Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam voor de uitvoering van de eenmalige energietoeslag op grond van de Participatiewet (Beleidsregels eenmalige energietoeslag Edam-Volendam 2022)

Geldend van 21-05-2022 t/m 30-12-2022 met terugwerkende kracht vanaf 05-04-2022

Intitulé

Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam voor de uitvoering van de eenmalige energietoeslag op grond van de Participatiewet (Beleidsregels eenmalige energietoeslag Edam-Volendam 2022)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;

gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op artikel 35 van de Participatiewet en het ‘Voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen’;

gezien het advies van de Koepel Sociaal domein van 10 mei 2022;

overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten en de uitleg van het ‘Voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen;

B E S L U I T:

vast te stellen de Beleidsregels eenmalige energietoeslag Edam-Volendam 2022.

Artikel 1 Definities

  • 1. In deze beleidsregels wordt bedoeld met:

    • a.

      Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

    • b.

      college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;

    • c.

      energietoeslag: een eenmalig bedrag in de vorm van categoriale bijzondere bijstand als compensatie voor de landelijk gestegen energiekosten;

    • d.

      hoofdbewoner: eigenaar of hoofdhuurder van een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek;

    • e.

      huishouden: de alleenstaande of het gezin als bedoeld in artikel 4 van de wet;

    • f.

      wet: Participatiewet

  • 2. Begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt, maar waarvoor geen omschrijving is gegeven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Reikwijdte beleidsregels

  • Deze beleidsregels gelden voor:

  • a. besluiten op aanvraag (voor een eenmalige energietoeslag); en

  • b. besluiten waarbij het recht op een eenmalige energietoeslag ambtshalve wordt vastgesteld (zonder aanvraag).

Artikel 3 Reguliere beleidsregels bijzondere bijstand niet van toepassing

De ‘Nota bijzondere bijstand en minimaregelingen in de gemeente Edam-Volendam 2016’ is bij de aanvraag van en beoordeling van het recht op een eenmalige energietoeslag niet van toepassing.

Artikel 4 Behandeling van de aanvraag

  • 1. Een aanvraag wordt in behandeling genomen als deze op tijd is ingediend via het daarvoor bestemde webformulier.

  • 2. Wanneer het door persoonlijke omstandigheden niet mogelijk is om de aanvraag via het webformulier in te dienen, dan neemt het college de aanvraag in behandeling wanneer deze op tijd, persoonlijk of per post, is ingediend via het daarvoor bestemde schriftelijke formulier.

  • 3. Het college stelt de aanvraagmogelijkheid voor een eenmalige energietoeslag open tot 1 oktober 2022. Dit om ervoor te zorgen dat besluitvorming en uitbetaling nog in 2022 kunnen plaatsvinden.

Artikel 5 Uitwerking wettelijke doelgroep

  • 1. Het college kent per woonadres eenmalig een energietoeslag toe aan huishoudens met een laag inkomen.

  • 2. Onverminderd §2.2. van de wet wordt een aanvraag afgewezen als de hoofdaanvrager:

    • a.

      in een instelling verblijft;

    • b.

      jonger is dan 21 jaar (en waarvoor de ouders financieel verantwoordelijk zijn);

    • c.

      studeert en studiefinanciering ontvangt;

    • d.

      dak- of thuisloos is (alleen een briefadres heeft);

    • e.

      geen energierekening betaalt; of

    • f.

      geen hoofdbewoner is.

Artikel 6 Vaststellen inkomen en periode

  • 1. Bij de vaststelling van het inkomen hanteert het college de inkomensbepalingen uit de wet. Dit betekent dat ook de vrijlatingen worden toegepast zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de wet. Er wordt daarbij gekeken naar het inkomen van de aanvrager en eventuele partner, inclusief reservering voor vakantietoeslag.

  • 2. Bij een aanvraag kijkt het college naar het inkomen over de kalendermaand van de aanvraag. Bij wisselende inkomsten kijkt het college naar het gemiddelde inkomen van de kalendermaand van de aanvraag en de 5 kalendermaanden daarvoor.

  • 3. Bij de vaststelling van het totale inkomen telt het college de ontvangst van een (aanvullende) bijstandsuitkering bij het berekende inkomen op.

  • 4. Bij ambtshalve vaststelling kijkt het college of een huishouden op of na 1 januari 2022 het volgende ontvangt of heeft ontvangen:

    • a.

      algemene bijstandsuitkering (op grond van de wet);

    • b.

      IOAW-uitkering;

    • c.

