Beleidsregel zeggenschap en lokaal eigendom opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s) gemeente Zwartewaterland 2022

Geldend van 26-03-2022 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel zeggenschap en lokaal eigendom opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s) gemeente Zwartewaterland 2022

De gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 december 2021;

overwegende dat,

  • het gewenst is om een beleidsregel[s] vast te stellen omtrent zeggenschap en lokaal eigendom bij de opwek van duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s)

  • in het Klimaatakkoord, de Regionale Energie Strategie West-Overijssel en de gemeenteraad van Zwartewaterland is uitgesproken dat zeggenschap en lokaal eigendom gewenst is voor de acceptatie van de opwek van duurzame energie via zonneparken en/of windmolens (lasten en lusten lokaal);

  • zeggenschap en lokaal eigendom is (nog) niet afdwingbaar via de ruimtelijke regelgeving (in de toekomst is dit waarschijnlijk wel mogelijk via de Omgevingswet);

gelet op

  • de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • de Klimaatwet;

  • het Klimaatakkoord;

  • de RES 1.0 West-Overijssel;

  • de Motie Vreemd aan de Orde van de Dag van 11 maart 2021 “motie eigenaarschap grootschalige energieopwek” van de gemeenteraad van Zwartewaterland;

  • de participatie via enquête, online en fysieke duurzaamheidstafels en diverse gesprekken met stakeholders, inwoners en grondeigenaren in de potentiële zoekgebieden;

  • ruimtelijke kaders die naast deze beleidsregels wordt vastgesteld;

  • de regels en procedures die gelden bij het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor de activiteit.

  • het toepassen van de participatieparagraaf uit het Klimaatakkoord;

  • de resultaatverplichting om te komen tot minimaal 50% en een inspanningsverplichting om te komen tot 75-100% van de productie in eigendom van de lokale omgeving, vanaf het begin van de project ontwikkeling tot en met de exploitatie;

  • de participatie van omwonenden: zowel in het proces als door middel van financiële participatie.

b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel:

Beleidsregel zeggenschap en lokaal eigendom opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s) gemeente Zwartewaterland 2022

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Definities

  • Grootschalige opwek: de opwek van hernieuwbare energie via zonneparken van ten minste 2 hectare en de opwek van windenergie bij windmolens met een as-hoogte van ten minste 100 meter.

  • Lokaal eigendom: een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven die gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten. Dit kan een wijk, buurt of dorp zijn die zich verenigd om een zon- of windproject te realiseren, een collectief van lokaal gewortelde agrariërs of bedrijven of een lokale energiecoöperatie. Het gaat in West-Overijssel wel om een collectief: één lokale agrariër of één lokaal bedrijf dat een zon- of windproject zelfstandig realiseert zonder daar de omgeving van mee te laten profiteren in de opbrengsten beschouwen we niet als lokaal eigendom.

  • Zeggenschap: de invloed die inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven uit kunnen oefenen op (het realiseren van) een energieproject. Evenals de invloed op de besteding van de baten vanuit het energieproject.

  • Zoekgebied: een door de gemeenteraad van Zwartewaterland aangewezen gebied waar windmolen(s) en/of één of meerdere zonneparken gerealiseerd mogen worden.

Artikel 2 Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op zeggenschap én lokaal eigendom bij de grootschalige opwek van zonne-energie op land of water en/of de grootschalige opwek van windenergie in de gemeente Zwartewaterland.

Artikel 3 Doel

Deze beleidsregel heeft tot doel om:

  • 1.

    zeggenschap over en lokaal eigendom te waarborgen bij de grootschalige opwek van duurzame energie via zonneparken op land of water of via windmolens.

  • 2.

    vast te leggen hoe de gemeenteraad omgaat met initiatieven rondom lokaal eigendom.

  • 3.

    vast te leggen hoe de gemeenteraad omgaat met situaties waarin er geen gebiedsproces vanuit de bevolking tot stand komt. In dat geval kan de gemeenteraad – om de benodigde snelheid voor het realiseren van de windmolens en/of zonneparken te halen – overschakelen naar een proces waarbij inwoners en partijen uit het gebied aan kunnen haken op een initiatief.

Artikel 4 Proces

  • 1.

    Het proces om één of meerdere windmolens en/of zonneparken in een zoekgebied te realiseren bestaat uit twee fases.

  • 2.

