Beleidsnota evenementen 2019

Geldend van 18-07-2019 t/m heden

Intitulé

Beleidsnota evenementen 2019

Hoofdstuk 1. Inleiding

1.1 Algemeen

Jaarlijks organiseert men in de gemeente Beesel diverse evenementen met als doel het vermaken van inwoners en bezoekers van buiten de gemeente. Voor die evenementen geldt de notitie evenementenbeleid van 1 maart 2016. Naast het vermaak dat evenementen opleveren, kunnen diezelfde evenementen ook nadelige gevolgen veroorzaken. Die nadelige gevolgen zijn met name voor direct omwonenden tot op zekere hoogte onvermijdelijk.

De gemeente Beesel benoemde in haar visie ‘Blij in Beesel’ als enkele van haar speerpunten ‘beleven’ en ‘jong’. Daarmee wil deze gemeente een gemeenschap zijn waar veel te doen is met ruimte voor jongeren. Daarnaast nam Beesel in haar coalitieakkoord / ambitie agenda 2018-2022 het stimuleren van bruisende kernen en het mogelijk maken van breed gedragen ontwikkelingen op als één van haar ambities. Daartoe behoort ook het mogelijk maken en organiseren van evenementen.

In deze beleidsnotitie ‘evenementenbeleid Beesel 2019’ leggen we nieuwe kaders en regels vast voor het organiseren van evenementen in de gemeente Beesel. Bij inwerkingtreding vervangt deze beleidsnotitie in zijn geheel de notitie evenementenbeleid van 1 maart 2016.

Voorafgaand aan het opstellen van deze beleidsnotitie hebben we de werking van de bestaande notitie evenementenbeleid van 1 maart 2016 onderzocht. Daarnaast hebben we de werking van het bestaande beleid geëvalueerd en hebben we het concept van het nieuwe beleid besproken met, en toegelicht aan (vertegenwoordigers van) omwonenden van bestaande evenementen, vertegenwoordigers vanuit de evenementenbranche, ondernemers en de gemeenteraad van de gemeente Beesel.

Voor het technische aspect geluid hebben we vanwege de complexiteit een geluidadviesbureau betrokken bij de totstandkoming van kaders en regels. Het adviesbureau, Bureau Geluid NL te Valkenburg aan de Geul, heeft o.a. locatieonderzoek verricht en heeft een adviesrapportage opgesteld (zie bijlage 1: rapportage Bureau geluid NL, referentie 20194011, d.d. 24-6-2019). De adviesrapportage hebben we als input gebruikt voor het bepalen van de maximale tijdsduur en frequentie (aantal keer per jaar) van de diverse geluidscategorieën.

1.2 Aanleiding

Binnen de kaders van de bestaande beleidsnotitie bestaat de mogelijkheid om op openbare locaties ongelimiteerd evenementen te organiseren, dit is inclusief de in het huidige beleid beschreven luidruchtige evenementen. De hoeveelheid aan evenementen, deels georganiseerd op eenzelfde locatie, de verruiming van eindtijden in 2016 en de in de loop der jaren veranderde muzieksoort en beleving van evenementen, resulteerden in een toename van overlast bij omwonenden.

Voornoemde redenen en de constatering dat de bestaande beleidsnotitie niet voldoende aansluit bij de diversiteit aan evenementen binnen de gemeente, leidden tot een herziening van het huidige beleid.

1.3 Ambitie en doel

Beesel is een kleinschalige gemeente met een dorps karakter gelegen aan de oostzijde van de Maas tussen de twee grotere stadsgemeenten Roermond en Venlo. Tussen die twee grotere gemeenten met ieder hun eigen mogelijkheden tot het aantrekken en binden van diverse doelgroepen, heeft de gemeente Beesel onder andere als ambitie het stimuleren van bruisende kernen. Dit in combinatie met een juiste balans tussen de functie van een centrum en een prettig woon-, en leefklimaat in een veilige omgeving.

Naast een bijdrage aan bruisende kernen dragen evenementen ook bij aan maatschappelijke, culturele, toeristische en promotionele belangen en leveren ze een positieve bijdrage aan de binding van inwoners en bezoekers met de gemeente Beesel.

Het doel van deze nieuwe beleidsnota evenementen 2019 is het realiseren van een duidelijk kader én het realiseren van een verbeterde balans tussen enerzijds het mogelijk maken van evenementen voor de daarbij behorende doelgroepen, en anderzijds het zoveel mogelijk beperken van de tijdelijk nadelige gevolgen voor de omgeving van een evenement.

1.4 Beoogde effecten

Gewenste effecten van deze nieuwe beleidsnotitie zijn:

  • Beperken en beheersbaar maken van tijdelijk nadelige gevolgen bij evenementen;

  • Bevorderen van spreiding van evenementen in de gemeente;

  • Het realiseren van veilige en duurzame evenementen;

  • Meetbare en handhaafbare regels.

De systematiek van de Veiligheidsregio Limburg-Noord kent een indeling van evenementen in de risicoklassen A, B en C. Die klassen richten zich op de mogelijke risico’s die ontstaan bij het organiseren van evenementen. Mede bepalend bij deze klasse-indeling zijn onder andere de aard en omvang van het evenement, de bezoekersaantallen en samenstelling, de locatie en het tijdstip.

Omdat deze systematiek niet voldoende mogelijkheid biedt om naast openbare orde en veiligheid ook te sturen op het aspect geluid bij evenementen, stellen we in deze beleidsnotitie bovenop de risicoklassen A tot en met C geluidscategorieën vast. Op die manier kunnen we evenementen, naast de reguliere risicoklassen, ook per geluidscategorie beoordelen.

Met het toevoegen van geluidscategorieën creëren we de mogelijkheid om per geluidscategorie limieten te stellen aan de evenementen, geldend per locatie per kalenderjaar. De limieten zijn gericht op de hoeveelheid, aard en omvang, duur en intensiteit van een evenement. Zo voorkomen we dat een locatie onevenredig veel belast wordt met evenementen uit een bepaalde categorie en levert het toevoegen van geluidscategorieën een bijdrage aan het beperken en beheersbaar maken van tijdelijk nadelige gevolgen. Ook levert het een bijdrage aan de spreiding van evenementen voor het realiseren van een goede balans.

In onderstaande staafdiagrammen brengen we de verschillen in beeld tussen het bestaande evenementenbeleid en de gevolgen van het toevoegen van geluidscategorieën in deze beleidsnotitie. Staafdiagram 1 laat zien dat in de bestaande situatie op ieder willekeurig moment, 365 dagen per jaar, elk soort evenement georganiseerd mag worden. Staafdiagram 2 laat zien dat de aanpassing van deze beleidsnotitie ertoe leidt dat de geluidscategorieën duidelijk gelimiteerd worden in maximaal aantal dagen per kalenderjaar. Enerzijds creëren we daarmee nog steeds de mogelijkheid tot het organiseren van evenementen, maar anderzijds beschermt de beperking in aantallen (hoeveelheid evenementen en dagen) de omgeving tegen een onevenredig hoge belasting.

Staafdiagram 1: 365 dagen per kalenderjaar alle evenementen mogelijk

Staafdiagram 2: Beperking geluidscategorie 1 en 2

Samenvattend treffen we met deze beleidsnotitie onderstaande maatregelen om de beoogde effecten binnen onze gemeente te bereiken:

  • Aansluiten bij de risicoklassen van de Veiligheidsregio Limburg-Noord;

  • Aansluiten bij advies van het RIVM voor maximale geluidsniveaus bij muziekactiviteiten;

  • Aansluiten bij het convenant preventie gehoorschade;

  • 4 geluidscategorieën vaststellen bovenop de risicoklassen;

  • Evenementen per geluidscategorie beoordelen en limiteren door maximaal toelaatbare aantallen vast te stellen (per locatie, per kalenderjaar);

  • Per geluidscategorie eindtijden vaststellen;

  • Onze toezicht- en handhavingsstrategie vaststellen.

