Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR676165
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR676165/1
Regeling vervallen per 01-01-2024
Beleidsregel Boezemwaterkeringen en daaraan gelijke waterkeringen
Geldend van 27-05-2017 t/m 31-12-2023
Intitulé
Beleidsregel Boezemwaterkeringen en daaraan gelijke waterkeringenInleiding
Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK genoemd) zorgt voor goede waterkeringen zodat men in het beheergebied veilig kan wonen, werken en recreëren. Om de waterkeringen in goede staat te houden stelt HHSK beperkingen aan het gebruik van de waterkering. Alleen onder voorwaarden kunnen de waterkeringen van HHSK voor andere doeleinden (dan water keren) gebruikt worden. Dit document geeft, samen met de algemene regels bij de keur (zie bijlage IV), deze voorwaarden.
Deze beleidsregel is van toepassing op de boezemwaterkeringen, de ringkade Zestienhoven-Schiebroek, de kade waterberging Eendragtspolder en de direct waterkerende delen van de landscheiding, zoals aangegeven op de kaart in Figuur 1 en in Bijlage III Lijst kadevakken.
Figuur 1: Waterkeringen waarop de beleidsregel van toepassing is
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 geeft een toelichting op de beleidsdoelstellingen van HHSK en een korte uitleg over beleidsregels. In hoofdstuk 2 is het algemene toetsingskader gegeven waaraan elke vorm van medegebruik moet voldoen. Hoofdstuk 3 geeft tot slot voor een aantal veel voorkomende gebruiksvormen een uitwerking in specifieke voorwaarden.
1. Beleidsdoelstellingen en algemene criteria
1.1 Beleidsdoelstellingen
Waterkeringen zijn van groot belang voor de maatschappij. Zonder goede waterkeringen kunnen we hier immers niet wonen, werken en recreëren. Waterkeringen zorgen voor droge voeten, maar worden ook voor andere doeleinden of functies gebruikt. Vanuit maatschappelijk oogpunt is dit medegebruik van de waterkeringen wenselijk, zeker gezien de grote druk op de ruimte in het beheergebied van HHSK. HHSK staat daarom medegebruik toe waar dit mogelijk is, zonder de waterveiligheid en de zorg voor de waterkering te schaden.
1.2 Keur, algemene regels en beleidsregels
Om haar taken uit te kunnen voeren heeft HHSK een keur. De keur is een soort verordening van het waterschap. De keur (artikel 3.1, 2016) verbiedt het gebruik van waterkeringen anders dan in overeenstemming met de waterstaatkundige functie om de kans op overstromingen klein te houden.
In veel situaties is medegebruik van de waterkering mogelijk zonder dat het risico op overstromingen significant groter wordt. Voor eenvoudige en veel voorkomende activiteiten of objecten is er een algemene regel waarin staat onder welke voorwaarden deze zonder vergunning zijn toegestaan. Voor complexere objecten/ activiteiten wil het hoogheemraadschap toetsen of de waterkering nog steeds veilig en goed te beheren is. Voor dit soort activiteiten moet een vergunning worden aangevraagd. Een stappenplan om te bepalen of wel of geen vergunning nodig is voor medegebruik van de kering is weergegeven in Figuur 2.
Figuur 2: Stappenplan gebruik waterkeringen
Om te zorgen dat elke vergunningsaanvraag op dezelfde, transparante manier wordt beoordeeld maakt het hoogheemraadschap gebruik van algemene criteria en van specifieke criteria per type medegebruik. De algemene en specifieke criteria vormen samen het kader waarmee het hoogheemraadschap beslist of een vergunning verleend kan worden. Deze criteria zijn in dit document opgenomen en worden beleidsregels genoemd. Een uitgebreide toelichting op het hoe en waarom van beleidsregels is te vinden in bijlage II
1.3 Veilige waterkeringen
Het belangrijkste is dat de boezemwaterkeringen voorkomen dat er water vanuit de boezem de polder instroomt. Hiervoor moet de kade hoog en sterk genoeg zijn. Er zijn activiteiten die de hoogte of de sterkte van de kade kunnen verminderen. Het is daarom van belang dat de kade in tact blijft en bijvoorbeeld niet wordt doorgraven. Ook het plaatsen van objecten kan de kade verzwakken. Dit kan bijvoorbeeld doordat het gewicht van het object de kade onderuit duwt, of dat een object zoveel wind kan vangen dat de kade niet sterk genoeg is om de kracht op te vangen. Via deze en andere mechanismen kan de waterkerende functie van de kering in het geding komen.
