Beleidsregels giften en schadevergoedingen Participatiewet gemeente Noordoostpolder

Geldend van 17-07-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels giften en schadevergoedingen Participatiewet gemeente Noordoostpolder

Het college van burgemeester en wethouders;

overwegende dat vanwege het minimumbehoeftekarakter van de bijstand het buiten beschouwen laten van ontvangen giften en schadevergoedingen niet onbeperkt kan zijn, waardoor het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de wijze waarop de gemeente Noordoostpolder omgaat met de mogelijkheden die de Participatiewet biedt

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 31, tweede lid en onderdeel s van de Participatiewet

Besluit tot vaststelling van de volgende beleidsregels: ‘Beleidsregels giften en schadevergoedingen Participatiewet gemeente Noordoostpolder’.

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In deze beleidsregels worden dezelfde begripsbepalingen gebruikt als in de Algemene wet bestuursrecht en Participatiewet, tenzij anders vermeld.

  • 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      de wet: de Participatiewet;

    • b.

      in natura: de verstrekking van producten of diensten zonder tussenkomst van geld;

    • c.

      gift: een in contant geld, via een bancaire overschrijving of in natura ontvangen bijdrage, product of dienst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon met een onverplicht karakter;

    • d.

      schadevergoeding: een vergoeding voor geleden materiële en immateriële schade.

Artikel 2 Volledige vrijlating giften

  • 1. Een gift wordt buiten beschouwing gelaten als de belanghebbende zonder die gift aanspraak had kunnen maken op bijzondere bijstand op grond van de wet of op een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 2. Giften in natura door de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank, een godsdienstige instelling of soortgelijke charitatieve instelling worden buiten beschouwing gelaten voor zover die giften naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn en gelet op de omstandigheden van de belanghebbende en diens gezin noodzakelijk zijn.

Artikel 3 Gedeeltelijke vrijlating giften

  • 1. Een of meerdere giften die in de loop van een kalenderjaar worden ontvangen worden buiten beschouwing gelaten voor zover de gift of de som van de giften in het kalenderjaar niet hoger is dan het bedrag zoals genoemd in artikel 31, tweede lid en onderdeel m van de wet. Het meerdere is een middel.

  • 2. In het geval een natuurlijk persoon of een rechtspersoon voor belanghebbende een betaling verricht die tot de kosten van levensonderhoud worden gerekend, is het een gift voor zover er wordt voldaan aan het bepaalde in het eerste lid.

  • 3. Op basis van de individuele situatie kan het meerdere, zoals bedoeld in het eerste lid, alsnog volledig of gedeeltelijk buiten beschouwing worden gelaten zolang het verenigbaar blijft met wat op bijstandsniveau gebruikelijk is. Het is aan de belanghebbende om dit aan te tonen.

Artikel 4 Vaststellen van de waarde van giften in natura

Giften in natura worden omgerekend naar de geldelijke waarde in het economisch verkeer.

Artikel 5 Schadevergoeding

  • 1. Bij ontvangst van een schadevergoeding wordt vastgesteld uit welke componenten de vergoeding bestaat. Hiervoor worden documenten opgevraagd zoals de vaststellingsovereenkomst, schadeopstelling of verzekeringsopgave.

    • a.

      Materiële schade is alle aantoonbare financiële schade na een gebeurtenis die direct in geld kan worden uitgedrukt. Het gaat dan om schade van eigendommen, gemaakte kosten of misgelopen inkomsten.

    • b.

      Immateriële schade is schade die veroorzaakt is door verdriet, leed, smart, gederfde levensvreugde of geestelijk gemis. Deze schade is niet direct in geld uit te drukken. In het geval van niet-blijvende schade heeft het betrekking op de herstelperiode. Bij blijvende schade is het bedoeld voor het resterend leven met blijvende beperkingen.

    • c.

      Wettelijke rente is een vergoeding vanwege vertraging in de betaling van een geldsom.

  • 2. De aanspraak op een schadevergoeding ontstaat zodra er sprake is van een juridisch afdwingbaar recht op een schadevergoeding, ook als de vergoeding pas later wordt vastgesteld of uitbetaald. Voor letselschade geldt als uitgangspunt dat de aanspraak ontstaat op de datum van het ongeval. Voor de vaststelling van het recht op bijstand wordt de schadevergoeding als middel aangemerkt vanaf het moment waarop (een deel van) de schadevergoeding wordt uitbetaald en de belanghebbende daarover kan beschikken. Als de schadevergoeding (of een deel ervan) betrekking heeft op een periode waarover bijstand is verleend, kunnen de kosten van bijstand over die periode worden teruggevorderd.

