Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022

De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;

Gelet op artikel 108, lid 1, en artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, artikel 2.2, lid 1, en artikel 2.18 Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht en hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming;

BESLUIT

Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:

Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022

[Deze regeling is gewijzigd door de 1ste Wijzigingsverordening Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022, bekendgemaakt op 31 december 2025 in het Gemeenteblad 2025, 404398.].

HOOFDSTUK 1 Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022

ARTIKEL 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bebouwingscontour houtkap: als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn (voorheen: bebouwde kom zoals bedoeld in artikel 4.1 sub a van de Wet natuurbescherming);

  • b.

    bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit op een aanvraag om omgevingsvergunning zoals bedoeld in de Omgevingswet;

  • c.

    bomen effect analyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom of houtopstand op basis van landelijke richtlijnen zoals die door de Bomenstichting en CROW, onafhankelijk kenniscentrum voor infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer, zijn opgesteld;

  • d.

    boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsstamomtrek van minimaal 63 centimeter (stamdiameter 20 cm) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In het kader van een herplant - of instandhoudingsplicht als bedoeld in de artikelen 7 en 8, kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan een stamomtrek van 63 centimeter (stamdiameter 20 cm) op 1,3 meter boven het maaiveld;

  • e.

    boomwaarde: de monetaire waarde van een boom, zoals getaxeerd volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB);

  • f.

    bijzondere boom: Boom van minimaal 50 jaar oud (of minimaal 50 cm stamdoorsnede op 1,3 m boven maaiveld) die bovengemiddeld voldoet aan waarden (natuurwaarde, milieuwaarden, cultuurhistorische waarden, waarden voor dorpsschoon en waarden voor leefbaarheid). In ieder geval behoren de bomen uit het register van monumentale bomen van de Bomenstichting hiertoe;

  • g.

    dunning: velling in bossen en tuinen met een boskarakter, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd;

  • h.

    erf: een perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen om een gebouw (een woning of bedrijf) en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. In het geval van een toegangsweg naar het gebouw is deze geen onderdeel van het erf;

  • i.

    herplantboom: een boom die geplant wordt ter uitvoering van een herplantplicht zoals bedoeld in deze verordening;

  • j.

    herplantfonds: door de gemeente beheerd fonds waarin financiële compensatie voor herplant wordt gestort. De middelen in het fonds worden uitsluitend gebruikt voor herplant; 

  • k.

    herplantplicht: de verplichting om, ter vervanging van een gevelde of anderszins verwijderde boom een nieuwe boom te planten die voldoet aan de door het bevoegd gezag gestelde eisen ten aanzien van soort, maatvoering, plantlocatie en aanplantperiode;

  • l.

    houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;

    • o

      boomvormer: een houtachtig gewas met één of meer houttakken. Het houtachtige gewas kan uitgroeien tot een boom met één of meer stammen;

    • o

      griend: bos, meestal met een moerasachtige ondergrond, met aanplanten van wilg of es, waarbij het hout dat op laag afgezette stobben groeit een keer per jaar of meerdere jaren wordt geoogst;

    • o

      hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    • o

      heg: een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter;

    • o

      houtwal: lijnvormige bosaanplant, hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers;

  • m.

    hoofdgroenstructuur: groene structuren die als zodanig door de raad zijn vastgesteld en een verbindende functie hebben en als vlak of lijn aangewezen zijn, waarbinnen bomen of houtopstanden staan met een hoog beschermingsniveau;

  • n.

    kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van een boom of houtopstand;

  • o.

    kandelaberen: het tot op de hoofdtakken inkorten van een boom;

  • p.

    knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen;

  • q.

    noodkap: bevoegdheid van de burgemeester tot het kappen van een boom die in een zodanige staat verkeert dat daardoor direct gevaar voor personen of goederen ontstaat;

  • r.

    omgevingsboom: een boom met waarde voor de woon- of leefkwaliteit, die geen onderdeel is van de hoofdgroenstructuur en geen herplantboom of bijzondere boom is;

  • s.

    onrechtmatige hinder: Onrechtmatige hinder is een vorm van schade of overlast die iemand veroorzaakt aan een ander, op een manier die volgens het recht als onaanvaardbaar wordt beschouwd, en daarmee in strijd is met het bepaalde in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek of de algemene regels van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW);

  • t.

    tuin: omheind of afgeperkt stuk grond, aangrenzend aan een (woon)huis en dat is ingericht ten behoeve van het woongenot;

  • u.

    vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de levende kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

HOOFDSTUK 2 Vergunningen

ARTIKEL 2 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  • 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een boom of een houtopstand te vellen of te doen vellen. Dit verbod geldt voor:

    • o

      alle bomen en houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap;

    • o

      alle bomen en houtopstanden op erven en in tuinen buiten de bebouwingscontour houtkap;

    • o

      fruitbomen en struiken die niet specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld;

    • o

      boomrijen van 20 of minder bomen buiten de bebouwingscontour houtkap;

    • o

      houtopstanden van minder dan 10 are buiten erven en tuinen buiten de bebouwingscontour houtkap; en,

    • o

      knotpopulieren en knotwilgen buiten de bebouwingscontour houtkap.

