsen verwijderd.

Artikel 4 Verwijdering wees(brom)fietsen

  • 1. Indien het vermoeden bestaat dat op een door het college aangewezen plaats waar het verboden is om (brom)fietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan meerdere (brom)fietsen voor een langere periode onafgebroken zijn gestald,

    • a.

      labelt de handhaver elke (brom)fiets, waarbij op het label de volgende gegevens worden genoteerd:

  • i. datum en tijdstip waarop het label aan de te verwijderen (brom)fiets is bevestigd;

  • ii. de locatie waar de (brom)fiets is aangetroffen;

  • iii. de waarschuwing dat de (brom)fiets binnen een door het college vastgestelde periode moet worden verwijderd;

  • iv. de begunstigingstermijn die van toepassing is na het verstrijken van de termijn als bedoeld onder iii;

  • v. bijzonderheden zoals onder andere of er een slot geforceerd moet worden.

    • b.

      wordt een overzichtsfoto gemaakt van alle gelabelde (brom)fietsen.

  • 2. Indien een gelabelde (brom)fiets na het verlopen van de begunstigingstermijn nog steeds op de locatie waar deze oorspronkelijk was aangetroffen, is gestald, worden van de te verwijderen (brom)fiets twee foto’s gemaakt (een van dichtbij en een overzichtsfoto), waarbij uit de foto’s blijkt om welke (brom)fiets het gaat, waarna de (brom)fiets onmiddellijk wordt verwijderd.

Incidentele handhaving

Artikel 5 Algemeen

Indien er op een door het college aangewezen plaats waar het verboden is om (brom)fietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te stallen een wees(brom)fiets is gestald, kan deze, naar het oordeel van het college, worden verwijderd.

Artikel 6 Verwijdering wees(brom)fietsen

  • 1. Indien op een door het college aangewezen plaats waar het verboden is om (brom)fietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan een (brom)fiets dient te worden verwijderd, waarvan het vermoeden bestaat dat deze voor een langere periode onafgebroken is gestald,

    • a.

      labelt de handhaver deze (brom)fiets, waarbij op het label de volgende gegevens worden genoteerd:

  • i. datum en tijdstip waarop het label aan de te verwijderen (brom)fiets is bevestigd;

  • ii. de locatie waar de (brom)fiets is aangetroffen;

  • iii. de waarschuwing dat de (brom)fiets binnen een door het college vastgestelde periode moet worden verwijderd;

  • iv. de begunstigingstermijn die van toepassing is na het verstrijken van de termijn als bedoeld onder iii;

  • v. bijzonderheden zoals onder andere of er een slot geforceerd moet worden.

    • b.

      worden van deze (brom)fiets twee foto’s gemaakt (een van dichtbij en een overzichtsfoto), waarbij uit de foto’s blijkt om welke (brom)fiets het gaat.

  • 2. Indien de gelabelde (brom)fiets na het verlopen van de begunstigingstermijn nog steeds op de locatie waar deze oorspronkelijk was aangetroffen, is gestald, worden van de te verwijderen (brom)fiets wederom twee foto’s gemaakt, zoals bedoeld in lid 1 sub b, waarna de (brom)fiets onmiddellijk wordt verwijderd.

Artikel 7 Bewaring en teruggave verwijderde wees(brom)fiets

  • 1. Een verwijderde wees(brom)fiets en de eventueel daarbij aangetroffen goederen worden 13 weken bewaard in het fietsdepot.

  • 2. De verwijderde wees(brom)fiets wordt aan de eigenaar teruggegeven indien:

  • a. de meegebrachte fietssleutel op het slot van de wees(brom)fiets past;

  • b. de eigenaar zich heeft gelegitimeerd;

  • c. de kosten van het verwijderen en bewaren van de (brom)fiets zijn betaald.

  • 3. De kosten zoals bedoeld in lid 2 sub c worden door het college van de gemeente Lelystad vastgesteld.

  • 4. Goederen die bij de verwijderde wees(brom)fiets zijn aangetroffen, worden teruggegeven aan de eigenaar op het moment dat deze zijn wees(brom)fiets terugkrijgt.

  • 5. De met de verwijdering van de wees(brom)fiets gemoeide beschikking wordt aan de eigenaar uitgereikt als de wees(brom)fiets wordt opgehaald.

Artikel 8 Inwerkingtredeing

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

Artikel 9 Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel handhaving wees(brom)fietsen Lelystad 2018”.

Ondertekening

Lelystad, 17 juli 2018.

het college van de gemeente Lelystad,

de secretaris, de burgemeester,