Hoofdstuk 2. Gemeentelijke functie en taken bij evenementen

2.1 Functies

Bij de organisatie van evenementen bekleedt de gemeente twee functies, zijnde:

1. Een maatschappelijke functie

De gemeente heeft een ondersteunende en faciliterende rol bij de organisatie van evenementen. Redenen hiervoor zijn de positieve bijdrage van evenementen op maatschappelijk, toeristisch, cultureel en promotioneel gebied.

2. Een wettelijke functie

De gemeente is verantwoordelijk voor een veilig, beheersbaar en ordelijk verloop van evenementen. Binnen de aspecten openbare orde en veiligheid is de burgemeester bij evenementen als bestuursorgaan eindverantwoordelijk bij het uitvoeren van die wettelijke functie.

2.2 Wettelijk kader

Voor het houden van een evenement is volgens artikel 2.2.2 van de Algemene plaatselijke verordening 2013 Gemeente Beesel (hierna: de APV) een vergunning van de burgemeester vereist. De wettelijke grondslag voor dit artikel staat in artikel 174 van de Gemeentewet. In het eerste lid van dat artikel staat dat de burgemeester is belast met het toezicht op de openbare bijeenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Het derde lid van dat artikel bepaalt dat de burgemeester belast is met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.

Omdat de burgemeester bevoegd is een aanvraag voor een evenementenvergunning te verlenen dan wel te weigeren, heeft de burgemeester ook de bevoegdheid om voor deze afweging beleidsregels op te stellen. De wettelijke grondslag hiervoor is staat in artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Naast de APV kunnen ook de Drank- en Horecawet, de Wegenverkeerswet, Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen en de Wet milieubeheer van toepassing zijn bij de organisatie van evenementen.

2.2.1Algemene Plaatselijke Verordening

De gemeente Beesel maakt gebruik van de Algemene plaatselijke verordening 2013 Gemeente Beesel zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 6 mei 2013 (inclusief wijzigingen). Deze verordening is het beheersinstrument waarin wij naast de landelijke wet- en regelgeving ook op lokaal niveau regelgeving vastleggen.

Op het toezicht op evenementen is afdeling 2 van de APV van toepassing. In artikel 2.2.1 staan de begripsomschrijvingen, in artikel 2.2.2 staan voorschriften inzake de vergunningplicht en in de artikelen 2.2.2a en 2.2.3 staan overige voorschriften en nadere regels. Naast afdeling 2 die specifiek gericht is op evenementen zijn onder andere ook de artikelen 4.1.2 (aanwijzing collectieve feestdagen) en 4.1.3 (incidentele festiviteiten) van toepassing zodra festiviteiten plaatsvinden in bestaande inrichtingen.

Uitvoering APV

Op basis van artikel 2.2.2 van de APV is het in beginsel verboden om zonder een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren of houden. De termijn voor het indienen van een aanvraag voor een evenementenvergunning is minimaal 8 weken voorafgaand aan de beoogde datum van het evenement. Een te laat ingediende vergunningaanvraag kan worden geweigerd (APV, art. 2.2.2, lid 6). De aan de vergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen mogen zich slechts strekken tot het beschermen van de belangen waarvoor de vergunning of ontheffing vereist is.

1. Meldings-, of vergunningplichtig

Ter vermindering van administratieve lasten geldt voor kleine evenementen een meldingsplicht in plaats van een vergunningplicht. Om voor alle evenementen een duidelijke situatie te realiseren zijn grenswaarden gesteld voor de meldingsplicht en vergunningplicht.

Meldingsplichtig evenement

Onder een meldingsplichtig evenement verstaan wij een evenement met maximaal 1000 bezoekers waarbij geen sprake is van alcoholgebruik of waarbij gematigd alcoholgebruik van ondergeschikt belang is. Of een evenement met maximaal 200 bezoekers indien wel sprake is van alcoholgebruik.

Opmerking: Voorbeelden van meldingsplichtige evenementen zijn buurtfeesten, optochten, concours hippique, waarbij mogelijk sprake is van achtergrondmuziek en de bezoekers en verkeersbewegingen slechts een beperkte invloed hebben op de omgeving. Bij onduidelijkheid over het criterium wel of niet ‘gematigd alcoholgebruik van ondergeschikt belang’ beoordeelt het bevoegd gezag of sprake is van een meldings- of vergunningplicht.

Vergunningplichtig evenement

Onder een vergunningplichtig evenement verstaan wij een evenement met meer dan 1000 bezoekers, of een evenement met meer dan 200 bezoekers waarbij sprake is van alcoholgebruik.

Behalve bovengenoemde criteria geldt ook voor een evenement behorend tot geluidscategorie 1 of 2 de vergunningplicht. Deze geluidscategorieën zijn uitgewerkt in paragraaf 3.4 van deze beleidsnotitie.

Voorbeelden van vergunningplichtige evenementen zijn grote sportevenementen, tentfeesten en overige evenementen waarbij de bezoekers, geluidsproductie en verkeersbewegingen van grote invloed zijn op de omgeving.

2. Evenementen in een Wm-inrichting (definitie Wet milieubeheer)

Voor evenementen die plaatsvinden binnen een Wm-inrichting gelden de algemene regels voor die inrichting zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer dan wel de voorschriften rechtstreeks geldend vanuit de omgevingsvergunning (geluidvoorschriften uitgezonderd).

Artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit regelt dat de reguliere geluidnormen voor een Wm-inrichting, zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit, niet van toepassing zijn op festiviteiten die in een gemeentelijke verordening zijn aangewezen, dan wel andere festiviteiten waarvan het aantal krachtens een gemeentelijke verordening is aangewezen. In de gemeente Beesel gelden hiervoor de artikelen 4.1.2 en 4.1.3 van de APV. Op basis van die artikelen hebben we regels voor collectieve en incidentele festiviteiten vastgelegd.

Collectieve festiviteiten:

Bij collectieve festiviteiten betreft het festiviteiten die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen verbonden zijn. In het Evenementenbeleid van 2004 en de herzieningen in 2008, 2011 en 2016 zijn in overleg met Horeca Nederland, afdeling Beesel en Reuver de volgende collectieve dagen aangewezen:

  • Oudjaar;

  • Nieuwjaar;

  • Carnavalszaterdag tot en met carnavalsdinsdag;

  • Koningsnacht;

  • Kermiszaterdag tot en met kermiswoensdag (geldend voor de kermissen in Beesel en Reuver);

  • 11 november.

Ook in dit nieuwe beleid blijven deze collectieve dagen gehandhaafd.

Incidentele festiviteiten:

Incidentele festiviteiten zijn festiviteiten die aan één of een klein aantal inrichtingen gebonden zijn. Het maximum aantal dagen waarop we binnen een Wm-inrichting een incidentele festiviteit toestaan hebben we in artikel 4.1.3 van de APV vastgesteld op 9 dagen per kalenderjaar.

Als een collectieve of incidentele festiviteit in zijn geheel past binnen de milieumelding dan wel omgevingsvergunning van de inrichting, is geen melding of vergunningaanvraag nodig voor die festiviteit. Als een organisator bij een incidentele festiviteit aanspraak wil maken op een verruiming van de geluidnormen van het Activiteitenbesluit, dan is voor die verruiming wél een melding noodzakelijk volgens artikel 4.1.3 van de APV.

Geluidnormen tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen Wm-inrichtingen:

Voor festiviteiten binnen inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer, geldt tijdens collectieve festiviteiten en incidentele festiviteiten (alleen in combinatie met een melding) een verruiming van de reguliere geluidnormen.

