Beleidsregels standplaatsen gemeente Zundert 2022

Geldend van 24-06-2022 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels standplaatsen gemeente Zundert 2022

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert;

gelezen het bepaalde in hoofdstuk 5, afdeling 4 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Zundert 2020

overwegende dat het wenselijk is om het huidige gemeentelijke beleid ten aanzien van standplaatsen te actualiseren en de mogelijkheden voor standplaatsen te verruimen.

besluit:

vast te stellen de

  • 1.

    Beleidsregels standplaatsen gemeente Zundert 2022

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Innemen van een standplaats: het op een openbare en in de buitenlucht gelegen locatie te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het te koop aanbieden van diensten, gebruikmakend van de fysieke middelen zoals een kraam, een verkoopwagen of een tafel;

  • b.

    Vaste standplaats: een vaste locatie voor het innemen van een standplaats gedurende een of meer vaste tijdstippen per week;

  • c.

    Seizoensstandplaats: een willekeurige locatie voor het innemen van een standplaats gedurende een gedeelte van het jaar voor de verkoop van seizoensgebonden waren en goederen;

  • d.

    Incidentele standplaats: een willekeurige locatie voor het innemen van een standplaats gedurende een aantal dagen van het jaar ten behoeve van en voor zover het betreft:

    • 1.

      Een publiek belang;

    • 2.

      Een goed doel;

    • 3.

      Een aanvulling op het aanbod van de winkels;

    • 4.

      Een initiatief van de winkeliers;

  • e.

    Onder seizoensgebonden waren en goederen worden in ieder geval verstaan:

    • 1.

      IJs;

    • 2.

      Oliebollen;

    • 3.

      Kerstbomen.

  • f.

    Verkoopwagen: een voertuig dat is ingericht ten behoeve van het innemen van een standplaats.

Artikel 2 Uitzonderingen

Deze beleidsregels gelden niet voor:

  • a.

    Een standplaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

  • b.

    Een standplaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening 2020 (APV);

  • c.

    De verspreiding van gedrukte of geschreven stukken, voor zover daarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet, tenzij daarvoor gebruik wordt gemaakt van op of aan de weg geplaatste fysieke middelen zoals bijvoorbeeld een kraam, een verkoopwagen of een tafel.

Hoofdstuk 2 Standplaatsvergunning

Artikel 3 Aanvragen van een vergunning

  • 1. Een standplaatsvergunning kan alleen door een natuurlijk persoon worden aangevraagd.

  • 2. Een standplaatsvergunning wordt aangevraagd door middel van het door de gemeente vastgestelde formulier. Dit formulier is beschikbaar op de website van de gemeente Zundert. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens aangeleverd:

    • a.

      Kopie van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager;

    • b.

      Inschrijfnummer in het Handelsregister, voor zover het gaat om vaste- en seizoensstandplaatsen;

    • c.

      Gewenste locatie van de standplaats;

    • d.

      Gewenste dag en tijden waarop de standplaats wordt ingenomen;

    • e.

      Aanduiding van de branche;

    • f.

      Vermelding of er sprake is van een kraam of verkoopwagen;

    • g.

      Vermelding of stroom gewenst is;

    • h.

      Situatietekening op schaal waaruit blijkt hoe de locatie zal worden ingericht, met de opgave van het aantal vierkante meters dat in beslag wordt genomen;

    • i.

      Bewijs van schriftelijke toestemming van de eigenaar van de grond (ingeval voor het innemen van de standplaats grond in particuliere eigendom wordt gebruikt).

Artikel 4 Indieningstermijn en procedure aanvraag standplaats

  • 1. Aanvragen voor standplaatsen worden op grond van artikel 1:2 APV uiterlijk 8 weken voor deze datum waarop de aanvraag voornemens is de standplaats in te nemen, ingediend;

  • 2. Aanvragen worden op volgorde van ontvangst behandeld. Bij gelijktijdige ontvangst (op dezelfde dag) van gelijkwaardige aanvragen (voor dezelfde locatie, dag en tijden) vindt de selectie plaats op basis van loting;

  • 3. De aanvragers voor een standplaats worden schriftelijk dan wel elektronisch van de datum en de plaats waar de loting plaatsvindt, in kennis gesteld. Zij worden in de gelegenheid gesteld bij de loting aanwezig te zijn;

  • 4. De loting geschiedt door twee medewerkers van de gemeente;

  • 5. Nadat de loting heeft plaatsgevonden en met inachtneming van de volgorde van de trekking, wordt aan diegene die de locatie heeft aanvaard, de standplaats toegewezen door het verstrekken van een vergunning;

  • 6. Indien voor een vacante vaste standplaats een advertentie dan wel publicatie wordt geplaatst zal daarin melding worden gemaakt van de procedure zoals vermeld in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel.

Artikel 5 Geldigheidsduur

  • 1. Een vaste standplaats wordt voor vijf jaar verleend;

  • 2. Een seizoensgebonden standplaatsvergunning wordt per jaar verleend voor:

    • a.

      De periode van 1 december tot en met 15 maart voor de verkoop van oliebollen, voor ten hoogste 12 dagen per periode;

    • b.

      De periode van 6 december tot en met 24 december voor de verkoop van kerstbomen;

    • c.

      De periode van 1 mei tot en met 30 september voor de verkoop van ijs;

  • 3. Een incidentele standplaatsvergunning wordt verleend voor ten hoogste twaalf dagen per kalenderjaar.

Artikel 6 Overige bepalingen met betrekking tot het verlenen van de vergunning

  • 1. Per persoon wordt niet meer dan één vaste standplaatsvergunning verleend voor maximaal drie dagen per week per kern in de gemeente Zundert;

  • 2. Per persoon wordt niet meer dan één seizoensstandplaats per kern in de gemeente Zundert verleend;

  • 3. Per persoon mag ten hoogste twaalf dagen per kalenderjaar één incidentele standplaats per kern in de gemeente Zundert worden ingenomen.

Artikel 7 Vergunningsvoorschriften

  • 1. Aan een standplaatsvergunning worden in ieder geval voorwaarden verbonden ten aanzien van:

    • a.

      De geldigheidsduur van de vergunning;

    • b.

      De locatie en het middel (inclusief het aantal vierkante meters) waarmee de standplaats wordt ingenomen;

    • c.

      De dag en de tijdsduur waarop de standplaats mag worden ingenomen (als tijdsduur wordt de verkooptijd zoals genoemd in de Winkeltijdenwet gehanteerd);

    • d.

      Elektrische installaties en toestellen;

    • e.

      Het schoon opleveren van de standplaats na verkooptijd;

  • 2. Aan de vergunning kunnen overeenkomstig artikel 1:4 APV andere voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Artikel 8 Persoonlijk innemen standplaats

  • 1. De vergunninghouder is verplicht tot het daadwerkelijk benutten van de vergunning door het innemen van een standplaats;

  • 2. De standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk of door een door hem aangewezen persoon te worden ingenomen. De aangewezen persoon dient direct betrokken bij de onderneming betrokken te zijn;

  • 3. De vergunninghouder mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. Overschrijven van de vergunning op naam van een familielid of persoon die werkzaam is in het bedrijf is niet mogelijk;

  • 4. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan;

  • 5. Bij ziekte en vakantie van de vergunninghouder kan deze zich laten vervangen. De vergunninghouder dient zich telefonisch, schriftelijk of elektronisch af te melden bij de gemeente;

  • 6. De periode van vervanging wegens ziekte van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes maanden, gerekend vanaf de eerste dag van afwezigheid;

  • 7. De periode van vervanging wegens vakantie van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes weken per kalenderjaar.

Artikel 9 Intrekken vergunning

Een standplaatsvergunning wordt ingetrokken dan wel beëindigd:

  • a.