    Ter uitvoering van artikel 3, tweede lid is de eerste fase het starten van een gebiedsproces. Een gebiedsadviseur brengt inwoners, grondeigenaren en bedrijven in een aangewezen zoekgebied bij elkaar. De adviseur onderzoekt samen met inwoners en bedrijven of zij gezamenlijk tot een initiatief willen en kunnen komen om één of meerdere windmolens en/of zonneparken te realiseren. De adviseur zorgt voor voldoende kennis en ondersteuning om in het gebied binnen een jaar tot een besluit te komen over het wel of niet starten van een gezamenlijk project dat voldoet aan de voorwaarden in deze beleidsregel. Het streven naar 100% lokaal eigendom en acceptatie van het plan is logisch in de eerste fase.

  • 3.

    De tweede fase treedt in werking wanneer in de eerste fase besloten wordt dat er geen gezamenlijk project gestart wordt.

  • 4.

    Fase twee, ter uitvoering van artikel 3, derde lid, is het uitschrijven van een aanbestedingsprocedure voor het gebied. In de aanbesteding wordt opgeroepen plannen/projecten in te dienen, waarbij ten minste rekening gehouden moet worden met deze beleidsregel en de ruimtelijke voorwaarden. In de aanbestedingsprocedure kunnen daarnaast aanvullende voorwaarden, eisen en uitsluitingsgronden opgenomen worden.

Hoofdstuk 2 Afwegingskader realisatie windmolen(s) en zonnepark(en)

Artikel 5 Uitgangspunten projecten lokaal eigendom

  • 1.

    Aan voorgenomen projecten wordt uitsluitend medewerking verleend als het voorgenomen project in het zoekgebied ligt.

  • 2.

    De gemeenteraad verleent in een zoekgebied planologische medewerking aan slechts één samenhangend projectvoorstel. Wanneer er meerdere projectvoorstellen worden gedaan voor hetzelfde zoekgebied, werkt de gemeenteraad mee aan het voorstel dat het hoogst scoort op het toetsingskader, zoals opgenomen in bijlage 1. De bijlage maakt onderdeel uit van de beleidsregel.

  • 3.

    De gemeenteraad werkt uitsluitend mee aan projecten waarbij grootschalig duurzame energie wordt opgewekt via zonneparken op land en/of water of via windmolens, wanneer ten minste 50% maar bij voorkeur 75% - 100% lokaal eigendom is.

Artikel 6 Planologische medewerking

Voor de ontwikkeling van één of meerdere windmolens of zonneparken wordt uitsluitend planologisch medewerking verleend nadat het plan voldoet aan het bepaalde in artikel 3 en hoofdstuk 2 van deze beleidsregel.

Artikel 7 Financiële opbrengsten

  • 1.

    De financiële opbrengsten van een wind- of zonnepark moeten voor meer dan 50%, maar bij voorkeur voor 100% terugvloeien naar de lokale gemeenschap en omgeving.

  • 2.

    De opbrengsten van windmolen of zonnepark worden verdeeld volgens een verdeelsleutel: door een coöperatieve of sociale grondaanpak voor de directe omgeving van de windmolen of het zonnepark wordt de grondvergoeding billijk en rechtvaardig verdeeld. Dit betekent dat de verdeelsleutel door de direct betrokkenen (grondeigenaren en bewoners) transparant en gemeenschappelijk wordt vastgesteld. De verdeelsleutel wordt voorafgaand aan de exacte locatie van de windturbines of zonnepanelen bepaald. Onderdeel van deze verdeelsleutel is:

    • a.

      alle inwoners uit de gemeente en het gebied waar het project gerealiseerd wordt kunnen financieel deelnemen en daarvoor een voor zeker rendement te ontvangen. Dit rendement moet hoog genoeg zijn, om voor inwoners aantrekkelijk te zijn.

    • b.

      bij de opbrengsten van windmolens wordt een omgevingsfonds ingesteld voor bewoners en buurtschappen binnen een straal van 1,5 kilometer. Dit ten behoeve van projecten die bijdragen aan de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van het gebied. De bijdrage voor het omgevingsfonds wordt vastgesteld aan de hand van de NWEA gedragscode.

Artikel 8 Uitgangspunten financiële participatie en zeggenschap

  • 1.

