Bibob-beleid gemeente Zundert 2018

Geldend van 05-07-2018 t/m heden

Intitulé

Bibob-beleid gemeente Zundert 2018

1. Inleiding

Bescherming integriteitsrisico

Op 1 juni 2003 trad de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) in werking. Op 1 juli 2013 wijzigde de wet met voor zowel gemeente als ondernemers een effectievere toepassing. Met de Wet Bibob beschermen we ons tegen het risico dat we criminele activiteiten faciliteren door het verlenen van vergunningen, subsidies of opdrachten. De Wet Bibob is bedoeld als een aanvulling op de bestaande mogelijkheden om een vergunning, subsidie of opdracht te weigeren of in te trekken. Bij de toepassing van de Wet onderzoeken we de achtergronden van een bedrijf of ondernemer en eventueel betrokken zakelijke partners.

Waarom een beleidslijn?

Wij beslissen over het inzetten van Bibob. Vanwege de grote mate van bestuurlijke keuzevrijheid bij de toepassing van de Wet Bibob heeft het gebruik van een beleidslijn de voorkeur. We bepalen op welke wijze wij de Wet Bibob inzetten. Dit schept duidelijkheid voor ondernemers die met een Bibobonderzoek kunnen worden geconfronteerd. Bovendien schept het een helder kader voor de toetsing van een door ons genomen beslissing. Met name de afweging om tot een Bibobonderzoek over te gaan dient -juist met het oog op het ingrijpende karakter van het instrument- weloverwogen en met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur te worden genomen. Daarbij spelen proportionaliteit, subsidiariteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid een belangrijke rol.

Wet Bibob

In hoofdzaak regelt de wet twee zaken. Ten eerste kunnen bepaalde beschikkingen worden geweigerd of ingetrokken wanneer:

  • 1.

    sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten (bijvoorbeeld het witwassen van zwart geld);

  • 2.

    sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor het plegen van strafbare feiten (bijvoorbeeld drugshandel of als dekmantel);

  • 3.

    feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping).

In de hierboven genoemde gevallen kunnen ook bepaalde privaatrechtelijke transacties worden opgezegd, ontbonden, vernietigd of opgeschort. Lopende onderhandelingen hierover kunnen worden afgebroken. Ook kunnen partijen van de gunning van een overheidsopdracht worden uitgesloten. Daarbij zal in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2013.

Ten tweede voorziet de wet in een instantie die bestuursorganen kan adviseren over de mate van gevaar bij het toekennen van een beschikking of opdracht of het sluiten van een overeenkomst. Die instantie is het landelijk Bureau Bibob (LBB), Dienst Justis, Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Voor de beoordeling op grond van de Wet Bibob stellen wij vragen die te maken hebben met de bedrijfsstructuur, financiering, betrokken (rechts)personen etc. Daarvoor is een (landelijk) vragenformulier ontwikkeld dat door de aanvrager /vergunninghouder/(contracts-)partij moet worden ingevuld.

2. Toepassing

Wanneer passen we de Wet Bibob toe?

De wet Bibob kan op een aantal door ons aangewezen taakvelden worden toegepast. Daarbij maken we onderscheid in de gemeente als publiekrechtelijk orgaan en de gemeente als privaatrechtelijke partij.

Publiekrechtelijk

Toepassing van het Bibob-instrumentarium vanuit de positie van publiekrechtelijk orgaan kan bij:

  • De beschikking ingevolge de artikel 3 en 30a van de Drank&Horecawet:

    • -

      de Drank&Horecavergunning

    • -

      aanhangsel Drank&Horecavergunning

  • Vergunning voor seksinrichtingen

  • Vergunning voor aanwezig hebben van kansspelautomaten

  • Vergunningen vanuit de Huisvestingswet:

    • -

      huisvestingsvergunning

    • -

      vergunning tot onttrekken, samenvoegen of splitsen van een woonruimte

    • -

      vergunning voor splitsen van recht op gebouw in appartementsrechten

  • Vergunningen/ontheffingen, voortkomende uit Gemeentelijke Verordeningen (bijvoorbeeld evenementenvergunning)

  • Omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

  • Omgevingsvergunning voor milieuactiviteiten:

    • -

      vergunningplichtige inrichtingen binnen de sector afval

    • -

      omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM)

  • Subsidies

Privaatrechtelijk

Toepassing van het Bibob-instrumentarium vanuit de positie van privaatrechtelijk orgaan kan bij:

  • overheidsopdrachten in de sectoren bouw, milieu en ICT;

  • het aangaan, opschorten of ontbinden van een vastgoedtransactie.