    • o

      boom of houtopstand die op basis van artikel 7 lid 1 of Artikel 8 lid 1 is geplant.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      bomen en houtopstanden die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 11 van deze verordening;

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • d.

      populieren, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtig biomassa, indien zij tenminste eens per 10 jaar worden geoogst, bestaan uit minstenstienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter en zijn aangelegd na 1 januari 2013;

    • e.

      het vellen van een dode boom / houtopstand of het dunnen van houtopstand op voorwaarde dat het bevoegd gezag ten minste vier weken voor het vellen / dunnen daarvan schriftelijk hierover is geïnformeerd onder opgave van relevante informatie zoals - maar niet uitsluitend - de precieze locatie van de desbetreffende boom / houtopstand en stamdikte;

  • 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen en houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap indien het betreft:

    • a.

      bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld;

    • b.

      houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen;

    • c.

      naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

    • d.

      kweekgoed;

    • e.

      uit niet geknotte populieren of wilgen bestaande:

      • wegbeplantingen;

      • beplantingen langs waterwegen; en

      • eenrijige beplantingen langs landbouwgronden.

    • f.

      houtopstanden die een grotere oppervlakte grond beslaan dan 10 are, of bestaan uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen, gerekend over het totaal aantal rijen.

ARTIKEL 3 Aanvraag omgevingsvergunning

  • 1. De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd door of namens, dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. Daarbij dient de desbetreffende aanvraag te voldoen aan de daaraan te stellen voorwaarden op basis van hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling, paragraaf 16.5.1 Omgevingswet.

  • 2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan ingeval van een voorgenomen grootschalige bomenkap, waarin redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat alle te kappen bomen afzonderlijk op schaal op tekening worden aangegeven, een situatietekening volstaan waarop het gebied is aangegeven waarbinnen de te kappen bomen staan. Op het aanvraagformulier dient te worden aangegeven voor welke boomsoorten en aantallen de aanvraag wordt gedaan. De te kappen bomen dienen in dit geval ter plaatse te worden gemerkt. Voor een objectieve belangenafweging kan door het bevoegd gezag een bomen effect analyse, en/of een herinrichtingsplan met te herplanten bomen worden gevraagd.

  • 3. Aanvullend op het eerste lid, kan het bevoegd gezag verzoeken tot overlegging van een bomen effectanalyse opgesteld door een erkend boomdeskundige, een compensatieplan en/of een rapportage van nader onderzoek aan de houtopstand.

  • 4. [vervallen]

ARTIKEL 4 Criteria

  • 1. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.

  • 2. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom of een houtopstand wordt geweigerd, indien de belangen tot verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de boom of de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:

    • a.

      natuurwaarden en waarden voor de biodiversiteit;

    • b.

      milieuwaarden en waarden voor klimaatverandering;

    • c.

      landschappelijke waarden;

    • d.

      cultuurhistorische waarden;

    • e.

      waarden van stads - en dorpsschoon;

    • f.

      waarden voor gezondheid, recreatie en leefbaarheid.

  • 3. De beoordeling maakt onderscheid in de waardering tussen hoofdgroenstructuur, bijzondere bomen, omgevingsbomen en herplantbomen:

    • a.

      bomen in de hoofdgroenstructuur hebben de hoogste waardering en worden in beginsel niet gekapt;

    • b.

      voor bijzondere bomen en herplantbomen geldt een hoge waardering en

    • c.

      omgevingsbomen hebben een basiswaardering.

  • 4. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand wordt verleend, als:

    • a.

      de houtopstand ernstig gevaar of onrechtmatige hinder veroorzaakt en/of

    • b.

      een groot maatschappelijk belang zwaarder weegt dan de waarden in lid 2

    • c.

      behoud of versterking van de hoofdgroenstructuur zwaarder weegt dan behoud van een individuele boom in deze hoofdgroenstructuur.

  • 5. Een omgevingsvergunning wordt geweigerd indien de aanvraag is ingediend vanwege:

    • a.

      lichte tot matige hinder, die van eenieder gevergd kan worden, zoals naald-, blad-, zaad-, pluizen, vruchtval, honing- of roetdauw, schaduwhinder in tuin of op erf, bij tijdelijke schaduw in een hoofdverblijfruimte;

    • b.

      belemmering van de opbrengst van zonnepanelen die geplaatst zijn of worden in de (toekomstige) schaduw van een aanwezige houtopstand;

    • c.

      de aanwezigheid van hinder veroorzakende dieren, zoals eikenprocessierupsen, teken, hoornaars, vogels, eekhoorns of marters.