Zoals we hebben vastgesteld in ons geluidbeleid van 2018 (paragraaf 4.6) verruimen wij de geluidnormen voor LArLt (gemiddelde belasting) en LAmax (piekbelasting) van tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit met 20 decibel (hierna: dB) tijdens collectieve en incidentele activiteiten (zie bijlage 2: geluidnormen bij collectieve en incidentele festiviteiten in Wm-inrichtingen). Metingen en beoordelingen vinden in dit kader plaats conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.

Om alle type Wm-inrichtingen gelijk te stellen voor zover het geluid bij festiviteiten betreft, gelden tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen inrichtingen type C (vergunningplichtig) dezelfde geluidnormen als tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen inrichtingen type A en B (niet vergunningplichtig).

Opmerking: Met collectieve en incidentele festiviteiten binnen een Wm-inrichting bedoelen we een festiviteit binnen de inrichting die in zijn geheel past binnen de milieumelding of omgevingsvergunning. Zodra iemand bij een festiviteit extra voorzieningen treft bovenop de reguliere bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het plaatsen van een extra tent of geluidsinstallatie), is sprake van een evenement wat te allen tijde buiten de collectieve en incidentele festiviteiten valt. Voor die evenementen gelden de regels voor evenementen in de openbare ruimte en op privéterreinen.

Uitgezonderd bovengenoemde geluidnormen zijn voor collectieve en incidentele festiviteiten de regels zoals opgesteld in paragraaf 2.2.1 tot en met 2.2.5, en hoofdstuk 3 van deze beleidsnotitie van toepassing.

Eindtijden verruiming geluidnormen tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen Wm-inrichtingen:

De eindtijden voor de verruiming van de geluidnormen met 20 dB stellen we gelijk aan de eindtijden zoals voorgeschreven in paragraaf 3.4 voor evenementen. Dat wil zeggen dat de verruiming van de geluidnormen geldt tot 01:00 uur voor Wm-inrichtingen gelegen binnen de bebouwde kom en tot 01:30 uur voor Wm-inrichtingen gelegen buiten de bebouwde kom. Ter bescherming van omwonenden gelden na 01:00 dan wel 01:30 uur ’s nachts de reguliere geluidnormen voor inrichtingen conform het Activiteitenbesluit of de omgevingsvergunning.

3. Evenementen in de openbare ruimte en op privéterreinen

Evenementen in de openbare ruimte en op privéterreinen zijn alle georganiseerde evenementen die niet passen binnen de kaders van collectieve en incidentele festiviteiten.

Voor evenementen georganiseerd in de openbare ruimte of op een privéterrein gelden de regels zoals opgesteld in paragraaf 2.2.1 tot en met 2.2.5, en hoofdstuk 3 in deze beleidsnotitie.

2.2.2 Drank- en Horecawet

Artikel 35 van de Drank- en Horecawet biedt de burgemeester de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing voor het verstrekken van zwak alcoholische dranken bij evenementen. Voor alcoholhoudende dranken bij een evenement moet die ontheffing worden aangevraagd.

Meer informatie over een artikel 35 ontheffing in het kader van de Drank- en Horecawet staat op de website van de gemeente Beesel.

Jongeren en alcohol

Om de schadelijke gevolgen door overmatig alcoholgebruik bij jongeren te voorkomen is er een landelijke leeftijdsgrens van 18 jaar voor het gebruik van alcohol. Naast die leeftijdsgrens vinden we het belangrijk om samen met organiserende partijen van evenementen aanvullende maatregelen te treffen om overmatig alcoholgebruik onder jongeren te beperken. Om dat voor elkaar te krijgen gelden onderstaande maatregelen:

  • Een verbod op happy-hours tijdens evenementen;

  • Gedurende de aanvraagprocedure kan vooroverleg plaatsvinden tussen de organisatoren van het evenement en adviseurs voor de vergunningverlening (waaronder het GHOR). Een vast onderwerp tijdens dit vooroverleg is alcoholgebruik onder jongeren;

  • Als een evenement met als doelgroep jongeren voor de eerste keer wordt georganiseerd, wordt een medewerker van Vincent van Gogh verslavingspreventie uitgenodigd voor het vooroverleg. De medewerker informeert daarbij de organisator over verantwoorde alcoholverstrekking en mogelijke maatregelen;

  • De gemeente stelt een ID-swiper beschikbaar om bij de entree van het evenemententerrein de leeftijd van bezoekers te scannen;

  • Als bezoekers van een evenement niet onmiskenbaar 18 jaar of ouder zijn, kunnen organisatoren de gemeente benaderen voor polsbandjes ter aanduiding van de leeftijd van bezoekers;

  • De mogelijkheid tot het inzetten van mystery-shoppers.

2.2.3 Wegenverkeerswet 1994

Zoals vastgesteld in de Wegenverkeerswet 1994 zijn wegen in beginsel bedoeld voor verkeers-doeleinden voor openbaar verkeer. Naast verkeersdoeleinden moeten we de (openbare) weg in het belang van andere dan verkeersdoeleinden kunnen afsluiten bij bijzonder gebruik. Een evenement is zo’n bijzonder gebruik. Deze mogelijkheid tot wegafsluiting is gebaseerd op de Wegenverkeerswet 1994, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.

Afsluiten van wegen / omleidingen

Algemeen uitgangspunt is om wegafsluitingen en daaruit voortkomende omleidingsroutes en verkeersmaatregelen zoveel als mogelijk te voorkomen. Als een wegafsluiting voor een evenement toch noodzakelijk is, dan bepaalt het bevoegd gezag in samenspraak met de organisatie voor welke tijdsduur die wegafsluiting en maatregelen nodig zijn. Om nadelige gevolgen voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken, is ons uitgangspunt hierbij dat de tijdsduur van de wegafsluiting zo kort als mogelijk is.

Verkeersbesluit

Aan het afsluiten van wegen moet een verkeersbesluit ten grondslag liggen. Als uit de vergunningaanvraag of melding voor een evenement blijkt dat een verkeersbesluit nodig is, beoordelen we het aanvraag- of meldingsformulier voor dat evenement ook als aanvraagformulier voor het te nemen verkeersbesluit. Het te nemen verkeersbesluit is een op zichzelf staand besluit en maakt geen onderdeel uit van een mogelijke evenementenvergunning.

Als voor een evenement verkeers- en daaraan gerelateerde maatregelen noodzakelijk zijn, is de organisator verplicht een verkeersplan opstellen. Het verkeersplan bestaat uit een beschrijving en tekening die de noodzakelijke maatregelen inzichtelijk maken. De uitvoering van het verkeersplan en de daaruit voortkomende kosten (o.a. huren en plaatsen materieel zoals hekken, verkeersborden, inzet verkeersregelaars) zijn een verantwoordelijkheid van de organisator. Het bevoegd gezag houdt toezicht op de naleving van het verkeersplan en aanvullende vergunningvoorschriften.

Verkeersregelaar

Verkeersregelaars (*1) zijn verplicht bij activiteiten op de weg waarbij het verkeer geregeld moet worden voor de veiligheid van weggebruikers, deelnemers en bezoekers van een evenement, moet de organisator zorgen voor de aanwezigheid van voldoende verkeersregelaars (*1). Op basis van het verkeersplan in relatie tot het evenement wordt door het bevoegd gezag en de politie, in samenspraak met de organisatie, het minimale aantal verkeersregelaars vastgesteld.

*1: Verkeersregelaars ingezet tijdens evenementen zijn verkeersregelaars zoals bedoeld in de Regeling verkeersregelaars 2009.

Parkeren

De organisatie zorgt voor voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers van een evenement. Parkeergelegenheden, niet zijnde parkeerplaatsen op de openbare weg, maken onderdeel uit van het verkeersplan. Bij die parkeergelegenheden moeten medewerkers van de organisatie aanwezig zijn voor toezicht en het in juiste banen leiden van het parkeren. Het inrichten, de bewegwijzering, ordelijk verloop en toezicht van de parkeergelegenheid zijn een verantwoordelijkheid van de organisator.