    Bij de beoordeling van een project voor windmolen(s) of zonnepark(en), betrekt de gemeenteraad het projectvoorstel, dat ten minste moet bestaan uit de volgende stukken:

  • 2.

    Een financieel participatieplan dat een beschrijving geeft van de manier waarop in het project de onderdelen in artikel 7 ingevuld worden.

    • a.

      Een ondernemingsplan dat ten minste bestaat uit:

    • b.

      een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur;

    • c.

      de rol van de energiecoöperatie in de ontwikkeling;

    • d.

      de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding;

    • e.

      in welke entiteit de productie-eenheden worden onder gebracht en

    • f.

      wie over de stroomaansluiting beschikt;

    • g.

      inzicht in de financiën en kasstromen door een geprognotiseerde balans, en verlies en winstrekening aan te leveren, inclusief een helder en realistisch kasstroomoverzicht gebaseerd op een reële opbrengstverwachting;

    • h.

      hoe het opruimen van de windmolen(s) of zonnepark(en) wordt geborgd.

  • 3.

    Procesparticipatieplan dat ten minste bestaat uit een gezamenlijk vastgesteld verslag van de manier waarop de belanghebbenden in de omgeving van een toekomstige windmolen of zonnepark een actieve en betrokken rol hebben en behouden.

Hoofdstuk 3 Evaluatie en slot

Artikel 9 Evaluatie

De inhoud van de beleidsregel wordt na 2 jaar geëvalueerd. Reden hiervoor is het tempo waarin de windmolens en zonneparken op land of water gerealiseerd moeten worden. Wanneer er na 2 jaar onvoldoende tempo in planvorming zit komt realisatie van de opgave (105 GWh in 2030) in gevaar.

Artikel 10 Intrekking oude beleidsregels

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt het onderdeel lokaal eigendom van het “Afwegingskader grootschalige energieprojecten – zonnevelden” ingetrokken.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel zeggenschap en lokaal eigendom opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s) gemeente Zwartewaterland 2022’

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland in de vergadering van 27 januari 2022.

de griffier, de voorzitter,

ing. H.W. Schotanus - Schutte ing. E.J. Bilder

Ondertekening

Bijlage 1 Toetsingskader

Onderstaande tabel geeft in de eerste kolom de voorwaarden zoals in het beleid staan. Verder staat in de tabel wat minimaal in het projectvoorstel moet staan.

We hanteren per voorwaarde de volgende scoresystematiek:

  • Onvoldoende: een project voldoet niet aan de voorwaarde, verbetering is noodzakelijk.

  • Voldoende: een project voldoet minimaal aan de voorwaarde; verbetering is echter wenselijk.

  • Goed: een project voldoet aan de voorwaarde en biedt meerwaarde t.o.v. de gedefinieerde voorwaarden.

Een projectvoorstel moet voor alle voorwaarden minimaal voldoende, maar liever goed scoren. Bij een onvoldoende moet de initiatiefnemer het voorstel verbeteren, anders wordt het projectvoorstel niet gehonoreerd.

Voorwaarden

Wat moet in het projectvoorstel zijn opgenomen?

1

De gemeenteraad bepaalt de zoekgebieden voor zonneparken en/of windmolens (art. 5, lid 1).

Het voorgenomen project ligt volledig in het zoekgebied en dit blijkt uit een visualisatie met uitleg in het projectvoorstel.

2

De gemeente verleent in een zoekgebied planologische medewerking aan slechts één samenhangend projectvoorstel (art. 5 lid 2)

De gemeente ontvangt één projectvoorstel. Als meerdere partijen samen één voorstel indienen, geeft het voorstel duidelijkheid over de samenwerking en hoe deze tot stand is gekomen. In een contract tussen partners staat een duidelijke verdeling van onder andere de verantwoordelijkheden. Het contract wordt als appendix aan het voorstel toegevoegd.

Het project is onderdeel van integrale gebiedsontwikkeling. Als de gemeente besluit dat bepaalde gebiedsontwikkelingen mee moeten worden genomen, dan dient in het projectvoorstel te staan hoe daaraan wordt voldaan, onder andere door het uitdiepen van de relaties met andere ontwikkelingen en projecten.