3. Algemene beleidsuitgangspunten

Het toepassen van de Wet Bibob heeft een belangrijk doel: voorkomen dat we criminelen faciliteren door het verlenen van vergunningen, subsidies of opdrachten. De daaruit volgende vermenging van onder- en bovenwereld heeft een ontwrichtende werking en kan leiden tot oneerlijke concurrentie. Wij streven naar een effectieve en uniforme toepassing van de Wet Bibob, waarbij onze integriteit wordt beschermd. Tegelijkertijd willen we de administratieve lasten en de duur van de procedures voor de aanvragers en gemeente beperken. Tot slot geven wij zoveel als mogelijk gehoor aan de oproep van de minister van Veiligheid en Justitie om Bibob selectief en risicogestuurd vorm te geven, zowel in beleid als uitvoering en hierbij de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht te nemen.

Uitgangspunten voor alle taakvelden

De volgende uitgangspunten gelden voor alle gemeentelijke taakvelden waarop de wet Bibob van toepassing is:

Een gemeentelijk Bibobonderzoek vindt altijd plaats wanneer:

  • 1.

    Een tip is ontvangen van het Openbaar Ministerie (OM) of

  • 2.

    Een concreet signaal is ontvangen van bijvoorbeeld toezichthouders, politie, Belastingdienst of het RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum).

De officier van justitie kan ons tippen om een Bibob-advies aan te vragen (artikel 26 Wet Bibob). In dat geval beschikt de officier van justitie over informatie waaruit blijkt dat er een verband bestaat tussen een betrokkene en strafbare feiten die gepleegd zijn of gepleegd worden.

Ook kan een Bibobonderzoek worden gestart bij signalen of bevindingen. Deze signalen of bevindingen kunnen bestaan uit informatie van bijvoorbeeld politie, Justitie, RIEC, Bureau Bibob, Belastingdienst, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, buitengewoon opsporingsambtenaren of toezichthouders. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij de indicatorenlijst Openbare Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

4. Aanvullende beleidslijnen per taakveld

Naast de algemene beleidsuitgangspunten, gelden voor de taakvelden horeca en bouwen nog aanvullende beleidslijnen.

4.1.Taakveld Horeca

De algemene beleidsuitgangspunten, vermeld in onderdeel 3 van het ‘Bibob-beleid Zundert 2018’ zijn van toepassing.

Daarnaast vindt een gemeentelijk Bibobonderzoek altijd plaats bij de aanvraag voor:

  • 1.

    een vergunning als genoemd in artikel 3 of 30a van de Drank- en Horecawet voor het horecabedrijf waarin alcoholhoudende drank geschonken wordt;

  • 2.

    een vergunning op grond van de APV voor de exploitatie van een horecabedrijf;

  • 3.

    een vergunning op grond van de APV voor de exploitatie van een seksinrichting of een escortbedrijf;

  • 4.

    de vergunning op grond van de APV voor een smartshop;

Bij een verleende vergunning kan een Bibobonderzoek worden gestart als signalen of bevindingen daar aanleiding voor geven. Voorbeelden hiervan zijn onder andere informatie van politie, Justitie, Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC), landelijk Bureau Bibob (LBB), Belastingdienst, buitengewoon opsporingsambtenaren of toezichthouders. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij de indicatorenlijst Openbare Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Uitzonderingen

Paracommerciële instellingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet worden niet getoetst.

Bibobonderzoek van aanvragen waarbij enkel leidinggevende(n) toegevoegd worden zal marginaal plaatsvinden. Hoofdcriterium hierbij is de vraag of nieuwe leidinggevende(n) financiële inbreng leveren en daardoor zeggenschap verwerven in het bedrijf.

Bovenstaande uitzonderingen zijn niet van toepassing indien:

  • a.

    een tip is ontvangen van het Openbaar Ministerie (OM) of

  • b.

    een concreet signaal is ontvangen van bijvoorbeeld toezichthouders, politie, Belastingdienst of het RIEC of;

  • c.

    de aanvraag betrekking heeft op een onderneming in een aangewezen gebied in de gemeente.

