Subsidieregeling Peuteropvang en Voor – en Vroegschoolse Educatie gemeente Meerssen 2022

Geldend van 16-02-2022 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Peuteropvang en Voor – en Vroegschoolse Educatie gemeente Meerssen 2022

Het college van de gemeente Meerssen;

  • -

    gelet op de artikelen 108, 149 van de Gemeentewet, titel 4.1. en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Meerssen 2021;

  • -

    overwegende dat het noodzakelijk is om nadere regels vast te stellen die in acht worden genomen bij het verstrekken van subsidies voor peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie in de gemeente;

besluit:

vast te stellen de Subsidieregeling Peuteropvang en Voor – en Vroegschoolse Educatie gemeente Meerssen 2022.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening Meerssen 2021;

  • b.

    bestuur: het bestuur van een geregistreerde voorschoolse voorziening in de gemeente waar peuteropvang wordt aangeboden;

  • c.

    bruto-ouderbijdrage: vastgestelde ouderbijdrage waarvan de ouder op basis van het inkomen een deel terugkrijgt via kinderopvangtoeslag of compensatie via de gemeentetoeslag die wordt verrekend met de subsidie aan het geregistreerd kindercentrum;

  • d.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • e.

    gemeentetoeslag: subsidie die aan de aanbieder van peuteropvang wordt toegekend ten behoeve van ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag als tegemoetkoming in de kosten voor het afnemen van peuteropvang of VVE.

  • f.

    geregistreerd kindercentrum: in het landelijk register kinderopvang ingeschreven kindercentrum als bedoeld in artikel 1.46, tweede lid van de Wet kinderopvang;

  • g.

    inkomensverklaring: Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI, voorheen IB60-verklaring genoemd) van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. De inkomensverklaring bevat de volgende gegevens:

    • o

      naam en adres;

    • o

      het jaar waarover de inkomensverklaring wordt afgegeven;

    • o

      inkomensgegevens.

  • h.

    koptarief: verschil tussen de kostprijs per uur en de vastgestelde bruto-ouderbijdrage per uur;

  • i.

    kostprijs: de maximaal te subsidiëren prijs voor een uur peuteropvang;

  • j.

    KOT: kinderopvangtoeslag, de toeslag die kinderopvangtoeslaggerechtigden ontvangen van de Belastingdienst voor kinderopvang;

  • k.

    LRK: landelijk register kinderopvang, register als bedoeld in artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang;

  • l.

    ouder: ouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;

  • m.

    ouderbijdrage: eigen bijdrage die ouders betalen voor peuteropvang en VVE en die afhankelijk is van de hoogte van het gezinsinkomen;

  • n.

    pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie: de persoon die werkzaam is bij een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, bezoldigd is en belast is met de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie of coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie;

  • o.

    peuteropvang: voorschools aanbod van een door het college vast te stellen omvang in aantal uren per jaar voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat ze uitstromen naar het basisonderwijs, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool;

  • p.

    VVE (voor- en vroegschoolse educatie): opvang waarbij peuters een gecertificeerd VVE-programma krijgen aangeboden gericht op taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling;

  • q.

    VVE-indicatie: door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname aan VVE geïndiceerd is;

  • r.

    horizontale groepen: opvanggroepen waar uitsluitend kinderen in de leeftijd vanaf 2 jaar worden opgevangen;

  • s.

    verticale groepen: opvanggroepen waar kinderen in de leeftijd van 0 t/m 3 jaar worden opgevangen.

Artikel 2 Doel

Met deze subsidieregeling wordt beoogd:

  • a.

    ouders te stimuleren om hun kinderen een voorschoolse voorziening te laten bezoeken en te laten deelnemen aan een voorschools programma;

  • b.

    de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie te financieren ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie.

Artikel 3 Reikwijdte subsidieregeling

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor peuteropvang of VVE in horizontale groepen in een geregistreerd kindercentrum in de gemeente.

  • 2. De subsidie wordt verleend aan de desbetreffende aanbieder waar de ouders peuteropvang of VVE afnemen.

  • 3. De subsidie kan bestaan uit:

    • a.

      gemeentetoeslag;

    • b.

      koptarief;

    • c.

      subsidiëring van extra VVE aanbod;

    • d.

      subsidiëring van de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie;

    • e.

      overgangsregeling voor ouders met een inkomen tot € 25.000.

  • 4. Voor subsidie van de gemeente toeslag voor ouders zonder aanspraak op KOT is de voorwaarde verbonden dat de ouders een inkomensverklaring overleggen aan de aanbieder op basis waarvan de aanbieder de ouderbijdrage vaststelt.