    Door opzegging door de rechthebbende;

  • b.

    Bij overlijden van de rechthebbende, voor zover artikel 10 niet van toepassing is;

  • c.

    Indien door de rechthebbende naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet aan de voorwaarden, verbonden aan de standplaatsvergunning wordt voldaan;

  • d.

    Indien de rechthebbende naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders de standplaats niet of niet voldoende gebruikt.

Artikel 10 Overschrijving vergunning

  • 1. Overschrijving van de vergunning is slecht mogelijk in geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder. De vaste standplaatsvergunning kan op verzoek worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of het wettig kind;

  • 2. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

Artikel 11 Weigeringsgronden

Een aanvraag om een vergunning voor het innemen van een standplaats wordt getoetst aan de in artikel 1:8 APV en 5:18 APV genoemde weigeringsgronden.

Artikel 12 Wijzigen van de vergunning

  • 1. Een verzoek om wijziging van de standplaatsvergunning wordt beschouwd als een aanvraag voor een nieuwe vergunning. Op een verzoek om wijziging van de standplaatsvergunning zijn dezelfde regels van toepassing als op een nieuwe aanvraag;

  • 2. Gedurende de tijd dat de aanvraag in behandeling is mogen de aangevraagde wijzigingen niet worden aangebracht dan wel worden uitgevoerd.

Hoofdstuk 3 Locaties

Artikel 13 Vaste standplaatsen

  • 1. Het innemen van vaste standplaatsen kan op de navolgende locaties. Op deze locaties zijn geen weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 5:18 van de APV van toepassing. De aanduiding van de standplaatsen op deze locaties staat aangegeven op de kaarten opgenomen in bijlage 2.

    Kern

    Locaties vaste standplaatsen

    Aantal standplaatsen per locatie

    Achtmaal

    't Gouwe Pleintje

    Pastoor de Bakkerstraat

    1

    1

    Klein Zundert

    Jan Koekenplein

    2

    Rijsbergen

    Gommersstraat Kennedyplein

    Lindekensplein

    1

    2

    2

    Wernhout

    Antoon Jurriënsplein

    3

    Zundert

    Markt

    Oranjeplein

    Nassauplein

    1

    2

    1

  • 2. Vaste standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie een evenement of werkzaamheden plaatsvinden;

  • 3. Indien als gevolg werkzaamheden vaste standplaatsen tijdelijk niet kunnen worden ingenomen is het college bevoegd om voor de duur van de werkzaamheden een vervangende standplaats aan te wijzen;

  • 4. Per kern wordt een limiet gesteld aan het aantal vaste standplaatsen waarvoor een vergunning kan worden verleend. Deze maximering is als volgt:

    Kern

    Aantal vaste standplaatsen per dag

    Achtmaal

    1 vaste standplaats per dag

    Klein Zundert

    2 vaste standplaatsen per dag

    Rijsbergen

    3 vaste standplaatsen per dag, met uitzondering van dinsdag vanwege markt

    Wernhout

    1 vaste standplaats per dag, met uitzondering van woensdag 3 vaste standplaatsen op woensdag

    Zundert

    4 vaste standplaatsen per dag, met uitzondering van donderdag vanwege markt

  • 5. Het college kan besluiten om in onderstaande situaties van het maximumstelsel af te wijken:

    • a.

      Voor dorpskernen waar geen (week)markt is, kan het college ten behoeve van een adequaat voorzieningenniveau bij uitzondering bepalen dat het maximum aantal standplaatsen voor één dag in de week tot maximaal vijf plaatsen kan worden verhoogd;

    • b.

      In uitzonderlijke situaties kan het college besluiten het in deze beleidsregels vermelde maximum aantal standplaatsen per dag voor een nader te bepalen en in tijd begrensde periode met maximaal één standplaats te verhogen. Onder uitzonderlijke situaties wordt verstaan:

      • i.

        Situaties waarbij naar het oordeel van het college een adequaat voorzieningenniveau moet worden beschermd;

      • ii.

        Situaties waarbij naar het oordeel van het college invulling moet worden gegeven aan een aanwezige maatschappelijke behoefte.

Artikel 14 Seizoensstandplaatsen en incidentele standplaatsen

  • 1. Bij aanvragen voor locaties ten behoeve van een seizoensstandplaats of een incidentele standplaats zal per aanvraag worden beoordeeld of er sprake is van belemmeringen die het innemen van een standplaats niet mogelijk maken. Hiervoor zal de aanvraag worden getoetst aan de in artikel 1:8 en 5:18 van de APV genoemde weigeringsgronden;

  • 2. Een seizoens- en incidentele standplaats kan niet worden ingenomen op een locatie die is bezet door de inname van een vaste standplaats of evenementen waarvoor op grond van artikel 2:25 van de APV al een melding is gedaan of vergunning voor is verleend;

  • 3. Naast de in lid 1 en 2 genoemde weigeringsgronden, wordt een aanvraag voor een seizoens- en incidentele standplaats aan de volgende voorwaarden getoetst:

    • a.

      De standplaats ontneemt geen zicht op oversteekpunten en/of zijwegen;

    • b.

      De locatie bevindt zich niet binnen een afstand van 5 meter van een kruispunt c.q. uitrit;

    • c.

      De standplaats bevindt zich niet hinderlijk voor een (winkel)etalage of woning;

    • d.

      De standplaats op een trottoir vormt geen belemmering voor een vrije doorgang van 1,20 meter voor voetgangers en rolstoelgebruikers;

    • e.

      De standplaats op een voetgangersgebied vormt geen belemmering voor een vrije doorgang van 3,50 meter voor voetgangers, rolstoelgebruikers en calamiteitendiensten;

    • f.

      De locatie bevindt zich niet onmiddellijk voor de toegang en (nood)uitgang van winkels, woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen verblijven;

    • g.

      Er is geen sprake van een locatie die vrij toegankelijk moet blijven voor hulpdiensten in het geval van noodsituaties (bijvoorbeeld brandgangen en brandkranen);

    • h.

      Indien er gebruik wordt gemaakt van bak- en braadapparatuur dan wel een generator, bevindt de standplaats zich – in het kader van de brandveiligheid – niet binnen een afstand van 5 meter van het dichtstbijzijnde gebouw.

Artikel 15 Standplaatsen op particulier terrein

  • 1. Ook voor standplaatsen op particulier terrein is een standplaatsenvergunning verplicht. Dit terrein dient openbaar toegankelijk te zijn en de eigenaar van het terrein moet toestemming verlenen;

  • 2. De bepalingen uit dit beleid zijn voor standplaatsen op particulier terrein van toepassing.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen

Artikel 16 Elektriciteitsvoorziening

  • 1. Bij een aantal standplaatsen kan, voor zover aanwezig, gebruik worden gemaakt van een gemeentelijke stroomvoorziening;

  • 2. Indien in een aanvraag een bepaald stroomgebruik wordt aangegeven dat niet overeen komt met de aanwezige voorziening dan wordt het verzoek om stroomgebruik afgewezen;

  • 3. Het is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan gemeentelijke elektriciteitsvoorzieningen.

Artikel 17 Opbouw en ontruiming

De ingenomen standplaats mag maximaal een uur voor aanvang van het tijdstip waarop de verkoop mag worden gestart, worden geplaatst en moet binnen een uur nadat de verkoop beëindigd moet zijn, volledig zijn verwijderd.

Artikel 18 Kosten

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning worden leges in rekening gebracht.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 19 Overgangsrecht

  • 1. Deze beleidsregels zijn toepassing op de vergunningaanvragen die na de inwerkingtreding worden ingediend;

  • 2. De reeds verstrekte vergunningen blijven van kracht tot de einddatum van de betreffende vergunning.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de beleidsregels standplaatsen gemeente Zundert 2017 vastgesteld op 17 oktober 2017, kenmerk ZD17038544.