Het is belangrijk om de boezemwaterkeringen goed te kunnen monitoren. Hierbij kijkt het waterschap of de waterkeringen nog in goede staat zijn en of er bijvoorbeeld geen scheuren, natte plekken of lage plekken in de kade zijn. Het gebruik van de waterkeringen mag inspectie en beheer van de waterkering niet onevenredig belemmeren.
Ook worden de boezemwaterkeringen regelmatig onderhouden. Dit is noodzakelijk omdat boezemwaterkeringen langzaam blijven zakken. Er wordt dan een nieuwe laag klei aangebracht op de kade. Meestal is dit in de eerste vijf meter vanaf het water, maar het kan ook nodig zijn het hele talud te versterken met klei. Als er objecten voor dit onderhoud in de weg staan moeten deze eenvoudig verwijderd kunnen worden. Voor objecten die niet eenvoudig te verwijderen zijn is het daarom belangrijk deze niet te plaatsen op plekken waar ze in de toekomst in de weg kunnen staan. Zo kan het waterschap ook in de toekomst zorgen voor veilige waterkeringen.
2. Algemeen toetsingskader
Veiligheid en beheerbaarheid moeten altijd zijn gegarandeerd. Om dit te waarborgen beoordeeld HHSK de invloed van medegebruik op de volgende aspecten:
- •
Waterveiligheid
- o
Stabiliteit en kerende hoogte
- o
Toekomstbestendigheid
- o
- •
Beheer en onderhoud.
- o
Inspecteerbaarheid
- o
Uitvoerbaarheid
- o
Kosten
- o
3. Veel voorkomend medegebruik
Voor een aantal veel voorkomende gebruiksvormen van waterkeringen is een algemene regel en een beleidsregel opgesteld die de uitgangspunten uit hoofdstuk 3 uitwerken. De beleidsregel is hier uitgewerkt. Voorafgaand aan een beoordeling aan de beleidsregel dient altijd te worden getoetst of het medegebruik al binnen de algemene regel mogelijk is.
Van de beleidsregel kan door het hoogheemraadschap mogelijk worden afgeweken wanneer:
- •
Een constructie aanwezig is die (deel van) de waterkering vervangt;
- •
De kade als geheel voldoet aan de vereiste veiligheid, bijvoorbeeld omdat de kade hoger en breder is dan de leggerafmetingen.
- •
Er sprake is van een groot maatschappelijk belang.
3.1 Vee
Vee kan een negatief effect hebben op de waterkering doordat dieren de kade kunnen vertrappen en de oever kunnen beschadigen.
Vee binnen vijf meter uit de waterlijn is toelaatbaar als de vergunningsaanvrager aannemelijk maakt dat het vee, bijvoorbeeld door aantal, gedrag, pootvorm en gewicht, geen schade aan de waterkering veroorzaakt. Vee mag niet leiden tot vertrapping van het talud, kale plekken, lage plekken, looppaadjes, etc. Hierbij geldt de volgende voorwaarde:
- •
Grootvee wordt met een eenvoudige wegneembare, veekerende afrastering verhinderd bij de waterkant te komen om vertrapping van het buitentalud tegen te gaan.
3.2 Bebouwing
Onder bebouwing worden alle gebouwen en andere bouwwerken verstaan met een oppervlakte van meer dan 6 m2 en/of een fundering dieper dan 30 cm onder maaiveld. Onder bebouwing vallen ook kunstwerken en tijdelijke of semipermanente bouwwerken zoals portocabines, etc. Bebouwing kan een fysieke beperking vormen voor werkzaamheden aan de dijk. Ook kan bebouwing indirect voor een risico zorgen doordat bij bebouwing meestal ook tuinen, wegen en kabels en leidingen aangelegd worden.
