Referendumverordening gemeente Haarlem 2022

Geldend van 24-07-2024 t/m heden

Intitulé

Referendumverordening gemeente Haarlem 2022

[Buiten werking gesteld bij besluit van de gemeenteraad van Haarlem van 18 juli 2024, bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2024, 322159.]

De raad van de gemeente Haarlem,

gelezen het voorstel van het college d.d. 11 januari 2022,

gelezen het advies van de Referendumcommissie van 24 januari 2022,

Gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet,

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Referendumverordening gemeente Haarlem 2022

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    kiesgerechtigden: degenen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad, alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor leden van de raad;

  • b.

    referendum: een volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit.

Artikel 2 Referendum, initiatief, onderwerpen

  • 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden en de raad.

  • 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten:

    • a.

      over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;

    • b.

      over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;

    • c.

      over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie;

    • d.

      over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;

    • e.

      in het kader van deze verordening;

    • f.

      over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;

    • g.

      over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;

    • h.

      ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;

    • i.

      die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;

    • j.

      waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden.

Artikel 3 Samenstelling referendumcommissie

  • 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt de leden, op voordracht van het college.

  • 2. De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter.

  • 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.

  • 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente.

  • 5. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Leden treden af volgens een door de referendumcommissie opgesteld aftreedschema. Aftredende leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van zes jaar.

  • 6. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen en dient daartoe een verzoek in bij de raad.

  • 7. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie. Die vergoeding bedraagt maximaal 125% van het bedrag dat voor commissies in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is vastgelegd. Daarnaast kunnen de leden hun uren voor benodigde werkzaamheden en taken die niet uitgeoefend kunnen worden tijdens vergaderingen overeenkomstig het bij benoeming overeengekomen tarief declareren.

Artikel 4 Taken en vergaderingen referendumcommissie

  • 1. De referendumcommissie heeft tot taak:

    • a.

      de raad te adviseren over:

      • i.

        de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid;

      • ii.

        de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en

      • iii.

        de datum van het te houden referendum;

    • b.

      de voorzitter van de raad te adviseren over het papieren en digitale formulier voor de ondersteuningsverklaringen;

    • c.

      burgemeester en wethouders te adviseren over:

      • i.

        de stembiljetten, en

      • ii.

        de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 10;

    • d.

      toezicht te houden op:

      • i.

        de uitvoering van deze verordening, en

      • ii.

        het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum;

    • e.

      klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d;

    • f.

      binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat een inleidend of definitief referendumverzoek is afgewezen, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces.

  • 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht.

  • 3. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid.

  • 4. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.

Artikel 5 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek

  • 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste vierhonderd (400) ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt.

  • 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk 5 werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken.

  • 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

  • 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop in ieder geval de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Tevens voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.

  • 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.

  • 6. De raad wijst het inleidend verzoek alleen af indien niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2, tweede lid en artikel 5, eerste, tweede en derde lid.

  • 7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt.

Artikel 6 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek

  • 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste vierduizend (4.000) ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.

  • 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.

  • 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

  • 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop in ieder geval de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Tevens voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.

  • 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.

  • 6. De voorzitter van de raad maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend.

  • 7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek.

  • 8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum.

  • 9. De raad wijst het verzoek alleen af indien niet binnen de in artikel 6, tweede lid, genoemde termijn het vereiste aantal kiezers het verzoek ondersteunt.

Artikel 7 Initiatief van de raad

  • 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum.

  • 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt.

Artikel 8 Datum stemming

  • 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt.

  • 2. De stemming vindt plaats uiterlijk zes maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met maximaal twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.

Artikel 9 Vraagstelling

  • 1. De raad stelt ten minste twaalf weken voor het referendum op voordracht van de referendumcommissie de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast.

  • 2. De vraagstelling wordt weergegeven op de stempas.

  • 3. Bij een referendum wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn of kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen.

  • 4. Bij een referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen stelt de raad de stemprocedure vast na advies van de referendumcommissie.

Artikel 10 Budget en subsidieplafond

  • 1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum.

  • 2. Tevens stelt de raad een budget vast voor subsidie voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. Bij een referendum op initiatief van kiesgerechtigden wordt dit budget onderverdeeld in drie gelijke deelplafonds of althans twee gelijke deelplafonds voor de onder a. en b. genoemde groepen voor activiteiten die tot doel hebben:

    • a.

      de kiesgerechtigden te laten stemmen voor het ontwerp raadsbesluit;

    • b.

      de kiesgerechtigden te laten stemmen tegen het ontwerp raadsbesluit; en

    • c.

      het debat over het ontwerp raadsbesluit op neutrale wijze te bevorderen.

