Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Barneveld

Geldend van 25-11-2022 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 15-03-2022

Intitulé

Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Barneveld

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

gelet op:

  • titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 35 lid 4 en lid 5 van de Participatiewet zoals van kracht met ingang van 15 maart 2022;

overwegende dat:

  • het college gebruik wenst te maken van de bevoegdheid die artikel 35 lid 4 van de Participatiewet biedt om in 2022 een eenmalige energietoeslag toe te kunnen kennen;

  • het college het in dat kader wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden aanspraak kan bestaan op de eenmalige energietoeslag 2022;

  • het in verband daarmee noodzakelijk is om beleidsregels vast te stellen in aanvulling op de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld;

besluit:

vast te stellen de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Barneveld.

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a)

    wet: Participatiewet;

  • b)

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

  • c)

    inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikelen 3 en 4 van de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld met dien verstande dat artikel 3 lid 3 van die beleidsregels buiten toepassing blijft;

  • d)

    peildatum: de eerste van de maand waarin de aanvraag voor de eenmalige energietoeslag is ontvangen;

  • e)

    referteperiode: periode van 3 kalendermaanden voorafgaand aan de peildatum.

Artikel 2: Hoogte, wijze van toekenning

  • 1. De eenmalige energietoeslag 2022 wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend.

  • 2. De eenmalige energietoeslag bedraagt:

    • a.

      voor huishoudens met een inkomen tot en met 120% van de toepasselijke bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld): € 1.300,00;

    • b.

      voor huishoudens met een inkomen van meer dan 120% tot en met 150% van de toepasselijke bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld): € 1.000,00.

Artikel 3: Doelgroep

  • 1. Aanspraak op de eenmalige energietoeslag 2022 kan bestaan voor de alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin als bedoeld in artikel 4 van de wet die beschikt over een laag inkomen.

  • 2. Van een laag inkomen als bedoeld in het voorgaande lid is sprake als gedurende de referteperiode het daadwerkelijk beschikbare en in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 150% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 3. Voor de toepassing van deze regeling wordt het eventueel aanwezige vermogen buiten beschouwing gelaten.

  • 4. Onder de doelgroep als bedoeld in het eerste lid valt niet degene die op de peildatum:

    • a.

      in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel f, van de wet; of

    • b.

      jonger is dan 21 jaar; of

    • c.

      studerend is en in verband daarmee aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; of

    • d.

      is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres; of

    • e.

      een kostendelende medebewoner van de hoofdbewoner(s) is als bedoeld in artikel 19a van de wet.

  • 5. Geen aanspraak op de eenmalige energietoeslag 2022 bestaat als in 2022 door het college of door het college van een andere gemeente op grond van artikel 35 van de wet reeds een eenmalige energietoeslag 2022 is verleend.

Artikel 4: Ambtshalve toekenning

  • 1. De eenmalige energietoeslag 2022 wordt ambtshalve toegekend en uitbetaald aan de degenen die tot de doelgroep behoren en:

    • a.

      in de periode van 1 januari 2022 tot 1 april 2022, of een gedeelte van deze periode, van de gemeente Barneveld algemene bijstand hebben ontvangen op grond van de wet respectievelijk het Bbz 2004 dan wel een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ; of

    • b.

      in de periode van 1 januari 2022 tot 1 april 2022 een aanvraag hebben ingediend op grond van de minimaregelingen van de gemeente Barneveld waarbij die aanvraag uiterlijk 1 april 2022 daadwerkelijk is toegekend; of

    • c.

      aan wie uiterlijk op 1 april 2022 door de gemeente Barneveld kwijtschelding is verleend van de gemeentelijke belastingen voor het belastingjaar 2022; of

    • d.

      waarbij op 1 april 2022 sprake was van een lopend minnelijk traject in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; of

    • e.

      een aanvullende inkomensvoorziening ouderen ontvangen van de Sociale Verzekeringsbank op grond van artikel 47a van de wet op de datum waarop de Sociale Verzekeringsbank een bestandsselectie heeft gedaan op basis waarvan gegevens aan het college zijn verstrekt ter uitvoering van deze regeling.

  • 2. Bij de ambtshalve toekenning en uitbetaling wordt de referteperiode buiten beschouwing gelaten.

Artikel 5: Aanvraag

Degene(n) die niet in aanmerking komen voor een ambtshalve toekenning en uitbetaling van de energietoeslag 2022 kunnen tot en met 31 december 2022 een aanvraag indienen door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier.

Artikel 6: Afwijkingsbevoegdheid

Het college handelt in overeenstemming met deze regeling, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regeling te dienen doelen.

Artikel 7: Inwerkingtreding en vervallen besluit

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie, werkt terug tot en met 15 maart 2022 en vervalt op 1 juli 2023.