ARTIKEL 5 Noodkap

De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen indien er sprake is van een urgent en groot gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.

ARTIKEL 6 Vervaltermijn omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning vervalt indien niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt. Op verzoek kan het bevoegd gezag deze termijn éénmalig met één jaar verlengen.

HOOFDSTUK 3 Vergunningvoorschriften, herplant- en instandhoudingsplicht

ARTIKEL 7 Bijzondere vergunningsvoorschriften

  • 1. Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften, kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Hieronder worden onder meer begrepen de boomsoort, de handelsmaat en de herplantlocatie(s).

  • 2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  • 3. In geval (bouw)werkzaamheden nabij te behouden bomen plaatsvinden, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbinden tot het opstellen en overleggen van een bomen effect analyse.

  • 4. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

ARTIKEL 8 Herplantplicht en instandhoudingsplicht

  • 1. Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld of op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uitandere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een te stellen termijn.

  • 2. Alleen in uitzonderlijke gevallen waarin niet ter plaatse kan worden herplant, wordt een financiële bijdrage gestort in het gemeentelijk herplantfonds.

  • 3. De verplichtingen en voorschriften van dit artikel kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van deze verordening genoemde minimummaat.

  • 4. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  • 5. Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in dit artikel van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    • a.

      overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

    • b.

      een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden.

  • 6. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

ARTIKEL 9 Afstand van de erfgrenslijn

De afstand, als bedoeld in artikel 5:42, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gemeten vanaf het hart van de stam, is vastgesteld op 50 centimeter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.

HOOFDSTUK 4 Overige en slotbepalingen

ARTIKEL 10 Bestrijding van boomziekten

  • 1. Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

    • a.

      de houtopstand te vellen, of;

    • b.

      conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.

  • 2. Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.

  • 3. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het onder het tweede lid van dit artikel gestelde verbod.

ARTIKEL 11 Bescherming publieke houtopstand

  • 1. Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn: te beschadigen, te bekladden of te beplakken; daaraan snoeiwerk te verrichten, tenzij het snoeiwerk wordt verricht door of namens de gemeente.

  • 2. Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een openbare houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag.

ARTIKEL 12 Strafbepaling

  • 1. Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 7 of artikel 10, eerste lid, is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 8 is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.

  • 2. Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 10, tweede lid of artikel 11 dan wel een voorschrift of een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet na komt, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden.

ARTIKEL 13 Opsporing en toezicht

  • 1. Met de opsporing van de in artikel 13 strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag aangewezen personen.

    [Bovenstaande tekst bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Met de opsporing van de in artikel 12 strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag aangewezen personen.].

  • 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het bevoegd gezag aangewezen personen.

ARTIKEL 14 Overgangsbepaling

De aanvragen om een omgevingsvergunning tot vellen, die zijn ontvangen voor de in artikel 17 bepaalde datum van inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening.

[Bovenstaande tekst bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: De aanvragen om een omgevingsvergunning tot vellen, die zijn ontvangen voor de inwerkingtreding van 1 januari 2026, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening.].

ARTIKEL 15 Slotbepaling

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie ervan.

  • 3. De Bomenverordening Utrechtse Heuvelrug 2013 wordt per gelijke datum ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 februari 2022,

De raad voornoemd,

de griffier,

W. Hooghiemstra

de voorzitter,

G.F. Naafs

Artikelsgewijze toelichting

Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022

HOOFDSTUK 1

Algemene bepalingen

ARTIKEL 1

Begripsomschrijvingen

  • a.

    bebouwingscontour houtkap: de ruimtelijke begrenzing rondom stedelijke en dorpsbebouwing waarbinnen specifieke regels en beleidsmaatregelen gelden voor het kappen van bomen. Binnen deze contour heeft de gemeente de bevoegdheid om voorwaarden te stellen aan houtkap om stedelijk groen te beschermen, biodiversiteit te bevorderen, en een gezonde leefomgeving te waarborgen.

  • b.

    bevoegd gezag: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • c.

    bomen effect analyse: waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of(onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van Bomenstichting en CROW voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een gecertificeerde boomspecialist. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond de bouw of aanleg.

  • d.

    boom: afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. De minimale stamomtrek is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Door de minimale stamomtrek en de meerstammigheid worden ook zeer oude struiken beschermd. Om bomen die in het kader van een herplantplicht geplant zijn te beschermen, is de mogelijkheid opgenomen om ook bomen met een kleinere stamomtrek dan 63 cm (stamdiameter 20 cm) kapvergunningplichtig te maken. Deze bomen zijn anders vogelvrij.