Bebouwing kan vergund worden onder de volgende voorwaarden:
- •
Nieuwbouw of aanbouw aan de binnenzijde (landzijde) vindt buiten de in de legger aangegeven grens van de bebouwingsvrije zone plaats en niet verder naar as van de waterkering toe dan de doorgaande gevellijn. Aan de buitenzijde (waterzijde) van de waterkering geldt een minimale afstand van 4 meter uit de as van de waterkering. Nieuwbouw of aanbouw vindt plaats boven het profiel van vrije ruimte aangebracht zoals schematisch weergegeven in Figuur 3.
- •
Binnen het profiel van vrije ruimte, maar buiten de bebouwingsvrije zone is bebouwing mogelijk wanneer de stabiliteit en het waterkerend vermogen van de waterkering in combinatie met de constructie zijn aangetoond.
- •
Buiten het profiel van vrije ruimte en buiten de bebouwingsvrije zone is bebouwing mogelijk zonder aanvullende constructieve eisen.
Figuur 3: Profiel van vrije ruimte
3.3 Ophogingen en ontgravingen
Door ontgraven wordt de kade kleiner van afmetingen en daardoor veelal minder sterk, dan wel minder hoog. Ophogingen kunnen leiden tot een extra belasting op de kade waardoor de kade mogelijk minder sterk wordt. Ophogingen en ontgravingen kunnen vergund worden onder de volgende voorwaarden:
- •
De aanvrager toont aan dat stabiliteit, ook tijdens de uitvoering, niet vermindert en de kans op lekkages niet groter wordt.
- •
Ophogingen/ Aanvullingen worden uitgevoerd met grond. Uitgangspunt voor het materiaal in de eerste vijf meter uit de waterlijn is klei met erosiebestendigheidsklasse 2. Andere grond is toegestaan als de vergunningaanvraag geschiktheid aan toont op het gebied van waterdoorlatendheid (of waterdichtheid), soortelijk gewicht, organisch stof gehalte, erosiebestendigheid en stevigheid.
- •
Ophogingen en ontgravingen worden zodanig uitgevoerd dat de afwatering van de waterkering niet gehinderd wordt en geen verweking van de waterkering kan optreden.
- •
Ontgravingen vinden buiten het leggerprofiel plaats.
3.4 Kabels en leidingen
Kabels en leidingen kunnen leiden tot lekkage door de waterkeringen. Leidingen kunnen daarbij bij lekkage van de leiding leiden tot het wegspoelen van de waterkering. Hogedrukleidingen kunnen bij falen (ontploffen gasleiding of klappen vloeistofleiding) ontgrondingskuilen veroorzaken die de stabiliteit van de waterkering kunnen beïnvloeden. Kabels en leidingen worden getoetst op veiligheid, beheerbaarheid en toekomstbestendigheid en kunnen worden vergund onder de volgende voorwaarden:
- •
Voor aanleg, beheer, onderhoud en verwijderen van leidingen dient er te worden voldaan aan de vigerende NEN normen; NEN 3650:2012 en NEN 3651:2012
- •
Kabels en leidingen worden in een mantelbuis gebundeld wanneer er sprake is van 3 of meer leidingen die op één locatie de kering kruisen. Mantelbuizen dienen aan beide uiteinden blijvend waterdicht te worden afgesloten. De buis moet worden vol gevloeid met een daartoe geëigend middel.
- •
Wanneer er geen alternatief tracé mogelijk is buiten de waterkering. Indien dit niet mogelijk is wordt de afstand waarbij de kabel of leiding door de waterkering gaat wordt geminimaliseerd.
- •
De stabiliteit van de sleufwanden wordt gewaarborgd, eventueel door het nemen van gepaste maatregelen (bijvoorbeeld sleufbekisting of taluds van 1:2). Bij ontgravingsdiepte van meer dan 1 m dient er een voorziening te worden getroffen om de sleufstabiliteit te garanderen, of dient de stabiliteit met een berekening te worden aangetoond. De minimale gronddekking is 0,5 m.
3.5 Oeverconstructies
Oeverconstructies kunnen invloed hebben op de grondwaterstand en grondwaterstroming in de waterkering. Dit kan leiden tot het verzwakken van de waterkering. Bij onderhoud wordt er met materieel over de waterkering gereden en wordt er extra gewicht op de waterkering aangebracht. Oeverconstructies moeten ook tegen deze toekomstige belasting bestand zijn. Ook kan een oeverconstructie het watersysteem beïnvloeden doordat er minder berging binnen het systeem mogelijk is en er een harde overgang is tussen water en land.