  • 3. De schadevergoeding wordt als volgt beoordeeld:

    • a.

      Een vergoeding voor het verlies van verdienvermogen is inkomen als het betrekking heeft op een periode waarover bijstand is verleend. Het deel van de vergoeding dat betrekking heeft op een periode waarover geen bijstand is verleend, is vermogen.

    • b.

      Een vergoeding voor schade aan eigendommen, gemaakte kosten of redelijkerwijs nog te maken kosten is in beginsel vermogen. Het blijft volledig buiten beschouwing als het redelijkerwijs wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade of het voldoen van de gemaakte of nog te maken kosten.

    • c.

      Een vergoeding voor blijvend letsel is in beginsel vermogen. De vergoeding wordt op basis van de resterende statistische levensverwachting omgerekend naar een maandbedrag. Tot en met een maandbedrag van € 125,00 wordt in ieder geval buiten beschouwing gelaten.

    • d.

      Een vergoeding voor niet-blijvend letsel is in beginsel vermogen. Een derde deel van de vergoeding blijft in ieder geval buiten beschouwing.

    • e.

      Wettelijke rente is inkomen uit vermogen in de maand van ontvangst.

  • 4. Van het derde lid kan worden afgeweken als dit in het voordeel van de belanghebbende is en het vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord blijft. Het is dan aan de belanghebbende om de feiten en omstandigheden van de individuele situatie aannemelijk te maken.

  • 5. De resterende levensverwachting wordt vastgesteld met behulp van de actuele overlevingstabellen (StatLine) van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De uitkomst wordt omgerekend naar hele maanden en naar boven afgerond.

  • 6. Een eerder vrijgelaten deel van de schadevergoeding wordt bij een nieuwe uitkeringsperiode alleen opnieuw vrijgelaten als dit nog feitelijk aanwezig en herleidbaar is. Belanghebbende moet dit aantonen met concrete gegevens.

Artikel 6 Inlichtingen- en administratieplicht

  • 1. Het is aan de belanghebbende om zelf bij te houden wanneer giften zijn ontvangen en het grensbedrag zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid is bereikt. Zodra dit grensbedrag is bereikt of wordt overschreden moet het worden gemeld.

  • 2. Zodra er aanspraak op een schadevergoeding wordt gemaakt, moet de belanghebbende dit melden. Hetzelfde geldt ook voor de tussentijdse ontwikkelingen en de afwikkeling van de schadevergoeding.

  • 3. De belanghebbende is verplicht om controleerbare bewijzen van de giften en schadevergoedingen te bewaren en daarin op verzoek inzage te geven of daarvan kopieën te verstrekken. In het geval belanghebbende niet kan aantonen dat een gift of een schadevergoeding aan de voorwaarden van volledige of gedeeltelijke vrijlating voldoet, is het een middel.

  • 4. Een melding wordt binnen 7 kalenderdagen schriftelijk ingediend.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de bekendmaking.

Artikel 8 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels giften en schadevergoedingen Participatiewet gemeente Noordoostpolder’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in zijn vergadering van 1 februari 2022.

De secretaris,

De burgemeester

Toelichting

Artikel 1Begripsbepalingen

Geen verdere toelichting.

Artikel 2Volledige vrijlating giften

Het gaat om een doelgerichte gift. Hiermee wordt beoogd om te voorzien in een specifiek product of een specifieke dienst. Als de gift in geld wordt verstrekt, is het geld enkel te besteden aan het product of de dienst.

Lid 1

Of een gift in het kader van het bepaalde in dit onderdeel buiten beschouwing wordt gelaten is volledig afhankelijk van de specifieke individuele situatie. Niet het product of de dienst op zichzelf bepaalt of de gift buiten beschouwing wordt gelaten, maar de omstandigheden waardoor het product of de dienst voor de belanghebbende noodzakelijk is.

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om uitgebreid en gedetailleerd onderzoek te verrichten of de belanghebbende bijzondere bijstand of een maatwerkvoorziening had kunnen krijgen. Blijkt uit de situatie en de beschikbare gegevens dat belanghebbende hierop redelijkerwijs aanspraak had, dan wordt aangenomen dat aan deze bepaling wordt voldaan.

Lid 2

Geen verdere toelichting.

Artikel 3Gedeeltelijke vrijlating giften

De vrijlating geldt niet voor het inkomen dat voortkomt uit belegging van giften, zoals rente en dividend. Dit soort inkomen wordt aangemerkt als inkomen uit vermogen.

Lid 1

Hieronder vallen alle giften die in een kalenderjaar worden ontvangen. Om te bepalen of de vrijlatingsgrens van € 1.200,00 wordt overschreden, wordt gebruik gemaakt van een cumulatieve telling. Zodra de som van de giften de vrijlatingsgrens van € 1.200,00 bereikt, is al het meerdere een middel.

Lid 2

Als iemand anders een betaling doet die tot de kosten van levensonderhoud worden gerekend, dan is dit indirect ook een gift.

Uitgewerkt voorbeeld

  • Belanghebbende moet per maand € 150,00 zorgverzekeringspremie betalen;

  • Belanghebbende ontvangt per maand € 90,00 zorgtoeslag en maakt dit over aan de ouders;

  • De ouders van belanghebbende betalen voor belanghebbende de zorgverzekeringspremie;

  • De gift is dan € 60,00 per maand.

Artikel 4Vaststellen van de waarde van giften in natura

Een gift in natura wordt omgerekend naar de financiële waarde ervan in het economisch verkeer. Leidend is de waarde van het product of de dienst zoals die zou zijn op het moment van aanschaf of verkoop. De waarde in het economisch verkeer is niet per definitie gelijk te stellen met de verkoopwaarde. Er moet worden uitgegaan van een redelijke prijs. Woeker- of dumpprijzen (veel hoger of lager dan gemiddeld) worden beschouwd als onredelijk.

Voor de waardebepaling wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van objectieve maatstaven zoals:

  • nota’s van de producten of diensten als het gaat om consumentenkoop. Consumentenkoop is de overeenkomst tussen de verkoper (handelt in het kader van handels-, bedrijfs,- ambachts- of beroepsactiviteit) en de koper (natuurlijk persoon die handelt buiten bedrijfs- of beroepsactiviteit);

  • de dagwaarde van auto’s volgens de ANWB-koerslijst;

  • de Nibud-prijzengids;

  • een taxatierapport;

  • een vergelijkend warenonderzoek bij meerdere aanbieders (waar mogelijk minimaal drie) om de waarde van het product of de dienst te onderzoeken.

Artikel 5Schadevergoeding

De vrijlating geldt niet voor het inkomen dat voortkomt uit belegging van schadevergoedingen, zoals rente en dividend. Dit soort inkomen wordt aangemerkt als inkomen uit vermogen.

Lid 1

Het gaat hier om een vergoeding voor kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de geleden schade en die als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Er moet sprake zijn van een direct oorzakelijk verband. Voorbeelden zijn:

  • juridische kosten om een schadevergoeding te kunnen krijgen;

  • kosten van medische behandelingen als gevolg van de schade;

  • kosten voor het vervangen of repareren van goederen zoals kleding, een fiets, een auto en dergelijke.

Het is aan de belanghebbende om aan te tonen dat de kosten waarop dit deel van de schadevergoeding betrekking heeft zich ook daadwerkelijk voordoen of redelijkerwijs gemaakt zullen worden.

Lid 2

Vergoeding voor immateriële schadevergoeding (smartengeld) is een vergoeding van ondervonden leed. Met het vrijlaten van een deel ervan is aangesloten op de rechtspraak.

Lid 3

Dit deel van de schadevergoeding is bedoeld voor de kosten van levensonderhoud. Het vervangt het inkomen dat door de toegebrachte schade geheel of gedeeltelijk niet meer kan worden verdiend. Het wordt toegerekend aan de periode waarop de vergoeding betrekking heeft. Deze periode begint op de datum dat de schade is ontstaan. De uitgangspunten zijn:

  • voor zover dit deel van de schadevergoeding betrekking heeft op een periode in het verleden waarover bijstand is verleend, wordt bijstand teruggevorderd vanwege het achteraf beschikken over middelen;

  • voor zover dit deel van de schadevergoeding betrekking heeft op een periode in het verleden waarover geen bijstand is verleend, wordt het tot het vermogen gerekend;

  • voor zover dit deel van de schadevergoeding betrekking heeft op een periode naar de toekomst toe waarover bijstand wordt verleend, wordt het als inkomen verrekend met de bijstand.

Artikel 6Inlichtingen- en administratieplicht

Artikel 7Inwerkingtreding

Artikel 8Citeertitel

Geen verdere toelichting.