Openstellingsbesluit subsidie kwaliteitsimpuls recreatie in gebieden in Zuid-Holland 2022

Geldend van 26-02-2022 t/m heden

Intitulé

Openstellingsbesluit subsidie kwaliteitsimpuls recreatie in gebieden in Zuid-Holland 2022

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 en artikel 2.11.2, tweede lid, onderdeel c van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;

Overwegende dat het wenselijk is met maatregelen in voor recreatie bestemde gebieden een kwaliteitsverbetering uit te voeren, waarmee dit bijdraagt aan duurzame toename van recreatieve waarde van een gebied met stimulans voor inspanning en ontspanning;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Openstellingsbesluit subsidie kwaliteitsimpuls recreatie in gebieden in Zuid-Holland 2022

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    gebied: recreatiegebied of gebied liggend in de stedelijke groenstructuur of druk strand liggend in de provincie Zuid-Holland, zoals opgenomen op de kaart in bijlage 1;

  • c.

    Srg: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op het aantrekkelijk of aantrekkelijker maken van gebieden voor inspannen en ontspannen.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerst lid, wordt uitsluitend verstrekt aan publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen, die eigenaar of pachter zijn van een gebied.

Artikel 4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het gebied waar de activiteit plaats vindt en de activiteit zijn vrij toegankelijk;

  • b.

    het beheer en onderhoud is voor minimaal zeven jaar geborgd.

Artikel 5 Aanvraagperiode

  • 1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden ingediend van 15 april 2022 tot en met 15 juni 2022.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie wordt niet behandeld indien deze na 15 juni 2022 wordt ontvangen.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

Naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vergezeld van:

  • a.

    een omschrijving van de te verrichten werkzaamheden, inclusief een planning en een kaartbeeld waar de fysieke ingrepen worden gedaan;

  • b.

    een kaartbeeld met begrenzing van het terrein of de terreinen waar de aanvraag voor subsidie betrekking op heeft;

  • c.

    een opgave van de voortgang ter verkrijging van een vergunning, in- of toestemming, als dit voor de uitvoering van maatregelen vereist is;

  • d.

    een omschrijving van de wijze waarop het beheer en onderhoud geregeld is;

  • e.

    een omschrijving van de wijze waarop gecommuniceerd wordt over de maatregel en het betrekken van de provincie en regio hierbij.

Artikel 7 Deelplafond

Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 5, vast op € 1.400.000,00.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 450.000,00.

  • 2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder dan € 10.000,00 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 9 Verdelingswijze

  • 1. In afwijking van artikel 1.3 van de Srg worden het beschikbare bedrag voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verdeeld aan de hand van de weging van de criteria zoals opgenomen in het derde lid.

  • 2. Gedeputeerde staten rangschikken alleen de activiteiten die voldoen aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 4 en 6.

  • 3. De rangschikking wordt gemaakt op basis van de volgende beoordelingscriteria:

    • a.

      de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het verbeteren van de beweegvriendelijkheid volgens de kaart Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving, zoals opgenomen in bijlage 2;

    • b.

      de ligging van het gebied waarin de activiteit wordt uitgevoerd ten opzichte van de woonkernen van de gemeenten Gouda of Leiden of liggend in het gebied van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) of het gebied van de Drechtsteden, in die zin dat hoe dichter het gebied bij één van de woonkernen ligt hoe hoger de score;

    • c.

      de mate waarin de activiteit betrekking heeft op meerdere doelgroepen;

    • d.

      de mate waarin de activiteit bijdraagt aan andere provinciale opgaven.

  • 4. Het totaal aantal benodigde punten voor subsidiëring van het project bedraagt minimaal 15 en wordt berekend door de som te nemen van de punten behaald voor ieder afzonderlijk criterium, waarbij voor de beoordelingscriteria, genoemd in het derde lid:

    • a.

      onder a tot en met c, 0 tot en met 10 punten kunnen worden behaald; en

    • b.

      onder d, 0 tot en met 5 punten kunnen worden behaald.

  • 5. Aanvragen die minimaal 15 punten hebben behaald worden gehonoreerd op volgorde van rangschikking, beginnend met de aanvraag die het hoogst aantal punten heeft behaald.

  • 6. Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald voor het criterium, genoemd in het derde lid, onder a;

  • 7. Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald voor het criterium, genoemd in het derde lid, onder c.

  • 8. Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.11.7 van de Srg komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten voor proces- en ontwerpkosten;

  • b.

    de kosten van de fysieke investering;

  • c.

    de kosten van de voorlichting of communicatie;

  • d.

    personeelskosten tot maximaal € 90,00 per uur exclusief BTW.

Artikel 11 Niet- subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 10 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor in aanmerking:

  • a.

    kosten voor achterstallig onderhoud;

  • b.

    kosten voor beheer en onderhoud;

  • c.

    kosten recreant-werende maatregelen:

  • d.

    kosten met betrekking tot sportaccommodaties.

Artikel 12 Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv en artikel 2.11.5 van de Srg wordt de subsidie geweigerd indien:

  • a.

    het project niet binnen de begrenzing ligt, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1;

  • b.

    de aanvraag alleen betrekking heeft op proces- en ontwerpkosten;

  • c.

    de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege praktische belemmeringen;

  • d.

    de aanvrager niet de eigenaar of pachter van het terrein is of gemachtigd is door deze;

  • e.

    voor dezelfde activiteit op grond van een andere provinciale regeling subsidie is gevraagd of verstrekt;

  • f.

    de activiteit op provinciale grond wordt uitgevoerd;

  • g.

    de activiteit betrekking heeft op het verbeteren van de waterkwaliteit;

  • h.

    het project een langere doorlooptijd kent dan 2 jaar;

  • i.

    minder dan 15 punten zijn behaald op de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 9.

Artikel 13 Opschortende voorwaarde

Als voor de realisatie van het project vergunning, in- of toestemming nodig is dan wordt de subsidie verstrekt onder de opschortende voorwaarde van de verkrijging hiervan.

Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. In afwijking van artikel 1.4 van de Srg gaat het project binnen 6 maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening in uitvoering en wordt binnen 24 maanden gerealiseerd.

  • 2. Indien de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden de activiteit niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 16 Werkingsduur en overgangsrecht

Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 maart 2023 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 17 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie kwaliteitsimpuls recreatie in gebieden in Zuid-Holland 2022.

Ondertekening

Den Haag, 15 februari 2022

drs. J. Smit, voorzitter

drs. H.M.M. Koek, secretaris

Bijlage 1 behorende bij artikel 1, onder b, van het Openstellingsbesluit subsidie kwaliteitsimpuls recreatie in gebieden in Zuid-Holland 2022

Bijlage 2 behorende bij artikel 9, derde lid, onder b, van het Openstellingsbesluit subsidie kwaliteitsimpuls recreatie in gebieden in Zuid-Holland 2022

Toelichting behorende bij het Openstellingsbesluit subsidie kwaliteitsimpuls recreatie in gebieden in Zuid-Holland 2022

I. Algemeen

Het doel van dit openstellingsbesluit is om bestaande voor recreatie bestemde gebieden aantrekkelijk(er) te maken voor inspannen en ontspannen. Een kwaliteitsverbetering kan zorgen voor een duurzame toename van de recreatieve waarde van deze groengebieden. Deze kwaliteitsverbetering is een uitwerking van de Startnotitie Sport en Recreatie.

De Startnotitie Sport en Recreatie vormt de basis voor het provinciaal sport- en recreatiebeleid en richt zich op het stimuleren van onze bewoners om in hun vrije tijd meer naar buiten te gaan en te bewegen. Uit recent onderzoek blijkt dat bij Zuid-Hollanders een grote behoefte bestaat aan de nabijheid van parken (30%) en aan natuur- en recreatiegebieden om te kunnen recreëren (44%). Inwoners van Zuid-Holland geven aan de nabijheid van een natuurgebied in de buurt om te recreëren het meest te missen (28%).

Zie het rapport ‘De inclusieve buitenruimte’: https://kennisplatform-recreatie-toerisme-landschap-en-sport-pzh.hub.arcgis.com/app/cb8de9225eab4098ab02574271b07d84

De graslanden, het water en de bomen en bossen vormen het decor voor recreatie in deze gebieden. Een kwaliteitsimpuls in de beleving van het groen zelf en/of de recreatieve voorzieningen (denk aan voorzieningen als speelplaatsen, speelbossen, bootcamp, hindernisbanen of trimroutes) kan bijdragen aan een meer aantrekkelijk en beweegvriendelijk groengebied.

II. Artikelsgewijs

Artikel 4 Subsidievereisten

Wil een subsidieaanvraag kunnen worden toegewezen, dan moet de aanvraag minimaal voldoen aan alle subsidievereisten.

De regeling is uitdrukkelijk bedoeld voor kwaliteitsimpulsen. In de praktijk blijkt het onderscheid tussen enerzijds kwaliteitsimpuls en anderzijds beheer/onderhoud niet altijd even duidelijk. Daarom wordt uitdrukkelijk bepaald dat op grond van dit openstellingsbesluit niet subsidiabel zijn: kosten voor beheer en onderhoud, achterstallig onderhoud en normale vervangingsinvesteringen.

Met het aanvragen van subsidie committeert de aanvrager aan de verplichting om het beheer en onderhoud voor minimaal zeven jaar te borgen.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

Een aanvraag bestaat minimaal uit een aanvraagformulier Srg, een begroting, een financieringsplan gebaseerd op het format te vinden op de provinciale website en een projectplan.

Het financieringsplan moet goed inzicht geven in de financiële onderbouwing en bestaat in ieder geval uit:

  • een specificatie van de totale projectkosten;

  • een specificatie van het dekkingsplan, inclusief een kopie bewijs van eventuele toegezegde financiering als het project wordt medegefinancierd door een organisatie niet zijnde de aanvrager.

Het projectplan moet inzicht geven welk gebied, welke maatregelen, voor welke doelgroep(en) en hoe dit project bijdraagt aan het aantrekkelijk maken van het gebied voor inspannen en ontspannen. Het projectplan wordt gebruikt voor de rangschikking op basis van artikel 9. Om het project voor een criterium te kunnen scoren, moet een het projectplan voldoende inzicht geven. Als een criterium niet naar voren komt in het projectplan krijgt dit criterium een score van 0 punten.

In het projectplan zit:

  • een omschrijving van de maatregelen en de hiervoor te verrichten werkzaamheden. Deze omschrijving geeft inzicht welke doelgroepen gebruik kunnen maken van de maatregel. In het rapport ‘De inclusieve buitenruimte’ staat per doelgroep welke maatregelen/voorzieningen aansluiten bij hun specifieke behoeften;

  • een planning, die een goed beeld geeft wanneer het project wordt uitgevoerd en wanneer het opgeleverd wordt. In de planning wordt ook eventuele vergunningen meegenomen;

  • een kaartbeeld van de maatregelen en een kaartbeeld met begrenzing en ligging van het terrein worden gebruikt voor de beoordeling van criterium a en b. Voor een goede beoordeling heeft een kaart met de ligging van het terrein een topografische ondergrond.

  • verder bevat de aanvraag:

    • een bewijs van noodzakelijke vergunning e.d., inclusief planning;

    • een beschrijving van beheer en onderhoud;

    • een communicatieplan.

Artikel 9 Rangschikking

Alle volledige aanvragen worden gerangschikt op basis van de criteria (a) tot en met (d). In totaal kunnen maximaal 35 punten worden behaald:

Criterium

Maximale punten

Beoordeling

a

10

Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (BVO) groter dan 3,5 (2 punten), tussen 3-3,5 (4 punten), tussen 2,6-3 (6 punten), tussen 2-2,6 (8 punten) en tussen 1-2 (10 punten)

b

10

Ligt niet in de stedelijke agglomeratie (0 punten), ligt in de buurt (binnen 3 - 6 km van de bebouwde kom) van één van de genoemde steden (6 punten), ligt binnen 3 km van de bebouwde kom van één van de genoemde steden (10 punten)

c

10

Onvoldoende (2 punt), matig (4 punten), voldoende (6 punten), goed (8 punten) en uitstekend (10 punten)

d

5

Geen bijdrage aan een andere provinciale beleidsopgave (0 punt). Per bijdrage aan een andere provinciale beleidsopgaven 1 punt. Hierbij kan er maximaal 5 punten toegekend worden.

De criteria worden als volgt toegelicht:

Criterium a: De mate waarin de activiteit(en) bijdraagt (bijdragen) aan het verbeteren van de beweegvriendelijkheid

Bij dit criterium gaat het toevoegen van kwaliteitsverbetering in gebieden, die nu slecht scoren op beweegvriendelijkheid. Hierbij wordt de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (BVO) uit de Atlas Leefomgeving voor de toetsing gebruikt. Zie bijlage 2 Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving.

Dit betreft het hoofdcriterium. Dat heeft bijvoorbeeld ook tot gevolg dat, indien aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, de rangorde van die aanvragen wordt bepaald door het aantal punten behaald voor dit criterium.

Criterium b: De ligging ten opzichte van de woonkernen in het gebied van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) of het gebied de Drechtsteden of de gemeenten Leiden of Gouda

Bij dit criterium hebben de gebieden waarbij sprake is van de grootste druk op de recreatiegebieden prioriteit. Hierbij is ervan uitgegaan dat hoe dichter een gebied bij één van de steden ligt hoe meer dit gebied wordt gebruikt. Gebieden die met de fiets binnen 15 minuten te bereiken zijn, krijgen de hoogste score. Dit wordt gemeten met de gemiddelde fietssnelheid van 12 km per uur, waardoor een gebied binnen 3 km van een woongebied moet liggen.

Criterium c: De mate waarin de activiteit(en) betrekking heeft (hebben) op meerdere doelgroepen

Voorzieningen/maatregelen kunnen specifiek zijn voor één doelgroep, maar er zijn ook voorzieningen die door meerdere doelgroepen gebruikt worden. Het project scoort hoger naar mate er meer doelgroepen gebruikt maken van de maatregel/voorziening. De Provincie Zuid-Holland vindt inclusiviteit belangrijk. De grootste gezondheidswinst is te boeken bij onze inwoners en bevolkingsgroepen die in deelname aan sport en recreatie ondervertegenwoordigd en in bewegingsarmoede en overgewicht oververtegenwoordigd zijn. Daarom scoort een project dat door meerdere doelgroepen gebruikt kan worden en waarvan één van de doelgroepen vallen onder één van de specifieke doelgroepen (ouderen, mensen met functiebeperking, kinderen en inwoners van versteende wijken) genoemd in de startnotitie Sport en Recreatie. Hierbij wordt meegenomen de voorkeuren voor gebruik en behoefte aan voorzieningen.

Bij dit criterium wordt verstaan onder

  • -

    Onvoldoende: maatregel heeft betrekking op één doelgroep, niet zijnde één van de specifieke groepen:

  • -

    Matig: maatregel heeft betrekking op twee doelgroepen, niet zijnde één van de specifieke doelgroepen;

  • -

    Voldoende: maatregel heeft betrekking op één van de specifieke doelgroepen;

  • -

    Goed: maatregel heeft betrekking op meerdere doelgroepen, waarvan één valt onder de specifieke doelgroepen;

  • -

    Uitstekend: maatregel heeft betrekking op meerdere doelgroepen, waaronder twee of meer vallen onder de specifieke doelgroepen.

Dit betreft het tweede hoofdcriterium. Dat heeft bijvoorbeeld ook tot gevolg dat, indien aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en deze aanvragen ook gelijk scoren op criterium a, de rangorde van die aanvragen wordt bepaald door het aantal punten behaald voor dit criterium.

Criterium d: De mate waarin de activiteit(en) bijdraagt (bijdragen) aan andere provinciale opgaven

Idealiter hebben de investeringen een zo hoog mogelijke maatschappelijke waarde, niet alleen uit oogpunt van de beleidsopgave Sport en recreatie, maar ook uit oogpunt van andere provinciale beleidsopgaven zoals biodiversiteit, gezondheid en/of klimaat. Bij dit criterium kunnen maximaal 5 punten toegekend worden. Per bijdrage van het project aan een andere provinciale beleidsopgave wordt 1 punt toegekend. Om dit criterium goed te kunnen beoordelen wordt verzocht om in het projectplan te beschrijven aan welke beleidsopgave het project bijdraagt. De provinciale beleidsopgaven zijn te vinden in de Provinciale omgevingsvisie.

Artikel 12 Weigeringsgronden

Een aanvraag om subsidie wordt ingevolge dit openstellingsbesluit in ieder geval geweigerd, als zich een van de gevallen uit artikelen 11 en 12 van de Asv zich voordoet. Ook bevat het openstellingsbesluit zelf een aantal extra weigeringsgronden:

  • De provincie verstrekt alleen subsidie voor “levensvatbare” projecten. Projecten die op voorhand al niet uitvoerbaar blijken vanwege wettelijke of praktische belemmeringen, zullen niet worden gesubsidieerd.

  • Aanvragen die onder een andere provinciale subsidieregeling al een subsidie hebben ontvangen, worden niet gehonoreerd. Er kunnen voor een aanvraag wel verschillende subsidies worden verstrekt, maar voor de verschillende onderdelen, behorend bij onderscheidende beleidsprestaties, kan slechts één enkele subsidie worden verstrekt.

  • Aanvragen die betrekking hebben op het verbeteren van waterkwaliteit worden geweigerd. Wel kunnen voorzieningen met betrekking tot water zoals een waterspeelplaats of een watertappunt voor subsidie in aanmerking komen.

  • Alle volledige aanvragen worden gerangschikt op basis van artikel 9 van dit openstellingsbesluit. Er kunnen maximaal 35 punten worden behaald. Als het totaal aantal behaalde punten in de rangschikking minder is dan 15 punten, wordt de aanvraag geweigerd.