  • 5. Voor subsidie van het extra VVE aanbod voldoet de aanbieder daarvan aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de locatie met het aanbod staat als VVE locatie geregistreerd in het LRK;

    • b.

      voor het te leveren VVE aanbod is een VVE-indicatie afgegeven.

Artikel 4 Subsidieplafond

  • 1. Het college kan voor de subsidiabele activiteiten jaarlijks een subsidieplafond vaststellen.

Artikel 5 Subsidiehoogte en nadere regels

  • 1. In het kader van het verstrekken van de subsidies, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdelen a tot en met d stelt het college de hoogte vast van:

    • a.

      het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar;

    • b.

      de maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuteropvang;

    • c.

      de bruto-ouderbijdrage;

    • d.

      de gemeentetoeslag;

    • e.

      de VVE subsidie voor extra uren VVE aanbod;

    • f.

      de maximum te subsidiëren vergoeding per uur voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie.

  • 2. De subsidieopbouw is gespecificeerd in bijlage A en wordt jaarlijks, voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, vastgesteld door het college.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de kwaliteit van VVE of met betrekking tot maatwerk door een geregistreerd kindercentrum.

Artikel 6 Aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1. De subsidie wordt aangevraagd door de houder van een geregistreerd kindercentrum dat peuteropvang en/of VVE aanbiedt.

  • 2. In afwijking van artikel 6 eerste lid van de ASV, wordt een aanvraag uiterlijk vóór 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft bij het college ingediend.

  • 3. De subsidieaanvraag bevat:

    • a.

      het nummer waaronder het geregistreerd kindercentrum in het LRK geregistreerd staat;

    • b.

      een prognose van het aantal op te vangen peuters in het volgende kalenderjaar;

    • c.

      een onderverdeling waaruit blijkt:

      • i.

        het aantal peuters zonder VVE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor KOT;

      • ii.

        het aantal peuters met VVE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor KOT;

      • iii.

        het aantal peuters zonder VVE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor gemeentetoeslag;

      • iv.

        het aantal peuters met VVE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor gemeentetoeslag;

  • 4. De houder van het geregistreerd kindercentrum vraagt de subsidie aan met een door het college vastgesteld aanvraagformulier zoals opgenomen in bijlage C.

  • 5. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt dient rekening te houden met hetgeen bepaald in artikel 5 lid 3 van de ASV.

Artikel 7 Weigeringsgronden

  • 1. Het college kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, een aanvraag voor subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren indien:

    • a.

      de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen te behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal kunnen verkrijgen;

    • b.

      niet voldaan wordt aan de wettelijke vereisten voor het te exploiteren voorschoolse aanbod;

    • c.

      de behoefte aan het te subsidiëren aanbod onvoldoende is onderbouwd;

    • d.

      indien een vastgesteld subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 4 is bereikt.

Artikel 8 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. Het bestuur stelt op basis van de aanvraag van ouders vast tot welke categorie (zie artikel 6 lid 3 c.) de ouder behoort.

  • 2. Het bestuur vraagt ouders die in aanmerking komen voor gemeentetoeslag een inkomensverklaring aan te leveren en stelt op basis daarvan de ouderbijdrage vast.

  • 3. Het bestuur brengt de subsidie in mindering op de door ouders van peuters te betalen kosten voor het gebruik van peuteropvang en VVE.

  • 4. Peuters die gebruik hebben gemaakt van VVE worden warm overgedragen naar het primair onderwijs.

  • 5. Het geregistreerd kindercentrum dat peuteropvang aanbiedt, werkt samen met jeugdgezondheidszorg en andere partners om preventie en zorg te bieden aan de peuters die het nodig hebben.

  • 6. De subsidieontvanger dient zich te houden aan het gemeentelijk VVE-beleid en dient deel te nemen aan bijbehorende overlegstructuur.

  • 7. De subsidieontvanger dient mee te werken aan de gemeentelijke VVE-monitor en dient de portal van de Jeugdgezondheidszorg actief bij te houden.

Artikel 9 Voorschotten

  • 1. De subsidieontvanger levert na afloop van elk kwartaal een rapportage in bij het college. Deze rapportage bevat de volgende elementen:

    • a.

      klantnummer peuter / ouder(s);

    • b.

      aantal contracturen;

    • c.

      toepasselijkheid categorieën als genoemd in artikel 6, derde lid, onder c;

    • d.

      onderbouwing ouderbijdrage;

    • e.