2.2.4 Omgevingsvergunning brandveiligheid / Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

Zoals al beschreven in paragraaf 2.2.1.1 geldt ook voor het aspect brandveiligheid voor evenementen binnen een Wm-inrichting een andere benadering dan voor evenementen in de openbare ruimte of op privéterreinen.

1. Brandveiligheid bij evenementen in een Wm-inrichting (definitie Wet milieubeheer)

Als evenementen (festiviteiten) plaatsvinden binnen een Wm-inrichting zoals bedoeld in paragraaf 2.2.1 van deze beleidsnotitie, dan moet die inrichting voor wat betreft de aspecten bouwen en brandveiligheid voldoen aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving. De basis van die wet- en regelgeving staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). De Wabo stuurt het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) en het Bouwbesluit 2012 aan.

Bor

In artikel 2.2 van het Bor staat wanneer een vergunning nodig is voor brandveilig gebruik van een bouwwerk.

Bouwbesluit 2012

Paragraaf 1.7 van het Bouwbesluit 2012 regelt wanneer een gebruiksmelding vereist is.

De melding of vergunningaanvraag voor een evenement binnen een Wm-inrichting, sturen wij ter advisering toe aan de brandweer. De brandweer toetst de melding of vergunningaanvraag aan de geldende wet- en regelgeving, toetst of niet wordt afgeweken van de bestaande vergunning voor brandveilig gebruik of gebruiksmelding, en brengt een bindend advies uit aan het bevoegd gezag over het gebruik van het bouwwerk en de brandveiligheid.

Als uit een melding of vergunningaanvraag voor een evenement binnen een Wm-inrichting blijkt dat een vergunning voor brandveilig gebruik (art. 2.2 Bor) of gebruiksmelding (par. 1.7 Bouwbesluit 2012) ontbreekt, dan is de drijver van de inrichting alsnog verplicht een aanvraag voor die vergunning voor brandveilig gebruik of een gebruiksmelding in te dienen bij het bevoegd gezag.

2. Brandveiligheid bij evenementen in de openbare ruimte en op privéterreinen

Evenementen in de openbare ruimte of op een privéterrein moeten passen binnen de regels van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

De melding of vergunningaanvraag voor een evenement in de openbare ruimte of op een privéterrein sturen wij ter advisering toe aan de brandweer. De brandweer toetst de melding of vergunningaanvraag aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen en brengt een bindend advies uit aan het bevoegd gezag.

Als de brandweer voor de toetsing aanvullende gegevens nodig heeft neemt zij daarover contact op met de organisator van het betreffende evenement.

Voor de toetsing door de brandweer moet de melding of vergunningaanvraag voor een evenement minimaal bevatten:

  • Een situatieschets met noordpijl;

  • Een plattegrond met maat- of schaalaanduiding, opstelling van inventaris en inrichtingselementen;

  • De voor aanwezige personen (bezoekers en personeel/vrijwilligers) beschikbare netto vloeroppervlakte;

  • De gebruiksbestemming;

  • Brand- en rookwerende scheidingsconstructies;

  • Vluchtroutes en nooduitgangen met aanduiding van draairichting en de netto vrije doorgang (breedte);

  • Vluchtrouteaanduidingen en noodverlichting;

  • Brandblusvoorzieningen;

  • Brandweer ingang.

Naast bovengenoemde indieningsvereisten is bij een melding of vergunningaanvraag voor een evenement een bouwboek verplicht als sprake is van tijdelijke bouwwerken.

Evenementen in de risicoklassen B en C van de Veiligheidsregio Limburg-Noord toetst de brandweer op basis van de vergunningaanvraag of melding aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Als vanwege de aard en omvang van een evenement in risicoklasse A een advies gewenst is van de brandweer doet de gemeente een adviesverzoek aan de brandweer.

2.2.5 Wet milieubeheer

Op alle voorkomende evenementen, zowel binnen inrichtingen als in de openbare ruimte en op privéterreinen is de Wet milieubeheer rechtstreeks van toepassing.

Voor zover sprake is van evenementen binnen Wm-inrichtingen is in paragraaf 2.2.1 van deze beleidsnotitie al beschreven dat de voorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer dan wel de voorschriften rechtstreeks geldend vanuit de omgevingsvergunning van toepassing zijn. De enige uitzondering op deze wet- en regelgeving zijn de geluidnormen tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen Wm-inrichtingen zoals beschreven in paragraaf 2.2.1.1 van deze beleidsnotitie.

2.3 Wettelijke aansprakelijkheid

Door de impact van evenementen op hun omgeving neemt het risico van aansprakelijkheidsstelling toe voor zowel de gemeente als ook evenementenorganisatoren. Omdat het risico van aansprakelijkheidsstelling zich ook kan richten tot de organisator van een evenement, moet de organisator zich indekken tegen wettelijke aansprakelijkheid door het afsluiten van een WA-verzekering.

Hoofdstuk 3. Beperken van nadelige gevolgen

3.1 Algemeen

Naast het bieden van vermaak voor de doelgroepen van festiviteiten en evenementen kunnen ook nadelige gevolgen en gevaar ontstaan. Nadelige gevolgen kunnen vormen zijn van vervuiling, stank en geluid, daarnaast moet nadrukkelijk aandacht besteedt worden aan het aspect veiligheid. Enerzijds moet de veiligheid van bezoekers, deelnemers, vrijwilligers en personeel gewaarborgd zijn. Anderzijds moeten woningen, bedrijfspanden en voorzieningen in het kader van veiligheid altijd bereikbaar zijn voor hulpverlenende instanties (en indien van toepassing hun voertuigen).

3.2 Vervuiling

Het ontstaan van afval bij evenementen is niet te voorkomen. Om vervuiling zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken, is de organisator verplicht voldoende afvalbakken te plaatsen en deze zodra ze vol zijn te ledigen. Als criterium geldt dat op het evenemententerrein, op een loopafstand van maximaal 50 meter ten opzichte van ieder willekeurig punt, een afvalbak aanwezig is.

Na afloop van een evenement is de organisator verantwoordelijk voor het geheel schoon en ontruimd opleveren van het evenemententerrein en de directe omgeving daarvan tot op een afstand van 25 meter. Voor evenementen in de openbare ruimte geldt daarvoor een tijdsduur tot maximaal 3 dagen na afloop van het evenement, voor evenementen op privéterreinen tot maximaal 10 dagen na afloop van het evenement. Los van het schoon en ontruimd opleveren binnen 3 of 10 dagen na afloop van het evenement, geldt dat losliggend zwerfafval op en rondom het terrein al op de eerste dag wordt opgeruimd. Het afval wat daarbij vrijkomt moet gescheiden worden opgeslagen en afgevoerd en is voor rekening van de organisator.

Als een evenemententerrein in de openbare ruimte niet binnen de termijn van 3 dagen schoon en ontruimd is opgeleverd door de organisator, dan neemt het bevoegd gezag de uitvoering op zich. Daaruit voortkomende kosten brengen we in rekening bij de organisator.

Meerdaags evenement

Als een evenement langer duurt dan 1 dag, geldt dat de organisator elke avond na afloop van het evenement de directe omgeving, tot op een afstand van minimaal 25 meter van het evenementen-terrein opschoont. Dit om vervuiling van de openbare ruimte in de directe nabijheid van het evenement zoveel mogelijk te beperken.

3.3 Stank

Mogelijke stankoverlast door evenementen kan diverse oorzaken hebben zoals het bereiden van voedingsmiddelen, het zogenaamde wildplassen ten gevolge van een tekort aan toiletvoorzieningen

en de opslag van afval. Om de nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken gelden onderstaande regels.