      IOAZ-uitkering;

    • d.

      AIO-uitkering;

    • e.

      bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten;

    • f.

      tegemoetkoming op basis van minimaregelingen.

  • 5. Het inkomen uit arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep wordt op dezelfde manier vastgesteld als voor zelfstandigen die een uitkering ontvangen op grond van het Bbz 2004. Dit betekent dat het inkomen over een boekjaar wordt berekend. En pas na afloop van het boekjaar duidelijk wordt of er daadwerkelijk een laag inkomen was, zoals bedoeld in artikel 7.

  • 6. Wanneer er een schuldregeling (minnelijk of wettelijk) loopt, of beslag op het inkomen ligt, wordt gekeken naar het daadwerkelijke (lagere) inkomen waar het huishouden over kan beschikken. Hierbij worden de richtlijnen uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep gevolgd (geldende jurisprudentie).

Artikel 7 Beoordelen draagkracht

  • Bij de beoordeling van de draagkracht binnen het inkomen en vermogen wordt:

  • 1. gekeken of het huishouden een laag inkomen heeft. Een inkomen tot maximaal de volgende normen wordt als laag inkomen gezien.

Gezinssamenstelling

21 jaar tot Aow-leeftijd

Vanaf Aow-leeftijd

Alleenstaande (ouder)

€1.310,05

€1.455,67

Samenwonend/getrouwd (partners)

€1.871,50

€1.971,05

  • Dit zijn de bedragen die gelden vanaf 1 januari 2022 tot 1 juli 2022, omgezet naar 120%, en volgen uit artikelen 21 en 22 van de Wet. Het college beoordeelt welke norm geldt.

  • 2. niet gekeken naar draagkracht binnen het vermogen.

Artikel 8 Toekenning, hoogte, vorm en uitbetaling

  • 1. Het college kent de eenmalige energietoeslag op aanvraag (binnen acht weken) of ambtshalve toe.

  • 2. Het college stelt het recht op de eenmalige energietoeslag tot 1 oktober 2022 ambtshalve vast voor in ieder geval de huishoudens die op of na 1 januari 2022 het volgende (hebben) ontvangen:

    • a.

      een algemene bijstandsuitkering (op grond van de wet);

    • b.

      een IOAW-uitkering;

    • c.

      een IOAZ-uitkering;

    • d.

      een AIO-uitkering;

    • e.

      bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten;

    • f.

      een tegemoetkoming op basis van minimaregelingen;

  • en op dat moment voldeden aan de voorwaarden.

  • 3. Het college kent niet meer dan één eenmalige energietoeslag toe per woonadres.

  • 4. Het college kent geen eenmalige energietoeslag toe wanneer deze al eerder is ontvangen. Dit geldt ook als deze is ontvangen van een andere gemeente.

  • 5. Een eenmalige energietoeslag is een bedrag van € 800 en heeft de vorm van categoriale bijzondere bijstand.

  • 6. De eenmalige energietoeslag wordt in één keer uitbetaald in kalenderjaar 2022.

Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels eenmalige energietoeslag Edam-Volendam 2022.

  • 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na haar bekendmaking en werkt terug tot en met 5 april 2022.

  • 3. Dit besluit vervalt op 31 december 2022.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 17 mei 2022,

het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,

de secretaris,

H. van der Woude.

de burgemeester,

L.J. Sievers.

Toelichting

Algemeen

De energiecrisis heeft gezorgd voor een flinke stijging van energiekosten. Eind 2021 heeft het kabinet daarom een pakket aan maatregelen gepresenteerd. En dit begin 2022 aangevuld. Een van die maatregelen is de eenmalige energietoeslag. Dit wordt geregeld via categoriale bijzondere bijstand. En betekent een wijziging in de Participatiewet. Categoriale bijzondere bijstand is namelijk sinds 2015 niet meer toegestaan, op twee uitzonderingen na. De beleidsregels zijn gebaseerd op artikel 35 van de Participatiewet en staan daarom ook niet op zichzelf. Dit betekent dat wie niet aan de voorwaarden van de wet voldoet, bijvoorbeeld omdat de belanghebbende geen rechthebbende is of omdat een wettelijke uitsluitingsgrond geldt, geen recht heeft op de energietoeslag.