  • e.

    boomwaarde: hiervoor gelden de richtlijnen voor de boomwaarde die worden toegepast door de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) Postbus 27, 9000 AA Grou. Bij het taxeren van de boomwaarde volgens het Rekenmodel Boomwaarde staan de stichtingskosten centraal: “Wat kost het om een vergelijkbare boom op deze locatie opnieuw te realiseren, naar de huidige inzichten en maatstaven ten aanzien van het planten van bomen met gebruik van het actuele prijsniveau?”

  • f.

    bijzondere boom: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • g.

    dunning: een velling, die uitsluitend als een verzorgingsregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand beschouwd moet worden. Dunnen is het selectief verwijderen van bomen uit een bos of beplanting, meestal om ruimte en licht te geven aan de overblijvende bomen zodat deze beter kunnen groeien. Het doel is om de kwaliteit, stabiliteit en gezondheid van het bos of de boomgroep (de overblijvende houtopstand) te verbeteren. Door deze ingreep ontstaat tijdelijk een meer open kroonbedekking, dat doorgaans binnen 10 jaar opnieuw wordt gesloten door natuurlijke kroonuitbreiding van overblijvende bomen. Er mag geen ander motief dan de gewone onderhoudswerkzaamheden meespelen, want anders is er geen sprake van dunning.

  • h.

    erf: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • i.

    herplantboom: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • j.

    herplantfonds: uitgangspunt bij herplant is dat op dezelfde locatie of in de directe nabijheid van de te kappen houtopstand wordt herplant. In de praktijk is dat niet altijd mogelijk. In deze uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag bepalen dat een financiële compensatie is toegestaan door middel van een bijdrage in het herplantfonds. De middelen in het herplantfonds mogen door de gemeente alleen worden aangewend voor herplant. Het bevoegd gezag kan in een beleidsregel nader uitwerken hoe met deze regeling wordt omgegaan en hoe de hoogte van de financiële compensatie wordt berekend. Dit instrument is bedoeld als een alternatieve mogelijkheid in een situatie waarbij feitelijke herplant is vereist, maar vanwege het ontbreken van een optimale groeiplaats niet uitvoerbaar blijkt. Het is met name bedoeld als hulpmiddel bij een uitzonderlijk lastige belangenafweging. Gedacht kan worden aan een zwaarwegend economisch of maatschappelijk belang dat al of niet op grond van bepaalde bestuurlijke overwegingen zwaarder zou moeten wegen dan het belang voor het behoud van één of meerdere bomen op een plaats waarbij deze een belemmering vormen. Denk hierbij aan de noodzaak een zorgcentrum of appartementencomplex te realiseren binnen een boomrijk perceel waarbij het vellen van bepaalde waardevolle bomen onvermijdelijk is.

  • k.

    herplantplicht: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • l.

    houtopstand: Een zelfstandige eenheid is een aaneengesloten groep bomen die qua omvang, soortensamenstelling en structuur als een op zichzelf staand geheel kan worden beschouwd. Het vormt een herkenbare bosstructuur en functioneert ecologisch als één geheel, los van omliggende landschapselementen of beplantingen. De bomen staan dicht genoeg bij elkaar om een gesloten of halfgesloten bladerdak te vormen.

  • m.

    hoofdgroenstructuur: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • n.

    kappen: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • o.

    kandelaberen: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • p.

    knotten: het op een zorgvuldige en boomvriendelijke manier uitvoeren van een knotbeurt, waarbij de vitaliteit, veiligheid en levensduur van de boom worden behouden. Knotten is een vorm van periodiek snoeien waarbij de jonge takken van een boom tot op de knot (de afgesnoeide stam of oude takbasis) worden verwijderd. Knotten kan eens in de 3 tot 6 jaar, afhankelijk van de boomsoort. Te lang wachten leidt tot dikke, zware takken die bij het afzagen meer schade geven.

  • q.

    noodkap: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • r.

    omgevingsboom: dit zijn alle overige bomen buiten bijzondere bomen en herplantbomen en bomen in de hoofdgroenstructuur.

  • s.

    onrechtmatige hinder: Niet elke vorm en mate van hinder is onrechtmatig en een reden tot het vellen van de boom of houtopstand. Wat door de één als een ondraaglijke overlast wordt ervaren is voor de ander een redelijke vorm van hinder die geduld moet worden. De hinder moet buitenproportioneel zijn. Normale bladval, vallende eikels, vallende vruchten, wilgen- en populieren- of berkenpluizen en enige mate van schaduwwerking wordt niet zomaar als onrechtmatige hinder beschouwd. Deze overlast moet in beginsel geaccepteerd worden. Aanvragen die alleen betrekking hebben op de ‘normale/ te accepteren overlast’ worden geweigerd. De Hoge Raad heeft aangegeven dat voor de bepaling van de onrechtmatigheid van hinder moet worden gekeken naar de aard, de duur en de ernst van de overlast in verband met de plaatselijke omstandigheden.