  • Bij een referendum op initiatief van de raad wordt afhankelijk van het aantal oplossingsrichtingen een aantal gelijke deelplafonds vastgesteld en een deelplafond voor neutrale activiteiten.

  • 3. Burgemeester en wethouders maken het subsidieplafond en de deelplafonds en de begin- en einddatum van de aanvraagtermijn, plus een redelijke termijn waarop eventuele onvolledige aanvragen dienen te worden aangevuld, bekend.

  • 4. Op subsidies verstrekt op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening gemeente Haarlem 2021 niet van toepassing.

Artikel 11 Subsidiecriteria

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan;

    • a.

      collectieven van ten minste zes kiesgerechtigden van wie de contactpersoon van het betreffende collectief op de dag van de aanvraag achttien jaar of ouder is; en

    • b.

      rechtspersonen, met uitzondering van politieke groeperingen als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet.

  • 2. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die:

    • a.

      geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van de stemming;

    • b.

      met winstoogmerk worden ondernomen;

    • c.

      zijn begonnen voordat over de subsidieaanvraag is beslist.

  • 3. De subsidie bedraagt 100% van de redelijke kosten van de activiteiten tot een maximum van € 5.000 per campagne-activiteit.

  • 4. Loonkosten of kosten voor eigen arbeid komen in beginsel niet in aanmerking voor subsidie.

  • 5. Indien loonkosten voor externe professionals noodzakelijk zijn, dan worden deze gemaximeerd op € 45,00 per uur met een maximum van 20 uur per campagne-activiteit.

  • 6. Subsidieverlening vindt plaats aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      de activiteiten leveren naar redelijke verwachting een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming; en

    • b.

      de activiteiten zijn voldoende voor kiesgerechtigden toegankelijk en/of de uitingen zijn voldoende openbaar; en

    • c.

      de activiteiten zijn vooraf bekend gemaakt bij de kiesgerechtigden, althans wanneer de activiteiten zich daar redelijkerwijs voor lenen; en

    • d.

      er is sprake van voldoende spreiding over aanvragers, soort en inhoud van de activiteiten; en

    • e.

      het gevraagde bedrag staat in redelijke verhouding tot het ermee te realiseren product of het verwachte bereik van de activiteit.

Artikel 12 Subsidieaanvragen

Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier beschikbaar dat een opgave bevat van de volgende gegevens:

  • a.

    de aard en inhoud van de activiteit en of deze in de zin van artikel 10, tweede lid, voor een ontwerp raadsbesluit of een van de oplossingsrichtingen, tegen het ontwerp raadsbesluit of een van de oplossingsrichtingen, of neutraal is;

  • b.

    de wijze waarop een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming wordt gerealiseerd en het beoogde publieksbereik van de bijdrage;

  • c.

    een gespecificeerde begroting die inzicht geeft in de geraamde kosten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit;

  • d.

    een zo concreet mogelijke tijdsplanning;

  • e.

    indien het een rechtspersoon betreft: de rechtsvorm, de statutaire naam, en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen;

  • f.

    indien het een collectief van kiesgerechtigden betreft: de achternaam, voorletter(s), het adres, de woonplaats, de geboortedatum en de handtekening van zes kiesgerechtigden van wie een kiesgerechtigde van 18 jaar of ouder als contactpersoon is aangemerkt; en

  • g.

    het rekeningnummer waarop het subsidiebedrag bij toekenning dient te worden overgemaakt.

Artikel 13 Subsidieverlening en vaststelling

  • 1. Twee weken na afloop van de sluitingsdatum van de aanvraagtermijn beslissen burgemeester en wethouders over de subsidieverlening.

  • 2. De verleende subsidie wordt uitgekeerd in de vorm van een voorschot.

  • 3. Uiterlijk acht weken na het referendum dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag en bewijsstukken waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

  • 4. Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk acht weken na de datum van de aanvraag over de vaststelling van de subsidie.

Artikel 14 Drempel

Het referendum is geldig indien ten minste 30% van de kiesgerechtigden opkomt.

Artikel 15 Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking

Op de procedure ter voorbereiding, stemming en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald. Tevens zijn tijdelijke of experimentele wetten die een aanvulling zijn op de Kieswet van toepassing.

