Openstellingsbesluit subsidie waterrecreatie projecten Zuid-Holland 2022

Geldend van 26-02-2022 t/m heden

Intitulé

Openstellingsbesluit subsidie waterrecreatie projecten Zuid-Holland 2022

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 en artikel 2.11.2, tweede lid, onderdeel h van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;

Overwegende dat het wenselijk is om gastvrij en beleefbaar water te stimuleren, te werken aan een slim, aantrekkelijk en veilig waternetwerk van hoge kwaliteit en te werken aan een goede balans tussen waterrecreatie en natuur en milieu.

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Openstellingsbesluit subsidie waterrecreatie projecten Zuid-Holland 2022

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    klein vaartuig: roeiboot, sup, kano, eenpersoons zeilboot zoals een optimist;

  • c.

    personenvervoer over water: bedrijfsmatig vervoer van personen zoals de watertaxi, waterbus, riviercruises, rondvaartboten en veerponten;

  • d.

    Srg: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;

  • e.

    waterrecreatie: alle vormen van recreatie op, aan en in het water.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op:

    • a.

      waterrecreatie in de provincie Zuid-Holland;

    • b.

      de aanschaf van kleine vaartuigen.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan een betere benutting en vergroting van de potentie van waterrecreatie.

Artikel 3 Doelgroep

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • b.

    privaatrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 4 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt, in aanvulling op artikel 2.11.6 van de Srg, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit draagt bij aan één of meer van de volgende speerpunten:

      • i.

        Gastvrij en Beleefbaar water;

      • ii.

        Smart Waternetwerk;

      • iii.

        Groene Waterrecreatie;

    • b.

      de activiteit heeft een regionale meerwaarde voor het vaarnetwerk;

    • c.

      de activiteit komt in overwegende mate ten goede aan het maatschappelijk belang;

    • d.

      het resultaat van de activiteit is een fysiek of concreet product;

    • e.

      indien de activiteit betrekking heeft op een investering, is het beheer en onderhoud van de investering voor een periode van minimaal 7 jaar aantoonbaar geborgd.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid en op artikel 2.11.6 van de Srg wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de aanschaf van de kleine vaartuigen zijn bestemd voor gebruik van publiek-maatschappelijke en niet-commerciële doeleinden.

Artikel 5 Aanvraagperiode

  • 1. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 1 maart 2022 tot en met 30 november 2022.

  • 2. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze voor 1 december 2022 is ontvangen.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

Naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in ieder geval vergezeld van:

  • a.

    een omschrijving van de bijdrage aan één van de speerpunten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a;

  • b.

    een omschrijving van de regionale meerwaarde aan het vaarnetwerk, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b;

  • c.

    een omschrijving van hoe de activiteit bijdraagt aan het maatschappelijk belang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c;

  • d.

    een omschrijving van de te verrichten werkzaamheden, inclusief een planning en een kaartbeeld van de activiteit waar de fysieke ingrepen worden gedaan;

  • e.

    een specificatie van de totale projectkosten en een dekkingsplan inclusief kopie bewijs toegezegde financiering bij medefinanciering;

  • f.

    een omschrijving van de wijze waarop het beheer en onderhoud geregeld is;

  • g.

    een omschrijving van de wijze waarop gecommuniceerd wordt over de activiteit;

  • h.

    een intentieverklaring van het desbetreffende bevoegd gezag dat er meegewerkt zal worden aan het verkrijgen van de benodigde vergunning of vergunningen, indien voor de uitvoering van de activiteit een vergunning is of vergunningen zijn vereist;

  • i.

    een ondertekende de-minimisverklaring als bedoeld in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352), indien de aanvrager een onderneming is.

Artikel 7 Deelplafond

Gedeputeerde Staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 5, vast op € 310.000,00.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 40.000,00.

  • 2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder dan € 2.500,00 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

  • 3. De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.000,00.

  • 4. Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat de subsidie minder dan € 1.000,00 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

  • 1. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, komen in afwijking van artikel 2.11.7 van de Srg, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      investeringskosten in onroerende zaken;

    • b.

      investeringskosten in roerende zaken;

    • c.

      personeelskosten tot maximaal € 90,- per uur exclusief BTW;

    • d.

      proces -en ontwerpkosten tot een maximum van 20% van de subsidiabele kosten;

    • e.

      promotie -en communicatiekosten tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten.

  • 2. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, komen in afwijking van artikel 2.11.7 van de Srg de kosten voor de aanschaf van kleine vaartuigen voor maatschappelijke doeleinden in aanmerking voor subsidie.

Artikel 10 Niet-subsidiabele kosten

  • 1. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, komen, in aanvulling op de in artikel 2.11.8 van de Srg genoemde kosten, de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      dekking van exploitatiekosten;

    • b.

      voorbereidingskosten;

    • c.

      kosten voor achterstallig onderhoud;

    • d.

      kosten voor beheer en onderhoud.