  • d.

    signalen of een risico-inschatting aanleiding geven tot een bibobonderzoek, zoals bijvoorbeeld:

    • -

      De aanvrager of een van de betrokken personen wordt in verband gebracht met een overtreding van Opiumwetgeving in de afgelopen 5 jaar;

    • -

      De aanvrager betreft een ondoorzichtige rechtspersoon (zoals een ‘limited’ of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon) of;

    • -

      De activiteit is gestart zonder het aanvragen en verkrijgen van de vereiste vergunningen;

    • -

      Opvallende wijzigingen in de rechtspersoon (in het verleden) rechtvaardigen nader onderzoek;

4.2 Taakveld bouwen

De algemene beleidsuitgangspunten, vermeld in onderdeel 3 van het ‘Bibob-beleid Zundert 2018’ zijn van toepassing.

Een Bibob onderzoek vindt plaats bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in de volgende gevallen (alle bedragen zijn exclusief BTW):

4.2.1 Bouwsom

Het Bibob onderzoek blijft beperkt tot aanvragen met een bouwsom gelijk aan of hoger dan:

  • a.

    € 350.000,- wanneer het de bouw van een particuliere vrijstaande woning betreft;

  • b.

    € 500.000,- voor overige bouwwerken of projecten.

In alle gevallen berekenen we de bouwsom aan de hand van een vastgestelde ROEB-lijst (Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht) volgens de Legesverordening. Bij een project van meerdere bouwwerken bepaalt de totale bouwsom van het hele project of een Bibob onderzoek plaatsvindt.

4.2.2 Risicocategorieën

Een Bibob onderzoek vindt plaats bij één of meer van de onderstaande risicocategorieën, tenzij het gaat om aan huis gebonden beroepen:

  • hotels;

  • pensions;

  • coffeeshops;

  • darkrooms;

  • sekswinkels;

  • escortbedrijven;

  • headshops;

  • speelautomatenhallen;

  • afvalbewerkings-en verwerkingsbedrijven;

  • sloopbedrijven;

  • autodemontagebedrijven;

  • wisselkantoren

  • cadeauwinkels

  • sportscholen

  • in- en exportbedrijven(handels- ondernemingen bv. schoenen, kleren)

  • recreatieparken/campings

  • kamerverhuurbedrijven;

  • horecabedrijven;

  • prostitutiebedrijven;

  • seksbioscopen;

  • erotische massagesalons;

  • smartshops;

  • bedrijfsverzamelgebouwen

  • gamecenters;

  • vuurwerkbranche

  • autohandel (verkoop en verhuur);  

  • transportondernemingen;

  • kapsalons

  • niet geregistreerde uitzendbureaus

  • beauty- welness- en saunabedrijven

  • vrijplaatsen

  • kinderdagverblijven

Deze categorieën achten wij gevoelig voor criminele invloeden. De opsomming is niet limitatief. Wij kunnen de lijst van risicocategorieën aanpassen of uitbreiden als nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken.

4.2.3 Risicogebieden

Het college van B&W kan risicogebieden aanwijzen in de gemeente, die mogelijk gevoelig zijn voor criminele invloeden. Een Bibob onderzoek vindt plaats als:

  • -

    de bouwactiviteiten zich binnen een door het college als zodanig aangewezen of aan te wijzen risicogebied bevinden, én

  • -

    de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,-

Op dit moment zijn er geen risicogebieden aangewezen.

4.2.4 Bijzondere gevallen

Ook als een aanvraag niet onder de hiervoor geformuleerde beleidsuitgangspunten valt, kan er toch aanleiding zijn een Bibob onderzoek te doen. Dit kan in bijzondere gevallen. Er moet dan sprake zijn van:

  • -

    een op feiten of omstandigheden gebaseerde risico-inschatting, of

  • -

    een op lokaal beleid gebaseerde risico-inschatting die leidt tot de conclusie dat een Bibob onderzoek voor de aanvraag nodig is. In dat geval wordt de toepassing van de wet Bibob altijd gemotiveerd.