Artikel 16 Uitslag

  • 1. Bij een referendum waarbij geen sprake is van oplossingsrichtingen berekent het centraal stembureau de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht, alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten.

  • 2. In geval van een referendum met meerdere oplossingsrichtingen stelt het centraal stembureau de uitslag vast conform de in artikel 9, vierde lid vastgestelde stemprocedure.

  • 3. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze.

  • 4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.

Artikel 17 Strafbepaling

Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die:

  • a.

    stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

  • b.

    stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken;

  • c.

    stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

  • d.

    als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden;

  • e.

    bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem;

  • f.

    stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.

Artikel 18 Intrekken oude verordening en subsidieverordening referendum

De Referendumverordening Haarlem en de Verordening subsidieverstrekking referendum gemeente Haarlem worden ingetrokken.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Referendumverordening gemeente Haarlem 2022.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 maart 2022.

De griffier,

De voorzitter,

Algemeen

Een Referendumverordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te organiseren over een ontwerp raadsbesluit is bij uitstek een instrument van de raad.

In de Referendumverordening worden diverse taken niet in handen van het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) gelegd, maar aan de raad of griffier gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt uiteraard wel bij het college.

Artikelsgewijs

Artikel 1. Definities

Kiesgerechtigd

Voor het begrip ‘kiesgerechtigd’ is aangesloten bij degene die gerechtigd is deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is geregeld in artikel B3 van de Kieswet (18 jaar of ouder, Nederlander of EU-onderdaan of vijf jaar een verblijfsvergunning, of rechtmatig in Nederland verblijvend op grond van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland). Het is de wens van de raad om de leeftijdsgrens te verlagen naar zestien jaar. Als in de verordening dus wordt gesproken over ´kiesgerechtigden´, dan gaat het over personen die aan de in de Kieswet gestelde eisen voldoen, behalve de leeftijdseis, want die is verlaagd tot 16 jaar.

Referendum

Deze verordening gaat uit van een referendum op basis van een ontwerp raadsbesluit. Een referendum is te zien als een advies van burgers aan de raad over een voorgenomen besluit.

Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen

Eerste lid

De raad beslist of er een referendum kan worden gehouden.

Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit in zijn geheel. In de praktijk kan het zijn dat onderdelen van het besluit tot meer of minder discussie leiden, maar het is niet mogelijk om daar onderscheid in te maken door een onderdeel uit het ontwerp raadsbesluit centraal te stellen en aan een referendum te onderwerpen.

Tweede lid

Bepaalde onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen lenen zich minder goed voor een referendum. Deze zijn hier als uitzondering opgenomen. De lijst is gebaseerd op de ervaringen met onder meer de Tijdelijke referendumwet en autonome gemeentelijke verordeningen; bij de onderdelen f en g gaat het om het budgetrecht van de raad.

Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie

Een referendumcommissie wordt ingesteld nadat de Referendumverordening is vastgesteld. Het is een permanente commissie, omdat een referenduminitiatief ineens kan opkomen en er dan binnen enkele dagen een advies dient te worden uitgebracht over bijvoorbeeld de vraag of een referendum mogelijk is over het ontwerp raadsbesluit. Het kan zijn dat de leden van de referendumcommissie lange tijd niet bijeenkomen. Als er geen referenduminitiatief is, zal er doorgaans geen reden zijn om te vergaderen. Voor de benoemingstermijn van zes jaar is aangesloten bij de termijn die gehanteerd wordt voor de rekenkamer (vijfde lid). Herbenoeming is eenmaal mogelijk voor een periode van zes jaar. De maximale benoemingstermijn van leden van de referendumcommissie is daarmee twaalf jaar.

Wanneer een lid van de referendumcommissie ontslag neemt, is het aan de raad om zo snel mogelijk een vervanger te benoemen. Er is niet bepaald dat het lid van de referendumcommissie aanblijft totdat in diens opvolging is voorzien. Het kan soms enkele maanden duren voordat er een opvolger is benoemd. Het is niet gewenst om iemand die ontslag neemt in het ongewisse te laten over wanneer dat ontslag uiteindelijk ingaat. Er is niet expliciet geregeld dat leden van de referendumcommissie (bijvoorbeeld in geval van niet functioneren) ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt dat diegene die benoemt ook kan ontslaan. Een door de referendumcommissie vast te stellen aftreedrooster voorziet erin dat niet het risico ontstaat dat in één keer alle leden moeten aftreden.