Oeverconstructies kunnen vergund worden onder de volgende voorwaarden:
- •
Minimaal het bestaande buitentalud blijft zowel boven als onder water in stand.
- •
Er is geen nadelige invloed op de grondwaterstroming van en naar de waterkering (bijvoorbeeld het optreden van hydraulische kortsluiting);
- •
De oeverconstructie is bestand tegen periodieke onderhoudswerkzaamheden;
- •
De belangen vanuit watersysteem zijn gewaarborgd
3.6 Wegen en werkzaamheden aan wegen
Wegen leiden tot een extra belasting op de waterkering. Daarbij kunnen wegen het onderhoud van waterkeringen belemmeren. Belangrijk is hier bij het ontwerp en binnen het wegonderhoud rekening mee te houden.
Wegen kunnen vergund worden onder de volgende voorwaarden:
- •
De weg buiten het leggerprofiel wordt aangebracht;
- •
De stabiliteit van de waterkering, rekening houdend met het gewicht van de wegconstructie en de maximaal toegestane verkeersbelasting, met een berekening wordt aangetoond;
- •
Er met het hoogheemraadschap vooraf afspraken zijn gemaakt over het onderhoud van de weg en kade, waarbij meerkosten door de aanwezigheid van de weg door de vergunninghouder worden gedragen.
3.7 Bomen en overige beplanting
Bomen brengen een extra gewicht aan op de kade, kunnen wanneer ze omwaaien een deel van de kade wegnemen en leiden door evapotranspiratie (onttrekking van vocht uit de bodem door verdamping) tot het versneld verdrogen van de waterkering. Overige beplanting kan het zicht op de waterkering ontnemen. De wortels van bomen en beplanting en de werkzaamheden die nodig zijn om beplanting aan te brengen en te onderhouden kunnen de waterkering beschadigen.
Bomen en overige beplantingen kunnen vergund worden onder de volgende voorwaarden:
- •
De wortels blijven buiten het leggerprofiel van de waterkering (ook aan het eind van de levensduur van de beplanting (bomen 100 jaar, struiken en overige beplanting 50 jaar), rekening houdend met de optredende bodemdaling).
- o
Tenzij er redenen zijn om ergens anders van uit te gaan (bijvoorbeeld vanwege bijzondere bomen): bomen wortels 4x1 m(Figuur 4), struiken en kleine bomen (knotwilgen, e.d.) 2 x 0,5 m (Figuur 5), lage beplanting worteldiepte 0,3 m.
- o
- •
De zichtbaarheid van de waterkering is voldoende gewaarborgd;
- •
De huidige wijze van beheer en onderhoud kan in stand blijven;
- •
Bij kades die droogtegevoelig zijn (vetgedrukte vakken in Bijlage III Lijst kadevakken) vindt er geen significante wateronttrekking plaats. Hiertoe worden zowel de locatie als de onderlinge afstand en het type boom beoordeeld. Bomen zijn niet hoger dan 5 meter en hebben een minimale onderlinge afstand van 10 meter. Bij de indeling in droogtegevoelige kades is gekeken of buiten de eerste vijf meter uit de waterlijn veenpakketten aanwezig zijn.
Figuur 4: Voorbeeld boom op waterkering
Figuur 5: Voorbeeld struik op waterkering
3.8 Losse of eenvoudig verwijderbare objecten
Bij losstaande of eenvoudig verwijderbare objecten kan gedacht worden aan brievenbussen, bankjes, trampolines, kleine schuurtjes, plantenbakken, schapenhokken, etc. Objecten kunnen de waterkering extra belasten, de inspecteerbaarheid belemmeren en een obstakel zijn bij onderhoud.
Losstaande objecten kunnen vergund worden onder de volgende voorwaarden:
- •
Wanneer deze geen probleem opleveren voor de stabiliteit van de waterkeringen;
- •
Wanneer deze voor inspectie gemakkelijk te verwijderen zijn, dan wel dat er onder het object gekeken kan worden;
- •
Wanneer de aard van het object en de omgeving een andere locatie buiten de waterkering ongeschikt maken;
- •
Het onderhoud van de waterkering en de watergang ook gewaarborgd zijn.