1. Bereiden van voedingsmiddelen

Voedselbereiding bij evenementen vindt veelal bedrijfsmatig plaats in (mobiele) verkoopwagens door ondernemers, of op het evenemententerrein worden locaties ingericht voor voedselbereiding. Op deze mobiele verkoopwagens en tijdelijke locaties op of nabij evenemententerreinen, zijn de eisen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit niet van toepassing.

Om nadelige gevolgen toch te beperken is bij voedselbereiding van warm voedsel en/of snacks minimaal een afzuigventilatie vereist om vrijkomende dampen af te voeren. Daarnaast geldt dat het bevoegd gezag bij ontoelaatbare stankoverlast de organisator en/of de betreffende ondernemer kan verplichten zijn activiteiten te staken. De beoordeling van de mate van overlast tijdens een evenement wordt bepaald door het bevoegd gezag.

2. Toiletvoorzieningen

Ter voorkoming van wildplassen moeten bij evenementen voldoende toiletten aanwezig zijn. Omdat het minimum aantal toiletten bij evenementen niet in wet- en regelgeving is vastgelegd wordt aansluiting gezocht bij het advies van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (hierna: LCHV). Het LCHV stelt als norm minimaal 1 toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers op een maximale loopafstand van 150 meter met een ondergrens van minimaal 2 toiletten (1x dames en 1x heren). Als een melding of vergunningaanvraag voor een evenement daar aanleiding voor geeft kan het bevoegd gezag het gebruik van toiletwagens voorschrijven.

3. Opslag van afval

Voor het beperken van stankoverlast afkomstig van de opslag van afval moeten afvalcontainers afsluitbaar en dicht zijn. De afvalcontainers mogen niet zover gevuld worden dat sluiten niet meer mogelijk is.

3.4 Geluid

Vooruitlopend op veranderingen in landelijke wetgeving, zoals de ontwikkeling van de Omgevingswet, werken we niet meer met aangewezen evenementenlocaties maar maken we het mogelijk dat evenementen plaatsvinden in de hele gemeente Beesel. Om de organisatie van evenementen wel te kunnen reguleren geldt de meldings- en vergunningplicht zoals beschreven in paragraaf 2.2.1 van deze beleidsnotitie. Daarbij sturen we eerst op het veiligheidsaspect overeenkomstig de reguliere klasse indeling van de Veiligheidsregio Limburg-Noord.

Bovenop die klasse indeling gelden de geluidscategorieën van deze paragraaf. De organisator bepaalt bij de melding/vergunningaanvraag van zijn evenement welke geluidscategorie van toepassing is. Met het limiteren van het aantal evenementen per vastgestelde geluidscategorie voorkomen we dat we locaties onevenredig belasten met evenementen van eenzelfde categorie.

Gehoorschade

Voorafgaand aan het definiëren van de geluidscategorieën gaan we in op de kans op gehoorschade bij evenementen. Ter voorkoming van gehoorschade zoeken we aansluiting bij het derde convenant preventie gehoorschade versterkte muziek en bij het advies maximale geluidsniveaus voor muziekactiviteiten van het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (hierna: RIVM). Het convenant preventie gehoorschade versterkte muziek is gesloten door diverse partijen:

  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • Vereniging van EvenementenMakers (VVEM);

  • Vereniging Nederlandse Poppodia en –Festivals (VNPF);

  • Landelijke Kamer van Verenigingen;

  • NL Actief;

  • Nederlandse vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF);

  • Verantwoorde Feesten;

  • VeiligheidNL;

  • GGD GHOR Nederland.

Met als basis beide genoemde documenten gelden afhankelijk van de leeftijd van bezoekers de volgende maximaal toegestane geluidsniveau’s ter plaatse van het mengpaneel tijdens een evenement:

  • Bezoekers t/m 13 jaar: Leq maximaal 91 dB(A) gemeten over 15 minuten;

  • Bezoekers van 14 en 15 jaar: Leq maximaal 96 dB(A) gemeten over 15 minuten;

  • Bezoekers van 16 en 17 jaar: Leq maximaal 100 dB(A) gemeten over 15 minuten;

  • Bezoekers van 18 jaar en ouder: Leq maximaal 103 dB(A) gemeten over 15 minuten.

Indicatief voor de leeftijdskeuze is de benoemde doelgroep en/of de aanwezigheid van meer dan 50% van de benoemde doelgroep.

Voorbeeld: Als de bezoekers van een evenement voor meer dan 50% bestaat uit bezoekers van 18 jaar en ouder geldt het maximale geluidsniveau ter plaatse van het mengpaneel.

Om een duidelijke situatie te creëren die voor ieder evenement gelijk is, definiëren we in deze beleidsnotitie de term ‘ter plaatse van het mengpaneel’, ongeacht de feitelijke locatie van het mengpaneel, als volgt:

“Het referentiepunt voor geluidmetingen in het FoH-gebied, op een afstand van 25 meter recht tegenover het midden van het podium.”

Het FoH-gebied (voluit Front of House) is daarbij het gebied dat ligt voor het podium en voor de speakers. Als het FoH-gebied bij een evenement kleiner is dan 25 meter dan is referentiepunt voor geluidmetingen het einde van het FoH-gebied recht tegenover het midden van het podium.

Geluidscategorieën

Het vaststellen van de normen in de geluidscategorieën 1 tot en met 4 baseren we op een afweging van diverse belangen voor voorkomende evenementen (zie bijlage 4) en op basis van onderstaande documenten:

  • Locatie onderzoek en adviesrapportage van Bureau Geluid NL (zie bijlage 1);

  • Het derde convenant preventie gehoorschade versterkte muziek van diverse landelijk deelnemende organisaties;

  • Het advies maximale geluidsniveaus voor muziekactiviteiten van het RIVM;

  • De ISO-Recommendation R-1996.

Met het ingaan van deze beleidsnota Evenementen 2019, zijn de geluidnormen uit de geluidscategorieën 1 tot en met 4 rechtsreeks geldend vanuit deze nota. Daarmee zijn de dB(C)-normen voor evenementen, zoals opgenomen in bijlage H van het geluidbeleid gemeente Beesel (2018), niet meer van toepassing.

1. Evenementen geluidscategorie 1

Algemene beschrijving

Vergunningplichtig evenement met een (boven-)regionale uitstraling, gelijktijdig hoge bezoekersaantallen en een gewenst hoog geluidsniveau gericht op de muzikale beleving van bezoekers.

Aantal evenementen

  • Maximaal 3 evenementen in de hele gemeente per kalenderjaar;

  • Maximaal 1 evenement per locatie, per kalenderjaar met de volgende voorwaarden:

    • a)

      Een maximale duur van 2 aaneengesloten dagen.

    • b)

      Geen evenement binnen 11 dagen direct voorafgaand of direct na afloop van een ander evenement van geluidscategorie 1 of 2.

Geluidsniveau

Het maximaal toelaatbare geluidsniveau is een langtijdgemiddelde (LArLt) van 95 dB(A) en 110 dB(C). Deze waarde wordt gemeten op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object zonder dat daarbij meetcorrecties worden toegepast. De exacte meetvoorschriften staan in het adviesrapport van Bureau Geluid NL (zie bijlage 1).

Naast het vastgestelde geluidsniveau geldt een verplichting tot continu meten van het geluidsniveau door de organisator van het evenement bij maatgevende geluidgevoelige bestemmingen. De continu metingen moeten direct zichtbaar zijn bij de Front of House-technicus (FOH) zodat voor de organisatie de mogelijkheid ontstaat om direct maatregelen te treffen bij het overschrijden van het maximale geluidsniveau.