Artikel 21 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als 'Beleidsregels standplaatsen gemeente Zundert 2022.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van 21 juni 2022.

Burgemeester en wethouders van Zundert,

de secretaris,

drs. J.W.F. Compagne

de burgemeester,

J.G.P. Vermue

Bijlage 1 Analyse huidige situatie en uitgangspunten

De huidige situatie wordt toegelicht aan de hand van een analyse van het huidige standplaatsenbeleid. De huidige bezetting en de ervaren knelpunten worden in dit hoofdstuk besproken.

Huidige standplaatsenbeleid

Het huidige standplaatsenbeleid dateert, zoals al eerder vermeld, uit 2000. Binnen de gemeente wordt per kern een maximumstelsel gehanteerd waarbij de vergunningen per kern worden verdeeld over aangewezen locaties, namelijk:

Achtmaal: Gouwe Pleintje nabij 't Gouwe Hart en Pastoor de Bakkerstraat nabij de kerk

Klein-Zundert: Pastoor Koekenplein

Rijsbergen: Kennedyplein

Wernhout: Antoon Jurriënsplein

Zundert: Nassauplein en Oranjeplein

  • Voor Achtmaal, Klein-Zundert en Wernhout zijn per locatie maximaal drie standplaatsen per week toegewezen die van maandag tot en met zaterdag kunnen worden ingenomen met een maximum van één per dag van maandag tot en met vrijdag en twee op zaterdag.

  • Voor Rijsbergen en Zundert zijn per locatie maximaal twee standplaatsen per dag toegewezen die van maandag tot en met zaterdag kunnen worden ingenomen met een maximum van twee per dag. Elke branche maximaal één keer per dag en maximaal twee keer per week.

  • Er kan geen standplaats worden ingenomen op de locaties in Rijsbergen en Zundert wanneer daar de weekmarkt wordt georganiseerd (op dinsdag respectievelijk donderdag).

Het gebruik van het parkeerterrein aan de Gommersstraat te Rijsbergen en de Markt te Zundert voor standplaatsen zijn op dit moment nog niet in het beleid meegenomen.

Huidige bezetting standplaatslocaties

De huidige bezetting van de verschillende standplaatslocaties wordt hieronder toegelicht aan de hand van het aantal ingenomen standplaatsen door middel van de producten die worden verkocht.

Aantal standplaatsen

In onderstaand schema is een overzicht te zien van de huidige bezetting (maart 2017) van het aantal vaste standplaatsen in de gemeente Zundert.

Locatie

Ma

Di

Wo

Do

Vr

Za

Zo

Achtmaal

0

0

1

0

0

0

0

Klein-Zundert

0

0

1

0

1

1

1

Rijsbergen-Gommersstraat

0

0

1

0

1

0

0

Rijsbergen-Kennedyplein

0

0

0

0

2

0

0

Wernhout

0

0

1

0

0

0

0

Zundert-Markt

0

0

0

0

1

1

1

Zundert-Nassauplein

0

0

0

0

0

0

0

Zundert-Oranjeplein

0

1

1

0

2

0

0

Aantal productgroepen

In onderstaand schema is een productenoverzicht weergegeven van de vaste standplaatsen in de gemeente Zundert (op basis van gegevens uit 2016).

Product 1: Friet, snacks en aanverwante artikelen

Product 2: Vis en aanverwante artikelen

Product 3: Aardappelen, groente en fruit Product 4: Brood, koek en banket

Product 5: Bloemen en planten

Product 6: Maatschappelijke doeleinden

Locatie

Ma

Di

Wo

Do

Vr

Za

Zo

Achtmaal

-

-

2

-

-

-

-

Klein-Zundert

-

-

2

-

1

1

1

Rijsbergen-Gommersstraat

-

-

2

-

6

-

-

Rijsbergen-Kennedyplein

-

-

-

-

2 en 4

-

-

Wernhout

3

-

2

-

5

-

-

Zundert-Markt

-

-

-

 

1

1

1

Zundert-Nassauplein

-

-

-

-

-

-

-

Zundert-Oranjeplein

-

6

2

-

2 en 6

-

-

Knelpunten

Op basis van ervaringen in de praktijk is op ambtelijk niveau gekeken naar eventuele knelpunten in de huidige situatie voor wat betreft het standplaatsen. De volgende constateringen zijn daarbij gedaan:

De huidige locaties voor het innemen van standplaatsen

  • Minpunt van de locatie Oranjeplein is dat deze niet in de winkelkern gelegen is;

  • Door het gebruik van het Nassauplein als parkeerterrein voor het nabijgelegen gezondheidscentrum is er in feite geen gelegenheid voor het innemen van een standplaats;

  • De locatie Kennedyplein kan feitelijk alleen als standplaats worden gebruikt wanneer deze reeds vroeg in de ochtend wordt ingenomen. Op een later tijdstip wordt het lastig omdat het plein dan soms volledig wordt gebruikt als parkeerterrein. Een minpunt van deze locatie is verder dat deze niet in de winkelkern ligt;

  • Het parkeerterrein aan de Gommersstraat is een klein parkeerterrein dat gebruikt wordt voor één standplaats (verkoop van vis). Oorspronkelijk bedoeld voor tijdelijk gebruik. De standplaatshouder heeft een eigen stroomkast laten plaatsen omdat er geen gemeentelijke stroomvoorziening aanwezig was. Ofschoon niet gelegen nabij een winkelkern is er nog steeds voldoende aanloop;

  • Op een gedeelte van het Antoon Jurriënsplein is een parkje aangelegd. Mogelijk dat hierdoor de stroomkast verplaatst moet worden.

Het bestaande maximumstelsel en hantering branchering

  • Het hanteren van maxima voor de verschillende dorpskernen voldoet;

  • In het huidige standplaatsenbeleid wordt er geen branchering ten aanzien van standplaatsen toegepast. Door het toevoegen van eisen op het gebied van branchering, kan het voorzieningenniveau voor de consument worden verruimd. Daarnaast is het een mogelijke oplossing voor een betere verspreiding c.q. verdeling tussen standplaatsen onderling en voor de verhouding tussen standplaatshouders en lokaal gevestigde ondernemers. Branchering draagt echter niet bij aan de bestuurlijke wens tot vergroting van de flexibiliteit als het om standplaatsen gaat. Boven leren ervaringen elders dat het in praktijk ook niet altijd tot de gewenste resultaten leidt.

Overige constateringen

  • Op dit moment heeft de gemeente geen specifieke regels voor incidentele en seizoensgebonden standplaatsen. Dit schept onduidelijkheid en het is daarom wenselijk dat hierover regels worden opgenomen in het beleid.

Bijlage 2 Aanduiding locaties standplaatsen

Achtmaal ’t Gouwe Pleintje en Achtmaal Pastoor de Bakkerstraat

Klein Zundert Jan Koekenplein

Rijsbergen Gommersstraat

Rijsbergen Kennedyplein

Rijsbergen Lindekensplein

Wernhout Antoon Jurriënsplein

Zundert Markt

Zundert Oranjeplein

Zundert Nassauplein

Beleidsregels standplaatsvergunningen gemeente Zundert 2022 toelichting

Toelichting algemeen

Aanleiding

Het te koop aanbieden van producten zoals vis, friet, bloemen en oliebollen vanaf een standplaats in de openbare ruimte is in de meeste gemeenten in Nederland een alledaags verschijnsel, zo ook in de gemeente Zundert. Het verlevendigt niet alleen de kernen maar voorziet ook in een maatschappelijke behoefte en het verschaft werkgelegenheid. Zonder al te hoge investeringen en zware verplichtingen kan aan het gemeentebestuur een vergunning worden gevraagd voor het innemen van een standplaats in de openbare ruimte. Het gemeentebestuur stelt de voorwaarden voor deze vorm van handel en stelt, wanneer de gevraagde locatie aan alle criteria voldoet, deze tegen vergoeding beschikbaar.