  • Het bevoegd gezag weegt de vermeende hinder af tegen het belang van het behoud van de boom of houtopstand. Er zijn situaties denkbaar dat de overlast van een boom of houtopstand niet door één aspect wordt veroorzaakt maar door meerdere. Waar een enkele vorm van overlast geen argument is om een houtopstand of houtopstanden te kappen, kan een cumulatie wel zodanig zijn dat er sprake is van onrechtmatige hinder en dus de grenzen van hetgeen maatschappelijk nog betamelijk is worden overschreden. Dergelijke situaties kunnen niet in algemeen beleid worden weergegeven. Deze dienen – net als bij de vormen van overlast op zichzelf bekeken - afzonderlijk te worden beoordeeld op basis van redelijkheid en billijkheid. Een combinatie van vormen van overlast is een argument om houtopstanden te kappen indien er sprake is van situaties welke kunnen worden aangemerkt als onrechtmatig.

  • Slechts in een beperkt aantal gevallen is deze overlast zodanig dat dit reden is voor het verlenen van een vergunning voor het kappen van een boom of houtopstand: indien schade aan bouwwerken ontstaat die redelijkerwijs niet te voorkomen is door andere oplossingen dan rooien van de boom of houtopstand of er sprake is van ernstige, meervoudige overlast die niet anders te bestrijden is dan door rooien van de boom of houtopstand.

    Voorbeelden zijn: beschadiging eigendom door boomwortels en ernstige schaduw (met onderzoek bewezen). Onder overlast wordt niet verstaan: allergieën, bladval, vruchten, bloei, vogelpoep, dood hout, stuifmeel. Hierbij moet tevens gelden dat geen andere bevredigende oplossing mogelijk is. Een omgevingsvergunning voor meer dan 20 procent snoeien wordt in sommige gevallen wel verleend.

  • t.

    tuin: de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.

  • u.

    vellen: elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het levende kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunningplichtig.

HOOFDSTUK 2

Vergunningen

ARTIKEL 2

Omgevingsvergunning voor het vellen van bomen en houtopstanden

  • 1.

    Dit verbod is in verschillende opzichten ruimer dan het lijkt. Vellen is meer dan alleen omzagen en een houtopstand is meer dan alleen een boom (zie artikel 1). Ook herplantbomen vallen onder dit verbod, ook al hebben ze de minimale stamdiktemaat van 20 cm gemeten op 1,30 m. hoogte nog niet bereikt.

  • 2.

    onder e: Dode houtopstand. Het kapverbod geldt voor vitale en minder vitale bomen. Voor dode houtopstand geldt een meldingsplicht. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar ervoor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.

  • 3.

    Conform artikel 11.111. Besluit activiteiten leefomgeving.

ARTIKEL 3

Aanvraag vergunning

  • 1.

    Een schriftelijke aanvraag is vanzelfsprekend noodzakelijk. Een situatietekening, op te stellen door de aanvrager, blijkt in de praktijk nodig aangezien men anders een tweede maal de kapvergunning voor een andere houtopstand zou kunnen gebruiken. Indien de aanvraag het gevolg is van een geplande verandering van de situatie (bijvoorbeeld bij een kapaanvraag in het kader van een bouwplan) is zowel een tekening nodig van de bestaande situatie als van de toekomstige situatie. Op het aanvraagformuliermoet dit zijn aangegeven.

    • a.

      Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een houtopstand.

    • b.

      Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen overleggen inzake het recht van erfpacht, pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand. Lokale Kerkgenootschappen vallen daar in beginsel ook onder.

    • c.

      Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de schriftelijke toestemming voor een kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van de houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot vergunningaanvraag verlenen.

    • d.

      Publiekrechtelijke bevoegdheden. Ook de gemeente zelf, waterschappen, hoogheemraadschappen of andere publiekrechtelijke instanties (Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, enz) kunnen aanvrager zijn. Zij volgen dezelfde procedure als andere aanvragers.

    • e.

      Een situatietekening is verplicht om misverstand over de exacte standplaats van de boom te voorkomen. Indien de aanvraag het gevolg is van een geplande verandering van de situatie is zowel een tekening nodig van de bestaande situatie als van de toekomstige situatie (lid 2).

  • 2.