Wat betreft de vergoeding van de leden van de referendumcommissie is aangesloten bij de regeling zoals die wordt gehanteerd voor de rekenkamercommissie van de gemeente Haarlem. Concreet houdt dit in dat de mogelijkheid bestaat om gemaakte uren voor een vergoeding van € 75,- bruto per uur te declareren. Dit is passend gezien het feit dat het merendeel van de werkzaamheden van de referendumcommissie buiten een vergadering plaatsvindt.

Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie

De referendumcommissie heeft diverse adviserende taken. Daarnaast houdt de referendumcommissie toezicht op het gehele referendumproces. De referendumcommissie kan gevraagd en ongevraagd advies geven.

Eerste lid

Onder a tot en met c staat de advisering aan respectievelijk de raad, de voorzitter van de raad en het college. De referendumcommissie heeft een adviserende rol bij diverse stappen in het referendumproces die gevoelig kunnen liggen of voor discussie kunnen zorgen. Onder d is de rol van de referendumcommissie als toezichthouder op het hele referendumproces vastgelegd. Een uitvloeisel van die rol is de behandeling door de referendumcommissie van klachten over het referendumproces (onder e). Klachten kunnen over uiteenlopende zaken gaan, bijvoorbeeld het afkeuren van een aantal ondersteunende handtekeningen, het aantal stembureaus of een campagne-uiting van een organisatie.

Wellicht ten overvloede: de taak die de referendumcommissie heeft ten aanzien van klachten over het referendumproces heeft niet te maken met het klachtrecht dat wordt geregeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb); dat klachtrecht gaat immers alleen over gedragingen van bestuursorganen en personen die daarbij werkzaam zijn. De afdoening daarvan is een taak van het bestuursorgaan zelf.

De referendumcommissie brengt na afloop van elk referendumproces een evaluatie uit (onder f). Dit kan gaan om een referendumproces inclusief een gehouden referendum, maar ook over een referendumproces waarbij het niet tot een daadwerkelijk gehouden referendum is gekomen.

Artikel 5. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek

Het inleidend verzoek heeft twee functies: het aantonen dat er binnen de gemeente enig draagvlak is voor een referendum en een toetsing of over het ontwerp raadsbesluit een referendum kan worden gehouden. Daarom is het aantal handtekeningen voor het inleidend verzoek in de regel laag. Als norm wordt 400 gehanteerd. Het definitief verzoek (artikel 6) moet aantonen dat er voldoende draagvlak binnen de gemeente is om daadwerkelijk een referendum te houden. Voor het definitief verzoek wordt 4.000 als norm gebruikt.

Derde en vierde lid

Ondersteuningsverklaringen kunnen in de procedure voor het inleidend verzoek op grond van deze verordening schriftelijk worden ingediend, waarbij de mogelijkheid bestaat om deze digitaal te verzamelen. De handtekeningen moeten worden geplaatst op formulieren die door de voorzitter van de raad worden verstrekt. De referendumcommissie heeft een adviserende rol.

Vijfde lid

Bij het controleren van de geldigheid van de handtekeningen wordt beoordeeld of diegenen die de ondersteuningsverklaring indienen kiesgerechtigd zouden zijn voor de raadsverkiezingen op het moment dat de voorzitter van de raad het formulier voor de ondersteuningsverklaringen verstrekt. Kiesgerechtigd betekent in Haarlem dat de leeftijd verlaagd is naar 16 jaar. Bij het zetten van de handtekening is nog niet bekend of, en zo ja, wanneer het referendum gehouden wordt. Daarom wordt hier voor een andere peildatum gekozen dan de dag van het referendum. Om verwarring over deze peildatum te voorkomen is het goed om deze uitgiftedatum ook op het ondersteuningsformulier te zetten.

Het ligt voor de hand ook de controle te laten uitvoeren door de voorzitter van de raad. Deze heeft immers toegang tot de basisregistratie persoonsgegevens.

Zesde lid

De raad beslist of het inleidend verzoek kan worden ingewilligd. Hierbij wordt getoetst aan de in artikel 2, tweede lid, vermelde onderwerpenlijst. En wordt tevens beoordeeld of er een voldoende aantal geldige ondersteuningsverklaringen is.

Het besluit van de raad op het inleidend verzoek is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen staat bezwaar en beroep open.

Zevende lid

Als de raad het ontwerp raadsbesluit referendabel acht, wordt het inhoudelijk besproken, waarbij uiteraard amendementen en moties kunnen worden ingediend. Over het ontwerp raadsbesluit zelf wordt niet gestemd. Dit gebeurt pas nadat het referendum is gehouden, of nadat de raad heeft besloten dat er geen referendum gehouden kan worden.

Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek

De procedure voor het definitief verzoek is in grote lijnen gelijk aan die voor het inleidend verzoek. Dit houdt onder meer in dat de voorzitter van de raad controleert op voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden. De kiesgerechtigdheid is hier gekoppeld aan de dag waarop de raad besloten heeft dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Voor het aantal ondersteuningsverklaringen wordt als norm 4.000 kiesgerechtigden gehanteerd.

In de procedure voor het definitief verzoek wordt ook de digitale mogelijkheid opengesteld (vierde lid, tweede volzin).

Dat de ondersteuningsverklaringen van het inleidend verzoek niet meetellen voor het definitief verzoek heeft de volgende reden. Tijdens het inleidend verzoek is het ontwerp raadsbesluit nog niet besproken door de raad; het voorstel kan dus nog gewijzigd worden als gevolg van amendementen. Daarom is het mogelijk dat een kiesgerechtigde het inleidend verzoek ondersteunt, maar geen handtekening wil zetten voor het definitief verzoek, bijvoorbeeld omdat inmiddels aan zijn of haar bezwaren tegemoet is gekomen. Of over het ontwerp raadsbesluit een referendum kan worden gehouden is eerder in het proces, bij het inleidend verzoek beslist. Een voldoende aantal handtekeningen zal dan ook een positief besluit tot het houden van het referendum inhouden.

Artikel 7. Initiatief van de raad

De raad kan zelf het initiatief nemen om een referendum te houden. Vaak zal het voorstel daartoe van een of meer raadsleden of fracties afkomstig zijn. Elk raadslid heeft immers op grond van artikel 147a van de Gemeentewet het recht van initiatief om een (uitgewerkt) voorstel voor bijvoorbeeld een referendum te doen. Ook kan elk raadslid een motie daartoe indienen. Een initiatiefvoorstel of motie kan bijvoorbeeld een voorstel voor een referendum inhouden over een onderwerp waarbij aan kiesgerechtigden alternatieven wordt voorgelegd en waarbij het college wordt verzocht een en ander in een nota uit te werken. Over een initiatiefvoorstel moet op grond van artikel 147a, vierde lid, van de Gemeentewet het college de gelegenheid krijgen wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Initiatiefvoorstellen en moties worden behandeld conform het Reglement van Orde van de raad. Doorgaans heeft ook de referendumcommissie de taak om te adviseren over het referendumonderwerp en of er sprake is van een uitgezonderd besluit. Het is daarom zaak om een voorgenomen referenduminitiatief zo snel mogelijk bij de referendumcommissie te melden. Het initiatiefvoorstel of de motie kan resulteren in een besluit van de raad tot het houden van een referendum als bedoeld in artikel 7, eerste lid. De bepalingen in deze verordening, met uitzondering van de artikelen over het inleidend en definitieve verzoek zijn ook van toepassing op een referendum op initiatief van de raad.

Artikel 8. Datum stemming

Over de dag van de stemming brengt de referendumcommissie advies uit (artikel 4, eerste lid, onder a, sub ii.).

Artikel 9. Vraagstelling referendum

De raad stelt de vraagstelling van het referendum vast na advies van de referendumcommissie; deze zal daarover doorgaans in overleg treden met de initiatiefnemers van het referendum en de portefeuillehouder uit het college.

Derde lid

Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden ligt de vraagstelling grotendeels vast: de vraag is gekoppeld aan het ontwerp raadsbesluit. Doorgaans zal hierdoor de vraagstelling zijn: “Bent u voor of tegen het ontwerp raadsbesluit?”. Soms wordt in een raadsvoorstel een keuzemogelijkheid aan de raad gegeven, als dit voorstel het onderwerp is van een referendum zal aan de kiesgerechtigden deze keuzemogelijkheden worden voorgelegd.