De vorm van categoriale bijzondere bijstand maakt dat de uitvoering makkelijker is en sneller kan, omdat er vooraf een doelgroep is bepaald en ervan wordt uitgegaan dat die doelgroep te maken heeft met bepaalde kosten. Waar bij individuele bijzondere bijstand (al dan niet op basis van groepskenmerken) wordt gekeken of iemand die kosten ook echt heeft gemaakt, wordt daar bij categoriale bijzondere bijstand niet naar gekeken. Dit zorgt ervoor dat de beoordeling sneller kan plaatsvinden en er minder (arbeidsintensief) maatwerk hoeft te worden geleverd. Net als bij individuele bijzondere bijstand kunnen er lokale keuzes worden gemaakt. Die ruimte biedt de (geplande) wetswijziging. Het gaat dan bijvoorbeeld om een verdere invulling of inkadering van de wettelijke doelgroep en het bepalen van de hoogte van de bijzondere bijstand (eenmalige energietoeslag). Maar ook om de keuze welk inkomen en vermogen wordt meegenomen bij de berekening van de draagkracht. Wanneer kan iemand bepaalde kosten zelf betalen en is er dus voldoende draagkracht? Wanneer is er onvoldoende draagkracht en kan iemand de kosten waarschijnlijk niet zelf betalen? Dit kan worden bepaald in de vorm van inkomens- en vermogensgrenzen. Er kan dus worden gekeken naar inkomsten en vermogen, niet naar uitgaven.

Deze beleidsregels maken het eenmalig categoriaal verstrekken van bijzondere bijstand vanwege de gestegen energiekosten mogelijk en geven inzicht in de lokale keuzes.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Definities

Dit artikel heeft geen verdere toelichting nodig.

Artikel 2 Reikwijdte beleidsregels

Dit artikel heeft geen verdere toelichting nodig.

Artikel 3 Reguliere beleidsregels bijzondere bijstand niet van toepassing

Omdat de Nota bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Edam-Volendam 2016 niet voorziet in het eenmalig categoriaal verstrekken van een eenmalige energietoeslag, en er op te veel onderdelen zou worden afgeweken, is ervoor gekozen een volledig aparte beleidsregel op te stellen.

Artikel 4 Behandeling van de aanvraag

Uitbetaling van de eenmalige energietoeslag moet in 2022 gebeuren. Voor de afhandeling van een aanvraag staat maximaal acht weken. Dit is de standaard ‘redelijke termijn’ uit de Algemene wet bestuursrecht. Deze termijn kan langer worden wanneer een aanvrager bijvoorbeeld niet alle gegevens heeft ingeleverd. In dat geval wordt er een datum gegeven waarbinnen de aanvrager dit kan rechtzetten. Dit noemen we een hersteltermijn. Daardoor wordt de beslistermijn in veel gevallen verlengd (opgeschort). Om ervoor te kunnen zorgen dat de toekenning en uitbetaling nog in 2022 kan plaatsvinden, is ervoor gekozen om de aanvraagmogelijkheid open te stellen tot 1 oktober 2022.

Artikel 5 Uitwerking wettelijke doelgroep

Doel is om de energietoeslag zo veel mogelijk terecht te laten komen bij huishoudens die deze echt kunnen gebruiken. En omdat het college niet mag controleren of een huishouden ook echt te maken heeft met een sterk gestegen energierekening, wordt ervoor gekozen om de doelgroep zó in te kaderen dat alleen huishoudens met energiekosten in aanmerking kunnen komen voor de energietoeslag. Zij hebben belang bij deze regeling. Over het algemeen is er maar één energierekening per zelfstandige woning. Veelal (grotendeels) betaald door de hoofdbewoner die het energiecontract op naam heeft staan. Wanneer de kosten (onderling) gedeeld worden, wordt ervan uitgegaan dat de energietoeslag ook binnen diezelfde afspraken wordt verdeeld. Of dat de kosten worden herverdeeld. Een andere werkwijze kan ervoor zorgen dat ook huishoudens die op hetzelfde adres wonen en niet meebetalen aan de energiekosten, toch gecompenseerd worden voor kosten die zij niet hebben. Dat wil het college voorkomen.

De woon en leefsituatie van jongeren en studenten is te divers om deze groepen volledig te compenseren via de eenmalige energietoeslag. De kans dat de eenmalige energietoeslag niet nodig is, is bij deze groepen groter. Bijvoorbeeld omdat de jongere nog onder de (financiële) verantwoordelijkheid valt van de ouders. Die situaties zijn zo specifiek dat niet categoriale bijzondere bijstand, maar maatwerk via individuele bijzondere bijstand de beste optie is. Om die reden kunnen zij geen eenmalige energietoeslag krijgen. Wanneer in het individuele geval toch bijzondere bijstand nodig zou zijn, dan staat de aanvraagmogelijkheid van individuele bijzondere bijstand dus open. Dit betekent natuurlijk wel dat wordt gekeken naar de individuele omstandigheden en of er ook echt sprake is van sterk gestegen energiekosten.

