Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022

Geldend van 14-04-2022 t/m 31-12-2021 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2022

Intitulé

Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel,

gelet op:

  • -

    titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 35 van de Participatiewet;

besluit

vast te stellen de volgende: Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022

Artikel 1 – Begripsbepaling

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

College : het college van burgemeester en wethouders gemeente Boekel;

Inkomen : totaal van het inkomen, bepaald volgens de regels van artikel 31 t/m 33 van de Participatiewet;

Peildatum : de datum van de aanvraag van de energietoeslag en bij de ambtshalve toekenning 1 april 2022;

Referteperiode : periode van een volledige maand voorafgaand aan de peildatum en bij de ambtshalve toekenning de periode 1 januari t/m 31 maart 2022;

Wet : Participatiewet.

Artikel 2 – Doelgroep eenmalige energietoeslag 2022

  • 1. De eenmalige energietoeslag 2022 is bedoeld voor een huishouden met een laag inkomen en wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend.

  • 2. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen.

  • 3. Een huishouden (alleenstaande of gezin) heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen net hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandnorm.

  • 4. Tot een huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de peildatum:

    • a.

      in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet;

    • b.

      jonger is dan 21 jaar en geen aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud ontvangt;

    • c.

      jonger is dan 27 jaar en aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000;

    • d.

      is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met alleen een briefadres; of

    • e.

      inwonend is bij zijn/haar ouders of bij zijn/haar kinderen.

Artikel 3 – Ambtshalve toekenning

  • 1. Huishoudens die voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 2, en in de periode 1 januari t/m 31 maart 2022:

    • a.

      algemene bijstand ontvangen;

    • b.

      een uitkering levensonderhoud ontvangen op grond van de IOAW, IOAZ, Bbz 2004; of

    • c.

      gebruik maken van eenmalige of periodieke bijzondere bijstand of een minimaregeling ontvangen de eenmalige energietoeslag 2022 ambtshalve uiterlijk op 1 mei 2022.

  • 2. De ambtshalve toekenning heeft ook betrekking op huishoudens die algemene bijstand AIO ontvangen van de Sociale Verzekeringsbank op grond van artikel 47a van de wet.

Artikel 4 – Aanvraag

  • 1. Huishoudens die niet in aanmerking komen voor een ambtshalve toekenning van de eenmalige energietoeslag 2022 kunnen vanaf 1 mei 2022 een aanvraag indienen met gebruikmaking van het aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt digitaal ingediend via www.meierijstad.nl. In afwijking van deze digitale aanvraag is een schriftelijke aanvraag mogelijk als naar het oordeel van het college bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven.

  • 3. Een aanvraag voor de eenmalige energietoeslag kan worden ingediend tot 1 november 2022.

Artikel 5 – Hardheidsclausule

Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag kan het college, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag, als de persoonlijke omstandigheden en/of dringende redenen hiertoe noodzaken.

Artikel 6 – Inwerkingtreding en duur beleidsregels

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werken terug tot 1 januari 2022.

  • 2. Deze beleidsregels vervallen op 1 januari 2023.

Artikel 7 – Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 5 april 2022

Burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel,

de secretaris,

J.G. Marcic

de burgemeester,

C.J.M. van den Elsen

Artikelsgewijze toelichting

Algemeen

De beleidsregel eenmalige energietoeslag 2022 staat niet op zich zelf, maar is gebaseerd op artikel 35 van de Participatiewet. Dit betekent dat wie niet aan de voorwaarden van de wet voldoet, bijvoorbeeld omdat die persoon op de peildatum geen rechthebbende is of omdat een uitsluitingsgrond geldt, geen aanspraak kan maken op de energietoeslag. Soms kan dat een hardheid inhouden. Daar voorziet artikel 5 in.

We volgen bij de uitvoering van de energietoeslag de landelijke richtlijnen van VNG en het Ministerie SZW.

In artikel 2 wordt de doelgroep nader omschreven. Met vermogen wordt geen rekening gehouden. Voor het begrip ‘inkomen’ en ‘referteperiode’ is aansluiting gezocht bij de wet en het beleid bijzondere bijstand dat daarvoor al in de gemeente geldt. Daar voorziet artikel 1 in.

Inwonend is de persoon die bij anderen woont en niet of in beperkte mate huur betaalt of bijdraagt aan de kosten van de woning. Over het algemeen zal dit van toepassing zijn op meerderjarige kinderen die bij hun ouders inwonen.