    In geval van een grootschalige bomenkap kunnen de eisen ten aanzien van de situatietekening in voorkomende gevallen minder uitgebreid zijn. In de praktijk is gebleken dat het bijna ondoenlijk is om in sommige gevallen alle te kappen bomen op schaal op tekening te zetten.

  • 3.

    Een erkend boomdeskundige is een professional met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van bomen. De boomdeskundige is een European Tree Technician of heeft aantoonbaar vergelijkbare kennis en ervaring.

ARTIKEL 4

Criteria

  • 1.

    Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een aanvraag tot vellen genoemd moeten worden. Over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke of gevaarlijke bomen altijd voor een vergunning in aanmerking zullen komen. Ervaring leert dat de algemene termen, waarin de hier genoemde weigeringsgronden gesteld zijn, nadere uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en verwijderingsbelang. Deze criteria worden in een afwegingsmodel geplaatst dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. Ook de door derde-belanghebbenden ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden.

  • 2.

    In dit artikel lid worden de volgende criteria genoemd.

    • a.

      Natuurwaarden en waarden voor biodiversiteit

      Potentieel is iedere boom of boomgroep ecologisch van belang. In elke boom kan een vogel nestelen en er zijn altijd wel insecten die in een boom voorkomen (naast ‘vogelvoer’ zijn insecten nuttige afbrekers van organisch materiaal in de houtopstand). Maar dat is niet in eerste instantie wat met natuurwaarde wordt bedoeld. Het gaat om de mate waarin de boom bedraagt aan de lokale ecologie of biodiversiteit.

      Er zijn bomen of boomgroepen die een extra toegevoegde ecologische waarde hebben voor de natuur. Bijvoorbeeld eiken, vooral exemplaren van 50 jaar en ouder: vele honderden verschillende soorten inheemse insecten voelen zich thuis op de eik en zijn voor hun voortbestaan zelfs van deze soort afhankelijk! Deze insecten zijn op hun beurt van belang voor bijvoorbeeld vogels, zeker gedurende het broedseizoen. De vleermuis maakt gebruik van de bomen om zich te verplaatsen. De eik maakt zo een zeer belangrijk onderdeel uit van het ecologische voedselweb. Heeft een eik honderden soorten insecten ´bij zich´, een plataan heeft er bijvoorbeeld slechts maximaal 2 of 3. De soortenrijkdom illustreert het potentiële verschil in natuurwaarde.

      Een houtopstand heeft in ieder geval natuurwaarde als deze:

      • o

        Een schuil/broedplaats biedt aan fauna;

      • o

        Fourageer gelegenheid biedt aan fauna;

      • o

        Huisvesting biedt aan beschermde flora;

      • o

        Op zichzelf natuurwaarde heeft als solitair, of verbindende schakel (“stepping stone”) maar ook als onderdeel van: bos, verbindingszone, NNN (Natuur Netwerk Nederland) en aan die natuurwaarde afbreuk wordt gedaan wanneer de boom wordt gekapt.

    • b.

      Milieuwaarden en waarden voor klimaatverandering

      Bij Milieuwaarden en waarden voor klimaatverandering van een boom of houtopstand moet gedacht worden aan de mate waarin een houtopstand een bijdrage levert aan zaken als luchtkwaliteit, fijnstoffiltering, hittestress en waterbuffering en -berging.

    • c.

      Landschappelijke waarden

      Dit is een sterk streekgebonden aspect van bomen en houtopstanden en is veelal van belang buiten de bebouwde omgeving (maar ook wel eens daar binnen). Of een houtopstand of een type beplanting karakteristiek is voor een landschap hangt nauw samen met het ontstaan van het landschap, de ontginningsgeschiedenis en de grondsoort.

      Een boom of houtopstand heeft in ieder geval landschappelijke waarde als deze:

      • o

        Typerend is voor de lokale omstandigheden, bepaald door de ontstaansgeschiedenis, de bodemgesteldheid, waterhuishouding e.d. (lanen, restant bosje, houtwal, solitaire boom).

    • d.

      Cultuurhistorische waarden

      Als een boom, boomgroep of laanstructuur karakteristiek is voor de ontstaans- of de ontginningsgeschiedenis van een plek of omgeving (dit kan tevens te maken hebben met de soort en/of met de leeftijd van een boom), of als de boom ooit geplant is vanwege een heugelijk feit in het verleden, dan heeft deze houtopstand een (hoge) cultuurhistorische waarde. Een sierpeer in een wijk heeft dat bijvoorbeeld niet, een oude houtwal in een oudere wijk heeft dat vaak wel.

      Een boom of houtopstand heeft in ieder geval cultuurhistorische waarde als deze

      • o

        Beschreven is binnen een monumentale structuur;

      • o

        Aangewezen is als onderdeel van een gemeentelijk of rijksmonument;

      • o

        Is geplant als herdenkingsboom.