  • 2. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, komen, in aanvulling op de in artikel 2.11.8 van de Srg genoemde kosten, de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      de kosten voor aanschaf of aanpassing van grotere vaartuigen;

    • b.

      de kosten voor aanschaf of aanpassing van vaartuigen voor private of commerciële doeleinden.

Artikel 11 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.11.5 van de Srg wordt de subsidie geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen;

  • b.

    voor dezelfde activiteit op grond van een andere provinciale regeling subsidie is verstrekt;

  • c.

    de activiteit reeds in uitvoering is voordat de aanvraag is ingediend;

  • d.

    de activiteit betrekking heeft op het verbeteren van de waterkwaliteit;

  • e.

    de activiteit betrekking heeft op maatregelen op of bij zwemwatervoorzieningen;

  • f.

    de activiteit betrekking heeft op de organisatie of uitvoering van één of meerdaagse evenementen op of langs het water;

  • g.

    de activiteit uitgevoerd wordt ten behoeve van personenvervoer over water.

Artikel 12 Verplichtingen

In afwijking van artikel 2.11.11, onder a, van de Srg, wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd om binnen een half jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te starten met de uitvoering van de activiteit.

Artikel 13 Staatssteun

Indien de subsidie is aan te merken als steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352) van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 15 Werkingsduur en overgangsrecht

Dit openstellingsbesluit vervalt 31 maart 2023 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 16 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie waterrecreatie projecten Zuid-Holland 2022.

Ondertekening

Den Haag 15 februari 2022

drs. H.M.M. Koek, secretaris

drs. J. Smit, voorzitter

TOELICHTING

Zuid-Holland wil een aantrekkelijke, gezonde, veilige en concurrerende provincie zijn waar mensen, zowel bewoners, forensen als toeristen, met plezier wonen, werken en recreëren. Het ontstaan van Zuid-Holland is onlosmakelijk verbonden met het water. Als natuurlijke verbinder van stad en land levert het vaarwegennetwerk met zijn waterfronten een belangrijke bijdrage aan ons woon- en vestigingsklimaat. De provinciale “Startnotitie Sport en Recreatie” vormt de basis voor het provinciaal sport- en recreatiebeleid waarin de focus wordt gelegd op het faciliteren en stimuleren van bewoners om in hun vrije tijd meer naar buiten te gaan om in een beweegvriendelijke(r) omgeving te recreëren en te sporten. Dit is goed voor de gezondheid en vitaliteit van de Zuid-Hollandse inwoners - gericht op het behouden en/of bereiken van een goede sociale/mentale en fysieke gezondheid.

Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (Srg) en Openstelling subsidie waterrecreatie projecten Zuid-Holland 2022

Ook de beleving van het water draagt bij aan gezonde en gelukkige bewoners en bezoekers van Zuid-Holland. Voor het realiseren van de ambities van de startnotitie Sport & Recreatie, waaronder voor waterrecreatie, zijn financiële middelen beschikbaar gesteld voor 2022. De wens is om deze middelen deels in te zetten als subsidies voor projecten. Subsidies kunnen onder anderen worden verleend via de Srg.

De subsidie voor waterrecreatie 2022 wordt beschikbaar gesteld via het Openstellingsbesluit subsidie waterrecreatie projecten Zuid-Holland 20221 dat is vastgesteld op 15 februari 2022. Dit openstellingsbesluit valt onder Srg, paragraaf 2.11 Kwaliteitsimpuls en participatie ten aanzien van de beweegvriendelijke leefomgeving, bestaande groengebieden en het recreatieve routenetwerk. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet voldaan worden aan de subsidievereisten die in artikel 4 genoemd staan.

Europese staatssteunregelgeving

De provincie toetst subsidieaanvragen aan de Europese staatssteunregelgeving. Staatssteun omvat, kort gezegd, niet-marktconforme voordelen van de overheid aan ondernemingen, waarmee de mededinging wordt vervalst en het handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Daarbij wordt elke eenheid die goederen of diensten aanbiedt op een markt aangemerkt als onderneming. Als een aangevraagde subsidie leidt tot het verstrekken van onverenigbare staatssteun dan kan de provincie deze weigeren.

Provinciale subsidies aan ondernemingen die voldoen aan de staatssteuncriteria moeten in beginsel ter goedkeuring worden aangemeld bij de Europese Commissie. De aanmeldingsplicht kent echter een aantal uitzonderingen.

Eén van de uitzonderingen is geregeld in de de-minimisverordening. Subsidie die onder de zogenaamde de-minimisverordening valt levert geen staatssteun op. Deze verordening is in beginsel van toepassing op subsidies waarvan het bruto steunbedrag, ongeacht vorm en doel, voor een onderneming over een periode van drie belastingjaren het plafond van € 200.000,00 niet overschrijdt.

Indien de aanvrager voor de activiteit in het kader van dit openstellingsbesluit als onderneming wordt aangemerkt moet hij een ondertekende de-minimisverklaring met de subsidieaanvraag meesturen, waarmee wordt aangetoond dat het plafond niet wordt overschreden.

Artikelsgewijs

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op waterrecreatie in de provincie Zuid-Holland en op de aanschaf van kleine vaartuigen ten behoeve van het gebruik van publiek maatschappelijke en niet-commerciële doeleinden. Bij kleine vaartuigen valt te denken aan optimistjes, sup’s, roeibootjes en surfplanken. De aanschaf is dan ten behoeve van bijvoorbeeld projecten met schoolkinderen of in achterstandswijken en zijn niet commercieel. Deze aanvraag kan bijvoorbeeld gedaan worden door buurtverenigingen, jachthavens, kinderopvanglocaties, etc.. De maximum bijdrage is 3.000,00 euro. In het kader van bewegen en ‘om de hoek’ kunnen bepaalde doelgroepen op deze manier ook in aanraking komen met het plezier van water.

Artikel 4 Subsidievereisten

Om voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen moet voldaan worden aan de subsidievereisten die in dit artikel zijn opgenomen. Eén van de vereisten is dat de activiteit in voldoende mate moet bijdragen aan één of meerdere speerpunten. De speerpunten zijn:

Speerpunt 1 - Gastvrij en Beleefbaar water

Het stimuleren van de gastvrijheidseconomie langs het water, langer verblijf op het water en beleefbare vaarroutes langs aantrekkelijke bestemmingen. Dit door het vergroten van de bekendheid van de waterrecreatieve kwaliteiten (onder andere door en het aanbieden van producten en arrangementen) en mogelijkheden en het ontwikkelen van een hoogwaardig vaarnetwerk met meer publieke aanlegvoorzieningen zoals passantenplekken, ankerboeien, etc, beleefbare plekken langs het water en aantrekkelijke jachthavens.

Speerpunt 2 - Smart Waternetwerk

Het werken aan een slim, aantrekkelijk en veilig vaarnetwerk van hoge kwaliteit, toegankelijk voor alle typen waterrecreanten. Goed vaarweg- en nautisch beheer, afstemmen van de bedieningstijden en het oplossen van knelpunten in vaarroutes dragen hieraan bij. Nieuwe schakels zorgen voor een robuust en fijnmaziger vaarnetwerk.

Speerpunt 3 - Groene Waterrecreatie

Het werken aan een goede balans tussen waterrecreatie en natuur en milieu is belangrijk, onder andere door het uitbreiden van het kanoroutenetwerk en maatregelen ten behoeve van (stimuleren van) het

In onderdeel c is opgenomen dat de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in overwegende mate ten goede moet komen aan het maatschappelijk belang. Ondernemers zijn niet uitgesloten van subsidie, maar de voorziening waarvoor subsidie wordt gevraagd mag niet alleen of in overwegende mate ten goede komen aan de onderneming zelf (bijvoorbeeld een aanlegfaciliteit die alleen bestemd is voor gasten/klanten van de onderneming). De voorziening moet in overwegende mate gebruikt kunnen worden voor niet-commerciële activiteiten en moet openbaar toegankelijk zijn.

In onderdeel d is opgenomen dat het resultaat van de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, een fysiek of concreet product is. Hiermee wordt bedoeld dat de regeling ‘uitvoeringsgericht’ is met als doel dat er concrete producten zoals een aanlegvoorziening, elektrische laadpalen, vaararrangementen worden gerealiseerd waar de waterrecreant direct profijt van heeft. Zaken als onderzoeken en verkenningen zijn niet subsidiabel, tenzij als onderdeel van het fysieke of concrete product (zie artikel 10, eerste lid, onderdeel b, voorbereidingskosten).

Artikel 8 Subsidiehoogte

In artikel 8, derde lid, is opgenomen dat voor de aanschaf van kleine vaartuigen een maximale bijdrage van 3.000,- euro aangevraagd kan worden. Dit is een maximale bijdrage per aanvrager of organisatie en betreft een totaalbedrag voor alle aan te schaffen vaartuigen. Als voorbeeld: indien een organisatie voor een maatschappelijk project meerdere sups en kano’s aanschaft voor een totaalbedrag van 8.000,- dan is vanuit deze subsidieregeling 3.000,- euro subsidie beschikbaar.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

In artikel 9, eerste lid, is opgenomen welke kosten subsidiabel zijn voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a. Kosten van personeel in loondienst bij de subsidieontvanger zijn subsidiabel voor een vast bedrag van 90 euro per uur exclusief BTW.

Proces- en ontwerpkosten die direct onderdeel zijn van de uitvoeringskosten van een concreet en/of fysiek product zijn subsidiabel tot maximaal 20% van de uitvoeringskosten. Deze kosten zijn dus alleen subsidiabel in combinatie met de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a.

Artikel 10 Niet-subsidiabele kosten

Voorbereidingskosten die nodig zijn voordat een activiteit kan worden uitgevoerd, zoals onderzoekskosten, haalbaarheidsstudies, planstudie, etc. zijn niet subsidiabel.