3

Zonnepark(en) en/of windmolen(s) worden voor minimaal 50% met een streven naar 75 tot 100% coöperatief ontwikkeld en geëxploiteerd. (art. 5 lid 3)

Het voorstel toont aan dat vanuit een coöperatieve samenwerkingsvorm windmolen(s) en/of zonnepark(en) ontwikkeld worden en dat deze de exploitatie op zich gaat nemen. Verder laat het in detail zien hoe deze coöperatie is opgezet en functioneert.

4

Er is een financieel participatieplan, waaruit blijkt hoeveel procent van de opbrengsten terugvloeit naar de omgeving. Het plan omvat ook een sociale verdeelsleutel, opgesteld ‘door en voor’ de inwoners en grondeigenaren van het projectgebied (art. 8 lid 1 en artikel 7)

Het voorstel toont aan dat ten minste 50% en bij voorkeur 100% van de opbrengsten terugvloeit naar de omgeving.

Het voorstel onderbouwt, wat en hoeveel naar welke partij respectievelijk welk fonds zal gaan. Basis van deze berekening is een reëel kosten-batenoverzicht en een (te verwachten) balans met een helder en realistisch kasstroomoverzicht. Naast een onderbouwde business case deelt de initiatiefnemer een financieel participatieplan waarin hij naast bovenstaande details, beschrijft welke stakeholders er op welke manier financieel kunnen deelnemen.

Onderdeel bij een windmolen(park) is hoeveel er gestort gaat worden in een omgevingsfonds.

Daarnaast toont het voorstel aan wat de afgesproken projectvergoedingen zijn en hoe en wanneer deze tot stand zijn gekomen (procesbeschrijving en resultaten). Ook moet de initiatiefnemer aantonen dat de afspraken over projectvergoedingen zijn gemaakt voordat de exacte locatie bekend is.

5

Er is een ondernemingsplan waarin de realisatie van het project wordt beschreven (art. 8 lid 2)

Uit het ondernemingsplan volgt dat:

  • er een solide projectstructuurbeschrijving is met daarin de financiële- en eigendomsstructuur;

  • de rol van de energiecoöperatie in de ontwikkeling;

  • de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding;

  • in welke entiteit de productie-eenheden worden onder gebracht en

  • wie over de stroomaansluiting beschikt;

  • er inzicht is in de financiën en kasstromen door een geprognotiseerde balans, en verlies en winstrekening aan te leveren, inclusief een helder en realistisch kasstroomoverzicht gebaseerd op een reële opbrengstverwachting;

  • hoe het opruimen van de windmolen(s) of zonnepark(en) wordt geborgd en gefinancierd. Hiertoe wordt een anterieure overeenkomst gesloten.

6

Er is een procesparticipatieplan waaruit blijkt dat de omgeving van een toekomstig zonnepark en/of windmolen een actieve en betrokken rol heeft bij de ontwikkeling en de exploitatie van het zonnepark (art. 8 lid 3)

Het projectvoorstel onderbouwt hoe tot de definitie van de omgeving is gekomen (specifiek wanneer er wijzigingen zijn in de kringvorm door natuurlijke en/of sociale omgevingsfactoren). Het voorstel toont aan hoe de omgeving een actieve en betrokken rol krijgt en/of heeft bij de ontwikkeling en de exploitatie van het zonnepark.

Het procesparticipatieplan bevat ten minste een communicatieplan en een stakeholderanalyse en beschrijft de processtappen waarmee de omgeving een actieve en betrokken rol krijgt vanaf de planfase tot en met de ontmantelingsfase van het project.

De stakeholders en/of issue-analyse brengt in beeld welke partijen en kwesties van belang zijn. De initiatiefnemer bespreekt met de stakeholders transparant en collectief welke rol zij hebben en hoe zij deel kunnen nemen in de ontwikkeling en exploitatie van het zonnepark of de windmolen.

De initiatiefnemer toont hiernaast aan dat een goede omgevingsdialoog is gevoerd, waarbij alle stakeholders, inclusief gemeente, zijn uitgenodigd voor bijeenkomsten waar notulen van worden gemaakt. In een later stadium moet het traceerbaar zijn wat er, wanneer en met wie, in het kader van de omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. Andere belangrijke punten die moeten zijn vastgelegd, zijn: het besluitvormingsproces, discussiepunten en conclusies.

Het communicatieplan bevat een verslag van de communicatie voorafgaand aan het indienen van het projectvoorstel alsook een opzet voor de communicatie met stakeholders in de voorbereidende- en uitvoeringsfase.