    • e.

      Waarden van stads- en dorpsschoon

      Dit is te vergelijken met de landschappelijke waarde, maar dan in de bebouwde omgeving, dus vooral in de kernen zelf. De grens tussen landschap en dorp is vaak lastig te trekken.

      Hierbij moet worden ingeschat wat de invloed op het dorpsschoon is als er een boom of een aantal bomen wordt verwijderd. Bomen kunnen (lelijke) gebouwen aan het zicht onttrekken, ze kunnen lege plekken opvullen, ze kunnen een structuur versterken (bijvoorbeeld een weg) en kunnen bijdragen aan het groene karakter van een wijk.

      Maar ook bomen met een bijzondere vorm, kleur of ouderdom vallen extra op: zij leveren een bijdrage aan stads- en dorpsschoon. Dat kunnen overigens ook ‘gewone’ soorten zijn, maar dan met een kenmerkende vorm, of heel groot, of erg oud. Zij bepalen het beeld van die specifieke plek. Die plek wordt geassocieerd met die boom en andersom.

      Een boom of houtopstand heeft in ieder geval waarde voor stads- en dorpsschoon als deze:

      • o

        Onderdeel is van een beschermd stads-/dorpsgezicht;

      • o

        Bijzonder fraai en/of zeldzaam is (hoogte, dikte, vorm, leeftijd, soort);

      • o

        Onderdeel is van het straat-/ laan-/ wijkbeeld. Dan wordt niet naar de tuin op zich gekeken (in geval particulier) maar naar het totale straatbeeld. Dit is dikwijls beschreven in beleidsplannen;

      • o

        Onderdeel is van een hoofdbomen en/of –groenstructuur;

      • o

        Karakteristiek is voor een wijk (zoals bijvoorbeeld de grove den op de hogere delen van de Heuvelrug);

      • o

        Karakteristiek is voor de plek (ensemblewaarde, een belangrijke samenhang heeft met de directe omgeving).

    • f.

      Waarden voor gezondheid, recreatie en leefbaarheid

      Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van een dorp of omgeving. Zij vangen bijvoorbeeld de wind af, zij filteren stof uit de lucht, ze dempen geluid, ze leveren zuurstof, ze zorgen voor koelte in de zomer en remmen al te grote temperatuurschommelingen af, ze vormen een groen decor, stimuleren tot het maken van ommetjes, dragen bij aan meer bewegen en uitzicht op bomen leidt tot minder stress.

      De meeste bomen leveren wel een bijdrage aan de leefbaarheid, maar zeker in ’betonnen nieuwbouwwijken’ is elke bijdrage aan die leefbaarheid meer dan welkom. Dan is ook een eenzame sierpeer welkom! De bomen kunnen bovendien waardevol zijn als speelplaats voor kinderen of als lommerrijke, beschutte plek voor ouderen.

      Een boom of houtopstand heeft in ieder geval waarde voor gezondheid, recreatie en leefbaarheid als deze:

      • o

        Algemeen gewaardeerd wordt om de schaduw die de houtopstand geeft, of een bijdrage levert aan het leefmilieu (bijvoorbeeld een klimboom voor kinderen, wijkontmoetingsplek, bijdrage aan aangename woonomgeving).

  • 3.

    de beschrijving van het onderscheid in categorieën spreekt voor zich.

  • 4.
    • a.

      ernstig gevaar wil zeggen dat de boom onomkeerbaar verzwakt is en op een locatie staat waar een reëel risico bestaat dat deze schade veroorzaakt aan personen of eigendommen. Dit risico kan voortkomen uit de gezondheidstoestand van de boom, de standplaats, of de interactie met de omgeving.

    • b.

      Groot maatschappelijk belang wil zeggen een belang dat zodanig zwaar weegt voor de samenleving als geheel, dat het kan rechtvaardigen dat van het kapverbod wordt afgeweken. Het moet gaan om een belang dat het individuele overstijgt en dat aantoonbaar ten goede komt aan de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, infrastructuur of algemeen welzijn.

    • c.

      Normaal gesproken worden alleen zwakke exemplaren in een laanbeplanting vervangen. Soms is het echter noodzakelijk om meerdere bomen tegelijk te kappen om voldoende ruimte en licht te creëren voor nieuwe aanplant. In die gevallen kan er soms voor gekozen worden om een gezonde boom te kappen om de laanbeplanting als gehele weer toekomstbestendig te maken.

  • 5.

    Dit artikel is bedoeld ter illustratie van de hinder die door eenieder in ieder geval geduld moet worden.

ARTIKEL 5

Direct vellen als gevolg van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid is bedoeld aan te sluiten bij de bevoegdheden van de burgemeester op grond van de artikelen 172 en 175 van de Gemeentewet.