Eind 2000 zijn beleidsuitgangspunten met betrekking tot het innemen van standplaatsen in de gemeente Zundert vastgesteld. Diverse wet- en regelgeving is sindsdien veranderd. Daarnaast worden in de praktijk enkele knelpunten ervaren is en is er de wens om de mogelijkheden voor standplaatsen te verruimen. Dit alles maakt dat er voldoende aanleiding is om het standplaatsenbeleid in zijn geheel te herzien.

Doelstellingen

Het standplaatsenbeleid is een invulling van de bepalingen omtrent standplaatsen zoals die in de Algemene plaatselijke verordening (verder APV) zijn opgenomen. Zij hebben in eerste instantie een regulerend karakter ten behoeve van de openbare orde en veiligheid. Met de actualisering van het gemeentelijk standplaatsenbeleid worden drie doelstellingen beoogd:

  • a.

    Duidelijkheid;

  • b.

    Lastenverlichting;

  • c.

    Flexibiliteit.

a. Duidelijkheid

Het huidige standplaatsenbeleid regelt in feite niets meer en minder waar en wanneer in de verschillende dorpen van de gemeente Zundert standplaatsen ingenomen kunnen worden. Een nadere invulling van de werkwijze en toetsingsvoorwaarden ontbreekt. Door het opnemen van een aantal afspraken daarover wordt duidelijkheid gecreëerd naar de aanvragers van een vergunning en zorgt dit ook voor meer efficiency in de uitvoering bij de gemeente. Naast een aantal algemene bepalingen zijn in het beleid ook een aantal keuzes gemaakt in de wijze waarop we als gemeente Zundert willen omgaan met verschillende soorten standplaatsen. Op dit moment kennen we maar één categorie standplaats. In het nieuwe beleid wordt een onderscheid in drie categorieën gemaakt, namelijk in vaste, seizoens- en incidentele standplaatsen. Daardoor wordt het mogelijk om per categorie 'maatwerkafspraken' te maken.

b. Lastenverlichting

In praktijk is het al geruime tijd gangbaar om voor vaste standplaatsen een vergunning voor vijf jaar te verlenen. Deze praktijk wordt nu in het beleid vastgelegd. Voor ondernemer en gemeente leidt deze keuze tot een continuering van verminderde administratieve lasten met betrekking tot dit soort vergunningen.

c. Flexibiliteit

  • In het nieuwe beleid is ervoor gekozen om meer ruimte te geven aan ondernemers om binnen de gemeente Zundert hun ambulante handel te kunnen ontplooien. Dit betekent dat het aantal vaste standplaatsen enigszins wordt uitgebreid. Voor deze categorie standplaatsen worden vaste locaties aangewezen die in principe aan alle voorwaarden voldoen. Wel zijn de aantallen gemaximaliseerd. Per kern is bepaald hoe vaak en wanneer per week vaste standplaatsen kunnen worden ingenomen. In het kader van flexibiliteit is de mogelijkheid opgenomen, het zogenaamde 'afwijkingskader', dat in bijzondere situaties het aantal vaste standplaatsen kan worden verhoogd;

  • Het feit dat niet onbeperkt vergunningen voor vaste standplaatsen verstrekt worden, houdt in dat zich een situatie voordoet van 'schaarse vergunningen'. Van schaarse vergunningen is sprake als het vergunningstelsel de toegang tot de markt voor potentiële aanbieders getalsmatig beperkt. Dit onderwerp is, mede op grond van jurisprudentie, volop in beweging. Zoals het zich momenteel laat aanzien is daarbij in ieder geval belangrijk dat schaarse vergunningen geen onbeperkte looptijd mogen hebben en dat gegadigden voor een dergelijke vergunning gelijke kansen moeten hebben om mee te dingen voor die vergunning. Het nieuwe beleid voldoet aan deze voorwaarden;

  • In het kader van flexibiliteit kunnen seizoensstandplaatsen en incidentele standplaatsen op willekeurige locaties ingenomen, uiteraard mits deze locaties voldoen aan een aantal voorwaarden. Dit zijn niet alleen de weigeringsgronden zoals in de APV genoemd maar ook een aantal aanvullende voorwaarden die in de beleidsregels zijn opgenomen.

Locaties

De huidige vaste standplaatsen zijn allemaal in het nieuwe beleid opgenomen, inclusief de locaties Markt te Zundert en Gommersstraat te Rijsbergen die in praktijk ook worden gebruikt ten behoeve van standplaatsen. Tevens is het Lindekensplein te Rijsbergen opgenomen als nieuwe locatie.

Tot slot

Met het nieuwe beleid beogen we als gemeente de randvoorwaarden te creëren voor een waardevolle aanvulling op en diversiteit ten opzichte van het bestaande voorzieningenniveau in Zundert. Met als uiteindelijk resultaat een passend aanbod dat bijdraagt aan aantrekkelijke dorpskernen en de consument ten goede komt. De praktijk zal moeten uitwijzen in hoeverre van de verruimde mogelijkheden gebruik wordt gemaakt en hoe dat wordt ervaren. Wanneer daartoe aanleiding is, kan het beleid uiteraard worden bijgesteld.

Totstandkoming van deze beleidsregels

De gemeente Zundert vindt het belangrijk om waar mogelijk tot beleid en uitvoering te komen dat op een breed draagvlak kan rekenen. Omdat het standplaatsenbeleid primair gericht is op het reguleren van een aantal aspecten in het kader van de openbare orde en veiligheid, leent zich dit onderwerp minder goed om in samenwerking met allerlei stakeholders te ontwikkelen. Niettemin vinden wij het belangrijk om iedereen die op een of andere manier te maken heeft of kan hebben met regels rondom standplaatsen, de gelegenheid te bieden om een inbreng te kunnen geven. Daarom hebben wij een inspraakprocedure gevolgd conform de Inspraakverordening gemeente Zundert 2016. Wij hebben ervoor gekozen om de huidige vaste standplaatshouders, de standplaatshouders op de weekmarkten en de lokale ondernemersverenigingen tevens nadrukkelijk te informeren over het ontwerpstandplaatsenbeleid en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De reacties die wij ontvangen hebben in het kader van de inspraakprocedure zijn door ons beoordeeld. Dit heeft geleid tot enkele wijzigingen in de beleidsregels.

Status van deze beleidsregels

Artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht geeft het bevoegde bestuursorgaan een zogeheten inherente afwijkingsbevoegdheid. Dit betekent dat het overeenkomstig de beleidsregel handelt, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. In dat geval is het bestuursorgaan, hoewel gesproken wordt van een bevoegdheid, verplicht om van de beleidsregel af te wijken. In dit opzicht verschilt een beleidsregel van een algemeen verbindend voorschrift (zoals een verordening), waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken.

Gelet op bovengemelde inherente afwijkingsbevoegdheid behoeft de beleidsregel zelf geen hardheidsclausule te bevatten. Daar waar bij de toepassing van de beleidsregel blijkt dat stelselmatig moet worden afgeweken, kan dit aanleiding zijn om de beleidsregel aan te passen.

Afbakening standplaatsenbeleid

Ambulante handel

Standplaatsen kunnen gezien worden als een verschijningsvorm van 'ambulante handel', een verzamelbegrip voor de (detail)handel in de openbare ruimte. Naast solitaire standplaatsen vallen ook markten en venters onder dit begrip:

  • Markten: een verzameling van kramen, verkoopwagens en grondplaatsen, waaruit de toegelaten kooplieden detailhandel bedrijven. Een warenmarkt wordt met vaste regelmaat gehouden op een bepaald tijdstip op een bepaalde dag en moet zijn ingesteld krachtens een besluit van het college.

  • Venters: ondernemers die met hun koopwaar door de straten trekken en deze aan 'onbekend' publiek trachten te verkopen. Wanneer een venter lang dan tien minuten stilstaat zonder klantcontact, is er sprake van het innemen van een standplaats.

  • Solitaire standplaatsen: standplaatsen op de openbare weg (buiten de markt), waar ondernemers hun producten of diensten aan het publiek trachten te verkopen.

Solitaire standplaats

Dit document gaat enkel in op solitaire standplaatsen. In artikel 5:17 van de APV wordt het begrip 'standplaats' als volgt gedefinieerd:

Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Juridisch kader

Gemeentelijke regelgeving

De wettelijke grondslag voor het reguleren van de standplaatsen is opgenomen in artikel 108 van de Gemeentewet. Het artikel erkent de autonome bevoegdheid van het gemeentebestuur tot het stellen van regels en het bestuur inzake de huishouding van de gemeente. Het reguleren van de straathandel wordt tot de huishouding van de gemeente gerekend en neergelegd in de APV. Op grond van artikel 5:18 APV is het verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. De weigeringsgronden van een vergunning staan geformuleerd in artikel 1:8 en artikel 5:18 lid 2 en 3 van de APV en worden hieronder toegelicht. Behalve dat dit (weigerings)gronden zijn voor een specifieke vergunningsaanvraag dan wel voor het intrekken van een vergunning, vormen deze gronden ook de juridische criteria waarop het standplaatsenbeleid gebaseerd dient te zijn. Een standplaatsenvergunning kan geweigerd of ingetrokken worden:

  • a.

    In belang van de openbare orde

  • Wanneer een standplaats zodanige overlast veroorzaakt, dat dit een bedreiging vormt voor de veiligheid en rust in de publieke ruimte, kan de vergunning geweigerd worden.

  • b.

    In belang van de openbare veiligheid

  • Wanneer er zich door de omvang van en de toeloop naar een standplaats, (verkeers)onveilige situaties kunnen voordoen, kan de vergunning geweigerd worden.

  • c.

    In belang van de volksgezondheid

  • Wanneer een standplaats schade toebrengt aan de volksgezondheid, door middel van het aangeboden etenswaar of anderszins, kan de vergunning geweigerd worden.

  • d.

    In belang van de bescherming van het milieu

  • Wanneer een standplaats schade toebrengt aan het milieu door vervuiling en stank die te wijten is aan de standplaatshouder, kan de vergunning geweigerd worden.

  • e.

    In strijd met een geldend bestemmingsplan

  • Wanneer een standplaats niet binnen het geldende bestemmingsplan past, kan deze geweigerd worden.

  • f.

    Indien een standplaats niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand

  • Wanneer een standplaats afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de gemeente of het straatbeeld ernstig verstoort, kan een vergunning geweigerd worden. Met deze weigeringsgrond wordt onder andere het aanzien van monumentale gebouwen gewaarborgd. Daarnaast kunnen ook stedenbouwkundige overwegingen het motief zijn om een standplaatsenvergunning te weigeren.

  • g.

    Het in gevaar komen van een redelijk voorzieningenniveau

  • In beginsel is de concurrentiepositie van een gevestigde winkelier geen reden om een aanvraag van een standplaatsenvergunning te weigeren. Dat wordt het wel als door de komst van een standplaats een redelijk voorzieningenniveau voor de consument in gevaar komt. Voorbeelden hiervan welke te herleiden zijn uit de jurisprudentie:

    • de situatie dat er sprake is van een nieuw opgezet winkelcentrum. De afdeling Rechtspraak heeft geoordeeld dat een nieuw winkelcentrum gedurende een bepaalde periode (circa vijf jaren), waarin de aanloopkosten nog hoog zijn, gevrijwaard dient te zijn van concurrentie. Dit in het belang van het opzetten van een voldoende voorzieningenniveau voor de consument (Vz. ARRS 17 februari 1986, AB 1987, 3);

    • de situatie dat er sprake is van een verzorgingsgebied waarin nog slechts één winkel van een bepaalde branche is gevestigd. Deze winkel dreigt ten onder te gaan door de aanwezige concurrentie van standplaatsen. De gevolgen hiervan kunnen zijn dat het voorzieningenniveau voor de consument in het gedrang komt. Deze uitzondering geldt niet voor standplaatsen die diensten aanbieden. De Europese Dienstenrichtlijn staat niet toe dat deze weigeringsgrond geldt voor standplaatsen waar (mede)diensten worden verleend (graveren van kentekenplaten en autoruiten). Dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten.

Hoe kan worden onderbouwd dat sprake is van een situatie dat een redelijk voorzieningenniveau in gevaar komt?

  • Via de boekhouding. Er moet dan worden aangetoond dat aan de hand van de boekhouding van een plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden worden.

  • Via een distributieplanologisch onderzoek. Een andere mogelijkheid om aan te tonen dat een winkel in gevaar komt, is door het voeren van een distributieplanologisch onderzoek. In dit onderzoek worden de effecten berekend van de komst van een standplaatshouder op het functioneren van het winkelaanbod in de gemeente.

Deze weigeringsgrond doet zich overigens slechts in zeer uitzonderlijke situaties voor.

Overige regelgeving

Een standplaatshouder moet naast de eisen vanuit de APV, voldoen aan andere (nationale) wetgeving. Deze wetgeving stelt vanuit andere motieven eisen aan de standplaatshouder. De belangrijkste wetten worden hieronder toegelicht.

Warenwet

De Warenwet stelt regels in het belang van volksgezondheid, eerlijkheid in handel en goede voorlichting. De Warenwet geldt ook voor het drijven van handel vanaf een standplaats. Doordat deze vorm van handel enkele specifieke kenmerken heeft, is in 2014 de ‘Handreiking voedselveiligheid Ambulante Handel’ uitgebracht door het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer beschermt een omgeving tegen inrichtingen, die hinder en/of overlast veroorzaken. Indien er vanuit een mobiel verkooppunt wordt gebakken of gebraden, worden er milieueisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op afvalwater en stankoverlast.

Winkeltijdenwet

De Winkeltijdenwet is van toepassing op standplaatsen, zie artikel 2, lid 2 van genoemde wet. Op basis van deze wet mag een standplaats op maandag tot en met zaterdag (niet zijnde feestdagen) tussen 06.00 tot 22.00 uur worden ingenomen. Hiervan kan worden afgeweken voor zover de gemeente dat in een aparte verordening heeft bepaald, de Winkeltijdenverordening.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wanneer een standplaatslocatie voor langere tijd, met hetzelfde bouwwerk, gebouw of een daaraan gelijkgestelde voorziening (bijvoorbeeld een verkoopwagen) op één en dezelfde plaats wordt ingenomen, is er in juridische zin sprake van een bouwwerk (‘elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren’). Een object is over het algemeen plaatsgebonden indien het object meer dan 31 dagen op dezelfde plaats staat. Maar de precieze begrenzing is moeilijk vast te stellen. Afhankelijk van de situatie bestaat de mogelijkheid dat er een omgevingsvergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een dergelijke vergunning zal niet in alle gevallen verleend kunnen worden.

Jurisprudentie

In de loop der jaren is de nodige jurisprudentie uitgesproken ten aanzien van standplaatsen. De belangrijkste uitgangspunten doen zich voor op de punten: concurrentie, verhouding privaat-publiekrecht, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.