Bij een referendum op initiatief van de raad kan de vraagstelling een andere vorm krijgen. De raad kan aan de kiesgerechtigde inwoners de (eenvoudige) vraag voorleggen of zij vóór dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit zijn of verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen. Als meer dan twee alternatieven worden voorgelegd, is er waarschijnlijk geen meerderheid voor een van de opties. Er zijn mogelijkheden waarbij ook inzicht wordt verkregen over de tweede of derde voorkeur van kiesgerechtigden. Als er gekozen wordt voor verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen zal de referendumcommissie hierover adviseren met een voorstel voor de stemprocedure. Wat de meest geschikte stemprocedure is, hangt mede af van het aantal mogelijke antwoordopties en de aard ervan. Drie mogelijkheden zijn: (a) het uitbrengen van één stem op een antwoordmogelijkheid naar keuze; (b) het uitbrengen van één of meerdere stemmen op elk van de antwoordmogelijkheden die de kiezers verkiest (‘approval voting’); (c) het plaatsen van de antwoordmogelijkheden in volgorde van voorkeur (waarbij indien geen van de alternatieven een meerderheid heeft de stemmen van het minst populaire alternatief kunnen worden overgeheveld naar de keuze van tweede voorkeur bij de betreffende kiezers).

Artikel 10. Budget en subsidieplafond

Eerste lid

Als duidelijk is dat er een referendum komt, dient de raad een budget vast te stellen. Allereerst voor de organisatie van het referendum zelf (stempassen, stembiljetten, stembureaus, enz.). Daarnaast een bedrag voor voorlichting. Er kan vanuit de gemeente een folder worden opgesteld met neutrale informatie over het ontwerp raadsbesluit dat onderwerp is van het referendum, of er kan een referendumkrant worden gemaakt waarbij de neutrale gemeentelijke informatie kan worden aangevuld met informatie van voor- en tegenstanders. De referendumcommissie heeft een toezichthoudende rol bij het verstrekken van deze neutrale informatie door de gemeente. In het geval van een referendumkrant heeft de referendumcommissie uiteraard geen rol ten aanzien van de informatie verstrekt door voor- en tegenstanders.

Tweede lid

Daarnaast wordt een subsidiebudget/-plafond vastgesteld voor het verstrekken van subsidies voor activiteiten die burgers en maatschappelijke organisaties rond het referendum organiseren. Voor subsidie komen activiteiten in aanmerking die het publieke debat en de meningsvorming rond het referendum ondersteunen. Naast een totaal budget stelt de raad zowel bij een referendum op initiatief van kiesgerechtigden als bij een referendum op initiatief van de raad vast hoe de verdeling over de verschillende categorieën is. De verordening legt een gelijke verdeling vast over de voor en tegenstanders van een raadsbesluit of over de verschillende oplossingsrichtingen. Daarnaast zal er altijd een budget moeten zijn voor neutrale activiteiten zoals een debatavond waar verschillende partijen aan het woord komen.

Een subsidieplafond is belangrijk, omdat daardoor openeinderegelingen worden voorkomen. Als het subsidieplafond is bereikt, moet de aanvraag om subsidie namelijk worden geweigerd (artikel 4:25, tweede lid, van de Awb). Een subsidieplafond is iets anders dan alleen vermelding op de begroting dat er voor een bepaald beleidsterrein een bepaald bedrag beschikbaar is aan subsidies. Een subsidieplafond is concreter; het moet onder die naam worden vastgesteld als het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking krachtens een wettelijk voorschrift van bepaalde met name genoemde subsidies (artikel 4:22 van de Awb). In deze verordening gebeurt dat door vermelding van het vaststellen van het plafond en de deelplafonds door de raad. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond moet ook worden bekendgemaakt hoe het wordt verdeeld (artikel 4:26, tweede lid, van de Awb). De bekendmaking van het subsidieplafond gebeurt in dit geval door het college.

Derde lid

Een onvolledige aanvraag (er ontbreken gegevens) kan niet in behandeling worden genomen en

wordt afgewezen. Dit gebeurt echter niet voordat de aanvrager de kans heeft gekregen om de

aanvraag aan te vullen. Dit dient op korte termijn te gebeuren in verband met de korte termijn van twee weken waarop op de subsidieaanvragen wordt besloten.

Vijfde lid

De Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) geeft diverse standaardbepalingen, bijvoorbeeld voor aanvraag- en beslistermijnen, die voor de hier bedoelde subsidies niet toepasbaar zijn en waarvan dus moet worden afgeweken. Ook bevat de ASV een bepaling waarin de bevoegdheid om nadere regels te stellen aan het college wordt gedelegeerd. Dat is bij een referendum niet wenselijk; het gaat immers om een instrument van de raad.