Artikel 6 Vaststellen inkomen en periode en Artikel 7 beoordelen draagkracht

Inkomen en periode

In de wet zijn regels voor de vaststelling van het inkomen en vermogen opgenomen voor de bepaling van het recht op (algemene) bijstand. Het college heeft de bevoegdheid om de vrijlatingen die bij het bepalen van het recht op algemene bijstand gelden, ook bij de bepaling van het recht op bijzondere bijstand toe te passen. Of juist niet. Om de uitvoering zo eenvoudig mogelijk te houden en het recht op de eenmalige energietoeslag voor zo veel mogelijk groepen huishoudens ambtshalve te kunnen vaststellen wordt ervoor gekozen om bij de werkwijze voor de algemene bijstand aan te sluiten.

Voor de periode waarover het inkomen wordt bekeken wordt wel aangesloten bij de werkwijze die wij hanteren voor de individuele bijzondere bijstand. Dit betekent dat we kijken naar het inkomen over de maand van aanvraag en bij wisselende inkomsten over een langere periode. Voor ondernemers geldt dat het inkomen op dezelfde manier wordt berekend als in het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 is opgenomen. Dat betekent dat dit pas achteraf definitief wordt berekend over een boekjaar, als dit boekjaar ook overeenkomt met een kalenderjaar.

Bij ambtshalve toekenningen wordt gekeken of het huishouden op of na 1 januari 2022 een van de genoemde uitkeringen of tegemoetkomingen heeft ontvangen. Hieruit volgt namelijk dat het inkomen in die periode lager was dan 120%.

Inkomensgrens en maatwerk

De bijstandsnorm zelf valt niet onder het wettelijke inkomensbegrip. Maar om te beoordelen of iemand een laag inkomen heeft, wordt een eventuele ontvangen (aanvullende) algemene bijstandsuitkering wel bij het inkomen opgeteld. Op die manier kunnen we, in plaats van te werken met ingewikkelde draagkrachtberekeningen, werken met inkomensgrenzen. Er is voor de eenvoud gekozen om te werken met inkomensgrenzen die gebaseerd zijn op de volledige bijstandsnormen en niet op lagere (kostendelers)normen. Het inkomen samen met een eventuele (aanvullende) algemene bijstandsuitkering vormt dan het inkomen dat wordt afgezet tegen de inkomensgrens die geldt. Dit is sneller uitvoerbaar. Dit betekent wel dat kleine overschrijdingen van een inkomensgrens er direct voor zal zorgen dat er geen recht bestaat op een eenmalige energietoeslag. Het bedrag van de energietoeslag van € 800,- maakt het verschil in tegemoetkoming tussen rechthebbenden en net-niet-rechthebbende huishoudens groot. Deze net-niet-rechthebbende huishoudens kunnen de energietoeslag wel hard nodig hebben, omdat ze ook echt te maken hebben met een sterke stijging van hun energierekening en daardoor anders in de financiële problemen komen. In die situaties kan worden bekeken of maatwerk via individuele bijzondere bijstand een mogelijkheid is. Bij maatwerk via individuele bijzondere bijstand moeten de sterk gestegen energiekosten, anders dan bij de eenmalige energietoeslag, wél worden aangetoond.

Vermogen

Om de regeling zo simpel mogelijk en snel uitvoerbaar te maken wordt geen toets op het vermogen uitgevoerd. Eventuele draagkracht binnen het vermogen is dus niet van invloed op het recht op een eenmalige energietoeslag.

Artikel 8 Toekenning, hoogte, vorm en uitbetaling

Het college probeert voor zo veel mogelijk groepen huishoudens ambtshalve (zonder aanvraag) het recht op de eenmalige energietoeslag vast te stellen en deze uit te betalen. Van de genoemde groepen huishoudens kan het college zelfstandig beoordelen of deze voldoen aan de (overige) voorwaarden en is het bankrekeningnummer bekend. Wanneer het college niet alle relevante gegevens heeft om te kunnen beoordelen of er recht bestaat op een eenmalige energietoeslag, of deze niet kan uitbetalen omdat het bankrekeningnummer niet bekend is. Dan wordt niet ambtshalve toegekend en staat de gewone route (aanvraagmogelijkheid) open.

Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding

Dit artikel heeft geen verdere toelichting nodig.