Een ambtshalve toekenning is mogelijk als vaststaat dat de persoon op de peildatum recht heeft. Dit geldt bij huishoudens die algemene bijstand ontvangen of een uitkering IOAW of IOAZ. Daar kan de gemeente andere groepen aan toevoegen, bijvoorbeeld personen die (periodiek) bijzondere bijstand ontvangen of een bijdrage op grond van gemeentelijke minimaregeling. Of ambtshalve toekenning hier mogelijk is zal afhangen van de vraag of de aanwezige gegevens voldoende zijn om vast te stellen dat zij op voorhand ook zullen voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 2 en andere voorwaarden uit de Participatiewet.

Bij degenen die in het eerste kwartaal 2022 uitkering en/of ondersteuning hebben ontvangen van de gemeente is voldoende duidelijk dat zij een laag inkomen hebben.

(Periodiek) bijzondere bijstand of een minimaregeling betreft bijvoorbeeld: individuele inkomenstoeslag, participatiefonds, woonkostentoeslag, bewindvoering en mentorschap, collectieve zorgverzekering en individuele studietoeslag.

Ambtshalve toekenning is ook mogelijk gemaakt bij huishoudens die bij hun AOW-pensioen een AIO-aanvulling van de Sociale Verzekeringsbank ontvangen (Aanvullende inkomensvoorziening ouderen).

Aan een deel van de doelgroep kan de energietoeslag niet ambtshalve worden toegekend. Dit zijn huishoudens met lage inkomens die op dit moment geen gebruik maken van een uitkering of minimaregeling. Deze inwoners kunnen de energietoeslag zelf aanvragen.

Artikel 1 – Begripsbepaling

Het inkomensbegrip is identiek aan dat van de wet, de reguliere bijzondere bijstand en minimaregelingen. Daarin is bijvoorbeeld bepaald dat bepaalde middelen niet als inkomen meetellen. Denk met name aan belastingtoeslagen, kinderbijslag of specifieke doeluitkeringen. De peildatum en referteperiode bepalen wanneer aan de voorwaarden voor de energietoeslag is voldaan. De peildatum markeert het toets moment en de referteperiode is de periode waarover het inkomen in aanmerking wordt genomen. De referteperiode is een volledige maand voorafgaand aan de datum van aanvraag of peildatum. Vraagt de inwoner aan op 20 april 2022 dan is de referteperiode maart 2022. Als het inkomen over maart 2022 niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm bestaat er recht op de energietoeslag. Tenminste als aan de overige voorwaarden is voldaan. Voor de ambtshalve beoordeling gaan we uit van het bestand van de inwoners zoals we die kennen over de periode

1 januari t/m 31 maart 2022.

Artikel 2 – Doelgroep eenmalige energietoeslag 2022

Uitvoerbaarheid

Vanwege de uitvoerbaarheid is gekozen voor een vast bedrag ongeacht leefvorm of woonsituatie. De eenmalige energietoeslag is € 800 en is een onbelaste uitkering. Om dezelfde reden geldt geen vermogenstoets.

Laag inkomen

Alleen huishoudens met een laag inkomen hebben recht op de energietoeslag. Het inkomen mag niet hoger zijn dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarbij is aangesloten bij het reguliere beleid bijzondere bijstand en minimaregelingen in onze gemeente. Voor inwoners met problematische schulden in een schuldhulptraject, kan er ook bij een hoger inkomen recht bestaan op een energietoeslag als het feitelijk beschikbare inkomen hierdoor ligt op 95% van de bijstandsnorm (het zogenaamde Vtlb-bedrag). Dit doen we door structureel bij beslaglegging, een minnelijke schuldregeling of een WSNP schuldsanering rekening te houden met het feitelijk te besteden inkomen. Veelal maakt deze groep al gebruik van de minimaregelingen.

Huishouden

Er is een afbakening van het begrip huishouden. Personen die daarvan zijn uitgezonderd kunnen niet zelfstandig een beroep doen op een energietoeslag. Achterliggende gedachte is dat het moet gaan om inwoners die direct geconfronteerd worden met hogere energiekosten. Om die reden zijn uitgezonderd van het recht op energietoeslag:

Inwoners in een inrichting

In de energiekosten is dan voorzien door de instelling. Daaronder worden ook gerekend de inwoners die verblijven in de crisisopvang. Personen die beschermd wonen of begeleid wonen kunnen wel aanspraak maken op de energietoeslag als er sprake is van scheiding van wonen en zorg. Zij betalen dan zelf voor het wonen veelal in de vorm van een all-in huur. Daarin zijn energiekosten opgenomen.