3.9 Verhardingen en vlonders
Verharding kan de doorlatendheid van de waterkering vergroten wanneer de fundering binnen het profiel van de waterkering komt te liggen. Daarbij kunnen verharding en vlonders het zicht op de waterkering weg nemen. Grootschalige verharding kan tot een beperking van het bergend vermogen van een gebied leiden.
Verharding kan vergund worden onder de volgende voorwaarden:
- •
De verharding, inclusief onderliggende lagen, vormen geen goed doorlatende (zand)lagen binnen het leggerprofiel (ook niet aan het eind van de levensduur van de verharding, rekening houdend met de optredende bodemdaling).;
- •
Verharding bestaat uit elementen, deze niet groter dan 30x30 cm. Bij ruime overdimensionering, of buiten de kruin kan hiervan afgeweken worden;
- •
Vlonders liggen buiten de kruin en of taluds steiler dan 1:4;
- •
Bij verharding dient te worden voldaan aan de eisen vanuit het watersysteem.
3.10 Hekwerken en afrasteringen
Hekwerken en afscheidingen kunnen worden vergund als onderhoud en inspectie van de waterkering eenvoudig mogelijk blijft.
Begrippenlijst
Aanbouw
Het aanpassen van de bestaande bebouwing op een zodanige wijze dat het bebouwde oppervlak toeneemt. Toename van bebouwd oppervlak met minder dan 10% ten opzichte van bestaande bebouwing, met een maximum van 10 m2 wordt beoordeeld als aanbouw. Een uitbreiding met meer dan 10% en/of meer dan 10 m2 wordt beoordeeld als nieuwbouw.
Bebouwingsvrije zone
Horizontale afbakening waarbinnen in principe geen nieuwe bebouwing plaats vindt.
Grootvee
Vee in de categorie ezel en groter.
Nieuwbouw
Het realiseren van zelfstandig bouwwerk, dan wel het aanpassen van een bestaand bouwwerk anders dan volgens de definities aanbouw en verbouw. Onder nieuwbouw wordt ook verstaan het in één keer vervangen en vernieuwen van bestaande bebouwing. Het herstellen van de originele bebouwing na een calamiteit (brand, ontploffing, etc.) wordt ook beschouwd als nieuwbouw.
Profiel van vrije ruimte
Driedimensionale ruimtereservering om toekomstig beheer en onderhoud aan de waterkering mogelijk te maken en de stabiliteit van de waterkering te waarborgen.
Vee
Onder vee vallen alle dieren die door mensen buiten gehouden worden zoals: schaap, geit, rund, varken, paard, ezel, pluimvee, kameel, lama, alpaca, struisvogel, emoe, hert, kangoeroe, etc.
Verbouw
Het aanpassen van bestaande bebouwing binnen de bestaande contouren van het aanwezige bouwwerk en van de bestaande fundering. Onderkeldering wordt gezien als nieuwbouw.
Ondertekening
Bijlage I Lijst kadevakken
|
BLE 001 |
EDP 002 |
RKP 002 |
SCH 003 |
ZPP 001b |
|
BLE 002 |
EDP 003 |
ROT 001 |
SCH 004a |
ZPP 002 |
|
BLE 004 |
EDP 004 |