      VVE indicatie;

    • f.

      Inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie.

  • 2. De verlening van het voorschot van de subsidie gebeurt kwartaalsgewijs op grond van de in lid 1 genoemde rapportage.

Artikel 10 Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met een door het college vastgesteld formulier in bijlage C.

  • 2. Het bestuur rapporteert per locatie per geplaatste peuter de volgende gegevens:

    • a.

      klantnummer peuter / ouder(s);

    • b.

      aantal contracturen;

    • c.

      toepasselijkheid categorieën als genoemd in artikel 6, derde lid, onder c;

    • d.

      onderbouwing ouderbijdrage;

    • e.

      VVE indicatie;

    • f.

      Inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie.

  • 3. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijk aantal opgevangen peuters en opvanguren per peuter aan de hand van de afgesproken subsidiehoogte, de berekende ouderbijdrage en de toepasselijkheid van de categorieën, genoemd in artikel 6, lid 3, onder c.

  • 4. Aanvullend op de rapportage zoals omgeschreven onder lid 2 dient het bestuur, conform artikel 14 van de ASV, een accountantsverklaring te overleggen.

Artikel 11 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12 Relatie tot de Algemene Subsidieverordening Meerssen 2021

Voor zoverre deze regeling niet uitputtend is, gelden de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening Meerssen 2021.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking op 16 februari 2022.

  • 2. Al afgegeven beschikkingen voor 2021 op basis van de Subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Meerssen 2020 zullen worden afgerekend conform de Subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Meerssen 2020.

Artikel 14 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Meerssen 2022”.

Ondertekening

Ondertekening

Aldus besloten door het college van Burgemeester en Wethouders van Meerssen tijdens haar vergadering van 1 februari 2022,

de secretaris,

Mr. J.J.M. Eurlings.

de burgemeester,

M.A.H. Clermonts-Aretz.

Bijlage A Subsidieopbouw 2022 Meerssen

De subsidieopbouw van de subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Meerssen 2022 is opgebouwd uit verschillende componenten en wordt - conform artikel 5 lid 1 en lid 2 - jaarlijks door het College vastgesteld. Het collegebesluit omvat:

  • a.

    het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar;

  • b.

    de maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuteropvang en voorschoolse educatie;

  • c.

    de bruto-ouderbijdrage;

  • d.

    de gemeentetoeslag;

  • e.

    de subsidie voor de extra uren VVE aanbod;

  • f.

    de maximale vergoeding per uur voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie;

  • g.

    overgangsregeling voor ouders met een verzamelinkomen tot € 25.000,-.

A.het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar 2022

Jaarlijks stelt het college het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar vast. Daarbij worden de volgende 2 categorieën onderscheiden:

  • 1.

    Reguliere peuters 2022: een maximum van 320 uur per peuter per jaar met een maximum van 6 uur per dag.

    Dit zijn peuters waarvoor geen indicatie voor voorschoolse educatie geldt. Een indicatie is een door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring waarin staat dat deelname aan voorschoolse educatie (VVE) geïndiceerd is.

  • 2.

    VVE peuters 2022: een maximum van 640 uur per peuter per jaar met een maximum van 6 uur per dag.

    Dit zijn peuters waarvoor wel een indicatie voor voorschoolse educatie geldt.

B.maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuteropvang

De maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuteropvang bedraagt in 2022 € 10,35.

C.1. Bruto-ouderbijdrage per uur en 2. Koptarief

Het normtarief voor de bruto-ouderbijdrage bedraagt in 2022 € 8,50 per uur. Het koptarief is het verschil tussen de kostprijs en de bruto-ouderbijdrage. Dat betekent dat de gemeente een koptarief subsidieert van € 1,85 per uur.

Het koptarief is van toepassing op:

  • -

    maximaal 320 uur per jaar per peuter, waarbij voor peuters zonder een VVE-indicatie geldt dat hun gecontracteerd opvang aanbod maximaal 6 uur per dag omvat en geen onderdeel is van een opvang aanbod dat meer uren per dag is.

De netto-ouderbijdrage per uur na verrekening van de gemeentelijke subsidiebijdrage is in bijlage B. gespecificeerd naar toetsingsinkomen gezin.

D.Gemeentetoeslag

De gemeentetoeslag is gelijk aan de landelijke kinderopvangtoeslagregeling (zie Besluit kinderopvangtoeslag) en geldt uitsluitend voor peuters van ouders die geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag. Deze subsidiebijdrage is van toepassing op maximaal 320 uur per jaar per peuter. Voor 2022 is dat het maximum toeslagtarief (€ 8,50) minus de (gemiddelde inkomensafhankelijke) ouderbijdrage.