Advies: Afhankelijk van de muzieksoort adviseren we het toepassen van een cardioïde opstelling waarbij sub-baskasten zijn toegepast in een 1-op-1 opstelling. Op die manier kan het geluid beter worden gestuurd zodat enerzijds de beleving op het evenemententerrein naar wens is van de organisatie en bezoekers, en anderzijds is het geluid buiten het evenemententerrein van een lager niveau dan bij het niet toepassen van een cardioïde opstelling. Los van dit advies is het voldoen aan het maximale geluidsniveau een verplichting, op welke wijze hij daaraan voldoet is een afweging voor de organisator. Wil de organisator een hoger geluidsniveau op zijn evenemententerrein dan kan hij kiezen voor een duurdere maar ‘stuurbare’ geluidsinstallatie. Kiest een organisator vanwege mogelijk financieel oogpunt niet voor een cardioïde opstelling, dan zorgt hij op een andere manier dat hij voldoet aan het maximaal toelaatbare geluidsniveau.

Aanvangstijd

Ter voorkoming van versterkt geluid met een hoog niveau dat zich uitstrekt over een tijdsperiode van langer dan 5 uur, geldt een aanvangstijd vanaf 20:00u voor versterkte muziek met een geluidsniveau zoals vastgesteld voor geluidscategorie 1.

Eindtijden

Voor het bevorderen van een gefaseerde uitloop van bezoekers gelden aparte eindtijden voor einde versterkt geluid, einde drankverstrekking en eindtijd gehele evenement.

  • Eindtijd versterkt geluid: 1.00 uur;

  • Eindtijd drankverstrekking: 1.30 uur;

  • Eindtijd gehele evenement: 2.00 uur.

2. Evenementen geluidscategorie 2

Algemene beschrijving

Vergunningplichtig evenement met een (boven-)regionale uitstraling, gelijktijdig hoge bezoekersaantallen en een gewenst hoog geluidsniveau gericht op het ten gehore brengen van versterkte muziek.

Aantal evenementen

  • Carnaval, maximaal 1 keer per kalenderjaar met een maximale duur van 5 aaneengesloten dagen;

  • Kermis, maximaal 1 keer per kalenderjaar met een maximale duur van 5 aaneengesloten dagen;

  • Maximaal 2 overige evenementen per locatie, per kalenderjaar met de volgende voorwaarden:

    • a)

      Een maximale duur van 3 aaneengesloten dagen.

    • b)

      Niet binnen 11 dagen direct voorafgaand of direct na afloop van een ander evenement van geluidscategorie 1 of 2.

Geluidsniveau

Het maximaal toelaatbare geluidsniveau is een langtijdgemiddelde (LArLt) van 80 dB(A) en 95 dB(C). Deze waarde wordt gemeten op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object zonder dat daarbij meetcorrecties worden toegepast. De exacte meetvoorschriften staan in het adviesrapport van Bureau Geluid NL (zie bijlage 1).

Eindtijden

Voor het bevorderen van een gefaseerde uitloop van bezoekers gelden aparte eindtijden voor einde versterkt geluid, einde drankverstrekking en eindtijd gehele evenement. Daarnaast maken we, rekening houdend met de ligging en daarmee samenhangende uitstraling naar de omgeving, een verschil in eindtijden voor evenementen binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De geldende bestemmingsplannen zijn maatgevend voor de bepaling of een locatie binnen of buiten de bebouwde kom ligt.

Binnen bebouwde kom:

  • Eindtijd versterkt geluid: 1.00 uur;

  • Eindtijd drankverstrekking: 1.30 uur;

  • Eindtijd gehele evenement: 2.00 uur.

Buiten bebouwde kom:

  • Eindtijd versterkt geluid: 1.30 uur;

  • Eindtijd drankverstrekking: 2.00 uur;

  • Eindtijd gehele evenement: 2.30 uur.

3. Evenementen geluidscategorie 3

Algemene beschrijving

Vergunningplichtig of meldingplichtig evenement (conform paragraaf 2.2.1) met gelijktijdig enkele honderden gegroepeerd aanwezige bezoekers en een gewenst gemiddeld geluidsniveau waarbij het ten gehore brengen van versterkte muziek mogelijk is.

Aantal evenementen

  • Maximaal 2 evenementen per locatie, per kalenderjaar met de volgende voorwaarden:

    • a)

      Een maximale duur van 5 aaneengesloten dagen.

    • b)

      Niet binnen 11 dagen direct voorafgaand of direct na afloop van een ander evenement op dezelfde locatie.

  • Ongelimiteerd aantal evenementen met de volgende voorwaarden:

    • a)

      Een maximale duur van 2 aaneengesloten dagen.

    • b)

      Niet binnen 11 dagen direct voorafgaand of direct na afloop van een ander evenement op dezelfde locatie.

Geluidsniveau

Het maximaal toelaatbare geluidsniveau is een langtijdgemiddelde (LArLt) van 75 dB(A) en 90 dB(C). Deze waarde wordt gemeten op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object zonder dat daarbij meetcorrecties worden toegepast. De exacte meetvoorschriften staan in het adviesrapport van Bureau Geluid NL (zie bijlage 1).

Eindtijden

Voor het bevorderen van een gefaseerde uitloop van bezoekers gelden aparte eindtijden voor einde versterkt geluid, einde drankverstrekking en eindtijd gehele evenement. Voor evenementen binnen en buiten de bebouwde kom gelden dezelfde eindtijden.

  • Eindtijd versterkt geluid: 0.00 uur;

  • Eindtijd drankverstrekking: 0.30 uur;

  • Eindtijd gehele evenement: 1.00 uur.

4. Evenementen geluidscategorie 4

Algemene beschrijving

Meldingplichtig evenement met gelijktijdig een gering aantal bezoekers en een gewenst gemiddeld geluidsniveau voor sfeer-, of achtergrondmuziek. Evenementen behorende tot geluidscategorie 4 zijn (kleinschalige) activiteiten welke uitsluitend wijk-, buurt-, of straatgebonden zijn.

Aantal evenementen

  • Ongelimiteerd aantal evenementen met de volgende voorwaarden:

    • a)

      Een maximale duur van 1 dag.

    • b)

      Niet binnen 11 dagen direct voorafgaand of direct na afloop een ander evenement op dezelfde locatie.

Geluidsniveau

Het maximaal toelaatbare geluidsniveau is een langtijdgemiddelde (LArLt) van 70 dB(A) en 85 dB(C). Deze waarde wordt gemeten op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object zonder dat daarbij meetcorrecties worden toegepast. De exacte meetvoorschriften staan in het adviesrapport van Bureau Geluid NL (zie bijlage 1).

Eindtijden

Omdat evenementen behorende tot geluidscategorie 4 bestaan uit een gering aantal bezoekers en een wijk-, buurt-, of straatgebonden karakter hebben, is het realiseren van een gefaseerde uitloop geen vereiste en geldt slechts een eindtijd voor versterkt geluid.

  • Eindtijd versterkt geluid: 0.00 uur.

Opmerkingen:

1) Voorzover sprake is van aanvangs-, en eindtijden geldt dat we evenementen die in de nachtperiode om 0:00u overgaan van datum beoordelen als een evenement op 1 dag.

2) Ter verduidelijking van de geluidscategorieën 1 tot en met 4 hebben we in de bijlagen (zie bijlage 3) in tabelvorm de regels uitgewerkt.

5. Terugkerende evenementen

Vanwege het maximaal toegestane aantal evenementen in bovenstaande geluidscategorieën, kan zich de situatie voordoen dat voor een locatie meer vergunningaanvragen dan wel meldingen worden gedaan voor een evenement dan een geluidscategorie toestaat. In die situatie bepaalt het bevoegd gezag, op basis van een belangenafweging, welk van de aangevraagde dan wel gemelde evenementen de voorkeur krijgt.