Concurrentie

Zoals reeds eerder is vermeld, mag een gemeente zich niet bemoeien met de economische ordening, oftewel de concurrentieverhoudingen binnen een gemeente. De aanvraag voor een standplaatsenvergunning kan slechts geweigerd worden wanneer het lokale voorzieningenniveau voor de consument in gevaar komt. Of er sprake is van een redelijk voorziening voor de consument bekijkt de gemeente vanuit de positie van de consument en niet vanuit de positie van winkeliers. Een gemeente kan wel op andere manieren invloed uitoefenen op de samenstelling van de standplaatsen. Dit kan door een maximumstelsel (indirecte regulering) en door branchering (directe regulering) op te nemen in het standplaatsenbeleid.

Maximumstelsel

Een gemeente mag het aantal verleende standplaatsvergunningen aan een maximum verbinden. Hierdoor blijft het aantal standplaatsen binnen bepaalde normen en ontstaat geen wildgroei van standplaatsen. Bij het vaststellen van een maximum aantal vergunningen moet er rekening worden gehouden met het aantal reeds afgegeven vergunningen. De houders van deze vergunningen kunnen zich namelijk beroepen op verworven rechten. Uit jurisprudentie blijkt dat de rechter een maximumstelsel niet onredelijk acht, maar dat dit niet altijd toepasbaar is. Bij een op grond van het maximumstelsel geweigerde vergunning dient wel aangetoond te worden waarom het maximumstelsel in dat specifieke geval een beletsel vormt om de standplaatsvergunning te verlenen. Daarom is een goed onderbouwd standplaatsenbeleid van belang.

Branchering

Een gemeente kan tot op zekere hoogte invloed uitoefenen op de branchering van standplaatsen, om zo een bepaalde mate van diversiteit in het aanbod te garanderen. Branchering is daarbij gekoppeld aan de standplaatslocatie.

Privaat-publiekrecht

De verhouding privaat-publiekrecht speelt ook een rol bij standplaatsen. Jurisprudentie heeft aangetoond dat een gemeente nog steeds de mogelijkheid heeft om een standplaatsvergunning op een privaatrechtelijke manier te verlenen (arrest Amsterdam/Geschiere). Bij gebruikmaking van openbare grond wordt onderscheid gemaakt in openbare grond met een bijzondere of algemene bestemming. Voor openbare grond met een bijzondere bestemming is het gerechtvaardigd een privaatrechtelijke vergoeding te eisen, veelal aangeduid als vergoeding standplaatsen.

Motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel

Uit jurisprudentie kan geconcludeerd worden dat de rechter steeds meer aandacht schenkt aan een goed gemotiveerde en zorgvuldige onderbouwing ten aanzien van het al dan niet verlenen van een standplaatsvergunning. Aan de andere kant biedt de jurisprudentie wel voldoende ruimte voor een zekere beoordelingsvrijheid van het gemeentebestuur. Er is vaker sprake van een onvoldoende onderbouwing op gebieden van:

  • Weigering of intrekking van een standplaatsvergunning

  • Invoering van een maximumstelsel en/of branchering

  • Afwijking van het huidige standplaatsenbeleid

  • Verhoging van standplaatstarieven

  • Aanwijzing van geselecteerde locaties voor (vaste/seizoensgebonden/incidentele standplaatsen).

Toelichting per artikel

Artikel 1 Begripsomschrijving

In dit artikel worden de drie soorten standplaatsen onder de subleden b, c en d aangeduid.

Sub b

Met een vaste standplaats wordt een vaste locatie bedoeld die wordt gebruikt voor het aanbieden van goederen en diensten gedurende één of meer vaste tijdstippen per week. Een vaste standplaats mag in beginsel zeven dagen per week worden ingenomen en kan door meerdere standplaatshouders worden gebruikt (bijvoorbeeld wanneer twee standplaatshouders ieder gedurende een aantal dagen of dagdelen per week gebruikmaken van één standplaats).

Sub c

Met een seizoensgebonden standplaats wordt een locatie bedoeld die wordt gebruikt voor het commercieel aanbieden van goederen en diensten vanaf een vaste standplaats voor een in tijd beperkte periode van structurelere aard, doch niet gedurende het gehele jaar. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan standplaatsen voor de verkoop van oliebollen en kerstbomen in de winterperiode en ijs in de zomer.

Sub d

Onder een incidentele standplaats wordt verstaan het al dan niet commercieel aanbieden van goederen en diensten vanaf een willekeurige standplaats voor een beperkte periode, waarbij de locatie niet steeds hetzelfde is.

Tevens is nader bepaald voor welke soort aanvragen een incidentele standplaatsvergunning kan worden verleend. Onder een 'publiek belang' dient een belang verstaan te worden waarvan de behartiging voor de samenleving als geheel wenselijk is en die de (lokale) overheid zich om deze reden aantrekt. Het gaat dan om een kraam van ideële groepen voor niet-commerciële activiteiten. Het criterium 'een goed doel' heeft betrekking op een organisatie die eigen of andermans activiteiten ontplooit ten bate van een doel dat een bepaalde doelgroep of instelling ondersteunt die niet of slechts gedeeltelijk wordt gesteund door de overheid of commerciële instellingen (bijvoorbeeld een standplaats van een vereniging voor ledenwerving). Bij het criterium 'initiatieven van winkeliers' kan gedacht worden aan een standplaats van winkeliers voor promotionele activiteiten.

Sub f

Een verkoopwagen moet voldoen aan de eisen die in de Regeling voertuigen worden gesteld.

Artikel 2 Uitzonderingen

Sub a en b

In dit artikel wordt aangegeven dat de beleidsregels niet van toepassing zijn op standplaatsen die bedoeld worden in lid 2 van artikel 5:17 APV. Dit betreft standplaatsen in de vorm van een vaste plaats op jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, lid 1 aanhef en onder h van de Gemeentewet alsmede vaste plaatsen tijdens een evenement zoals bedoeld in artikel 2:24 APV. De regulering van (jaar)markten komt op grond van artikel 108 juncto artikel 147 lid1 juncto artikel 149 van de Gemeentewet toe aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door een marktverordening vast te stellen, de Marktverordening gemeente Zundert. Voor standplaatsen die verbonden zijn aan een evenement geldt dat zij via de evenementenvergunning worden gereguleerd.

Sub c

Het venten, het in uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de lucht gelegen plaats of aan huis, valt eveneens buiten de werking van deze beleidsregels. Het venten wordt gereguleerd in afdeling 3 van de hoofdstuk 2 van de APV van Zundert.

Artikel 3 Aanvragen van een vergunning

Lid 1

De vergunning wordt zowel aan natuurlijke personen als aan rechtspersonen verleend. In dit lid wordt aangegeven dat een standplaatsvergunning alleen door een natuurlijk persoon kan worden aangevraagd. De vergunning is persoonsgebonden en dus niet overdraagbaar. Is de aanvrager een natuurlijke persoon, zoals bijvoorbeeld bij een eenmanszaak, dan is deze ook verplicht persoonlijk gebruik te maken van de vergunning en moet hij of zij zelf op de standplaats aanwezig zijn. Bij rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid (zoals een maatschap of vennootschap onder firma)) moet de standplaats worden ingenomen door één van de partners en wanneer er sprake is van een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld wanneer het gaat om een besloten vennootschap) door een in de aanvraag en de vergunning nader te noemen personeelslid of lid van de directie.

Een persoonsgebonden vergunning kan slechts in zeer uitzonderlijke situatie en onder bepaalde voorwaarden overgaan op rechtsopvolgers. Dit is verder geregeld in artikel 10.

Lid 2

In dit artikel staat aangegeven welke gegevens moeten worden overgelegd bij een aanvraag.