ARTIKEL 6

De beschrijving van dit artikel spreekt voor zich.

HOOFDSTUK 3

Vergunningvoorschriften, herplant- en instandhoudingsplicht

ARTIKEL 7

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Herplantplicht. De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte en binnen een bepaalde tijd. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is. Voor het vaststellen van een optimale, respectievelijk minimale onder- en bovengrondse groeiruimte, die als randvoorwaarde mede bepalend is voor het (kunnen) opleggen van een herplantplicht, zijn de bepalingen uit het meest recente gemeentelijke bomenbeleidsplan leidend en aanvullend wordt gebruik gemaakt van de landelijk toegepaste richtlijnen die in het meeste actuele Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen zijn opgenomen.

ARTIKEL 8

Herplantplicht en instandhoudingsplicht

Voorschriften. Herplant voorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven. De wijze waarop de zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, vraagt dus om beleidsmatige uitwerking. Deze uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. Onder het handhavingsbeleid vallen ook de richtlijnen voor het effectief uitvoeren van de strafvervolging door politie en daartoe aangestelde opsporingsambtenaren, zoals bedoeld in artikel 14.

Financiële herplant. Het bevoegd gezag bepaalt de hoogte van de financiële bijdrage. Volgens rechtspraak moet een financiële herplantplicht daadwerkelijk voor herplant elders gebruikt worden en niet voor een ander doel in het kader van boombeheer. Bovendien moet die herplant zo nabij als mogelijk uitgevoerd worden. De kaders hiervoor zijn beschreven in het bomenbeleid van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.

HOOFDSTUK 4

Overige- en slotbepalingen

ARTIKEL 9

Afstand van de erfgrenslijn

Artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft het verwijderingsrecht voor bomen, die staan binnen tweemeter, en heesters en heggen, die staan binnen een halve meter vanaf de erfgrens. Maar in lid 2 van dit artikel5:42 BW staat “tenzij ingevolge een verordening of gewoonte een kleinere afstand is toegelaten”. In deze verordening is een artikel toegevoegd waarbij de afstand tot de erfgrens wordt verkleind om niet alleen bomen en heesters en heggen beter te beschermen, maar vooral om burengeschillen en discussies over gemeentebomen binnen de ‘verboden zone’ beperkt te houden en artikel 5:42 van het BW niet op te veel bomen van toepassing te laten zijn. Er zijn immers ook nog artikelen over overlast/hinder (art. 5:37 BW), overhangende takken en doorschietende wortels (art. 5:44 BW) en (onrechtmatige hinder) schade (art. 6:162 BW). Met “nihil”-afstand voor heesters en heggen is bedoeld bescherming te geven aan deze natuurlijke wijze van erfafscheiding. Het is al vele jaren constante rechtspraak dat in een burengeschil de rechter eerst kijkt of in een gemeentelijke verordening de wettelijke twee meterafstand is ingeperkt.

ARTIKEL 10

Bestrijding van boomziekten

Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en de besmetting wordt voorkomen.

ARTIKEL 11

Bescherming publieke houtopstand

Dit artikel beoogt te voorkomen dat publieke houtopstand beschadigd raakt. De in het tweede lid geboden mogelijkheid tot vergunning dient daarom zorgvuldig en terughoudend te worden toegepast en alleen in die gevallen waarbij de houtopstand niet beschadigd raakt.

ARTIKEL 12

Strafbepaling

De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid van het instellen door het bevoegd gezag van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of een houtopstand.

Ratio. De strafmaatbepalingen zijn de basis voor aangifte bij de politie en eventuele strafvervolging doorjustitie. De bepalingen zijn overeenkomstig de grenzen van de Gemeentewet vastgesteld. Soms kan de rechter overgaan tot bijzondere maatregelen, zoals publicatie van een vonnis of voordeeltoekenning (d.w.z. dat justitie afziet van strafvervolging indien verdachte de schade vergoedt).

Samenloop. Ook een samengaan met andere delicten (vernieling van eigendom, belediging van personen, enz.) is vaak aanleiding om een illegale kap of beschadiging door justitie aan te laten pakken.

Schadevergoeding. De ingestelde strafvervolging staat het instellen van een privaatrechtelijke schadevordering als gevolg van waardevermindering of verlies van de boom niet in de weg. Wel blijkenrechters en officieren in de praktijk terughoudend in het tweemaal juridisch aanpakken van hetzelfde feit.

ARTIKEL 13

Opsporing en Toezicht

De tekst van het artikel spreekt voor zich.

ARTIKEL 14

Overgangsbepaling

De tekst van het artikel spreekt voor zich.

ARTIKEL 15

De tekst van het artikel spreekt voor zich.