6. Uitzonderingen

Naast bovenstaande geluidscategorieën met ieder hun eigen voorschriften gelden enkele uitzonderingen:

  • Eénmaal per 7 jaar vindt in Beesel het evenement Draaksteken plaats. Dit 7-jaarlijkse evenement en de direct aan het draaksteken verbonden side-events, zijn een extra evenement bovenop de maximale aantallen zoals beschreven in de geluidscategorieën 1 t/m 4. De maximale geluidsnormen voor het Draaksteken zelf stellen we gelijk aan geluidscategorie 1, geluidsnormen voor de side-events stellen we gelijk aan geluidscategorie 2;

  • Op het plein Bösdael staan we geen evenementen toe met versterkte muziek behorende tot geluidscategorie 1 en 2. Evenementen die we daar wel toestaan hebben een uiterlijke eindtijd van 22:00u. Dit met als reden de zorgappartementen en groepswoningen voor ruime aantallen ‘kwetsbare’ mensen die dagelijks verzorging en verpleging nodig hebben;

  • Voor een mogelijke vergunningplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming naast een evenementenvergunning of -,melding verwijzen we naar het daartoe bevoegde gezag, zijnde de Provincie Limburg. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming kan leiden tot strengere eisen dan deze beleidsnota voor evenementen.

  • In de omgevingsverordening Limburg zijn stiltegebieden vastgelegd met diverse verbodsbepalingen waaronder: verbod aanwezigheid motorvoertuigen en bromfietsen buiten openstaande wegen en terreinen, verbod toertocht motorvoertuigen en bromfietsen, verbod motorisch aangedreven werktuigen, omroepinstallaties, modelvliegtuigen, muziekinstrumenten en andere geluidsapparaten al dan niet gekoppeld aan versterkers, e.d.

    In relatie tot de omgevingsverordening Limburg overbodig, maar volledigheidshalve benoemen we dat het in stiltegebieden verboden is om een evenement te organiseren zonder dat de Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg daarvoor ontheffing verlenen;

  • Alleen als zich een bijzondere omstandigheid voordoet bestaat de mogelijkheid een extra evenement toe te staan. Het bevoegd gezag beslist in dat geval of de bijzondere omstandigheid van dien aard is om medewerking te verlenen aan een extra evenement.

3.5 Opbouwen en afbreken

Om nadelige gevolgen van het opbouwen en afbreken van evenementterreinen te beperken stellen we daar eisen aan. Vanwege het openbare karakter gelden daarbij voor locaties in de openbare ruimte andere eisen dan voor locaties op privéterreinen.

Openbare ruimte

  • Het opbouwen van een evenemententerrein in de openbare ruimte begint maximaal 5 dagen voorafgaand aan het evenement. Het afbreken van een evenemententerrein in de openbare ruimte duurt tot maximaal 3 dagen na afloop van het evenement.

  • Opbouw-, en/of afbreekwerkzaamheden vinden alleen plaats tussen 8:00 uur ’s ochtends en 22:00 uur ‘s avonds.

  • Het afsluiten van wegen tijdens opbouw-, en/of afbreekwerkzaamheden staan we in beginsel niet toe. Wegafsluitingen mogen alleen als dat noodzakelijk is in verband met de (verkeers)veiligheid en als het bevoegd gezag daar toestemming voor geeft.

Privéterreinen

  • Het opbouwen van een evenemententerrein op privéterreinen begint maximaal 10 dagen voorafgaand aan het evenement. Het afbreken van een evenemententerrein privéterreinen duurt tot maximaal 10 dagen na afloop van het evenement.

  • Opbouw-, en/of afbreekwerkzaamheden vinden alleen plaats tussen 7:00 uur ’s ochtends en 22:00 uur ‘s avonds.

  • Het afsluiten van wegen tijdens opbouw-, en/of afbreekwerkzaamheden staan we in beginsel niet toe. Wegafsluitingen mogen alleen als dat noodzakelijk is in verband met de (verkeers)veiligheid en als het bevoegd gezag daar toestemming voor geeft.

3.6 Soundcheck

Soundchecks staan we toe met als primaire doel het inregelen van het geluid op de evenementenlocatie zelf en met als secundaire doel ter controle van de hoogte van de geluidsproductie op de omgeving.

Het uitvoeren van soundchecks voldoet aan de volgende punten:

  • Soundchecks vinden plaats op de dag van het evenement zelf of in overleg met het bevoegd gezag de dag voorafgaand aan het evenement;

  • Soundchecks duren maximaal 30 minuten;

  • Soundchecks uitvoeren mag alleen tussen 12:00 uur en 21:00 uur.

3.7 Veiligheid

Omdat ieder evenement een op zichzelf staande activiteit is beoordelen we het aspect veiligheid per evenement op basis van de vergunningaanvraag of melding. Voor die beoordeling sluiten we aan bij het regionaal evenementenbeleid van de Veiligheidsregio Limburg-Noord.

Voorafgaand aan vergunningplichtige evenementen vindt overleg plaats met de Veiligheidsregio, politie en de organisator. Bij overige evenementen is zo’n overleg afhankelijk van de aard en omvang van het evenement.

Onderwerpen die voor ieder evenement aan de orde komen binnen het aspect veiligheid zijn:

  • Wel of niet omheinen van het evenemententerrein;

  • Hoeveelheid, afmeting en vrijhouden van nooduitgangen;

  • Maximaal toelaatbare bezoekers en personeel (totaal aantal personen) in relatie tot vrije vloeroppervlakte en aanwezige vluchtmogelijkheden;

  • Hoeveelheid en keuring van blusmiddelen;

  • Vrijhouden van bluswatervoorzieningen voor brandweer;

  • Realiseren en vrijhouden aanrijroutes voor hulpdiensten (voor brandweer vrije doorgang conform Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen);

  • Toepassen van special-effects (bijvoorbeeld: vlammenwerper, vuurwerk);

  • Voldoende inzet en zichtbaarheid van personeel door de organisatie voor het houden van toezicht;

  • Voldoende inzet EHBO;

  • Voldoende inzet en zichtbaarheid van gecertificeerde beveiligers (*2), de politie heeft hierin een adviserende rol;

  • Het toepassen van barriërs voor het (muziek)podium.

*2: Een gecertificeerde beveiliger voldoet aan de vakbekwaamheids-, en betrouwbaarheidseisen conform de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr).

3.8 Duurzaamheid

Duurzaamheid is een breed begrip wat ook het organiseren van evenementen raakt, deze beleidsnotitie is echter gericht op de evenementen zelf. Het aspect duurzaamheid is daarbij een belangrijk maar wel zijdelings aandachtspunt. Omdat de gemeente Beesel waarde hecht aan het onderwerp duurzaamheid stelden we daarvoor op 25 maart 2019 de Duurzaamheidsvisie 2019-2030 Focus, lef en draakkracht vast.

Alle evenementen moeten passen binnen de Duurzaamheidsvisie en de nadere beleidsmatige uitwerking daarvan.

3.9 Reclame

Om een evenement onder de aandacht te brengen is het voor organisatoren van belang reclame te mogen maken. Om een overvloed aan reclame-uitingen te voorkomen gelden de volgende regels:

  • Voor het plaatsen van reclame-uitingen zoals sandwichborden, banners en spandoeken geldt een vergunningplicht krachtens artikel 4.7.2 van de APV. De vergunningaanvraag of melding voor een evenement kan worden gebruikt voor het aanvragen van een vergunning voor het plaatsen van reclame voor dat evenement;

  • Het plaatsen van reclame staan we in beginsel alleen toe binnen de bebouwde kom. Uitgezonderd reclame op de ‘lichtkrant’ en reclameborden van RBL. Daarnaast mag alleen voor het Draaksteken en het OLS reclame gemaakt worden buiten de bebouwde kom;

  • Het plaatsen van evenementenreclame staan we alleen toe voor evenementen die plaatsvinden binnen de gemeente Beesel;

  • Het maximaal aantal te plaatsen sandwichborden is 20 stuks;

  • Het maximaal aantal te plaatsen banners en spandoeken is 4 stuks, afmeting en plaatsing in overleg met het bevoegd gezag;

  • Reclame plaatsen staan we toe tot maximaal 3 weken voorafgaand aan het evenement;

  • Reclame mag geen gevaar opleveren voor de (verkeers)veiligheid.