Artikel 4 Indieningstermijnen en procedure standplaats

Omdat het aantal te verlenen vergunningen voor een standplaats beperkt is, kan gesproken worden van ‘schaarse besluiten’. Schaarse besluiten zijn onderwerp van recente ontwikkelingen in Europese en nationale jurisprudentie. Uit de tot op heden bekende jurisprudentie blijkt dat bestuursorganen die schaarse besluiten verdelen ruimte moeten geven voor mededinging van gegadigden, door het transparantiebeginsel in acht te nemen. Het hanteren van een lotingssysteem voor standplaatsvergunningen bij meerdere aanvragers lijkt hiervoor vooralsnog een passende oplossing.

Artikel 5 Geldigheidsduur

Lid 1

Op grond van dit nieuwe beleid wordt worden vaste standplaatsvergunningen voor een periode van maximaal vijf jaar verleend. In de meeste situaties was dit overigens in Zundert al langere tijd gebruikelijk. De keuze voor een vergunning voor vijf jaar zorgt niet alleen voor lastenverlichting voor standplaatshouders maar ook voor de gemeente.

Lid 2

Seizoensstandplaatsen zijn bedoeld voor de verkoop van goederen en waren die gerelateerd zijn aan specifieke perioden in een jaar. Daarom zijn per product de tijdvakken aangegeven waarvoor een vergunning voor een seizoensstandplaats kan worden verleend.

Lid 3

Het aantal dagen per jaar waarvoor een incidentele standplaats kan worden verleend, bedraagt ten hoogste twaalf. Daarmee wordt een duidelijk onderscheid gemaakt met de vaste standplaatsen.

Artikel 6 Overige bepalingen met betrekking tot het verlenen van de vergunning

Met de aanduiding 'persoon' wordt in dit artikel zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon bedoeld.

Artikel 7 Vergunningsvoorschriften

Lid 1 sub c

Voor standplaatshouders geldt dat op het gebruik van de standplaats de bepalingen van de Winkeltijdenwet van toepassing zijn. Dit betekent dat verkoop op de standplaats uitsluitend mag plaatsvinden tussen 06.00 uur 's morgen en 22.00 's avonds van maandag tot en met zaterdag voor zover het geen feestdagen betreft. Omdat, vanwege het ontbreken van een lokale Winkeltijdenverordening in Zundert, een verruiming op dit moment formeel-juridisch niet mogelijk is maar in praktijk ook buiten de begrenzingen van de genoemde wet standplaatsen ingenomen worden, worden deze situaties – in afwachting van een door de raad vast te stellen Winkeltijdenverordening – voorlopig gedoogd.

Lid 2

Aan de vergunning kunnen op de individuele situatie toegesneden voorwaarden verbonden worden.

In dit verband moet gedacht worden aan de in artikel 1:8 van de APV Gemeente Zundert genoemde belangen, zoals openbare orde en veiligheid, milieu en gezondheid.

Artikel 8 Persoonlijk innemen standplaats

Lid 1

Het is van belang dat standplaatsen door de vergunninghouder worden ingenomen. Wanneer een vergunde standplaats niet wordt ingenomen, zou dit andere geïnteresseerden, die wel voornemens zijn om de standplaats in te nemen, te kort doen. Met een principeverplichting tot het innemen van een vergunde standplaats door de vergunninghouder kan worden voorkomen dat een standplaatsvergunning alleen wordt aangevraagd om concurrentie te voorkomen of om keuzemogelijkheden vrij te houden met betrekking tot de locatie waarop men wil gaan staan.

Lid 2

In praktijk zal het niet altijd mogelijk zijn dat de vergunninghouder zelf altijd aanwezig is. Daarom is de mogelijkheid opgenomen dat de vergunninghouder een persoon kan aanwijzen die de standplaats inneemt. De aangewezen persoon dient direct betrokken te zijn bij de onderneming. Hierbij moet gedacht worden aan een personeelslid, medevennoot, partner, enz. Hiermee wordt aangesloten op hetgeen in het Marktreglement 2012 van de gemeente Zundert is vastgelegd ten aanzien van het innemen van standplaatsen op een (week)markt.

Lid 4 tot en met 7

Doordat standplaatsvergunningen op naam worden vergund, is de vergunninghouder of de door hem aangewezen persoon verplicht op de standplaats persoonlijk in te nemen. Vervanging is dus in principe niet toegestaan. Een totaal verbod op vervanging is echter niet gewenst. Tijdens vakantie of ziekte moet de vergunninghouder de gelegenheid hebben zijn of haar handel voort te zetten. Dit komt ook de gewenste bezettingsgraad ten goede. De afwezigheid dient vooraf met opgaaf van reden aan het college te worden medegedeeld. In spoedgevallen, mag de afwezigheid of vervanging achteraf met opgave van redenen worden gemeld.

Artikel 9 Intrekken vergunning

Lid d

Een standplaats moet worden ingenomen op de in de vergunning opgenomen dagen en tijden.

Wanneer een vergunninghouder naar het oordeel van het college de standplaats niet of onvoldoende gebruikt wordt de vergunning ingetrokken. In het geval van bijzondere omstandigheden, zoals (langdurige) ziekte en mits de bijzondere omstandigheid tijdig wordt gemeld aan het college, kan hiervoor een uitzondering worden gemaakt.

Artikel 10 Overschrijving vergunning

De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.

Artikel 11 Weigeringsgronden

De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.

Artikel 12 Wijzigen van de vergunning

Een aanvraag om wijziging van de standplaatsvergunning wordt beschouwd als een aanvraag voor een nieuwe vergunning. Op dezelfde manier als omschreven bij artikel 3 kan een aanvraag ingediend worden om een vergunning te wijzigen.

Artikel 13 Vaste standplaatsen

Lid 2

Als gevolg van evenementen kan het voorkomen dat standplaatsen tijdelijk niet kunnen worden ingenomen. Wij hebben er voor gekozen om te bepalen dat in alle gevallen de vaste standplaatsen onder deze omstandigheden niet kunnen worden ingenomen. Daarnaast kan zich de situatie voordoen dat door werkzaamheden de standplaats voor korte of langere tijd niet te gebruiken is. Omwille van de duidelijkheid is aangegeven dat ook dan een standplaats niet kan worden ingenomen. Omdat wij van mening zijn dat dit een andere situatie is als bij evenementen, is in lid 3 aangegeven dat bij werkzaamheden een vervangende locatie kan worden aangewezen.

Lid 3

Als gevolg van werkzaamheden kan het voorkomen dat standplaatsen tijdelijk niet kunnen worden ingenomen. In deze situaties is het college bevoegd om voor de duur van de werkzaamheden een vervangende standplaats aan te wijzen. Een vervangende locatie is altijd tijdelijk. Hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

Lid 4 en 5

Wij hanteren een maximumstelsel met betrekking tot vaste standplaatsvergunningen. Dit betekent dat er per kern een limiet is gesteld aan het aantal standplaatsen waarvoor een vergunning kan worden verleend. Voor de vaststelling van het maximumaantal is rekening gehouden met de specifieke lokale situatie, waaronder het aanwezige voorzieningenniveau en de vraag naar standplaatsen in de afgelopen jaren. Het college kan gemotiveerd afwijken van deze limitering. De kaders waarbinnen van de beleidsmatige limitering kan worden afgeweken zijn uitgewerkt in lid 4.

Artikel 14 Seizoensstandplaatsen en incidentele standplaatsen

Lid 1

Uit hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen), artikel 1.8 van de APV vloeit voort dat een standplaatsvergunning kan worden geweigerd in het belang van:

  • de openbare orde;

  • de openbare veiligheid;

  • de volksgezondheid, en

  • de bescherming van het milieu.