4.2.5 Uitzonderingen en meerdere aanvragen

Het is mogelijk dat een aanvrager in een korte tijd meerdere aanvragen voor een omgevings-vergunning voor de activiteit bouwen indient. Er vindt een bibob-onderzoek plaats wanneer er in een tijdvak van één jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag:

  • -

    vier aanvragen of meer worden gedaan door dezelfde aanvrager, eigenaar, of voor dezelfde locatie, én

  • -

    er is sprake van een bouwsom van meer dan € 50.000,- maar minder dan of gelijk aan € 500.000,-

Er vindt geen bibob-onderzoek plaats als er meerdere aanvragen gedaan worden en:

  • -

    er sprake is van ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere aanvraag voor wat betreft betrokkenen, bedrijfsstructuur, financiering, opdrachtgevers, zakelijke partners en dergelijke, én

  • -

    het eerdere Bibob onderzoek een positieve uitkomst had (“geen gevaar”).

4.2.6 Bijzondere aanvragers

De Wet Bibob passen we niet toe als de aanvraag afkomstig is van:

  • a.

    overheidsinstanties;

  • b.

    semi-overheidsinstanties;

  • c.

    door de Minister van Volkshuisvesting conform het Woningbesluit 1932 via een daartoe verstrekte vergunning toegelaten woning(bouw)corporatie;

  • d.

    door het college bij specifiek besluit aangewezen aanvragers, zoals Publiek-Private Samenwerkingsconstructies voor particuliere ondernemingen en overheid in bijvoorbeeld de ontwikkeling van een schouwburg of winkelcentrum.

Van het bovenstaande kan op basis van concrete informatie worden afgeweken.

4.3 Taakveld Recreatieparken en campings

De algemene beleidsuitgangspunten, vermeld in onderdeel 3 van het ‘Bibob-beleid Zundert 2018’ zijn van toepassing.

Daarnaast vindt een gemeentelijk Bibobonderzoek altijd plaats bij de aanvraag voor:

  • 1.

    een vergunning op grond van de APV voor de exploitatie van een recreatiepark of camping.

Bij een verleende vergunning kan een Bibobonderzoek worden gestart als signalen of bevindingen daar aanleiding voor geven. Voorbeelden hiervan zijn onder andere informatie van politie, Justitie, Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC), landelijk Bureau Bibob (LBB), Belastingdienst, buitengewoon opsporingsambtenaren of toezichthouders. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij de indicatorenlijst Openbare Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Uitzonderingen

Bibobonderzoek van aanvragen waarbij enkel leidinggevende(n) toegevoegd worden zal marginaal plaatsvinden. Hoofdcriterium hierbij is de vraag of nieuwe leidinggevende(n) financiële inbreng leveren en daardoor zeggenschap verwerven in het bedrijf.

Bovenstaande uitzonderingen zijn niet van toepassing indien:

  • e.

    een tip is ontvangen van het Openbaar Ministerie (OM) of

  • f.

    een concreet signaal is ontvangen van bijvoorbeeld toezichthouders, politie, Belastingdienst of het RIEC of;

  • g.

    de aanvraag betrekking heeft op een onderneming in een aangewezen gebied in de gemeente.

  • h.

    signalen of een risico-inschatting aanleiding geven tot een bibobonderzoek, zoals bijvoorbeeld:

    • -

      De aanvrager of een van de betrokken personen wordt in verband gebracht met een overtreding van Opiumwetgeving in de afgelopen 5 jaar;

    • -

      De aanvrager betreft een ondoorzichtige rechtspersoon (zoals een ‘limited’ of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon) of;

    • -

      De activiteit is gestart zonder het aanvragen en verkrijgen van de vereiste vergunningen;

    • -

      Opvallende wijzigingen in de rechtspersoon (in het verleden) rechtvaardigen nader onderzoek;

5. Beoordeling

Eigen onderzoek

Volgens de Memorie van Toelichting op de Wet Bibob zijn de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten van de Wet Bibob. Wij beoordelen een aanvraag (of de intrekking van een reeds genomen besluit) daarom eerst conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de reguliere weigerings- en intrekkingsgronden vanuit de onderliggende regelgeving van de betreffende beschikking. Daarna onderzoeken we of de weigerings- of intrekkingsgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet Bibob zich voordoen. Voor het eigen onderzoek maken we in ieder geval gebruik van de (landelijke) vragenformulieren en van informatie uit open bronnen. Voor zover dat wettelijk is toegestaan, maakt de gemeente ook gebruik van de gegevens die zij reeds in bezit heeft om zo onnodige administratieve lasten voor ondernemers te voorkomen.