Op het toeslagtarief wordt de (gemiddelde inkomensafhankelijke) ouderbijdrage in mindering gebracht:

  • 1.

    Voor peuters zonder een VVE-indicatie geldt een gemiddelde inkomensafhankelijke ouderbijdrage van € 0,92. De gemeentetoeslag bedraagt hiermee € 7,58.

  • 2.

    Voor peuters met een VVE-indicatie geldt een ouderbijdrage van € 0,34. De gemeentetoeslag bedraagt hiermee € 8,16.

E.VVE subsidiebijdrage per uur

De maximale VVE subsidiebijdrage per uur bedraagt in 2022 € 10,35 en is van toepassing op de extra 320 uren per jaar waarop VVE peuters aanspraak kunnen maken.

F.De maximale vergoeding per uur voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker VE

Per 1 januari 2022 is in de voorschoolse educatie de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker VE wettelijk verplicht. De inzet is centrumgebonden en aanvullend op de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de kinderopvang die al vanaf 2019 geldt. De norm voor de inzet is 10 uur per doelgroepkind op jaarbasis en komt dus bovenop de norm die vanuit de Wet IKK geldt. Deze subsidiecomponent is vanaf subsidiejaar 2022 toegevoegd in de subsidieregeling onder artikel 3 lid 3 sub d.

Deze subsidie wordt als volgt berekend: 10 uren vermenigvuldigd met het aantal geplaatste peuters met een VE indicatie op 1 januari (peildatum) van het subsidiejaar vermenigvuldigd met € 48,00 als maximale vergoeding voor de kosten per uur van de pedagogisch beleidsmedewerker VE. Uitgangspunt voor de subsidie per uur zijn de afspraken die door de gemeenten in de regio Maastricht-Heuvelland zijn gemaakt. De maximale vergoeding per formatie-uur wordt geraamd op € 48,00 (prijspeil 2022).

G.Overgangsregeling voor ouders met een verzamelinkomen tot € 25.000,-

De Verordening peuterprogramma gemeente Meerssen 2017 bepaalde dat ouders met een verzamelinkomen tot en met € 25.000,- geen ouderbijdrage dienden te betalen. Ouders welke op 31 juli 2020 in deze categorie vallen, kunnen gebruik blijven maken van deze bepaling totdat deelname van het betreffende kind aan de peuteropvang of VVE beëindigd wordt. Per 1 augustus 2020 kunnen geen nieuwe ouders meer gebruik maken van deze bepaling.

Toelichting subsidiebijdrage

In onderstaand figuur is de opbouw van de subsidiebijdrage per uur nader toegelicht:

De doelstelling van het koptarief is om voor alle peuters een laagdrempelige en goed toegankelijke voorbereiding op de basisschool te bieden. De gemeentetoeslag vervangt de kinderopvangtoeslag voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en borgt voor kinderen uit deze gezinnen de toegankelijkheid.

De VVE subsidie borgt dat kinderen met een onderwijsachterstandsrisico geen financiële belemmeringen hebben om een extra VVE aanbod van 320 uur per jaar te volgen.

Deze subsidie wordt aangevuld met het aantal op 1 januari geplaatste peuters met een indicatie voor voorschoolse educatie x 10 uur x € 48,- voor de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers VE vanaf 2022, conform de wettelijke eisen.

Bijlage B. Netto-ouderbijdrage per uur 2022 voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag

Toetsingsinkomen gezin 2022

Netto

ouder bijdrage

1e kind

Netto

ouder bijdrage

2e kind ev

Toetsingsinkomen

gezin 2022

Netto

ouder bijdrage

1e kind

Netto

ouder bijdrage

Van

tot

Van

tot

2e kind ev

lager dan

€ 20.584

€ 0,34

€ 0,34

€ 91.627

€ 94.863

€ 3,78

€ 0,99

€ 20.585

€ 21.955

€ 0,34

€ 0,34

€ 94.864

€ 98.102

€ 3,97

€ 1,02

€ 21.956

€ 23.324

€ 0,34

€ 0,34

€ 98.103

€ 101.405

€ 4,17

€ 1,06

€ 23.325

€ 24.696

€ 0,34

€ 0,34

€ 101.406

€ 104.723

€ 4,35

€ 1,12

€ 24.697

€ 26.066

€ 0,34

€ 0,34

€ 104.724

€ 108.039

€ 4,53

€ 1,16

€ 26.067

€ 27.437

€ 0,38

€ 0,37

€ 108.040

€ 111.356

€ 4,71

€ 1,20

€ 27.438

€ 28.807

€ 0,48

€ 0,39

€ 111.357

€ 114.671

€ 4,90

€ 1,22

€ 28.808

€ 30.174

€ 0,56

€ 0,41

€ 114.672

€ 117.989

€ 5,06

€ 1,28

€ 30.175

€ 31.648

€ 0,64

€ 0,43

€ 117.990

€ 121.307

€ 5,22

€ 1,33

€ 31.649

€ 33.120

€ 0,69

€ 0,43

€ 121.308

€ 124.625

€ 5,38

€ 1,37

€ 33.121

€ 34.596

€ 0,77

€ 0,45

€ 124.626

€ 127.938

€ 5,55

€ 1,42

€ 34.597

€ 36.068

€ 0,82

€ 0,47

€ 127.939

€ 131.255

€ 5,67

€ 1,45

€ 36.069

€ 37.546

€ 0,89

€ 0,47

€ 131.256

€ 134.574

€ 5,67

€ 1,51

€ 37.547

€ 39.019

€ 0,96

€ 0,47

€ 134.575

€ 137.889

€ 5,67

€ 1,56

€ 39.020

€ 40.528

€ 1,01

€ 0,47

€ 137.890

€ 141.206

€ 5,67

€ 1,65

€ 40.529

€ 42.039

€ 1,08

€ 0,47

€ 141.207

€ 144.522

€ 5,67

€ 1,67

€ 42.040

€ 43.550

€ 1,14

€ 0,47

€ 144.523

€ 147.840

€ 5,67

€ 1,74

€ 43.551

€ 45.061

€ 1,20

€ 0,47

€ 147.841

€ 151.160

€ 5,67

€ 1,82

€ 45.062

€ 46.575

€ 1,28

€ 0,47

€ 151.161

€ 154.474

€ 5,67

€ 1,87

€ 46.576

€ 48.086

€ 1,32

€ 0,47

€ 154.475

€ 157.791

€ 5,67

€ 1,95

€ 48.087

€ 49.596

€ 1,39

€ 0,47

€ 157.792

€ 161.106

€ 5,67

€ 1,99

€ 49.597

€ 51.108

€ 1,45

€ 0,47

€ 161.107

€ 164.425

€ 5,67

€ 2,06

€ 51.109

€ 52.759

€ 1,52

€ 0,47

€ 164.426

€ 167.743

€ 5,67

€ 2,12

€ 52.760

€ 55.998

€ 1,65

€ 0,47

€ 167.744

€ 171.059

€ 5,67

€ 2,18

€ 55.999

€ 59.235

€ 1,72

€ 0,50

€ 171.060

€ 174.376

€ 5,67

€ 2,26

€ 59.236

€ 62.474

€ 1,81

€ 0,55

€ 174.377

€ 177.689

€ 5,67

€ 2,30

€ 62.475

€ 65.714

€ 2,01

€ 0,59

€ 177.690

€ 181.009

€ 5,67

€ 2,36

€ 65.715

€ 68.951

€ 2,20

€ 0,61

€ 181.010

€ 84.324

€ 5,67

€ 2,43

€ 68.952

€ 72.192

€ 2,39

€ 0,67

€ 84.325

€ 187.642

€ 5,67

€ 2,49

€ 72.193

€ 75.430

€ 2,60

€ 0,71

€ 187.643

€ 190.960

€ 5,67

€ 2,54

€ 75.431

€ 78.669

€ 2,80

€ 0,76

€ 190.961

€ 194.275

€ 5,67

€ 2,61

€ 78.670

€ 81.909

€ 2,98

€ 0,82

€ 194.276

€ 197.593

€ 5,67

€ 2,68

€ 81.910

€ 85.146

€ 3,19

€ 0,87

€ 197.594

€ 200.908

€ 5,67

€ 2,72

€ 85.147

€ 88.388

€ 3,37

€ 0,90

€ 200.909

en hoger

€ 5,67

€ 2,80

€ 88.389

€ 91.626

€ 3,59

€ 0,93

 
 
 
 

Bijlage C. Aanvraagformulier “Subsidie Peuteropvang (voorscholen) en voorschoolse educatie” en Formulier aanvraag tot vaststelling “Subsidie Peuteropvang (voorscholen) en voorschoolse educatie”