ROT 002 |
SCH 004b |
ZPP 004 |
|
BLE 005 |
EDP 005 |
ROT 003 |
SCH 005 |
ZPP 005 |
|
BLE 006 |
EDP 006 |
ROT 004 |
SCH 006 |
ZPP 006 |
|
BLE 008 |
EDP 007 |
ROT 005 |
SCH 007 |
ZPP 007 |
|
BLE 009 |
GHI 001 |
ROT 006 |
SCH 008 |
ZPP 009 |
|
BLE 010 |
GHI 002 |
ROT 007 |
SCH 009 |
ZPP 011 |
|
BLE 011 |
GHI 003 |
ROT 008 |
SCH 010 |
ZPP 012 |
|
BLE 012 |
GHI 004 |
ROT 009 |
SCH 011a |
ZPP 013 |
|
BLE 013 |
GOU 001 |
ROT 010 |
SCH 011b |
ZPP 014 |
|
BLE 014 |
GOU 002 |
ROT 011 |
SCH 012 |
ZPP 015 |
|
BLE 015 |
GOU 003 |
ROT 012 |
SCH 013 |
ZPP 016 |
|
BLE 016 |
GOU 004 |
ROT 013 |
SCH 014 |
ZPP 017a |
|
BLE 017 |
GOU 005 |
ROT 016 |
SCH 015 |
ZPP 017b |
|
BLE 018 |
GOU 006 |
ROT 017 |
SCH 016 |
ZPP 018 |
|
BLE 019 |
GOU 007 |
ROT 018 |
SCH 017 |
ZPP 019 |
|
BLE 020 |
KMG 001 |
ROT 019 |
SCH 018 |
ZPP 021 |
|
BLE 021 |
LDS010 |
ROT 020 |
SCH 019 |
ZPP 022 |
|
BLE 022 |
LDS011 |
ROT 021 |
SCH 020a |
ZPP 024 |
|
BLE 023 |
LDS012 |
ROT 022 |
SCH 020b |
ZPP 025 |
|
BLE 024 |
LDS013 |
ROT 023 |
SCH 021 |
ZPP 026 |
|
BLE 025 |
LDS014 |
ROT 024 |
SCH 022 |
ZPP 027 |
|
BLE 026 |
LDS018 |
ROT 025 |
TMP 001 |
ZPP 028 |
|
BLE 027 |
LDS019 |
ROT 026 |
TMP 002 |
ZPP 029 |
|
BLE 028 |
LDS020 |
ROT 027 |
VLI 001 |
ZPP 030 |
|
BLE 029 |
LDS021 |
ROT 028 |
VLI 002 |
ZPP 031 |
|
BLE 030 |
MVG 001 |
ROT 029 |
VLI 003 |
ZPP 032a |
|
BLE 031 |
MVG 002 |
ROT 030 |
VLI 004 |
ZPP 032b |
|
BLE 032 |
MVG 003 |
ROT 031 |
VLI 005 |
ZPP 032c |
|
BLE 034 |
MVG 004 |
ROT 032 |
VLI 006 |
ZPP 033 |
|
BLE 035 |
MVG 005 |
ROT 033 |
VLI 007 |
ZPP 034 |
|
BLE 036 |
PPA 001a |
ROT 034 |
VLI 008 |
ZPP 035 |
|
BLE 038 |
PPA 001b |
ROT 035 |
VLI 009 |
ZPP 037a |
|
BLE 039 |
PPA 002 |
ROT 036 |
VLI 010 |
ZPP 037b |
|
BLE 040 |
PPA 003 |
ROT 037 |
VLI 011 |
ZPP 037c |
|
BLE 041 |
PPA 005 |
ROT 038 |
VLI 012 |
ZPP 039a |
|
BLE 042 |
PPA 006 |
ROT 039 |
VLI 013 |
ZPP 039b |
|
BLE 043 |
PPA 008 |
ROT 040 |
VLI 014 |
ZPP 039c |
|
BLE 044 |
PPA 010 |
ROT 041 |
ZES001 |
ZPP 040 |
|
BLE 045 |
PPA 011 |
ROT 042 |
ZES002 |
ZPP 041 |
|
BLE 046 |
PPA 012a |
ROT 043 |
ZES003 |
ZPP 042a |
|
BLE 047 |
PPA 012b |
ROT 044 |
ZES004 |
ZPP 042b |
|
BLE 048 |
PPA 013a |
ROT 045 |
ZES005 |
ZPP 042c |
|
BLE 049 |
PPA 013b |
ROT 046 |
ZES006 |
ZPP 043 |
|
BLE 050 |
PPA 016 |
ROT 047 |
ZES007 |
ZPP 044 |
|
BLE 051 |
PPA 018 |
ROT 048 |
ZES008 |
ZPP 045 |
|
BLE 052 |
PPA 020 |
ROT 049 |
ZES009 |
ZPP 047 |
|
BLE 053 |
PPA 022 |
SCH 001a |
ZMK 001 |
ZPP 048 |
|
BLE 054 |
PPA 023a |
SCH 001b |
ZMK 002 |
ZPP 049 |
|
BLE 055 |
PPA 023b |
SCH 002a |
ZMK 003 |
ZPP 050 |
|
EDP 001 |
RKP 001 |
SCH 002b |
ZPP 001a |
ZPP 051 |
Bijlage II Kaart
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl