Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds voor ondernemers gemeente Harderwijk 2022

Geldend van 04-02-2022 t/m heden

Intitulé

Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds voor ondernemers gemeente Harderwijk 2022

De raad van de gemeente Harderwijk;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 januari 2022;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

b e s l u i t:

vast te stellen de

Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds voor ondernemers gemeente Harderwijk 2022

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvraag: een verzoek om financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal zoals bedoeld in deze verordening;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004

  • d.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk;

  • e.

    de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PbEU 24 december 2013 L 352/1 (drempel: € 200.000) dan wel Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PbEU 24 december 2013, L 352/9 (drempel: € 20.000) dan wel Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector, PbEU 28 juni 2014, L 190/45 (drempel: € 30.000) of daarvoor in de plaats komende regelingen;

  • f.

    financiële ondersteuning: een lening als omschreven in artikel 2, zijnde een eenmalige subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • g.

    omzet: alle inkomsten zonder de ontvangen btw en vóór aftrek van kosten en vaste lasten. Ontvangen TVL of andere Covid-19 subsidies (zoals TOGS, NOW, etc.) tellen niet mee als omzet.

  • h.

    ondernemer: de belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming en die verklaart en toelicht dat:

    • i.

      voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan en beschikt over alle voor de uitoefening wettelijke vergunningen;

    • ii.

      hij Nederlander is of een daarmee gelijk te stellen persoon;

    • iii.

      hij voor of op 18 december 2021 stond ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2, van de Handelsregisterwet 2007;

    • iv.

      hij zich na 18 december 2021 niet met terugwerkende kracht heeft ingeschreven in het Handelsregister;

    • v.

      zijn bedrijf staat ingeschreven in het handelsregister met als vestigingsplaats gemeente Harderwijk;

    • vi.

      indien zijn bedrijf niet is gevestigd in de gemeente Harderwijk, hij wel woont in de gemeente Harderwijk en op dat woonadres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen en/of diens bedrijf is gevestigd in de gemeente Harderwijk;

    • vii.

      hij alleen of samen met degene met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico’s daarvan draagt;

    • viii.

      zijn bedrijf of zelfstandig beroep zodanig financieel is geraakt als gevolg van de crisis in verband met COVID-19 dat hij daardoor te kampen heeft met een liquiditeitsprobleem waardoor hij niet of onvoldoende over de geldelijke middelen beschikt om aan de financiële verplichtingen verbonden aan zijn bedrijf of zelfstandig beroep te kunnen voldoen;

    • ix.

      hij op 18 december 2021 alleen of samen met degene met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent een bedrag van minder dan € 10.000,00 aan liquide middelen tot zijn beschikking heeft, waarbij het gaat om de som van de liquide middelen in de onderneming en privé;

    • x.

      hij niet in aanmerking komt of had kunnen komen voor algemene bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 dan wel op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers;

    • xi.

      hij niet in aanmerking komt of had kunnen komen voor een tegemoetkoming op grond van de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten doordat

      • a.

        hij na 30 juni 2020 is ingeschreven in het KVK Handelsregister, maar wel een aantoonbaar omzetverlies heeft van meer dan 20% of

      • b.

        hij in de refertemaand(en) wegens omstandigheden, geen omzet had en hierdoor niet kan aantonen dat hij een omzetverlies heeft van meer dan 20%;

    • xii.

      de omvang van de aangevraagde lening niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in de de-minimisverordening; en

    • xiii.

      hij zich bereid verklaart het bedrag van de lening binnen vier jaar na toekenning volledig terug te betalen en ten bewijze hiervan een overeenkomst ondertekent;

  • i.

    Tozo: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers;

  • j.

    TVL: Tegemoetkoming vaste lasten

Artikel 1.2 Doel noodfonds

Deze verordening heeft als doel om ondernemers die getroffen zijn door de coronacrisis en door omstandigheden niet in aanmerking komen voor een of meerdere rijksregelingen tijdelijk te ondersteunen met een financiële tegemoetkoming waardoor de ondernemer over geldelijke middelen beschikt om aan de financiële verplichtingen verbonden aan zijn bedrijf of zelfstandig beroep te kunnen voldoen.

Artikel 1.3 Doelgroep

Voor een financiële ondersteuning op grond van deze verordening komen uitsluitend in aanmerking ondernemers die voldoen aan artikel 1.1 onder h. van deze verordening.

Artikel 1.4 Subsidieplafond en verdeling
  • 1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt maximaal € 1.000.000,-.

  • 2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

  • 3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

  • 4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.5 Aanvraag en aanvraagperiode
  • 1. Een aanvraag wordt ingediend door de ondernemer via een door het college beschikbaar gesteld formulier.

  • 2. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot en met uiterlijk 31 maart 2022.

  • 3. Aanvragen ingediend buiten de in het tweede lid genoemde aanvraagperiode komen niet voor financiële ondersteuning in aanmerking.

  • 4. Voor onvolledige aanvragen ingediend binnen de in het tweede lid genoemde aanvraagperiode, wordt een hersteltermijn als bedoeld in artikel 4:5 van de Awb geboden.

Artikel 1.6 Vereisten aanvraag
  • 1. De aanvraag voldoet aan de eisen in artikel 4:2 van de Awb en deze verordening.

  • 2. De aanvrager legt bij de indiening van de aanvraag de volgende gegevens over:

    • a.

      een volledig ingevuld en door hem ondertekend aanvraagformulier met de daarin genoemde documenten en gegevens;

    • b.

      een verklaring waarin door de aanvrager wordt verklaard hetgeen in de definitie van ondernemer is opgesomd zoals omschreven in artikel 1.1 van deze verordening. De ondernemer die dit niet verklaart, dan wel daarop uitzonderingen of aanpassingen formuleert, wordt niet beschouwd als ondernemer in de zin van deze verordening.

  • 3. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het eerste en tweede lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag
  • 1. Het college beslist binnen zes weken nadat de volledige aanvraag om financiële ondersteuning is ingediend.

  • 2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Voorwaarden financiële tegemoetkoming

Artikel 2.1 Vorm subsidie

Financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt door het college verleend aan de ondernemer zoals omschreven in sub h van artikel 1.1, in de vorm van een renteloze lening, met een looptijd van ten hoogste vier jaar.

Artikel 2.2. Hoogte subsidie

De lening bedraagt ten hoogste € 15.000,00, welk bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.

Artikel 2.3. Voorwaarden en verplichtingen aan de financiële ondersteuning
  • 1. Onverminderd artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht legt het college in de beschikking waarmee de financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt toegekend in ieder geval vast:

    • a.

      dat de lening pas tot uitbetaling komt, nadat de ondernemer hierover een overeenkomst van geldlening met het college heeft ondertekend;

    • b.

      de verplichting tot volledige aflossing van de lening, welke verplichting ingaat terstond na het einde van de looptijd van de lening, zoals aangegeven in de onder a van dit artikel bedoelde overeenkomst;

    • c.

      dat het bedrag van de lening terstond kan worden opgeëist;

      • i.

        op het moment dat de ondernemer het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt;

      • ii.

        in geval van surseance van betaling of faillissement van de ondernemer, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon;

      • iii.

        indien het bedrag of een deel ervan niet overeenkomstig het doel is aangewend.

  • 2. Het college kan aan het verlenen van de financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal nadere verplichtingen verbinden die zijn gericht op het verkrijgen van meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze financiële ondersteuning verbonden aflossingsverplichting.

Hoofdstuk 3 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden

Artikel 3.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen
  • 1. De financiële ondersteuning wordt, naast de algemene gronden die reeds in de Algemene wet bestuursrecht worden genoemd, in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      de ondernemer niet voldoet aan de omschrijving zoals opgenomen in sub h van artikel 1.1 van deze verordening;

    • b.

      het subsidieplafond van € 1.000.000,00 wordt overschreden bij toekenning van de desbetreffende aanvraag;

    • c.

      financiële ondersteuning zou leiden tot overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in de de-minimisverordening.

  • 2. De financiële ondersteuning wordt in ieder geval ingetrokken, indien achteraf komt vast te staan dat een weigeringsgrond zich heeft voorgedaan.

  • 3. De financiële ondersteuning wordt, voor zover deze nog niet is afgelost, in ieder geval teruggevorderd, indien:

    • a.

      de financiële ondersteuning is ingetrokken;

    • b.

      aan de aflossingsverplichting niet op correcte wijze wordt voldaan.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 4.1 Nadere regels
  • 1. Het college stelt nadere regels ter zake van de inhoud van deze verordening, in elk geval ter zake van de wijze van aflossing.

  • 2. Het college kan de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 1.5 van deze verordening, verlengen met ten hoogste drie maanden voor zover dat nodig is in verband met de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19.

Artikel 4.2 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule
  • 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

  • 2. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de bepalingen in deze verordening indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 4.3 Inwerkingtreding, vervaldatum en citeertitel
  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan.

  • 2. Deze verordening vervalt van rechtswege op 1 januari 2023, met dien verstande dat de verordening zoals deze luidde op 31 maart 2022, dan wel op 30 juni 2022 indien de aanvraagperiode met drie maanden wordt verlengd, van toepassing blijft op de ondernemer die op grond van deze verordening financiële ondersteuning ontvangt of heeft ontvangen en haar geldigheid blijft behouden ten aanzien van aanvragen dan wel bezwaarschriften waarop nog dient te worden besloten.

  • 3. De verordening ‘Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds zelfstandig ondernemers gemeente Harderwijk’, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 mei 2020, wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding van deze verordening.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds voor ondernemers gemeente Harderwijk 2022’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 27 januari 2022

de heer H.J. van Schaik

voorzitter

de heer H.R. Lanning

raadsgriffier