Toelichting criteria openbare orde en openbare veiligheid

Marktvorming

Marktvorming heeft een groter effect op de openbare orde dan losse standplaatsen. Denk aan de verkeers- en parkeerproblematiek, de veiligheidsaspecten, de aantasting van het straatbeeld, de te treffen voorzieningen, enz. Om deze redenen is het van belang marktvorming tegen te gaan. Daarom is het aantal standplaatsen per kern gelimiteerd. De effecten van het mogelijke aantal aanwezige standplaatsen wordt acceptabel geacht in relatie tot de omvang van genoemde kernen.

Wanneer losse standplaatsen in de nabijheid van een markt worden toegestaan, ontstaat onduidelijkheid over de exacte omvang van de markt en de status van de verschillende standplaatshouders. Ook de voorschriften waar de losse en marktstandplaatshouders zich aan moeten houden verschilt, waardoor er ongelijkheid ontstaat. Omdat deze situatie ongewenst is, worden er op marktdagen geen losse standplaatsen in de nabijheid van de markt toegestaan.

Verkeersveiligheid

Standplaatsen kunnen leiden tot een toename van parkeerdruk in de omgeving en tot een toename van oversteekbewegingen van voetgangers en fietsers. Ook kunnen standplaatsen de vrije doorgang van voetpaden of trottoirs (minimaal 1,5 meter vrije doorgang moet worden gegarandeerd) belemmeren of tot gevolg hebben dat het (over)zicht voor verkeersdeelnemers wordt belemmerd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien men voornemens is een standplaats in te nemen op een hoeklocatie in de buurt van een kruispunt. Bovenstaande aspecten worden daarom meegenomen bij de beoordeling van alle standplaatslocaties. Dit houdt bijvoorbeeld in dat terughoudend wordt omgegaan met het gebruik van parkeerplaatsen ten behoeve van standplaatsen. Het veiligheidsaspect blijft echter wel leidend. Ook moet rekening gehouden worden met de bereikbaarheid van kabels, leidingen, rioolputten, enz. ten behoeve van onderhoud of reparatie.

Het voorkomen of beperken van overlast voor de woonomgeving

Indien standplaatshouders voorzieningen als elektra en water gebruiken, moeten deze op een dusdanige wijze gebruikt kunnen worden dat daarbij geen overlast voor derden wordt veroorzaakt. Ook worden in de standplaatsvergunning voorschriften opgenomen om te voorkomen dat afval, dat afkomstig is van de verkoopactiviteit vanaf de standplaats, in de directe omgeving wordt verspreid en voor het schoonmaken en houden van de standplaatslocatie zelf. De vergunninghouder van de standplaats is zelf verantwoordelijk voor het (laten) afvoeren van bedrijfsafval.

Standplaatsen horen in beginsel niet thuis in een woonomgeving. Standplaatsen geven in woonomgevingen meer overlast dan in winkelgebieden, waar deze meer maatschappelijk geaccepteerd zijn. Ook kan de verkeersveiligheid in woonwijken negatief worden beïnvloed indien daar standplaatsen worden toegestaan. Het weren van standplaatsen in woonomgevingen is niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de woonomgeving is gelegen in de (directe) nabijheid van een winkelgebied of –centrum.

Een bedrijventerrein wordt evenmin als een geschikte locatie gezien voor vaste- en/of seizoensgebonden standplaatsen. Incidentele standplaatsen kunnen op grond van hun aard wel in aanmerking komen voor een vergunning. Denk hierbij aan een promotionele standplaats ten behoeve van een bedrijf dat op het bedrijventerrein gevestigd is.

Toelichting criterium bescherming van het milieu

Naast het bestemmingsplan en de APV kan ook de Wet milieubeheer van invloed zijn op standplaatsen. Wanneer standplaatsen worden gebruikt voor bak- en braadactiviteiten of andersoortige activiteiten waarbij geuroverlast kan voorkomen, stelt ook de Wet milieubeheer eisen. Hierbij moet worden gedacht aan afstandscriteria, voorzieningen voor vetafscheiding van het afvalwater en voorzieningen ter voorkoming van geuroverlast. Dergelijke aspecten worden locatiespecifiek beoordeeld. Regulering kan plaatsvinden via de bestemmingsplanregels, de APV alsook via vergunningvoorschriften.

Daarnaast kan een standplaatsvergunning worden geweigerd op grond van artikel 5:18 van de APV indien:

  • het innemen van de standplaats in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;

  • de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;

  • als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Toelichting criterium planologische aspecten

De gemeente Zundert heeft de locaties voor vaste standplaatsen opgenomen in de betreffende bestemmingsplannen. Voor seizoens- en incidentele standplaatsen speelt dit in beginsel niet omdat het niet om een structureel gebruik gaat van een standplaats. Verder kan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing zijn.

Toelichting criterium redelijke eisen van welstand

Deze eisen zijn toepassing, als een verkoopmiddel op een zodanige plaats een standplaats inneemt, dat het straatbeeld ernstig wordt verstoord. Dit kan het geval zijn wanneer meerdere standplaatsen naast elkaar worden ingenomen en daardoor de architectonische eenheid in het gedrang komt. Ook het aanzien van monumentale gebouwen of waardevolle stedenbouwkundige verbanden kan met deze eisen worden gewaarborgd.

Toelichting criterium redelijk verzorgingsniveau

Het bepalende element is het verzorgingsniveau van de consument en niet de concurrentiepositie van een gevestigde winkelier. Dit betekent dat een aanvraag voor een standplaatsenvergunning niet kan worden geweigerd indien uit onderzoek blijkt dat er reeds voldoende verkooppunten aanwezig zijn.

Een uitzondering hierop doet zich voor wanneer een winkelier in een bepaalde branche zodanig wordt bedreigd door de concurrentie van een aspirant standplaatshouder, dat daardoor het verzorgingsniveau ter plaatse in gevaar komt. De winkelier moet dan wel (bijvoorbeeld aan de hand van zijn boekhouding) aantonen, dat de levensvatbaarheid van zijn bedrijf in gevaar komt. Deze weigeringsgrond doet zich slechts in zeer uitzonderlijke situaties voor.

Tot slot kan een standplaatsvergunning worden geweigerd wanneer er sprake is van strijd met het

gemeentelijke standplaatsenbeleid.

Lid 2 en 3

Deze bepalingen spreken voor zich.

Artikel 15 Standplaatsen op particulier terrein

Ook voor standplaatsen op particulier terrein is een standplaatsvergunning verplicht. In artikel 5:19 van de APV is dat ook als zodanig vastgelegd. De criteria en voorschriften uit dit standplaatsenbeleid zijn dan ook van toepassing.

Artikel 16 Elektriciteitsvoorziening

Voor gebruik van gemeentelijke elektriciteitsvoorzieningen kan een vergoeding worden gevraagd. De wijze waarop en de hoogte daarvan valt buiten deze beleidsregels. Wanneer een standplaatshouder gebruik maakt van een externe stroomvoorziening, is het aan de standplaatshouder zelf om afspraken te maken met de eigenaar van de voorziening over een vergoeding van de verbruikte elektriciteit.

Artikel 17 Opbouw en ontruiming

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 18 Kosten

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning worden leges in rekening gebracht. Het geldende legestarief is opgenomen in de Legesverordening gemeente Zundert. Het tarief wordt jaarlijks vastgesteld.

Artikel 19 Overgangsrecht

In dit artikel is aangegeven dat de reeds verstrekte vergunningen van kracht blijven tot de einddatum van de betreffende vergunning. Maar zoals al eerder beschreven kunnen standplaatshouders ook met andere regelgeving te maken hebben. Standplaatshouders die hieraan niet voldoen, zal een termijn toegekend om de strijdigheid alsnog op te heffen. De termijn die wordt toegekend zal daarbij afhankelijk zijn van de aard van de geconstateerde strijdigheid.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze bepaling spreekt voor zich.

Artikel 21 Citeertitel

Deze bepaling spreekt voor zich.