RIEC

Bij de uitvoering van het eigen onderzoek kan de informatiepositie van de gemeente versterkt worden vanuit het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Het RIEC is opgericht om de samenwerking tussen strafrechtelijke en bestuurlijke partijen te versterken en te ondersteunen, ook bij de toepassing van de Wet Bibob. Het RIEC kan bij complexe onderzoeken gevraagd worden de gemeente te ondersteunen

Landelijk Bureau Bibob (LBB)

Wanneer na het onderzoek geen duidelijk beeld van de onderneming is ontstaan, vragen of twijfels overblijven die niet beantwoord kunnen worden, kan gebruik worden gemaakt van de expertise van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) door het aanvragen van een advies. Dit bureau heeft toegang tot gesloten bronnen, zoals politieregisters, strafregisters en gegevens van de Belastingdienst, waardoor een brede screening van de aanvrager en overige zakelijke partners mogelijk is.

Ook kan de Officier van Justitie die beschikt over gegevens die er op wijzen dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden, het bestuursorgaan wijzen op de wenselijkheid het LBB een advies te vragen.

De gemeente zal tenminste in de volgende gevallen een advies vragen aan het LBB:

  • 1.

    de Officier van Justitie heeft het bestuursorgaan gewezen op de wenselijkheid het Bureau Bibob om advies te vragen. Dit geldt zowel bij een aanvraag als bij bestaande beschikkingen.

  • 2.

    na de bestudering van het dossier en het ingevulde Bibobformulier blijven vragen bestaan over:

    • a.

      de bedrijfsstructuur, de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming;

    • b.

      de financiering van de onderneming;

    • c.

      de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming;

    • d.

      omstandigheden die doen vermoeden dat sprake is van misbruik van de beschikking;

    • e.

      (andere) omstandigheden die doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is of wordt gepleegd.

  • 3.

    de gemeente of het RIEC beschikt over informatie die aanleiding kan vormen voor nader Bibobonderzoek of uit gelieerd onderzoek vermoedens voor misstanden bestaan.

De gemeente is bevoegd het LBB te verzoeken om informatie te verstrekken die zij verwerkt in verband met de controle op rechtspersonen. Het is niet zo dat de gemeente zelf inzage heeft in de systemen van de Dienst Justis. De Dienst Justis verstrekt deze informatie bijvoorbeeld in de vorm van een netwerkanalyse van een rechtspersoon. Een netwerkanalyse kan de gemeente helpen bij het in kaart brengen van risicovolle verbanden.

Het onderzoek door het LBB

Het LBB stelt naar aanleiding van de adviesaanvraag een nader onderzoek in en brengt advies uit over de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Het LBB valt onder het ministerie van Veiligheid en Justitie en heeft inzage in een aantal openbare en gesloten bronnen (bijvoorbeeld Belastingdienst, politie en justitie) en kan hierdoor diepgaand onderzoek instellen.

Het LBB onderzoekt of betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in de Wet Bibob. Daarnaast kunnen andere personen betrokken worden in het onderzoek. In artikel 3 van de Wet Bibob is bepaald dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als die feiten door een ander gepleegd zijn en deze persoon:

  • 1.

    direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene, dan wel,

  • 2.

    zeggenschap heeft over dan wel heeft gehad over betrokkene, dan wel,

  • 3.

    vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, dan wel,

  • 4.

    in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat.

of dat deze strafbare feiten door een rechtspersoon zijn gepleegd (als bedoeld in artikel 51 Wetboek van Strafrecht) en betrokkene:

  • a.

    direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan die rechtspersoon, dan wel

  • b.

    zeggenschap heeft over dan wel heeft gehad over die rechtspersoon, dan wel

  • c.

    vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan die rechtspersoon.

Het LBB kan drie soorten adviezen afgeven:

  • I.

    Er is sprake van een ernstige mate van gevaar;

  • II.

    Er is sprake van een mindere mate van gevaar;

  • III.

    Er is sprake van geen gevaar.