Artikel 11. Subsidiecriteria

Eerste lid

Het doel van de subsidieverstrekking is bijdragen aan de meningsvorming en aan het voeren van het publieke debat over het ontwerp raadsbesluit dat onderwerp is van het referendum onder de burgers in de gemeente. Burgers moeten hun mening kunnen vormen voordat zij een stem uitbrengen. Vaak zijn initiatiefnemers van een referendum en andere betrokkenen burgers. Om hen een mogelijkheid te geven subsidie aan te vragen voor het stimuleren van het publieke debat en meningsvorming wordt hier gesproken van een collectief van kiesgerechtigden, mits zij dit doen met een aantal van minimaal zes personen. In dat geval dienen zij ook kiesgerechtigd te zijn voor de raadsverkiezingen van de gemeente Haarlem. De Referendumverordening Haarlem hanteert een ruimere definitie van het begrip kiesgerechtigde: jongeren vanaf 16 jaar mogen stemmen en dus in een collectief van zes ook subsidie aanvragen. Hierbij wordt opgemerkt dat het noodzakelijk is dat de contactpersoon (een van de zes kiezers) wel 18 jaar of ouder is. Voor het organiseren van sommige onderdelen van activiteiten zal een meerderjarige nodig zijn in verband met de handelingsbekwaamheid.

Subsidies kunnen ook verstrekt worden aan organisaties in de vorm van rechtspersonen (verenigingen, wijkorganen, stichtingen e.d.). Politieke partijen kunnen geen subsidie aanvragen op basis van deze regels. Zij hebben hun eigen mogelijkheden om campagne te voeren.

Tweede lid

Het ligt voor de hand dat geen subsidie verstrekt wordt als de activiteiten plaatsvinden voor de aanvraag wordt ingediend of nadat het referendum gehouden is. Ook is subsidie niet bedoeld om winst te maken, dit is ook een afwijzingsgrond.

Derde, vierde en vijfde lid

De subsidie is bedoeld als tegemoetkoming in materiële kosten. Alleen de kosten die direct samenhangen met de activiteit en die naar het oordeel van het college redelijk zijn in relatie tot de verwachte bijdrage van de activiteit aan het doel van deze subsidie komen in aanmerking. Denk aan de huur van een zaal voor een debatavond, het drukken van een folder of het maken van een filmpje. Het is niet bestemd voor loonkosten van de aanvrager of anderen. Als het voor de activiteit absoluut noodzakelijk is dat er een deskundige wordt ingehuurd is het wellicht mogelijk dat er een uitzondering wordt gemaakt. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen moeten noodzakelijk zijn om de activiteit uit te kunnen voeren. Dus de zaalhuur voor een debatavond kan vergoed worden, eten en drinken, bijvoorbeeld in de vorm van een borrel na afloop, niet.

Indien er een professional ingehuurd dient te worden (bijvoorbeeld een cameraman voor het maken van een filmpje) dan worden deze kosten vergoed tot een maximum van € 45,- per uur. Het aantal uren dat per aanvraag gedeclareerd kan worden heeft een maximum van 20.

Artikel 12. Subsidieaanvragen

Er wordt een formulier vastgesteld waarmee de aanvraag voor subsidie gedaan wordt. Hierdoor is het voor de aanvragers duidelijk welke gegevens zij moeten aanleveren. Het is belangrijk dat er niet alleen een omschrijving van de activiteiten wordt aangeleverd, maar dat er ook een begroting wordt gemaakt waarin de inkomsten en uitgaven zijn opgenomen. Aanvragers zullen voor bijvoorbeeld de huur van een zaal of het ontwerpen van een website een offerte moeten aanvragen zodat zij een goed onderbouwde begroting kunnen aanleveren. Ook worden formele gegevens gevraagd. Voor een collectief van kiezers betekent dit dat er zes personen hun naam en adresgegevens aanleveren en hun handtekening zetten waarmee ze aangeven gezamenlijk verantwoordelijk te zijn voor de activiteit. Voor rechtspersonen die niet bekend zijn bij de gemeente betekent dit dat zij bijvoorbeeld een afschrift van de inschrijving van de kamer van koophandel dienen te overleggen. En uiteraard dient ook deze aanvraag ondertekend te zijn door de bevoegde personen (dit zijn er vaak meer dan één). Het aanvraagformulier staat op de website van de gemeente en kan worden geprint. Het ingevulde formulier kan per post worden opgestuurd of afgegeven worden aan de balie van het stadhuis.

Artikel 13. Subsidieverlening en vaststelling

Eerste lid

De beslissing op een aanvraag om subsidie is een verantwoordelijkheid van het college. De beschikking wordt uiterlijk twee weken nadat de termijn voor het aanvragen van subsidie is gesloten, verzonden.