Jongeren tot 21 jaar

De jongeren tot 21 jaar vallen onder de onderhoudsplicht van de ouders. Uitzondering is gemaakt voor de jongere tot 21 jaar die aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud ontvangt i.v.m. het voeren van een zelfstandig huishouden. Daarbij is al vastgesteld dat geen beroep op de ouders mogelijk is.

Jongeren tot 27 jaar met studiefinanciering

Studenten zijn voor hun levensonderhoud aangewezen op studiefinanciering. Verder is deze doelgroep zeer divers van samenstelling en leent zich daarom niet voor het categoriaal verstrekken van een energietoeslag.

Dak- en thuislozen

Inwoners met alleen een briefadres hebben geen energielasten en komen daarom niet in aanmerking voor een energietoeslag. Datzelfde geldt voor personen die een uitkering ontvangen waarbij een verlaging van 20% is toegepast wegens het ontbreken van woonkosten.

Inwonenden

De hoofdbewoner is degene die de energierekening krijgt en moet betalen, en heeft als woningeigenaar of huurder recht op de energietoeslag. Inwonende meerderjarige kinderen die in dezelfde woning verblijven hebben geen directe energiekosten. Zij komen niet in aanmerking voor een energietoeslag. Wel recht op de energietoeslag hebben inwonenden die een commerciële huurprijs betalen. Denk aan kamerbewoners, onderhuurders of kostgangers, niet zijnde studenten of jongeren onder 21 jaar (zie hiervoor).

Artikel 3 – Ambtshalve toekenning

Uitgangspunt is om de groep ambtshalve toekenning zo groot mogelijk te maken. Zij ontvangen de energietoeslag automatisch met een begeleidende brief. Een formele aanvraag met formulier en uitvraag van gegevens blijft dan achterwege. Het gaat daarbij om de groep inwoners die een uitkering levensonderhoud ontvangen volgens de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz-2004. Daarnaast krijgen inwoners die bekend zijn bij de uitvoering bijzondere bijstand en minimaregelingen in de periode

1 januari t/m 31 maart 2022 en AOW-ers die een aanvullende uitkering AIO van de Sociale Verzekeringsbank ontvangen automatisch de energietoeslag.

Artikel 4 – Aanvraag

Een aanvraag voor de eenmalige energietoeslag kan worden ingediend tot en met 1 november 2022. De regeling Eenmalige energietoeslag geldt voor 2022 en de uitbetaling moet in 2022 plaatsvinden. Om beoordeling van aanvragen nog tijdig binnen 8 weken af te kunnen handelen en te betalen is aanvragen vanaf 1 november 2022 niet meer mogelijk.

Artikel 5 – Hardheidsclausule

Het hanteren van een inkomensgrens voor het recht op de energietoeslag betekent dat huishoudens met een inkomen net boven die inkomensgrens niet in aanmerking zullen komen voor de energietoeslag.

De verhoging van het richtbedrag van de energietoeslag van oorspronkelijk € 200 naar € 800 maakt het verschil in tegemoetkoming tussen rechthebbenden en net-niet-rechthebbenden groot. Deze net-niet-rechthebbenden kunnen echter in vergelijkbare mate te maken hebben met energiearmoede. Het is ook aannemelijk dat er situaties zijn waar de sterke stijging van de energiekosten, bijv. bij een flexibel contract of bij gestegen reiskosten als gevolg van beroepsuitoefening, niet in verhouding staat tot de ondersteuning die door Rijk en gemeenten wordt gegeven. En waarbij de aanvrager (bijvoorbeeld door schulden) elke ruimte mist om de hogere kosten op te vangen met eigen middelen. Ook zijn er situaties denkbaar waarbij de aanvrager op de peildatum weliswaar niet voldeed aan de voorwaarden voor de energietoeslag, maar de (enige) uitsluitingsgrond slechts van korte duur was.

Voor deze groep kan op individuele basis maatwerk geleverd worden. De beleidsregel biedt in dergelijke situaties daarvoor ruimte. In dergelijke situaties kan in afwijking van de beleidsregel toch een energietoeslag verleend worden.

Op het aanvraagformulier is de mogelijkheid gegeven om de energietoeslag toch te kunnen aanvragen, ook als niet aan alle voorwaarden wordt voldaan. Op het modelaanvraagformulier is hiervoor vraag 4.2 geformuleerd. De aanvrager moet hierbij aangeven waarom hij/zij denkt wel in aanmerking te kunnen komen voor de energietoeslag.

Artikel 6 – Inwerkingtreding en duur beleidsregels en Artikel 7 – Citeertitel

Deze artikelen hebben geen toelichting nodig.