Artikel 8: Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Barneveld.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 5 april 2022,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa,

Secretaris

J.J. Luteijn,

Burgemeester

TOELICHTING

De Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 Barneveld staan niet op zich zelf. Die zijn gebaseerd op artikel 35 lid 4 en lid 5 van de Participatiewet zoals die per 15 maart 2022 van kracht zijn en aanvullend op de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld.

In de basis vinden deze beleidsregels dus hun oorsprong in de Participatiewet. Dit betekent dat wie niet aan de voorwaarden van de wet voldoet, bijvoorbeeld omdat die persoon op de peildatum geen rechthebbende is of omdat een uitsluitingsgrond geldt (artikel 13 PW), geen aanspraak kan maken op de energietoeslag.

Het college heeft gemeend er goed aan te doen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de richtlijnen van het ministerie van SZW inzake de wijze van gebruikmaking van de bevoegdheden die artikel 35 lid 4 en lid 5 van de PW biedt. Op deze wijze wordt zoveel mogelijk een landelijk uniforme uitvoering bewerkstelligd.

Artikel 1 Begripsbepalingen

Inzake de begrippen ‘inkomen’ en ‘referteperiode’ is aansluiting gezocht bij het beleid dat daarvoor al in de gemeente geldt op grond van de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld.

Artikel 2 Hoogte, wijze van toekenning

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 3 Doelgroep

In lid 2 is bepaald dat gekeken wordt naar het daadwerkelijk beschikbare en in aanmerking te nemen inkomen. Dit betekent dat als sprake is van een minnelijk of wettelijk schuldsaneringstraject of van beslag op het inkomen, alleen gekeken wordt naar het daadwerkelijk beschikbare en in aanmerking te nemen inkomen en dus niet naar het totale inkomen. Daardoor kan in veel situaties alsnog aanspraak op de eenmalige energietoeslag bestaan. Verder houdt deze formulering in dat wordt aangesloten bij de systematiek van de PW.

In lid 3 is bepaald dat het vermogen buiten beschouwing wordt gelaten. Dit is met name ingegeven door uitvoeringstechnische redenen. Het beoordelen van het vermogen in het kader van deze regeling maakt het nodeloos gecompliceerd en past bovendien niet bij het doel van de regeling.

Er zijn divers groepen uitgezonderd van de doelgroep:

  • degenen die in een instelling verblijven omdat zij in beginsel geen energierekening hoeven te voldoen;

  • studerenden: dit is in de praktijk een zeer diffuse groep waardoor de beoordeling van de aanspraak vrijwel niet mogelijk is en veel van de studenten wonen ook nog eens thuis waardoor zij eveneens geen energierekening hebben te voldoen;

  • jongeren tot 21 jaar: daarvoor zijn de ouders nog onderhoudsplichtig en die worden dus geacht bij te dragen in de (extra) kosten; bovendien wonen veel jongeren in deze leeftijd ook vaak nog thuis waardoor zij evenmin een energierekening hoeven te voldoen;

  • in geval van kostendelende medebewoners is de hoofdbewoner verantwoordelijk voor het voldoen van de energienota, waardoor het niet in de rede ligt om ook aan de kostendelende medebewoner een eenmalige energietoeslag toe te kennen.

Artikel 4 Ambtshalve toekenning

Een ambtshalve toekenning is mogelijk op grond van artikel 35 lid 5 van de PW en als vaststaat dat de aanvrager een laag inkomen heeft in de zin van deze regeling. Van de in lid 1 opgesomde groepen is bij het college in beginsel bekend dat sprake is van een laag inkomen als bedoeld in deze regeling. Ook zijn de overige noodzakelijke gegevens voor het vaststellen van het recht op de energietoeslag en de uitbetaling ervan veelal al bekend.

Voor zover sprake is van een AIO-aanvulling die door de SVB wordt verstrekt: de SVB zal de gegevens van deze groep beschikbaar stellen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau.

Vanuit dienstverlenend oogpunt is er voor gekozen om de energietoeslag aan al deze groepen ambtshalve toe te kennen en uit te betalen. Dit voorkomt bovendien dubbele uitvraag van gegevens en is ook minder belastend voor de uitvoering die minder aanvragen te verwerken krijgt.

Artikel 5 Aanvraag

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 6 Afwijkingsbevoegdheid

Er zijn situaties denkbaar waarbij niet aan alle voorwaarden wordt voldaan om in aanmerking te komen voor de energietoeslag, maar dat de uitsluitingsgrond slechts van korte duur was of bijvoorbeeld dat het strikt vasthouden aan de bepalingen onevenredig nadelig uitpakt in het licht van het doel van deze regeling. In dergelijke situaties kan een toets op hardheid van de voorgenomen afwijzing worden uitgevoerd op grond dit artikel. De dringende redenen als bedoeld in artikel 16 Participatiewet voorzien hier niet in.

Artikel 7 Inwerkingtreding en vervallen van het besluit

Hiermee wordt aangesloten bij de werkingsduur van artikel 35 lid 4 en lid 5 PW.

Artikel 8 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.