Tweede lid

Indien een aangevraagde subsidie geheel of gedeeltelijk wordt verleend, wordt vervolgens zo spoedig mogelijk het betreffende bedrag bij wijze van voorschot aan de aanvrager uitbetaald.

Derde lid

Een referendumproces wordt oplettend gevolgd door inwoners en lokale media. Hoewel het om relatief lage subsidiebedragen zal gaan, moet wel verantwoording over de bestede gelden worden afgelegd voordat de subsidie definitief wordt vastgesteld. Dat gebeurt via de aanvraag tot vaststelling.

Als uit de overgelegde stukken (of op een andere manier) blijkt dat de activiteiten niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, kan de subsidie lager worden vastgesteld dan was verleend, of zelfs worden ingetrokken. Hierbij kan het verstrekte voorschot (tweede lid ) – deels – worden teruggevorderd (artikelen 4:48, eerste lid, en 4:57 van de Awb).

Artikel 14. Drempel

Deze drempel is de minimale opkomst die nodig is om het referendum geldig te laten zijn. Die ligt in de verordening op 30%. Als er een formele drempel is, is het beter uit te leggen en minder onverwacht wanneer de raad de uitkomst eventueel naast zich neerlegt vanwege een te lage opkomst (en de uitkomst daardoor te weinig de weerslag is van de mening van de stad).

Artikel 15. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking

Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij de gang van zaken bij de raadsverkiezingen. Vandaar dat de desbetreffende bepalingen uit de Kieswet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, voor zover er geen regeling in deze verordening zelf is opgenomen. Het gaat om de volgende onderdelen:

  • hoofdstuk E, paragraaf 2: de instelling en bemensing van stembureaus door het college;

  • hoofdstuk E, paragraaf 4: de instelling van het centraal stembureau (bij een lokaal referendum is er geen taak voor een hoofdstembureau; paragraaf 3 van hoofdstuk E is hier daarom niet vermeld);

  • hoofdstuk J: de stemming (met onder andere de oproep, de inrichting van het stemlokaal, het uitbrengen van de stem);

  • hoofdstuk L: het stemmen bij volmacht;

  • hoofdstuk N, paragraaf 1: de telling van de stemmen;

  • hoofdstuk P, paragraaf 1: de werkzaamheden van het centraal stembureau ten behoeve van de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag;

  • hoofdstuk P, paragraaf 4: de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag in een openbare zitting van het centraal stembureau. Ook is hier geregeld dat er een proces-verbaal van de werkzaamheden wordt opgemaakt. Zie over de bekendmaking ook de toelichting bij artikel 13.

Het kan voorkomen dat naast de Kieswet een tijdelijke wet van toepassing is op het verkiezingsproces. In 2020 is de Tijdelijke wet verkiezingen Covid 19 vastgesteld. Deze heeft een vervaldatum (1 juli 2022) maar kan verlengd worden. Nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot het verkiezingsproces worden doorgaans eerst op kleine schaal getest op basis van een experimentenwet, welke ook tijdelijk is. Op dit moment is er een experiment met het centraal tellen van de stemmen en komt er een experiment met een nieuw stembiljet dat ook elektronisch telbaar is. Indien de gemeente Haarlem meedoet aan een experiment of indien er een (landelijke) tijdelijke wet is, zijn de relevante bepalingen ook van toepassing op het referendumproces.

Artikel 16. Uitslag

In artikel 16 zijn bepalingen opgenomen over de taken van het centraal stembureau bij de telling, de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag van een referendum. Deze wijken deels af van desbetreffende bepalingen in de Kieswet of vullen deze aan. Zie de toelichting bij artikel 14.

Onder andere artikel P23 van de Kieswet (onderdeel van paragraaf 4) is van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarin is geregeld dat het centraal stembureau zijn proces-verbaal met weglating van de ondertekening onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar maakt. Daarbij is ook bepaald dat hiervoor bij ministeriële regeling een internetadres kan worden aangewezen. Dat laatste is op het moment van verschijnen van deze modelverordening nog niet gebeurd.

In het derde lid van artikel 16 is verder bepaald dat het centraal stembureau de uitslag aan de raad overbrengt. Het vierde lid regelt dat de raad een uitspraak doet over de wettigheid van de stemming.

Artikel 17. Strafbepaling

Op grond van artikel 154, eerste lid, van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een verordening een straf stellen van ten hoogste drie maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten bij hoofdstuk Z, paragraaf 1, van de Kieswet.

De artikelen 18, 19 en 20 behoeven geen toelichting.