Uiteindelijk maakt de gemeente een eigen afweging besluit op de aanvraag op de beschikking dan wel de inschrijving op een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie. De gemeente volgt in de regel de uitkomst van het advies tenzij de inhoud van het advies de conclusie niet kan dragen. De gemeente kan besluiten de beschikking te verlenen, te verlenen met voorschriften of te weigeren / in te trekken. De gemeente is bevoegd dit te besluiten, al dan niet op basis van het advies van Bureau Bibob. Bepaalde privaatrechtelijke transacties kunnen worden opgezegd, ontbonden, vernietigd of opgeschort of de lopende onderhandelingen hierover worden afgebroken. In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht zal de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2013.

6. Procedure

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet de gemeente na ontvangst van een aanvraag zo snel mogelijk beoordelen of de aanvraag compleet is. Een aanvraag is pas compleet wanneer de aanvrager, in de gevallen genoemd in deze beleidslijn, tevens het Bibob vragenformulier en de hier gevraagde aanvullende documenten heeft ingediend. Is de aanvraag onvolledig, dan laat het bestuursorgaan de aanvrager zo snel mogelijk weten welke documenten nog ontbreken. De aanvrager moet vervolgens binnen een gestelde termijn de aanvraag met de gevraagde gegevens completeren. Doet hij dat niet of onvolledig, dan kan de aanvraag geweigerd of buiten behandeling gesteld worden. Gedurende de periode dat de aanvrager zijn aanvraag volledig maakt, wordt de beslistermijn opgeschort.

De weigering het Bibob formulier in te vullen wordt in artikel 4, eerste lid van de Wet Bibob aangemerkt als ernstig gevaar dat de gevraagde beschikking voor criminele doeleinden zal worden gebruikt. Op 23 september 2015 heeft de Raad van State bepaald dat deze bepaling alleen geldt bij een Bibob onderzoek naar een bestaande vergunning en niet bij een vergunningaanvraag. Deze bepaling kan dus wel gebruikt worden voor het intrekken van een vergunning maar niet voor het weigeren ervan.

Wanneer de gemeente een adviesaanvraag bij het LBB indient, wordt de wettelijke beslistermijn opgeschort. Deze opschorting kan acht weken duren en kan met vier weken worden verlengd. Het LBB zal de gemeente informeren indien een verlenging van de termijn aan de orde is.

De keuze het LBB een advies te vragen is geen besluit in de zin van de Awb. Dat wil zeggen dat tegen deze beslissing geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Wel staat het de aanvrager vrij de aanvraag in te trekken.

De aanvrager /vergunninghouder/(contracts-)partij wordt door de gemeente geïnformeerd over het instellen van Bibobonderzoek en een mogelijk adviesverzoek aan het LBB. Wanneer er een voornemen is een negatieve beslissing te nemen op grond van een Bibob advies zal de betrokkene in de gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken. Dan krijgt de betrokkene een afschrift van het Bibob advies. Wanneer in het advies ook derden zijn vermeld, worden zij aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 4:8 Awb en ook in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze kenbaar te maken. Tegen het besluit van de gemeente waarin een Bibob advies is verwerkt kan bezwaar en beroep ingesteld worden.

Een advies van het LBB kan gedurende twee jaren worden gebruikt voor eventueel andere beslissingen.

In de praktijk kan het voorkomen dat een negatief besluit wordt genomen op grond van de Wet Bibob, terwijl de aanvrager /vergunninghouder/(contracts-)partij of zijn zakelijke relaties ook betrokken is of zijn bij bijvoorbeeld een andere vergunningaanvraag of lopende vergunning. Indien er een advies van het LBB voorhanden is met betrekking tot deze persoon hoeft niet opnieuw een advies te worden gevraagd.

7. Algemene afsluiting

Geheimhouding

Op grond van artikel 28 Wet Bibob is een ieder die krachtens de Wet Bibob informatie krijgt met betrekking tot een derde, verplicht tot geheimhouding van deze informatie.

Evaluatie en aanpassing

De inzet van deze beleidslijn evalueren we binnen twee jaar na inwerkingtreding. Aandachtspunten daarbij zijn knelpunten bij de uitvoering van de wet, effecten in Zundert, juridische ontwikkelingen, samenwerking tussen partners en samenwerking met het Bureau Bibob.

Inwerkingtreding en citeertitel

Dit beleid treedt in werking op de dag na die van publicatie. Dit beleid kan worden aangehaald als: ‘Bibob beleid Zundert 2018’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 3 juli 2018 door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.