3.10 Informeren omgeving

De organisator van een evenement informeert omwonenden en ondernemers over mogelijk nadelige gevolgen van zijn evenement. Daarbij licht hij minimaal de volgende onderwerpen toe:

  • Aard en omvang van het evenement;

  • De duur van het evenement;

  • Tijden voor opbouwen en afbreken;

  • Tijdstip soundcheck;

  • Telefoonnummer waarop de organisator bereikbaar is voor meldingen tijdens het evenement.

Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving

4.1 Algemeen

Ter controle van regels en voorschriften voor evenementen en het beperken van nadelige gevolgen is het bevoegd gezag belast met toezicht en handhaving. De organisator van een evenement is verplicht de toezichthouder van het bevoegd gezag alle medewerking te verlenen bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Van groot belang naast toezicht en handhaving is een duidelijke communicatie met de organisator en overige betrokken partijen (zoals politie, brandweer en veiligheidsregio) voorafgaand aan het evenement.

De inzet van toezicht is afhankelijk van de aard en omvang van een evenement en is in hoofdzaak gericht op veiligheid, eindtijden en geluidsnormen. Vanzelfsprekend geldt dat naarmate de gevolgen voor de omgeving toenemen de inzet van toezicht ook toeneemt. Bij evenementen met grote bezoekersaantallen plannen we voorafgaand aan het evenement een opleveringscontrole, daarbij letten we hoofdzakelijk op de (brand)veiligheid en vluchtmogelijkheden voor bezoekers.

4.2 Protocol geluid

Voor het aspect geluid geldt een vastliggend protocol waarbij we per geluidscategorie hebben vastgesteld op welke manier we toezicht houden en op welke manier we handhavend optreden als daar aanleiding voor is. Dit protocol maken we voorafgaand aan een evenement actief kenbaar aan de organisator zodat hij bekend is met de gevolgen van mogelijke overschrijdingen van de geluidnormen.

Voor alle geluidscategorieën geldt dat we bij het overschrijden van de geluidnormen handhavend optreden. Voor een gelijke behandeling van alle verschillende organisatoren geldt een vastliggend stappenplan per geluidscategorie. In dat stappenplan hebben we voor iedere geluidscategorie het aantal geluidmetingen en de te nemen vervolgstappen bij overtredingen vastgelegd. Geluidmetingen worden uitgevoerd conform de meetvoorschriften zoals opgenomen in het adviesrapport van Bureau Geluid NL.

Geluidscategorie 1

Per evenement in geluidscategorie 1 worden altijd vier geluidmetingen uitgevoerd.

Geluidscategorie 2

Per evenement in geluidscategorie 2 worden maximaal vier geluidmetingen uitgevoerd.

Geluidscategorie 3 en 4

Bij evenementen in de geluidscategorieën 3 en 4 worden steekproefsgewijs geluidmetingen uitgevoerd.

Stappenplan bij overschrijden geluidnormen

Als tijdens geluidmetingen bij evenementen overschrijdingen van de geluidnormen (dB(A) en/of dB(C)) worden geconstateerd treedt onderstaand stappenplan in werking:

  • Eerste overschrijding geluidnorm

    We stellen de organisator direct na de geluidmeting in kennis van de overschrijding met het verzoek het geluidsniveau terug te brengen binnen de vergunde normen (dB(A) en dB(C)). Gelijktijdig met het verzoek leggen we een preventieve last onder dwangsom op aan de organisator ter hoogte van:

    • €500 voor de eerstvolgende (tweede) overschrijding van de geluidnormen tijdens hetzelfde evenement;

    • €1500 bovenop de eerdere €500 voor de daaropvolgende (derde) overschrijding van de geluidnormen tijdens hetzelfde evenement;

    • €2500 bovenop de eerdere €500 en €1500 voor de daaropvolgende (vierde) overschrijding van de geluidnormen tijdens hetzelfde evenement.

  • Tweede overschrijding geluidnorm (kan op dezelfde avond / dag)

    We stellen de organisator direct na de geluidmeting in kennis van de tweede overschrijding met het verzoek het geluidsniveau terug te brengen binnen de geldende normen. Gelijktijdig met het verzoek verbeurt de organisator de eerder opgelegde preventieve last onder dwangsom van €500, naar aanleiding van de eerste overschrijding.

  • Derde overschrijding geluidnorm

    We stellen de organisator direct na de geluidmeting in kennis van de derde overschrijding met het verzoek het geluidsniveau terug te brengen binnen de geldende normen. Gelijktijdig met het verzoek verbeurt de organisator de eerder opgelegde preventieve last onder dwangsom van €1500, naar aanleiding van de eerste overschrijding.

  • Vierde overschrijding geluidnorm

    We stellen de organisator direct na de geluidmeting in kennis van de vierde overschrijding met het verzoek het geluidsniveau terug te brengen binnen de geldende normen. Gelijktijdig met het verzoek verbeurt de organisator de eerder opgelegde preventieve last onder dwangsom van €2500, naar aanleiding van de eerste overschrijding.

Omdat de last onder dwangsom van €500 + €1500 + €2500 blijkbaar onvoldoende prikkel is geweest om aan de geldende geluidnormen te voldoen, weigert het bevoegd gezag nieuwe vergunningaanvragen voor een evenement van dezelfde organisator. Die weigering geldt tot een door het bevoegd gezag te bepalen moment. Het weigeren van vergunningaanvragen is na vier overschrijdingen van de geluidnorm de laatste overgebleven mogelijkheid om omwonenden te beschermen tegen geluidsoverlast.

Als het bevoegd gezag op basis van een belangenafweging besluit om een vergunningaanvraag voor een volgend evenement van dezelfde organisator na vier overschrijdingen niet te weigeren, kan dit enkel op basis van zwaarwegende redenen van algemeen of maatschappelijk belang. Die zwaarwegende redenen moeten in dat geval voldoende gemotiveerd worden in de belangenafweging. Als het bevoegd gezag besluit om de aanvraag voor een volgend evenement niet te weigeren, worden de dwangsombedragen uit het stappenplan verdubbeld voor het eerstvolgende evenement.

Opmerking: Rekening houdend met een nauwkeurigheidsmarge van ± 1dB, treden we bij kleine overschrijdingen (tot 1 dB) niet handhavend op.

4.3 Overgangsfase

De uitvoering van het nieuwe evenementenbeleid biedt enerzijds meer ruimte voor het organiseren van evenementen. Anderzijds levert het ook een aantal beperkingen en strenge toezicht-, en handhavingsmaatregelen op waarmee we omwonenden in de toekomst beter beschermen. Onze verwachting is dat de uitvoering van deze Beleidsnota Evenementen 2019 bijdraagt aan een goede balans tussen de mogelijkheden voor evenementen en de leefbaarheid in de omgeving.

Na het van kracht worden van deze beleidsnotitie ontstaat een overgangsperiode waarbij meldingen voor evenementen zijn gedaan, en evenementenvergunningen zijn aangevraagd dan wel verleend binnen de werkingssfeer van de vorige beleidsnotitie, maar die nog niet hebben plaatsgevonden.

Als blijkt dat het bestaande beleid (1 maart 2016) ruimere regels en voorschriften bevat dan deze nieuwe beleidsnotitie (juni 2019), dan blijven die ruimere regels en voorschriften van kracht op basis van het moment van de vergunningaanvraag in relatie tot de rechten die het bestaande beleid op dat moment gaf.

Als blijkt dat deze nieuwe beleidsnotitie ruimere regels en voorschriften bevat dan het bestaande beleid (1 maart 2016), dan worden die ruimere regels en voorschriften direct van kracht op basis van de ruimte die het nieuwe beleid biedt.

Ondertekening